H TYPISCH MARINUS

 

.

 

.

 

TYPISCH MARINUS

inleiding

In Deventer kreeg ik, huppelend op weg naar station Deventer een   herseninfarct dat

. : Op de scan oogt het als Rotterdam na het bombardement:  een slagveld van wit grijs en zwart., ,mijn  ziel dwaalde er rond als een kind op zoek naar een knuffel die hem troosten kon. Scherven.: zijnsverwarring. Dominoday.

 Alles aan scherven, maar mijn naam is nog hetzelfde. Dat typeert wie ik ben, vanaf mijn geboorte ben ik Marinus dienaam is de ruggengraat van mijn ego, het brein van mijn zijn,mijn ziel en mijn zelf, zwaan kleef aan, zonder hoofdletters of trendy spiritueel gedoe,  typisch ik.Marinus.Het is mijn ontwikkeling in tijd en  plaats, en vooral mijn vader en moeder,:papa en mama  ontwikkeling, geschiedenis . ik bén niet, ik gebéur, zoals een boom gebeurt, het is aantoonbaar, maar je ziet het niet. Wij zijn ons brein. Nou en?

Wat bedoelt die man met ‘’zijn?

.Ik wentel mij in verleden en toekomst als een varken in de modder. Ik ben niet veranderd, de modder is anders en  . . Het gewende evenwicht tussen de externe en de interne werkelijkhei d is verstoord emn hdrty varken is zich bewust van de slager- datis niet wat ik wil, dat is wat ís- de fdformulering van bewustzijn:

Ik zit op mijn stoelles Wijk zijn toch geen brein van Alva Noë, kijk ondertussen naar mijn schilderij dat groeit uit tijd, verf en toeval. Dat ben ik, typisch Marinus.

 

Fenomenologisch bestaat er maar éen werkelijkheid, maar dat geldt niet voor mij ,ik leef in een werkelijkheid die multicomplex  is, gelaagd als een gesamtkunstwerk Er zijn geen   scheidingen,  geen entiteiten, maar osmose:. Er zijn diverse woorden voor :’’Alles is osmose’’, de beek stroomt in de rivier. de rivier stroomt in zee. water in water.mijn favoriete woord voor dit verschijnsel.van De geest is ecologie De.géest is verklaarbaar maar niet te traceren.zoals was het een tumor, de geest zaait zich uit in het leven, om begrip te oogsten en liefde en kunst het is een ecosysteem en ik ben als kikkerdril. Ik zoek naar de geest in mijn zijn,mijn doen laten. Toeval tijd en verf. .  een de geestelijke activiteit die mij overeind houdt  gewekt door de provocerende slogan’’ Wij zijn ons brein, woorden die zich obsessief hebben vastgebeten in mijn brein.Ik wil mijn brein niet zijn. ik wil Marinus zijn. Mijn brein is kapot- Ik nietmijn hersenen hebben mij  Marinus gemaakt zoals een voetebal een een bal de voetballer maakt.

Een vis kan in een scanner,  de sloot niet en de vis bij de visboer is geen vis meer.Je kunt een koe niet slachten om te weten wat een koe is.Maar iemand met hersenletsel kan weet wat hersenletsel ís in de omgsang metd de werkelijkheid:ht is een probleem met het zijn in het zijnde. Twijfel onrust: brugklasser in het leven zijn, bewustzijn, getreiterd door de natuur van  mensen en dingen.

meer ervaring dan bewustzijn: de beleving van bevrediging en pijn.

 

dat

oogsten en liefde en kunst het is een ecosysteem  Ik zoek naar de geest in mijn zijn., . . een degeestellike activiteit die mij overeind houdtmijn gewekt door deprovocerendde slogan’’ Wij zijn ons brein, woorden die zich obsessief hebben vastgebeten in mijn brein.

Een vis kan in een scanner,  de sloot niet en de vis bij de visboer is geen vis meer.Je kunt een koe niet slachten om te weten wat een koe is.Maar emand mtd hersenletsel wet wt hersenletsel is in de omgsang mtd de werkelikheideenn probleem met h zijn. in ht zijnde. Twijfel onrustbrugklasser in ht leven zijnge gteiterd door de natuur van  mensen en dingen.

Alles beweegt: alles stroomt alles klotst golft rimpelt, alles verwart, het is geen vijver ,het is een moeras.   Ookhet brein  van  de schrijver is een vorm van alles in alles zijn stream of consciousness, een rivier als de Linge met zijn drassige oevers.en onvoorstelbare lengte. Zo ben ik

ik ben de kano of het vlot dat de rivier afzakt, met als enige eindbestemming dood zijn.en gecremeerd. Verdwenen zijn, afwezig, dood in het dode, materie.wit als ht kubusje van Ger van Elk. of ht Wit van ht zewarte vierkant van Malewitch

Melopee

Voor Gaston Burssens

 

Onder de maan schuift de lange rivier

Over de lange rivier schuift moede de maan

Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

 

Langs het hoogriet

langs de laagwei

schuift de kano naar zee

schuift met de schuivende maan de kano naar zee

Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man

Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

 

(Paul Van Ostaijen)

Ik ken de verte maar mis de kano.

Zélf ben ik die kano.

Maar wie is die man?

 

Wat cognitief hersenletsel was wist ik niet, veelal kwam het fysieke letsel aan bod in de communicatie en informatie van alledag de zichtbare handicap met krukken of  rolstoel , die van de praatprogramma’s neglect wordt mestal uitgelegd aan de hand van een half leeggegeeten bord. Dat jer panisch van worden kan heb ik nergens gelezen . Ook hetverschijnsel neglect heeft rexistentiele gevolgen. .Dat ik mank loop zie je, ik loop moeizaam en lelijk, en anderen zien dat ook. Dat iismijn zelfbeleving, Dat mijn ‘’zijn in het zijnde’’ verstoord is, zie je niet.hhsnd in hsangd lopen mt je lief iss geen nderdeel van de revalidatie. ,evenmin als ht overgooien vaneen bal mte je kleinzoon. In dit boek noem ik dat ‘’zijnsverwarring. Fysiek ben ik krakkemikkig. ‘existentieel leef ik in mijn brein als een kind verloren op de kermis. Daarover schrijf ik, met mijzelf als bronmateriaal.’’  De wereld van mijn brein, de wereld die ik ben.ht mijn breinn als trap.zo is dit boek bedoeld.

Er zijn veel boeken verschenen naar aanleiding van hersenletsel, ik heb daar veel van gelezen omdat het een intrigerend fenomeen is, maar nooit las ik wat voor mij van essentie was, de sociale werkelijkheid zlfbesef statusambitie en  seksualiteit dat wt een mens als ik meer maakt  dan een vettige massa met bulten en groeven. De anatomie van het brein is zeereen complex complex met twee hersenhelften, vier hersenkwabben en allemaal kleinere hersengebiedjes. Samen vormen ze  het grootste gedeelte van het brein en worden dan ook de ‘grote hersenen’ Verdeeld over de twee helften zittende frontaalkwab, de partietaalkwab, de temporaalkwab (slaapkwab) en de occipitaalkwab (achterhoofdskwab).ls ik niet meer ben dan dat  lief voor saltzou ik een film van Peter Jackson zoijn.veel boeken  gaanover plaatsen,tijden, therapieën, medicijnen, rouwverwerking, acceptatie, de anatomie van het brein.de controleerbare feiten met name die vanbekende mensen., met veel belangrijke getallen, medicijnen  en deskundigen.   Dat wat van belang  is omdat het mij behoedde dood te zijn op dit moment van schrijven;  Ik  heb veel ervaring opgedaan, van ambulance tot revalidatie en thuiskomst, maar de zekerheid ervan ben ik vergeten omdat ik niet goed weet wat zeker is als feit en wat slechts als vermoeden is of constructie . Mijn vrouw Lief weet meer dan ik, zij heeft een schriftje, daar staat alles inik heb ook zo’n schiftje ook daar staat van alles in, onleesbaar. Vaak verschillen wij van herinnering en beleving zoals wij verschillen in meer dan wij dachten.

De deur van mijn vertrek was de zelfde als die van mijn thuiskomst, dat leek zo.  nu weet ik beter.

Dat is geen filosofisch vraagstuk, dat is de aantasting van  mijn zijnswijze en zienswijze. Dat wat ik in dit boek mijn ‘’ziel’’ noem,  .mijn’’zijn in mijn zijnde,’’) geen hoofdletters, geen Heidegger) : het is is hoe de werkelijke wereld in mijn hersenen woont en andersom: Mijn hersenen als non-lineair dynamisch systeem, Ik woon in de werkelijkheid en omgekeerd.ik woon er zoals ik o Zo ook mijn huwelijk met Lief. Soms zitten wij, kijken elkaar aan en weten het niet meer . We drinken koffie kijken televisie. en in de taxibus  (vervoer op maat) verlaat ik haar en vloek en hunker, . die ik wereld noem blijkt een keuze. Ik ben

mijn brein, een, Altijd hinderlijk in dialoog met mijzelf:De stoep, de trap de sloot ,dood vrlede  en medemens. Alles wrikt ruist en rammelt er als de kinetica . . .van Tinguely.,  die knarsendeconstructie  in genoemd .Gek word ik ervan,. Dag en de nacht. lig ik wakker van mijzelf.

Ik ben niet gek maar te veel en en te overbewust. Existentieel losgeslagen wildgroei, Zevenblad, Japanse knoop, Lelietjes van dalen: Niet lelijk, maar onophoudelijk teveel. kanker van de geest. Mijn herinneringen, de heldere, die verhaal zijn gewordenen groeien in helderheiden  werken als ordening, als kunstwerk aan murenvan mijnego museum. Ik beklim er de trap, kijk rond en kennis en kijklust vallen er samen, alsi k weer buiten ben ga ik i nnerlijk verder met wat ik in die zalen beleefd heb.Die intese beleving van Who is afraid of red yellow and blue.

Niets in de wereld voldoet aan wieIn  dit boek ga ik op zoek naar die trap in dat museum iik ben een caleidoscopisch veelvoud van wie ik was  . ik ben een  loser, als een kind in een grootsteeds winkelcentrum, zo vaak zo kinderachtig de weg vragen en vragen  hoe laat het is. Niet verstaan worden en huilen, zelfs mijn leeftijd is niet stabiel meer. Het is als lopen op hoge hakken  over  gebarsten spiegelglas … Ik  ben gek op hoge hakken, maar niet zo. Als Lief mij op haar  hoge hakken in haar amen sluit ben ik geen loser, dan vindt mijn brein de nodige ruimte, en opwinding, dan hebben we gewonnen, mijn anatomie en mijn kijklust .Geen FMRI die dat registreren kan.

Mijn relatie met Lief is een bittergedeeld bewustzijn geworden. Ik weet nooit wie het is bij wie ik aan tafel zit.

De man die in 2005 als brein over straat ging, wie is hij nu? Wat te doen met dat verbrijzelde brein? Wat te doen met zijn leven? vaak is er geen ander antwoord dan godverdomme. Maar ‘’Typisch Marinus’’ is beter’’… Ik en mijn brein: Wij zijn onafscheidelijk onmiskenbaar Marinus, ik ben geen brein, maar een team, wij zijnizijn MarinusMarinus. .Mijn herseninfarct heeft mij geleerd wat existentialisme is, dat wat ik voor mijn CVA nooit  heb durven zijn.

Boeken over cognitief hersenletsel zijn er aldus mijn ervaring te weinig, niet de neuropsychologische kant ervan, de veroorzaker, maar de existentiële. Alleen Zwaluwziek van Anthony Mertens, sprak mij aan in de wijze waarop hij zich verhoudt tot het manuscript van Bernlef. Wat te doen, wie te zijn? ‘’Ónverklaarbaar bewoond’’ van Bert Keizer heb i meerdere keren gelezen en ik fiets.

Als het brein kapot is, wat valt er nog te willen, en te realiseren? . . alles van wie ik  ben is materie en sterfelijk, ook mijn ziel  Niet de betekenis van die  naam, maar de geschiedenis. Ik bén ziel, ik leef ermee en ik Ik ben als de schrijver die een boek schrijft waarin hij schrijver is ,het is de wereld van geestelijke osmose.tussen de regels van dit boek besta ik als ziel en overstijg ik mijn brein  Ziel is wat ik ben en wat ik doe,   in seculiere zin,’’ziel’’ is een prachtig woord. En ni Waar ik woon in mijn brein weet ik niet ,maar waar de boom woont in de boom weet ik ook niet. Dat is een onderzoek .waarmee ik in 2006 dwangmatig mee begonnen ben door dagelijks te werken aan een portret van dat brein : Met mijn brein schreef ik mijn brein: een seismografisch zelfportret, zoals je foto’s maakt op je vakantie, niet alles leg je vast., de ranzie geur van fis hand chips leg jeniet vast op foto.t is bvet heet en de nasmaak is niet weg te poetsen.

Brein schrijft brein., dat typeert de gelaagdheid van mijn ziel en dit boek  .Dat wat niet te scannen is omdat het alleen waarneembaar is door te vrijen met Lief en daar wil ik geen scanner bij, mijn brein is al voyeur genoeg.

Ik  beschríjf mijn brein niet., in deze tekst bén ik mijn brein,

Dit boek is een tekst geworden brein: hoe en wíe ik ben, niet waaróm of waardóor?.  niet als theoretisch vraagstuk, maar als en tekort schietend leven, een dagelijks mislukkend leven, met  groeiende faalangst waarin ik mijzelf verlies.

Dit schreef ik niet omdat ik mij zelf belangrijk voor de lezer achtik ben geen bekende nederlanderof beedigd wetenschapper Ik schreef dit maar vanwege dat brein, dat gekend wil worden als van gedeeld belang, het samengaan van lezer en schrijver, zijn in het zijnde, dat wat ons tot mens en medemens maakten de wereld bewoont onze ziel, ieder brein is een’’ queeste zonder heilige graal of esoterie, ik beperk mij tot mijn DNA, mijn stoffelijke chemie.,en mijn maatschappelijke chemie. Zelf doe ik niet ter zake voor de lezer :Wie en wat Marinus is zal de lezer een worst  zijn. Wij kennen elkaar niet, het is geen biografie, het is brein, míjn brein, vergelijkbaar met dat van anderen, neem ik aan. De veleneen gedeeld brein..  Ik leg niet uit, dat is mijn vakgebied niet, ik heb het, maar kan het niet verklaren. Ik ben kunstenaar met hersenletsel, en docent tekenen .,ook in deze tekst. Mogelijke antwoorden gaan schuil in deze tekst zoals de geest zich schuilhoudt in het brein. Vandaar de disbalans tussen informatie associatie en metafoor .

Ik schrijf als beeldend kunstenaar en docent, zoals ik docent was, niet als wetenschapper: Ik bied aan: Ik zet een deur open het is aan de deskundige en nieuwsgierige om er binnen te gaan en iets te begrijpen.

.  .en misschien komt de lezer zichzelf ook tegen in dit schrijven. brein leest brein.

 

In2005 kreeg ik mijn herseninfarct,20-11 2005.Nu is het 2019 .19 september.

Kort na mijn thuiskomst uit revalidatiecentrum Klimmendaal begon de verwarring, de ontheemding. Ik begon ik te schrijven onder de titel’’ De Driemetermus’, nadat ik die gezien had op de Westervoortse dijk, Er was iets mis met mijn waarneming, met mij dus ook. Alleen dat wat Marinus heette bleef het zelfde, ik wás mijn naam weet ik nu ,de naam die mijn ziel is, mijn ziel en mijn , zelfde naam die bijeenhoudt wat anders uiteenvalt. onscheidbaar verweven is met de naam Marinus,

De gevolgen van mijn beroerte  noem ik ‘’zijnsverwarring. tegelijkertijd vanhier en dar, nu entoen persoonlijke werkelijkheden: De verandering van mijn verleden en dus ook mijn toekomst.  Steeds vaker word ik de puber die ik was rond 1970, niet als gevoel maar als existentieel bewustzijn. Alsof ik een avatar ben  van toen .

Wat mij rest is de tegenwoordige tijd die ongeordend ecologisch alle tijden bevat. Wat morgen gebeurt, is nu al herinnering , kloktijd en kalendertijd zeggen mij niets.

Het zijn memory’s that happen: Ik ben 66; een puber met een midlifecrisis :Ik ben mijn zelf de baas niet meer, ,’’zelf’’ met een kleine letter, . hersenletsel creëert . h   werelden  in werelden

oeverloos.

Aan de oevers van de tijd
keek ik om me heen
ik wachtte aan de kant
aan de oevers van de tijd
en alles ging voorbij
verloor zijn naam
en spoelde aan

aan de oevers van de tijd
hing ik maar wat rond
in het zachte dode licht
van de vreemde grijze zon
Zocht ik naar die ene dag
Naar een juli in een zomer
In een jaar

Kijk
Iemand zwaait en roept
En blauw staat je zo goed
Er gaat een telefoon
Je boek ligt in de tuin
‘t is zo te zien nog vroeg
Misschien een uur of twee

En daar
Daar bij de auto staan
Josefien en mike
Haar bruine citroën
Je doet iets met je haar
We gaan zo te zien nog weg
Misschien al zometeen

Aan de oevers van de tijd
Hing ik maar wat rond
Tijd was vreemd was ik
En ergens tussen alle troep
Van toen en toen en toen en toen
Zingen stemmen in een zomer
In een jaar

Kijk
Iemand zwaait en roept
En blauw staat je zo goed
Er gaat een telefoon
Een boek ligt in de tuin
‘t is zo te zien nog vroeg
Misschien een uur of twee

En daar
Daar bij de auto staan
Josefien en mike
Haar bruine citroën
Je doet iets met je haar
We gaan zo te zien nog weg
Misschien al zo meteen

  1. Aan de oevers van de tijd

 (Spinvis zanger van gefragmenteerde werelden, zoals die waarin ik verdwaald ben geraakt.

.

. i Ik en mijn brein,  wij houden elkaar moeizaam overeind en  wij heten Marinus, typisch Marinus, zeeman op zoek naar de ziel van zijn hersenletsel.,niet de haven, maar de wind .

Ik schrijf.. niet chronologisch, niet wetenschappelijk. maar het is geen  nslagwerk

Geen dagboek , logboekNaast monument voor de ziel is dit een loflied op de liefde.

Hersenletsel is chronisch ongeluk, dit is geen aardig boek, geen feel good-story, geen troost, geen exhibitionistisch lijdensverhaal, het is passie en liefde voor wat mij omringt.In vechten vrijen bloeden en zweten. This my life

 Dit is een loflied op leven en liefde, dankzij mijn brein.

 

Alles wat denkbaar is fladdert en flitst.

Geen la om het in op te slaan

laat staan sorteren. Wij zoeken

toevlucht in wat al gevangen,

gedresseerd: boek, film, toneel,

elk getemd deel van fladderend

flitsgeheel.

Judith Herzberg

—————————–

uit: ‘Staalkaart’, 2001.

 

 

 

(Installatie the art of living  in art.)

 

 

 

BOEK 1

CLOSE ENCOUNTER

Scooter kots en pinhakken

Het is 2005. Op vrijdag 14 oktober fiets ik het schoolplein af. De herfstvakantie begint. Ton Milner, de conciërge veegt het plein. Ik wens hem goede vakantie,’jij ook, zegt hij en pas goed op jezelf’’.Dit herinner ik mij niet, dit heb ik van horen zeggen.

Manchester herinner ik mij wel, die stad beschouw ik als proloog. Herinnering zoekt een podium om de rol van werkelijkheid te spelen.

Margriet was voor haar opleiding coassistent aan het Royal Manchester Children’s Hospital. 

Op school kreeg ik geschiedenis .Maar geen historisch inzicht. Marx Engels Manchester Marinus. In Manchester werd alles duidelijk, daar besefte ik wat geschiedenis is. Wij bleven een weekend en we bezochten de door Margriet gehate Prerafaelieten in het museum. We ondergingen een zeer ouderwetse met een scooter gepimpte Romeo en Juliette. Er werd nog lachwekkend op het podium gestorven maar sterven doe je in stilte, niet op een podium.

Hardop lachen deed niemand.

In Manchester kwam ik mijn leven tegen.

In Deventer begon het opnieuw mijn leven te worden.

Na de miserabele Shakespeare voorstelling stonden we in de kou op een bus te wachten. Het regende mooie vertekeningen op de stoep. Tegenover ons liep een discotheek leeg, of een bar, schaars geklede hoerige tieners, of net iets ouder, komen naar buiten strompelen op veel te hoge hakken in veel te korte rokken, een geil maar ook wel een beetje sneu gezicht. Ze houden elkaar vast op weg naar de bushalte links, over  een vieze glanzende natte stoep, bekleed met kleffe gore dingen. Ook in ons bushokje ligt iets dat op kots lijkt, Ze weten nog net  de haastige bus binnen te pinhakken, vriendjes duwen hen de bus in met overal handen want dat is het leuke van een bus die haast heeft. En ook dat is een vorm van jaloezie.

Onze bus komt even later,

Dit is uitgaan zoals ik nooit gedaan heb, maar koud in de regen heb ik vaak genoeg gestaan na ouderavonden op school, bijvoorbeeld.

Ooit was ik mentor van de feestcommissie en moest meehelpen om een feest beschaafd te laten verlopen; er werd niet gezopen, tenzij stiekem,in lege klaslokalen geile meisjes waren er wel, maar daar had niemand last van, ook ik niet, Dansen deed ik niet. Ik stond bij de ingang orde te houden, samen met een dikke getatoeëerde uitsmijter, die sociaal uiterst incorrect was.

Steeds opnieuw besef ik dat er veel onherstelbaar voorbij is gegaan, zoals zoveel.

Daar op dat moment had zich in de bloederige krochten van mijn bloedsomloop al een bloedpropje gevormd dat wachtte om weg te schieten, verbeeld ik mij.

Mijn herseninfarct kreeg ik thuis of in Deventer. Niet in Manchester.

Volgens Lief heb ik grijs haar, zelf vind ik dat mijn haar zwart is zoals ooit. Ik vind mijzelf charmanter dan Lief mij vindt. Er moet daar al een propje  verscholen  hebben gezeten of gelegen, dat later via mijn slagader weg is geschoten  om mijn rechterhersenhelft te vernielen.    Het Berninimysterie was bijna het laatste boek dat ik voor mijn  mogelijke dood gelezen heb. Een aantal weken daarvoor liep ik meteen groep bovenbouwers in Rome, toen moet dat propje er ook al zijn geweest. Ddoodgaan kan overal. Wat ik wist heb ik nu ervaren  Dit is het epicentrum van alles wat nog altijd aan het gebeuren is, net als ik; ik ben nog steeds wat toen gebeurde. Geworteld in geschiedenis, ik leef heen en terug in de tijd.

 Zijn in het zijnde, ik ben mijn brein en dat is kapot, en dat gaat nooit meer over.

Donderdagmorgen 20 oktober (Ik schrijf dit exact elf jaar nadien.) ga ik met de trein naar Deventer voor een bezoek aan mijn moeder. Ze is oud, ze heeft een rollator, een stok en een rolstoel. Ik nog niet.

Donderdag is mijn vaste bezoekdag.

Ik ga haar vertellen over ons weekend in Manchester en bedenk hoe ik dat doen zal, zodat ze mijn enthousiasme begrijpen zal.

Haar idee van mooi en gezellig is anders dan het mijne. Manchester is niet mooi, Manchester is gaaf. Indrukwekkend. Een stad die vragen stelt. Die vraagt om een film vanMike Leigh, of Ken Loach.Een gids met antwoorden kun je online downloaden, dat is jammer, in een stad als Manchester moet je kijken alsof niemand het eerder gezien heeft.

In Deventer loop ik met mijn moeder door een winkelcentrumpje, Keizerslanden, we pinnen geld bij een automaat waar ze zelf niet bij kan vanuit haar rolstoel. Mijn moeder is oud en moe, en ik voel mij treurig door haar toenemende beperkingen. Ze kan niet bij de automaat vanuit haar rolstoel.

In een rolstoel gaan winkelen is een frustrerende onderneming. Albert Hein en Kruitvat hebben hinderlijke nutteloze drempels. Wat geldt voor talloze drempels her en der.

Daarna gaan we naar de Blokker voor een grote kaars, want kerstmis nadert. Het geluid hangt al in de lucht, het kindje Jezus jammert al een beetje om moeders borst. Tot slot kopen we lekkerbekjes bij een  viskraam, waarvan de lucht door heel het centrum walmt.

Een jongen met vreemde motoriek en verstandelijke handicap komt de visboerin een pen vragen, zij zegt nee: “Als je hem geeft wat hij vraagt blijft hij komen’’. De vragende jongen is niet helemaal normaal qua hoofd en motoriek, ach, wie is er wel normaal? Even later zit hij naast de kinderen die op het binnenpleintje zitten om spulletjes te verkopen, de jongen wil wil ook wat verkopen, de pen zal wel voor het prijskaartje bedoeld zijn. Bij mijn moeder thuis eet  ik brood met vis; lekker en gezellig. Mijn moeder geniet er van, van mij en de vis. Over Manchester hebben wij het niet, en of ik nog een boterham wil en melk? Ik vrees voor het tafelkleed onder mijn bord, maar ik knoei niet. Bij de bloemist heeft ze zichzelf getrakteerd op een orchidee, die een mooie plek op de vensterbank krijgt, je kunt ze in de winter overhouden, je moet ze op een donkere plek zetten; het is Jansje gelukt tenminste. Jansje is mijn oudste zus. Toen leefde ze nog met al haar wil en vitaliteit tegen de klippen van haar tumor op. Ze was zwaar ziek, maar geen slachtoffer van haar ziekte; Ik ben dan  nog normaal, niks aan de hand, De vijand is onzichtbaar. Ik neem afscheid van mijn moeder. Ze tuit haar lippen en duwt ze tegen de mijne. Doe je de groeten aan Rita. Dit is ongeweten het voorland van mijn leven nu.

Ja mam, natuurlijk. Ze wuift mij na vanaf haar balkon. Voorbij de rotonde op weg naar het station zing ik: et éen been op de stoep, met éen been in de goot, en als ik dat niet doe, dan ga ik morgen dood. Ik weet niet waarom? Ik doe wat ik zing. Maar waarschijnlijk was dat andersom. Stoepranden vragen om een dergelijke huppel en een dergelijke huppel vraagt om zo’n liedje, veel gedrag heeft een causaal gevolg, huppelend ben ik 7 jaar, lopend ben ik 50 jaar. Niets zo veranderlijk als je persoonlijkheid. Halverwege de Diepenveenseweg sta ik stil en bedenk waar alle oplichtende deeltjes die opstijgen vanaf de stoep in het hete zonlicht, naar toe zweven. Er dringt zich een  beeld aan mij op van  een grote stofzuiger : een UFO (type Close encounter van Steven Spielberg )  die als een stofzuiger stofjes , schilfers en korreltjes opzuigt  om van  het DNA daarin nieuwe mensen te maken. Uit stof tot stof. Het lijkt niet op een UFO, het is geen waan het ís een UFO.  Dan hangen er kleine pinkelsterretjes voor en rondom mijn hoofd, ontelbaar veel, alsof ik lange tijd ondersteboven heb gestaan of gehangen, zoals in Emmen aan de rekstok.(10 jaar was ik toen.)er hangt ,mist, dikke mis. en in het midden ervan verschijnen drie 3 grote schijnsels, alsof er 3 koplampen op mij af komen. De lampen duiken op uit een plotselinge mist . Nu ik dit noteer, valt mij op hoe hoog het Hollywoodgehalte van die ervaring is. Science fiction en horror, ik denk niet dat dit alles iets betekent.

Hollywood dicteert niet alleen wáar wij naar kijken maar vooral wat wij zíen als wij kijken.

, Ik heb het heet. Ik beluister opnieuw Illusion, Coma, Pimp & Circumstance

Who’s pimping who ? Ik wil theater. en weet wat en hoe.Theater is een overlevingstrategie aks je leven drama is.

Bach  Prince en Bach. Ik krijg een idee voor een voorstelling op basis van Assepoester :  Prince en Bach . Keer op keer herstart ik het nummer om de tekst te verstaan.’’ Who’s pimpimg who?’’ De cellosuites van Bach doen het goed in gezelschap van popmuziek heb ik ontdekt, als het maar goed hard is: Bach en Arctic Monkeys. Het landschap scheurt voorbij in scherp contrasterende repen groen, ingekaderd door het raam. De spiegeling van de tl-buizen in het glas versterken de hitte en pijn in mijn hoofd. Prince irriteert mij; het is teveel, ik wil geen muziek. Ik wil mijn hoofd tegen het koude raam ,maar het raam is niet koud genoeg om koud te blijven ,en  om mijn hoofd te verkoelen beweeg ik mijn hoofd langs het glas op zoek naar de koudste plek; ik weet dat ik een bizarre indruk maak. Er zitten twee mannen schuin tegenover mij. Erger is dat het niet helpt. Bij de eerste stap naar buiten op het smerige perron van Arnhem stampt er pijn door mijn hoofd.

Er is iets, maar wat?

Ik ga  met de bus naar huis,. De bus ervaar ik als een bus in Sinterklaastijd, te veel plastic tassen, de bus zweet, net als ik. Samen doen we pijn en staan we elkaar in de weg, gedeelde hoofdpijn. Ik barst van groeiende hoofdpijn. Koppijn. De ramen zijn beslagen. Omdat Lief en ik vrij recent het keukenplafond hebben gewit, wijt ik het daaraan. ik maak mij onzichtbaar om een gesprek met ons buurmeisje, of onze buurvrouw te voorkomen. Ze dragen plastic tassen en herkennen mij. Volgens Lief en Margriet kookte ik en waste ik nog af toen ik weer thuis was.

Wat een herseninfarct was wist ik toen niet. Dat was voor vrouwen, die keken naar dat soort programma´s.

Migraine kende ik: Rita had er ooit last van gehad.

Ik maakte spaghetti, herinner ik mij.

De voorgesneden gevarieerde groente uit de plastic zak zag er stug uit, de brokstukken prei waren grijsgroen en hard. Ik had er niet aan moeten beginnen. Koken met stugge prei is gedoemd te mislukken, maar ik had hoofdpijn en haast.

. Het smaakte minder goed dan ik gehoopt had. Dat kwam door die inferieure groentevan Albert Hein, of door mijn hoofdpijn.

Margriet is net terug uit Manchester en eet die avond mee. Na de afwas praten we over voetbal. Dnjepr Dnjepropetrovsk – AZ Alkmaar.

Het keukenplafond is prachtig wit, dat had ik nog voor het weekend Manchester boven mijn hoofd geschilderd op de keukentrap. vandaar die hoofdpijn, denk ik. De voorbeschouwing, duurt veel te lang, dat is voetbalmannen eigen, die zijn autist allemaal of hebben lijstjes. Het groene veld is al enige tijd in beeld, laat die klootzak zijn bek houden, denk ik.

Margriet zit languit op de bank, ik zit recht voor de tv met mijn hoofd tegen de bruine, leren leuning die korte tijd koel is.

Wat is er toch, vraagt Lief, moet je paracetamol? Neem er meteen maar twee. Ze heeft gelijk. Er ís wat.twée paracetamol. Dat klinkt ernstig.

Ik kan mij niet voorstellen dat paracetamol zal helpen, daar is het te erg voor.

Lief bewaart in de koelkast een paar zetpillen voor het geval ze een migraine aanval krijgt, zoals ooit. Dat lijkt mij beter.

 

Er is iets mis. De camerabeelden verwarren mij: uit de ene tv is een tweede ontstaan, voetballers rennen van de ene tv naar de andere, door de marmeren zijwand van de schoorsteenmantel heen. De onmogelijkheid ervan dringt niet tot mij door, verbazing en verwondering wel: Is dit nieuw?, hoe doen ze dit?

Ik duw mijn pijnlijke nek zo stevig mogelijk tegen de stoelleuning. Is dit migraine, of heb ik te lang op de keukentrap gestaan om het plafond te schonen, te schuren en te lakken?

Er lopen geen spelers op het veld maar sterretjes en stippen. Margriet zit rechts van mij op de bank, de televisie staat rechts schuin tegenover mij op de plek waar ooit de kachel stond, de andere tv staat links tegenover mij. Dat we maar 1 tv hebben, dringt niet tot mij door. Pas op weg naar boven besef ik dat er iets bijzonders gaande is. Het is bijzonder dat ze devtussen de schuifdeuren zie ik op de linker tv,zie ik  PSV nogal chaotisch kans na kans voorbij laten gaan. Omdat ik alleen bewegingen zie, geef ik het op.

Het is verbazingwekkend hoe snel mijn CVA invloed had op mijn waarneming, Dat was mijn eerste grote zintuiglijke ontsporing. Het druilerige kruispunt kwam later, net als de Driemetermus en het schaap in de vangrail.

 

Kijken is zinloos, dus ga ik vlak voor de pauze de kamer uit.tyssen de schuifdeuren blijf ik staan. Lief staat op

Wat doe je?

Ik red het niet meer, ik ga naar bed.

Ik loop wel even mee.

Lief gaat mee. Ik leun tegen de deurpost van de schuifdeuren.

Als je me nodig hebt, roep mij dan maar, zegt Margriet.

Het bed is koel, de lakens op het bed voelen en ogen als pijnlijk wit papier.

De paracetamol lijkt te werken, ik lees wat in het Berninimysterie en fantaseer zelf ook zoiets: kunst, geschiedenis en een complot met een rol voor de Paus.

Iets over Michel Angelo en de ondergang van Ede. Ik sla op hol in in fantasy, Aliens. (!). Dan Brown wordt Spielberg. De horror begint: close encounter.

Als ik naar de wc moet, probeer ik rechtsonder mijn bed uit te komen, maar het lukt niet; dat ik gewoon opzij het bed uit kan, komt niet op in mijn hoofd. Ik wil naar rechts en links kan mij niet helpen.

 Ik heb beelden in mijn hoofd van toiletten. Rijtjestoiletten zoals in groepsaccommodaties, witte hokken met blauwe deuren en troep op de vloer: toiletpapier, modderige voetafdrukken, water, brugklaskamp. Campingtoiletten, spinrag en nog slechts éen velletje leeg papier. Ik moet heel erg pissen en ben bang dat in bed te doen

‘’Ik kan er niet uit’’, zeg ik tegen Lief, die bij het voeten einde staat, ze houdt mij in de gaten, zij weet meer dan ik.

Ze reageert niet op mijn klagen dat ik mijn bed niet uit kan om naar de wc te gaan

Ze roept Margriet erbij. Margriet belt 112.

TOCH NIET IN EDE?

 

 

toch niet in ede?

 

Het ambulancepersoneel kan mij in deze omstandigheden niet veilig de trap af dragen, dus komt de brandweer om mij met een hoogwerker via het badkamerraam, iksta op de brancard met mijn hoofd naar de douche en hoor het ritselen van de lamellen. Ik word met de hoogwerker naar de ambulance gelift. Er staat een rij mensen voor de ambulance. Er schijnt spookachtig licht. Halverwege ritsel ik door een lange tak van onze dennenboom. Naast mij staat een verpleegkundige, die mij kalmerend toespreekt De dennenboom is er niet meer, de rest meen ik mij te herinneren. Het is een mooie ambulance, overal zijn glimmende dingen om aan te raken.daar is een speciale naam voor vertelt Margriet mij. Zij weet dat, zij heeft darvoor gestudeerd.

Iemand vertelt mij wat er tot aan dat moment te vertellen is, het woord herseninfarct herinner ik mij niet, de afkorting CVA kende ik nog niet.

We gaan naar de Gelderse Vallei, ziekenhuis in Ede, ik lig op een brancard, hoog boven de grond, tussen grijze pilaren die er niet echt hebben gestaan en dus projectie waren. Het mistte en miezerde een beetje. en , er ontsnapten wolkjes condens aan Margriets mond en die van Karen die bij een andere pilaar haar hoofd in haar sjaal verstopt. We passeren een balie en rijden een lange gang door.

 

Dit is nog maar het eerste ziekenhuis op de weg naar mijn revalidatie, .

Het waren drie zuilen. (Ik was eerder in het ziekenhuis geweest en op grond van die indrukken heb ik er drie zuilen laten ontstaan ) . Na mijn CVA bleken het er twee te zijn en geen draaideur uiteraard. Ook werd ik niet door de hoofdingang het ziekenhuis binnengereden. En ook die balie is projectie, opgeroepen door het woord ziekenhuis en eerdere bezoeken.

 

Als de brandweer het badkamerraam verwijdert- om mij met een hoogwerker naar de ambulance te kunnen vervoeren, vraagt Lief: Jullie zetten dat toch wel weer terug.

Ze blijft koel, handelt snel, en daarom ben ik nog in leven, als het aan mij had gelegen was ik nu dood geweest

Wat dat inhoudt beseffen we pas heel veel later. Veel is verdwenen, maar het trauma is gebleven.

Sirenes van ambulance of politie, roepen tranen en weemoed op. Daarvóór was alles anders.

 

In Ede vraagt Margriet: Waar ben je terecht gekomen? Weet je dat?

‘’Toch niet in Ede’’, schijn ik gezegd te hebben. Ik heb een grondige hekel aan Ede, altijd gehad.

 

Ik kom terecht op een strijkplank. Aan het voeteneind staan twee ziekenbroeders in vale stofjassen. Het schemert, er is niet meer dan wat stoffig licht.

Op mijn buik ligt een steen. ‘’ Is die die van jullie?”, vraag ik aan de broeders. Die zeggen niets, het is schemerdonker. Ze zeggen niets. Het doet denken aan televisie en bouwvakkers met cement.

       

Het spookt er

Waarom ben ik hier, en wat doet die steen op mijn buik?

Geen reactie, niemand vertelt mij wat. Er is een ding achter mijn hoofd en er is een deur aan mijn rechterkant. Daarvandaan komt geluid: stemmen, stappen, fluisteren. De deur staat open op een kier. Er wordt bewogen. Een rommelige choreografie. Ze lopen door elkaar, ze lopen nerveuze rondjes, ze overleggen zo te zien. Ze lopen heen en weer terug naar de deur. Er zijn ook witte jassen bij. Niemand zegt wat tegen mij, of ik versta niet wat ze zeggen.

Daarom pak ik de steen op om die naar de broeders te gooien. De steen zit vast aan mij en ik besef dat het mijn hand is. Het voelt als een pak suiker. Heel even gaat het licht aan, ik krijg een kommetje vla, dat net zo geel is als de wanden van het kamertje, hetzelfde soort kommetje hebben wij thuis ook. Het is een wit kommetje.

Achter de openkierende deur zie ik nog steeds mensen bewegen. Ze fluisteren. Het gaat over mij, denk ik, vermoed ik. Lief is er ook bij, zie ik, waarom is ze niet hier bij mij?

Er is een verpleegkundige bij ,ik zie een  witte jas, ze zegt iets en brengt mij een kommetje vla, zo’n kommetje hebben wij ook. Ik zie bekenden. Lief zie ik ook, ik herken haar, ook wordt er gepraat, zachtjes, over mij natuurlijk. Ze lopen rondjes als heksen  in een heksenritueel. Ik  kanze niet verstaan dat maakt het angstig.

 

Ik kots de vla uit.

Sorry, zeg ik, het is gênant

Kotsen is altijd gênant.

Er wordt wat gezegd, ik heb het te druk om te horen wat er gezegd wordt.

.

Dan word ik met strijkplank en al in een tunnel met lichtjes ingeschoven. Ze brengen mij weg op een bed door een gang met pijnlijk licht. Het kan ook een brancard zijn geweest, een bed is breder, Lief vertelt mij dat er iets heel ergs met mij aan de hand is, maar dat het wel goed zal komen. Ik kom op de IC, een klein zaaltje waar horrorachtig oranjegroen licht va

nuit een geopende deur naar buiten komt, ik ben bang voor aliens, hier zijn ze echt. Het sluit aan bij de fantasie die ik thuis in bed had afgerond, iets over aliens en de vernietiging van Ede: Close encounter. Links naast mij ligt een Molukse man, dat ik dat zo onthouden heb, zegt niets over die man. Aan zijn hoofdeinde staat een agent, die met hem praat over een verdwenen bromfiets en een schuur. Ik associeer het beeld van de brommer en de schuur met de schuur in Doetinchem waarachter Lief en ik stonden te vrijen, haar hand in mijn kruis en de vieze zakdoek daarna. Het herinnerde beeld in mijn hoofd berust op een waargebeurde werkelijkheden

 

de volgende dag

een gele dag

 

[zaterdag 22 oktober. Ede]

 

Ik herinner mij niets van deze dag. Het is een gele dag, waarom weet ik niet. Dagen hebben kleuren. Ede herinner ik mij als geel, het UMC als grijs en blauw, vooral de zondagen en met uitzondering van het prachtig lichte privacy gordijn: Ede is geel.

Ik lig in een grote ziekenzaal. Lief legt uit wat er aan de hand is en wat er allemaal gebeurd is. Ik word nauwgezet verzorgd en in de gaten gehouden. Slangen, dokters, Verpleegkundigen en formulieren. Mijn toestand wordt kritiek. Mijn rechter hersenhelft begint gevaarlijk te zwellen. Oedeem. Om te voorkomen dat de zwelling fataal zal zijn, moet er ruimte gecreëerd worden en daarom word ik zo snel mogelijk per ambulance naar het UMC gereden. Lief zit naast de chauffeur,” Normaal zou ik een praatje met u maken’’, zegt hij, “ maar nu moet ik zorgen dat we veilig en op tijd in Utrecht komen.” Ze scheuren met gillende sirene andere auto’s voorbij. Verkeersborden, weilanden, koeien. Andere auto’s gaan meteen opzij als de ambulance er aan komt.

De herinnering die ik van horen zeggen heb, vult zich aan met filmbeelden.

Karen en Nout volgen de ambulance.

Het zwaard van damocles:

 

UMC: Er moet snel gehandeld worden. Maar eerst moet er gekozen worden.

Artsen leggen Lief de mogelijkheden uit:

Ik moet geopereerd of met medicijnen behandeld worden. de vraag is wt snellr gaat, opererenof nmedicijnen, en hoe langer hrt duurt hoe groter de schadeopereren als methode is was nog in onderzoek.

Om in aanmerking te komen voor de optie opereren moest er toestemming gegeven worden om mee te doen aan een onderzoek. Nog steeds begrijp ik dit niet. Wat was er gebeurd als er verkeerd gekozen werd en ik in plaats van een operatie met medicijnen behandeld zou worden?

 

De operatieve ingreep maakte deel uit van een wetenschappelijk onderzoek.

Operatie, medicijnen of niks waren de opties. De operatie viel binnen een onderzoek naar de resultaten. Lief moet kiezen.

ZWEETKAMERTJE

 

Het kamertje waar de keus gemaakt wordt, wordt achteraf aangeduid als zweetkamertje, de spanning is er te snijden. Karen, Margriet en Lief overwegen alle kansen en mogelijkheden, Nout onttrekt zich aan de keuze omdat hij die verantwoordelijkheid niet dragen wil en kan.

 

Het onderzoek zal moeten uitwijzen welke handelswijze het beste resultaat zal opleveren. Het onderzoek heet: HA.M.LET. , waarmee niet verwezen wordt naar Shakespeare’s Zijn of niet zijn, hoewel achteraf door mij wel als zodanig beleefd. Het betekent niets existentieels. Het is een ingewikkelde afkorting voor een wetenschappelijk onderzoek, meer niet, (Hemicraniectomy after MCA infarction with life-threatening EdemaTrial). De horror van de keuze; dat maakt het wel degelijk existentieel.

De vraag was vooral: Hóe te zijn? Wat rest mij? Wat rest ons? en zal de gekozen ingreep op tijd zijn? Welke van de twee ingrepen werkt het snelst?

De arts maakt nadrukkelijk duidelijk, dat wat de keuze ook oplevert, hij verantwoordelijk blijft voor mijn leven, waarmee hij Lief geruststelt. Ik weet van niks en nu ik het weet, begrijp ik het nog niet.

 

Overleven zal ik, maar in welke kwaliteit moet blijken.

Hoe groot zal mijn handicap zijn?

Als ze niet opereren, zetten wij hem in de auto en scheur ik met hem naar België, daar opereren ze wél, zegt Nout.

Verstandig is dat niet, maar wel ontroerend. Zo is hij: actie. Maar Nout, zei Lief, zo zijn wij niet.onze kinderen en kleinkinderen zijn prachtig anders dan wij.

 

Er is een meta-analyse verricht van uitkomsten van patiënten jonger dan 60 jaar, die binnen 48 uur werden geïncludeerd. Er werden gegevens van 109 patiënten in de analyse opgenomen. 58 patiënten werden geopereerd en 51 conservatief behandeld. Na een jaar waren 36 patiënten (71%) overleden na de conservatieve en 12 (21%) na operatieve behandeling. Chirurgische decompressie bij ruimte innemend herseninfarct februari 2010 om 15:22 · Filed under Oorzaak & Gevolg

 

  1. Hofmeijer, J. van Gijn, L.J. Kappelle, H.B. van der Worp, G.J. Amelink en A. Algra

 

Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:2594-6

 

Random overleven

Lieve papa,

’Ik hoop dat ik het je goed kan uitleggen:Je lag eerst in Ede na je beroerte. Door de grootte van de beroerte zijn je hersenen gaan zwellen en was er geen plek in je schedel om daar voldoende ruimte aan te geven. Dat geeft klachten als je het niet behandelt en kan leiden tot de dood. Omdat je zo jong was en voorheen zo gezond, wilden ze alles op alles zetten om je te redd en. Daarom ben je met de ambulance naar het UMC gereden. Er was toen een nieuwe behandeling waarbij ze je schedel openleggen door de neurochirurg met het idee de druk te ontlasten. Echter die operatie was nieuw en experimenteel, dat wil zeggen dat ze niet wisten of de operatie werkte en wat de lange termijn gevolgen zijn ten opzichte van de standaardbehandeling met medicijnen. Die operatie werd daarom alleen uitgevoerd binnen het kader van wetenschappelijk onderzoek en daarbuiten helemaal niet. Dus: ze wilden mensen vergelijken met net zo’n grote beroerte en oede als jij ,die of een operatie kregen of medicijnen kregen.voor goed wetenschappelijk onderzoek moet dat random toegewezen worden. Dus evenveel patiënten de operatie en evenveel patiënten de medicijnen. Omdat we jou de kans wilden geven, hebben we meegedaan aan het onderzoek. Als we dat niet hadden gedaan had je sowieso geen operatie gekregen en was de kans groot dat je zou overlijden. Door deel te nemen aan het onderzoek had je 50% kans om die operatie te krijgen. Daar hebben wij toen voor gekozen omdat we hoopten dat je zou blijven leven en dat je zou kunnen gaan revalideren. Toen moest je dus loten voor de operatie of de medicijnen. Dat is dus de operatie geworden’’.

 Vraag me nog een keer als het niet duidelijk is.

Margriet.

Scheurkalender

‘’Weet de school er van dat ik hier lig?’’ En hoe lang gaat dit duren?

vraag ik mij af het is koud blauw licht en ik lig leeg en  weet van niets

Eerst vandaag maar eens.Ik was altijd goed in uitstel en afwachten. ‘’Heb je dit gezien’’ vraagt de verpleegkundige die dingen aan het doen is met mij en de slangetjes en draden die aan mij vast zitten. Opeens zie ik ook een kastje met lichtjes knopjes en slangetjes ziekenhuisdingen dat stelt gerust, ik benwr ik denkte zijn: er s ites mis met mij, ik ben ziek.an de optrekstang boven mijn hoofd hangt een scheurkalender, en in de triangel zit een aapje,het zijn signalen.

Als ik het vraag, wordt mij de kalender aangereikt door die vriendelijke verpleegkundige. Ze is fris en jong en waarschijnlijk draagt ze witteschoenen, als

Formulieren invullen doet ze ook, wat onhandig gaat, omdat ze verwikkeld raakt in gordijnstof.

Inmiddels weet ik dat er iets heel ergs met mij aan de hand is.

Als ik het vraag, wordt mij de kalender aangereikt door de vriendelijke verpleegkundige. Ze is fris en jong en waarschijnlijk draagt ze witte schoenen, ze draagt mooie waaraschijnlijk nieuwe gympen, ze staat op en syoel iets hoogs te doen.

In het ziekenhuis lijken alle verpleegkundigen op elkaar, deze ook maar anders.

ik probeer iets stoers met de optrekstang. Ik voel mij een onzeker jongetje in een groot bed’. ’s morgens of ‘s avonds |De verpleegkundige stopt mijn witte schone laken in, (ze lgtmijnhet hoofd zorgvuldig ondersteund), op het kussen haar hoofd dicht bij het mijne dat voelt vertrouwd dat is wat ik nodig heb,haar haar slierert eenb eetje over mijn voorhoofd. Ik besta. Nu weet ik wrt ik miste. Het is een behaaglijke behandeling als je .Kwetsbaar bent, en in de war, ze ruikt naar buiten en naar regen, geen lucht van sigaret. Of een niet bij hare passende parfum, een luchtje.Ze zorgt voor mij, behoedzaam, ze weet wie ik ben, zo voelt dat, ik ben een man en er is iets mis met mij, ze noemt mij u.

De dag is wit, zilverig en blauw. Een prettige stille koelte omringt mij. Ik herinner het als iets aangenaams maar besef dat dat niet hoort in een ziekenhuisbedmijn arm ligt naast mij, mijn vingers doen niet wat ik wil.Er is iets mis met min arm, mijn linkerarm, De andere doet het wel.

 

Mijn hoofd op een helder wit kussen veilig in een tent die beweegt omdat de verpleegkundige beweegt, roept een licht gevoel op zereikt naar boven  haakt er iets afen laat een kalender zien: gemaakt dioor uw dochters, meneer van der Werf. Ik blader maar dat  leest moeilijk

Om de Daarom scheur ik de blaadjes af, 1 voor1, zo snel als kan; met één hand is dat lastig, en daardoor scheur ik nogal lomp. Het dringt tot mij door dat ik alles met éen hand moet doen,maar het kan niet meer opnieuw,

Alles rafelt en kartelt; ik kom niet toe aan wat er te zien en te lezen is

.

, ik maak er een stapeltje van op het bed De gaatjes zijn uitgescheurd, ik krijg het touwtje er niet meer doorheen.

Het lukt de zuster niet om mij te helpen, het stapeltje schuift van de deken af.

Ik help zo wel met opruimen, zegt ze behulpzaam.We verzinnen er wel wat op.

Dat is niet gelukt, denk ik. Op éen dag na ben ik alle dagen kwijtgeraakt, en ook die ene dag is uiteindelijk zoekgeraakt.

Waarom die kalender er hangt, begrijp ik niet. Dat er veel tijd en liefde en verdriet ingestoken is,  weet ik niet. Ik weet niks.mar dat onderga ik zoals ik gewend ben mijn lichaam in siiortgelike omstandigheden te ondergaan, ook bij de tanfdarts gheb ik dat, maar niet in de liefde voor mijn CVA.

Direct na mijn operatie  hebben Karen en Margriet er’s nachts met haast en liefde aan gewerkt, om op te hangen voordat ik ontwaken zou. Het is bedoeld voor komende dagen, weken maanden, lange tijd. Zij weten meer dan ik.Mij kan het schelen, ik zie wel, typisch Marinus.

Utrecht zondag 23 oktober

 

[Het eerste blad; een fotokopie met kleine letters]

uitgeknipt en opgeplakt

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind, ·die in de bomen klimt
of uit de takken valt,

Hans Andreus

 

‘’Wanneer ik morgen’ ’ Ik ken het gedicht dat met deze regel begint. Bij de begrafenis van een 18jarige leerlinge (Marthe )werd het voorgelezen, de kist stond voor in de kerk medeleerlingen huilden, een familielid las voor: Wanneer ik morgen doodga’-er werd veel gehuild die week. Er waren kaarten knuffels en kaarsen, de hele school door. Het leek niet op te houden, de hele school stierf een beetje, maar ik ben niet dood, Dit betekent misschiendat ik op sterven lig, vermoed ik. Daarom lig ik hier met slangetjes aan mijn lijf gekoppeld in een helderwit ziekenhuisbed met een laken dat te licht is om knus te zijn. Een beetje dood misschien? Misschien moet ik wel geopereerd worden?

Het komt wel goed, denk ik want de zuster doet heel vanzelfsprekend allerlei dingen die op televisie in documentaires gezien heb. Alles is film dit hele gedoe met mij, wat moet ik hier mee? Stil liggen? Uitkijken voor de slangetjes.

 

Ik was er bijna geweest, legt ze voorzichtig uit, maar gelukkig bent u er nog. Ze roept de dokter, schuin achter de dokter staat een co-assistent, er eordt gefluisterd.

Waar is Lief? Er is iets, maar ik voel mij niet ziek. Ik voel mij licht maar vreemd, alsof ik in een hotel lig.Dat komt door de lakens en het licht.

 

De dokter stelt zich voor, en legt met zachte stem het een en ander uit,, hij tikt op mijn knieën, kietelt onder mijn voetzolen en schijnt met een klein lampje in mijn ogen. Dát alles is goed zegt de dokter, of die andere.

Hoe voelt u zich meneervan der Werf? Dat was kantje boord, beseft u dat?

Ik vraag iets waar hij nee’ op zegt’ en dat ze doen wat mogelijk is.

Dit is menens. Dit is erg. Alles houdt op. De dokter lult maar wat. ‘’ ‘’kantje boord’’, wat houdt dat in?

Waar is Lief?

Wat moet ik met die kalender?

En school?

Weten ze op school dat ik vandaag niet kom, nu niet en maandag niet. Of is het morgen dinsdag, net als vandaag? Dat komt vaker voor als je in hete ziekenhuis ligt.

Alle afgescheurde kalender blaadjes liggen op mijn deken. Ik probeer er een stapel van te maken maar dat lukt niet; dus word ik geholpen, Ze is leuk en jong, en draagt in haar verschijning iets mee van buiten.

Of ze niet naar de kerk moet?, vraag ik.

Om mijn bed heen hangt vanwege de privacy een gordijn met de kleur van spaghetti. Het heeft zulke kleine plooien dat het ook zo oogt,: Drogende spaghetti, handmade,

De slaaptenten in de bungalowtent van mijn ouders hadden dezelfde kleur. Dezelfde stof ook , denk ik.

ik sliep altijd in het linker compartiment met Piet

Jansje en Wilma sliepen in de rechter., Ritsen ritsten open en dicht, de stof wapperde. Mijn ouders deden een spelletje in de andere helft van de tent, de keukenhelft, ze mompelden en lachten zacht.

Er heerste vrede en vertrouwen.de essentiële dingen in mijn leven heb ik geleerd tijdens ons kamperen.

VDooral als het  stortregende en bliksemde voelde ik mij veilig en gelukkig.

Ze verdwijnt achter het gordijn, en de kier sluit. Ik heb inmiddels de eerste regel van het volgende gedicht al gelezen en vraag of ik haar dat gedicht voor mag lezen,

de intellectuele ijdeltuit: Kijk mij eens, ik ben niet zomaar een patiënt:

ik ben niet zomaar een doorsnee patiënt, Ik ben charmant en intelligent, laat dat duidelijk zijn; het soort zelfbewustzijn dat mijn herseninfarct overleefd heeft.

 

Sarcasme cynisme, ironie, daarin verschillen patiënten niet van docenten. Zelden zeggen ze de dingen zonder omweg.  Ik ben er oook zoéen

Zwarte humor en de neiging te behagen;Het is een vaardigheid om je als patient wat gunstiger te positioneren; jezelf mentaal  belazeren, om te compenseren wat je wilt maar niet meer kunt .ik ben goed in manipuleren geworden.

Eenheid willen maar scherven zijn, identiteit zijn in plaats van ziek:

ik laat mij niet kennen. Kijk mij! Wat je ziet is wie ik benikben de onverschrokken patient , ik lat mij niet kisten:Ik kan fietsen met losse handen; ik ben niet zielig, daar sta ik boven., dat is voor losers, niet voor mij ik ben intelectuul, ik lees poezie en thuis in musea k ben als de oude demente man die zegt: ik kan nog lezen zonder bril.’en roken zonder kanker.

Moet je niet naar de kerk toe, vraag ik,

Ik ga nooit naar de kerk antwoordt ze, wat voor mij een gemiste kans is( ik had beter kunnen vragen: zou je mij een gedicht voor willen lezen?),

Ze verdwijnt achter het gordijn en de kier sluit. Ik heb inmiddels de eerste regel van het volgende gedicht al gelezen en vraag of ik haar dat gedicht mag voorlezen,

de intellectuele ijdeltuit, Kijk mij eens, ik ben niet zomaar een patiënt.

Ik ben charmant en intelligent, laat dat duidelijk zijn; het soort zelfbewustzijn dat mijn herseninfarct overleefd heeft. Het waren mooie bedgordijnen: Mooie stof, kleur en veel soepel, kaarsrecht vallende plooien. Dat vertel ik haar

Mag ik je een gedicht voorlezen?vraag ik, ik zal haar verrassen, dit is misschien wel het mooiste gedicht dat ik ken.,, ik ben een ijdeltuit, typisch Marinus.

 

‘’Natuurlijk’’

 

Toen las ik februarizon

Februarizon

 

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open

 het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan

 arbeiders bouwen met aluinen handen aan

 een raamloos huis van trappen en piano’s.

 De populieren werpen met een schoolse nijging

 elkaar een bal vol vogelstemmen toe

 en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig

 helblauwe bloemen op helblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.

 Ik draag het donzen masker van

 de eerste lentewind.

[paul rodenko]

Ze vond het gedicht leuk, niet goed maar leuk, ze was jonng,, ze vroeg mij niet warom dit gedicht mij aansprsak, dat ws een gemis, het gedicht sporak haar aan. Ik ook misschien. Zelf was ik tevreden,; het flirten was begonnen.

 

Flirten met de toekomst.

 

Nieuwsbrief:

Degrootste druk en hectiek lijkt achter de rug.

Intussen is Marinus van bijna alle slangen af, alleen nog wat vocht via een infuus in zijn linkerarm. Hij ligt nu op de gewone neurologie verpleegafdeling in Utrecht. Op zijn hoofd nog de wond, met hechting waar ze de huid weer aan elkaar hebben gemaakt. Nu ook een tijdelijk blauw kapje (een langere termijn kapje is in de maak) dat zijn kwetsbare hoofd zal moeten gaan beschermen tijdens activeringspogingen. Hij eet zelf en praat veel. Hij is de meeste tijd heel helder, soms heel moe en emotioneel. Hij lijkt te weten wat er aan de hand is, dat zijn linkerkant het niet doet en dat fietsen later dus moeilijk zal gaan worden. Hij voelt zijn linkerhand ook helemaal niet. “Hij voelt zwaar aan” zegt hij. Wel geeft hij aan gevoel te hebben in zijn linkerteen. De neurologen zijn daar overigens ook vrij duidelijk in geweest: die arm die krijgt hij niet terug

 

 

Mijn hoofd op een helder wit kussen, veilig in een tent die beweegt omdat de verpleegkundige beweegt, roept een licht gevoel op.

Om descheur kalender makkelijker te lezen scheur ik de blaadjes af, 1voor 1, zo snel als kan, met één hand is dat lastig, en daardoor scheur ik nogal lomp.

Alles rafelt en kartelt, ik kom niet toe aan wat er te zien en te lezen is.

 

Ik maak er een stapeltje van op het bed. De gaatjes zijn uitgescheurd, ik krijg het touwtje er niet meer doorheen. Het lukt de zuster niet om mij te helpen, het stapeltje schuift van de deken af.

Ik help zo wel met opruimen, zegt ze behulpzaam. We verzinnen er wel wat op.

Dat is niet gelukt, denk ik. Op éen dag na ben ik alle dagen kwijtgeraakt, en ook die ene dag is uiteindelijk zoekgeraakt.

Waarom die kalender er hangt begrijp ik niet, dat er veel tijd en liefde en verdriet ingestoken is, weet ik niet. Ik weet niks.

Direct na mijn operatie hebben Karen en Margriet er’s nachts met haast en liefde aan gewerkt zodat ze hem konden ophangen voordat ik ontwaken zou. Het is bedoeld voor komende dagen, weken, maanden: lange tijd. Zij weten meer dan ik. Mij kan het niet schelen, ik zie wel.

 

Utrecht zondag 23 oktober

 

.

 

Er is iets.maar ik voel mij niet ziek. Ik voel mij licht maar vreemd, alsof ik in een hotel lig. Dat komt door de lakens en het licht.

Lief komt en legt het mij uit,’’ Er is iets heel ergs met je gebeurd Marien’’. veel van wat ze vertelt is te complex voor mij, hoe lang gaat dit duren?, ben ik ziek? Ga ik dood?

 

.

Dit is menens. Dit is erg. Alles houdt op. De dokter lult maar waten fluistert met de coassistent.

Waar is Lief?

Wat moet ik met die kalender?

En school?

Weten ze op school dat ik vandaag niet kom, nu niet en maandag niet of is het morgen dinsdag? en ben ik vrij?

De afgescheurde kalenderblaadjes liggen op mijn deken. Ik probeer er een stapel van te maken maar dat lukt niet, dus word ik geholpen. Ze is leuk en jong en draagt in haar verschijning iets mee van buiten, alsof ze uit Friesland komt.

Of ze niet naar de kerk moet?, vraag ik.

Om mijn bed heen hangt vanwege de privacy een gordijn met de kleur van spaghetti. Het heeft zulke kleine plooien dat het ook zo oogt: Drogende spaghetti, handmade.

De slaaptenten in de bungalowtent van mijn ouders hadden dezelfde kleur. Dezelfde stof ook , denk ik.

Ik sliep altijd in het linker compartiment met Piet. Jansje en Wilma sliepen in de rechter. Ritsen ritsten open en dicht, de stof wapperde. Mijn ouders deden een spelletje in de andere helft van de tent, de keukenhelft, ze mompelden en lachten zacht. Er heerste vrede en vertrouwen. De essentiële dingen in mijn leven heb ik geleerd tijdens ons kamperen, vooral als het stortregende en bliksemde, voelde ik mij veilig en gelukkigdankzij hen en het witte licht van de gaslamp.en het gerammel en gerommmel vanmijn moer

Ze verdwijnt achter het gordijn en de kier sluit. Ik heb inmiddels de eerste regel van het volgende gedicht al gelezen en vraag of ik haar dat gedicht mag voorlezen,

de intellectuele ijdeltuit, Kijk mij eens, ik ben niet zomaar een patiënt.

Ik ben charmant en intelligent, laat dat duidelijk zijn; het soort zelfbewustzijn dat mijn herseninfarct overleefd heeft. Het waren mooie bedgordijnen: Mooie stof, kleur en veel soepel, kaarsrecht vallende plooien.

Hoe  de zuster heette, weet ik niet,  Ze was lief, jong en leuk en daar gaat het om in ziekenhuizen,wel had ze haar haren keurig langs haar wangen gekamd. Het zou mooi zijn geweest als zij op de fiets was gekomenen,  koud van de wind  en naar binnen gewapperd was, zo zouden  verpleegkundigen aan je bed moeten verschijnen.

Ik denk van links naar rechts, van voor naar achter, van herinnering naar vergeten, in associatieve dwalingen of vertalingen. Deze herinnering is ten dele een constructie, de naratieve werkelijkheid, iets anders is er niet wat mij betreft.

Ergens tussen feit en fictie ligt het geheugen dat mij schrijven laat zoals ik besta. Ik denk te veel, dat ligt aan mijn brein,mijn DNA  mijn hormonen, aan die hele chemische constructie die Marinus heet, om te schrijven moet ik af en toe mijn denken stoppen envertellen, zoals vanods gedaan wordt om een leefwereld te construeren.in mijn geval het die wereld:Marinus Johannes van der Werf,10-11- 1953.typisch Marinus, altijd bewust van mijzelf.

“ Het was  kantje boord “, herhaalde de verpleegster, maar de operatie is geslaagd. Gelukkig bent u er nog. Ze heeft gelijk, vind ik,

Mijn overleden zus noemde mij Marien, en  toen ik heel klein was en step reed noemde ze mij Ientje, Hai Maríen.  zegt ze als we bellen. Ze zegt weinig over haar kanker als we bellen, dat is geen taboe, dat is kanker en dat wil ze zou houden, dat is geen reden om te bellen.de kanker is kanker, zelf wil zij Jansje zijn en geen kanker :Ze leest, ze gaat uit en geniet van wat ze kan met W. Dat is wat ik ook wil. ,als ik kanker heb.

Lief zegt dat ook als ik haar bel: Hai Marien.,

Ze lachte leuk.

Sarcasme, cynisme, ironie, daarin verschillen patiënten niet van docenten. Zelden zeggen ze de dingen zonder omweg. Collega kunstenaar W.  was daar heel goed in,cynisme hing als een boerka om hem heen hem in zijn ziel kijken lukte nooit. Hij was als Gerrit Komrij,:niet te dichtbij .’’ wat schiet je daarmee op?’’gaf hij als antwoord als je hem  vroeg naar zijn slopende ziekte.collega W. is gestorven.

Zwarte humor en de neiging te behagen. (niet zeuren. Het is een vaardigheid om je als patiënt wat gunstiger te positioneren; jezelf mentaal  belazeren om te compenseren  wat je wilt maar niet meer kunt. Ik ben goed in manipuleren geworden.

Eenheid willen, maar scherven zijn, identiteit zijn in plaats van ziek:

ik laat mij niet kennen. Kijk mij! Ik kan fietsen met losse handen, ik ben niet zielig, daar sta ik boven, dat is voor losers patiënten die klagen zijn zeurpieten, niemand wil een zeurpiet zijn.

Ik ben als de oude demente man die zegt: ik kan nog lezen zonder bril en roken zonder kanker.

.

“Ga maar lekker helpen knutselen aan je vader,’’ schijn ik vlak voor de operatie tegen Margriet gezegd te hebben. Margriet studeerde neuropsychologie. Ook schijnt het dat ik op het een of ander moment gezegd heb:

Ik wil op de wc zitten met een boekje.

 

Ik ben nogal spraakzaam.

Pas als ik niet praat, ben ik dood

Gelukkig ben ik niet afatisch, vind ik zelf.

 

Zaterdag 29 oktober

 

De grootste druk en hectiek lijkt achter de rug. Intussen is Marinus van bijna alle slangen af, alleen nog wat vocht via een infuus in zijn linkerarm. Hij ligt nu op de gewone neurologie verpleegafdeling in Utrecht. Op zijn hoofd nog de wond met hechting waar ze de huid weer aan elkaar hebben gemaakt. Nu ook een tijdelijk blauw kapje (een langetermijn kapje is in de maak) dat zalzijn kwetsbare hoofd moeten gaan beschermen tijdens activeringspogingen. Hij eet zelf en praat veel. Hij is de meeste tijd heel helder, soms heel moe en emotioneel. Hij lijkt te weten wat er aan de hand is, dat zijn linkerkant het niet doet en dat fietsen later dus moeilijk zal gaan worden. Hij voelt zijn linkerhandniet  helemaal n “Hij voelt zwaar aan,” zegt hij. Wel geeft hij aan gevoel te hebben in zijn linkerteen. De neurologen zijn daar overigens ook vrij duidelijk in geweest: die arm die krijgt hij niet terug, maar het been kan misschien wel steunfunctie krijgen. Vanaf maandag gaan ze met Marinus aan de slag. Om hem te leren zitten, om zijn aangedane kant te leren gebruiken, te leren omgaan met zijn handicap. Dat zulke ogenschijnlijk gemakkelijke dingen als praten en zitten je zoveel energie kan kosten, dat je weer opnieuw moet leren, is een maf idee., zo makkelijk is dat niet,.

 

Hij lijkt erg druk in zijn hoofd. Is veel moe,en associeert veel. “Was ik maar niet zo creatief, ” zei hij eergisteren, “ik word er zo  moe van”. Woorden, prikkels, gedachten: alles aaneengeregen. De gordijnen lijken op spaghetti met ogen erin die knipogen. Zijn verplegers Theo en Bram doe associeert hij met de bijbel, God Abraham en Theo .  Theo betekent `geschenk van God`theo Theodorus.(nieuwsbrief)

.

Het aapje in zijn optrek “triangel” doet hem denken denken  aan de lessen CKV Barok. Archtitectuur Fronton.(een voorbeeld) ;hij wil een boekje hebben over Rafael voor ‘’de Roomse Pit  ‘’de nieuwste Dan Brown. , (komt nog). (.. Maar tussen deze ogenschijnlijk grappige opmerkingen door, zijn er opmerkingen waaruit blijkt dat hij beseft dat hij erg ziek is, dat hij niet meer op zijn normale fiets zal rijden, dat zijn linker kant “problematisch” zal gaan worden. Hij is er nog lang niet. Alles zal met kleine stapjes moeten gaan. Die tijd moet  hem gegeven worden.

 

Algemeen:

*

Bezoek altijd in overleg:  bezoek is gewoon heel vermoeiend. Als er mensen op bezoek zouden willen komen dan eerst bellen naar Rita Voorlopig is Marinus echter nog te ziek om bezoek te ontvangen. Als hij wat meer opgeknapt is zullen we dat tezijnertijd  laten weten.

* Svp niet meer naar Heelsum bellen na 22.00.

* Als er bepaalde mailadressen ontbreken van mensen die graag op de hoogte gehouden zouden willen worden mail dit dan even door naar: (bijv. Mailadres van Gert Vreken en Hans de Boer?)

 

Met vriendelijke groet,

Karen, Rita en Margriet.

 

Margriet

 

2 november 2005

 

Beste mensen,

 

Als eerste willen we iedereen bedanken voor de aandacht en liefde. Voor de kaarten. De telefoontjes. Marinus “leest” elke middag de door ons meegebrachte kaarten en dat vindt hij geweldig,van mijn zus, Wilma kreeg ik volgens mij, elke dag een kaart.

 BOEK

 RABBIT IN YOUR HEADLIGHT

Het liggen begint

mijn

 

I’m a rabbit in your headlights

Scared of the spotlight

You don’t come to visit

I’m stuck in this bed

Thin rubber gloves

She laughs when she’s crying

She cries when she’s laughing

[ UNKLE en Tom York,

 Helaas ontbreken hier de clip en de muziek.]

 

30 tinten glas metaal en mist.

 

Het uitzicht waarvoor ik mij in het UMC op mijn linkerzij draaide bleef ongenadig grijs, dit keer mistte het,ksrakterloos grijs. ,mnar kantoormeunbelgrijs mist om een moord in te plegen En opeens realiseerde ik mij dat het herfst was. Karen zou binnenkort jarig zijn, vermoedde ik.

Op haar verjaardagsfeestjes jaren geleden scheen altijd de zon herinneren Lief en ik ieder jaar hetzelfde. Het vermoeden is onjuist, ze was al jarig geweest. Vóor mijn CVA al. Jammer, als vader had ik daar bij moeten zijn.

Met de verpleging omgaan vond ik niet moeilijk,.Zusters gaan en komen, af en toe een complimentje geven was voldoende om gezamenlijk even uit ons doen te zijn.ik hield ervan een beetje te flirten, als jongen deed ik dat nooit ;ze deden iets en gingen weer, ik probeerde weleens leuk te zijn, maar dat verstonden ze niet, omdat ik de verkeerde kant opkeek, en een stem  had die niet hoorbaar was.

Tegen bezoek ontvangen, ziekenbezoek, zag ik op: bezoekvrees. Lief deelde mee: woensdag komen die en die, en dan begon het : ik wilde geen bezoek, ik werd er zenuwachtig van,’’ wat nu weer?’’, weer niets nieuws te zeggen, ik begon op maandag te denken wat ik op woensdag zou kunnen zeggen, zodat alles nog grijzer werd.

Ziekenbezoek was te ernstig voor mij, bezoek dwong mij in een rol die ik niet vervullen kon: die van patiënt voor wie alles verveling en afwachten was. Op bezoek zijn in het ziekenhuis bij iemand die tamelijk recent een herseninfarct had, was serieus, dat gíng ergens over. Waarover?

Praten over mijn medische gedoe stond mij tegen,dat ik weer een infuus gehad had die dag, en hoe ik mij voelde, of ik tegen de toekomst opzag, wat er zoal gedaan werd, of ik al revalideerde, hoe lang het nog ging duren, of ik pijn had en mij verveelde? Het antwoord op al die vragen lag in bed en riep vreselijke vragen op. Ik maakte ongemerkt een grote fout: Ik was geen gastheer, ik hoefde geen bezoek te ontvangen, en koffie regelen hoefde ik niet, dat deden zijzelf of Lief, daar ging ze al, weg bij mij. Altijd druk met mij, ik had naar niets te bieden, ze bracht de koffie en ik zwei dank je wel.

Als Lief op bezoek kwam, probeerde ik een liefdevolle Marinus te zijn: Kijk mij, in de liefde ben ik nog dezelfde, ik probeerde, faalde en was diep ongelukkig: grijs, bagger. Als van haar gescheiden door aluminiumfolie. Grijs zoals ik mij het strand van Hoek van Holland herinner, strand waar zelfs de zee tegenop zag.

Godverdomme, daar is ze weer..

Hoe begin ik lief te hebben als kapotte man in bed? Hoe lang blijft ze nog hier? Ik heb haar niets te bieden, ik ben te weinig, ik schiet tekort, kapot en mislukt, vervreemd en vervreemdend. Ik moet een thuis zijn, en geen stoep die geveegd moet worden, omdat het herfst is. Herfst in Utrecht, dit ben ik niet Hier in Utrecht ben ik geboren en bijna dood gegaan, een obsederende Mulisch-achtige gedachte., niet meer dan een gedachte Zo ben ik nooit geweest voor haar, tenzij ik boos was, wat met regelmaat gebeurde omdat wij fysiek nogal eens niet spoorden wat liefde betrof. Lief zweeg dan, ze weigerde woorden die, te vaak gezegd, hun functie verloren hadden. Ze klonken, maar zeiden niets,. Dan vluchtte ik, fietste weg naar een plek waar ik verdwalen kon, of liep door modder tussen akkers of langs sloten. Zure, zwijgende, druilerige woede. Nu was ik zelfs niet boos, ik was een object, grijs als het grijs van Francis Bacon, een pratend hoofd. Kouros zonder waardigheid, een lelijk liggend lichaam: botten bekleed met een stugge leren huid, ik zei woorden. Ik lag er in bezit  van een lichaam dat ván mij was. Dat was mijn lichaam. Ik hád voorheen nooit een lichaam gehad, ik wás lichaam, ik sprong over greppels, klom in hoge bomen, vlaggenmasten, lantaarnpalen en masturbeerde. Aan de sprong over prikkeldraad heb ik een litteken overgehouden. Dat is lichaam zijn.de zi is meer dan een toefje slagroom naast het appelgebak. De ziel is totaal zijn: helemaal: heel.

Dit is waar ik niet aan terug wil denken:

30 tinten grijs, twintig tinten verdriet en eenzaamheid. Glas, motregen, metaal en neon, opzien tegen bezoek: bezoekvrees. , óverbewust, mijn lichaam ontbeerde iedere vorm van zinnelijkheid en aantrekkelijkheid. Zelfs het verlangen naar seks ontbrak, mijn grootste fysieke verlangen was de hand van Lief op mijn voorhoofd ‘of iemand die ongemerkt mijn tenen masseerde.ze had mij uit moetenklden enbovenop mij komenzitten, om mij te ontdooien ommij te bezielenm mt lichaam engeest, maar oinm ziekenhuizen laat jre dat.

Hoe is’t Marien, red je het nog? Ze streelt haar haar over mijn gezicht, natte haren, ze geeft een kusje een klein zuinig kusje, zo éen als mijn moeder placht te doen. Haar lippentegende mijne.

Een ziekenhuisbed is geen bed om te kussen., geen bed voor minnaars, onwennige minnaars het minnenen verleerd, er is teveel om te zorgen, teveeldat mis zou kunnen aan, ik ben breekbaar ren kwetsbaar geworden, darom lig ik hier altijd zorgvuldig ingepakt,een ziekenhuisbed is geen bed maar een stalling.

De vraag is goed niemand kan dat zeggen zoals zij, dus zeg ik zonder aarzelen: ‘’Ja! ‘’Ik rerd me wel’.ioik xzal wel moeten’’Ik moet, ik wil en ik zal’’, bedoel ik daarmee. Dat is een eerlijk antwoord, zij kent mij. Het is een kort en goed gesprek, alleen het kussen lukt niet. Meer dan een bezoekerskusje wordt het niet. Ik moet, ik wil en ik zal,maar het lukt niet ,hte is vergane glorie ik vertrouw op mijn brein dat mij altijd door grijze verwarde momenten heen heeft geholpen. Zelfs niet gelleerde proefwerken scoorde ik daarme voldoende. Vrijheid van geest, vindingrijk, creatief, humoristisch, goed in spieken,  dat wat mij in de klas op de been hield en mij schonk wat ik nodig had om met leerlingen  theater te maken: Maar mijn brein was niet meer volledig het  mijn ruïneuze brein moest opeens de last van mijn lichaam dragen en alle functies en taken daarvan coördineren. mijn gest is de mijne niet meer,hete is de moejheid als na een generale repetitie zoals die van Tommy, waar ik verdomme geen orde kon houden het ligt onder mij , op de vloerwaar pantoffels staan die ik nooit heb gedragen, als ik kon lopen zpou ik niet weten war naar toe.

Iemand zou mijn brein wakker moeten schoppen: Een baksteen door de grijze ruit, zoals Tommy de spiegel die hem gevangen hield aan scherven sloeg’:’

Tommy smash the mirror . Ik had mijn bed moeten verlaten dat zou mislukken als ik het zou proberen en dan zou ik straf krijgen en boos zijn op mijzelf omdat het was mislukt en ik het toch gedaan had.

Lief haalt een stoel bij een ander bed weg, schuift mijn nachtkastje aan de kant, niet bang het infuus te ontregelen, ook als de dienstdoende verpleegster binnenkomt. en komt dan naast mij zitten, ze prikkelt mij wakker met deze handeling. Ze klapt zelfs het hek omlaag en het lukt mij mijn hand op haar schoot te leggen, tussen haar dijen zoals toen wij jong wren en aarzelend.zelfs, maar het voelt niet vertrouwd, ik twijfel of ze mij wil op deze manier, er zijn anderen bij.

Lief kijkt mij aan en zoekt contact; Wat zal ik zeggen? Daarom beginnen wij met mededelingen.

Haar bezoek zou simpel moeten zijn, weet ik nu: Ik moet koffie drinken en mijn hand nog verder tussen haar dijen schuiven, en de herinnering ophalen, hoe ik in Doetinchem regelmatig bij haarachterop op de fiets zat met mijn handen zo diep mogelijk in haar broekzakken, en altijd regende het in Doetinchem. Prachtig was dat, en altijd zat haar spijkerbroek strak rond haar moiste lichaamsdelen, haar dijen haar kuiten, haar billen,

Je raadt niet van wie deze kaart is?

Dag Lief, kom eens hier, , ik wil met je neuken,had ik moeten zeggen,besef ik nu. Maar ik heb te weinig Wolkers gelezen toen ik jong was. En dan?

Een klunzige kus, als was het de eerste, zoals toen tegen de dennenboom in Den Dolder:- ik wist van niks toen;

Zachte lippen, harde tanden, lippen onbewogen tegen elkaar.tyussen ons dat vedomde beghek om niet uit bed te vallen.

Ik was vergeten hoe ze rook, haar hals rook anders, haar lippen voelden onherkenbaar.

Haar vertrouwde geur was achtergebleven in Heelsum

Goed dat je er bent.

Weer zo’n klotereis? Ik zei het stoer om man te zijn,kerel met een malle pyjamabroek achter een hekwerk.

Een paar minuten vertraging in Arnhem, meer niet.

Rotreis.

Maar ze is er weer.

Ze houdt van mij, of is het plicht?

Zal ik vragen of ze naast mij in bed komt liggen, heel even maar

Nee, zo is ze niet.

Hoe is het nu met je?

Goed hoor; Beetje vreemd nog steeds,niet goed of slecht maar vreemd ik kan maar niet wennen aan dat rare ding dat naast mij in bed ligt, die hand, met die spastische heksenvingers. Dun en knokig. En hard.

Dat kan ik mij voorstellen

Dat kan ze

Dat zie ik en dat weet ik., dat is liefde maar  daar was ik mij toen niet bewust van toen nog niet, dat was zo burgerlijk.  oppervlakkig .ik wilde vuurwerk ik wilde die baksteen door spiegel.ik wilde wat zelden goed ging.

Ze masseert mijn vingers, éen voor éen, ze voelen ontspannen. Ook de rest ontspant zich. Mijnlichaam neemt hier genoegen mee,, mijn brein kantelt zich, ik draai mij op mijn andere zijde.Godverdomme wat duurt dit lang, gaat er nog watgebeuren?I k zwijg. Ik vraag haar te gaan staan, leg mijn hoofd tegen haar buik en val samen met tijdplaats en , situatie en haar: het is goed zo, zeg ik. We zijn er. Liefde is samenvallen in plaats en tijd. Voor even zonder grenzen zijn. osmose Ik schuif mijn hand in haar decolleté, ook dat voelt anders, vochtig, kippenvel, buiten: regen en mist.

Moet je huilen? , vraagt ze.

Als ze dat zegt, wil ik huilen, maar huilen in bed heb ik nooit gedaan, op de keren na dat mijn moeder naast mij op mijn bed kwam zitten om goed te maken wat ze in een driftbui ten koste van mij had fout gedaan; dan knuffelde ze en huilde ik. Als je kind bent, mag dat.

Sorry, zeg ik, zoals ik altijd zeg als ik het huilen niet kan laten.

Ik ga koffie halen, zegt Lief, altijd als ze er is is er iets dat ze doen gaat Ze gaat een gang in, een ruimte binnen en komt terug met koffie. Twee kartonnetjes in elkaar zodat ik mijn vingers niet verbranden zal; ze weet overal feilloos overal de gratis koffie te vinden.

‘’Ik houd van je Marien’’. Ik geloof haar, dat komt door de koffie die met zijn nuchterheid onze woorden waar laat zijn. Om als patiënt te overleven, moet je niet bang zijn bemoederd te worden, weet ik nu. Geen passie, geen bloed zweet en sperma, gewoon koffie en natte haren, omdat ze van buiten komt

Lief pelt wat chocola uit de staafjes Merci die het bezoek mij gegeven had, ook de verpleegster krijgt er een. Als patient chocala krijgen om te eten en uit te delen, is een mooie vporm van ziekenbezoek, bloemen deprimeren.kaarten vallen om We lachen en zeggen idiote dingen over alles: of god nog bij mij geslapen had die nacht, dat was een discussie waard. Als er iemand stil ligt is het God wel, thuis sliep ik apart omdat ik heftig snurkte, onverdraaglijk.Of god zou snurken en of hij ewel eens dacht aan seks, onze seks bijvoorbeeld, dat kleine beetje.

Ik knoei niet met de koffie.

‘’Hobbes, de poes, drentelt de hele dag om mij heen, ze wil aandacht’’, zegt Lief. Ze weet dat er wat aan de hand is, met jou en met mij. Dat geloof ik niet, dat is wat honden doen- Poes Hobbes doet zoiets niet, die drentelt om eten te krijgen, die doet niet aan medeleven, poezen gaan op bezoek om eten te krijgen. Ik wil dat Hobbes mij kopjes komt geven en likjes met haar stroeve roze tongetje.

Het regent nog steeds.

Sorry, dat ik te laat was.

Hoe zo te laat? Je bent er.

Weet je wie er gebeld heeft, vraagt ze.

Natuurlijk weet ik dat niet. Waarom zegt ze niet gewoon wie er gebeld heeft? Ergernis ligt voortdurend op de loer. Zurig en zeurderig. Ze ís er godverdomme! Wees goed voor haar zoals zij voor jou. Ik doe mijn best om te doen wat niet lukt

NEARLY HEADLESS NICK

 

Zijnsverwarring

Ik lig in bed en krijg bezoek. Dat staat aan het voeteneind en zegt dat ik er nog best goed uitzie, en dat ik blij msag zjin dat het gelukkig zo het goed afgelopen is. Ik zwijg.hete zijn mensen die eengesprek willen over wat met mij gebeurd is. Een herseninfarct:, een beroerte, zeggen ze, dat klinkt als griep waar jre misselijk van bent ht is geen griep ggriep,misselijk en koorts,  ik ben kapot stof en as, grijs als mist en metaal als dat van mijn bedhek .nu weet ik het. Ik heb geen zin in zo’n gesprek, dat duurt altijd zo lang op zo’n nare toon, elk woord lijkt even belangrijk, verpakt in wolkjes adem en zuchten.Ik wil dat ze weggaan en ik mij kan vervelen als zieke zoals ik dat wil: Plat liggen, niemand aan te hoeven kijken.

 

Altijd op mijn hoede en goede bedoelingen als bedreigend ervaren.

medelevenzodat ikwilde niet niet aardig hoefd zijn omdat zij er waren, niet meedoenin hun medeleven ik had mensen nodig die mijn, er lag teveel ego in bed, ik kon er zelf nauwelijks naast

Ik verlangde contact met de wereld buiten mijn ingekaderde ego,ik  wilde weten of het regende, of het koud was ik wilde niet langer een inwendig zelfportret zijn; de man het de holte in zijn schedel: Nearly Headless Nick, de huisgeest uit Harry Potter deel; 1, de geest van een verleden war ikin thuis was.Deel 1, ik wilde dat mijn geest weer lichaam was en mijn lichaam weer geest, , deel 2,weer typisch Marinuszijndat wat niet te zeggen wwas fantaseren.lichaam geest de onverbrekelijke twee-eenheid voor wie leeft, en niet dat halvegare quasi dood zijn, opgebaard in een ongastvrij ziekenhuisbed, wachtend op de prins, die ik bij een eventuele komst waarschijnlijk niet herkennen zou.Voor en goed gesprek moest je je bed uitstappen.tegen sluitingstijd.

Lief kwam, kuste mijn voorhoofd, legde haar hand op mijn voorhoofd, naast mijn verband,dan  ikoelde ik af Als de nepsneeuw in een doorzichtig glazen stolpje daalde viel de onrust dwarrelend neer. Mijn voorhoofd is de toegang voor wie mij bereiken wil, ik leg mij neer als tapijt om binnen te komen: rust, welkom, uitgeprikkeld, licht.

SKYLINE

amorf duo

 

Vanaf een bepaald moment stond mijn bed met de rechterkant tegen de grote ramen. Er stond een tafeltje waarop wat gestaag stervende bloemen die in vaasachtige objecten overeind werden gehouden en steeds meer boeken op stapels: poëzie met beterschaps kaarten tussen pagina’s. En ook steeds meer boeken die ik niet las.

Achter het raam begon Utrecht, de rest van Utrecht, en naar ik vermoedde, lag daar het deel van Utrecht waar ik geboren was en gewoond had als kind, zoon van de dominee met Piet, mijn broer, en Jansje, mijn zus. Alle drie hadden wij krullen Jansjre haeen woeste bos donkere krullen.

Maar wat ik werkelijk zagvanuit mijn bed, was de voorkant van een werkplaats en garage met rolluik,. Daar bovenuit zag ik daken, stadsdaken, en antennes: Oplichtend grijs,Hollands grijs zoal Malewitsj en Piet Mondriaan schilderen konden, en Willink in zijn beste werk:autonoom grijs met de suggestie van activiteit, dat wat staat te gebeuren, schaduwvlekken en masten. Vanuit mijn bed keek ik, als ik mij oprichtte mijzelf naar buiten de stad in,  zoals ik op mijn middelbare school deed, het menselijke vermogen te zijn waar je fysiek niet bent, maar misschien kon Poes Hobbes dat ook als hij vanaf de grond op het tafeltje met wijnglazen sprong.

 

Het miezerde buiten, binnen ook: condens en lamlendigheid en de bezoekgeluiden bij andere bedden Als altijd dacht ik mijzelf naar de plekken waar ik fysiek niet komen kon: en ontstonden werkelijkheden die pijnlijk onbetrouwbaar bleken plaatsbepaling, waarneming en geheugen. Verloren fundament en samenhang.  dat kwam door dat raam ,  mijn dominante rechterhersenhelft en de ligging op mijn linkerzij..Iik lag virtueel meer binnen dan buiten de grijze lucht buiten was hetzelfde als die binnen. Ik was blij met elke voorbijvliegende vogel. Ik zag zelfs toen ik rechtop zat, twee mannen met een metalen rolluik passeren.ze keken naar het rolluik, bleven  staan en ik stelde mij voor wat er zich in die obscure ruimte bevond:  die twee mannen de ruimte achter het rolluik binnen, ook dat was film.(Quentin Tarantino Reservoir dogs en woorden  woren overtuigende werkelikheden.

Huizen waar je afhankelijk bent van verpleging of andere zorg, onthouden je meestal het zicht op een vitale samenleving: UIit angst voor onrustig makende prikkels. je ziet bomen, struiken, verte (‘en dat wat mensen een ‘’prachtig uitzicht’’ noemen. Beter kunnen ze bushaltes, rotondes en kruispunten als uitzicht .Onrust houdt je wakker, en dat hoort niet.De geestloze visies in ziekenhuizen en woonvormen, maar .Er is niets zo erg als prikkelarm de dag doorbrengen: leven zonderde erotiek van het zintuigelijke.

Ik kon een reepje stoep zien, als ik goed in de kussens gezet was, anders viel ik om. Er waren wat injecties, bloeddrukmetingen en een groepje verpleegsters in opleiding dat zich in de wigwam van mijn bedgordijnen bemoeide met mijn infuus. in groeps,verband: Leuke, goed opgeleide meiden met een feilloze priktechniek, Een goed infuus ondergaan is een aangenaam moment van een ziekenhuisdag als je meekijkt en meebeleeft wat gebeurt , net als een goed gezette injectie, dat was een kale eerlijk fysieke pijn, de bevestihing van bloed brein en  zintuigen: hartslagcontrole gewassen worden: je eigen ziekenhuisdocumentaire zijn, beter dan bezoekvrees of zijnsverwarring. anders .

Hoe is het met je?

Naar omstandigheden redelijk slecht, zei ik.

Weer een gemiste kans. Weer een grap, weer geen contact. Je hoeft niet altijd grappen te maken zegt Lief regelmatig dus probeer ik dat te laten  als ik weer een grap voel  aankomen: ‘’ Je hoeft niet altijd bijdehand te zijn “ , zeg ik dan pedant tegen mijzelf. Zonder bijdehand te zijn, vinden ze je ook wel leuk,’ zo spreek ik dan tegen mijzelf, soms helpt dat.

Het uitzicht waarvoor ik mij in het UMC op mijn linkerzij draaide bleef ongenadig grijs, dit keer mistte het, en opeens realiseerde ik mij dat het herfst was. Oktober. Karen is binnen kort jarig, vermoedde ik. Op haar verjaardagsfeestjes jaren geleden scheen altijd de zon herinneren Lief en ik ieder jaar hetzelfde. Het vermoeden is onjuist, ze was al jarig geweest. Vóor mijn CVA al. Jammer, als vader had ik daar bij moeten zijn, maar misschien was ik er wel bij met Lief, ik zal het haar vragen, zij weet dat soort dingen wel.

Met de verpleging omgaan vond ik niet moeilijk, zusters gaan en komen, af en toe een complimentje geven was voldoende om gezamenlijk even uit ons doen te zijn. Ik hield ervan een beetje te flirten, als jongen deed ik dat nooit ,hoe leuk dat is weet ik nu. Ze deden iets en gingen weer, aan niets was merkbaar dat ze mij bijzonder vonden, dat was professioneel.

lk probeerde weleens leuk te zijn, maar dat verstonden ze niet, omdat ik de verkeerde kant opkeek, en een stem  had die niet hoorbaar was.

Tegen bezoek ontvangen, ziekenbezoek, zag ik op: bezoekvrees. Lief deelde mee: ‘’woensdag komen die en die’’, en dan begon het : ik wilde geen bezoek, ik werd er zenuwachtig van,’’ wat nu weer?’’, weer niets nieuws te alles zeggen, ik begon op maandag te denken wat ik op woensdag zou kunnen zeggen, zodat nog grijzer werd.

Volle zekerheid.

UMC, oktober 2005Hier in Utrecht ben ik geboren. Dit is de plek waar ik het licht zagachter de daken van een klein bedrijfje.. Het grijze Hollandse licht licht,de kleur van hersenletsel. De poëzie van pijn en poging toen scheen misschien de zonwarschijnlijk wel,ik ken mijn moeder voornamelijk als een moeder in zonlicht Het zou een bijzondere dag worden, wist ik, zo zaten wij samen vaak op haar balkon, pratend over het voorbije, zij mijn moeder en haar grote liefde:  Henk. Toen was ik nog oké, mijn moeder liep met rollator of stok,Toen  iliep ik  nog met klinkende hakken de betonnen trap op naar haar deur, dat liever dan de lift.

Ik keek door het raam naar buiten, alles oogde grijs, en ergens voorbij de lage flats moest de Stadhouderlaan zijn waar ik gewoond had

Ik keek naar buiten en dacht na over het ziekenhuis waar ik geboren ben. Dit ziekenhuis,deze plek wist ik. Toen heette  het Sint-Elisabethgasthuis en was het een  neo-renaissancistisch gebouw met hoge smalle ramen en een  wijds verdeelde hoeveelheid torentjes.en suggestisch ervan, een gebuw met status H et leek op het Sint-Elisabethgasthuis in Arnhem waar Margriet geboren was; niet ver naast de school ,waar ik mijn beste jaren als docent en theatermaker heb gewerkt stond ook zo’n ziekenhuis.

Eigenaardig, dat ik hier terecht ben gekomen., constateerde ik.in verlorenheid zoek je samenhang. Utrecht off all places. Mijn moeder zou vanmiddag komen. Het zou een bijzondere dag worden, wist ik met volle zekerheid.

IVanmiddag zou mijn moeder op visite komen. Wachten duurde lang De tijd was van beton, er zat geen beweging in, duwen hielp niet.en fdenken leidde tot niets, dagen fingren voorbij en de tikjd verstreek aals fitsen door Noord Duitsland. k las in de poëziebloemlezing dieMajan Peelen mij geleend had er mee bedoelde deed niet ter zake, gedichen die zich konden redden zonder docent,en proefwerk. Zoals het gedicht van de vrouw die een auto instapt. Vanuit mijn bed stond ik  buiten en keek ernaar, die vrouw, die auto, Er was niets in de tekst dat haar of de auto beschreef. Het was een aantrekkelijke vrouw ze droeg eenwitte jurk en pumps, witte ,Ze deed mij ergens aan denken.’’Fire , muziek een clip bij sentimentele muziek  van Bruce Springsteen, die ik op school bij CKV gebruikte bij het leren kijken enkik dednk dat zij lief was, schaduw en echo ,Rita,  ik wachtte op haar, zij reed naar mijn bed en stapte uit,dat was geen waan , dat waren assoiciatieses.en de werkelijkheid daarvan,werkelijkheid van de verbeelding, de gevaarlijke vderbeelding the clash of reality’s

De volgende dag las ik de tekst opnieuw Associaties. Werkelijkheid van de verbeelding., de gevaarlijke verbeelding .

Zelfde parkeerplek, zelfde gedicht. Het was geen gedicht van Campert, het had een gedicht van mijzelf kunnen zijn, of van Campert.in de jaren voor mijn CVA probeerde.

.

Dit wist ik met volle zekerheid: De gordijnen zouden opengaan en ik zou dit bed verlaten.

 

, alles als oké, in de kinderwagen herboren naar huis. Stadhouderlaan Utrecht

 

 

Mijn moeder zou vanmiddag komen, ht zou een bijzonderre dag worden.

.

Als mijn moeder mij zou zien en een moederlijke kus gaf ,zou ik van vooraf aan beginnen, dat kon niet anders,vanwege de symmetrie.

Het zou weergeboorte zijn, een woord dat mijn vader in de kerk gebruikte: Je oude leven aflegggen, een nieuw leven beginnen, geheeld door de Heiland, gewassen in het bloed van het Lam,

Zo’n gekke gedachte was dat  niet. Aan ritueel slachten dacht ik toen nog niet.

Dat ik hier lag was niets anders dan een pauze. Straks zou ik ik gewoon verder aan  met waar ik gebleven was, in de kinderwagen naar huis,net als toen ik mijn leven begon, dit leven. Utrecht, mijn ouderlijk huis.

,. Dat maakte ik mijzelf niet wijs.

Dat wist ik. Dat was zo.

Het zou middag worden, mijn moeder zou komen, ik zou geboren word en en in de kinderwagen naar de stadhouderslaan gereden eworen door mijn vaderof mijn zus.alles klopte .

Alles in mij wist  dat, en wie wete hoeft geen bewijs.

Mijn benen, mijn klamme hand, mijn hoekige hoofd. Ik moest naar buiten, naar de Stadhouderlaan. in een kinderwagen.dit leven wilde weer beginnen

Dat moest wel, het was te ver voor mij om te lopen.

Zo ongeveer zou het gebeuren

’s morgens kwam  de zon op waterig wit in grijs, ‘s avonds ging hij onder, zo zou het gebeuren.Met God had dat niets te maken. Mijn moeder zou voldoende zijn.ik zal opstaan en meegaan waar ze gaat

Ik zag de tijd verstrijken in roerloze grijze luchten:

De deur uit, tussen de bomen door. Het was een mooie laan wist ik: Herfstige bomen, en aan het einde van de laan was een park ik had het in september nog op Google maps gezien.

Welke dag dat was in 1953, wist ik niet. Hoe oud ik was die dag in het UMC wist ik ook niet. Dat ik geen baby was wist ik, Maar dat deed niet ter zake op een dag als deze. Dit zou een bijzondere dag worden. alles zou goed komen, morgen zou ik wakker worden op de Stadhouderslaan, waar ik woonde met Jansje mijn zus, die kanker had maar dan niet meer. mijn moeder, zou weer jong zijn .

Jansjee had prachtige krullen zo was ze ook, ze ws zoals haar krullen.

Er klopte iets niet,wist ik, maar als je twijfelt, moet je des te harder geloven dat het moet kloppen, had ik geleerd en ervaren. Dus stapelde ik bewijs op bewijs, en inderdaad, alles klopte, als je wilt klopt alles.

Het was niet meer dan een kwestie van tijd.

’s Morgens begon het ondraagbare wachten. Ik las voor dzolderkamer

keer het dunne poëziebundeltje van Gerrit Kouwenaar De sterfelijkheid houdt aan, waarvan ik de titel als een mantra hlas en herlas, en wachtte op de mij voorzegde komst van mijn moeder. Die middag zou ze komen, mijn moeder.Ongeveer 5 jaar geleden was ik  geboren in in dit ziekenhuis, dat toen nog niet zo modern was als nu. En nu zou dat zich kunnen  herhalen. Alles van voren af aan.

Ik dacht er verder niet over na, mijn verstand voegde zich kritiekloos naar mijn wens.ik legde mij apathisch bij neer. Sentimenteel was ik  niet. Daar was ik te rationeel voor Mijn moeder zou toch komen? vraag ik aan de verpleegkundige,die mij een banaan en een  kaart komt brengen.

t : Dat is wel de bedoeling.

Ze zegt niet ja of nee, ze zegt, dat is wel de bedoeling.

 

Dat is verwarrend, wat bedoelt ze daarmee? Ik twijfel.

, maar mijn verstand wint het van de twijfel:

Alles komt goed komt zodra mijn moeder zich ontfermt over mij.

.

Sentimentaliteit vertrouw ik niet. Sentiment doet je leugens geloven.

Ook zou ik niet huilen als mijn moeder kwam.

 

Ik zou mijn bed uitkomen en naar huis gaan. Per kinderwagen zo ver was het niet mijn vader zou duwen mijn zus zou meehuppelen met ons.

brein was niet in staat tot logica, Het woord Utrecht domineerde mijn denken en waarnemen.  Ik ik wíst met absolute zekerheid   dat het goed zou komen ,Ik wíst dat het goed zou komen, dat behoefde geen uitleg een geloof.

Utrecht, het woord wonvan dewerkelijkheid, weet ik nu.

Her was ik geboren, en mijn moeder leefde nog.

Het is zo eenvoudig, Het sleutelwoord is Utrecht, Het woord dat alles wat ontbonden is verbindt, net als de naam Marinus.

Hier in dit bed zal ik weer geboren worden .e deur gaat open, ik ga mte mijn moeder en zus naar buiten: ik ben er weer. Ik, helemaal als vanzelf

 

Er klopte iets niet, wist ik, maar als je twijfelt, moet je des te harder geloven dat het moet kloppen, had ik geleerd en ervarenals kind van God, en zoon van mijn vader. Dus stapelde ik bewijs op bewijs, en inderdaad, alles klopte.

Het was niet meer dan een kwestie van tijd. ’s Morgens begon het ondraagbare wachten. Ik las voor de zoveelste keer het dunne poëziebundeltje van Gerrit Kouwenaar De sterfelijkheid houdt aan, waarvan ik de titel als een mantra herlas en herlas en wachtte op de mij voorzegde komst van mijn moeder. Die middag zou ze komen, mijn moeder.Ongeveer 5 jaar geleden was ik  geboren in  in dit ziekenhuis, dat toen nog niet zo modern was als nu. En nu zou dat zich kunnen  herhalen. alles van voren af aan.

Ik dacht er verder niet over na, mijn verstand voegde zich kritiekloos naar mijn wens.ik legde mij e rapathisch bij neer. Sentimenteel was ik niet. Daar was ik te rationeel voor’’ Mijn moeder zou toch komen?’’ vraag ik aan de verpleegkundige,die mij een banaan en een  kaart komt brengen.

t : Dat is wel de bedoeling.

Ze zegt niet ja of nee, ze zegt: Dat is wel de bedoeling

Dat is verwarrend, wat bedoelt ze daarmee? Ik twijfel.

, maar mijn verstand wint het van de twijfel:

Alles komt goed komt zodra mijn moeder zich ontfermt over mij.

.

Sentimentaliteit vertrouw ik niet. Sentiment doet je leugens geloven.

Ook zou ik niet huilen als mijn moeder kwam. Op de begrafenis van mijn vader zi mijn moeder tegen Lief: ‘’we gaan niet huilen’’, ik begrijp wat ze bedoelde, Lief niet.

 

Ik zou mijn bed uitkomen en naar huis gaan. Per kinderwagen, zo ver was het niet.Mijn vader zou duwen mijn zus zou meehuppelen met ons.

Mijnbrei was niet in staat tot logica, Het woord Utrecht domineerde mijn denken en waarnemen. Ik ik wíst met absolute zekerheid   dat het goed zou komen, Ik wíst dat het goed zou komen, dat behoefde geen uitleg en geloof.

Utrecht, het woord won van werkelijkheid, weet ik nu.

Hir was ik geboren, en mijn moeder leefde nog.

Het is zo eenvoudig, Het sleutewoord is Utrecht, Het woord dat alles wat ontbonden is verbindt, net als de naam Marinus.

Hier in dit bed.. zal ik weer geboren worden

In 1953 beviel ik thuis. Niet in dit ziekenhuis,

De herinneringen aan het UMC zijn onthullend en aldus gebleven: de vlakte zonder gebeurtenis, en dat wat er gebeurde of had kunnen gebeuren liet ik apathisch voorbijgaan. Ik wist niet dat ik zoveel minder voorstelde dan ik meende te zijn. Op de grijze vlakte van mijn ziekbed, grijs als de bodem van een asbak in een stinkende rokersruimte heb ik de filosofie ontmoet die ik later leerde kennen in het denken en schrijven van de filosofen. De complexiteit van de werkelijkheid, de geest, de vrijheid, de sociale verantwoordelijkheid die bestaat uit zuivere waarneming, beslissingen en keuzes. Ik las en ontdekte wat mijn hersenletsel mij geleerd had: de complexiteit van de persoonlijkheid als bewoner van de geleefde werkelijkheid. Een belanrijk deel van mijn persoonlijkheid bestaat uit herinneringen,vaak religieuze.ht baptismeen die aan mijn leraarschap enmakre van  theater z mijn kinderen ,mijn Lief en mijn ouders, die herinneringen zijn werkelijkheid en functioneren ook. Vanaf mijn CVA ontstaan er nieuwe herinneringen.

 

Ziekenbezoek was te ernstig voor mij, bezoek dwong mij in een rol die ik niet vervullen kon: die van patiënt voor wie alles verveling en afwachten was. Op bezoek zijn in het ziekenhuis, bij iemand die tamelijk recent een herseninfarct had, was serieus, dat gíng ergens over. Waarover? Praten over mijn medische gedoe stond mij tegen,dat ik weer een infuus gehad had die dag, en hoe ik mij voelde, of ik tegen de toekomst opzag, wat er zoal gedaan werd,en hoe deen dokter of verpleegkundigemij verkeerd had toegesroken,  of ik al revalideerde, hoe lang het nog ging duren, of ik pijn had en mij verveelde? Het antwoord op al die vragen lag in bed en riep vreselijke vragen op. Ik maakte ongemerkt een grote fout: Ik was geen gastheer, ik hoefde geen bezoek te ontvangen, en koffie regelen hoefde ik niet, dat deden zijzelf of Lief, daar ging ze al, weg bij mij. Altijd druk met mij, ik had naar niets te bieden, ze bracht de koffie en ik zei dank je wel.Dit was war ik dagelijks tegen opzag, de wakkere dood. Zombie in de verkeerde film.

Als Lief op bezoek kwam, probeerde ik een liefdevolle Marinus te zijn: Kijk mij, in de liefde ben ik nog dezelfde, ik probeerde, faalde en was diep ongelukkig: grijs, bagger slib, als van haar gescheiden door aluminiumfolie. Grijs zoals ik mij het strand van Hoek van Holland herinner, strand waar zelfs de zee tegenop zag.

Godverdomme, daar is ze weer..

Ik hoop niet dat mijn kleinkinderen dit lezen. Dit is geen taalgebruik dat ik goed voor ze vind. Ik verbaas mij over mijzelf dat ik dit vloeken toesta, maar het zijn de hamerslagen waarmee ik mijzelf tot een nieuwe orde roep: Mijn orde: typisch Marinus, een vervolg van wie ik was, anders, maar met dezelfde naam ,ook dat is liefde

Hoe begin ik lief te hebben als kapotte man in bed? Hoe lang blijft ze nog hier? Ik heb haar niets te bieden, ik ben te weinig, ik schiet tekort, kapot en mislukt, vervreemd en vervreemdend. Ik moet een thuis zijn, en geen stoep die geveegd moet worden, omdat het herfst is. Herfst in Utrecht, dit ben ik niet ,hier in Utrecht ben ik geboren en bijna dood gegaan, een obsederende Mulisch-achtige gedachte., niet meer dan een gedachte Zo ben ik nooit geweest voor haar, tenzij ik boos was, wat met regelmaat gebeurde omdat wij fysiek nogal eens niet spoorden wat liefde betrof. Lief zweeg dan, ze weigerde woorden die, te vaak gezegd, hun functie verloren hadden. Ze klonken, maar zeiden niets,. Dan vluchtte ik, fietste weg naar een plek waar ik verdwalen kon, of liep door modder tussen akkers of langs sloten. Zure, zwijgende, druilerige woede. Nu was ik zelfs niet boos, ik was een object, grijs als het grijs van Francis Bacon,de lijken van Lucian Freud : Een pratend hoofd. Een Kouros zonder waardigheid, een lelijk liggend lichaam: botten bekleed met een stugge leren huid, ik zei woorden. Ik lag er in bezit van een lichaam dat ván mij was. . Ik hád voorheen nooit een lichaam g ik wás lichaam, ik sprong over greppels, klom in hoge bomen, vlaggenmasten, lantaarnpalen en masturbeerde. Aan de sprong over prikkeldraad heb ik een litteken overgehouden. Dat is lichaam zijn, de ziel is niet meer dan een toefje slagroom naast het appelgebakik sprong verkeerd, dus besta ik.

Dit is waar ik niet aan terug wil denken: 30 tinten grijs, twintig tinten verdriet en eenzaamheid. Glas, motregen, metaal en neon, opzien tegen bezoek: bezoekvrees. , óverbewust, mijn lichaam ontbeerde iedere vorm van zinnelijkheid en aantrekkelijkheid. Zelfs het verlangen naar seks ontbrak, mijn grootste fysieke verlangen was de hand van Lief op mijn voorhoofd ‘of iemand die ongemerkt mijn tenen masseerde.

MOEDER EN ZOON

Het zou een bijzondere dag zijn.

 

 

Al die tijden in Utrecht regende het en mistte het in bed, dat kwam door de grote ramen links van mij. Op de witte bedgordijnen na, die waren altijd zonnig, omdat ze deden denken aan het slaapgedeelte in de bungalowtent met mijn vader en moeder en de prismapockets van Biggles en Perry Mason die ik las bij zaklamplicht.

Op een dag toen Karen op bezoek kwam en het gordijn open trok lag ik met mijn broek naar beneden en het urinaal tussen mijn dijen te wachten op een plas,

Dat beeld is mij bijgebleven als kenmerkend voor mijn ziektegeschiedenis. Op die manier door mijn dochter gezien te zijn, gevallen te zijn, geveld te zijn, een loser te zijn. Een linker mondhoek die wat hangt, het litteken toedekt met een slordig verband, als een vogelnest op mijn hoofd

,

Utrecht UMC,

Dit ziekenhuis: Hier ben ik geboren, hier ging ik bijna dood. Dat is symmetrie, dat zal wel wat betekenen. Dit alles was niet meer dan een pauze in mijn leven. Als mijn moeder straks komt ga ik gewoon weer verder. Ik zal wel weer geboren worden en het zal wel weer een zware bevalling worden. Mijn moeder had altijd zware bevallingen.

Maar zo gaat dat niet Zo gaat dat niet in een werkelijkheid als de onze. Ik was ziek op ongekende wijze. Ik was kapot net als nu: Mijn hersenen gingen zich te buiten aan waanideeën.de werkelijkheid werd mythologie de werkelijkheid die Jezus gebaard had, en Griekse goden. Nu was ik aan de beurt om geboren te worden uit verlangen en verbeelding.uit mijn hoofd.

Feitelijk was ik niet in dit ziekenhuis ter wereld gekomen, en ook mijn zogenaamde herinnering dat ik met een kinderwagen naar huis gereden werd door mijn vader, terwijl Jansje rechts achter de wagen meeliep het ziekenhuis uit was een mentale voorstelling.. In die dagen tussen de licht bewegende gordijnen leek het UMC op het ziekenhuis in Arnhem waar Margriet geboren werd. Alleen van buiten was het ziekenhuis anders, maar dat wist ik toen nog niet.ik kende het ziekenhuis allleenals een reeks ijterieuren verbonden door gangen trappen en liften.

Wedergeboorte bestaat niet, dat was een vergissing van mijn vader en wat hij geleerd en gedoceerd heeft. Het woord bestaat wel.

 

Toen gebeurde het.

Mijn moeder kwam het Utrecht van mijn ziekenhuisbed binnen; ze was klein en grijs en zuchtte.

Jongen toch, ze duwt haar lippen tegen de mijne, zoals ze gewoon was mij een kusje te geven. Ze is een lieve moeder, maar moe en verdrietig. Ik heb een herseninfarct gehad en mijn zus Jansje heeft kanker.

Ik ben nog vergeten de bloemen in een vaas te zetten, zegt ze, de dropjes leg ik op je nachtkastje,

En het geschiedde niet.

De geschiedenis doet geen stap terug.

Het liefst zou ik de deur die altijd zachtjes sloot, met een krachtig vloekende onomatopee dicht willen trappen.darom vloek ik zoveel,  ht zijn deuren Mijn moeder kon hard met deuren slaan als ze moe was en gefrustreerd. Godverdomme, het getackelde brein. Ht brein warvan ik dacht dat het alles kon .

Lief kan ook hard met deuren slaan, vooral met die van de keukenkastjes, en vloeken doet ze ook, goddank, Ik vind het mooi als ze vloekt.

De geschiedenis deed geen stap terug die dag. Gelukkig. Ik had mijn moeder  niet weer lastig willen vallen met de pijn van mijn geboorte. Het was een zware bevalling10 november 1953. Die middag zag ik hoe moeizaam en moe ze liep. Ze  boog voorover

Dag jongen, ik denk aan je ik heb zoveel verdriet, eerst Jansje, nu jij

Ze hurkte, keek me aan en Ik wist: Nu gaat het gebeuren, maar ze was zo grijs en klein. Ze kwam net boven de bedrand uit, ze keek treurig. Ik wist niet wat te zeggen. Haar handen waren nog net genoeg om haar stok vast te houden als ze liep, rimpelige handen  met korte vingers.

Hoe gaat met met u vroeg ik dus.

Jongen toch, zei ze, hoe kan dat toch? zoveel verdriet? Ze stond op en liep treurig weg, maar ze kwam n terug.

 Ik zal voor je bidden jongen.

want we kunnen niet zonder zegen van onze lieve Heer kunnen we niet

Dat was het:

Totale verwarring.

De sfeer die achter bleef was die van peuken in een asbak

 

.

Ik lag en las en was geschrokken van mijzelf. Ik hield het voor me. Uiteraard: Ik was niet normaal, iedereen wist dat, toen wist ik het zelf ook. Ik las ‘’Twee vrouwen’’ van Harry Mulisch in de gratis bibliotheek versie. Het boek was nog erger dat de onbewerkte versie. Het ging nergens over en bleek vooral geschreven om dat te camoufleren. Harry Muilisch afserveren was goed voor mijn zelfvertrouwen, die zogeheten grootmeester, viel behoorlijk door de mand, gelukkig had ik Kouwenaar.en ewen moie bloemlezing poëzie, met losse veel gelezen pagina’s.

Margriet deed examen: t de wereld buiten mijn bed bestond Alles ging door Er werden foto’s gemaakt Ik dacht aan school en liep virtueel mee met de

CKV excursie bovenbouw, in Italie, als begeleider met ervaring.

.Als ik hier niet lag zou ik daar zijn, dacht ik: 40 leerlingen, ‘s nachts surveilleren in een hotel waar ook anderen sliepen.kerken en musea bezoeken en voorkomen dat ze zich bezopen.

 

 

. Ik was blij met elke voorbijvliegende vogel, ik zag zelfs twee mannen een metalen rollluik passeren.als ik rechtop zat. Huizen war je fhankelijk bent van verpleging of andere zorg onthouden je meestal hte zicht op en vitale samenleving: je ziet bomen struiken, dat wat mense een prachtig uitzicht noemen Beter kunnnen ze uitzicht op busaltes rotondes en kruispunten geven. Een auto-ongeluk, politie, zwaailichten ambulance oploop, en wweer een patiënt.

Ik kon een reepje stoep zien, als ik goed in de kussens gezet was, anders viel ik om. Er waren wat injecties, bloeddrukmeting een groepje verpleegsters in opleiding die zichgroepsgewijs in de wigwam van mijn bedgordijnen bemoeiden met mijn infuus, leuke goed opgeleide meiden.,een goed voorbeeld om op school het functioneren van groepswerk mee uit te leggen, hartslagonderzoek, prikken ziekenhuis eten wat  de pot schaft,geklooi met het infuus.verschonen van mijn verband, tijdstippen op een dag: doktersbezoek met coassistent,  dus onderging ik koelbloedig al dat gepunnik en geprik. Het ontdeed de tijd van de abstracte horror.Ik vind injecties nog steeds fascinerend , dat kuiltje in de huid en dan de naald die er in verdwijnt, en soms een donkkerood pareltje bloed dat gedept wordt met een watje.

Florence zelf is niet zo heel boeiend. Te eenduidig cultuurhistorisch, alles daar is Renaissance,Manchester is beter.in Manchester kun je onbekommerd onbelawst kijken.

Het is gebeurd, maar blijft spoken, de werkelijkheid die mij omhelsdelde belazerde mij

mij en  Lief.mijhet meest bij vind ik/ zij is moe, ik ben gek, cognitief stuurloos.

De excursie naar Rome was al geweest, antwoordde excollega V. op mijn vraag

 

Je kreeg het herseninfarct ná de Romereis

.Ik weet dat zo goed omdat wij tijdens de reis een kamer deelden.

 Ik bewaar heel goede herinneringen aan die dagen.

Want de kinderen hielden ons uit onze slaap en wij voerden gesprekken over God, over het geloof in onze ouderlijke huizen, over politiek en over onderwijsvisies.

Het was naast alles in Rome voor mij een groot genoegen.. Goot was mijn ontstentenis kort daarna te horen van jouw opname. Nu, ben je even bijgepraat, Vries Kool

Einde chatgesprek

 

 

Profielwerkstuk M.M.

 

Nog steeds bezoekt Lief mij dagelijks. In bed liggen en bezoek krijgen blijf een  complexe situatie. Je hoort dankbaar en blij te zijn, het verplichte optimisme van de be happyen dan zo’n helium ballon emt een big smile .!ik ben niet happy ik ben grijze klei met een broek aanen een computer mete tekst om te bewijzen dat ik meer ben dan dat

; ‘’zeg nooit ‘’nooit.;’’never say never’’

Het is zo verdomd goed bedoeld, als rozen om een slippertje goed te maken.

 

Ik lag rustig, las beter, keek gerichter voelde mij meer op mijn gemak met mijn bezoek. Er was zicht op ontslag uit het ziekenhuis, en wat de toekomst daarna zou kunnen brengen (gesprekstof).I k leefde weernire’’nog’’ maar gewoon ik leefde ik was weer de zin van mijn bestaan ik kon het weer aan, ik was weer typisch Msarinus, maar wel in ó’n kutbed mt veel te dunne dekensen veel zaagsel en oud papier in mijn hoofd. Ook werd ik weer leraar, de school werd weer deel van mijn  denken. ik begon mijzelf als een onderwijsfunctie

 

Licht dat ons aanstoot in de morgen,

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien

wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien

en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen

zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren,

licht, laatste woord van Hem die leeft.

tekst: Huub Oosterhuis .dat zijn woorden die mijn leven verrijkt hebben, die van Johan de Heer hebben zich er in vastgebeten en laten niet meer los, die sjouw ik mee als een keffertje dat ik niet wil.een keffertje dat Johande Heer heet, troost en bemoediging van velenmij inhoufrelijk trot ergernis en gêne  Oosterhuis schreef poezie  op een weinig meeslepende melodie.Als ik dat zing, zo goed als gaat, dan  dwarrelt de onrust neer en word ik helder.

Margriet kwam en ptronbreerde een door mij mete de handgeschreven brief te lezen en te vetrtalen tot iets wat leesbaarwaswamntnet als mijn stem was mijn handschrift naar de knoppen.

. Karen kwam, ze opende het privacy gordijn, en daar lag ik half ontbloot met mijn geslacht in het urinaal te wachten op een plas pijnlijk haar vader te zijn.

Mijn zus Jansje kwam, ernstig ziek.,Ook daar zag ik tegenop en daar schaamde ik mij voor, met onterechte zinloze schaamte. Nog steeds.Ik kon dat niet patient zijn en alles wart daarbij hoort.

Hai Marien, zei ze en knuffelde mij. Ze had in diverse ziekenhuizen in diverse ziekenhuisbedden gelegen, de kanker teisterde haar, maar had haar niet verslagen. Ze was niet de baas over haar dood, maar wel over haar leven. :

Van haar kreeg ik het kleine houten engeltje dat  met haar meeging   tijdens haar verblijf in diverse ziekenhuizen, niet als beschermengel , maar als herinnering aan haar geliefden, dat gaf ze aan mij’’ nu ewas het mijn beurt ‘’  .In de loop der tijd was ik dat engeltje vergeten.-Op haar begrafenis werd ik er op gewezen,: een klein houten engeltje dat lange tijd op mijn bedkastje gestaan heeft. Ik was het vergeten, te druk met mijzelf. Ik was een klootzak met hersenletsel. lk was ziek,maar had nog geen weet van de onzichtbare handicaps die ik nu zijnsverwarring noem., daar had niemand het over gehad me  mij ;‘’waarom eigenlijk niet?’’, mijn spasmes waren  pijnlijk af en toe [pijn , maar dit was erger; voor mij en mijn geliefden, maar misschien was dit gedrag niet meer dan eigen aan mij, altijd zo geweest,typisch marinus? , altijd eenegogerichte klootzak geweest? zo anders dan ik dacht van mijzelf: zijnsverwarring.: was ik een goede leraar, was ik een goede mentor?Er was niemand oim dat aant e vragen, er was niemand die mij weerwoord gaf,ook Lief zei niet: waarom doe je zo? ik was net zielig en hoefde niet ontzien te worden ik was naargeestig, deprimerend,  ik deed verdriet dat maakte het nog erger, ik had klappen nodig, herrie! ik ben godverdomme niet zielig, maar voor je het weet ben je het wel, zielig en eenzaam.en tranen die niete komen terwijl hete zo lekker kan zijn.Ik heb Lief nodig om te kunnen huilen.Nu weet ik dat.op dit moment tijdens mijn

 

 

 Clinipoets.

 

Dichters,voorlezers waarom bestaan er wel cliniclowns  Waarom zijn er geen mensen die poëzie voordragen of voorlezen bij patiënten, op een stoel naast een bed. Gerenommeerde poëzie

Gedichten, waarin de taal belangrijker is dan de betekenis of de goedbedoelde inhoud

Onder de maan schuift de lange rivier

Over de lange rivier schuift moede de maan

Langs het hoogriet

langs de laagwei

Schuift de kano naar zee

schuift met de schuivende maan de kano naar zee

Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man

Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee

 

                Naar de zee. (Paul van Ostaijen. (1896-1928)

 

Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee.

Dat had ik willen horen toen ik in ht UMC voor lijk in een bed lagKies iemand met een goede stem, die respect heeft voor de wooren, gevoel hoeft niet.

Berceuse Nr. 2

 

Slaap als een reus

 

slaap als een roos

 

slaap als een reus van een roos

 

reuzeke

 

rozeke

 

zoetekoeksdozeke

 

doe de deur dicht van de doos

 

Ik slaap

 

 

)

 

Of:Berceuse nr. 2

 

Slaap als een reus

slaap als een roos

slaap als een reus van een roos

reuzeke

rozeke

zoetekoeksdozeke

doe de deur dicht van de doos Ik slaap,

 

Rust

 

Leg uw hoofd zo in mijn arm

dat van uw voorhoofd naar uw mond mijn blik schuive

over de kam van uw neus

Leg uw hoofd zo

ik leg op uw mond mijn hand

Wees rust (Paul van Ostaijen)

Elke avond voor het slapen gaan misschien. Doe ietselke avond iemand nast het bed zeg iets lees iets het is zo godverdomde helplessly hoping in een ziekenhuisbed.  Het is als constant wakker liggen zonder greintje slaap. vlinder in een dekbed, knock out. verdrijf de stilte niet, entertain niet, biedt geen hoop of troost, maar ademen, iets bewegen met die adem, knijper woorden tussen bh en slipjesaan een waslijn in de wind.als  gebruik je stem.

De keuze overlaten aan de clinipoet. Zodat iemand vragen kan, ‘’wat is dat nu weer?’’

En dan niet uitleggen,maar herhalen desgewenst.

Waarover zal ik zingen

Waarover zal ik zingen

Over regenjassen over het lover van geboomte

of zal ik van de liefde zingen.

 

Waarover zal ik zingen over vliegmachines

blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht

of zal ik zingen over de liefde

 

Over auto’s over steden en historie

 

 

 

Over tabak en vriendschap

over geur en wijn

over schepen zeilen meeuwen over ellende

over de ouderdom over de jeugd

of zal ik over de liefde zingen

Jan Hanlo

uit: Verzamelde gedichten

Amsterdam, Van Oorschot 2006

 

 

[J[an Hanlo uit: Gedichten (1974)]

 

Dat bedacht ik later, in die dagen kwam ik daar niet aan toe, daar was alles grijs in grijs.de Ik probeerde te lezen, wie ziek in bed ligt probeert te lezen.Iemand had mij elke dag vers 6 voor moeten lezen, maar mijn billen waren beurs. En er zaten van die lompe lichaamsdelen aan vast , ik lag er maar\zo’n beetjeachtergelaten te zijn,gedropt

 

De dagen die elkaar opvolgden bleven even grijs en deprimerend en  ongrijpbaar als  de tijd. .Tijd bestond .Ruimte bestond, maar ik lag losgekoppeld van dat alles in bed, de nul-dimensionale mens: ik wilde materie zijn, brein geest ziel, hoofd  lichaan en zintuigen  ; alles van dezelfde materie.Marinus en de zelfredzaamheid van zijn brein.zelf en ziel zijn.

 

.vers 6

Ik kan geen postzegels verzamelen

ik kan geen vrouwenfoto’s verzamelen

ik kan geen amourettes kollektioneren

en geen wijsheid

ik kan niets meer

 

ik kan niets meer

 

Waarom doof ik de lamp niet

en ga ik niet te bed

 

Ik wil beproeven

naakt te zijn

bloot wie weet wel gevroren purper

en bleekheid

 

Is zo niet het gans beginnende begin

Ik wil niets weten

ik wil niet vragen

waarom

ik niet werd een postzegelkollektioneur

 

Ik zal beginnen mijn débâcle te geven

ik zal beginnen mijn faljiet te geven

ik zal mij geven een stuk gereten arme grond

een vertrapte grond

een heidegrond

een bezette stad

 

Ik wil bloot zijn

en beginnen

Paul van Ostaijen.

Elke dag.

Ik woonde niet in de werkelijkheid, ik wás de werkelijkheid, en overal gebeurde van alles waar ik niet bij kon zijn, als het niet om de werkelijkheid van het bed ging ziekenhuisbedden moeten zo lag staan dat je alles zien kunt wat op straat gebeurt er moet een basisschool zichtbaar in de buurt staan waar kinderen herrie maken. Medische handelingen hielden mij scherp: aards fysiek, een m bijna pervers genot.

de naald op de huid die even een kuiltje wordt en dan de naald die er in verdwijnt, ik vond dat mooi om te zien.of de natte haren van Lief, haar hand op mijn voorhoofd, en de verpleegkundige die heel even haar hand op mijn schouder legde, zetten mij op aarde.ik leefdus ik besta: ik besta nog voor anderen en door anderen.  Ik kreeg een kaart van Inge, Hans en Michel: ze waren geschrokken en dachten aan mij. omdat ik vaak mee was geweest op de Rome excursieswar je elkaar goed leerde kennen.  Het was een legpuzzelkaart met een afbeelding:Piazza Michel Angelo in Florence Gekocht tijdens de meest recente Rome excursie. Waarschijnlijk daarom dacht ik dat ze in Rome rondliepen met de bovenbouw van het Gelders college, zoals de school in die dagen nog heette.

Vanuit mijn bed liep ik met ze mee door Rome als leraar CKV bovenbouw,als begeleider met ervaring had ik het programmma daar al meerdere keren meegemaakt en meegelopen.Als hulp daarbij liet ik Lief de reisgids van het jaar daarvoor meebrengen, wat eigenlijk overbodig was: Zij daar, ik hier in bed.daar tussenbestond de wereld uit herinneringen.

’Hai Marien’’, zee Lief, ze is er weer.

Gehinderd door het bedhek legde ik mijn arm om haar middel, zij boog zich over mij heen, kuste mij en ik voelde verdriet opgave en regen, har haar slierde nat obver mijn gezicht haar grijze haar ws donkr door deregen. Nat,alles was nat, als een bos in de herfst Gesmoorde intimiteit, zelfs binnen het privacy-gordijn, dan legde ze wat andere kleren in de kast stopte wat snoep in mijn laatje, liet mij binnengekomen post zien, goed bedoeld, maar wat moest ik ermee? Op het prikbord, prikken zodat ik ze niet zien kon of neerzetten zodat ze om zouden vallen.

‘’zal ik ze maar weer meenemen Marien?’’

Lief is nuchter en praktisch.Vaak is dat handig

Ik ben  teleurgesteld, opgewonden.is dat alles? Dan gaat ze weer, de regen in. Natte stoependie mij doen denken aan Rome en Florence., wren rrer ,maar foto’s.

 

Hoe kom ik ooit weer voldoende thuis om enkel thuis te zijn. Kijken om haar gezicht te zien. En niet met haar brein te denken of met háar ogen míj te zien als ze zeg : ik houd van je.Ik geloof haar niet,  zo halfdood en grijs in bed valt er niet van mij te houden, ze houdt van een idee van, een herinnering, niet van mij godverdomme, dit is mist, lelijke mistkoude condens, steeds, ik trek mijn knokige knieën ope  het dunne dekentje valt op de grond.zo’n ziekenhuis dekentje dus bel ik het personeel en komt er iemand; iemand zegt wat en gaat weer. Als het weer gebeurt bel ik niet.

.

Het lukte mij niet in de dagen die te lang waren voor mijn bestaan. Het was als een voorstelling van mij die  zich traag en spanningsloos voortsleepte  pauze, dan zat ik op de voorste rij te bedenken wat ik daar in de pauze nog aan veranderen kon want dat kon ik wel: De geënsceneerde conversatie, de relatie als script. Ik lag in bed te bedenken wat ik mijn bezoek zou zeggen, het was altijd te weinig, over ziek zijn in een ziekenhuisbed valt niets te zeggen.

Ik ben gedresseerd om eerst te denken voor ik wat zeg. Daar was ik goed in, dat heette examen. Gewoon een gezellig animerend gesprek voeren kon ik niet,

Poes Hobbes kon dat wel, omgaan met bezoek: Die lag dan op de bank tegen Lief aan genoeglijk te knorren en met kleine pufjes adem bewoog ze haar witte snorharen. Ze liet zich minzaam aaien, met de blik, moet dat nou? Of ze stond op en liep weg, zonder om te kijken, staart omhoog. Witte pootjes.het was een kortstondige wederzijdsheid

Poes Hobbes is dood, ik ben ontslagen, ik kijk terug naar die bezoekuren met schaamte, ik herinner en schaam mij.? Iedereen was er en ik was ondankbaar en onbereikbaar. Niets aan te doen, dat is eigen aan ziekbedden, het is eenuitwedstrijd het conflicterende samengaan van werelden, die van buiten het bed en die van erin, de ene was koud en nat, de andere hield zich koud.met een verband op zijn kop, een nest waarin ellende zich verzanmeld had en lag te broeien. en allemaal zeiden ze goed bedoelde dingen, en Lief trakteerde op koffie en Merci, terwijl de verpleegkundige weer eenkaart van Wilma bracht: ‘’volhouden broertje, ik houd van je en ik wist niet wat te doen, grijs in grijsa ls het strand van Hoek van Holland.overgaand in  zee. en lucht als het koud is en waait.of een zwart wit foto uit de  oorlogsjaren.

Ik H. t. B. had mij een dichtbundeltje toegestuurd: De sterfelijkheid houdt aan ( Gerrit Kouwenaar). Vooral de titel las ik regelmatig, ik kwam.plat voor m’n dromen

en menselijkerwijs

 

 

 

 

 

The do.. Nog altijd zijn ze fabulous.

 

Mijn leven nu speelt zich grotendeels af in 1970, mijn basisleeftijd is 17, de leeftijd van mijn brein,de achterstandswijk van mijn geest .Alleen administratief ben ik 65.

.

Mij geleidt des Heeren hand;

Moedig sla ik dus de ogen

naar het onbekende land.

Leer mij volgen zonder vragen;

Vader, wat Gij doet is goed!

Leer mij slechts het heden dragen

.

.

.

en bracht mij tot de kudde weer.

 

Refrein:

Ja, zijn liefde zocht mij,

en zijn bloed, dat kocht mij;

Door genade ben ´k een kind van God.

Door genade ben ´k een kind van God.

  1. Hij reinigde mijn wonden,

Hij stilde al mijn pijn,

zodat nu al mijn zonden

door Hem gewassen zijn.

´k Heb vrede en blijdschap in mijn hart,

want Jezus droeg voor mij de smart.

 

Nu is Hij weer verrezen

en zit aan Vaders zij.

Zijn naam wordt lof geprezen!

Daar bidt Hij thans voor mij,

Echt waar!, dat zong ik. Als ik het nu zing is het een guilty pleasure, meer niet.

Het is een mooi lied om te zingen.

 

.

 

 

HELPLESSLY HOPING

Wij verhuisden naar Den Haag, na lang aarzelen van mijn vader: ‘’wilde God dat wel, die grote stad? ’vroeg hij zich af …Daar moest hij vaak voor bidden. Of God dat wilde?dan waren wij in Emmen stil in huis papa praatte met God, port

lijk vond God het goed, want ik wilde graag naar Den Haag, hoe gevaarlijk het daar ook was.

Het was mooi daar, maar wel moest ik wennen. De school; de kerk; de buurt, de hele grote winkels met roltrappen en deuren van glas. en de trams, maar ook de zee waar wij soms heen gingen. ávonds als ht niet druk ws en wij de zee voor onszelf hadden.

zelfs éen van  the beatles:my sweet Lord

(Hallelujah)

My sweet Lord

(Hallelujah)… Meer (Hallelujah)
My sweet Lord
(Hallelujah)…  niet helemaal, maar toch(1970)

 

Jezus in den Haag  :

Aanbellen bij mensen om de goede boodschap te verkondigen: ‘’God is Liefde en  Jezus maakt vrij’’.,omdat Jezus je zonden vergaf door zijn bloedige dood.A ls je dat gezegd had was je klaar. drammen deden wij niet. Ik wilde dat niet, maar deed het wel na aandringen van mijn vader die niet om kon gaan met de ontwikkeling in tijd en cultuur mijn anders willenmaar in zijn kijk op de evangelieverkondiging was er niets te willen.Ik was gedoopt en  dan hoorde dat gewoon zo.dus, gaf ik zo snel mogelijk het evngelisatieblaadje de ‘’Zaaier’’ af als de deur openging: misschien interesseert het u dit blaadje te lezen?, Het gaat over belangrijke dingen kdat kost niets, maar als u wilt mag u wel wat geven.’’, onder aan het portiek stonden twee broeders van de gemeente met diepe basstemmen te zingen, ook als het regende, met hoeden op: Ik zie een poort wijd open staan, de lantaarnpaal gaf licht. De ontvanger stond als silhouet in de deuropening, ik ag als schaduw aan zijn voeten. Van het keukenlicht e broeders zongen mt mooie diepe stemmen. Zoveel tientallen jaren later is het een prachtige herinnering. Opdringerig was ik niet, ik was een karikatuur.zoals alles karikatuur was in die tijd Woodstock hippies kreten , overal verf en kanboutererkleuren en blote borsten op foto’s.s norren brillen tenten houtvuur, guru’s John lennon. En de Jesus people deden net zo:snorren langemodderige haren, en lijzige stemmen als die in Woodstock waar iedëeen  high was, en altijd wel ergens een gitaar.iIk vond het mooi een subcultuur voor jongens zoals ik, velig anders zijn. Een eigen subcultuur, een movement: jesusfreaksI ik was gek van jezus, maar niet de enige,wij waren de jesus people,wij waren meervoudnt als the hippies wij waren bekeerd om te bekeren, en overal waar water was werd gedoopt.en gescandeerd.Het is leuk om zo te zijn geweest, One way jesus,en verder geen gezeik, als ik voetbalsupporters zie denk ik hieraan.

He l en verdoemenis en uitverkiezingkenden wij maar troffen ons niet, wij waren vrije mensen en veilig in Jezus armen, gekoesterd met genade.en de liefde Gods die geen genzen kende, zelfs de dood niet.Ook waren wij niet elitair, wij waren volks, direct en dicht bij ons gevoel: De poort stond .open voor iedereen die niet al te kritisch was. en wie wel kritisch was werd zachtmoedig maar indringend tot zelfcensuur gebracht. Dat is mij vaak gebeurd. Voor mij was dat een vorm van serieus genomen worden: Ik was iemand, ik hoorde ergens bij, dat was puberteit weet ik nu passend in ht gangbare paatroon . in mijn laatste voorstelling op school bij mijn afcheid,liet ik een leerling puberen door te luisteren naar cellosuites van  Bach,heel hard.zo’n puber was ik.

Onze God had een huis met vriendelijk meubilair en iedereen kon komen.ik verkeerde vaak in de studeerkamer van mijn vader om in zijn boekenkast te bladeren..Links onderin de kast stond een rij bijbelcommentaren,. Opude boeken mt dik s;pochtig papiewr en voor mij nit lesbare teksten en darnaast ‘’ Aren Lezennvan b Bert Afjes en het Dagboek van Kaj Munk dat ik meerdere keren las, en daar ussenin  een boekje met gedichten van Okke jager met daarin de prikkelende zin:’’ Amos Obadja’’, leer ons vloeken’’,en dát in de boekenkast van mijn vader, ik las het keer op keer. En ioverwoog serieus om dominee te worden: vooraan in de kerk te staan, als regisseur en bedenker van het heilige gebeuren :worden zeggenwaar misschien wat meegebeurt en mischien wt door verandert. Mijn kleine revolutie:mentaliteitsverandering:Leven tegen de klippen op, de verkondiger van het goede nieuws,mijn vader,  voorganger die niets nieuws te bieden had, het was oude koek,. vorganger  naar het bekende land. Gids naar het bekende. Uitgedroogd en smakeloos was het daar. Straten van goud, wat moest ik daarmee ?

Het goede Nieuws wilde verkondigd worden als iets dat wij niet voor ons konden houden, er was behoefte en noodzaak, want de mens en de wereld waren slecht. en daar leden de bewoners aan, leerde ik geloven: mensen zonder god, verloren, zinloos. dus stortte ik mij op het evangeliseren om van losers winners te maken, zoals ik.daar ging ht om in die dagen.

Evangeliseren : Twee mannen,en een lantarenpaal ,zij zongen ik belde aan en probeerde de bewoner te overtuigen van Gods gelijk, dat ook het mijne was God is Liefde en Jezus maakt vrij, ‘’zal ik u dit blaadje geven?’’,  ik was acteur met klein publiek.De tekst was ten dele geïmproviseerd enik was er best wel goed in, ik ver

moed dat ik hier en daar wel wat mensen gered heb, een stuk of zeven in totaal., ..Zij geloofden en hebben zich bekeerd en laten dopen door mijn vader die zei dat hij blij was, net als God en  om succes te hebben moest ik heel veel bidden, maar dat kon ik niet echt Want het hielp niet; hdet had iets belachelijks,  mijzelf  kritisch beoordelen zonder weerwoord.Mdet mijn handen kranpachtig gevouwen, ellebogen op mijn bed.  En bijbellezen.Een tijdlang geen marinus zijn, niemand zijn.boos opmijzelf zijn, iontbonden in factoren, alleen in de ogen van God was ik iemand, maar het was duidelijk dat ik niet gezien werd, door niemand. Mijzelf zijn deed ik  met de deur dicht en gespitste oren en de hoop dat God mij niet zag, of iemand die de trap opkwam die mij spreken wilde. Meestal was dat mijn moeder, mijn vader kwam zelden de trap op. Ik zocht hem op in zíjn eigenheid .Ik was een  mysterie dat mij nu altijd nog dwarszit, die man met die pijp, wie was dat? Wie waren wíj? Zelf zijn is lichaam zijn, wist hij dat? God wel. Jezus ws lichaam,van baby tot lijk: het woord is vleesgeworden  heeft onder ons gewoond en water in wijn veranderd, baptisten waren geheelonthouders.

Ik besloot niet geliefd of sociaal te zijn, maar interessant: een kloosterloze kluizenaar .zonder kloten,en ongevaarlijke lonly wolf, een heremietchristen.een een one-itemm scholier Een favoriet puberpersonage:  Edward Munch schilderde een pubermeisje dat op het schilderij kijkt zoals ik het vermoedelijk in die dagen deed,het licht dat binnenviel creëerde een  monsterlijke schaduw., dat waa de wereld:the eve of destruction. Niemand zijn en  toch belangrijk: Ik tegen de wereld,de stille kracht, ik. In leven en sterven, zijn wij in Gods hand verkondigde ik want ik was geroepen  het licht van God’s Geest te verkondigen dat de schaduwen deed verdwijnen., ook daar werd ik krampachtig in, dat werd mij eigen., zelfs bij de aanleg van mijn  modelspoorbaan was ik dat, ik wilde scoren maar niet met sporten. Sporten was goed voor anderen, niet voor mij. In de pauze met anderen op het sportveld een balletje tappen deed ik niet, omdat ik dat niet kon. Geeft niet troostte ik mijzelf, het is maar voetbal.

Ik dacht over leven en dood en Jezus die sterker was dan de dood. denken aan de dood was highbrow in die dagen Suicide Is Painless

Lane tijd heb ik deze periode in mijn leven als verspild beschouwd, een file op weg naar volwassenheid.bron van gêne en frustratieterkortkoming in ht trajrct vande school of life. iedereen leefde er lusvol op los: lust en liefde, de fysieke geestverruiming lust for life nu weet ik ddatdat een leugebnn is, het was achteraf gezien een ervaringrijke periode ik was eena-typische puber, en dat zijn de beste. ik zag alles verkeerd begreep alles verkeerd, wilde niks , deed niksen stonfd in de studeerkamere bij mijn vader mee te maken hoe hij zij preken typte op een zware metalen typemachine. ónze preken.

dat was eneng lied voor een jongen als ik, wat zou Jezus hiervan vinden.

Jezus zou ht niet goed vinden, maar vanaf het kruis zou hij zijn bebloede hand toesteke n om de zanger te redden wist ik.n u weet ik warom ik zo was, wenwat iuk er mee aanmoet, het is eenf ilmisch verleden, sscenes personages dialogen beelden, hete was theatermet een eenvoudig decor:een zolderkamer zoals in mijn voorstelling Madman’s roulette.Madman schreef:

De dood zwemt veilig achter glas

als in een speelfilm

Zijn publiek noemt hem de haai.

Gevarendriehoek op zijn rug,

zijn wit gebit, hier zwemt de dood.

Maar geen gevaar.

pubers en dood horen bij elkaar

ik houd daar ook van.

Mijn broer Piet studeerde toen aan de   de HTS, dat was indrukwekkend, hij hd een hele grote tekentafel , en een koker voor zijn tekeningen . Hij was mijn grote broer. en hij was student, hij moest ontgroenen,  aan de deur naar de opbergzolder zolder hing hij een groot affiche, een reproductie van een kunstwerk van Dali, mijn broer was zoveel verder dan ik. Mijn vader wist alles, maar Piet wist de rest. Ik luisterde in die dagen naar Neil Young en keek daarbij naar de hoes, zo was ik ook,;melancholisch;: Die muur, dat hek; die gebogen man die een niet herkenbaar mens passeert, Helplesly hoping.het had een foto van Anton Corbijn kunnen zijn bij muziek van nick Cave  Zo mooi schrijnend, maar dat hoefde niet: want als je in Jezus geloofde was er altijd hulp en hoop In Southern man kwam een kras waar de naald van de grammofoon in bleef steken maar dat gaf niet dat vond ik toch maar en drammerig rot lied,

After the goldrush

We are stardust, we are golden

We are billion year old garden , carbon

And we got to get ourselves back to the garden,

Daar ging het om;Woodstock ,ook op  radio Veronica.Leugens op een grasveld met lelijke tieten zoals ik in de Aoha zien kon.En Tommy van the who: uit de radio klonk het geluid van brekend glas, een woedend lied, de woedende wereld kwam mijn zolderkamer binnen.net als the Cats, Scarlet ribbon en the Beegees . Middle of ther oad, hdt grote taboe op school : Avro’s TOPPOP, vlucht uitde wereld van Vietnam en ht Amewrikaanse imperial;isme , the eve of desttruction.De wereld buiten kwam binnen. Tommy ging over mij wist ik see me feel me touch me heal me. In die dagen ging alles over mij,. Nog steeds.

‘HET BEZIT VAN EEN RUÏNE’

 

Wie leest hoeft niet te converseren. Lezen is een vorm van slapen, interactief slapen. Als het boek uit mijn handen valt, word ik wakker en vroeg ik hulp om het van de grond te rapen, enhopptat due dan zou vragen wat voor boekht was  Elke dager wel een boek op de grond,zo ook zijn de dagen in het ziekenhuis.als je niet helemaal goed  bij zinnen  bent.

Ik las voornamelijk gedichten:

Dit gedicht las ik bijna dagelijks:

 

De sterfelijkheid houdt aan

De sterfelijkheid houdt aan, deze morgen

ontwaakte er een in mijn slaap, en vanavond

vraagt het nuchtere glas om genade, men ademt

zich uit als een inzicht, men is, ik herhaal me

spel hoe men zich weervindt in dit haast vervleesde

voortdurend kortstondige zelvige grondstuk, lijf

lijkik als weefsel, ik zijnde, wijn wikkend, zeker

de nachten zijn war en onzeker, verdichten zich

waar men in zit, men erft zich alleen

het steeds weer voorbije, zo tast men zijn omtrek –

 

de nachten zijn waar en onzeker, verdichten zich

waar men in zit, men erft zich alleen.

het steeds weer voorbije, zo tast men zijn omtrek .

[Gerrit Kouwenaar. uit: ‘Het bezit van een ruïne’, 2005.]

Elke dag las ik  en herlas i kdeze regels van Gerrit Kouwenaar ,dankbaar voor de niet directe toegankelijkheid er van, ik baande mij een weg door de woorden, zo bleef ik in beweging, de aanloop tot wie ik ben.

 

De sterfelijkheid houdt aan,de doodsbeleving zoals ik die ooit bij Simone de Beauvoir ontmoet had (Niemand is onsterfelijk. Daarop geïnspireerd schreef ik mijn voorstelling ‘’ Snacpalace(998).

, De sterfelijkheid houdt aan,

uit het dunne boekje dat Hanneke ter Burg mij gestuurd had- elke maand kreeg ik een boekje poëzie van haar- . Ik kwam in de buurt van begrip, maar onder dat begrip school iets dat ik doorgronden wilde, een diepe zijnslaag: mijn wijn wil ik wikken, niet zuipen ‘’Ik tastMijn omtrek.(schijnbare onzin ).Omtrek en contouren daar leek alles om te gaan. Hoe ik mij verhield tot het bed,  de lakens het kussen de knieën., het bezoek,de dekens,  het infuus.

Er sliep een Doornroosje in mij dat wakker wilde worden, net als ik, naast haar om te kussen en wakker tebliven. worden, zoals poëzie je wakker kussen kan, er staat zoveel níet in, Wakker worden en het bed uitstappen, ik moest weg, dingen doen, dingen maken ik had een t o do list  maar deed niets wat mijn hoofd verliet om elders iets te worden.

 

Inmiddels ben ik mijn omtrek voorbij, ik ben geen darm waarin alles worst is en schrijf om wakker te blijven, ik schrijf en schilder en schilder zonder contouren, ik denk zonder matrix. Ik schep noodzakelijke  ondoorgrondelijkheid sterefelijkheid.in een dun boekje dat ik dageliks lees, dat boekje is mijn ziel,typisch Marinus Poëzie: Daarin staan woorden om te kunnen zwijgen.

Taal is bedding van de beek, niet het water.

 

Vroeger heette het doolhof, nu

 

Computer,

dat pappige labyrint

 

van stroomstootjes aan en uit,

 

 

dat groeit in complexiteit.

 

 

 

HOMEWARDS BOUD

In my life

There are places I’ll remember.

Some forever, not for better

With lovers and friends I still can recall

Some are dead and some are living

In my life, I’ve loved them all

But of all these friends and lovers

There is no one compares with you

And these memories lose their meaning

When I think of love as something new

Though I know I’ll never lose affection

For people and things that went before

I know I’ll often stop and think about them

In my life, I love you more

 

Though I know I’ll never lose affection

For people and things that went before

I know I’ll often stop and think about them life

(the Beatles. Beter kan ik het niet zeggen. )

 

TURKS KAPJE

Maandag 7 november.

 

Ik heb een tijdelijk kapje dat als een helmpje mijn opengemaakte schedel beschermen moet. Het weggehaalde stuk schedel is nog niet teruggeplaatst. Dankzij dat helmpje kan ik het UMC verruilen voor een ander ziekenhuis.

 

De keus van Lief voor het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem omdat dat het dichtstbij is, wordt niet gehonoreerd. Als ik met de ambulance en Lief aankom in Arnhem worden wij doorverwezen naar de Gelderse Vallei in Ede. Met de ambulance rijden wij naar Ede.

Als ik op de brancard voor de balie lig vragen ze Lief wie ik ben. ‘Wij hebben niet op u gerekend’ zeggen ze. ‘U bent niet aangemeld’.

Er is geen plek voor mij ,dus kan ik niet blijven. Er is wat gedoe met papieren.

‘Dan kunnen we net zo goed naar het Rijnstate’,  zegt Lief, ‘daar zijn wij ook niet aangemeld’. Ik vind het een mooie , scherpe reactie van Lief, in dit soort reacties is ze heelassertief sc geworden, ook als het gaat om conflicten met onze huisbaas, die een klootzak is als het gaat om de nodige service aan de huurders die zorgvuldig op zijn huis passen.

Er wordt toch nog ergens een bed gevonden, zodat ik blijven kan.

Eerst in een twee persoonskamer naast een huisarts die ook iets ergs heeft. Omdat hij problemen met het  ziekenhuiseten heeft, neemt zijn vrouw regelmatig warm eten mee van huis. Dan fluisteren ze zo zacht dat ik heel erg mijn best moet doen het te kunnen verstaan.

Ik heb geen contact hem, hij ook niet met mij, wij hebben alle twee geen contact met elkaar. Het zijn saaie dagen waarin ik te vaak onbestemd lang op hulp en een urinaal lig te wachten. Als ik nachts te lang moet wachten op een urinaal pis ik in mijn bed, ik laat het lopen, en herken het warme kindergevoel van heel lang geleden.ik word geholpen door een invaller of vrijwilliger, iemand die ik niet ken en die de zaal rondgaat met een klein zaklampje, de mysterieuze man, that’s life, dit moet ik onthouden,dit is niet echt dit is een performance: kampleiding controleert het klasje. Ooit was ik zelf kampleiding, maar niet zoits hirevanis herinnering van ht zuivere water, ht ws de nacht dat ikroot rijmend gedicht in min hoofd probeerde te maken, voorHanneke ter Burg. Het is een hrinnering die berust op fictie. Ht ws geendroom, de man met het lampje deed iets mt mijn bed daaarna sliep ik.het is een heldere herinnering. Nog nites verbleeekt. De man mt hrt lampje ws Wim Gerritsen,de assisteent biologie op het van LingenCollege die vaakeen nogalverdwaald gedrag vertoonde. Het zal wel een droom greweest of een waanzijnop die plas naht is een hrinnering gewordenwan,geen herinnering aan die waan, maar een herinnering zoals andere herinneringen zijn.

Later word ik naar een grote zaal met mannen en vrouwen  verhuisd met mijn bed. Bij de ingang staat een vrouw die zich mevrouw Van  Manen noemt. Ik krijg een hand.zij draagt eenlelik nachthemd

  1. kijkt naar mijn helmpje dat lijkt op een mutsje, dan naar mijn niet goed geschoren hoofd, ze denkt dat ik een Turk ben.

‘Komt híj hier?’ vraagt ze aan de verpleegkundige. Ik had wat moeten zeggen, woorden zat, maar niet assertief genoeg.

Mevrouw van Manen heette ze.

Ik word in een hoek van de grote ruimte geplaatst. Ik vond het meteen al niks. Tegenover mij liggen drie mannen die snurken alsof ze modder uit hun tenen door hun strot omhoog moeten halen. Het is smerig, maar in de maat, dus valt het te doen. De rest is vrouw, type grijs haar met permanent. Boven mijn voeten hangt een kleine televisie, de afstandsbediening ervan is tevens telefoon, het oogt modern en zal ook zo bedoeld zijn, maar ik vind het niks, ik weet zelfs niet wie ik bellen moet., en ik wil hret ook nit, dom design.Om mij heen wordt voetbal gekeken, af en toe klinkt er overdreven enthousiasme als ze hun best doen het gezellig te maken.

‘’Dat was spannend,’’ gieren ze.

 

10 november 2005

 

Op mijn verjaardag,10 november, kon ik voor het eerst op eigen benen staan, ik kon ze zelfs bewegen. In welke mate weet ik niet, het was iets, maar meer ook niet. Veel hoop was er niet., maar teveel om deze ontwikkeling te relativeren ’s Avonds heb ik mijn verjaardag gevierd. Ook dat was onwennig. Met zijn allen om een tafel zitten in wat een gezellige kamer genoemd werd.was niet gezellighr inner ik mij Dat lag aan mij; ik viel buiten het gewende.realiseerde mij dat ik voor anderen niet aangenaamwas, ik kon nit enthousiast mte hun mee doen  Zo is dat gebleven, ookIk ben vervreemd en vervreemt anderen:Ik ben  de vervreemdeling.Brechtiaans theater zonder Kurt Weil,  .)ik herinner mij de iPod die ik kreeg, en dat ik mee gerede werd om het pakpapoier weg te gooien.

Daarna verhuisde ik naar een eenpersoonskamer, liggend op mijn rug bewoog ik mijn benen, als een slagboom: omhoog en omlaag laten. Ik vond het heel wat, maar eigenlijk was het niets, hoe meer je hoopt, hoe minder je kunt. Soms denk ik dat er wat beweging zit in mijn linkerhand, dan kijk net zo lang tot er iets beweegt. Soms gebeurt dat: een klein spastische beweginkje.

 

Ik werd naar een éen persoons kamer gebracht ook geel, Ik luisterde  muziek en probeerde met uitzicht op een gele muur een gedicht te schrijven in mijn geheugen, ik kwam tot vier zinnen die te maken hadden met drie leerlingen op de school waar ik nooit meer les zou geven. Twee ervan weet ik nog.De muziek ws van Franz Ferdinand. Ik deed of ik kon lopen. Ik bewoog mijn benen op en neer, en kreeg hoop.

Ik troostte mij mt de gedachte dat ik nooit meer les hoefde te geven en dus alle tijd voor artistieke dingen had. Eindelijk.

.

 

 Nieuwsbrief: 21 november 2005.

 Ik ben intussen de tel en de dagen kwijt, maar ik denk dat dit de zesde informatiemail is. Dit keer vanuit Maastricht.

Marinus kan zijn been nog steeds bewegen, doet er allemaal kunstjes mee. “Ik oefen elke dag, zodat ik jullie volgende keer weer een nieuw kunstje kan laten zien,” zegt hij tegen ons of de verplegers. Dan luistert hij naar zijn iPod waarop hij een bijpassend liedje over lopen heeft gevonden. Hij gaat opeens met sprongen vooruit. Al kwam daar laatst wel het besef dat zijn arm het nooit meer gaat doen en dat deed hem erg pijn. Maar het goede nieuws is dat hij a.s. woensdag al naar het revalidatiecentrum mag en dat is sneller dan verwacht. Dan moet hij echt topsport gaan bedrijven. Dat zal nog niet meevallen. Hij is vaak en veel moe. Zijn hoofd is er af en toe niet bij en soms is hij nog erg emotioneel. Hij geniet oprecht van alle kaarten en mail die hij krijgt. Dus wederom een bedankje. Als hij gesetteld is op Klimmendaal zullen we het adres weer doorgeven. En dan graag weer bellen voor bezoek. We weten niet goed hoe het daar aan toe zal gaan met bezoektijden. En hoe moe hij zal zijn na alle therapieën.

(Margriet.

 

.

[21 november]

 

  DE DRIEMETERLUL

 

Lief doet boodschappen dus houd ik het op 2005. Het jaar controleren kan ik  niet, 2005 is het jaar waarin ik naar Klimmendaal in Arnhem ga om te revalideren. In Ede heb ik voor het eerst zelfstandig op twee benen gestaan, voor het eerst zat er beweging in mijn linkerbeen. De volgende fase is revalideren en dat gaat gebeuren in Arnhem. dus wacht ik voor mijn overplaatsing op een taxi:

 

Van 1 minuut wachten word ik gek, zwaarmoedig, mistroostig. Zijnsverwarring,  ik kan dat niet. Horloges redden mij niet, ‘’kom zo bij u of, nog even wachten’, ergens tussen elders en ergens wacht ik op een taxi die mij ergens brengen zal: het is als bij de tandarts: wachten en iemand dringt voor, je moet naar de wc , Mmaar die is bezet; als je aan de beurt bent ben je bang dat je te laat bent. De tandarts is er al, maar jij nog niet.

Dat vage gebied in ruimte en tijd waarin ik mij bevind: Standaard.

Grensgebied, niemandsland.Hoofdverpleegkundige Jannie hield mij in de gaten

, even wachten kan ik niet. Komt wel goed zei ze, Ze belde meteen de taxi centrale. Dat stelt gerust en bekort de kwelling van het wachten, in de tussentijd iets anders doen kan niet, een boek is op zo’n moment niet meer dan een ding dat je vasthoudt

Het was in de tijd, dat er altijd wat was met de Regiotaxi.

Terwijl het taxibusje onderweg is, kijk ik uit het raam, en zie de grote weg richting Bennekom. Op het grasveld voor de weg staat een man met een lul van drie meter waarmee hij heftig aan het zwiepen is. Omdat het nogal opzienbarend is, kijk ik voor de zekerheid nog een paar keer en toen wist ik het zeker: die man is niet goed bij zijn hoofd, zoiets doe je niet, zoiets hoort niet.

Zo wachtte ik in mijn rolstoel voor het raam op de taxi die minstens een half uur te laat is en dat was minstens 40 minuten te veel voor mijn lijf en mijn hoofd. Dat is de ondertussentijd. met mij. de taxi is er, ik ben er, maar we vallen nog niet samen

Wachten is diep deprimerend.

Nieuw verhaal, nieuwe voorstelling, nieuwe werkelijkheid: Wie zal ik zijn en worden? : Zal het mij lukken te revalideren?

Zal ik goed gezelschap tussen goed gezelschap zijn.

Ben ik rekwisiet, acteur of regisseur, de komende tijd? In de Gelderse vallei heb ik mijn eerste stap gezet. Nu de rest nog  ikdacht: wat oefenen en dan naar huis,

 

 

naar Groot Klimmendaal  De taxi rijd mij het plein op, Lief zit achter mij in de taxi, zij voelt zich verantwoordelijk voor mij en de tas, in dit stadium van ons leven gaat dat vaak gelijk op:

Tegels, schoolplein, schuifdeur, nieuw thuiskomen, docentenkamer boven de ingang, overal het zelfde Mijn eerste lesdag na de herfstvakantie. In Arnhem ,het Gelders College was ook zo: Het’’ daar gaan we weer gevoel’’:

hoe lang gaat dit duren?’’( ‘’Hier blijven! ‘’(Ho!) De bel is nog niet gegaan’’), en dan gaan ze buiten staan roken, de vakantie is voorbij, de revalidatie ias begonnen  ik zal  hier beginnen m et les krijgen, De taxi rijdtd mij het plein op, tegels, schoolplein, Groot Klimmendaal in Arnhem. Vanuit mijn rolstoel bracht ik mijn voeten omhoog tot aan het achterraam in de hoop dat een automobilist achter ons mijn voeten zou zien en zich zou afvragen wat dat was,,, zelf vond ik dat wel een leuke gedachte.

Zo reden wij het plein van Groot Klimmendaal op.: Het is zover, weer zal ik mij aan moeten passen, een ander kamp, op een ander schoolplein een ander rooster.: Het ik begin weer-gevoel, de maandagen na vakanties, niets veranderd, zelfde onrust zelfde inertie Later dacht ik treurig: die jongeren hier horen gewoon op school gewoon te zijn zoals gewoon op school gewoon gevonden wordt. Lachen, drentelen, springen, dom doen en onverantwoord. Mooie meisjes kussen en verleiden. Alles wat ik als scholier nooit gedaan heb In een rolstoel is dat een haast onmogelijke opgave, met een rollator is dat nog erger: Jezus, een jongen met een rollator, niks van zeggen, dat hoort niet, dat is zielig. ..Kijk!, Hij rookt wel.

 

 

Spokvakantie.

De laatste dag van de herfstvakantie 2005,20 oktober, heb ik door omstandigheden niet meegemaakt al ik was niet vrij, ik was ernstig ziek. Ik lag in het ziekenhuis, die ene vakantiedag fascineert mij,de dag die er was,maar niet voor mij, heb ik die wel of niet gehad omdat ik die dag in het ziekenhuis lag, ik was er wel, maar afwezig, dat blijkt een belangrijke vraag te zijn, aanwezig, afwezig, daar ergens tussenin heb ik geleefd, , Die ene vakantiedag  duurde bijna een jaar en typeert alles..Nog steeds is het herfstvakantie voor mij, het is 2017 oktober, herfstvakantie, een vakantie  zonder aanleiding er is geen reden; het weekend waarin ik gewend was te denken: ‘’Maandag móet ik weer’’ is niet geweest. ook dat is kenmerkend  voor mijn beleving nu. Er zal formeel wel een sluitend antwoord zijn,; isa hte een dag die uitgetaalks wordt als ziektedag. het is dus ook geen feitelijk probleem het is een probleem van de geest c.q. brein:een spook-probleem: Kink in de kabels ,een bug in een niet digitaal systeem,(het niet aanwijsbare bewustzijn), de mythische tijd. De beleefwereld buiten kloktijd, tijd die bestaat uit wat er gedaan wordt.De kloktijd doet daar niet ter zake voor mij is er maar éen oktober en dat is die maand in 2005 met die niet geconsumeerde vakantiedag, die dag van niks, ik herinner mij zelfs het ziekenhuis in ede niet Het spookt op de zolder van mijn brein het is er nog altijd oktober . ik heb altijd nog een dag tegoed, ook tijdens dit schrijven (Oktober 2017)

 

Spoken bestaan de herfstvakantie van 2005 begon is in mijn beleving van de tijd nog niet voorbij is het is een clash of reality’;s fantoomtijd. Spoken bestaan wel voor mij, bíj mij ín mij: zoals eerlingen de herneming van het schoolbestaan vieren: keten.  ,zoals ze dat ooit deden in 2d, altijd onrust als de klas voor de deur van mjin lokaal stond te wachten tot ik weer te laat aankwam.Ik was onverbeterlijk, ook dat was wederzijds, alles heeft twee kanten, deuren ook.Open en dicht, daartussenbestaan we.

Spoken manifesteren zich in verwarring somberheid apathie  redeloze  nutteloze boosheid schrijnende ergernisssen,zelfkwelling . Geen laaiende woede maar schroeiend en broeiend en niet te blussen, , dat is een huis zonder dak,  en het regent godverdomme verdriet   en vloeken. tranen zelfs , het spookt:

 

Er is geen donder zonder wolk

 

er is geen wolk zonder wind

er is geen bliksemflits die bliksemt

voordat er ergens iets begint

 

Het is de stroom – ahaa

Het is de elektriciteit

de spanning hoopt zich op

en op een dag wil je het kwijt

 

Je kunt de buitenband wel lappen

maar de binnenband is rot

op een dag dan zal ie klappen

en dan vliegt het naar je strot

 

Je kunt de dijk een stuk verhogen

maar de fout zit aan de voet

je waant je op het droge

totdat je spartelt in de vloed

 

Het is de stroom – ahaa

het is de elektriciteit

de spanning hoopt zich op

en op een dag wil je het kwijt.

Eigen tekst-1997]

 

 Pas in Klimmendaal Arnhem ging mijn vakantie echt voorbij na de warrige deprimerende zombietijd de  zielsverdwaling.in het  UMC, geestelijk verdwaald in bed: Geleende tijd, het nadruppelen van een bijna fatale herfstvakantie.

Die ene dag, die spookdag,was de ouverture van de grote verwarring, de onzekerheid over mijn bestaan, wat rest er als alles verloren lijkt te zijn?

Klimmendaal :

Mijn handicap werd menens, mens, en ik was die mens, mijn zelfbewustzijn was als een wolkje condens in de keuken lichaamloos, geen vaste tijd, geen vaste plek .Opeens wist ik wat hersenletsel was, niet wat het betekende, maar wat het wás: ík was het. Met de lift omhoog en omlaag:Hulp begeleiding, en dagelijks de kluts en de weg kwijt: een kind, verdwaald op de avonturenkermis van het dagelijks bestaan: Tijdens de rapportvergadering ontdekken dat je de rapportcijfers nog niet ingeleverd hebt, of vergaderen over iemand waarvan je niet weet wie ze bedoelen met de vermeldde naam, dat ken ik, dat waren mijn nog niet beschadigde hersens die de weg kwijt waren. In klimmendaal was ik het zelf:

Mijn brein was mijn herder, en ik bleek het lam. We waren een slecht duo.

Vloeken deed ik toen nog niet.

Ik was dom, niet geschikt om typisch Marinus te zijn.Het was als de overgang van Emmen naar Den haag in het beginvan mijn puberteit: ik wist mij niet meer te gedragenEr waren tevel overgangen geweest.

Zelfsmij terugtrekken als  boy in abubble lukte niet meer.

Allen de avond warop ik Ramses Shaffy  hoorde zingen, heb ik gedanst in de schem e en  wasgelukkig, ik danste en viel niet, en er was niemand die ht zag.Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk En Bewonde. Met de inhoud had dat niets van doen. Dat ik danste, ij bewustvan mkjzelf. Dat was ik.

|The long and winding. road

That leads to your door

Will never disappear

I’ve seen that road before

It always leads me her

Lead me to you door

The wild and windy night

That the rain washed away

Has left a pool of tears

Crying for the day

Why leave me standing here

Let me know the way

Many times I’ve been alone

And many times I’ve cried

Any way you’ll never know

The many ways I’ve tried

But still they lead me back

To the long winding road

You left me standing here

A long long time ago

Don’t…

IN BED MET JEZUS

 

De eerste avond in bed troostte ik mijzelf met de misschien wel mooiste religieuze tekst: De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets. Ik ben geen schaap, ik zal het zelf moeten doen, maar alles wat ik nodig heb is hier aanwezig weet ik. Ik associeerde mijn bed met een boot op een groot donker meer, een romantische dramatisering van onzekerheid. En daarop doordenkend probeerde ik mij uit die angst te bevrijden. met de door mij opgeroepen parabel van Jezus en Petrus op het water: Jezus zou over het water komen om mij te redden, wist ik.Toen werd ik panisch . Mijn bed werd de boot, de verlorenheid was de storm over het water, maar door de storm heen kwam niemand mij te hulp. Er was geen Jezus.Mijn verbeelding sloeg op hol, werd zichtbaar en voelbaar, ik hallucineerde.

Ik verzoop in mijn matras; enge dromen kende ik wel, maar hallucinaties niet en Jezus liet op zich wachten, dus bleef ik verzuipen. Ik was Petrus zonder Jezus, niks

Overigens is het een mooie parabel.

Heleen en Trees kwamen mij redden met tezepam en de juiste dosis goede woorden. Door de telefoon las Lief mij psalm 23 voor. Zij thuis in Heelsum in het grote bed, ik in Arnhem in een onwennig bed, ik hoor haar bladeren in haar kleine Bijbeltje, waarin de tekst op dundrukpapier gedrukt is, goud op snee, gebonden in een leren kaftje dat met een ritsje te sluiten is om het broze papier beschermen.

Terwijl ze voorleest krijg ik een beeld van hoe ze daar ligt. Het was een intiem bijna erotisch moment dat contact met Lief. God was er ook een beetje bij, een heel klein beetje, niet meer dan een Nanodeeltje of een hersencelletje. Theologisch is dat niet van betekenis, filosofisch evenmin, het is maar een gedachte, lucht, licht en leegte, dat waar ik vrolijk van word omdat ik zelf nogal neig naar zwaarmoedigheid. Gedachtes zijn er om over na te denken.

Wat heeft ze aan, een versleten shirt, dat net iets te kort is? En wat voor broekje? Voorheen wist ik dat. Godsdienst is een riskante bezigheid, maar als je geliefde je voorleest uit iets met een ritsje dat ritselt, vergeet je je geloof en  lig je in bed aardser te zijn dan ooit . Ik denk niet dat ze  zich op dat moment afvroeg wat ik aan had.Tijdens dit schrijven hoop ik haar binnenkort open te kunnen ritsen om te horen hoe ze ritselt als ik blader om in haar Psalm 23 te vinden.

Die nacht viel ik in slaap met goddank een droge matras, maar met angst voor het vervolg van die angst, een blijvende angst, elke avond was ik bang om mijn bed in te gaan uit angst om ‘s nacht in een koud doorweekt bed te verzuipen.

Themazepam is de enige medicijnnaam die ik ken uit de periode voor mijn thuiskomst. Oxazepam ken ik ook: Psalm 23 voorlezen. ikkvroeg mijn  bezoek om mij psalm 23 voor te lezen of vroeg hen om met mij te bidden, ook dat was goed voor mij. Beter dan bloemen of koekjes. Op die manier leerde ik wat de kracht van religie was en de ballast van het geloof. Geen bezoekvrees. Geloof verlicht niet, maar verduistert. Religieus geloven is bang voor de zintuigen zijn. De riskante schaduwzijde van de religie is dat je begint te geloven dat de metaforen werkelijkheid zijn en daar gezag aan  ontlenen. Die nacht werd mij duidelijk waar het omgaat in religie: woorden die vertrouwd zijn geworden. Trees en Heleen meen ik, in de deuropening met kalme woorden en de pammetjes.(temazepam en oxazepam .) In mijn herinnering dienden ze de slaappillen op vanaf een verzilverd dienbladde deuropening, met kalme woorden en de pammetjes. (temaze en oxaze., dat is geen geloof, dat is religie. en persoonlijkheid .

In de kerk

Religie is leren zwemmen, geloven is wachten tot Jezus je komt redden: wachten op het spook dat je hallucineren doet.

Mijn Jezus heette ritsje en was in handen van Lief in Heelsum. Eén van de neveneffecten van mijn herseninfarct is een permanent bewustzijn van de godsdienst in mijn leven. Denkend over de god van mijn jonge jaren vind ik houvast in de seculiere god van nu.Mijn vader zou proberen mij opnieuw te bekeren tot de god die hemel en aarde maakte en mij op ondoorgrondelijke wijze liefheeftdoor htd stredven van Jezus.

 

Groepswerk

 

Na mijn herseninfarct ben ik meervoud geworden, alles wat ik was en wíe ik was ben ik nu allemaal tegelijk,  ongeordend,en niet in toom te houden,een intelectueel orgassme. War niet iedereen blij mee is en daar moet ik het meedoen tot de dood mij komt ordenen. Zo ging ik naar Groot Klimmendaal, bang voor mijzelf en de mij onbekende context.

Zoals aankomen met de brugklassers in het kampgebouw en tijdens de eerste gezamenlijke maaltijd avond voor speltijd zo boos was geworden dat ik zelf een handvol doperwten pakte en teruggooide.

Maar daar wist ik wat en hoe het gaan zou. Hier moest dat nog blijken in het gebeuren de dagen door, niemand kon zeggen hoeveel dagen of maanden, , misschienwel een jaar. Toen kon ik nog uit de voeten met tijd en …. Hoe lang gaat dit duren, en waarom ben ik niet iemand anders?

:           Clash of reality’s, frictie tussen feit en fictie: surrealisme Mist boven zee, mij overkomen   Tussen begin Klimmendaal en nu bestaat niet meer dan een erwtsoep van herinneringen:de samenhang van mijn leven daar werd gevormd door mijn bed en de rode stalen deur.

Voor de eerste lunch ging ik met T. naar de wc, daar stond ik tussen de neerklapsteunen een poging te doen mijn gulp open te ritsen, ik ben rechtshandig dat komt dus goed uit , denk je, maar mijn  broek openritsen  met eén hand lukte mij niet het leek eenvoudig,  mijn rechterhand deed het wel,

Ik wil zo graag dat geluid van mijn rits horen, zei ik tegen T.

Ze hield mijn broekrand zo vast dat ik mijn rits met éen hand kon open zippen. Mooi geluid. Duidelijk statement. Een geluid dat als een onomatopee in de lucht zou moeten hangen Zip! Typisch Marinus, ik heb lang niet meer gezipt.

Aan tafel moest ik mijn linkerhand op tafel naast mijn bord leggen, mijnlinkerarm was daar te krampachtig voor, zodat ik er voortdurend aan herinnerd werd een stijve arm die in vol gewicht van de tafel valt voelt ongelukkig echt, onwillig onkundig,en moest met de rechterhand terug worden gelegd en  geduwd. ik was er nog lang niet en ik begreep hte niet, het was een rotarm, ik had er niets aan, waarom dat gedoe, dat hele hersenletsel was zo’n gedoe bleek al snel, ik kon weinig zelf en  ik mocht weinig zelf omdat ik gevaarlijk was voor mijzelf. Verhoogd risico om nog verder kapot te gaan.

Bij het diner moest ik al mijn handigheid en vindingrijkheid gebruiken om op te scheppen door te snijden open te

HAPPY DECEMBER

Sinterklaas komt langs, schoenen op de gang, ,beetje lullig gevoel: het is teveel:goede bedoeling:pachocoladeletter met een goedbedoeld bemoedigend gedicht, gezamenlijk eten en. Mensen met zwarte vegen op de wang. Zwarte pietmutsen. Ik ben niet goed in  , bi moet het niet goed bedoeld maar goed zijn, in dit geval volwassen.die qua vormgeving niet . ik heb er wel de beste zwarte Piet ontmoet, die ws nite geschminkt, die Mode moslim. Mijn voornaam is Mo, mijn achternaam, is Slim. Hij griste uit een schaal een handvol pepernoten en smeet die door de gang mete de woorden:: ik mag dat.

voldoen Pepernoten. Sociaal functioneren: niet zeggen dat ik alles lelijk en kinderachtig vind: Ver van huis: vreemdeling zijn.

5

december. Mijn gedichten willen niet lukken. Ik wil dat ze compact zijn dat war ik altijd goed in was., goed voor te  lezen verrassend riujmen mooi ogend qua vorm, de tijdnood is als vanouds: Net op tijd is alles klaar, dat is een lekker gevoel

Lief heeft voor de pakjes gezorgd, ik help haar met plakband. H et is een koele pakjesavond, de zaal voor de culturele activiteiten blijft zichzelf ongeacht onze aanwezigheid, de gedichten klinken belegen,als ik niet anders was als vaanouds had alles als vanouds gekund, ik moet anders willen om weer te kunnen De therapie, hoe kan het  anders.als het anders moet. Het pakpapier ritselt hinderlijk, dat deed het eerder nooit. Het is niet leuk,ik ben druk met ,mijn best doen het is tragisch, jammerlijk. Het was altijd mijn favoriete familiefeest het alles blijkt teveel, dat ligt aan  mij, ik ben voor mijzelf en voor anderen te veel.

 

Ook dat is hersenletsel., ik ben zo’n mannetje met krullen en een bril.

 

 

Kerstavond met catwalk.

Op de avond voor kerstavond vertoont de televisie in de gezamenlijke huiskamer een gezellig televisieprogramma van de TROS:

 

Heel veel sneeuw op televisie en heel veel gezelligheid.

Voor de gelegenheid staat de televisie aan het hoofd  van de langwerpige eettafel; links en rechts ervan zitten de aanwezigen, het oogt alsof de tafel het verlengde van de catwalk op tv is. Zo heb ik het ook onthouden, dat dacht ik niet, dat wás zo.

Er is een soort catwalk in de sneeuw op televisie en   over die catwalk komen Marianne Weber en Frans Bauer, als het ware de kamer binnenlopen, heel gemoedelijk. Ik herinner mij dit als zwartwit televisie. Ze zingen, een voice over zegt wie ze zijn en hoe het heet wat ze zingen,ook de stem is van een bekende Nederlander die wel eens zingt. Het klinkt heel gezellig;

Ik vraag aan iemand wie iemand is. ‘’Dat is Jannes’’, zegt de vrouw en kijkt mij aan alsof ik een zeer idiote vraag gesteld heb ze is niet van onze afdeling, volgens mij.

Ik zit in mijn rolstoel bij de kerstboom en het raam waarachter alles donker is, behalve de zendmast op het KEMA-terrein, daar hangen lampjes aan die meewaaien met de wind.

Ik spiegel mijzelf in het raam, en zie mijzelf als scene in een kerstfilm: Manke man viert kerst, ik laat mijn hoofd hangen omdat ik dat wel passend vind.

Op de televisie sneeuwt het, buiten is het koud en miezert het. Er ligt sneeuw, oude sneeuw, op het raam dat aan de buitenkant beregend is, vormt zich aan de binnenkant condens. De sfeer is net zo goed, als de muziek. Ook dat is perceptie, sociale perceptie. Het is me gelukt gewoon TROS-kijker te zijn: Marianne Weber te ondergaan, constateerde b ik voor het slapen gaan met trots.

Hier op de Veste, waar ik woon sinds november 2015 heb ik dat ook, zo nu en dan, dat ik geen commentaar heb op de RTL4-televisiekeuze van de bankzitters. Als er Goede tijden slechte Tijden gekeken wordt, houd ik mijn mond want ik kan het wel, boosheid verdriet en alleen zijn komen later: Wat doe ik hier?

Waar is Lief zodat we samen de televisie uit kunnen zetten of zeggen: wat een shitprogramma! Is er niks anders?, en snurk , dat hoort ze niet, ik slaap in Arhnhem, zij woont in Heelsum en vloek,niemand die dat hoort,  en ikantaseer

pulpverhalen,horror porno en geweld.Maar liever herinner ik ons, zonder pulp, met fiets.

Ik ben film, alles is film vanuit een rolstoel, vanuit een rolstoel leef je niet, maar registreer je: op zithoogte. De rolstoel is een goed verplaatsmiddel voor voyeurs,b ovendien, bovendien ben ik gek dus kunnen ze het mij niet kwalijk nemen.

Ik zwijg en onderga geduldig dit mij onbekende fenomeen. Kerst mete sneeuw op televisie. De aftiteling is te snel om te volgen, het programma heeft een tempo dat bij mij past,  niet snel niet moeilijk, geen plot geen verwisselbare acteurs, alles simpel en leeg als sneeuw die niet valt maar wordt geblazen.

Ik zeg alleen maar gezellige dingen.

De woede bewaar ik voor later, boosheid wordt verbazing, mooi is dat als het lukt. Ik houd van theater, daarmee bof ik.

Zie mij zitten, doe ik het goed? en hoe voorkom ik dat ik de anderen stoor door iets kritisch over Weber Bauer of Jannes te zeggen. Ik maak van mijn hart een moordkuil, altijd gedaan, mannetje zwijgt, mannetje mokt. Tegenstribbelendoe ik wel soms,  een voorzichtig beetje.

Lief is niet va nde voorzichtige beetjes, lZij gaat frontaal.in de aanval, daar heeft zij een stem en een blik voor, ook sals ze telefoneert, dat bewonder ik.ook tactiosch is ze goed.ik lijd een beetje in stilte

 

Zaterdag  25 december

 

Kerstavond . Met vriendin S., lopen we naar Het Dorp, daar staat een kerk waar kerstmis gevierd wordt deze avond.

De sneeuw is glibberig en op sommige plekken hard. Koud is het niet, het dooit een beetje en regent een beetje, genoeg om te vloeken.

Er moet geduwd vermeden en geremd worden Lief weet hoe dat moet S.is nog wat onwennig: Het is raar om iemand te duwen die je lopend en fietsend gekend heb

 

meisje een kerstkaars door.

Het vlammetje waait bijna uit. Pas toen besefte ik het: Bijna dood geweest. Daarom moest ik huilen. Het was de eerste keer dat ik huilen moest, daar werd het niet echter of erger van. Het maakte alles wel duidelijker. Eindelijk begreep ik het.

Geen tunnel met licht gezien. Geen uittreding gehad. Mmijn persoonlijkheid is niet in staat esoterisch gedoe te ervaren, omdat ik dat niet  wil , de fase van de metafysica heb ik gehad. Nooit weer, genoeg energie aan verspild toen ik jong was. Ik weiger mij over te geven aan iets dat mijn verstand te boven gaat, ik ga niet boven mij zelf hangen om te kijken hoe ik daar bijna dood lig te gaan. Ik heb al meer dan genoeg aan cognitieve zelfreflectie.

’hoe oud ben ik,vroeg ik mij af op een dag in bed?

Gênant voor een man van 56, want zo oud denk ik nu dat ik toen was, maar wanneer was toen?in de zomer van 2005 vermoed ik.Zulke feiten zou ik op moeten schrijven en op mijn bureau leggen zodat het daar kwijt kan raken. Orde, alle orde is in de soep verdwenen

 

26 december 2005 (uit de Nieuwsbrief)

Beste mensen.

 

Terwijl er een waterig zonnetje schijnt denken we terug aan gisteren: eerste kerstdag die zo anders was dan voorgaande jaren. Hoeveel er eerst eigenlijk zo normaal was.

beseffen we nu.

 

Marinus zit momenteel in de loopgroep. Dat betekent dat hij elke dag een uur looptraining heeft. Dat gaat wel goed, zegt hij. Zijn balans vinden en steunen op zijn zwakkere linkerbeen gaat steeds beter. Dan mag hij straks van zijn kamer naar de lift lopen. Hoewel hij bij de loopgroep wel wat afgeleid wordt door alle andere revalidanten die een paar stappen verder zijn en balletjes overgooien in de veredelde gymzaal. Hij stoort zich tegenwoordig veel sneller aan mensen, geluiden en eigenaardigheden. “Het is net alsof alles anders binnenkomt. En soms doet een bepaald geluid dan pijn in mijn schouder” zegt hij.

Maar de meeste therapieën hebben zich afgelopen week afgespeeld op zijn kamertje.

Daar mocht hij niet vanaf in verband met zijn mogelijke besmetting met de MRSA. Dat is een ziekenhuisbacterie die in Nederland gevreesd wordt doordat ze niet goed te behandelen is. Hele afdelingen worden soms gesloten. Dus moest Marinus in quarantaine. Opgesloten op ongeveer 15 m2 terwijl alle verplegers en therapeuten in speciale pakken naar hem toe kwamen. En na afloop hun handen moesten desinfecteren met blauwe alcohol uit een pompflesje. Het is niet zeker of hij MRSA heeft. Afgelopen week zijn er kweken uit zijn neus en keel genomen en vandaag krijgen we hoogstwaarschijnlijk de uitslag. Wat het gaat betekenen voor hem en voor ons als de kweek positief is dat weten we nog niet.

De verpleging was echter zo attent te onderkennen dat het nogal benauwend moet zijn zo opgesloten te zitten in je hok, met niets dan een raam dat uitkijkt op een bemost dak, een prikbord vol met lievelingskaarten,  muziek en ladingen boeken. Samen hebben ze   de buurman weggejaagd(?) en nu heeft hij twee kamers, of eigenlijk een grote. Daar staan twee kleine kerstboompjes en voor het raam hangt een slinger met kerstlichtjes. Met dank aan H. die het een en ander elders heeft weggesmokkeld, dit was één van de hoogtepunten binnen mijn revalidstietraject.

 Veel is het niet, maar lief is het wel (en niet officieel(het is alsof er illegaal een kerstboompje gekapt is, lekker stout.

 

Ik luisrde naar wat‘Sjostakovitzvoor Stalin componeerde(CKV)wen was gelukkigs, ymfonie nr. 9(?).

 

 

Dit is een memorabele kerst, goed voor min nieuwe verleden.

 

26 december 2005 (Nieuwsbrief)

Beste mensen,

 

Terwijl er een waterig zonnetje schijnt denken we terug aan gisteren: eerste kerstdag. Zo anders dan voorgaande jaren. Hoeveel er eerst eigenlijk zo normaal was.

 

Marinus zit momenteel in de loopgroep. Dat betekent dat hij elke dag een uur looptraining heeft. Dat gaat wel goed zegt hij. Zijn balans vinden en steunen op zijn zwakkere linkerbeen gaat steeds beter. Dan mag hij straks van zijn kamer naar de lift lopen. Hoewel hij bij de loopgroep wel wat afgeleid wordt door alle andere revalidanten die een paar stappen verder zijn en balletjes overgooien in de veredelde gymzaal. Hij stoort zich tegenwoordig veel sneller aan mensen, geluiden en eigenaardigheden. “Het is net alsof alles anders binnenkomt. En soms doet een bepaald geluid dan pijn in mijn schouder,” zegt hij.

.

 

 

nieuwsbrief

 

En toen was het kerst.

 

Veel bezoekers mochten naar huis, met weekend  of feestverlof. Voor ons was dat niet haalbaar Marinus was nog te verward,en had nog teveel hulp nodig en aanpassingen  Dus vierden we de kerst in de zaal. Daar mocht hij dit keer wel op, omdat we de enige mensen waren op die afdeling. De gangen leeg en uitgestorven. Slechts een enkele verpleegkundige was aanwezig om hem af en toe het bed in of uit te helpen. Zo is Rita kerstochtend naar de kerk in het Dorp geweest. Naar eigen zeggen een aparte ervaring…  Het was toch wel indrukwekkend en emotioneel voor Marinus die liedjes te horen die je altijd met Kerst gezongen werden en die je van vroeger kent. “Komt allen tezamen”.

Ik wilde luidkeels zingen, maar mijn stem is naar de kloten. Geen volume, geen toonverschil, geen maatgevoel. Alleen maar frustratie. En ik houd van zingen. Het hoeft niet mooi te zijn, maar wel hard. Sinterklaas komt langs, schoenen op de gang, ,beetje lullig gevoel: het is teveel: wij-hebben ons beest gedaan, pakje met een goedbedoeld bemoedigend gedicht, gezamenlijk eten en. Mensen met zwarte vegen op de wang. Zwarte pietmutsen. Ik ben niet goed in  , bi moet het niet goed bedoeld maar goed zijn, in dit geval volwassen. die qua vormgeving niet . ik heb er wel de beste zwarte Piet ontmoet, die ws nite geschminkt, die Mode moslim. Mijn voornaam is Mo, mijn achternaam, is Slim.en mijn vriendin is lam.Hij griste uit een schaal een handvol pepernoten en smeet die door de gang mete de woorden:: ik mag dat.Pepernoten. Sociaal functioneren: niet zeggen dat ik alles lelijk en kinderachtig vind: Ver van huis: vreemdeling zijn.verdwaald ontspord. Tuddssenn Deventer en Heelsum.

5 december. Mijn gedichten willen niet lukken.dat is tragedie, een diepe droefheid

ik wil dat ze compact zijn,dat wAar ik altijd goed in wa, goed voor te lezen en mooi GesloteN ogend qua vorm, de tijdnood is als vanouds: Net op tijd is alles klaar, dat is een lekker gevoelLief heeft voor de pakjes gezorgd, ik help haar met plakband. H et is een koele pakjesavond, de zaal voor de culturele activiteiten blijft zichzelf ongeacht onze aanwezigheid, de gedichten klinken belegen,als ik niet anders was als vaanouds had alles als vanouds gekund, ik moet anders willen om weer te kunnen De therapie, hoe kan het  anders.als het anders moet. Het pakpapier ritselt hinderlijk, dat deed het eerder nooit. Het is niet leuk,ik ben druk met ,mijn best doen het is tragisch, jammerlijk. Het was altijd mijn favoriete familiefeest het alles blijkt teveel, dat ligt aan  mij, ik ben voor mijzelf en voor anderen te veel.

 

Ook dat is hersenletsel., ik ben zo’n mannetje waar je rekening mee moet houden: ‘’zal ik hem duwen, of duw jij hem ?of heb je liever je rollator, dat papier ruimen wij wel op.

Ik brerng hte wel even naar de container zeg ik dus, ik ben zo weer terug,ht is een flauwe grap, maar ik wist niks beters.

We noewmen het ‘’Gezellig’’.positief blijven is plicht voor een samenleving die gezellig hoort te zijn.

 

Hollandse kerst

Op de avond voor kerstavond vertoont de televisie in de gezamenlijke huiskamer een gezellig televisieprogramma van de TROS:

 

Heel veel sneeuw op televisie en heel veel gezelligheid.

Voor de gelegenheid staat de televisie aan het hoofd van de langwerpige eettafel; links en rechts ervan zitten de aanwezigen, het oogt alsof de tafel het verlengde van de catwalk op tv is. Zo heb ik het ook onthouden, dat dacht ik niet, dat wás zo.

Er is een soort catwalk in de sneeuw op televisie en   over die catwalk komen Marianne Weber en Frans Bauer over een tafel de eetzaal binnenlopen, heel gemoedelijk. Ik herinner mij dit als zwartwit televisie. Ze zingen,en  een voice over zegt wie ze zijn en hoe het heet wat ze zingen,ook de stem is van een bekende Nederlander die wel eens zingt. Het klinkt heel gezellig;

Ik vraag aan iemand wie iemand is. Dat is Jannes, zegt de vrouw en kijkt mij aan alsof ik een zeer idiote vraag gesteld heb.Wie in godsnaam is Jannes dát is Jannes: hij zingt iets wat lijkt op VolendamOok gezeellig en positief,ook dat is revalidatie.

Ik zit in mijn rolstoel bij de kerstboom en het raam waarachter alles donker is, behalve de zendmast op het KEMA-terrein, daar hangen lampjes aan die meewaaien met de wind, lampen.

Ik spiegel mijzelf in het raam, en zie mijzelf als scene in een kerstfilm: manke man viert kerst, ik laat mijn hoofd hangen omdat ik dat wel passend vind.

Op de televisie sneeuwt het, buiten is het koud en miezert het. Er ligt sneeuw, oude sneeuw, op het raam dat aan de buitenkant beregend is, vormt zich aan de binnenkant condens. De sfeer is net zo goed, als de muziek. Ook dat is perceptie, sociale perceptie. Het is me gelukt gewoon TROS-kijker te zijn: ik heb Marianne Weber  ondergaan zonder zeurren,, constateerde b ik voor het slapen gaan met trots. Gewoon trots. Ik was gewoon.Gewoon one of the losers, kind van  de grootste familie van Nederland, ik ewas de doelgroep, hersenletsel.

l: Wat doe ik hier? In het land van de kreupelen.

Ik ben film. Alles is film vanuit een rolstoel, vanuit een rolstoel leef je niet, maar registreer je: op zithoogte. De rolstoel is een goed verplaatsmiddel voor voyeurs zoals ik, een scootmobiel is ook zoiets weet ik. Bovendien, ben ik gek dus kunnen ze het mij niet kwalijk nemen. normale mensen hebben een gewone scooter.I, van zijn liefde wondergroot

k zong : ik  wil zingen van mijn Heiland’’, van zijn liefde wondegroot, en vanad mijn rode scootmobiel keek ik in ht kruis va nemands spijkerbroek, geheel onschuldig, maar wel grappig in de acceptatie van mijn scootmobiel.’’ The clawsh of royalty’s

Ik zwijg en onderga geduldig dit mij onbekende fenomeen. Kerst met sneeuw op televisie. De aftiteling is te snel om te volgen, het programma heeft een tempo dat bij mij pastd eze kerst: Niet snel, niet moeilijk, geen plot geen verwisselbare acteurs, alles simpel en leeg als sneeuw die niet valt maar wordt geblazen.sneeuwkanonnen, geen gevaar, all is quit, all is peace.

Ik zeg alleen maar gezellige dingen als he even stil is.

Dit is een plek war niets gebeurt, een plek om stilletjes dood te gaan omdat er anders niets te doen is, ook een memorabele situatie, als uit een fil, weer een bijdrage aan mijn nieuwe verleden.

De woede bewaar ik voor later, boosheid wordt verbazing, mooi is dat als het lukt. Ik houd van theater, daarmee bof ik.

Zie mij zitten, doe ik het goed? en hoe voorkom ik dat ik de anderen stoor door iets kritisch over Weber Bauer of Jannes te zeggen. Ik maak van mijn hart een moordkuil, altijd gedaan, mannetje zwijgt, mannetje mokt:hrenletsel tijdendens kerst, ws dat kind maar nooit geboren Jezus met hersenletsel in een rolstoel, wat zou God daarvan vinden.Het is een rare God.

 

achteloos.  Ik vraag aan iemand wie iemand is. ‘’Dat is Jannes, zegt de vrouw en kijkt mij aan alsof ik haar gevraagd heb wat voor onderbroekje ze draagt.

Ik zit in mijn rolstoel bij de kerstboom en het raam waarachter alles donker is, behalve de zendmast op het KEMA-terrein, daar hangen lampjes aan die meewaaien met de wind.

Ik zit in mijn rolstoel bij de kerstboom en spiegel mijzelf in het raam en zie mijzelf als scene in een kerstfilm: manke man viert kerst. Ik laat mijn hoofd hangen omdat ik dat wel passend vind. Ik zwijg en onderga geduldig dit mij onbekende fenomeen. De aftiteling is te snel om te volgen, het

beregend is, vormt zich aan de binnenkant condens. De sfeer is net zo goed als de muziek. Ook dat is perceptie, sociale perceptie. Het is me gelukt bedacht ik voor het slapen gaan met het was een mooie avond, een kerst om nooit te vergeten.

K . Met vriendin S., lopen we naar Het Dorp,.

De sneeuw is glibberig en op sommige plekken hard. Koud is het niet, het dooit een beetje en regent een beetje, genoeg om te vloeken.

Er moet geduwd vermeden en geremd worden Lief weet hoe dat moet S.is nog wat onwennig: Het is raar om iemand te duwen die je lopend en fietsend gekend heb t, ik ben mij daar bewust vand, mislukt te zijn vooErraar staat een kerk waar kerstmis gevierd wordt deze avond.

omdat het noga een kale kerk is staat er iemand in de hal om ons extra hartelijk welkom te heten, ook staat er een kerstboom.We zingen , nit luid genoeg vind ik, dus doe ik ingehouden mee’’ komt allen tezamen, zo hoort het, dat ontroert mij.

 

Een blind meisje meisjegeeft een brandende  kerstkaars door.

Het vlammetje waait bijna uit. Pas toen besefte ik het: Bijna dood geweest. Daarom moest ik huilen. Het was de eerste keer dat ik huilen moest,dat was geen sentiment , dat was een onthulling: ik sstond in min hemd, bijna dood, bijjna uitgekleed, eindelijk gevoel een hoe gênant ik ht ook vond,daar werd het niet echter of erger van. Het maakte alles wel duidelijker. Eindelijk begreep ik het.

Geen tunnel met licht gezien. Geen , geen engel geen uittreding gehad. Mmijn persoonlijkheid is niet in staat esoterisch gedoe te ervaren, omdat ik dat niet  wil , de fase van de metafysica heb ik gehad. Nooit weer, genoeg energie aan verspild toen ik jong was. Ik weiger mij over te geven aan iets dat mijn verstand te boven gaat, ik ga niet boven mij zelf hangen om te kijken hoe ik daar bijna dood lig te gaan. Ik heb al meer dan genoeg aan cognitieve zelfreflectie.ik huil okmdat Lief nast mij zitenmijnhoofd in haar hand legt, geen sentiment maar Brancusiezoals ht ei in ht KKruller Muller in de ruimte wr oceaan en pier van Mondriaan aan de muur hangt, de krn van mijn gevoel.. eerstr hert ei, dan Mondriaan, dan dat vreemde bewustzijn dat als lreergte tussen de kunstwerken hangt nergens is de leegte zo mooi als daar

SPANNEND HEUVELTJE

n[ieuwsbrief 2006]

 

’s middags zijn we met zijn allen gaan wandelen. Een heldere zon en een spannend pad voor een rolstoel met kleine wieltjes voor en een wiebelend linkerbeen. Om de tien meter moesten we stoppen om een steen te verwijderen of een  been weer recht op een  steuntje te zetten..

 

Geen heuveltje maar een  helling, ik hing schuin in mijn rolstoel . Noud moest zijn best doen om mijn vallend te voorkomen, dat lukte hem best: sterk g enoeg, maar ik was wel  overgeleverd aan zijn kunnen; toch bang dus. 

iIk  ben snel bang.voor waar ik zelf geen zicht op heb, iemand achter mij die duwt Voor logische dingen als het berijden van zo ’n steile helling ben ik bang maar ook voor dingen waar ik de vinger niet goed op kan leggen. Wat ik hoor maar niet zie is bedreigend, zintuigelijke prikkels horen samen te gaanoom een helder overzicht op te roepen

 

De koorddanser staat aan het begin

van het hoge koord, maar plotseling

ziet hij voor zich hoe hij straks te pletter vallen zal

als gif sluipt het zijn schedel in.

Angst voor de val.

 

 SPOOK OP DE GANG

Het spook op de gang

Het is november 2007, of 206? Klimmendaal, Arnhem, ik lig in bed, het is 8 uur.

Buiten is het donker, de schuifdeur laat wat licht door , net als het floddergordijntje voor mijn raam, ik hoor wat op de gang.

Het tikt en doet denken aan een vrouw,godverdomme kuthoer met je kuthakken

denk ik, met een venijnigheid die ik niet ken van mijzelf .

Het komt als een dijkdoorbraak.

Opgeschorte woede heeft dit moment gekozen om vrijuit te gaan, het is oude, ranzige woede, achterstallige woede, zoiets heb ik nooit eerder van mijn leven gezegd, daarom typeert het dat moment in die periode zo goed.

Ik was boos op wat ik hoorde maar niet zag.

Er is teveel geweest wat ik kende van horen en zien, maar dat zich opsloot achter een zware deur. et deze intense gedachte trap ik de deur open,  dit is geen woede; dit  is irrationele  zelfexpressie, er kwam geen woede aan te pas, het is een neuropsychologische explosie. In de lichte gang achter de schuifdeur ter hoogte van de metalen linnenkast, gok ik, loopt iemand op naaldhakken, geile hakken, veel -belovende hakken, hakken waarnaar je kijken moet als ze passeren. Ik kan de hakken horen, ze klinken geil, dit is wat ik als jongen altijd heb willen horen en zien, het is het spook op naaldhakken dat me prikkelt tot deze duistere expressie expressie. Ik barst los uit mijn intellectuele beschaving, geile hakken, het spook uit een verleden, mijn verleden, jarenlang heb ik dit spook de ruimte gegeven in  theaterstukken die ik maakte op school.

Geniet van de huiver en huiver van genot, verrukkelijk tweeslachtig is de lust, vergeet de meester die je strafte, de moeder die je kuste, dit is de Tuin der Lusten, gedramatiseerde tweeslachtige overgangssituaties,..Hhoge hakken zijn om te dragen, niet omop  te lopen, een soort permanente puberteit, nu zou ik het anders doen. Zo één ben ik:  ik hoor,  ik zie, en  verbeeld me wat  , sneu eigenlijk. S. heet het spook, concludeer ik de volgende morgen. Zij is de enige die het geweest kan zijn, ik heb er over nagedacht nadat ik de agressieve woorden met kinderlijk genoegen heb laten echoën in mijn hoofd, mijn brein kent nieuwe hobby’s, kuthoer was ze niet, dat woord wordt zelfs op scholen niet gebruikt, kutwijf wel, zo worden sommige moeders door hun kinderen genoemd . Ik kom niet meer op school, nooit meer voor de klas, nooit meer dingen doen die ik niet kan: regelen, afspraken maken en die nakomen, alle namen onthouden. Orde scheppen en bewaren vanwege de rust en concentratie van de kinderen.

Ik denk dat ze stagiaire was , . Via, via, heb ik iets vernomen, ik ken haar verder niet,  ik weet niet meer van haar dan  haar kont zoals ik die ken  van de keren dat ze  mijn rolstoel  voorbij gelopen is. Bij mij aan tafel heeft ze nooit meegegeten, ik heb het zelfs niet gehoopt, omdat het mij eng leek. Meisjes die zorg voor je dragen en zorg aan je besteden moeten niet ogen alsof ze uit een mannenblad voor oude jongens zijn gestapt.Dat schept verwarring en verkeerde verwachting,

De aanwezigheid van stagiaires in diverse, zorginstellingen, is wel en genoegen, het maakt htd leven er wat vitaler. En nieuwerer druppelt wat HBO-studenten[;ezier degriujsheid van het ingekadedrrdeverzorgd zijn binnen.

 

  1. heeft me nooit gedoucht, niet meer dan 1 keer in elk geval, evenmin mijn urinaal geleegd. Gek dat zo’n ding naast je bed hangt, ook na het plassen. Mijn plas stonk niet gelukkig, geknoeid heb ik wel eens.

 

Ik vermoed dat ze niet goed in douchen was. Mooie meiden zijn slecht in het afdrogen van de rug.

Bovendien was ze niet mooi, maar sexy, billen in beweging, en dat is te weinig om iemand te ontmoeten. Sexy is een geschminkt soort mooi, zoals operazangers te nadrukkelijk zingen om goede acteurs te zijn. M. een hoffelijk meisje van reformatorische afkomst vermoed ik, was goed in alles. .ze , ze droeg sandalen en rookte niet. Ze rook fris en was aangenaam aanwezigniet als verschijn ingmaar als de wiujzewarop ze aanvulling was op wt ik konzesuggereerde onbekommerdheid en darmee ruimte, ze moest niks, ik had nooit het gevoel iemand lastig te vallen

Haar billen gingen schuil in de tent van haar rok, misschien was haar vriend de enige die wist wat er onder die rok schuil ging. Misschien dacht hij daaraan tijdens het zwaarmoedige bidden in de kerken ‘’ leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze “, ik ken het verschijnsel, ze glimlachte helder voordat ze behoedzaam de metalen deur  dichtschoof, het was een metalen deur die meestal met een harde klap in het slot piepte en knarste. Dat was geen aangeleerde onderdanigheid, dat was karakter en persoonlijkheid. Mooi was ze niet en als ze het al was dan werd dat gecamoufleerd door haar kuise kapsel, haar naam ben ik zo goed als vergeten, ik noem haar M. in mijn geheugen zij noemde mij ‘’u en ‘’meneer’’, l

Als je hersenletsel hebt is het van belang dat iemand krachtig je rug droogt. onomatopee FLATZ ! met grote stripletters in de lucht hangen.Rood.

 

Die avond zie ik niets; dat is vreemd, hoe weet ik dat zij S. is zij het is en wat doet ze op de gang? Waarschijnlijk komt ze van het balkon waar de verpleging  bijeenkomt om te roken.  Er wordt veel gerookt op plekken waar verpleegkundigen zijn. Het spook tikt op naaldhakken onder haar strakke spijkerbroek door de kale gang. Ze moet het wel zijn, ze is de enige die ik er op hoge hakken heb zien lopen. Gewoonlijk lopen verpleegkundigen op makkelijke schoenen, meestal sportschoenen, je hoort ze op de gang niet voorbijkomen. De door het geluid van naaldhakken opgeroepen  aanwezigheid, een vermoeden, is meestal voldoende om echte aanwezigheid te zijn. Iedere gewaarwording is niet meer dan een  snelkoppeling naar ongeziene informatie. Ik lig neurotisch op  het tikken van Rita’s hakken te wachten om bij te praten. Liefde is vervangen door bijpraten. Voor iets anders  liggen er te veel kussens in het bed en het risico om uit bed te vallen is te groot , bovendien is het onhandig als je ene arm intimiteit in de weg zit. Het is een half lichaam dat vrijen wil met een heel lichaam. Ik heb een keer tussen de bedrand en mijn rolstoel op de grond gelegen;; remmen  niet  vastgezet, ik kom uit een verleden waar alles wat met seks te maken had op de rem gezet moest worden, hoewel mijn moeder later zei dat ze het ’ leuk werk vond’; die woorden zullen wel uit de geest van mijn vader gekomen zijn. Ze keek er ondeugend bij.

Ook als Rita de deur openschuift zie ik het spook op de gang  niet en dat is vreemd, hoe weet ik zo zeker wie het spook is en waarom die ongehoorde combinatie van woorden. Ik hoop  door de opengeschoven deur rechts iets van S te zien, maar spoken zie je niet .

 

Rita zie ik wel, ze is een silhouet in de deuropening, haar zie ik, omdat ze er is, ik weet dat ik haar niet onbewust verzonnen heb als een projectie van opgehoopte frustratie. Het geluid is gestopt. De woorden waarmee ik het spook getypeerd heb,  verzwijg ik voor Rita , er is al genoeg ellende, ‘’ook dat nog’’, zal ze denken, denk ik. Een deel van onze dialogen bestaat uit het onhoorbare heen  en weer denken, op de gang is het stil.

Hoi Marien, zegt Rita zoals zij alleen dat kan. Mijn overleden zuskon dat ook, dat klonk alsof ze zich als   oudste zus  over mij ontfermde.

Zodra Lief bij mijn bed komt zitten ben  ik weer

een kerel die zwaarmoedig en verloren wakker ligt in Niemandssland. ‘’ wasteland’’ Liefde vertaald in bezoek.Dit kan ik niet, misschien ben ik al gedeeltelijk dood.we praten. Ik probeer een kus.

Lief zegt dat ze weer gaat.

Wat ga je eten, vraag ik.

Dat weet ik nog niet, ik zie wel wat er in de koelkast ligt. Ik hoor haar weglopen over de gang naar de trap naar beneden, het vermoeide geluid van afgesleten hakken, grijs gesleten zwarte suède schoenen met geruisloze hakken bespat met moddder. Ik wil bellen of ze er nog is, waarom weet ik niet. Ze is er maar ik zie haar niet, dat is onverdraaglijk net als dat vermoeide geluid van haar versleten schoenen.

In bed lig ik hopeloos gedeprimeerd te wachten tot het overgaat maar dit is de niet maakbare samenleving, ikj ben nite ziek, ik nben kap[ot. Elke avond komt ze, elke avond gaat ze. Elke avond probeer ik haar hakken vanaf de lift tot aan mijn kamer te horen, dat duurt lang, dan overweg ik haar te bellen, soms draalt ze, dan heeft ze wat te bespreken en te regelen ,met K. an het begin van de gangOf  halverwege de gang mt K. maar daarna hoor ik haar maar anders dan het spook dat waarschijnlijk niet fietst en schone schoenen draagt waaronder op de zool nog een sticker met prijskaartje plakt en geen modder aan haar hakken plakt.

Een klaplong herstelt, een ingegroeide teennagel kan worden verwijderd maar dit is onherstelbaar. Dit ben ik, in mijn diepste put, de trap aan het einde van de gang bestaat niet, de fietsenstalling is in de kelder waar ook de pingpongtafel staat en niet buiten. Ik overweeg Lief nog een keer mobiel te bellen, H. zegt dat ik dat niet doen moet, je moet haar haar rust gunnen.

Ik laat het.

IK ga nu weg, zegt Lief, de volgende avond voor ze gaat, morgen ben ik er weer.

Zie je, ik ga nú.

Het is niet te vatten.

Ze weet het en probeert het te bezweren.

Ik ga nu!

nu!

Dit is wat zich blijft herhalen bij ieder bezoek van Lief aan mij, al voor ze er is lijd ik aan haar vertrek.het zijn overlappingen en verdubbelingen in de tijd,het vergeten zijn van voor of naar achter in de tijd en dat maakt aankomen en weggaan tot probleemtijden.de heen en weertijden

ze komt. ze gaat; iIn bed lig ik hopeloos gedeprimeerd te wachten tot het overgaat maar dit is de niet maakbare samenleving. It Het is de ondertussentijd. Ik bedenk vast wat ik met Lief te bespreken heb en hoe ik dat aanpak.Het is altijd  zo saai, het is iedere keer weer meer van hetzelfde. Misschien komt ze dit keer wel naast mij in bed liggen en mij vasthouden om er niet uit te vallen. De vorige keer zei ze: Nu niet, ik ben kletsnat van de regen, Oosterbeek. Afwezig aanwezig zijn. Zoals Lief de aanwezige is als ze van huis naar mij fietst, zó wachtte ik ’s avonds en dat is langer dan de tijd aangeeft. En dan gaat ze weer.

Elke avond had ik de hoop weer thuis te zijn als ze er was, weer even het gevoel er vanzelfsprekend bij te horen, vanzelf te zijn. We doen ons best en dat is nooit genoeg, Maar vanzelf te zijn door je best te doen is een vreselijke paradox die mij weer grensgebied laat zijn. Onbevredigd tussen haar komen en haar gaan. Ik zie haar in gedachten het terrein verlaten. De nacht is indigo blauw, ik wil haar bellen maar weet opeens niet waarom, ik wil bij haar zijn door te weten waar ze is. Eerst wachten tot ze thuis is, maar wanneer? Misschien belt zij mij wel. Al bijna een jaar komt ze mij dagelijks bezoeken en ik weet niet hoe ik haar bemoedigen kan . Ik ben de prins, ik moet haar redden, waar is mijn paard? Ik heb een rolstoel en een rollator. Ik wil naar huis, dat moet zo snel mogelijk. Het heen en weer tussen Lief en mij breekt mij op. Ik noem het heimwee.er is geen perceptie die mijn werelden bijeen houdt.

Heijenoordseweg,

Schelmseweg, Utrechtsewegb Oostrbeek, Dorwerth Bennekomseweg in het donker het smalle tuinpaadje op. Zodra ze thuis is zal de telefoon gaan. Avond na avond zelfde route, heen en terug, altijd regen  in oosterbeek.Hobbes waacht op eten.

GESCHIEDENIS VAN EEN WOEDE.

 

Het dagelijkse bedprotocol is als volg

Moet je nog naar de wc vraagt K.

Ik porets mijn tanden

Nee, ik hoef niet

Zekewr weten?

Ja.

Ik trek mijn pyjama aan,en  ga liggen, K. legt mij in de juiste positie in bed  ik slaap op mijn linkerzij, op mijn aangedane kant dus, om die reden, moet mijn kwetsbare linkerschouder op de juiste manier worden ondersteund met kussens Dat is iets wat ik zelf nog  niet kan.

Ik poets mijn tanden,  K. wacht. Ik poets mijn tanden., d  K. stopt mij zorgvuldig in. K. doet dat altijd heel precies en vriendelijk. K. is een goede verpleegkundige. Dat maakte het onbegrip nog waanzinniger want dat gebeurde. Ik lag en moest plassen, zoals vaker na het tandenpoetsen als ik mijn bed  in ga bovendie ben ik een probleem, vaak moeten plassen té vaak,nog altijd,niets aan te doen, dus kwam ik mijn bed uit

Ik reed in mijn rolstoel de gang op. K. kwam van het balkon.

Wat doe jij dan?

Ik moet plassen.

Z.elstandig plassen, mocht ik nog niet,daar hield ik mij aan.

Heel banaal. Weer ben ik een lastig kind’’ wat doe jij dan?

Dat had je nét moeten doen, ik heb het je nog gevraagd.

Toen hoefde ik nog niet.

Ik was een keer vergeten mijn rolstoel op de rem te zetten en lag naast de pot tussen de pot naast mijn rolstoel.ik vergeet wel eens wat.Dat soort situatoies vind ik wel grappig, dan verander ik van perspectief.

Ik heb dat vaker na het poetsen.ik stond in mijn rolstoel voor de deur en wachtte  hij Hij weigerde,iIk ga je nu niet helpen. Je moet leren je plas op te houden. Iedereen moet dat op deze afdeling.” Ik heb dat nagevraagd, niemand wist daarvan.

Dat was mij nooit verteld. Iedereen op de afdeling die ik er naar vroeg kende hetzelfde probleem, niet plassen, poetsen en dan wel moeten en boos je bed uit. Ik weet niet anders.  Prozaïsch en banaal allemaal. De woede die volgde en maakte mij een maand of vier het het wonen daar onleefbaar

. Mijnbrein sloeg op til. Ik durfde niet meer om hulp te bellen als ik plassen moesten zeldstandig plassen mocht ik nite ws mij gezegd dus ging ik om te plassen naar plekken in he gebouw waar niemand het zou zien . Het was een leugenvan K., maar zo zeg je dat niet als je meer dan 50 jaar mij geweest bent, nooit gescholden, nooit gevloekt, overgevoelig voor de kleinste suggestie dat ik een ander tot last ben.

Ik bleef staanvoor die deuren en wachtte af In mijn herinnering stonden er anderen bij. Ik deed niets. Karakter, hersenletsel en verleden. Samenloop van omstandigheden, the clash of reality’s.werkelijkheden overlspten en beschadigden elkaar.enik moiest pissen. Wie mij uiteindelijk geholpen heeft weet ik niet. Zonder begeleiding naar de wc mocht ik niet nadat ik meerdere keren bij de transfer vergeten was de stoel op de rem te zetten.en ik gehoorzaamde goddverdomme

Ik had moeten zeggen: Nou en? Klootzak,

ik ga tóch. Ik zet mijzelf altijd op de rem. Ook bij emotionele transfers. “GGodverdomme K, stoor ik je bij het roken,” had ik moeten zeggenvolgens de maatschappelijk werker die mij een cursus assertiviteit aanbood. Er was een balkon waar K. vandaan kwam. In de zorg rookt iedereen. Ook mensen van wie ik dat niet verwachtte. Ik had in mijn broek moeten pissen in de hoop op een mooi spiegelend plasje onder mijn rolstoel.

Ik nodigde K. uit voor en gesprek op mijn schemerige kamer. Tegenover elkaar, tafeltje ertussen, boek erop ‘’Alain de Bottom:’’ Statusangst,” het beetje licht dat er was kwam van de gang. Hollands drama. Coming of age.Mijn vader had mij geleerd de vrede te bewaren, dat deed hij ook.

Hoe ik nu zou reageren, weet ik niet.Lief zou  het beter doen.Als het nodig is weet zij gedecideerd iemand op zijn numme te zetten.een paar maand langwas ik booshet mantra K.moet dood, ging de hele dagals mantra door mijn hoofd. Dat was geen agressie, dat was hersenletsel en geschiedenis, het is deel van mijn nieuwe verleden.

Toen werd ik boos, boosheid die woede werd en paranoïa. Ik werd bang om hulp te vragen als ik plassen moest en zonder hulp mocht ik formeel niet naar de wc dus deed ik het stiekum. Er waren toilethokken in het gebouw waar ik ongezien naar binnen ging om te plassen. Ik ben nooit betrapt.

Ik verdacht K. ervan mij opzettelijk dwars te zitten. Na een  periode quarataine vanwege de ziekenhuisbacterie. die voorbij Tot   blblijken zou dat ik die bacterie niet in mij meedroeg, was de regeling dat ik alleen bezoek ontvangen mocht als de bezoeker zich kleedde in een blauw plastic regenpakachtig iets, en  zijn handen desinfecteerdemet speciale zeep, dat gold ook voor de verpleegkundigen. Ik bleek onbesmet

Ik sliep weer op mijn eigen kamer. Maar de morgen na mijn vrijgeving kwam K. binnen, kleedde zich in plastic. En ik wist zeker dat hij dat expres deed om mij dwars te zitten. Helter Skelter : de achtbaan van mijn woede. Iedereen koos de kant van K. Bij ergotherapeute F. klaagde ik voorzichtig en huilde ik. . Ik had mijn punt gemaakt. F. kaartte het aan bij de psycholoog en de maatschappelijk werker, zij bespraken het,ook met K. en besloten dat ik zelfstandig naar de wc mocht en maakten daarvoor een stappenplan: Rolstoel op de rem, leuning laag, achterwerk op de pot draaien, klaar. Dat je je broek omlaag doen moest voor het plassen stond er niet op. , evenmin dat ik eerst het licht aan moest doen om het stappenplan te kunnen lezen. Ik ontdekte wel het probleem van heel vaak plassen, iirritant vaak, dat ik als ik naar huis kon ook niet zo vaak naar de wc kon, omdat Lief niet de hele tijd met mij mee kon lopen. Had K. ook gezegd en dat alles woelde en wroette in mijn woekerende brein, dat geen controle over begrip en uiting had. Ik begon te fantaseren hoe ik naar de spoorbaan bij Oosterbeek kon lopen. Mijn woede sloeg op hol en mijn maatgevoel ontbrak; een puberaal depressietje dat uit zijn voegen barstte zoals pubers eigen is, ik kreeg er een pil tegen, dsaar kreeg ik een nare droge mond van . er werd extra op mij gelet, dat ik voldoende watersdronk, want daar was ik meegestopt, en medicatie werd inbereikbaar voor mij opgeborgen. Natuurlijk ws dat hele gedoe met die trein flauwekul, iemand aks uik doet zoiets niet. dat wist ik zelf ook wel, het was niet eens bedoeld om indruk te maken, hte wes onderdeel vanhete theater warin ik op dat moment terecht was gekomen, de waan van de dag, even morbide sals het roulete rad van madman, typisch Marinus, h een mentale omweg als  uitweg. Veel later liet Lief mij ontdekken dat mijn woede feitelijk ontspoorde boosheid was. Pubergedrag als een ontwaakte mummie die in een griezelfilm.Mjn lange lont was kort geworden.in de klas had ik geschreeuwd. Hier durfde ik dat niet, darvoor was ik te alleen in de gang. Ik had een overmatig gevoel te veel te zijn ontwikkeld. Iedereen was tegen mij, argwaan die zichzelf bewijst, een cognitieve hooligan zonder fysiek geweld. Ook waar ik nu woon heb ik dat. Ik roep zelden hulp in van het personeel uit angst dat ik ze stoor in hun werk.

Lief is wel assertief, als ik hoor hoe zewde drieletter instanties UWV, CAK,aan de telefoon aanpakt te glunder ik van trots, dat is mijn meisje.Kut is drieletters zeg ik dan.Lul ook, zegt zij dan, en dan is alles goed met ons.’’ God’’ ook zeg ik nog  snel.Waarom zegt ze niet tegen mij dat ik haar te veel ben. Ik wil harde woorden, Sadomasochistisch taalgebruik.Nu weet ik wat SM is, het is pijn voelen om echt authentiek en aards te zijn een zelf,  botoxinjecties in mijntypisch Marinus zijn beter  dan brein gerelateerde frustratie.het is theater,  nrt als seks ik hr inner mij de keer dat ik op vol volume Godverdomme heb geschreeuwd tijdens ht vrijenomdat ik dat lekker vondtherapeutisch vloeken.ritueel theater.Het is zien hoe de naald van het infuus in je arm verdwijnt na het magische moment dat je vel even meebeweegt.Pijn is ht bewijs van echtheid. Bij de trombosedienst heb ik dat ook, en bij de botoxinjecties, zelfs bij de tandarts. Liever pijn die geen kwaad kan dan emotioneel verloren. Ze sms’t, ze mailt. Ze wordt er doodmoe van, maar ze kan het! Nu ik nog.

Zeg godverdomme wat je van mij wilt en suggereer niks.

De prins op het paard is prinses op de erwt geworden, altijd zo geweest misschien. Typisch Marinus .Prinses met pijn, prins met rolstoel- Heb ik mij ooit laten kennen, ben ik ooit meer geweest dan dit. Laten we vrijen en dat ik dan vloek.

Ze is er weer, weer op de fiets, en weer regende het in Oosterbeek.

Ik lig in bed en de wereld heeft mij verstoten. Ook het script van mijn afscheidsvoorstelling begint mij tegen te staan. Dagelijks begin ik opnieuw. Het is een ketting van invalletjes en vondsten aan het worden. Ik weet wat ik wil. Ik weet dat het iets moois kan worden, een soort magnum opus. Nog éen keer: fel venijnig grof en beeldend. Beeldend en satirisch, maar het lukt niet. Op een tafel die in een schemerige hoek van mijn kamer gezet is, werk ik op de laptop die ik van school gekregen heb; overal papier met onleesbare teksten die voor helderheid zouden moeten zorgen; het is op, het sloopt mij. Ik moet hier weg. Ik hoop dat Lief mijn voorstelling leuk zal vinden zoals ze meestal mijn voorstellingen vond als kritische kijker. Ze leest mijn tekst niet, niet, ze vraagt er nauwelijks naar:ht is ijdele hoop.overschatting vanmijzelf,onderschatting van mijn handicap Dat is hoe ik te ervaar.de kleine jongen is weer bang voor een volwassen oordeel,regressie, hoe word ik oit volwassenen als zodanig gezien?, ik lop te gebogen achter mijn rollatorW.t. G. kwam als een vorstin achter haar rollator de eetzaal binnen, rrechtop , blik voorui t, in volle lengte, wt ze miste aan stemcompenseerde ze mt persoonlijkheid en charme.ze maakte zichtbaar wat genieten is, zonder woorden,

Zonder woorden ben ik geen persoonlijkheid. Het script liep vreselijk uit de hand. Het schrijven lukte wel, maar maat houden niet, in plaats van de gebruikelijke 40 pagina’s werden het er 2010

Bij pogingen dat in te korten, groeide de tekst steeds verder, en vaak zocht ik in de kantlijn links naar woorden die ik vergeten was, maar er is in Microsoft Word geen kantlijn.

Collega  G.., die de voorstelling zou regisseren, heeft de tekst terug gebracht tot 20 of 30 pagina’s.

Inhoudelijk was het minder vond ik, qua vormgeving ook, daar mocht ik mij helaas niet mee bemoeien, maar

PERSOONLIJKHEID MET ROLLATOR: :

In Groot Klimmendaal was ik eén van de vele, de meesten van ons hadden een fysieke handicap. Iedereen liep met stok, rollator of was rolstoel gebonden.Veel van ons haddenfutloze stemmen In de wachtkamers kwamen we elkaar tegen, we waren niet alleen anders vanwege onze fysieke beperkingen, we oogden anders en uitten ons anders. Ook gesprekken verliepen anders, weinig dialoog, veel vraag antwoord, met een hekje daartussen.

Volgende week heb ik weekendverlof.

En

Hoe lijkt je dat?

Dat zal best vreemd zijn ik ben al eren kwart jaar niet meer thuis geweest.

Een kwart jaar. Ik ben al een halfjaar hier ik weet niet anders meer

Zou je vrouw je nog herkennnen ?

M We waren trager en tragischer, moe, lusteloos, i k zag ze en wist , zo ben ik ook. Onze stemmen waren vermoeider en minder gearticuleerd, en die blik:’’ wat moeten we nu., is hete al zover?

Als we daar zaten te wachten met onrust en lelijke tijdschriften, zagen we er nogal mislukt uit, maar dat mocht ik niet denken en vinden, wij waren niet minder waard dan mensen zonder handicap, uiteraard. Maar wel anders, wat mij betreft, ik  was gekker dan anderen, gekker dan gemiddeld, ook gekker dan gewooon zoals ik mijzelf als gewoon hredinnerde.ik stond in de klas, keek rond en wist wat ik er deed en hoe ik i4emand verder kon helpen, ik ws ongewoon gewotrden, mijzel;f niet langer gewend,ongewoon en ik vind dat dat zo gezegd mag worden,het zou onderdeel vande therapie moeten zijn: hoe is ht om ongewoon te zijn?, iook voor jezelf. Ik vond het zelfs leuk om tegen gewonene mense te zeggen dat ik niet ormaal was.

Ooit een normaal mens ontmoet? En beviel dat? Iedereen heeft wel een beperking, en wat is dat ‘’normaal? er wordt zoveel goedbedoelde prietpraat in je kapotte brein gedropt, spreuken wisheid, karten, tegeltjes.

 Iedereen weet wat normaal is. ik weet het maar al te goed, 52 jaar lang was ik een normaal mens en dat beviel mij uitstekend. Als ik in de spiegel kijk op mijn douchestoeltje zit en mijn trui weer achterstevoren binnenstebuiten aantrek weet ik wat normaal en niet normaal is. En dat ik de laatste jaren geen voorstellingen met leerlingen gemaakt heb is niet normaal en dat ik zoveel vloek in dit schrijven is niet normaal zoals toen ik nog normaal was. Ik ben gek, ik ben raar ik ben anders gewoon,dan ik gewoon was. Ik ben typisch Marinus, maar anders, typisch anders, zoals ik als 17jarige wilde, maar niret kon, hooguit een beetje anders baptist. Over ons uiterlijk en ons imago spraken wij niet, dat was geen onderdeel van de revalidatie.Ik wist toen niet eens dat het  aan de orde was, , bij Rob, de psycholoog had ik goede gewone gesprekken.het soort gesprekken dat de geest ewakker houdt en inspireert. Over muziek die ons bezighield, maar het onderwerp hoe ik mijzelf beleefde was niet aan de orde, helaasomdat ik daar nooit over begon,ik ben slecht in gesprekken met hulp of zorgverleners. Ik houdniet van .esprekken over mijn hersenletsel, dat was altijd zo’n gezeur, zo’n verplicht probleem, waartoe jeje verplicht voelde problematisch o over te praten. zo’n verplicht therapeutisch nummer , eedn  talkshowtrauma.in het kader van accepteren.

Xo moeten leerlingen zich hebben gevoeld tijdens een gesprek met mij als mentor. We leefden en dat moest voldoende zijn, R. haalde koffie en dan zaten wij als twee mannen  met een verleden te praten over punk, waar hij meer van wist dan ik’’The Smiths, nooit van gehoord, ik had er anders kunnen zitten, maar wist nog niet waarvoor. Ik had hersenletsel maar wilde gewoon kunnen praten over wat mij cultureel bezighield. Nu weet ik wie the Smiths zijn, best lekkere muziek. Dank aan Dat was  essentie, de kern van mijn zelfbewustzijn , dat wat Marinus was .Mijn brein moest weten wat prioriteit nummer 1 in mijn zijn was.het podium was leeg, ik moest kunstenaar van mijn leven worden heb ik geleer door dit te schrijven.een voorsttelling schrijven eear ik zelf de regie van voer, en leerling zijns amen met anderen.

M Formeel    hoorde ik te beseffen : ik leef gelukkig nog; de rest was decorum, uiterlijk, dat hoorde geen probleem te zijn, dat was een bijkomstigheid van de strijd om je bestaan, daarover spreken met lotgenoten was not done, volgens de plaatselijke mores.ik denk nu dat ik darom tijdens mijn sessie met de Ne psycholoog Rob over punkwilde te praten.  Ik wist dat ik er onprettig uitzag voor de mij  bekenden die beweerden dat dat wel meeviel; Johnny Rotten was lelijker. maar als ik in de spiegel keek ,zag ik er niet uit. Mijn linker mondhoek hing laag. Maar erger was mijn linkeroog, dat hing op mijn jukbeen in mijn gezicht, niet volgens de spiegel maar volgens mijn beleving, en dat valt onder dezelfde afdeling van het brein, het ongenadige brein,mooie titel.In de spiegel van mijn zelfbeeld hing mijn linkerkant omlaag alsof die gemaakt was van niet geharde klei. Daar zie je niks van zeiden ze. En toch was het zo, ik bestond uit twee helften en mijn linkerhelft was zoals spiegelbeelden zijn asymmetrisch

Scheef, het belangrijkste deel van mijzelf, mijn hoofd, was scheef, en in mijn beleving hing mijn linkeroog naast mij iets onder mijn jukbeen en,  mijn mondhoek niet ver daaronderoit had ik plastic dingetjes die je in een aardappel kon steken zodat ht een gezicht werd, zo was ik gewordenzelfs dat ws nimisgluktdoor mijn spastische brein. Ik was mislukt, net als alles daaronder. Ik was in tweeën gedeeld, twee helften waarvan de  rechter het meeste mijzelf was en dat hoorde ik normaal te vinden, want jezelf mank en niet normaal vinden, was je zelf kleineren, en slecht voor jou en je zelfrespect, dat mocht ik niet denken en vinden; wij waren niet minder waard dan mensen zonder handicap. Uiteraard, ik maak zelf wel uit wie meer of minder waard is dan ik,er zijn er zelfs die minderwaardig zijn.

 

Ooit een normaal mens ontmoet? En beviel dat? Leuk, goedbedoeld Ja, dat beviel. 52 jaar lang was ik een normaal mens en dat beviel mij prima,

Positief zijn, ook dat is verplicht ht schint te helpenmensen die bnadrukkelijk positief en gezellig hun leven en huewlijk proberen te redden irriteren mij, maar dat mag ook niet.Positief zij is een Amerikaanse remake van een Scandinavische psychologische probleemfilm;happy end, aftiteling, licht uit.bambi overleeft.Yriomf Dysney kent alleen de hemel

Vreselijke sociaal verplichte gemeenplaatsen. Iedereen weet wat normaal is. Het zijngoedbedoelde zinsconstructies, maar  pijnlijk. Ik wil gewoon weer normaal zijn desnoods net zo gek als toen ik nog normaal was.en een kerstvoorstelling begon met alle spelersalsdood op de vvloer. Het is allemaal spek en bonen, troost, een retorische fopspeen, een doekje voor het. bloeden ik heb recht op eerlijkheid, vind ik.

 

Toen ik weer thuis was, werd dat erger: toen durfde ik niet in de spiegel te kijken, geen gezicht. Ik had opeens twee gezichten, dat van mijn oude hoofd en dat van mijn nieuwe hoofd. Ik omat ik zoek naar est er rest, wat restis een oude man met stok, mijn ogen ogen jonger maar wel een beetje gepijnigd, vooral mijn linkeroog, dat hangt er een beetje treurig bij.dat heb jer, maar dat ben je nietis de bezwering van die vloek. Soms sta ik even stil om tegen een paal te leunen.  Zelf noem ik mij de Manke Man, personage in een pijnlijke klucht. Ik zal moeten accepteren dat ik niet normaal ben en hoop dat anderen dat ook doen, dit leven is nieite normaal Dit gaat nooit meer over. Pas als ik dood ben is alles weer normaal. Abnormale doden bestaan niet.

´´Gelukkig ben je rechts en kun je nog praten´´ concludeerde men. Iemand zei: je kunt altijd nog boetseren, ik ken iemand die hele mooie dingen maakt van klei.

Godverdomme, ik wil niet kleien, ik wil slootje springen, huppelen en wandelen met Lief.

Dat was godverdomme een dokter die dat zei,.

 

 

 

 

 

hHoe erg dat is weet ik niet-wel wil ik dat mensen weten dat ik het was en hóe ik dat, want dat is wat niet voorbij gaat. Het is niet erg om niet normaal te zijn, als het maar op mijn eigen manier is, maar wel lastig zo nu en dan. als ik mijn best doe normaal te zijn.

MAJOR TOM IS DE WEG KWIJT

 

December januari Klimmendaal.

 

Am I sitting in a tin can

Far above the world

Planet Earth is blue

And there’s nothing I can do Though I’m past one hundred thousand miles

I’m feeling very still

And I think my spaceship knows which way to go

(David Bowie)

 

 

Mijn schedel is gedicht, de nietjes worden verwijderd.,49 nietjes Ik heb ze bewaard als relikwie van een fascinerend leven er zitten hi er en daar nog wat sporen van de wond,wat korstig, en wat roodbruin.

Ik ben er klaar voor, ik wil naar huis en laat dat wetenheimwee, mislukt in alles..

Nieuwsbrief

 

Zo gaan de dagen voorbij. Soms gaat het goed. Soms wil ik niets meer, ook geen bezoek.  De therapieën laten geen waarneembare vorderingen zien. Soms ws alles  niedt meer vermoeiend omdat hik van alle gesprekken slechts het ‘topje van de ijsberg” hoorde  en dan kwaad word om niets (waarom vertelt iemand aan tafel over haar hond en laat daarbij een foto zien van dat harige ding. ) Met name de wachtruimtes zijn een bron van  agressieve frustratie, waarom leef ik godverdomme niet tussen gewone mensen z oals dat hoort bij mensen die zich normaal voelen zoals ik.  Het is een periode waarin alle tijden en herinneringen samenvallen als groente in de groentesoep. Het is dsteeds vaker: kom ik te vroeg of te laat. ,Uren. Het is de periode waarin steeds duidelijker wordt dat ik na mijn ontslag van Klimmendaal, ook mijn ontslag als leraar krijgen zal, ik maak alvast plannen voor mijn afscheid. Ik wil nog graag eén keer een voostelling maken. Op een van school geleende laptop begin ik aan het script van Pimperella, een satirische variant van Assepoester over het onderwijs, de hip hopwil \ijn/  alles wat kunst cultuur en ontwikkeling is moet leuk en glansrijk zijn om kans te hebben. Het concept dat tijdens de treinreis naar mijn moeder in Deventer ontstond. ? Het idee trekt zoveel andere ideeën en associaties aan dat het script binnen een week in plaats van  de voor mij gebruikelijke 50 pagina’s uitgroeit tot 200, doorlopend ben ik stukken tekst kwijt. Met de zoekfunctie vind ik de tekst elders in het script, kopieer het en plak het ergens anders maar tijdens het verwijderen van dubbele fragmenten tekst krijg ik nieuwe invallen, die ik vervolgens toevoeg aan het script. Ik ben uren op zoek naar het stuk tekst over Pegasus dat halverwege in de kantlijn van mijn Wordocument zou moeten staan, een onzinnige uitweiding,Pegasus in Asseoester, in een kantlijn die niet bestaat. In  pogingen te snoeien kropen nieuwe associaties de tekst in. Toen wist ik dat ik echt kapot was. Mijn zelf was naar de knoppen, ik was onzin en onmacht geworden, dit kwam nooit meer goed. ik moest naar huis, de juiste setting om  Marinus te zijn.: schrijven wat ik wil, liedjes kunnen maken hi kon ik niet meer mijn pwat ikschreef deed wasritmeloos ,  wijdlopig  ongeschikt om zingbaar te maken voor een nieuwe voorstelling,wr ik geen plektijd en leerlingen voor zou kunnen vinden , er was geenschool, er warengeen klassen, er was geen gebouw als voorheen. Marinus kon uitgekakt de pot op

 home sweet home, een leugen die geloofd wil worden als waarheid., het land der kreupelen Is bezaaid met fopspenen die hoop heten.

LOST IN SPACE

Ground Control to Major Tom

thuiskomsten

 

Ik vertrek één keer. Daarna blijf ik.
Ik vertrek misschien twee keer.

Maar dán zal ik toch blijven.
Als ik vertrokken ben zal ik één keer blijven staan
en aarzelen, · misschien ook twee keer- ik weet het niet.

Ik heb gelijk, zal ik denken.
Ik neem de kortste weg, de mooiste weg,
en ook de snelste weg,

THUISKOMSTEN

 

December januari Klimmendaal.

 

Ground Control to Major Tom

Check ignition and may God’s love be with you

This is Ground Control to Major Tom

You’ve really made the grade.

Now it’s time to leave the capsule if you dare

This is Major Tom to Ground Control

I’m stepping through the door

And I’m floating in a most peculiar way

and the stars look very different today

For here

Am I sitting in a tin can

Far above the world

Planet Earth is blue

And there’s nothing I can doThough I’m past one hundred thousand miles

I’m feeling very still

And I think my spaceship knows which way to go

(David Bowie)

 

 

Mijn schedel is gedicht de nietjes worden verwijderd.49 nietjes Ik heb ze bewaard als relikwie van een fascinerende.  amazing journey.Ik  en dat gebouw.éen voor éen werden de nietjes verwijderd en aan mij getoond, er zat nog wat korstig bloed aan de potjes

Ik ben er klaar voor, ik wil naar huis en laat dat weten.

Ik zeg ‘’heimwee, en dat is doorslaggevend. Ik vertrek met melancholieke wetenschap en keuze om niet weer voor de klas te staan wat jammer is maar ook een opluchting. Mijn beste jaren in het onderwijs had ik al gehad, alles wat mij lief was ,was ten onder gegaan in de kettingbotsing van bezuinigend fuseren. Er was een  nieuw schoolgebouw met een nieuwe naam waarin ik nooit heb lesgegeven beekdallyceum.

 

Ik vertrek één keer. Daarna blijf ik.
Ik vertrek misschien twee keer.

Maar dán zal ik toch blijven.
Als ik vertrokken ben zal ik één keer blijven staan
en aarzelen,
misschien ook twee keer- ik weet het niet.

Ik heb gelijk, zal ik denken.
Ik neem de kortste weg, de mooiste weg,
en ook de snelste weg,
de weg langs afgronden en elegante ruïnes,
de weg langs klaprozen, langs schreeuwende meeuwen –

de weg naar huis

(Toon Tellegen, Daar zijn woorden voor)

toen ik voor het eerst deze woorden las,  moest ik huilen, endat is wat ik niet wil, ook dat is  manipuleerbaarvoor ht amusemnt van de lief en leedcultuur, huilen associeer ik met slechte televisie. Reality.sentiment. sentiment is entertainment van de emotie, genietbare ellende.productie. huilen doet geen recht aan de kracht van dit gedicht

Altijd zo geweest waarschijnlijk. Maar vooral nu.

 

Op de begrafenis vancmijn vader zei mijn moeder ferm: ‘’we gaan niet huilen’’.

Afgronden , ruïnes klaprozen, elegant kapot zijn-Huilen  hoort daar niet bij- tenzij .hetehartver ht  en ontroostbare stilte is, m ontdaan van ieder sentiment binnenskamers. Mte mensendieje lief zijn. Zoalsik in Deventer op de plek stond wr ik mijn infarct kreeg met lKarenen Lief links en.Mijn moeder huilde om de dood van haargeiefde, anderen moestendaar van afblijven. Lief vond:’’ ik maak zelf wel uit of ik huilen wil. Karen huilde ook, ergens tussen verdriet en stemming.

 

24 augustus 2006, ging ik terug naar het huis, waar ik ongeveer een jaar lang niet meer gewoond had:

Ik was gewend om bij het ontslag van mederevalidanten een klein toespraakje te houden .Ik heb ze nooit uitgeschreven dus zijn ze verloren gegaan.

Toen i ikin 2006 afscheid nam Van Klimmendaal

besloot ik mijzelf toe te spreken via een gedicht voor Rita:

Lieve Rita,

Dat nu alles weer vanouds is,

 is een leugen.

De tafel, de tuin

De katten

het brede bed met het plafond

dat ik  als nieuw ontdekte

De voordeur

De katten bij de keukendeur

Ze bestonden alleen nog

als geheugenVan toen ik vertrok

Naar ziekenhuisbedden,

Om vandaag weer

 Thuis te kunnen komen.

 

Alles vanouds is nieuw terrein.

ik hoop dat je weer

een leuke man zal vinden,

en dat ik die man  zal zijn

 

De laatste regel vatte alles samen en  verwekte nogal wat beroering, zoals verwacht had.geen manipulatie,maar een diepe zucht die gedeeld kon worden gebeuren.Er werd wat treurig gegiecheld-ontroering, emotie, liefde- het was de onverwachte wending die ons overkomen was.

ede samenvatting van alles wat ons te wachten stond. Dat wat gold voor iedereen  die na zijn revalidatie weer naar huis gaat.

Mijn spullen werden verzameld en ingepakt ook de laptop en de usb-stick met daarin de grootste mislukking. Thuis zou alles goed komen. Daar had ik een eigen kamer en een bed waarin ik niet alleen zou zijn. Verwachtingen vertrouwen verlangen hoop. Vertrouw nooit op je gevoel., heb ik geleerd van mijn pubergeloof. Jezus redt niet, Jezus frustreert, je kunt niet bidden en masturberen tegelijk.

Mijn CVA was geen val maar het begin van een voortdurende tegenwind, met hier en daar donder bliksem en regen, zoals wij dat kennen van onze fietstocht naar Keulen en die op weg naar Canterbury. In Keulen bleven wij wél droog. Dit zijn herinneringen van belang omdat ik thuis wil zijn met Lief, duo in duet zijn. Het verhaal over de gemiste trein in München herhalen tijdens de koffie. Zo’n verhaal dat steeds beter wordt. omdat de werkelijkheid ervan die van het verleden overstijgt.,

 

Met mijn spullen in het rode rolkoffertje verliet ik de zaal, hier en daar plaatste ik nog wat haastige kusjes’’ zo’ Zo kom je niet van mij af’’, zei Mj. die mijn laatste vluchtige luchtkusje kreeg. ,dat ik als een knisperend kusje heb ervaren, alsof het in folie verpakt was,, dat was een ervaring met een hoog Disney gehalte. Ik denk er nog wel eens aan terug.

De tekst ‘’Zo kom je niet van mij af’’ blijft me bij, maar het eigenaardige beeld kan ik niet verklaren.

De achterblijvende revalidanten begeleidden mij  naar de uitgang en omhelsden mij.

Er waren ballonnen. Ik heb er een goede tijd gehad, maar hoe thuis te komen heb ik er niet geleerd, ik hener nooitdsamemgrezongen met.
Liefenht proefverlof ontwikkelde voornamelijk ht besef dat het moeilijk zou worden

Het  was een mooi afscheid, de taxi stond klaar een vriendelijke vouw hielp mij de auto in. Ze had slanke koele vingers. Aangeraakt worden door zulke vingers maken mij rustig en kalm van gemoed, dat wat ze van Jezus beweren. Ik stap de taxi uit, de wereld in, een gefragmenteerde wereld: wat doe ik hier? Aanraken is een belangrijk deel van revalidatie en het vervolg daaroeven in ht voorbijgaan bina achteloos een hand op mijn schouder.

Lief rolt mijn rode koffer het tuinpad op, ik houd van dat geluid Zij sleutelt de deur open: de geluiden van thuiskomen., de drempel die te hoog is, ze duwt mij naar binnen, dus zeg ik :kijk uit voor je rug poes Hobbes loopt in de gang, schiet weg voor de koffer, komt terug, drentelt. Ik stap de kamer in ga zitten en zeg. hè hè

‘’Kom eens bij mij Hobbes?. Geen reactie. Ze wacht tot ik op zal staan om mijn plek in te nemen.

De buurvrouwen hebben op de post de poes en de planten gepast. Zij  zijn in deze setting meer thuis geweest dan ik.

Het voelt als kringloop deze thuiskomst in . op de plek waar ik in 2005 de deur uitstapte om met een hersenletsel thuis te komen in dit huis dat heel langzaam aan weer het mijne wordt, een thuis,een jas, een slaapzak. Twee slaapzakken aaneengerits als in de tent op vkantie. dat is de schuld van hoop verlangen en verwachting, de grote misleiders, priesters van het zelfbedrog, eigen aan mensen die kapot zijn of beperkt door ernstig ziek zijn. ik heb er veel aan geleden, denken of Lief en ik nog passen in wat we doen en willen. Het huis verlaten als de éen en thuiskomen als de ander en hopen dat dat wij als vanouds. kunnen worden  worden kan is een leugen die alles erger maakt:  Wat verloren is komt niet terug.’je stapt nooit twee ker in dezelfde rivier’’ Het is afzien, de Mont Ventoux: Hijgend omhoog ,omlaag, en dan verder. ‘’Verder kent geen einde’ verder is een continu begin.

Deze avond zal ik thuis eten. Lief zal koken zoals ik haar ken : van tevoren weten wij beiden vaak niet wat het gaat worden. Lief kijkt in de koelkast haalt haar talent de keuken binnen en begint. Zij is goed in beginnen om het gedaan te hebben, . was ze godverdomme, maar in alles zo.Zo ben ik voorheen ook geweest, na een tijd uitstel als als anloop  en begon ik. maadat is noietvoorbij.nu wacht ik op een teken. Ik aarzel en twijfel, voor ik begin word ik besprongen door nutteloze kennis en ervaring, vaak in de vorm van herinnering..

Wij zijn niet hetzelfde brein, zij is anders beschadigd dan ik, dat is waar ik mee  moet leren leven, ndat is gestelijk netwerken. .

Dieeerste dag begon het al. Waarom gaf zij Hobbes eten en niet ik? Ze was mij voor en ikliet htgebeuren, dat wasa gemakzucht, als vanouds,een soort organisch ontstane taakverdeling. De zijnsverwarring eigen aan hrsenletsel zoekt rust en helderheid in het overzichtelijk maken van de werjkelikheid, door inkrimping begrenzing ontvluchting here haling,ritualisereing kadrering, autistische trekjes volgens een onlinetest hoor ik bij die categorie.,.het is de strategie van cognitieve hersenletsel, doen wat je niet laten kunt ,dominatie van de beperking, en gemakzucht.het’’ zolderkamerbrein’’:trap op, deur dicht , doen wat je niet laten kunt, en al hetd andere laten voor wat het is.Mijn CVA is zo’n trapmetdeur en als ik in de war ben wil ik bij wijze van spreken naar zolder, , zet ik mijn pc aan en doe wat ik niete laten kan tot ik geroepen wordt voor de maaltijd.warvan de geur de trap op komt. Typisch Lief, altijd ruikt dat lekker, vegetarisch lekker.zo samen eten is thuiskomen, nt als de ze mijn werkplek binnenkomt en mijn nek masseert. Om ik thuisEerst bij haar, Dan overallThuiskomen is drempels over, deuren doort trappen op, elke dag weer,en eten en koffie en gebak.en de trap op om aan de televisie te ontkomen.

 

Mijn thuiskomst in 2016was als het thuiskomen van vakantie..

Je hoopt dat je huis weer thuis is. Fiets in de schuur, en via de keuken de vertrouwde wereld in, die waar de dingen vanzelf gaan.

In de koffer zitten de logvakantiekleren die meteen de volgende dag de wasmachine ingaan en uitgehangen op zolder. Lange tijd was die zolder mijn atelier. Nu is het voornamelijk éen van mijn verledens. Nu is de trap naar zolder eng en riskant en draait de wasmachine voortdurend met kleren van mij.

Lief gaat vaak de trap op en af. Soms ben ik blij dat ik dat niet kan. De prins met het paard kan de trap niet op.

DIT IS MIJN WERKPLEK,

Er is in dit vervreemde huis in Heelsum eén kamer waar ik zelfs mijn lichaam de baas ben: Daar Ik loop er stukjes zonder stok en toezicht, bang om te vallen ben ik er niet. Ik typ er met éen vinger,. Ik kijk er door het erkerraam naar fietsers en scooters met verkering achterop, zoals ik met verkering bij Lief achterop de fiets zat , mijn enige goede herinnering aan Doetinchem. Ergens in het verleden is die spijkerbroek verdwenen.Mijn handen in haar broekzakken zijn daar altijd gebleven,ik voel nog altijd wat ik voelde, zo gaat dat met verledens. Ik kan er niet zonder.

Thuis ontdekte ik mijn verleden elders.en ooit, gekoppeld aan mijn toekomst zoals zweet aan huid.en lippen op lippen.en Hobbes op de bank.

 

Deze kamer is een plek waar ik normaal kan zijn. I Ik kijk naar mijn computer en de foto’s overal: Onze trouwfoto die ik altijd lelijk heb gevonden, ik in een lelijk bruin corduroy pak, en Lief in een lelijke jurk. Ik kijk er vaak naar: Een sobere trouwdag, een spannend   soms zwaarmoedig huwelijk.weinig passie, weinig burgerlijke hollandse romantiek .Nooit  valentijn of zomaar een bosje rozen. Stomme rozen, vooral; die witte.

De grootste t stadhuis laten brengen,20 minuten lopen van kerk naar gemeentehuis zonder sleep, zonder hoge hakken. Wij waren sukkels. .wij lieten ons rijden die dag.in zo’n vreselijk type auto daarna aten we brood met onze gastenen  gingen  een week naar Ameland, daar was het koud en regende het. We zagen de zee, maar lagen niet op het strand. We noemden het geen huwlijksreis.ik vroeg mij regelmatig af: is dit alles?

In dit huwelijk ben ik typisch Marinus geworden,niet zuinig maar intens.

. vIIn ons trouwalbum staan lelijke formele foto’s van een professionele fotograaf die zich niet hield aan onze instructies. Ik wilde een reportage zonder protocol en bugerlijke esthtiek. Geen pose, maar de fotograaf was zo’n professionele lu die ddat nit kon.De zwartwit kiekjes zijn beter., ik had lelijk haar in die dagen, en een pluizig soort baardje. Ik leek op de kunstenaar die ik niet was.

Na mijn CVA Heheeft het lang geduurd voor ik recente foto’s van mijzelf  onder ogen durfde te komen en de ogen in de spiegel durfde te aan te  kijken: het was zo’n rare man die terug keek, met die scheve kop op dat scheef hangende lijf. Als ik aan mijn bureau zat en schreef had ik daar geen last van,dar zag ik alleen mijn monitoren klewrlingen aan wie ik les had kunnen geven dat, ik weet hoe dat voelde zo’n regenpak en ht aan en uittrekken daarvan .Het was

de enige ruimte waar alles weer typisch Marinus was, omdat ik er was.op de boekenkasten na.  Lief had mijn boeken op alfabet gezet. Op het bureau staat een nieuwe nietmachine, dat is liefde die ik niet begrijpde oude ewas nog goed. .Het ziet er allemaal opgeruimd uit. Op deze plek borrelt en bruist mijn leven. Hier begon deze tekst hier werden herinneringen wakker memory’s that matter. en begon ik eindelijk weer Marinus te zijn. Ik viel samen met de plek waar ik was. De eerste stap vanaf de overloop de trap af naar beneden en de treden naar zolder verdwenen als probleem zodat het huis begaanbaar werd.

Zijn in het zijnde.

Zijn in het zijnde  is een mantra geworden waarmee ik mij als met een schoenlepel in de gemeenschappelijkheid voegen kan, zonder schade aan identiteit en   persoonlijkheid,zelf verzonnen zoals alleen k dat verzinnen kan, het is ontstaan zoals ik fiets. De trappers het stuur, mijn voorwiel het fietspad en de verte.  Verder.Zo ontdekyte ik religie: Het nut van chaos toeval en onzin.opnarratieve wijze vormgegeven. Ritueel holisme.scherven zijn in samenhang. Zijn in ht zijnde, zonder trendy spiritueel gedoe.mijn spirituele gedoebevindt zich in de krk van mijn verstand, zonder God, zonder crucifix, maar woordenin een taal van warde, en zang.

Mindfullness is aan mij niet besteed daar ben ik te onrustig voor, zonder onrust en rommel kan ik mijzelf niet zijn.Zo werd ik kunstenaar.Ik was mijn werkplek.Hier heerste ht nut van chaos toeval en onzin, fde geest van Marinus, ziel en zelf.Hier zou gaan lukken wat in Klimmendaal onhaalbaar was: Schrijven. Elke dag

Zijn in het zijnde,

Altijd geweest maar nooit beseft. Nooit bewust wat mee gedaan.Latr als docent schreef ik :

Het gras is groen dus ook de wei

de slagerij is ver van hier

ik ben de stier, ik snuif de lucht

ik heb genoeg aan wat er hier

rond mij is aan lucht en gras

en alles is zoals het was

hier ben ik jong maar op een dag

waag ik de sprong, dan ga ik weg

 

het hek is groot, dat houdt me klein

maar zo te zijn dat valt wel mee

de verte is een fraai idee

ik ken mijn plek, ik heb het goed

ik word gekoesterd en gevoed

en zeurt de vrijheid aan m’n kop,

dan zeg ik ja maar zie er best wel tegenop

 

het is zover ik moet hier weg

de wagen in, de wagen uit

ik word onthaald op hels geluid

licht en kleur, schel gefluit

op wat gezegd wordt en verwacht

zo kijk ik toe, word ik geplaagd

ik word tot daden uitgedaagd

maar weet niet wat en hoe

 

zo sta je daar je maakt je klaar

voor als vanzelf zo’n genadeloze

laatste stoot

 

Ik wist als jongen niet dat je zelf vorm aan je leven kon geven, ik dacht dat  God de enige was die dat kon en mocht. Die tijd sluit ik af,Ik ga verder .Ik herleef en herkans., dat ht ondertliggende thema van  al mijn voorstellingen  met leerlingen, lreerrlingen bevrijden uit de autistisch vormggeven leerplicht. Zelf ging ik daarin mee.

Ik heb het verloren lammetje de wei uitgestuurd. Ik ben geen verloren lammetje,  geen stier voor de slager ,ik ben onvindbaar voor de goede herder zoals  mijn vader  probeerde herder te zijn uit liefde,  ook in mijn leven. Dat was zijn liefde die ook de liefde van God was, mijn moeder hield van mij, maar zij was niet de liefde van God voor mij. Zij was gewoon mijn moeder, die mijn vader kuste, en keihard met de deuren sloeg als ze kwaad was, van haar heb ik leren breien en kruisteekjes borduren. . Pas nuik heb ik de  hekloze vrijheid van de seculaire religie ontdekt .de onbereikbare verte, die richting en vrijheid schept hetis goed zo, op dat hersenletsel na, dwinTypisch Marinus. Anders, maar wel typisch anders. Niemand kan zo anders zijn dan ik, ironische arrogantie, een belangrijk middel voor mij om ziel en zelf te zijn Mijn brein mag blij zijn dat ik er ben. Een absurdistische gedachte uiteraard. Typisch Marinus, waarom zou ik anders willen dan dit? Verd Thuiskomen in mijn huwelijk.Weer duo zijn met Lief, in duet. Na lange tijd afwezig te zijn geweest.Eindelijk seks.in ons tweepersoonsbed.Maar ook dat kent beperking en letsel, In eigen bed en  niet zoals in Klimmendaal toen ik tussen rolstoel en bed viel omdat ik mijn rolstoel niet op de rem gezet had.

Voorbije dagen

Het zijn voorbije dagen die  blijven gebeuren. Ik omarm ze, ook de slechte, ze zijn verhaal geworden en te redigeren.

Ook dat deel van mijn leven  dat ik mislukt achtte,’’ de mislukte puber meteautistischetrekjes die ik meende te zijn.en de mislukte skunstacademiedie  studenttij ht zijnbehaagzieke herinneringen geworden, ik kan er iets mee, ik weet nu hoe ik was en wat daarvan ban blang  gebleven is .   Ook  mijn herseninfarct, is herinnering geworden is,herinnering met litteken,en veel verdriet, tranen, vloeken en afzien.

Hhet zijn  verhalen geworden. Ik vertel ze graag als het zo uitkomt, en zo niet, dan ook. Ik ontdek ze, beleef ze en ben ze, de narratieve zelfconstructie, religie is ook zoiets. de gedachte is discutabel, zoals elke uitspraak over ziel en zelf.Voor mij is het werkelijkheid, ik geniet er ben er kalm , rustig en lach er, ik ben er een aangenaam personage voor mijzelf, een manier van zijn, tegen de zijnsverwarring, het is zoiets als zingen en poezie.en zondags zonder geloof dereligie viren.htr brein is regisseur van de werkelijkheid. Ik ben acteur.

Er wás en er ís, maar daar wil ik boven staan. Tegenwoordige tijd zijn in de keuzes die ik maak. Verder. Eenheid creëren zoals religie dat kan en kunst Wat vanzelf sprak spreek ik nu zelf. Mijn monitor, mijn erker met zicht op de weg, auto’s, de bus, voetballertjesva Redichem, en een meisje in het zwart met een wit snoetrtje van haar ipod.Ik hoop dat ze wel oplet . Waar luistert ze naar. Geen R&B, hoop ik. \ze zal wel in Ede naar school gaan. Zelf luister ik naar Metallica.

Dat is puberaal pretentieus en arrogant. Dat wat puber gebleven is in mij. Docenten hebben dat als ze ouder worden. Nu is dat erger Typisch Marinus. Soms voel ik mij daar schuldig bij. Dat is die rotgod van mijn vader. Schuld en onschuld, gevoel en verstand, materie en geloof, altid balanceren met de angst om te vallen, door de mand- uit de gratie.ik ben mijn eigen voorstelling.

Een voorstelling warvan ik schrijver vormgever en regisseur ben,de puber van  Snackpalace en Madman’s roulette Voorbije dagen die nooit voorbijgaan.

Madman: toen hij zijn spiegelbeeld verloor moest hij het doen met zijn schaduw.

.

 

Als het misgaat in het coördinerende cognitieve deel van mijn brein begint mijn brein te spoken. En is mijn hoofd zwarder dan ik dragen kan, danhangt mijn hoofd va mijn schouders zover naar voren dat mijn voorhoofd bijna rust op mijn toetsenbord

.

.

De beste metafoor voor hersenletsel is een spookhuis: dat wat zich in stilte onzichtbaar  voltrekt. Ik weet soms niet wat mij overkomt, geen sentiment maar emotie.niet boos maar woedend, dan erger ik mij niet, dan haat ik.

Dan zet ik mijn computer aan , want daar ben ik de baas |. Dat klikt. De digitaliteit ervan zie ik niet, maar geniet ik, dat  bestaat uit niets dan gehoor en genot.het is geen spook, het is geest, mijn pc is geen spookhuis, mijn  Pc is wat ik er mee doe, net als deze tekst.

Mijn werkelijkheid is een spiegel-labyrint. In de spoken herken ik mijzelf.anders dan gewoon was er is niets verdewenen van wat was, er is voornamelijk verandering en daar ben ik geleidelijk in meegegaan. Overgangen Laps of time, hink-stap-sprongen in de tijd.

Op deze werkplek zijn mijn toekomst en verleden beheersbaar. De kleine wereld van deze ene kamer is voldoende om alles te zijn. Bezoek hoef ik niet ik doe bij voorkeur altijd htzelfde. De vingrs vanmijn rechterhan dwingen letters op mijn scherm.Ik luister muziek die vertrouwd is, ik zie scholieren passeren, ik hoor Lief beneden mij de afwas doen en blijf zitten, mijn manke been en valgevaar pleiten mij vrij, lul die ik ben.

Mijn werkelijkheid Mijn spoken bestaan als werkelijkheid tussen mij, de meubels de trappen en de deuren.    Ze zijn als pigment in een aquarel van  Kees Verweij  Ben ik dat? En wat beteken ik? Die man met die naam en die mompelstem, die man die omkijkt om te zien of hij de schaduw is die  met hem meeloopt zie hem Mijn naam betekent niet voor niets ‘’zeeman’’.

Ik hoef geen verklaring, ik ken de ervaring en probeer die te bevatten zoals ik kijk naar de wesp die stukjes hout van onze tuinbank schraapt om een nest te bouwen dat oogt als van papier. Ik zit ernaast en word niet gestoken.

Op deze plek nestelt mijn geheugen. Ik en mijn werkplek, wij zijn ons geheugen.

vo o r b i j e   d a g e n

Ik volg de snelweg als een naald

 

de groeven van een plaat

 

Voorbije dagen

 

De langspeelplaten met daarop

 

het mooist wat ik bezat staan opgeslagen

 

in dozen van de supermarkt

 

om ooit weer eens te horen

 

Voorbije dagen

 

 

De wolken lossen op

in de voorruit, links en rechts

 

de vlaktes met stuivende tractoren

 

Je zit niet naast me om te zeggen

 

Dat ik beter op moet letten.

 

Je draaide eindeloos cassettes

 

Met irritante jazzmuziek.

 

Maar dan keek ik, van opzij

 

En als je meezong was het heerlijk om te horen

 

Dan siste je: kijk voor je

 

Ik zie sporen in het asfalt naar de vangrail die niet ving

 

Er is zoveel dat ooit

 

Voorgoed verloren ging

 

 

Voorbije dagen

 

 

De zon zakt rozerood

 

in de voorruit, links en rechts

 

De vlaktes met vlekken van wat dorpen

De telefoon gaat in mijn jaszak,

 

maar ik laat me niet storen

 

De radio laat horen

 

Muziek die ik vergeten was

 

Ik was zestien, lag op bed,

 

Ik moest leren wat de school had voorgeschreven

 

Maar niet wat ik wou weten

 

Het echte leven deed zich voor

 

In dromen die ik komen liet

 

Op de pompende muziek

 

die in mijn kamer hing.

 

Het straatlantarenlicht

 

In de ruiten links en rechts

 

Kamers met steeds dezelfde beelden

 

Ik zet mijn wagen voor de deur

 

Ik steek de sleutel in het slot

 

Ik hang mijn jas op, en de kat

 

komt bij me klagen:

 

Waar ik nu weer was gebleven

Voorbije dagen

ik kijk niet om.

Voor mij ligt de verte van het fietspad

naar jou.

Voorbije dagen.

 

(Een nooit gebruikte tekst de laatste regel heb ik er vandaag aan toegevoegd)

Nostalgisch ben ik niet treurig soms wel.

Ik wil niet terug. Ik wil verder tot ik mijzelf een hand kan geven om te zeggen: welkom thuis, je bent er, het is goed zo.

VHet is 13 jaar geleden, dat ik mijn herseninfarct fysiek overleefde, mijn hersenletsel is voor een groot deel herinnering bewustzijn en beperking,  geworden. De hersenscan doet daarbij niet ter zake. Die bepaalt niet wie ik ben, die registreert dát ik het ben. en dat mijn organen functioneren, een nutteloos maar onontkoombaar bewustzijn.

De resterende vraag is wie en wat overleefde mijn CVA? Dat is niet éen vraag dat is een legertje vragen, waaraan ik niet ontkomen kan: wat resteert, is geen wetenschappelijke vraabstract –breinonderzoek- brein maar een vraag die thuishoort bij ADL(de therapievorm  Alledaags leven(een ei bakken koffie zetten, tandenpoetsen breoin zijn, Marinus zijn.)

Ik herschrijf mij op het witte papier van mijn herinneringen:

Geschept papier: pulp van fragmenten Marinus, zeeman kunstenaar en verliefd zoals ik als 17-jarige nooit ben geweest. We stonden op de brug over de oude ijsel, zij maakte mij  op wat knullige wijze duidelijk dat ze verliefd op mij ws, en we gingen naar de schouwburg om te beginnen. Dat was het          . De hemel was Doetinchemsblauw, ze droeg een kort rokje en een maillot, en ik liet het gebeuren. SDat zal me niet weer overkomenheb ik besloten.

Wie ben ik en wie of wat bepaalt dat? En ben ik veranderbaar? Niet als spiritueel of filosofisch vraagstuk, maar als drijfveer van mijn doen en laten, zeker van mij zelf zijn, niet bang gezien te worden als de sukkel die ik soms denk te zijn.

Pubervragen, onontkoombaar zoals eigen is aan pubervragen, maar ook wat dat betreft ben ik weer puber,en waartoe dient dit alles:

Na mijn CVA  leef ik in een tijd van pubervragen, overgangsvragen, vragen naar deuren en drempels, zolders en kasten, leven of theater wat zal ik wel of niet zeggen.

Er is geen script geen plot geen finale, er is alleen ontwikkeling gebaseerd op geschiedenis. en de kleine prins die ik ben, ver weg op een kleine eigen planeet.

En altijdweer i verder. Fietser, fietspad, verte

.

There are things known an things unknown andbetween them there are doors of perception, deuren, drempels overgangen.

Break on through tot he other side

Het enige nummer van the doors dat mij bij bleef  dat  Lief in de cd-speler schuift, op volvolume zet, en danst mtd woeste grijsblonde haren. De haren van ons huwlijk.

Komende November word ik 65, maar voor vandaag doet dat niet ter zake. , dat is kalendertijd. Ook de gedachte’’ je bent zo oud als je je voelt is onzin wat mij betreft. Ik voel mij geen 65 0f 17, ik ben 17. Dat kan niet, maar is zo, niets paradoxaler dan het brein.

Jim Morrison, ook zo’n extatische puber.

SCHIMMENRIJK

 

Tijdens mijn afwezigheid was nr. 26  Heelsum van geur en plek veranderd, leek het. Alleen de groene deur was het zelfde. Er hing een soort  vochtige vermuffing, een mix van verdriet. en verlangen. Alsof de kelderdeur te lang had opengestaan. Lange tijd heeft Lief hier alleen gewoond met mij als schim in Groot Klimmendaal, in de tl-verlichting daar en linoleum op de vloer. B ij ons thuis hadden Hans en Gert de trap en de overloop geschilderd.om dat te zien moer ik de trap op. Ook de trap is geverfd.er zijn  wat extra steunen aangebracht maar van de trap de overloop op stappen vind, en dat is eng voor ons allebei.

Omdat ze bang is dat ik vallen zal loopt Lief achter mij, en dus ben ik bang dat zij mee zal vallen als ik val, waardoor ik onzeker word: Lastig en schuldig, die gaan altijd samen, het venijn van de liefde. Ik heb een nieuw bed Liefde is niet leuk de romantiek van de liefde is die als die van de nacht op de kale berg, hoe hoger je klimt hoe kaler en enger het wordt in de schaduwen. Satan zijn trawanten. maar de beste plek om fde verte te zien je kunt het beste aan de voet ervan bij de pakken neer zitten, maar dat doen wij niet, wij zwijgen en treuren en hopen. Het is oktober, de herfst li gt grijsbruin gekruld op het gras, eerdags zal lief negebeginnen met harken.om de zon beter te kunnen zien Ik leef in geheugen en uit geheugen., niet de beelden of de feiten, maar de geest, die verdomde geest de zich bij mijn thuiskomst tegen mij gekeerd heeft als een poltergeist in mijn brein het was een mooie nazomer, dat heb ik checkt op het internet.

 

Godverdomme, het is niks,  niet de moeite waard om te herinneren,

Het is alsof mijn kop vol tranen zit en ik doe alsof er niets aan de hand is. Omdat ik dat wil, maar ook wat ik wil is niet van mijn zelf, soms doe ik niets anders dan mij ergens bij neerleggen en daarover nadenken. Dat denken is obsessief. En regressief, en regressief.gekenmerkt door mijn vader en de jaren zeventig, een schaap dat luistert naar het brein dat altijd zijn herder is geweest.

 

Het is mij hier tijdens dit schrijven nog steeds niet eigen, mentaal pas ik nog niet in de werkelijkheden van dit huis, het huis als goedmoedig lichaam. Het is een spookhuis. Hier woont mijn geheugen als een aangetast brein. Dit hoort niet. Ik hoordankbaar te zijn. Ik leef nog en ben thuis, het is voorbij. ik ben terug naar een begin alsof ik opnieuw verhuisd ben en de dozen zwaar in de weg staan om uitgepakt en uitgezaaid te worden.we zijn moe, allebei.’’ Ben jij ook zo moe,? ‘’die klote zinnetjes, ik haat ons, wat stelt dit voor, hoe lang gaat dit duren. Haten mag niet. Ik mag het vervelend vinden, maar niet haten, dat foe ik dus in stilte. Godverdomme Lief, wat doe ik hier.

Het is alsof ik een hond aai terwijl ik een poes verwacht, een natte hondentong in plaats van een poezentongetje.

Ik weet niet of Lief  die zelfde vervreemding ervaart t als ik ;haar trauma is anders dan het mijne. Als ik haar met gretige armen omhels .is ze  er maar ik beleef ik haar nog niet. Er zijn vrouwenmagazines, ook voor meisjes die daar meningen over hebben, die deel ik niet. Ik deel met Lief hetzelfde verdriet, in voor en tegenspoed, niet omdat ik het kan, maar omdat ik het wil. Ik wil geen slachtoffer zijn, ik wil stoer, zijn, een kerel, een held, een prins op een paard. Ik wil niet gered worden maar   wil redden. Ik houd mij extra stevig aan de trapleuning vast als ik in haar aanwezigheid de trap op ga. Op de  overloop kijk ik begerig naar de slaapkamer waar ons tweepersoonsbed staat. We zijn moe allebei.  Godverdomme Lief, wat wil je met mij? I

DE SOORTGELIJKE VROUW

Alles onder controle houden is dodelijk voor welk leven dan ook.

Het brein als big brother.

Om ons af en toe te vermaken met iets onnozels, nemen wij nu en dan een RTL4 film op.

Al die RTL4 films zijn hetzelfde: het zijn domme films, maar soms ben ik niet dom genoeg om dat te vatten.

 

Er is geen titel vooraf.

 

De film begint met de aankondiging van een film die komen gaat: veel herrie.dan weet ik dat dat ook een shitfilm is.

Dan rijdt er een auto te hard het beeld in, de man aan het stuur is onzichtbaar. Het miezert blauw. Het asfalt glanst Meestal blijkt het later een zwarte man te zijn.| De taxi is geel, en het regent. Hij stapt uit dus weet je dat er wat gebeuren gaat. Het wegdek glimt van de regen en weerspiegelt het stadslicht New York, Washington, zoiets. De man voelt in zijn jaszak, en kijkt om, licht weerspiegelt in zijn donkere brillenglazen, De man zwaait naar de zwartharige vrouw achter de balie, de vrouw draagt een kruisje om haar hals tussen haar borsten de man kijkt op ,loopt door, kijkt even om, likt zijn lippen. Op de gang passeert hij een andere man. Die man draagt een tas, Dat lijkt simpel te onthouden, man met tas. Een zwartharige vrouw met knalrode lippen en een strak zwart leren rokje komt een deur uit, makkelijk te onthouden. Lekker ding. Ordinaire hoer met tasje Wat kost zoiets?D.e man kijkt haar naZebukt om hem haar billen te laten zien aan de camerakijker Ze zal wel vermoord worden, of heel hard op haar high heels naar buiten moeten rennen . De camera houdt van haar borsten en haar hakken en  ook ik hoop dat ze moet rennen, en dan valt , haar benen wijd Ze trekt een zwarte pruik van haar hoofd en is blond, onthouden dat ze vanaf nu blond is. Haar lippen zijn  niet zo rood meer , wel wiegt ze nog krachtig met haar heupen. Ze steekt een sigaret aan De man doet iets in wat een goedkoop hotelletje blijkt te zijn. Maar wat? De tas wordt ergens neergezet, Ik weet niet waar en waarom, Het is ergens in een kamer met boeken  luxaflex en een vrouw met blond haar die wijdbeens door een raam naar hoge gebouwen kijkt, ze draagt een badjas die ze uittrekt en vallen laatomdat ze daar goed in is, denk ik, en darom actrice isen  gecast voor deze film.

Films als deze doen me denken aan mijn CVA toen ik door het badkamerraam per hoogwerker door het raam naar de ambulance ben vervoerd, ik meen mij het geluid te herinneren, maar weet niet of dat waar is. Ik heb geen idee waarom iemand de koffer opent, want dat was het, en geen tas.

Dan verschijnt de derde blonde vrouw, haar blouse staat een paar knoopjes open, Ze heeft een grappig paardenstaartje ik vind haar leuk en probeer te raden wat de naam van de actrice is , alle actrices ogen hetzelde, deze ook,In silhouet staat ze samen met de man voor de luxaflex. Ze kussen met veel tong en ander vochtig vlees. Zijn hand daalt af naar haar billen, ik ook , ondertussen is er een jonge zwarte vrouw met een geel truitje, ze loopt op pumps, ze zet een zwarte pruik op., dat is jammer Ze loopt met grote passen door de gangen. Ik volg haar, die met dat staartje zal wel een agent zijn. De man pakt een pistool, ik weet dat het fout zal gaan.

Lief doet  haar handen voor haar oren. Dan gaat het mis, op de gang passeert de blonde vrouw een gelijksoortige vrouw.

Ik vraag Lief, of dat dezelfde is als die aan het begin, die met dat staartje  met dat staartje een dat kruisje tussen haar borsten die zojuist nog voor het raam stond. Ik zie aan Lief dat ze zich begint te ergeren aan mijn vragen, ze wil gewoon kijken voor haarzelf en niet tegelijkertijd voor mij ,.iIk leg mij erbij neer dat ik de draad van het verhaal kwijt ben, ik zal me laten vermaken door de mensen die ik zie. Er lopen een paar sexy vrouwen rond hopelijk komt er nog wat seks in voor, dat is in elk geval nog te volgen, al weet ik dikwijls niet welke benen van wie zijn en waarom opeens die met dat staartje opstaat en haar revolver pakt ,de man loopt met een handdoek voor zijn pik naar  het raam De ruit barst in scherven, de man valt bloedend achterover, de vrouw met het staartje bukt zich over hem heen en begint door het open raam te schieten. Het geluid van een ambulance overstemt alles. Ik denk aan Lief,ze Lief zit nog steeds met haar handen tegen haar oren, ik vraag niks,

Shitfilm, zegt Lief.

 

De blouse van de vrouw met het staartje staat zover open dat ik haar bh zien kan,’’ nu de rest nog’’, zeg ik tegen Lief.

Ik wist dat je dat zou zeggen, reageert ze. De zwarte vrouw wordt neergeschoten , dat is jammer, want zij was wel herkenbaar.

 

 

Lief draait haar rode lippen van mij af, ik moet mijn mond houden, ze wil gewoon ontspannen kijken terwijl ze poes Hobbes  aan het kroelen is, ik wil dat ik poes ben en dat zij een gouden kruisje tussen haar borsten laat schommelen, en dat ik dan de cameraman ben die met dat kruisje haar borsten binnen zoomt: fade in, fade out.Ik vind het een mooie gedachte maar zeg het niet watr moeilijk is omdat ik niet verzwijgen kan wat ik denk zeg ik wel zoiets, maar elke uitgesproken gedachte is een laatste druppel. Dat ik altijd aan seks denkt, zegt ze.

Dat komt door jou, zeg ik dus.

Kun je niet gewoon kijken, zonder commentaar?

Ik houd niet van tv kijken als ik, er niet door heen mag praten praten.  Ik wil gewoon door alles heen kletsen, ik wil dat deze avond van ons is en niet van de tv, ik meen mij te herinneren dat wij voorheen altijd samen overal doorheen zaten te kletsen, toen vond ik televisiekijken nog leuk, ook shitfilms waren toen leuker,

Dat zeg ik.

Lief kijkt me aan alsof ze me niet begrijpt of begrijpen wil.

Ze wil gewoon niks doen en niks hoeven ik ben in aanwezigheid veranderd.

Ikwil gewoon een tijdje uit de running zijn. Want veranderd zijn wil ik niet.

Dan komt de vierde blonde vrouw, of de derde.

is dat zijn vrouw, vraag ik Lief,

nee, dat is zijn zus, zegt Lief.

De vrouw met het staartje zoent de neergeschoten man. Ze begint zich aan te kleden, eerst op de bedrand gezeten een piepklein slipje, te zien als ze opstaat om het op te trekken, dan een spijkerbroek en een blouse, heeft ze dat zelf bedacht?

Die tweede  blonde vrouw, loopt mooier, vind ik.

Als ik vrouw ben en weer lopen kan, ga ik zo lopen, zeg ik omdat ik altijd grappig probeer te zijn, zelf vind ik dat ook irritant.

Blondine, vind ik een raar woord, dus erger ik mij.

Ook die vrouw loopt op hakken,iets hogere, te hoog .drom vind ik ze lelijk, en dat is jammer.  Het zijn geen hakken, ht zijn stokjes.Ze zet ze lelijk neer als ze loopt: plomp.lsof ze bij iedere stap een pedaalemmer openen wil. Ook dat zeg ik niet tegen Lief  in de kerk waar ik ‘szondags heen ga zijn vrouwen op hele hoge hakken die dat beter kunnen; dat kon je goed zien op eerste kerstdag. Oudere vrouwen.

Ook die vrouw zij draagt  een witte blouse, ze doet iets met administratie in de kamer waar de tas staat, ze zal dood geschoten worden, weet ik, daarom draagt ze die witte blouse.iemand heeft dat bedacht,, ook dat zeg ik niet tergen Lief,daar is eenvoorLig toch es stil, zegt Lief tegen poes Hobbes

De man kijkt naar haar , Er gaat iets gebeuren, .Wie is zij en waarom is zij dáár, en welke relatie hebben die twee blondines?

Laten we maar stoppen met kijken, zegt Lief. Dit wordt niets, ze zet de tv uit, kijkt in de omroepgids: allemaal shit. shitzenders.

 Wij waren altjd gezellig elitair, desgewenstkozen wij wat cultureels van de dvdrecorder om doorheen te praten, daar zijn wij nu te moe voor. Zijnsverwarring. Wat nu?

Ik ga de trap op de deur door,-e thuiscultuur is stof geworden.

.TWILIGHT

 

Ik ga de trap op,

Als wij naar boven willen laat ik haar voorgaan. Dan loopt zij voor de zekerheid achter mij.  dus ben ikbang om te vallen, want als ik val valt zij ook, en ik op haar

Ik

Ik kom zo bij je voor he pilletje, zegt ze godverdomme, dat kutpilletje voor iets vaags, iets kalmerends .

 

Ik kijk door het erkerraam.

Het laatste restje zomerlicht  ligt op de stoep bij de buurman tegenover, zomerzon.

 

De nacht begint, ik schrijf wat ik zie om elders te zijn.

 

Er rijden twee hockeymeisjes de Dopheidelaan in, dus weet ik niet goed hoe ik mijn schrijven beginnen zal. Wat beweegt, onverwacht is en daarbij ook nog meisje is, trekt zoveel aandacht, dat mijn denken stilvalt. Met jongetjes heb ik dat ookDe lawaaiige sportertjes van voetbalclub Redichem. Of vrachtwagens die passeren; bij vrachtwagens vraag ik mij altijd af hoe je ervoor moet rijden met je fiets om zo effectief mogelijk volkomen geplet te worden, dat heeft niets te maken met zelfdoding. Het is perverse nieuwsgierigheid. Ik zit hoog en kijk vanuit een erkerraam omlaag. Buiten gaat het leven voorbij, zoals het  er uitzag voor mijn afwezigheid, het makkelijke niet- aangedane gewone leven, in gebruikelijk tempo: voetgangers die ontspannen tussen de auto’s door de straat over haasten, zi om net op tijd nog de bus in te stappen, en met grote stappen  snel door het gangpad lopen, naar de laatste lege zitplaats achterin,ik zie het ze vaak doen bij de bushalte voor ons huis, hete is mooi om te zienhoe eenbus aankomt rijden         en weer vertrekt,’’ het geluid van de deuren is prachtig. Door een rijdende bus lopen is genieten instappen en stommelen van stang naar stang. Achter je of opzij sluiten de deuren, je gaat niet zitten, je ploft neer, nog net op tijden dan stap je ergens uit. Zo zijn de bussen bij de bushalte voor ons huis.

Het is donker geworden,er rijden wat auto’s er fietsen wat sporters vanaf het sportpark, het is18.58 ik ben onrustig. Beneden mij kijkt Lief televisie, wat ik schrijf leest ze niet en ik ga het haar niet vragen. Het is mooi buiten, het is rustgevend om dat te zien, het is zo gewoon dat het minder prikkels geeft dan televisiekijken, en minder ergernis Het zijn verhalen die autorijden of fietsen.

Leerlingen die naar school fietsen, bijvoorbeeld. Ook daarom kijk ik naar buiten, dat is waar ik bij hoor. omdat ik mij er in verplaatsen kan, een jaar of veertig was ik leraar Als ik zulke meisjes passeer kijken ze naar mij. ik heb een mooie driewiel fiets, typisch Marinus: Kijk mij! De ferrari onder de driewielers.

Het bureau waar ik ‘s avonds zit te schrijven is onze oude grijs geverfde eettafel.

Er zijn heel wat schilfers verf van de grijze tafel verdwenen. Het is 8 uur| ik hoor beneden mij de vieze borden en pannen schoon worden:. Ik schrijf en kijk: Op de stoep tegenover loopt een leuk zomers meisje: blote benen, een licht wapperend jurkje en naast haar een lelijke jongen, type puistenkop, met pet op: lange klep naar voren. Hij slentert lijzig naast haar mee, ik was knapper op die leeftijd, maar wist dat zelf toen niet helaas .

Slungel denkt aan een sigaret en vast niet aan haar ;,Slungel sleept zijn been lamlendig mee jurkje

Ik weet hoe dat is ,lopen met je meisje in een zomerjurkje, en weten wat daar onder zit het beeld is mooi, de herinnering ook een mooie bijna fysieke herinnerinhg het geheugen is mij genadig met wat het aanbiedt mde eriinneringhet bij is een erotisch godsgeschenk, god is goed in erotiek,darom schiep hij Eva. eLief was een meisje met smaak, en ik was haar jongen. (Zij zou Lief kunnen zijn: maar in een ander jurkje:ht jurkje van Lief ws onvergetelijk. In mijn geheugen, maar verdwenen uit de kast, nte als haar groe nachthemd.

Lief had een typisch jaren zestig jurkje, wit met bruin groen en   oranje in schots en scheve geometrische vormen  dat haar lichaam meer  accentueerde, dan verhulde vooral haar borsten haar heupen., daar sloot  het mooi heuvelend  over heen als vormgegevendoor Aristide Maillol, maar niet het jaren 60 verkleedpartij type met die indiaanachtige overdosis vormloos textielmet franje en roze zonnebrillen, dat is carnavalZe was maar gewoon modern, ergonomisch hip.met bruin en oranje.  Dat herinner ik mij,  zonder een foto ervan te zien , zo’n foto moet er zijn maar heb ik.niet kunnen vinden  het wapperde niet wijd, het verhulde en onthulde daardoor.,haar taille, haar heupen, ze  had heerlijke heupen om mijn handen op te leggen  en zonnig bruine glanzende benen op sandaaltjes met dunne riempjes,of lompe klompen met houten zolen en met kopspijkers vastgespijkerd leer, beschadigd bruin  , modern eigentijds, hip. Alsof ze niet in Doetinchem woonde, laat staan in het huis van haar ouders, met die stinkende poedel. Hippie was ze niet, ze was een gewoon burgerlijk  meisje met hele korte rokjes,en een springveren matras, met  dat typische geluid van kreunend ijzer ijzer ; een verdwenen geluid eMíjn meisje, eindelijk een meisje, een modern meisje zelfs. Ik ws geen slungel, ik liep trots rechtop, hoguit een sukkel,maar geen type puistenkop, met pet op.

Ook dit is een memory that matters Bijna was ik haar kwijt na mijnherseninfarct.

Ze woonde in Doetinchem bij haar ouders, net als ik, en ze ging naar dezelfde kerk  als ik, Ik weet nog hoe haar taille voelde mijn begerige arm er om heen, en hoe ik in de kerk mijn hand op haar dijen legde, Dit blijkt hardnekkig van belang: Dit is typisch ons: wij zijn anders, maar nog altijd huwelijk.

 Zij opent de dag met gordijnen

 De poes passeert de brievenbus,

ze leest de brief

 Wat ze leest s is dit:

‘Dit is.

 Zo opent de  dag zich met sporen van betekenis.

 

 Eigen tekst 2018)

 

Mijn meisje en geheugen is ze -die zelfde jurk heeft ze niet mee-, net als de korte rokken uit die tijd.en haar groene nachthemd dat mij zo lief was. En nog het éen en ander.

Zo is ze mijn meisje, met herinneringen als deze bestaan wij in en aan elkaar dat is het verbazende ontontkoombare hinkstapspringen in de tijd die ons eigen toegeëigend is . De tijd die wij hebben gemaakt, gereanimeerd door mijn hersenletsel, mijn leven , ons verlangen, ons begeren.,  geloof hoop en geilheid, vastgelegd in een reeks iconische foto’s in het fotoalbum van mijn geheugen, ook  die spijkerbroek ,met ingetogen wijde pijpen is in de geschiedenis  vanons textiel verdwenen, maar niet in de mijne, niet voorgoed verloren Lief heeft dat neite..  Ik constateer alleen de verbazingwekkende verwarring die hierin schuilgaat, die van toen die ook van nu is: hadden wij een zelfde verleden, en delen wij een zelfde geheugen? Er gaat veel schuil in mij, wat vraagt om herordenen en herzien, ook het verleden is veranderbaar, gelukkig- er is nog veel wat ik veranderen wil.

Mijn verleden is dat van de geschiedenis. Geen vluchtkelder geen nostalgie, geen tijdsprong als in  science fiction, het is een netwerk van relaties, het is zijn in het zijnde, Leven. Ik bepaal niet wat er is, maar wel wat ik er doe en dat gaat  hier niet meer vanzelf zoals gewend.

Haar klerenkast hangt vol avontuur, maar dat past haar niet meer, de schoenen doen haar pijn, de jurken wachten op zomer, feest en vrijheid van geest en sterke pijnloze benen .Iets soortgelijks treft ook mij, ook ik ga niet vanzelf met haar over straat.’’Kijk uit voor die stoeprand, nog éen auto, godverdomme, dat ging net goed.

Meestal draagt ze de zwarte suède schoenen die ze droeg als ze in de regen  naar klimmendaal fietste om mij te bezoeken. Op het huwelijksfeest van Karen en  Nout danste ze goddelijk op haar hoge hakken .

Wij zijn pijnlijk ingewikkeld voor elkaar.

Meisjes fietsen voorbij, de voorste draait zich om en zegt iets de laatste haalt de oordopjes uit haar oren. Ze fietsen langzamer alle drie, bij de Dopheidelaan sluit een vierde meisje aan, en een jongen, maar die stapt af en steekt een sigaret op met de aansteker van het achterst meisje. Dat kon ik zien als ik het schoolplein op fietste of door een raam naar buiten keek, in de hoop zelf niet gezien te worden de grens tussen kijken en gluren is klein als je leraar bent op een middelbare school

Kijken is het fijnst, dan zie je schoonheid,gluren versimpelt tot een stripverhaal.

.Het is donker: fijne regen hangt mistig om het vies oranje licht van de straatlantarens. Het zou geschilderd kunnen zijn door Carel Willink. Willink was taboe op de academie. Ik vond het wel mooi eigenlijk. Maar mooier vond ik het meisje van Vermeer, met die mooie flirtende ogen, zo prachtig zelfbewust, brutaal: Ik wil je, deze nacht nog lijkt zegt ze zeggen. Jan Sluyters schildert ook zulke vrouwen, vrouwen die mij willen.

2 meisjes, het zouden hockeymeisjes kunnen zijn, passeren onze oprit, de een heeft een blond staartje, de ander heeft golvend donker haar, ze doen iets in de brievenbus, reclame waarschijnlijk; shoppen kost geld. Van achter mijn tafel zie ik voor mij de wereld passeren. De bus stopt, iemand stapt in, een vrouw met kinderzitje fietst voorbij. Er zit geen kind in het zitje. Mijn denken dendert mijn ogen voorbij naar de monitor, ondertussen ronkt mijn oude computer en gaan er bestanden heen en weer tussen de eneen en de andere. Ook de data op mijn pc’s, ik heb er twee, zijn veelal dakloos aan het zwerven. Naast mij liggen 3 USB-sticks. Uit angst bestanden kwijt te raken kopieer ik ze naar een veilige, soms onvindbare, plek. Vaak als ik in mijn erker aan het werk was was ik net zo alleen als nu. maar nooit in ’s nachts.’s Nachts als ik wakker lag, lag Lief in het grote 2persoonsbed, met de lekkere matras wakker, Als Lief wakker ligt luistert ze radio, goed naar meisjes kijken is zonder voyeurisme.naar meisjes kijken  het uitwaaierend haar, het rugzakjen soms zo’n mooie ranke hals recht op de schouders en een staartje zoals picaaso het zou kunnen schilderen.Picasso kon heel goed meisjes tekenen en schilderen Het is mij afvragen waarkijkt dat  meisje van Vermeer naar  vanaf het schilderij. Die

naar alsof ze niet bij elkaar willen horen.

Een man eneen vrouw lopen de Dopheidelaan uit,

.

De man draagt een verbleekt rood shirt, de vrouw een soort overal, zoiets als Jerney Kaagman droeg toen ze bij TOPPOP  Weekend  zong. 1979.Heel erg lelijk. In deze versie helemaal, een laffe zwart wit print, die het lichaam  fragmenteert, in grof uitgevallen pixels. Bij deze vrouw maakt het niet uit.

Mijn rechterbeen lijdt door overovergevoeligheid aan de rechterleuning van mijn stoel, mijn linkerbeen is een en al onrust. ik luister naar de De Dead  Kennedy’sd ie herinneren aan de punktijd op het van Lingen CollegeSnoeiharde punk in de  volle fietsenkelder, geen hanenkammmen, maar herrie en no.onverstaanbare teksten, anonieme muzikanten, maar niet gruizig genoeg. Ik stond gebukt om mijn hoofd vrij te houden van het plafond.

 

Ooit was ik leraar, als leraar had ik nu vakantie gehad.de zomervakantie, hoogepuntvan ht schooljaar,  en dan  was ik nu ergens naar toe met Lief. Naar Berlijn misschien, of Rome. Dit jaar niet. Misschien nooit, ‘’ zeg nooit nooit’is ook zo’n gemeenplaats in het land van de kreupelen.’’ Waar een wil is is een weg’’, godverdomme, maak het nog erger., ga naar huis opkikkers  borduren , alles wat je zegt uit angst voor het kreupele en niet maakbare dat je zelf ook overkomen kan. Ik red het niet in zo’n groteverleidelijke stad vanwege de overdosis prikkels. en  onvermogen, en  on Lief die mij dsaar niet wil. niet wil omdat ze dat niet aandurft omdat ze dat niet aan kan.

Het is 10 over halfhrelemsaa donkt numt lantarenlicht alsof Magritte het greschilderd heeft.

Beneden inde kamer zit Lief moe  op de bank. De televisie staat aan ; de poes wil aandacht. Lief vindt het fijn als ik bij haar kom . Ik twijfel of het fijn is of gedeelde moeheid.Lief sluit de gordijnen.daarna sluit ze de deuren doet het licht uit en tempert de verwarming

Net voor ik slapen ga, ga iknog even naar beneden voor het journaal dat m.i al voorbij had horen zijn. is nog bezig weer is er ergens islamitische ellende

War is dat nu weer?  vraag ik aan Lief  Het zijn tijden en getallen en dat zegt mij niets. Net als televisie, van televisie wordt ik boos verborgen woede die altijd op de loer ligt. Dom huiselijke gewoontes te ondergaan heb ik iets nodig in mijn hoofd wat ik niet meer heb.

Om 19.25 probeer ik beneden gezamenlijk te zijn. Als ik beneden ben zie ik het journaal, ik haak af.

 

Schilfers

 

Ik zoek hier geen dwingende regie, ik wil acteren zonder te doen alsof, ik wil handelen zoals  het uitkomt  en mogelijk is, ik  creëer  kansen en mogelijkheden,  daartoe dient deze nog altijd vreemde woning, kunst creëert vrijheid,de acteur creeertwerkelijkheid die bewoonbaar is: de nodige leegte om te bewegen, met het brein als atelier een zolderkamer voor de kunstenaar.: heimwee naar wat komt.

Als ik theater maakte met leerlingen creëerde ik werkelijkheden waarin de spelers konden wonen ,en gedurende de voorstelling  werden  podium en  decor een huis waarin ze thuis raakten, net als in de tekst en de muziek die ik schreef: her en der slingerden persoonlijke spullen en lege koffiekopjes, plastic tasjes, jassen en altijd was er wel iemand die opruimde. Dat was de school waar ik heb leren leren. We zongen en  vierden dat we leefden, en in alle stukken was het kerst en Pasen tegelijk .,Zonder metafysica. Geen maagdelijke geboorte, geen bloedende Jezus  geen  God of een fysiek opgestane zoon van God , het was typisch Marinus: niet leuk, gewoon goed,  Ik schreef om de zolderkamer te verlaten, in al mijn stukken werden zolderkamers  verlaten ook die van mijn vaders geloof, er hoefde niets geloofd te worden om van belang te zijn. Zo wil ik zijn, de regisseur die ruimte creëert voor mijn zelven: zo heb ik op deze plek mijn zolderkamer verlaten  om weer einzelgänger te zijn, zonderdie ene evangelische boodschap dit keer, zonder Jezus  als messias en heiland en zonder de god van mijn vader, maar wel met zijn foto Het is een krachtige foto, een icoon van een tijdperk, het voorland van  veel onvermogen en gemiste kansen voorland. Dit is niet echt hier, dit is theater, locatietheater. Er is geen script er is geen regie, er zijn geen acteurs, die zijn paaseieren aan het zoeken om te verstoppen voordat Jezus ze opeet.

Als ik schrijf ben ik tijdreiziger zonder begin of eindtijd. Met de kloktijd leven kan ik niet, de eindeloosheid van de niet meetbare tijd is het die mij dwarszit als vitrage tussen mijn wereld en mijn werkelijkheid.at ik de coördinaat ben van twee  onbegrensde wiskundige lijnen  de verlatenheid van de oeverloze perfectie waarin ik mijn eigen axioma ben   Ook mis ik een dimensie om mijn coördinaten intuïtief  te bepalen, mijn tijd is ontdaan van lijfelikheid dit is de subje

In plaats van muismatje gebruik ik ehet  schrijfblok, waarin ik tijdens mijn revalidatieperiode vergeefs geprobeerd heb nog één keer een theatervoorstelling te schrijven, gebaseerd op het sprookj

.

‘’Dit is geen huwelijk, dit is een fusie’’, constateert de dochter.

 

2012 min 1953 staat er  ook. Waarschijnlijk probeerde ik uit te vinden hoe oud ik was 59, ik ben 59 dus word ik 60. Maar dat weet ik niet zeker, sommetjes maken helpt niet.

combinatie.dat dwingende gevoel alle te willen verbeteren. Hier lukt mij dat niet.

 

 

 

 

 

 

 

Geloof hoop en liefde, ook zoiets , ook zo niets. aan Damn it Lief.Waarom blijven wij hier met z’n tweeeen?Jij weg of ik..ik zou  elders te kunnen wonen. Maar daar wil ze het daar niet over hebben,om pragmatische of emotionele redenen weet ik nog steeds niet, emotioneel is mijn huwlijk met Lief een zootje geworden. de werkelijkheden  ervan verwarren mij. ‘’Dat komt later wel als we daaraantoe zijn zegt ze’’. Als ik   woedend op mijn bed lig, overweeg ik dit slaapkamertje in de fik te steken, maar hier staan mijn boeken, mijn fotoalbums en de scripts van mijn theaterstukken, dat weerhoudt mij, en ik had geen lucifers, maar ik was er dichtbij.Ik ben gevaarlik, hoe gevaarlijk weet ik niet , wie of wat bewaart mijn controle?Op een middag lag ik zo bij thuiskomst.

Hier valt veel te winnen en veel te verliezen hoe meer ik wil, hoe meer ik mislukken kan. Eén van de vele troostmotto’s in de handicapgemeenschap is: ‘’als je niet kunt wat je wilt, wil dan wat je kunt’’.

Er is veel te hopen en te weinig succes. Ik haat hoop, het is tegen de muur knallen omdat je er door heen wilt.’’en zeggen: ik heb het in elk geval geprobeerd. Ik wil geen fopspeen, ik wil voeding, en spuug daarom die fopspeen uit mijn vocabulaire. Liever de ruïne zelf dan een artistieke foto ervan; die met zo’n ondergaande zon, zo’n zo’n Caspar David Friedrich ansichtkaart uit zijn kitsch periode. .‘’Waar een wil is, is een weg’’, dat is verdomme wat mensen denken en  hardop zeggen.’’ Je krijgt nooit meer dan je dragen kan’ ’het staat op servetjes, op muren en sommige mensen zeggen het. Die denken dat het helpt .; Het helpt niet, het maakt het belachelijk, het is  hersenletsel, verdomme, dat gaat niet over met optimisme en positief zijn is wat anderen willen  uit een belleffd soort medeleven. Dat gaat niet over, ook niet als je je best doet met bidden mediteren.of positief zijn. Meestal wordt gezegd: ‘’het is wat het is’’, maar dat geldt ook voor stront.,’. Je moet er maar het beste van maken, ‘’kleien’’ bijvoorbeeld. Strontkleien, thuiskomen met poep aan je wielen, Lief maakt het wel weer schoon’ ’Gelukkig ben je rechts’’, Ik kan zelf mijn gat nog afvegen, maar jeuk op mijn rug blijft jeuk’’ Thuis zijn is de manier waarop je een huis beleeft ,een object dat subject wordt, dat is de beste metafoor voor mijn hersenletsel, mijn hersenletsel verandert alles in metaforen, soms is het net alsof ik er zelf niet. ben, niet verstrooid, maar vervangen.

 

Heelsum is heuvelig   Soms loop ik een stukje zelf, daarna duwt Lief mij met duw-ondersteuning een Heelsums heuveltje op dat altijd net iets langere duurt dan je denkt  en daarna aan de wijn en kaas met Lief en Hobbes die probeert wat mee te snaaien door schattig stil te zitten, maar net niet helemaal, haar snorharen trillen. Dat is huiselijk, daar doe ik mijn best voor: Bijkomen  eten en thuis zijn, dat is huiselijk,het huiselijke huwelijk daar doe ik mijn best voor. Huiselijk zijn kost tijd en anpassing aan de saaiheid en de helendekalmte daarvan,.  Lief zit  stil en ik kijk  hoe zij tv kijkt. Dat is huiselijk,dat wat ik leren moet om het spasme in mijn benen en mijn denken te verlichten  ’’ Being there, ,‘alleen de titel.’zijn in het zijnde,’’bij de les blijven door mij in te passen in de burgerlijke matrix van koffie met koekje en huwelijkse routine .Dezekerheidvan  de huisje boompje beestje    Een manier van thuisraken. Ook dat is eigen aan ons huwelijk, soms meer dan mij lief is.het is elkaar bewijzen dat het geen zelfbedrog is, geen fopspeen van verlangen. Het is liefde houd ik mij voor en besluit dat te bewijzen .Liefde bestaat niet uit impulsen, maar uit beslissingen, een tour d’amour,(ik vond dit een leuke gedachte maar het aidsfonds heeft deze woorden  gebruikt voor een actie Parcours d’Amour. Geeft niets,. Ik heb hersenletsel en ook dat is gruwelijk om mee lief te hebben.

We stapten een huis binnen dat weer het onze moet worden, dat is externe revalidatie , koffie  zetten, dat heb ik in de ergo- keuken nooit gedaan.aar hadden ze wel een apparaat, maar niet het onze, de plek was anders.ik hebeen probleem met andere plekken, mensen met een verstandelijke beprking hebben dat ook. Gewenning routine regelmaat. De drie Rr’Rust reinheid en regelmaat ik ken dat van anderen, en tot mijn schrik ook van mijzelf, het is zo oneigen aan wie ik ben. Ik ben  Marinus. En wil ht doen met mijn eigen onrust.de onrust van de generale repetitie van ‘’Snackpalace’’.

We stapten na mijn revalidatie samen zo raar de g type puistenkop, met pet op ang in, net als toen in Doetinchem: na ons karigvervreemdende  trouwfeest. thuis maar nog niet helemaal. ht bed was zo raar toen wij er die nacht samen lagen , al dan niet wakker, het was geen nacht om te onthouden. We zijn thuis, maar we passen nog niet. We moeten terug in ons huis en ons huwelijk .Inpassen en aanpassen. Het nulpunt  van een verhuizing. Alles is er, maar het is nog geen woonplaats, het is een stalling met mij als sta in de weg.

 

We lopen hier nog op verkeerde schoenen ’’ kijk uit voor de drempel zegt ze steeds en  als ik naar de wc wil gaat ze mee. Tussen ons en het huis hangt leegte als die in een kruipruimte. We zullen eerst weer met dit huis relatie moeten worden. Relaties’ en de wisselwerkingen daartussen. Een meeveren netwerk.

We zijn spaties zonder tekst. Die tekst moeten wij nog schrijven, om de spaties heen.

Dit is de ultieme clash of reality’s zoals eigen is aan huizen en de bewoners ervan, dat komt door de drempels de trappen en de deuren. Elke kamr heeft een deur mete een drempel.en een verleden.‘’Kijk uit voor de drempel’’, hoor ik voortdurend. Ik ben vaak gevallen maar nooit over een drempel gestruikeld.

Thuiskomen zoals ik,  is de vervreemding binnenstappen en een tijdlang anders zijn in alles en alles anders in mij. Zoals ik anders ben voor anderen, niets bestaat op

zichzelf, alles is osmose  en context, Lief ook, totdat ik haar omhels Dan leg ik mijn hoofd tussen haar borsten, want daar is mijn thuis ,haar goedmoedige lichaam, mijn handen onder haar shirt, die bandjes daar, mijn meisje, zo zijn wij ons thuis. dan weet ik weer hoe zij toentertijd mijn meisje was.

Zij gaat het huis door en doet dingen. Ik doe niets anders dan willen waar de tijd nog voor ontbreekt, ik ben van latere zorg, het is een ecologisch verstoord evenwicht.

moeras ratten, kikkers ringslangen en soms een reiger of een roestige fiets.Is die er ingegooid of is iemand het moeras in gefietst? Ik misschien, ben ik dat? Ik heb het wel eens gedacht.

Ik heb ons ik raak Lief met mijn handen overal in en om, aanraken om geraakt te zijn, als ik haar lichaam voel, voel ik mijzelf, dat is de sleutel om thuis te raken:’s morgens naast haar liggen en geraakt te zijn. Deuren open, deuren dicht. Dat is wat ik verlang maar vaak niet gebeurt.

We moeten doorlopend drempels over., elke dag moet opnieuw ontstaan.

Marc groet ‘s morgens de dingen:

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem

ploem ploem

dag stoel naast de tafel

dag brood op de tafel

dag visserke-vis met de pijp

en

dag visserke-vis met de pet

pet en pijp

van het visserke-vis

goeiendag

 

Daa-ag vis

dag lieve vis

dag klein visselijn mijn

(Paul van Ostaijen)

 

Het is een dialoog. De werkelijkheid is

een collectief van duo’s. in alles wie ik ben en wat ik ben ben ik een spin in een web Ik probeer duo in duet te zijn.

. Over het ontstaan van de wereld valt niet meer dan het volgende te zeggen: Ssst.er begint iets en vervolgens: er ís iets, gewoon iets ,zoals iets op aarde iets kan zijn. , iets dat huppelt, iets dat schommelt, iets dat zingt of opeens een woord zegt dat nog niet bestaat. Opeens is het er, zoals de dag begint met wakker worden en opeens ervaren dat het licht is.Eerst bestond je als dood, nu besta je als leven, : Je stapt je bed uit en je bént er: je kijkt in de spiegel en het klopt: dat ben ik .Marc groet ‘s morgens Marinus, met dank aan Paul van Ostaijen en Huub Oosterhuis. De radio staat aan. Lief komt binnen, zet de radio harder en danst met zwiepende haren.’’Electro shock blues van Eels. Ik doe mee zo goed als het gaat ,ze lacht mij, een beetje uit, een beetje verliefd.’’ Harder’’, zegt ze.

Dat kan ik niet, dan val ik. Ze zet de muziek nog harder. Met de Doors gaat het net zo.

.

Ik ben  een  onevenwichtige labiele werkelijkheid en het bewustzijn daarvan:

zijnsverwarring, de spin raakt zijn web kwijt iemand fietst

er doorheen. en dat is waar ik niet over na moet denken, want dan verzuip ik in lusteloosheid, dan moet ik mijn computer uitzetten en iets doen wat wel van waarde is, maar als ik de computer uitzet weet ik niet wat te doen. Dus doe ik iets anders op mijn computer en geef mijn hersenletsel daar de schuld van. Weer een deadline overschreden, weer porno gekeken in plaats van verder schrijven aan dit boek.weer schaamte en zelfkritiek  sommige porno is zo mooi ritueel voor eie  gewend is geraakt aan vaste patronen, ht gssat nergens over en is van geen nkel intelectueel belang, ook fysiek is ht flauwekul, nt als kunst, en religie.

 

?Een leven veranderlijk en verraderlijk als de wereld die ik bewoon,  daarom ben ik altijd op mijn hoede.

ogwards mrt de poltergeist

Wie spreek ik?

Marinus.

Ik versta u niet

Weet u zeker dat u

mij moet hebben?

 

U bent toch Marinus?

Ja, dat ben ik.

Die met die rotstem.

.Die  toonloos en zacht is, . Een zware handicap, onderdeel van wie ik ben: Die man  met die grijze krullen ,die rotstem en die aantrekkelijke vrouw achter zijn rolstoel. ‘’Was mijn vrouw maar zo..’’, denken sommige mannen die ons zien maar Lief hoort bij mij ik ben geen ‘’ik’’, ik ben ‘’wij’’ (Vanuit Klimmendaal kreeg ik proefverlof’’ en dat behelsde, voornamelijk het praktische thuiskomen, hoe zonder vallen het toilet in de hal op en af te komen’’ denk om de drempel Marien., een tijdelijk verlengstuk van Klimmendaal, ADL, (Algemeen Dagelijks Leven, met een ziekenhuisbed in de kamer dat alles ontregelde.

een spookhuis te zijn met  de angst dat dat onoplosbaar zou blijven. En  overal in de angst dat er met mij iets mis zou kunnen gaan’’ ik loop wel even mee, doe dát nou níet. Ik ben gezeglijk, altijd geweest en ik ben graag bij haar. Als we de trap opgaan.

op de dag toen ik in 2005met de ambulance dit huis verliet was het mijn huis niet meer, het was een’’elders’’,geworden een plek waar de schemer woonde. Dit huis is van Lief, hier waart de geest van haar verdriet en overbelasting, dat waar ik de oorzaak van ben. Als ik de trap opga, de eerste, weet ik niet wat mij te wachten staat. De kamer die mijn geheugen herbergt, is te wit te licht, te netjes nog.

Ik moet dit huis heroveren, de mij onteigen geesten verdrijven met mijn aanwezigheid. Maar cognitief hersenletsel is misleiding, ontsporing van het zelfbewustzijn.,

TUINDEUREN

 

Naast mij liggen 3 USB-sticks. Uit angst bestanden kwijt te raken kopieer ik ze naar een veilige, soms onvindbare, plek. Op de plank staat ook nog een doosje met diskettes. Ooit heb ik een boek geschreven en uitgeprint en als stapel ergens opgeborgen.

In Heelsum scheen tijdens mijn homecoming altijd de zon. De ontsporingen namen toe, de vertekening de misvatting, de overbelasting.

Aan tafel: Wat zoek je Marien?’’

‘’Mijn mes’’

Links van je bord.

Dat klopt, duidelijk zichtbaar

Een klassiek geval van neglect.

Mijn neglect betekent dat ik in het totaal van de warneming meer gestuurd wordt door de prikkels van rechts dan door die van links.Mijn ogen zijn goed, maar de waarnreming wordt verkeslechts ten dele verwerkt, darom is er veel links van mij dat mij ontgaat. V eel van wat ik kwij tben bevindt zich links van mij

 

Oop een mooie zomerdag, tegen het einde van de de middag, sluiten Lief en ik de tuindeuren. Ik rechts, zij links.

Omdat ik haar niet meer zie; roep ik vanaf de gang haar naam naar zolder.

Ritaáá! Als ik niet weet waar ze is, plaats ik haar op zolder, als ik roep en niks terug hoor, roep ik harder.

Liehief!!! Ik hoor mijn uitroeptekens en zie ze, inclusief de letters.

Ze gaan voor mij uit de trap op, ze hangen een tijdlang in de lucht onomatopee

Ik houd van onomatopeeen in stripverhaal, vooral in die van Kuifje.

Rotstem, zacht lelijk en krachteloos. Ik moet het doen met de gedachte dat ik het gezegd heb,en je weet maar nooit.

.Iik kan zelden harder dan ik doe; ik haat schreeuwen omdat ik mijn stem haat, mijn stem is in conflict met de tong, de lippen en de besturing daarvan, dat is hersenletsel Ik probeer het opnieuw: Geen reactie, niemand in huis, allleen ik, opeens was ze verdwenen.home alone, weer zo’n kutfilm waarin ik terechtgekomen ben. Ik wordt genegeerd door het huis waarin ik woon.Als leraar schreeuwen in de klas is ht ergst ewat je doen kunt, je schreeuwt jezelf als hte wre de klas uit.

Geen antwoord,! Ze was er stiekum vandoor wist ik. Misschien om boodschappen te doen?

Maar haar fiets stond nog in de schuur. Missschien was ze op zolder, iets met de was, altijd heeft ze iets te doen waarvan ik niet zien kan wat het is.Maar ze is er wel. Ergens, elders.Nu.

.Liehief! !!

Geen reactie, geen teken van aanwezigheid.

 

Als ik haar kwijt ben breekt er een lichte paniek uit, die uit zich in argwaan, ik denk dat ze mij in de steek heeft gelaten om mij op de proef te stellen: zie je wie je bent zonder mij,

Bang, besluiteloos en paranoïde sta ik stil, iedereen is tegen mij, zij ook,ze wil mij kwijt.

Later bleek dat zij links van mij de deur aan het sluiten was maar doordat mijn brein faalt om de signalen van links te betrekken in het totaal van mjin  waarneming,was ze verdwenen. en dan kom ik erachter dat zij, links naast mij verdwenen is, buiten mijnbewustzijn  Mijn rechteroog kan alles zien maar  de prikkels van links worden veronachtzaamd in  de perceptie.door de prikkels van rechts.

Soms heb ik de nare indruk dat ze mij pest, dat ze mij indirect laat merken hoe moe ik haar maak, dat laatste is waar, ik maak haar moe door mijn aanwezigheid.

Een gevoel dat via mijn balllen naar mijn kuiten zakt, en dan opduikt in mijn hoofd.

De aanwezigheid van mensen en dingen, ht zijn in het zijnde,opf ht zijnde in het zijn. zonder hoofdletters en filosofische onderbouwing,geen sein und dasein isniets van wat ik kende is hier hetzelfde alles hier iscomplex en verwarrendzelfs mijn spiegelbeeld en mijn zweet, en Lief,zoals ze op de bank ligt mte een dekentje over en de poes kijkend naar de televisuie, ken ik haar niethet,  zal ik mekijken of commentaar geven? (ons bespreekbaar maken?Disfunctioneren De perceptie en de juiste samenhang in de prikkelverwerking is uit balans en ik dus ook.

Als Karen op een zondag met mij een stukje lopen gaat moeten wij een lantarenpaal passeren die rechts van mij staat, enik sta stil, ik kom het ding niet voorbij, htee staat mij onzichtbaar in de weg in , het verschijnsel neglect ken ik maar al te goed, maar de tegenhanger dominantie is mij niet zo bekend, hete is een eigenaardig hinderlijk verschijnsel.

 

Ik ben niet blind, evenmin gek, maar soms voel ik mij wel zo, vloeken doe ik niet, dat doe ik alleen als ik schrijf.

Het is de slecht functionerende politiek van het twee partijenstelsel in mijn hoofd, ze komen er samen niet uit als er besloten moet worden. Een van de partijen is slordig met het geheugen, met feiten verzamelen

lVALS PLAT

Als Karen op een zondag met mij een stukje lopen gaat moeten wij een lantarenpaal passeren die rechts van mij staat, enik sta stil, ik kom het ding niet voorbij, het staat mij onzichtbaar in de weg in , het verschijnsel neglect ken ik maar al te goed, maar de tegenhanger dominantie is mij niet zo bekend, het is een eigenaardig hinderlijk verschijnsel.hoe dit samenhangt mt mijn neglect weet ik niet. Ik word in mijn bewegingen naar rechtsgetrokken.

Links zie ik alles, maar mis de gewarwording ervan. Het brein kan er niets mee.

Rode striemen

 

Rechts op de weg naar het strand in Zoutelande staan braamstruiken langs het pad.,de anderen lopen links van mij want dat . Ik draag een korte broek. Voor ik mijn bed instap, zie ik  rode striemen  tussen de haren op mijn rechterbeen been, ze jeuken, mooie rafelige striemen.

ik zei toch dat je naar links moest, zegt Lief

Dat klopt, dat zegt ze altijd, net als ‘’kijk uit voor de drempel’’. Zullen we vrijen zegt ze zelden dus dar komen die striemen niet van.

Omdat mijn rechterhelft zwaar beschadigd is worden er fouten gemaakt, in de groundcontrol  van het lichaam. Mijn lichaam wil naar rechts, ook als het beter is om meer naar links te lopen. Mijn brein en mijn lichaam gaan soms niet  samen dezelfde richting op.

Als ik vanuit de kamer naar de trap loop, moet ik rechts een hoek om, voorbij een bronzen beeld op een  hoge sokkel

Daar val ik bijna, ik kantel naar rechts en stoot bijna het beeld om dat er staat ik houd me vast en bereik de deur .

-‘’Wat doe je?’’

Het is een eigenaardig beeld op een hele hoge sokkel, het stelt een vrouw voor die zich op de rug van een man vervoeren laat, ze heft haar hand op om hem te slaan, of om evenwicht te houden.

Over de betekenis denk ik niet na, die is er wel, maar ik concentreer me voornamelijk op haar mooie bronzen tietjes, ze hangen een beetje. Daar denk ik niet over na. ze zijn grappig en aanraakbaar.

Ik kwam bijna de hoek niet om,

Op de trap heb ik er geen last van Er is een leuning ,waar ik mij krampachtig aan vasthoud, met mijn rechterschouder stoot ik bijna een  van de etsjes van Co Westerik van de muur, etsjes die ik op verantwoorde wijze  van 1 van mijn voormalige scholen heb meegenomen, als ik het niet gedaan had, had een collega van mij het waarschijnlijk gedaan,

Dingen zijn dragers van wat geweest is.

 

vals plat op de berg

 

Op donderdag, rijd ik met Lief naar “het Depot” in Wageningen, een mooi museum met mooie sculptuur, een mooie dag. Maar waar we moeten zijn ligt op de Wageningseberg, die helling is voor mij goed te fietsen. Tot de varens beginnen; rechts van het fietspad staan knalgroene bossen koningsvarens, en bij iedere pluk word ik extra tegengehouden alsof het valse plat toeneemt. Na de varens komen de grassen en de wegggegooide lege pakken zuiveldrankjes. Onderwijl wordt het warmer en fiets ik steeeds trager de diverse tegenwerkende krachtvelden voorbij. Dat is de wet van de onbegrijpelijke tegenkracht.Neglect.

 

Toen ik met Karen op een dag in Bennekom langs een lang en hoog hek van kippengaas liep, heb ik de hele tijd die rare weerstand gevoeld  die doet denken aan  fietsen tegen een lichte heuvel op: vals plat, je ziet het niet maar het is er wel.

Mijn hele beleefwereld valt alleen nog te verwoorden met dit type lullige zinnetjes: je ziet het niet maar het is er wel.

 

Ik weet waar het van komt, maar ik begrijp het niet.

Op de hoek Dopheidelaan Bremlaanstond ik stilop een avond. .  Die plek is de plek van diverse mysteries binnen mijn universum.  Mijn benen wilden niet verder, en ik wist: nog twee stappen doorlopen, en ik ben een ander. Een verandering in persoonlijkheid en dat dat klopte. Ook bij herhaling klopte het. Mijn CVA plaatst kauwgum in mijn brein, op de plekken waar mijn hersenen zwaar beschadigd zijn.

De ziel van mijn bestaan kan  zich ongemerkt verplaatsen.

.’’.

Onder de tegels schuilt de kunst van de ziel.Zelf heb ik op een dag een kunstwerk door de stratenmakers onder de tegels onder stoeptegels laten verdwijnen, je ziet het niet, maar het is er wel, zoals de stratenmakers het zeiden

Dat kan niet, en verklaart niks.

God en ziel.Deze woordkeus en werkelijkheid bestaan bij benadering, de voelsprieten daarbij heten zintuigen. De beleefwereld is surrealistisch. Zintuigen bestaan vooral voor het genieten van illusies en het genot van de begeerte  vanaf een terras, de geur in de nek van Lief. Zintuigen  zorgen voor noodzakelijk genot.

Zintuigen zorgen voor de zin van het bestaan. Ze bestaan om te genieten.

De zintuigelijke werkelijkheid is niet economisch maar erotisch en fysiek.. De platonische interpretatie van het fenomeen werkelijkheid is voor zure gelovigen die de wereld verdelen in de verwerpelijke banaliteit van het tijdelijke, en de hemelse kwaliteit van de eeuwigheid, straten van goud of zoals wij zongen in de

 Baptisten kerk

De kluts kwijt

Ik ben lang niet meer op straat geweest zijn.

Het favoriete terras van Lief en mij is de Planken Wambuis Ede. Weer was het zomer en zaten wij daar. Op de terugweg moesten wij de spoorwegovergang bij station Wolfheze over. Tijdens het oversteken op mijn Kettwiesel, een lage driewielzitfiets, begonnen de bellen te rinkelen, zo hard dat ik in paniek raakte. Er was iets begreep ik dus stopte ik op het spoor om te kijken van waar een trein zou kunnen komen. Als de trein van rechts zou komen was er een probleem, want voor het perron van station Wolfheze stond al een trein, ik vroeg mij af of dat goed zou gaan: hoe zou de ene trein de andere kunnen passeren. Rijden! schreeuwde Lief en duwde mij van het spoor naar de overkant, waarna de trein passeerde, de stilstaande trein was geel, de passerende trein was blauw meen ik gezien te hebben. De angst die ik sindsdien voor treinen had heb ik dankij Lief overwonnen. We zijn naar station Wolfheze gefietst en hebben treinen voorbij zien gaan en het werken van de spoorbomen en het signaal van de bellen bestudeerd. Lief was sindsdien even bang als ik.

Mijn boeken staan op alfabet mijn werkkamer is opgeruimd. Ik verkeer nog in wanorde, ik heb moeite met chronologie en alfabet. Het is moeilijk voor mij een boek en de juiste pagina te vinden. Google doet het beter.

Ik probeer te begríjpen wat ik ondergáan moet. Begrip is vaak niet meer dan ballast om  ontspannen te kunnen zíjn. Zijn of niet zijn is een existentieel reëel probleem voor mij geworden, vlees geworden woorden. In alles wat ik doe en ervaar bestaat de vraag: zijn of niet zijn? Het spoorwegovergang probleem. Altijd grensgebieden, spoorwegovergangen.

Middelpunt vliedend hersenletsel, egocentrisch universum, mijn letsel is spil en drijfveer van ons wonen. Ik zelf kom daar nog te weinig in voor.dingend doen kun je leren, dast is trainen, wonenkun je niet leren. Ik slaap alleen, Lief slaapt alleen. Lief kookt alleen, (‘’laat mij het maar doen, dat gaat sneller). Met afwassen gaat het net zo, soms schil ik aardappelen, soms reinig ik de wc. Meestal ben ik afwezig in de beslotenheid van mijn externe zelf, mijn schrijven, en hoor hoe zij bezig is met mij. Van mij hoeft dat allemaal niet, bij ergotherapie in Klimmendaal heb ik al die dingen geleerd in de ergo keuken: koken, schoonmaken, opruimen, therapeutisch oliebollenbakken; vooral een ei open tikken met éen hand vond ik mooi om te doen. Omdat ik lui van aard ben, ben en  liever naar boven traploop om te schrijven, ga ik daar akkoord mee. Ook dat is een vorm van zwakte, ik schrijf.

SPOOKWANDELING

Het is een mooie zomerzondag. Lief doet de tuin, knielt aan de rand van de vijver, we fluisteren  ideeën over het afschermen van de vijver voor het geval David op bezoek komt.

Ik besluit een wandeling te maken. De vaste ronde, Lief wil graag weten waar ik heenga.

In de Dopheidelaan, aan de linkerkant voel ik de zon het best, maar ik begin aan de rechterkant zoals ik gewend ben., de kant met de meeste hondenpoep, dat wel. Verderop zal ik oversteken.

Voor mij staan mensen op een plek waar nooit eerder mensen stonden. Dicht bij de lantarenpaal. Ik kan er niet langs dus loop ik er door heen, dat dat verzin ik niet ik niet, dat gebeurt. Van achter mij komen meisjes in paardrijkleren.

Ze zingen iets eigentijds met nare imitatie-stemmen. Waarom zingen meisjes niet gewoon zoals ze gebekt zijn. Ze zien er verveeld uit. Mijn lichaam begint te weigeren, mijn voeten worden zwaar, ik moet mijn benen naar voren dwingen. Godverdomme, dat mag niet. Er mogen geen mensen achter mij komen rijden, omdat ik dan wel signalen opvang, maar ze niet kan koppelen kan aan functioneel handelen, zodat mijn systeem uitvalt en mijn benen weigeren. Ze passeren, schaamteloos blijven ze zingen, ze zien mij, weet ik .

Ze zitten met mooie billen op hun zadel, dat maakt het goed, ik probeer wat harder te lopen en eleganter, voor het geval ik wordt gepasseerd door leukere meisjes, hoewel die niet vaak voorkomen in deze laan. Dit is een straat waar de eventuele schoonheid onzichtbaar gemaakt is met hekken heggen en lelijke witte muren , met onevenwichtig glaswerk, waarachter  televisies zichtbaar zijn met op  beeldschermen ter grootte van een raam ,kermisachtigbeelden  bewegen. Meestal reclame

Uit een oprijlaan linkskomt een auto. Een donkere vrouw met kroeshaar komt aanlopen om in te stappen. Ik hoop dat ze gele pumps met naaldhakken draagt, dat vind ik mooi, vooral bij donkere vrouwen. Ik hoop haar vaker te zien. Ik krijg niet te zien wat ik wil, daarom vloek ik. Het haperen van mijn lichaam wordt groter.

Ik ben bang dat ik het rondje niet zal halen.

Bij het begin van het bospaadje, sta ik een tijdje tegen een scheve boom te leunen: “Wilhelminabossen’’ staat er, (meervoud ),terwijl het niet meer is dan een rand slordige oninteressante bomen tussen asfaltstraten en een golfbaan woede en walging. Het is zo dom allemaal Zo kun je met je dopheide kapsoneshuiszeggen fat je in de bossen woont, Elke keer weer dezelfde bijna fysieke ergernis Wilhelminabossen’, welke gek bedenkt zoiets?

Ergernis is een op zichzelf staand fenomeen.de aanleiding ervan kan zo miniem zijn dat er altijd wel een aanleiding is. Dat levert een pervers soort genoegen.

 

Langs het hek van het golfterrein loopt een onverhard voetpad, dat nam ik. Golfers zijn een bron van plezier als de zons schijnt, alleen de karretjes waar ze in rijden, de caddies.de amicale omgang met elkaar, de gebaren de houdingen, de blikken, de  zonnekleppen. het lijkt of ze zich met rollators en scootmobielen over de grasvlakte verplaatsen. Ze  hebben het juiste soort luxe banaliteit ,om mij te ergeren. Rechts van het pad is een rand muffig vochtig donker bos waardoor heen de achterzijden van de dopheidehuizen te zien zijn. Ideaal voor inbrekers denk ik ieder keer dat ik daar loop,

Ook daar heb ik een hekel aan, ik heb een hekel aan voorspelbaar gedrag, ook als het van mijzelf is. Ergernis en boosheid gaan meestal gelijk op, ze zijn een duo. Met mij erbij zijn wij een trio. een drievoudig zelf.

Ik bereik de Ginkelse weg op de plek waar de weg naar het restaurant van de golfbaan gaat. Bij voetbal, heet dat kantine. Ook daar weer. Ik ga naar rechts. Dicht tegen de stoep staat een auto de ruimte tussen de auto en het stukje Wilhelmina bos is smal en houdt mij tegen, vooral ook omdat ik ervoor eerst nog een lantarenpaal voorbij moet, vervolgen staat er op de hoogte van de auto een bremstruik, als ik tussen de auto en de bremstruik, loop ik gedeeltelijk door de prikkels van de struik. Dat is de tegenhanger van mijn neglect, de zuigkracht van rechts,

magisch magnetisme, dat alleen n in mijn hersenen bestaat; Een groot deel van de Dopheidelaan, bestaat alleen in mijn hersenen, en die zijn onbetrouwbaar.

 

Vandaar kom ik bij het punt waar de dopheide elan uitloopt op de Ginkelseweg. Daar is het druk. Allerlei zondagwandelaars staan er te wachten voor het zebrapad., ik sluit aan. Een vrachtwagen passeert, vervolgens steken wij over. in twee rijen van twee

e.Ik sla rechtsaf. Op de soep liggen plakkaatjes kauwgum , groot als guldens, de nieuwe munten zijn mij nog altijd vreemd

., het metaal, het gewicht de grootte. Ik heb jarenlang geen boodschappen meer gedaan er is ook een metalen afsluiting van gas of licht of water. Er staat een tekstje op. Ik blijf staan Mijn voeten willen niet verder, mede door het oplichtende papiertje van een uitgepakt stripje kauwgumpjes. Ik  dwing mijn vioeten  verder te gaan.en passeerde een brievenbus naast een oprit. Design! Een dopheidehuis kan niet zonder schuifhek en design-brievenbus. |k sta even stil om mij te ergeren, ik probeer zelfs te achterhalen waarom. Blokker-design,d e uitvergroting van iets kleins. Status- design. Bullshit. Het kost mij fysieke moeite om deze nepvormgeving te passeren, dus steek ik over

. IHet oversteken doet zeer aan mijn linkerbeen. Maar dat doet het altijd als ik oversteek

verder lopen langs de bosrand tot de Bremlaan was 40 passen afzien.

Er fietste een jongen met een capuchon. Ook liepen er twee mannen met 1 vrouw. De vrouw maakte het geluid van hoge hakken, maar droeg ze niet. Ze had een lelijke jas aan. De mannen droegen moderne kleren aan hun hoekige oude lijven , ze liepen op de andere stoep maar op de plek waar ze stilstonden moest ik mijzelf vooruit dwingen. Toen moest ik links langs de boom rechts, dat was heel vermoeiend angstig en ontmoedigend, fysiek kon ik er langs maar mentaal kon ik het niet, magisch magnetisme, De aantrekkingskracht van de boom veroorzaakte een soort virtuele slagboomschaduwen zijn kuilen of hekken. waar je overheen moet ik loop voorbij. Ook ligt er nog een slagschaduw op de weg van een andere boom.

Het blonde meisje met de leuke zwarte volwassen Italiaans ogende scooter en het lange blonde haar onder haar zwarte helm reed langs, maar te snel zodat ik haar niet zag zoals ik haar gezien zou willen hebben, ik wilde haar gezicht zien, en  misschien  en ook haar haar wilde niet wapperen vanonder de helm.

De schaduw begon ik te begrijpen.

Dus dat is mij gelukt, bij het oversteken van de Dopheidelaan hoek bennekomseweg  kwam er een auto aan, een ordinaire dure auto, ik kon er voorbij, maar de afstand verlengde zich, mijn benen wilden niet. Voorbij de hoek links zag ik een witte plastic zak in de lucht hangen, het was de koplamp van een witte auto, de auto van Karen, die met David op bezoek was.

De Dopheidelaan is een rotlaan als je relaxed wilt wandelen.

een stuk naar links Marien, zegt Lief, je loopt met je schouder door de heg.  Weet ik veel, maar het is wel zo.

Het is sowieso een rotlaan: Lelijke dure huizen met stijve tuinen veel hondenpoep rechts, en te veel kinderen en pubers op weg naar het sportpark.Hun fietsen rammelen, ze schreeuwen en komen altijd van achteren , meisjes zingen liedjes die ik niet horen wil, niet vanwege de meisjes, maar vanwege de liedjes, die pubermeisjes zingen.

 

Mijn dochters kunnen prachtig zingen, ook samen. Meerstemmig.

Zelf kan ik niet zingen, niet meer.

In de kerk schaam ik mij voor degene die naast mij zit; meestal zingt degene die naast mij zit ongestoord verder. In de kerk is het beschamend en  zinloos om problemen met mijn stem te hebben. Alleen tijdens het koffiedrinken na afloop, word ik vaak gevraagd: wat zei u?, ik kon u niet goed verstaan,.. maar dat zijn meestal oudere vrouwen, oude vrouwen zelfs, dus  zal het wel aan hen liggen. Alles is een kwestie van perceptie

 

 

De kluts kwijt

lang niet meer op straat geweest zijn.

Het favoriete terras van Lief en mij is de Planken  Wambuis Ede. Weer was het zomer en zaten wij daar. Op de terugweg moesten wij de spoorwegovergang bij station Wolfheze over. Tijdens het oversteken op mijn Kettwiesel, een lage driewielzitfiets, begonnen de bellen te rinkelen, zo hard dat ik in paniek raakte. Er was iets begreep ik dus stopte ik op het spoor om te kijken van waar een trein zou kunnen komen. Als de trein van rechts zou komen was er een probleem, want voor het perron van station Wolfhreze stond al een trein, ik vroeg mij af of dat goed zou gaan: hoe zou de ene trein de andere kunnen passeren. Rijden! schreeuwde Lief en duwde mij van het spoor naar de overkant, waarna de trein passeerde, de stilstaande trein was geel, de passerende trein was blauw meen ik gezien te heben. De angst die ik sindsdien voor treinen had heb ik dankij Lief overwonnen. We zijn naar station Wolfheze gefietst en hebben treinen voorbij zien gaan en het werken van de spoorbomen en het signaal van de bellen bestudeerd. Lief was sindsdien even bang als ik.

Mijn boeken staan op alfabet mijn werkkamer is opgeruimd. Ik verkeer nog in wanorde, ik heb moeite met chronologie en alfabet. Het is moeilijk voor mij een boek en de juiste pagina te vinden. Google doet het beter.

Ik probeer te begríjpen wat ik ondergáan moet. Begrip is vaak niet meer dan ballast om  ontspannen te kunnnen  zíjn. Zijn of niet zijn is een existentieel reëel probleem voor mij geworden, vlees geworden woorden. In alles wat ik doe en ervaar bestaat de vraag: zijn of niet zijn? Het spoorwegovergang probleem. Altijd grensgebieden, spoorwegovergangen.

Middelpunt vliedend hersenletsel, egocentrisch universum, mijn letsel is spil en drijfveer van ons wonen . Ik zelf kom daar nog te weinig in voor. Ik slaap alleen, Lief slaapt alleen. Lief kookt alleen, (‘’laat mij het maar doen, dat gaat sneller). Met afwassen gaat het net zo, soms schil ik aardappelen, soms reinig ik de wc. Meestal ben ik afwezig in de beslotenheid van mijn externe zelf, mijn schrijven, en hoor hoe zij bezig is met mij. Van mij hoeft dat allemaal niet, bij ergotherapie in Klimmendaal heb ik al die dingen geleerd in de ergokeuken: koken, schoonmaken, opruimen, therapeutisch oliebollenbakken; vooral een ei open tikken met éen hand vond ik mooi om te doen. Omdat ik lui van aard ben, ben en  liever naar boven traploop om te schrijven, ga ik daar akkoord mee. Ook dat is een vorm van zwakte, ik schrijf.

Ik weet dat ze het gezellig vindt dat ik samen met haar De wereld draait door kijk op televisie maar dat dat doe ik niet. Ik schrijf en knutsel nutteloze filmpjes die ik op you tube zet, mijn computer wordt concurrent van Lief, zoals de televisie concurrent is van mij. Als ik de trap af ga om nog even mee te kijken, is het programma tot mijn verbazing al afgelopen en is het journaal begonnen,

Lief is moe, zoals meestal na weer zo’n dag. Ze ligt op de bank weggekropen onder een dekentje en Hobbes erbij. Ze heeft liever niet dat ik er ook bijkom, ze wil gewoon even niet meer dan alleen wat rust voor zichzelf. Ik wil dat begrijpen om te kunnen accepteren maar ben nutteloos op dat moment, éendimensionaal. Omdat ik toch niet anders doe dan er door heen kletsen ga ik naar boven, kijk uit het raam en schrijf.

 

Hamlet: Zijn of niet zijn, daar gaat het om. Op tijd door Lief van de rails worden weg geduwd, daar gaat het om.

Ik zal mijn relatie met Lief  herbeginnen om liefde te vieren, de lust en de last, een duo zoals wij nog altijd zijn: mijn thuis raken in ht schimmenrijk: De gangen, de deuren de bedden, het toilet zonder alarm koord(wat te doen als het misgaat? Een toeval een val met een botbreuk?, haar bezorgdheid woont in mijn bewustzijn.Dat wil ik nitd zijn, ik wil liefde zijn, minnaar, liefde pop eednbed van verstand, een onhandige minnaar met hersenletsel. We weten het niet met elkaar.

Lief begeleidt mij naar de wc. Overal volgt ze mij en  ik wil niet dat ze mij volgt, en ik wil niet dat ze mij vasthoudt om te voorkomen dat ik val, ik wil geen hersenletsel zijn, liever dood dan hersenletsel zijn.in haar aanwezigheid, voelbaar, bezorgd dat er iets mis kan gaan met mij.

’s nachts slaap ik alleen, ik wil haar ’s nachts niet wakker houden met mijn gesnurk of wakker maken omdat ik plassem  moet . Is dit normaal; is dit Liefde? Of ben ik een slappe lul die niet voor zichzelf op durft te komen, ach, wat is normaal?Ik overweeg en kies.De  zon valt door het szlaapokamerraam plast op het war ik nast haar ligin de mooiste zomer van mijn leven. Ze liep achter mij toen wij de trap opgingen±´´ kijk uit, concentreer je.

Ik weet wat normaal is, normaal is wat ik zijn wil, niet wat ik zijnmij ogedikteerd wordt door de terroreur van mijn brein. gehavende brein,maar nu slaap ik godverdomme nog alleen, wat doe ik hier? Dit is niet wat ik wil, dit is niet waar ik voor ik thuisgekomen ben.

Ik wil de straat oversteken zonder rolstoel en Lief om te duwen, alleen met  mijn stok zonder haar, en haar commentaar, ik hoor haar stem al voor ik iets doe. Ze houdt van mij., ik op zulke momenten niet van haar. Ik wil dat ze in het Wilhelminaparkje tegen een boom gaat staan zodat ik haar kussen kan zonder om te vallen, zonder boom kan het ook maar dan is er het gevaar dat wij samen omvallen. Voor mijn CVA deden wij dat ook niet tegen een boom staan vrijen. maar er is een herinnering aan Den Dolder waarvan ik de kus wil overdoen de puberkus ik, er is nog zoveel wat ik doen moet om volwassen te worden, dat is de verticale tijd, Er is nog zoveel; wat ik herstart om te herkansen vanwege de herinnering, het wordt tijd voor een nieuw verleden.

 

Ik ben mijn hele geschiedenis, zoals geprogrammeerd in mijn brein. Vanaf de jaren .70Zonder ordenend systeem zonder afbakening. Thuiskomen is het aangaan van onzekerheden duo’s samenbrengen  Duo’s, zoals ik in mijn ervaring altijd duo was.

In mijn werkamer bestaat de werkelijkheid als geschiedenis, inclusief Marcuse en Jan Teulings, de docent anatomie. Lange tijd heb ik hier mijn afstudeerwerk van de academie bewaard, maar het geschreven deel heb ik weggegooid uit gêne, en het teken en schilderwerk is zoekgeraakt op zolde,r op wat naaktmodeltekeningen na.Ik heb wel meer uit mijn verleden weggegooid. Maar dat verleden is gebleven.Soms pak ik het bekijk het, leg het ergens neer, en ben het kwijt

.TIJDREIZIGER

Lying in my bed I hear the clock tick

And think of you

Caught up in circles

Confusion is nothing new

Flashback, warm nights

Almost left behind

Suitcases of memories

Time after

Sometimes you picture me

I’m walking too far ahead

You’re calling to me, I can’t hear

What you’ve said

Then you say, go slow

I fall behind

The second hand unwinds

If you’re lost you can look and you will find me

Time after time

If you fall I will catch you, I will be waiting

Time after time

If you’re lost you can look and you will find me

Time after time

If you fall I will catch you, I will be waiting

Time after time

 (Eva Cassidy,)

TIJDREIZIGER

 

 

 

Heelsum: Ik zit op mijn werkkamer boven, ik ben er object en subject tegelijkertijd: Idschrijver  schrijft schrijver , ik ben er tijdreiziger. Ik observeer en probeeer in de tijd te zijn,zelf te zijn, zoals ik ben na mijn thuiskomen, niet zoals ik was. Ik besta uit werkwoorden, meervouden en de relaties daartussen. ik wil dat de wereld draait zoals ik wil omdat ik die wereld ben., eén van die werelden.

Buiten is het zomer, beneden, dat is het raam. Het geluid van een computer is een rotgeluid, alsof de oven aanstaat. Lief kijkt Lief televisie, dat is aan mij niet besteed, daarom zit ik boven in het buiten van mijn tekst en mijn  geheugen , het verleden van mijn geheugen. Ik schrijf  herinneringen en associaties daarbij. alsof wij elkaars werkelijkheid zijn. En moeizame osmose, wij wonen in elkaar. Altijd zo geweest

Als ik schrijf ben ik tijdreiziger zonder begin of eindtijd, astronaut in eigen heelal. Elke dag leef ik in ergernis en afzondering, ik spoor niet. Elke avond schrijf ik.

en, dat leidt tot een reeks memory’s that matter , dat waren er veel, mijn leven inclusief mijn werk als docent was doordesemt met dezervaringen-zonder deze memorys that matter- was ik nooit begonnen aan de reeks voorstellingen die ik maakte en nog maken zal.

De herinneringen stammen uit de tijd dat ik

 

een vader had die ik adoreerde als de beste mens op aarde, de baptisten herder en voorganger, mijn vader,  mijn vader was een aimabele manma die alle tijd nam voor de gemeenteledenen hun zorgen.Hij was mijn houvast na ons vertrek uit Emmen, ik stond regelmatig in zijn kamer De nieuwe Noach en ook de god van mijn vader steeds vaker beleef ik mijzelf als door zijn ogen en ben dan weer het jochie dat te klein was om te puberen. Lange tijd heb ik gedacht, dat mijn ouders mij belemmerden om te puberen. Nu weet ik beter. Ik was te dorps om stadskind te zijn,het was wat ik noem’’ posttraumatisch autisme.

constateringen en de formulering daarvan.Is dat ijdel kunst of onderzoek? Waarheid of verdichting?

De dichterlijke vrijheid van het brein.

 

Ik schrijf tot Lief mij om kwart voor tien komt zeggen dat ik nog eén pilletje moet en dan mijn bed in omdat zij alles af wil sluiten.Dat vind ik een naar afstandelijk moment, dan ben ik haar een tijdlang kwijt dan lig ik niet in bed maar in de verkeerde tijd een dan weet ik niet hoe ik verder schrijven moet.Ze heeft mij niet gevraagd of het schrijven goed ging en of ze het lezen mocht. Wij hebben elk onze eigen verdieping dat voorkomt emotioneel verwarrend gedoe.  Moet ik schrijven dat ik boos ben, dat ik seks wil en geen pilletje? De trap naar boven is grensgebied, als ik naar boven ga staat zij beneden te wachten tot ik eindelijk boven ben. Als ik mij haast, zegt ze, kijk je wel uit.

Ik kijk altijd wel uit, zeg ik dus. Die trap is onze gezamenlijke werkelijkheid, maar de beklimming ervan is dat niet, we komen uit andere vereledens. we zijn onze tijdreizen anders begonnen oponthoud dat was verleden.

Lief zit moe op de bank. Sinds mijn terugkeer in Heelsum is ze moe van bijna een jaar fysiek en emotioneel overbelast zijn en nog steeds zit ze met mij, en met wat dat met zich meebrengt De televisie staat aan. Poes Hobbes wil aandacht. Lief vindt het fijn als ik bij haar kom. Ik twijfel of het fijn is of gedeelde moeheid. Lief sluit de gordijnen, en daarna sluit ze de deuren, doet het licht uit ,tempert de verwarming en gaat onhoorbaar op haar sloffen de trap op.Ook daarom wil ik eldes wonen, ze doet haar best maar we passen niet, ik vind het pijnlik te zien dat ze haar best doet. bIk wil een nieuw verleden, zij zit vast aan haar oude. Lief is moe van mij, denk ik, vermoed ik,zoals ik moe ben  van mijzelf, altijd ontevreden. Ik moet hier weg weet ik, hier ben ik te veel voor ons allebei. Dit soort zinnen haat ik,het is GTST taal, het zou zo door én van die camerakijkende acteurs met gevoel goed geacteerd  kunnen worden,omlijdst door lamg blomd haar. dit is niet iets dat ik schrijven kan, ik zit met gebpogen rugin Arnhem te schrijven  wat ik niet schrijven kan.

Regels wit laten is het beste, maar regels wit laten kan ik niet, ook al niet;  dat istypisch Marinus met  cognitief hersenletsel ,mijn denken kent geen oponthoud.

 

Ik zit op mijn werkkamer boven, ik schrijf ik mijn pc doet heel veel dingen tegelijk; het is een multiprocessor, ik ook, de tijd gaat door mij heen met een schijnbaar eigen wil en doet seizoenen in mijn geheugen ontstaan, en herinneringen steken de kop op, niet gelabeld, niet geordend. Ik ga van tijd naar tijd, ,als een rivier van bron naar zee. wat komen gaat baseer ik op wat was: er is geen rechtdoor geen time after time. Ashes to ashes, zingt Bowie, de gekte van de tijd .De lyrics van Bowie kennen de tijd niet rechtoe recht aan Bowie dwaalt als Major Tom door zijn eigen tijden heen en is zijn eigen naam bijna vergeten Bowie is dood, zijn laatste alterego.

 

Knettergek, de tijdreiziger verliest langzaam de zekerheid van zijn persoonlijkheid, zijn persoonlijke tijd. Ik besta uit  geheugen, ik ben het, een remix van geheugen en herinneringen, zoiets als natthäus Passion  van Bach. Geleende tekst, geleend gevoel, met mij als verteller.ik benbijbellezer en Bowie en Dylan liefhebber, het is manier waarop je  je veraal vertelt,nity de inhoud of betekenis.ik slalom associatief door de tijd.,en ben dus nooit dezelfde: Ziggy Stardust, the clash of reality’s. cultures.Mythologie,alter ego’spoezie Bijbel, tijd zonder klok,de 7de dimensie, en ik   sluitsteen hoeHet eerste Bijbelboek ‘’Genesis bevat alles van wat komen kan .In den beginne begon de tijdreis van God en mens, ook dat ben ik, zonder geloof zonder God, zoiets als Atlas, de verre verlatenheid van het cognitieve hersenletsel, de mens die mythe wordt.

Ook Shakespeare de was tijdreiziger.Kunst kanniet anders.Kunst creëert verbanden relaties, nondualiteiten, dialogen: De leegte van altijd verder.

Ik meander, ik observeer en probeer in de tijd te zijn. door in en uit te stappen, geen stap is hetezelfd eomdat de rivier nooit hetzelfde is vanwege mijn stappen ik wil een  zelf  zijn, zoals ik ben ná mijn thuiskomen, niet zoals ik wás,een kern, een bron een   middelpunt, een begin van alles,zwaartekracht, dat wat ik Marinus noem en in 10 november 1953 begonnen is met beginnen en op eendag zal vergaan want niets is eeuwig Ik besta uit werkwoorden, meervouden en de relaties daartussen, veel daarvan is baptist, van het soort dat ik getracht heb te verwerpen en te verwijderen, maar het bestaat nog want ook dat ben ik ,en de docent die ik was, met name  tbuiten  schooltijd. en soms doe ik er mijn voordeel mee: dat alles ben iknog, dat alles is mijn ziel en mijn zelf zo leef ik in  empirisch niet aantoonbaar, maar het bevalt mij prima als ik op tijd naar bed ga of vrij in onze beperkingen met Lief, ook ‘s middags, e zomers met Lief zal ik missen, die drijven als herinnering in bootjes op de rivier, ook dat ben ik, die fiets die kwam waar ik op het zadel zat, en op twee wielen al mijn evenwichten kon bundelen tot een beweging voorwaarrts naar een bed and breakfast natgeregend, maar nooit gevallen. dit is autobiografisch geheugen, of Confabulatie. ik twijfel aan alles: welke foto is waar gemaakt?is het werkelijkheid wat ik mij herinner, hebben wij zo bestaan,?Leven mij in leugens en misvattingen.Dat wat mist en overbrugd wil worden de trappen op en af.

Buiten is het zomer,de zon is nog zichtbaar als oranjebruin op de hoge grove dennen op de hoek bennekomseg/ Dopheidelaan schuin tegenover mij .Beneden zit Lief met Hobbes op de bank en  daarom zit ik boven , daar kan ik wat doen,beneden zijn is enkelvoud hier heerst de veelvuldigheid van wie ik geworden ben in  herinneringen en associaties daarbalsof wij elkaars werkelijkheid zijn,als ik schrijf ga ik, zonder begin of eindtijdal;lsastronout in een egocentrisch universum. Ik zou naar beneden moeten gaan, de televisie uitzetten en de plaats van poes Hobbes in moeten nemen, maar dat doe ik niet, ook daarin falen wij, ook dat ben ik.i beschouw dat als liefde dat is wat ik leren wil omdat dat liefde is.

Tot Lief mij om kwart voor tien komt j zeggen ver dat ik nog eén pilletje moet en dan mijn bed in omdat zij alles af wil sluiten. Dat vind ik een naar afstandelijk moment, dan ben ik haar een tijdlang kwijten dan weet ik niet hoe ik verder schrijven moete, moet ik schrijven dat ik boos ben, dat ik seks wil en geen pilletje. De trap naar boven is grensgebied, als ik naar boven ga staat zij beneden te wachten tot ik eindelijk boven ben. Als ik mij haast, zegt ze: kijk je wel uit.

‘’ Ik kijk altijd wel uit’’, zeg ik dus,ik maak overal een geintje van want zo leuk is het niet.

Die trap is onze gezamenlijke werkelijkheid, maar de beklimming ervan is dat niet ook mijn infarct is een tijdreis geworden.

 

 

,

Zelfportret met passant 2017 Arnhem foto: Jos van der Schaaf.

MEMORYS THAT MATTER

 D

avid en Emma aan het werk in een installatie van mij. Art brut biënnale  2017 Hengelo]

BRUGKLASKAMP VAN HET BREIN.

Een metafoor geworden herinnering.

De werking van het brein toen het nog in orde was in een ver verleden.

2003, vermoed ik: Ik ben leraar en brugklasmentor en  dus wordt er van mij verwacht dat ik meega met het brugklaskamp in  Scoutinggebouw St. Walrick in Overasselt: Een gebouw met veel trappen, deuren en schemergebieden. Het is niet de eerste keer, dus weet ik wat er komen gaat.: Niet slapen als er moet worden geslapen, luidruchtig zijn en altijd moe. Niet te vinden als er gezocht wordt, grof zijn, en altijd verontwaardigd. Vooral meisjes zijn gek op gevoelens, geen emotie maar gevoelens, altijd meervoud Gevoelens zijn heel echt heel echt serieus en heel diep en ook ‘’best wel emotioneel’’ .Gevoelens maken je volwassen, gevoelens maken je bijzonder. Ze hebben gevoelens, ze kijken gevoelens, ze tékenen gevoelens.meestal in de vorm van een haastig getekend hartje- of drie x-jes en de tekst’’ liefde

’’ Is er wat?

Nee niks.

Geheime gevoelens zijn het fijnst.

Overal waar meisjes zijn, ook oudere meisjes,

Dan klitten ze samen om te huilen, samen huilen is pas fijn, ’’ ik huil dus ik besta. “ Ze blijven klitten en kleffen in toiletruimtes  die ruiken naar parfum voor beginners, waar daags toiletpapier als een uiteengevallen lintworm over de grond floddert, alles is nat, en niemand weet wie daar de veroorzaker van is. Er is iemand die het weet, maar niemand weet wie dat is. Alles wat zoek is, is gejat , dus vallen er klappen en wordt er schreeuwend achter iemand aan gerend om terug te jatten waarbij het verkeerde wordt terug gejat van de verkeerde ltikjd verwarring altijd zonder focus.

Midden in de nacht wordt er van kamer gewisseld. Jongens gaan naar de meiden, staan daar even stil voor de deur en druipen af.

Bos- en nachtspellen worden gespeeld met onbegrepen of vergeten spelregels die ze gehoord hebben maar in een anarchistisch brein zijn zoekgeraakt,

en altijd is er iets zoek, dus gestolen.

Jezus meneer, ze hebben mijn DEO gestolen.

Wie?

Zíj! U weet wel, die heeft altijd wat.

Mogen we morgen gaan shoppen meneer?

Dit is Overasselt, hier valt niks te shoppen.

Jezus meneer, waarom gaan we niet ergens anders op kamp?

geruchten, ze verzamelen zich rond de snoepautomaat, ze vragen om kleingeld en komen vragen of ik kan wisselen en ze zijn bang vies te worden als ze het bos in moeten met hun speciaal voor het kamp aangeschafte witte jeans, en altijd stinken ze naar een overdosis  deodorant, uit angst voor zweet.

Zo functioneren, mijn zintuigen, na mijn beroerte, Er zijn geen hekken, er zijn alleen maar trappen waarover heen wordt gelopen, geroepen en gerend; spelregels worden nit begrepen of verkeerd toegepast. Als gevolg van een herseninfarct is er sprake van mismanagement in mijn brein Het conflict tussen leefwereld en beleefwereld, waarneming en bewustzijn,  is, een ingewikkeld conflict. De orde van mijn brein is als die van e z’on  klas waar ik mentor van was en mee op brugklaskamp ging. en weer terug moest. Eerst moest ik ze veilig door Nijmegen leiden als een riskant slingerende, gigantische amoebe die door rood reed, fout overstak, te snel ging of te langzaam. Met uitslovers voor en afhakers achter, maar dat kon ik. Cool blijven, alert zijn, improviseren, kiezen en durven. Ooit in die periode In de burt van Elst  reed ik bijna ,met de hele brugklas achter mij aan   de snelweg op.gelukkig Op t werd er op tijd ingegrepen door de ouderejaars die mij die week assistentie verleenden. Ook dat ging goed, de brugklas was gered.

.Achteraf terug op school ,bij de koffie en ontvangst met een fles wijn door de ouders stoer doen. Ego- peptalk: ‘,: Ik ben onverwoestbaar, ik ben zelfs niet moe,’’ leuke klas’’ , geen problemen. Als lammetjes.’’

Nu weet ik beter:,ik ben verwoestbaar. Sterfelijk in alles, ook mijn ziel  dus Ook wat doodgaan is weet ik beter.

Wij zijn ons geheugen’, komt volgens Douwe Draaisma dichter bij de waarheid dan ‘wij zijn ons brein’. Zonder ons geheugen zouden we geen persoon kunnen zijn. Draaisma: ‘Je kunt geen afspraken maken met een geheugenloos mens; je kunt nauwelijks een gesprek met hem voeren, omdat iemand zonder geheugen nu eenmaal niet in staat is om een enigszins eenduidig verhaal over zichzelf te vertellen.’ Ons geheugen maakt dus dat we zijn wie we zijn – het verleden bepaalt het heden –, maar in zijn nieuwste boek laat Draaisma zien dat het omgekeerde net zo goed het geval is: hoe vreemd het op het eerste gezicht misschien mag lijken: ons heden bepaalt ook ons verleden.’(filosofie.nl).

min heden likt voor een invloedrijk deel  verweven  met mijn verweven en ze gaan gelik op, als een siamese tweeling of beter: een duo in duet

20-10-2005, tijd om anders te zijn.

.

Tijd om leerling te zijn:

leerling met hersenletsel, een kop vol brugklassers.

En ik probeer orde te houden als een overspannen docent.

 

De stilte na de storm

als de storm is gaan liggen

Uitgeraasd, voorbijgegaan

de afgerukte takken

de rotzooi in de goten

de  ravage is enorm

maar de bomen bleven staan

Dakpannen aan scherven

Schuttingen aan flarden

Ergens opent iemand

opgelucht een raam

de stilte na de storm

de stoppen doorgeslagen

de ravage is enorm

maar het huis is blijven staan

 

we drinken samen koffie

gezet door onze buren

eerst deelden we de muren

nu delen we elkaar

.

de cd weigert te spelen

de tv geeft geen programma

de radio laat horen

de stilte na de storm

 

de krant viel in het water

kom a.u.b. niet storen

maar alstublieft kom binnen

 

([Uit: Live ?/De arena]

eigen tekst1997)

hoe betrouwbaar is mijn geheugen?maar oookals mijn geheugen niet betrouwbaar is bemoeit het zich met mij, doorlopend word ik bestookt met herinneringen. Soms lijkt ht of ik ze ben,

MIJN VADER ZET ZIJN TENT

Het vluchtige van kamperen toen

ik nog jong was zat niet

in het kortstondige verblijf

– Wij bleven meestal 3 weken

Jaar na jaar op dezelfde camping.

Dat

gaf iets blijvends.

Met de tent was een televisieserie

Waarvan we de korte inhoud vooraf

in de trein er naar toe bespraken –

Nee, het vluchtige zat in het idee

dat het hele stelsel van metaal

en tentdoek door één stormvlaag

Weggeslagen zou kunnen worden

en dat één hevige regenval alle

Spullen weg zou spoelen en

O wat stormde het uitbundig in die dagen

en stortte

er water op dat kwetsbare bouwsel tent

met prachtig hard geluid

tijdens  het slapen of ervoor of erna

En toch nergens angst in mijn herinnering.

Dat kwam door mijn vader die meeverende

netwerken scheerlijn aanlegde, en die

als het goot, gekleed in

nylon en rubberlaarzen, gewapend

met een groene legerschep, zorgde voor

Een perfect afwateringsysteem.

En dus was het voornamelijk opwindend

toen wij tijdens een bijna windhoos.

De tent bij zijn buizen tegen de grond

moesten dwingen .

en ook toen het water

Toenemend tot kleine woeste riviertjes

van de zandhelling kwam zetten steeg  de prettige opwinding:

Wij lagen in slaapzakken en onder

Het grondzeil groeven molletjes water

smalle gangetjes,

terwijl buiten mijn moeder

tegen mijn vader praatte.

‘s Morgens

was alles weer droog.

De tent stond

als een huis en mijn moeder zette

ons aan de afwas, Pas daarna mochten we

als duifjes van Noach op laarsjes

De camping rond om later ver

 

verslag te doen.

-Eigen tekst, lang geleden .

Meeverende scheerlijnen,.

het geluid van ritsen en

Wapperend tentdoek.

Mijn ecosysteem.

BAPTIST IN EMMEN

.

Wapperend tentdoek.

Mijn ecosysteem.

 BAPTIST IN EMMEN

Het is zondag, de familie van der werf loopt in Emmen naar de kerk

Het is een klein wit kerkje dat doet denken aan de kleine baptisten kerkjes in het zuiden van de USA. die je in films ziet, maar minder Southern baptist.wij waren Drents bapptist

Dit is Emmen. Southern baptists zijn eng.God hate fags.Echte baptisten haten niet ze zingen:  ´´vreugde vreugde louter vreugde´ zelfs op de begrafenis van mijn vader zongen wij dat. ik vond het een mooi lied, de melodie,en vooral de woord l´´louter en vreugde´´.melodie op: “To the Joy“. Van Beethoven.

Wie Beethoven was wist ik toen niet, baptisten hadden hun eigen klassiekers.om vrede vreugde en vertrouwen te bezingen, luid en duidelijk, de stem die ik toen had ben ik kwijt, het volgzame geloof evenzo,

Nederlandse baptisten zijn gemoedelijk.’’

‘’Jezus houdt van alle mensen, wat homo’s zijn wisten ze waarschijnlijk niet .In die tijd had je nog geen homo’s die vrij en zichtbaar rondliepen. Zeker niet in Emmen maar als ze het wel wisten zouden ze het niet goed vinden, maar evenmin haten.

Van homo’s houden ze niet in Emmen, en haten deden ze niet zoals the Southern baptists, , dat zijn enge Amerkanen.

Homoseksualiteit was taboe. Uiteraard, net als overal in Nederland,

Maar zelfs God had mededogen met homo’s dat was in die tijd een weinig gebruikt begrip. omdat het nergens voor nodig was

de beslotenheid daarwas als die van  van een zorgzaam gezin, zoals ons gezin, niet sektarisch, maar de ongeschreven theologie was dat wel, in elk geval voor mij. Ik wist nooit precies wat ik wel of niet hoorde te geloven. Alleen dat Jezus voor mijn zonden  bloedend aan het kruis hing.en doodging maar weer werd opgewekt Dat bloed was heel bijzonder omdat God mijn vader was en van mij hield. En ik nam woorden en denkwijzen onvoorwaardelijk als  van levensbelang ik denk en beleefde mijn werkelijkheid nogal sektarisch bij gebrek aautonoom verstand, uit angst vrijzinnigheid,je had gevoel en verstand, ernst en luim, en gevoel was beterhet verstand wil brgrijpen wat alleen maar te geloven was., geloof was gevoel, dat was, een  leefwijze waarin ik mij veilig voelde, het geloof verspreide zich  als griep. Een dodelijke griep koortsig en verkouden.

De zangbundel  Lofzangen en gebeden bevatte veel liederen die dat bevestigden en versterkten. Piëtistische liederen , vrome teksten zonder twijfel teksten als slogans in voortdurende herhaling, met hier en daar een kleine verschuiving om dat niet te doorzien.

Mijn vader was medesamensteller van die bundel. Zijn manier van preken kwam daarmee overeen dát hij preekte was voor mij van grotere invloed dan de inhoud ervan. Mijn vader stond daar met het word van God, mensen hielden van hem hij was éen van hen: ‘’Broeder van der Werf ‘’Hijgeen predikant maar voorganger ,  zijn naam stond voorin de zangbundel. en hij was begaan met de zangers ervan.

 

 

Het zijn mooie voorbije dagen die niet voorbijgaan: Ze blijven gebeuren.

Zo ben ik, kind van een tijd die voorbij is,ook die van mijn herseninfarct, dat herinnering geworden is.herinnering met littekens.en  veel verdriet.

Het gebied van de zijnsverwarring: Er was en er is, maar daar wil ik bovensttan.Tregenwoordige tijd zijn.

Als het misgaat in het coördinerende cognitieve deel van mijn begint mijn brein te spoken.

 

De beste metafoor voor hersenletsel is een spookhuis: dat wat zich in stilte onzichtbaar aan mij voltrekt. Ik weet soms niet wat mij overkomt.

Dan zet ik mijn computer aan , want daar ben ik de baas |..Dat klikt. De digitaliteit ervan zie ik niet, maar geniet ik dat  bestaat uit niets dan gehoor en genot.het is geen spook, het is geest, mijn pc is geen spookhuis, mijn  c is wat ik er mee doe, net als deze tekst.

Mijn werkelijkheid is een spiegelabyrint, ik de spoken herken ik mijzelf.anderrs dan gewoon waserr is niets verdewenen van wat was er is voornamelijk veranderd.n darin ben ik geleidek in meegegaan.laps of toime, hink-stap-sprongen in de tijd.

. werkelijkheid bestaanmijn spoken  wáren niet, ze zijn als pigment in een aquarel van  Kees Verweij  Het zijn voeten die beurtelings de grond verlaten om vooruit te komen :Ze voeren niet terug in de tijd .  ze voegen bijeen, stap na a stap. Bedachtzaam, nieuwsgierig verwonderd, typisch Marinus.

Ik hoef geen verklaring ,ik ken de ervaring en probeer die te begrijpen zoals ik graag kijk naar  de wesp die stukjes hout van onze tuinbank schraapt om een nest te bouwen dat oogt als van papier,

.

.

vo o r b i j e   d a g e n

Ik volg de snelweg als een naald

 

de groeven van een plaat

 

Voorbije dagen

 

De langspeelplaten met daarop

 

het mooist wat ik bezat staan opgeslagen

 

in dozen van de supermarkt

 

om ooit weer eens te horen

 

voorbije dagen

 

 

De wolken lossen op

in de voorruit, links en rechts

 

de vlaktes met stuivende tractoren

 

Je zit niet naast me om te zeggen

 

Dat ik beter op moet letten.

 

Je draaide eindeloos cassettes

 

Met irritante jazzmuziek

 

Maar dan keek ik, van opzij

 

En als je meezong was het heerlijk om te horen

 

Dan siste je: kijk voor je

 

Ik zie sporen in het asfalt

 

Naar de vangrail die niet ving

 

Er is zoveel dat ooit

 

Voorgoed verloren ging

 

Ik volg de snelweg als een naald

 

de groeven van een plaat

 

Voorbije dagen

 

De langspeelplaten met daarop

 

het mooist wat ik bezat staan opgeslagen

 

in dozen van de supermarkt

 

om ooit weer eens te horen.

 

voorbije dagen

 

De zon zakt rozerood

 

in de voorruit, links en rechts

 

De vlaktes met vlekken van wat dorpen

De telefoon gaat in mijn jaszak,

 

maar ik laat me niet storen

 

De radio laat horen

 

Muziek die ik vergeten was

 

Ik was zestien, lag op bed,

 

Ik moest leren wat de school had voorgeschreven

 

Maar niet wat ik wou weten

 

Het echte leven deed zich voor

 

In dromen die ik komen liet

 

Op de pompende muziek

 

Die in mijn kamer hing

 

Het straatlantarenlicht

 

In de ruiten links en rechts

 

Kamers met steeds dezelfde beelden

 

Ik zet mijn wagen voor de deur

 

Ik steek de sleutel in het slot

 

Ik hang mijn jas op, en de kat

 

komt bij me klagen:

 

Waar ik nu weer was gebleven

Voorbije dagen

ik kijk niet om.

Voor mij ligt de verte van het fietspad

naar jou.

 

( Een nooit gebruikte tekst de laatste regel heb ik er vandaag aan toegevoegd)

Nostalgisch ben ik niet.

Ik wil niet terug. Ik wil verder tot ik mijzelf een hand kan geven om te zeggen: welkom thuis, je bent er, het is goed zo.

VHet is 13 jaar geleden, dat ik mijn herseninfarct fysiek overleefde, mijn hersenletsel is voor een groot deel herinnering bewustzijn en beperking,  geweordende hersenscan doet daarbij niet ter zake. Die bepaalt niet wie ik ben.die registreert dát ik het ben.

De resterende vraag is wie en wat overleefde mijn CVA? Dat is niet éen vraag dat is een legertje vragen, waaraan ik niet ontkomen kan: wat resteert, is geen wetenschappelijke vraag; brein onderzoekt brein, maar een vraag die thuishoort bij ADL(de therapievorm  Alledaags leven(een ei bakken koffie zetten, tandenpoetsen)

Ik herschrijf mij op het witte papier van mijn herinneringen:

Geschept papier: pulp van fragmenten Marinus.

 

Wie ben ik en wie of wat bepaalt dat? En ben ik veranderbaar?

Pubervragen.onontkombaar zoals eigen is aan pubervragen, maar ok wat dat betreft ben ik ik weer puber.En waartoe dient dit alles: ik ben, houd van mij Amen.

Na mijn CVA  leef ik in een tijd van pubervragen, overgangsvragen, vragen naar deuren en drempels, zolders en kasten, leven of theater wart zal ik wel of niet zeggen

Ben ik de moeite waard om gehoord te willen worden See Me, Feel MeTouch me, heal me, (Tommy, ook zo’n mistroostige puber.ik wil weten wat mijn kewrn is, mijn podium, dat mij draagt in de voorstellingen die ik ontstaan laat, mijn ewereld als wil en voorstelling.

Er is niet veel verschil tussen leven wil en theater, wat mij betreft.

Theater zonder podium en gordijnen. Theater.

Er is geen script geen plot geen finale, er is alleen ontwikkeling gebaseerd op geschiedenis. en de kleine prins die ik ben.

.

.

 

.

 

 

 

 

 

The doors Break on through to the other side.

Het enige nummer van de doors dat mij bij blijft.  Komende November word ik 65, maar voor vandaag doet dat niet ter zake. , dat is kalendertijd. Ook de gedachte’’ je bent zo oud als je je voelt is onzin wat mij betreft. Ik voel mij geen 65 0f 17, ik ben 17.dat kan niet, maar is zo, niets paradoxalers dan het brein.

Jim Morrison, ook zo’n exaltische puber.

 

KEEP ON TRUCKIN’

Soms ben ik zo nadrukkelijk 17 als getekend door Robert Crumb, wulps gearceerde lijvendikke billen, tieten met tepels die door strakke truitjes staken, geil is een beter woord.geile inkt, in mijn wereld bestonden zulke meiden niet, het waren stripmeiden, Voorbije tijden, dat mannetje met die bril en die krulletjes. op een fiets die rammelt en een oude zwemtas, nog uit Emmen achter mij van de bagagedrager gevallen,opzij alleen  nog vastgehouden door zwaar versleten snelbinders, zo herinner ik mijzelf, die krullen, die bril, prototype nerd; ik heb mij zelf in die tijd altijd als lelijk en achterlijk beschouwd, het was onvoorstelbaar dat iemand verliefd op mij zou worden tot ik Lief ontmoette en dat begreep ik niet.dat was niet in Den Haag in het wild maar op een kamp van de kerk; maar daar deed ieder meisje een vriendje op, niemand verliet het kamp zonder vriendje. Heel erg aan was het niet, ik wist niet wat dat was en geloofde het niet. Ik verkering? Verliefd. Was dat alles? Niets veranderde in die dagen

Ik was 17 toen, denk ik.nu ben ik 65. ‘’keep on truckin’ onvergetelijke rotjaren, getekend door Robert Crump. Ik ben een Zapcomic, net als Crumb zelf, Nu vind ik dat wel leuk., dat kleine geile mannetje tussen die lustvol gearceerde benen van volronde scholieren. Nog altijd zijn ze fabulous.

 

Mijn leven nu speelt zich grotendeels af in 1970, mijn basisleeftijd is 17, de leeftijd van mijn brein,de achterstandswijk van mijn geest .Alleen administratief ben ik 65.

Lief vindt het een abnormale  gedachte. ‘’Je bent 64 schat, doe niet zo raar’’ Ze heeft gelijk, toch is het zo, dit schrijf ik in 2018.) Weer een belangrijk stuk geschiedenis verder in de tijd. Tijd is niet statisch, geen trein op

rails , ook die van  de schrijver en zijn brein niet. In alles zijn wij stream of consciousness, een rivier als de Linge met zijn drassige oevers en onvoorstelbare lengte. ,

ik ben de kano of het vlot dat de rivier afzakt met als enige eindbestemming dood zijn.en

ben de kano of het vliot ,ik peddel en dobber al naar gelang de omstandigheden. Als ik morgen doodga hoop ik vandaag te kunnen vragen: ‘’wanneer beginnen we?

‘’We zijn al begonnen, Marien’’.

ik dobber en peddel. Op het fietspad naast de Linge fietst Lief Haar witgeworden haar wappert naar achter haar blik  focust zich op het verdwijnpunt. Verdwjinpunten bestaan niet , wij wel

Een leeftijd ben je niet, je bent wat je in die tijd gebeurt en gebeurd is:, met je observaties, herinneringen .constateringen en de formulering daarvan, dat gebeurt als de arceringen in het werk van Robert Crumb, die frustraat met brilletje, Ze zijn onderdeel van h zijn in het zijnde. ademhalen, ik dobber en peddel  ergens tussen esthetisch en ethisch in termen die ik ontleen aan Kierkegaard De drie fasen van existentie: esthetisch, ethisch en religieus.ik ken ze alle drie van zo te zijn en tot niets te komen dat structureel waardevol gebleken is.

Is dit leven kunst of onderzoek?

deconstructie of restauratie?

Het is van alles een beetje, zoals ik altijd van alles een beetje ben geweest, Ik heb mij zelf bijeengescharreld en tot een assemblage gemaakt, ik heb er een jeugd lang aan gewerkt, en ook daarna nog. Daarom maakte ik theater en schreef ik poëzie, op rijm met bedoeling en clou,ook schreef ik twee goedbedoelde boeken. Zo slecht en gênant dat ik ze weg heb gegooid, op eentje na want dat kon ik niet vinden

Het is als de buizenradio op mijn Haagse zolderkamer waar opeens uit het geruis stemmen klonken: onverstaanbare stemmen waarvan ik wist dat het chinees of Duits walsof Russisch, heel ver weg, door de lucht, over zee over daken.

Stemmen van heel ver, dat kon je horen, onderweg vlogen er ganzen mmdoorheen en ooievaars, het geluid moest overal doorheen om in de radio te komen, ook uit Amerika. In dat ruisen zat de hele wereld, misschien God ook wel een beetjel.Via een eenvoudig zelf bedacht systeem kon ik de radio vanuit mijn bed starten en stilzetten; daarna las ik een boek en viel in slaap, metde wetenschap dat Shocking Blue echt met Venus nummer 1 in Amerika stond. (1971). Golden Earing- ook Haags  1974 lukte dat met “Radar  love in 1974..ook op mijn buizenradio.

 

De Laocoön Fla van mijn verleden is opgegraven en verandert de geschiedenis van mijn cultuur en daarmee de toekomst ervan. mMjn Renaissance. Een tweede geboorte. Nu werk ik als Rauschenberg en Cobra in Arnhem. Geschiedenis kent geen stilstand, bij iedere stap die je zet, verandert de toekomst.er is alleen maar verder’’ Alle beken stromen naar zee, en toch wordt de zee niet vol, volgens de bijbel die ik las toen ik leerplichtig 17 was. Al die woorden zijn gebleven zoals ik zelf gebleven ben, 17 en in de war.

Zo ongeveer is de relatie tussen mij en mijn verleden, mijn verleden getypeerd door mijn vader en de god van mijn vader, de god van de baptisten, die ook lange tijd de mijne was, mijn persoonlijke god Ik ben groot geworeen mt verwarring endat is gebleven.ik wil niet anders meer. Ik wil mijzelf geen orde en netheid opleggen zoals van mij op school als docent verwacht werd.

Mijn hersenletsel heeft mij niets positiefs geleerd, maar het is me gelukt mijn hersenletselpositief te benutten voor nieuwe avonturen en ambities, de puber wordt adolescent.de piel is pik geworden. Het is goed zo, op dat hersenletsel na, de

probeerde ietst e raken.

MIJN VADER ZET ZIJN TENT

Het vluchtige van kamperen toen

ik nog jong was zat niet

in het kortstondige verblijf

– Wij bleven meestal 3 weken

Jaar na jaar op dezelfde camping.

Dat

gaf iets blijvends.

Met de tent was een televisieserie

Waarvan we de korte inhoud vooraf

in de trein er naar toe bespraken –

Nee, het vluchtige zat in het idee

dat het hele stelsel van metaal

en tentdoek door één stormvlaag

Weggeslagen zou kunnen worden

en dat één hevige regenval alle

Spullen weg zou spoelen en

O wat stormde het uitbundig in die dagen

en stortte

er water op dat kwetsbare bouwsel tent

met prachtig hard geluid

tijdens  het slapen of ervoor of erna

En toch nergens angst in mijn herinnering.

Dat kwam door mijn vader die meeverende

netwerken scheerlijn aanlegde, en die

als het goot, gekleed in

nylon en rubberlaarzen, gewapend

met een groene legerschep, zorgde voor

Een perfect afwateringsysteem.

En dus was het voornamelijk opwindend

toen wij tijdens een bijna windhoos.

De tent bij zijn buizen tegen de grond

moesten dwingen .

en ook toen het water

Toenemend tot kleine woeste riviertjes

van de zandhelling kwam zetten steeg  de prettige opwinding:

Wij lagen in slaapzakken en onder

Het grondzeil groeven molletjes water

smalle gangetjes,

terwijl buiten mijn moeder

tegen mijn vader praatte.

‘s Morgens

was alles weer droog.

De tent stond

als een huis en mijn moeder zette

ons aan de afwas, Pas daarna mochten we

als duifjes van Noach op laarsjes

De camping rond om later ver

 

verslag te doen.

-Eigen tekst, lang geleden .

Meeverende scheerlijnen,.

het geluid van ritsen en

Wapperend tentdoek.

Mijn ecosysteem.

.

NERGENS BANG VOOR

n Emmen op weg naar hetLanggraf om te spelen., het was een lang graf een  hunebed met  daarom heen een krans van rechtopstaande stenen, je kon er open  er onder, of van steen naar steen er om heen. maar om daar te komen moest je over een weg die langs het woonwagenkamp liep, en dat was eng, voral ‘s avonds als ik na het eten nog even spelen wilde.Op een avond liep mijn vader mt mijmee,niet er omheen,maar er doorheen

. Tegen de golven in zwemmen zelfs   Voordat de school begon fietste mijn vader met mij, achterop   naar het zwembad, dan fietsten wij de school voorbij.uit de woonwagens kwamlicht de mensendie er liepen warengestaltes,donkere begingen

Mijn vader groette, ik hield zijn hand vast, nergens bang voor.

ZWEMLES

In Emmen had je alleen een openluchtbad. Een  grote ondiepe kuil met water.

Schoolzwemmen bestond nog niet, mijn vader leerde mij zwemmen: Op het koude zand in het kleedhokje kleedden wij ons om. m,  en we liepen het water in, dat licht golfde door een koude wind ‘’Meteen doorlopen’’, zei mijn vader, niet aarzelen, dan ben je er zo door en als je er door bent is het niet koud meer , hoe eerder je er door bent, hoe beter, zo deed hij dat,  en ik dus ook. Hij zwom met mij mee, steeds verder,

In het kleine omkleedhokje op het koude zand kleedde ik mij om, net als hij, en we liepen het water in, dat lichtjes golfde door een koude wind ‘’Meteen doorlopen’’ zei mijn vader, ‘’niet aarzelen, dan ben je er zo door en hoe eerder je er door bent, hoe beter’’, zo deed hij dat,  en ik dus ook, hij zwom met mij mee, steeds verder, daarna kleedden wij ons om in dat krappe hokje, mijn vader droogde mijn rug niet alleen droog,  hij droogde ,  mij warm met krachtig gebruik van de stugge handdoek, daarna fietste ik met een nattezwarte zwemtas naar school en was ik net op tijd om iets anders te leren.Daar leerde ik hoe je een paddenstoel kon tekenen, en een  boot,(met perspectief!.) ,en  een paashaas met eieren in een mand op zijn rug dat kon ik goed,6 in een uur. Er was altijd wel iemand van wie je iets kon leren. ook de dingen die je niet begreep: gewassen worden  in het bloed van Jezus begreep ik niet, bloed maakt vlekken in je kleren maar dat gaf niet. ik hoefde alleen maar te weten dat het bloed van Jezus was en dat Jezus van ons hield, hij had zelfs zijn bloed voor ons over. ’Dat betékende , dat was niet echt echt echt dat was anders echt zei mijn vader, het betekende iets :Jezus houdt heel veel van ons, ook toen hij straf kreeg en doodging, want op een dag was dat over, toen was Jezus weer  in leven, en dan gingen wij ‘s morgens vroeg in Emmen op de lege veemarkt bij de hekken op straat staan zingen met ‘’broede’’ en ‘’zusters’’ van de kerk:  Wolkjes condens tijdens het zingenen  en trompetten van het muziekkorps, dat sprak vanzelf. Anders

 

Op een avond toen ik er heen wilde stelde mijn vader voor met mij mee te gaan. Bij het woonwagenkamp besloot hij door het kamp te gaan, omdat dat korter was. Mijn vader droeg een hoed en een lange donkere jas, we liepen hand in hand’’ ga jij maar vooruit zei hij.ik liep vooruit en wist dat hij mij in de gaten hield. Ik zei een paar keer goedenavond en beklom het hunebed.Hi was mijn vader zoals een vader hoort te zijn,de vader in de boekjes die ik las, een vader waarvan je wist: die durft alles: mijn vader,niet alle kinderen uit mijn klas hadden zo’n vader.Mijn vader enik, wij waren bijzonder. Uit de woonwagens kwam licht, er stonden donkere smalle mannen die naar mij keken, dan keek ik om en liep ik door.

VERLOREN SCHAPEN

Ik ben de weg de waarheid en het leven.

Niemand komt tot de vader dan door mij,

Wanneer j e hem geheel je hart wil geven,

Dan word je leven waardevol en blij.

Dit was godverdomme een kinderlied, geleerd op de zondagschool in Emmen ., in een halve kring gezeten rond een geduldige liefdevolle juffrouw die altijd blij en netjes was. Later heb ik dat als puber ook nog gezongen en beleden als waarheid.

Op de jeugdavond van de kerk in Den Haag zongen wij:

Jezus sprak hier op aard’:

Mensen kom tot Mij,

Dat is Mij alles waard,

Ik maak waarlijk vrij.

Refrein:

Er is een Heer. (4x)

Alleen Hij wacht,

totdat Hij ook voor jou

zorgen mag.(x keer…)

 Stel niet uit. Zeg tot Hem:

Wees nu ook mijn Heer.

Luister steeds naar Zijn Stem,

Hij geeft leven weer.

 Spoedig komt Christus weer.

Heel de schepping buigt

vol ontzag voor zich terneer.

Hij is aller Heer.

Ik probeerde er gitaar bij te spelen, net zo slecht als de tekst van deze  reclame voor Christus, zelf schreef ik ook dit soort liedjes, met akkoorden, op de gok, altijd de zelfde drie.Dat was wat ik kon en iedereen deed mee. Met mij.

De baptistenkerk waar ik dit zong was niet sektarisch, in enge zin ,, ht was ergemoedelijk,huiselijk, we waren er te gast bij God, en d ie was ons welgezind ooralop zondag. met de beslotenheid van een zorgzaam gezin, zoals ons gezin,zoals mijn vader, niet sektarisch, maar de ongeschreven theologie was dat wel, in elk geval voor mij. Ik wist nooit precies wat ik wel of niet hoorde te geloven.ik was zondig zoals de anderen, wnt iederen was zpndig,\ondig ws tekortkomen,en te kort schieten. kansen en keuzes.Alleen dat Jezus voor mijn zonden bloedend aan het kruis hing. en doodging maar weer werd opgewekt , vooral dat laatste, de dood had niet laatste woord betekende dat.Dat bloed was heel bijzonder  want dat was liefde en God kon alles dus kon hij Jezus weer leven  maken,dat geloofde ik omdat God mijn vader was en van mij hield, dus moest ik dat wel geloven. En ik nam zijn woorden en denkwijzen onvoorwaardelijk als  van levensbelang zoals hij voor mij van levensbelang was. hij was een lieve vader ik denk en beleefde mijn werkelijkheid nogal sektarisch bij gebrek aan rationele vrijzinnigheid, dat was een  leefwijze waarin ik mij veilig voelde,ik weifelde entwijfelde niet, ik nam alles bloedserieus. Het geloof verspreide zich aals griep. Een dodelijke griep koortsig en verkouden. Darom droegen wij de das van het geloof. Jezus houdt van alle kleine kinderen.

Jezus houdt van alle kleine kinderen.

Jezus houdt van alle kleine kinderen.

Alle kleine kinderen mogen komen.

E‚n kleine, twee kleine,

drie kleine kinderen,

vier kleine, vijf kleine,

zes kleine kinderen,

zeven kleine, acht kleine,

negen kleine kinderen,

alle kleine kind’ren mogen komen.

De zangbundel Lofzangen en gebeden bevatte veel liederen die dat bevestigden en versterkten. Piëtistische liederen , vrome teksten, zonder twijfel, teksten als slogans in voortdurende herhaling, met hier en daar een kleine verschuiving om dat niet te doorzien. k wil zingen van mijn Heiland,

van zijn liefde, wondergroot,

die Zichzelve gaf aan ‘t kruishout

en mij redde van de dood.

 

Zing, o zing van mijn Verlosser,

met zijn bloed kocht Hij ook mij.

Aan het kruis schonk Hij genade,

droeg mijn schuld en ik was vrij.

 

‘k Wil het wonder gaan verhalen,

hoe Hij op Zich nam mijn straf.

Hoe in liefde en genade,

Hij ‘t rantsoen gewillig gaf.

 

Zing, o zing van mijn Verlosser,

met zijn bloed kocht Hij ook mij.

Aan het kruis schonk Hij genade,

droeg mijn schuld en ik was vrij.

 

Ik wil zingen van mijn Heiland,

hoe Hij smarten leed en pijn,

om mij ‘t leven weer te geven,

eeuwig eens bij Hem te zijn.

 

Zing, o zing van mijn Verlosser,

met zijn bloed kocht Hij ook mij.

Aan het kruis schonk Hij genade,

droeg mijn schuld en ik was vrij

Mijn vader was medesamensteller van die bundel. Zijn  manier van preken kwam daarmee overeen dát hij preekte was voor mij van grotere invloed dan de inhoud ervan. Mijn vader stond daar met het woord van God, mensen hielden van hem hij was éen van hen: ‘’Broeder van der Werf ‘’Hij werd voorganger genoemd zijn naam stond voorin de zangbundel. en hij was begaan met de zangers ervan.

In de andere kerken zongen ze saaie liederen, nu weet ik waarom, daar is over nagedacht, theologisch en esthetisch . Baptisten hielden niet van dat theologische denken om te voorkomen dat het leiden zou tot kritiek. en Jezus toelaten in je hart deed je niet met je verstand, maar met je gevoel, dat wist ik en dat voelde ik. Ik voelde zelfs wel eens tranen. Zo hoorde dat, en als je dat zong voelde je dat ,daarom moest je zo hard mogelijk zingen: met ‘’overgave,’’en Jezus toelaten in je hart.daar kreeg je rode wangen en fonkelende ogen  en dan voelde je dat het best: Soms moest ik zelfs huilen.vooral als fe familie Tent zong, met mevrouw Tent als soliste, en als ze door het zingen heen haar getuigenis sprak, moest ik huilen, bambitranen, het onvermijdelijke huilen dat naargeestige gevoel te doen wat je niet wilt omdat het zo kinderachtig voelde, en zo gespleten, het was  niret echt, ze deed het erom, nam mi voor een tijdje in bezit,het maakte mij willoos. ze nam de controle over. ze vulde mij in. oen mijnvader heel veel jaren later in Emmen begraven werd, zei mijn moeder in de kerk: we gaan niet huilen, Ik denk dat ze dit bedoelde: huilen doe je alleen. Gevoelde emotie is voor de binnenkamer. Mee huilen met de wolven in het bos is geen huilen, dat is ergens aan voldoen voldoen, dat is een citroen die wordt leeg geknepen

Alleen zijn is een belangrijk deel van je identiteit, maar baptisten waren nooit alleen zij hebben God en God is familie,. Wereldwijd en overal en familie zijn schept verplichtingen.

Op bergen en in dalen

en overal is God!

Waar wij ook immer dwalen

Of toeven, daar is God!

Waar mijn gedachten zweven,

of stijgen daar is God!

Omlaag en hoog verheven,

Ja, overal is God!

Zijn trouwe Vaderogen

zien alles van nabij!

Wie steunt op zijn vermogen,

die dekt en zegent Hij!

Hij hoort de jonge raven,

bekleedt met gras het dal,

heeft voor elk schepsel gaven,

Ja, zorgt voor ‘t gans heelal!bambi

Een lammetje ging dwalen

Een lammetje ging dwalen,

veraf en heel alleen.

verliet de goede herder

en dwaald `al verder heen.

Zolang de zon bleef schijnen,

was `t lammetje niet bang.

De bloempjes bloeiden lief`lijk,

En alom was voog`lenzang.

Maar spoedig werd het duister,

De nacht viel in zo snel

De zon hield op met schijnen,

de wind blies koud en fel

Het kleine lammetje huilde klaag`lijk,

hoor angstig klinkt zijn klacht.

Zover van huis en herder,

in deze donk` re nacht.

Hoor, angstig blaatte ’t lammetje het was zo ver van huis,

Maar ’s avonds had de herder, zijn schaapjes nageteld.

Hij miste één klein lammetje en

De schapen liet hij achter; hij zocht het overal,

Hij riep het luid bij name, zocht op het steilste pad.

en hield niet op met zoeken tot Hij ’t gevonden had.

tot hij het op zijn schouders terug droeg naar de stal.

Zo zong ik dat als kind. Het was een eng liedje, verdwaald en alleen zijn. Dat was niet het Alziende oog, dat was liefde en bezorgdheid van God onze vader die geen big brother was maar vader God wilde er zijn voor ons, net als mijn vader, dat schiep verplichtingen. Kuddes en kooien.Ik ben nit groot geworden met een almachtig alziend opperwezen.geen aklziend oog dast mijn zonde ziet om te straffen, maar een herder, een vader- wiens naam worde geheiligd.

, het was een mooi zielig en spannend liedje, een Bambiliedje. Het waren veilige dagen,alles wat ik zong en hoorde, bepaalde wie ik was. Ik hoorde bij iets dat groter was dan ikzelf, overal was ik thuis, in de kerk zoals in de hemel. en thuis bij mijn vader die alles wist, van God en van mij dacht ik.een benauwende veiligheid. Daarbuiten was alles eng, steds enger.

Nu weet ik dat hij te weinig van mij wist. Als hij in Den Haag zijn preek maakte stond ik schuchter voor zijn bureau en dacht mee. Of ik vrienden had vroeg hij nooit, en eigenlijk wilde ik dat ook niet, niemand in mijn klas was een schaap, zij trokken er alleen op uit en verdwalen noemden zij ervaring. Wat ze precies deden heb ik nooit geweten drinken roken, meisjes.Ik ging er vanuit dat hij mij kende zoals God mij kende en wilde niet zijn schaapje zijn. , enbik vermoed dat ik behept was mt een  dash of autism’.

Baptisten hielden van hard en met overgave zingen. Dat .was hun lust en mijn leven in de kerk. Het hoeft niet mooi te zijn, als het maar hard.is. Volume is overtuiging. Gereformeerden kunnen dat niet, die denken esthetisch en theologisch, baptisten kennen geen cantorij . Zij hebben zangkoren en die zingen op vol volume.

Mijn papa was ook herder, zielenherder, papa was een  heel bijzonder  iemand. Niemand had een papa zoals ik, mijn papa was dominee.Datwilde ik ook., de wereld verttellen over Jezus en bijzonder zijn voor god en mensen, ik was hopeloos gelovig

en ik voelde de Here Jezus in mijn hart,darvoor ging ik twee keer zondags naar de kerk, ook ik was een lammetje dat door de herder gevonden was, want dat moest, je moest gevonden zijn, anders telde je niet mee voor God. Ik was kind zonder identiteit. Alleen maar kind.

Zijn liefde zocht mij teder,

Hij riep mij dag en nacht;

Hij vond en trok mij weder

uit duivels zondemacht.

Hij legde m´ op zijn schouders neer

en bracht mij tot de kudde weer.

Refrein:

Ja, zijn liefde zocht mij,

en zijn bloed, dat kocht mij;

Door genade ben ´k een kind van God.

Door genade ben ´k een kind van God.

  1. 2. Hij reinigde mijn wonden,

Hij stilde al mijn pijn,

zodat nu al mijn zonden

door Hem gewassen zijn.

´k Heb vrede en blijdschap in mijn hart,

want Jezus droeg voor mij de smart.

Nu is Hij weer verrezen

en zit aan Vaders zij.

Zijn naam wordt lof geprezen!

Daar bidt Hij thans voor mij,

 Echt waar!, dat zong ik. Als ik het nu zing is het een guilty pleasure, meer niet.

 Dat was Emmen, een dorp warvan ik dacht dat het de wereld was.

Wij verhuisden naar Den Haag, na lang aarzelen van mijn vader: ‘’wilde God dat wel?, die grote stad? ’vroeg hij zich af …Daar moest hij vaak voor bidden. Of God dat wilde?,dan waren wij in Emmen stil in hu:is papa praatte met God, hopelijk vond God het goed, want ik wilde graag naar Den Haag, hoe gevaarlijk het daar ook was, je kon er niet veilig over straat, dan werd je overvallen met fiets en al n in het water gegooid,en in Den Haag was het water heel diep en donker volgens iemand uit de kerk die familie in Den Haag had., dat het ewwter diep endonker was verzon ik erbij.

Het ws een clash of reality’s:een breuk in mij levenslijn, grdropt in dejungle van  vermoedens verlangens en suggestie; het wren de grachten en de kruispunten en de achterbure met een balkon en een schutting Op school lerde ik fransIn Den Haag was wist ik niet op welke wijze Marinus te zijn.ik was er ontdaan van eigenheid en trok mij terug  mij neerleggen bij het vertrouwde: de wereld van mijn vader, de god van mijn vaderhet onvoorwaardelijke vertrouwen.kin zijn en blijven ik geloofde wat ghezegd werd het ,Ikht ewas eensooer autistische overgevoeligheid voor schinbare tegenstrijdighedenik xzei moi in plaats van hoi’’.zoals we deden in Emmen. Moeizaam werd ik er puber. Ik moest nadenken over schoenen en  broeken en dat was niet zonder gevolgen.ook moest je nadenken hoe je stond en bij wie je hoorde.

Op schhool zongen ze niet uit ‘’Lofzabngen en gebeden. De psalmen daar waren hervormd.  .Van mijn eerste platenbon kocht ik een singeltje met een kort hoorspel over een man in een chinese winkel.de eerste elp. die ik kocht had ik bij iemand anders gehoord en werd daar positief , modern,als popmuziek beoordeeld the Ivy League Tossing & Turning.Zo werd ik er groot dor mijzelf klein te houden.ikk fietste vootrzichtig voorbij de eerste seksshop in de buurt. Ik zg wel iets maar ik wist niet wat.p de middelbare school eswas het beter daar lerde ik bij Aardrijkskunde hoe je wijn hoorde te drinken, indirect leerde ik wt genot was., ook leerde ik er de kracht van woordenWillem Kloos Jaques Perk, sonnetten, de inhoud ervan verplichtte tot niets., die begreep ik niet eens.thus verzweeg ik dat.

LOOKBACK IN SHAME

1970(? ) Den Haag: Ik ben17 jaar, of 16. Komende zondag zal ik gedoopt worden, op de manier zoals baptisten dat doen. Als je verstandig genoeg bent om te kiezen, en je hebt je bekeerd tot de enige ware God, dan kun je je laten dopen. Eerst je geloof belijden , dan pas wordt je gedoopt. Het is nooit helemaal duidelijke of geloof je verstand betreft of je gevoel. Mijn geloof heeft nooit mijn gevoel weten te bereiken hoe krampachtig ik mijn best ook deed’’ , de aanwezigheid van God heb ik nooit ervaren.

‘’Geest van God kom in mijn hart’’ etc, zong ik op de jeugdvereniging. (NBJB Nederlandse Baptisten Jeugd Beweging.)

 Zoals ik daar later een liedje over schreef: duik in het water, ga er diep in onder, want dan wast het water het vuil weg van je zonde  ’t is ondergaan om op te staan, om met de heer op weg te gaan. Ik was een uitermate vrome jonge. Dat voelde goed, maar geloven deed ik niet. Ik deed mijn best maar verder was het doen alsof. Mer dan moraal enfatsoen was het niet. Het water in het doopvont stond tot bijna boven aan de rand.

Je kreeg als dopeling een wit doopgewaad aan, jongen met jurk, het leek wel katholiek. Je sprak je geloofsbelijdenis uit, de gemeente zong een lied dat jij had uitgekozen. En In nam van de vader de zoon en de heilige geest ging je kopje onder in een doopvont dat diep genoeg was om in te verdrinken. Maar met krachtige hand word je tijdig uit het water getild. In

En dan verlaat je in je natte witte gewaad de kerkzaal, hopend dat je onderbroek niet door de natte stof heen te zien is. In mijn geval zal dit alles door mijn vader gaan gebeuren. In het kader daarvan sta ik met mijn vader in de kleine tuinvijver te staren. Alsof ik stond te onderzoeken, welke zonden allemaal van mij afgewassen moesten worden in het bloed van het Lam. Ik was slecht in zonden, ik wist niet waar ze zaten. Ik masturbeerde veel, dat voelde spannend en lekker maar daarom ook wel zondig het was lust zonder liefdehet lichaam was een tempel Gods en moest daarom niet bezoedeld worden met zaad en seks vooral omdat ik het niet laten kon. Elke middag na schooltijd nam ik er ruimschoots de tijd voor je kon er aan verslaafd raken wist ik en dan kon je niet meer zonder, dat latste kende ik.

. In het kader daarvan stond ik met mijn vader in de kleine tuinvijver te staren. Alsof ik stond te onderzoekenwelke zonden allemaal van mij afgewassen moesten worden in het bloed van het Lam. Ik was slecht in zonden, ik wist niet waar ze zitten. Ik masturbeerde veel , dat voelde spannend en lekker maar daarom ook wel zondig, het lichaam was een tempel Gods en moest darom niet bezoedeld worden met zaad en seks en genot vooral omdat ik het niet laten kon. (Lust!! )Elke middag na schooltijd nam ik er ruimschoots de tijd voor. De gedachte was fijner dan het resultaat, het was hard werken, met een vermoeide pols en het was zo smerig, en hardnekkig te verwijderen van mijn vingers., net opdrogend Velpon, maar viezer, het stonk, velpon rook lekker en voelde fijner.

. Ik was een uitermate vrome jonge., dat voelde goed; maar geloven deed ik niet, Ik deed mijn best maar verder was het doen alsof. Pas nu heb ik dat door, met alle vrijheid die dat schept, het soort vrijheid  die ik nodig heb om in deze pmstandigheden.identiteit te zijn, ziel en zelf. Ik hoef niet meer gered te worden.

Piëtistisch geloven is geen overgave die vrijheid schept, maareen emotionele verplichting, een religieuze conditionering. Er moest niks maar er werd wel veel verwacht  en vooral indie dagen was  wist ik het verschil niet ,ik geloofde niet, ik dweepteJezus was geen medemens maar een ikoon, een fopgod, verkondigd door mijn vader, maar dat wist ik toen niet, in die tijd was mijn vader een onbereikbaar ikoon en ik was idolaat.onward christian soldiers. Onward, Christian soldiers,

 marching as to war

With the cross of Jesus going on before

Christ, the royal Master, leads against the foe

Forward into battle see His banners go

Dat zong ik , met genoegen. Onzekere mensen zijn gek op marsmuziek. En voetbal. Idolen.

Heb je de klas al verteld dat je gedoopt gaat worden? vroeg mijn vader.

Mijn vader was een goede pastor, maar in een geval als dmaar mij, mijn leeftijd, mijn aard en mijn subcultuur niet.Ik kwam in zijn boekenkadt niet voor. Ook in zijn studie niet,vermoed ik. in kast stonde twee delen Freud Traumdeuting met spochtige dikkepagina’s en moeilijk te lezen onzin.Harvey ox ´´de stad van de mens ws het modrnste boek in zijn kast. Ik hireld van diue titel. Het ws een boek over de wereld warin het actuele leven gaande was.

En ik ging de discussie niet aan want hij was mijn vader, een lieve vader, goedmoediger dan God.

Nee, uiteraard niet, had ik moeten zeggen, want dat doe je niet als je 17 bent. Je kunt niet opeens tegen anderen zeggen: zondag word ik gedoopt. En daar ontspoorde mijn verleden.ik deed wat ik niet wilde.

Dat moet je wel doen. , zei mijn vader.

Ik heb het geprobeerd. Bij de kachel tijdens de pauze stonden klasgenoten te praten over ACDC

Want to tell you a story

About woman I know

When it comes to loving

She steals the show

She ain’t exactly pretty

She ain’t  exactly small

Fourt’two thirty-nine fifty six

You could say she’s got it all

Never had a woman

Never had a woman like you

Doing all the things

Doing all the things you do

Is not no fairy story

It is not no skin and bones

But you give it all you got

Weighing in at nineteen stone

You’re a whole lotta woman

Dat ging over seks vermoedde ik., ruige seks, echte seks; naakte seks: De éen op de ander met een kut en een lul, woorden die ik leerde in Den Haag , dat wat gebeurde in de steeg en de kroeg  net als de heidense herrie van de band.en de rook en de drankmaarMaar daar sprak ik mij niet over uit. Ik had ‘’a whole lot of Jesus’’ Het was de Jezus-tijd, the Jesus movement- jesus-fresaks jesus hippies, children of God- een wereld wijd fenomeen, met bands festivals en films. alles wat into Jesus was geloofde ik,, ik was evangelisch correct. Mijn Jezus-tijd de club waar ik bij hoorde wilde dat ook.en zo zaten wij op jeugdavonden bij elkaar bijbel te lezen en te bidden.The Jesus movement.( ‘’One way jesus, Jesus the real thing’’. In mijn agenda schreef ik :Jezus maakt vrij en: One way jesus..inclusief de jesus marketing.shirts spelletjes, posters agenda’s.

Jezus ging zelfs om met hoeren leerde ik,. Maar Jezus ging alleen om met hoeren om ze van de seks af te helpen, dat zou ik ook doen als ik hen hoe ontmoette buiten mijn te kort schietende fantasie.Wij waren ín de wereld, maar niet ván de wereld.een schitterende slogan.om de losgeslagen wereld te omheinen, dus werd ik nog banger voor alles wat zich buiten mijn zolderkamer bevond wat moest ik anders.ik had Neil young, Paul Simon´de bijbel en zelfmedelijden

Everybody’s going out and having fun

I’m just a fool for staying home and having none

I can’t get over how she set me free

Oh, lonesome me

A bad mistake I’m making ’bout just hanging round

I know that I should have some fun and ain’t to town

A lovesick fool that’s blind and just can’t see

Oh, lonesome me

I’ll bet she’s not like me

She’s out and fancy free

Flirting with the boys with all her charms

But I still love her so

And brother don’t you know

I’d welcome her right back here in my arms

Well, there must be some way I can lose these lonesome blues

Forget about the past and find somebody new

I’ve thought of everything from A to Z

Oh, lonesome me

Well, I bet she’s not like me.

‘’Komende zondag word ik gedoopt in onze kerk’’, zei ik. Zo zacht dat het hooguit per ongeluk gehoord kon worden door een enkeling. De pauze was om: klasgenoten  stommelden naar binnen,: tassenvol tegenzin; nieuwe lessen begonnen, wat onthouden moest worden als kennis, werd gecontroleerede n en daarna vergeten.Er werd niet geleerd, er werd geconditioneerd en gereproduceerd:Onderwijs als groundcontrol, van het  economische belang het oncontroleerbare valt buiten de onderwijspolitiek. Onderwijs is een game waarin de avatar gestuurd wordt om toetsbaar te winnen, niet om te leren. Dat is het politieke onderwijsbeleid. In mijn eerste revalidatieperiode, met het accent op reparatie, heb ik dat ontdekt en waar bevonden .Na mijn terugkeer in Heelsum is mijn echte leren begonnen. op mijn Haagse zolderkamer beluisterde ren  waar opeens uit het geruis stemmen klonken: onverstaanbare stemmen waarvan ik wist dat het chinees of Duits was. Of Russisch. Maar ook Amerikaans, in dat ruisen zat de hele wereld, misschien God ook wel een beetje – eenvoudig zelfbedacht systeem kon ik de radio vanuit mijn bed starten en stilzetten; daarna las ik een boek onder de dekens, en viel in slaap.Toen had ik nog geen brein dat tupisch Marinus was. Marinus toen deed ik mijn bestin best gewone dingen te doen om gewoon te zijn, veilige dingen, het bijhouden van de top veertig onder andere

 

Mijn religie was die van de jaren zestig, een veilig alternatief voor de flowerpower, Jezus had zijn eigen Woodstock; Ik kon hip zijn en toch een brave zoon van Vader.en zijn god Een autistische piëtist op een zolderkamer. Ik las bijbel, leerde teksten uit mijn hoofden lag krampachtig op mijn knieën te bidden. een brave religie, maar wel bijzonder, typisch Marinus ,die |die denk en leefwijze heb ik inmiddels verlaten, mijn geloof blijkt geen geloof geweest te zijn maar profilering  .bijzonder zijn wil ik nog altijd Gelukkig ben ik mank, dat maakt mij onloochenbaar bijzonder.Dat is een schrale troost. Pas tijdens dit schrijven besef ik wat dit mij geleerd heeft. Ik vertrouwde dat mijn vader, mij liefhad, maar toen te veel dominee was om mij als een eigenaardige ontsporende asociale puber   van bijna 17 te zien.een, zoon die aan theologie deed met de boeken uit zijn kast,en  nooit omging met klasgenotenof toestemming vroeg om uit te gaande wereld van demondaine puber kende hij niet, dat was de wereld van de grote verleiding Het hebben van een God en een vader is teveel voor een zoon zoals ik was.twee delen Freud Traumdeutung in zijn boekenkast voldeden niet om mijn afwijkende  gedrag te herkennen. Nieuwsgierig naar klasgenoten of vrienden was hij niet ,dat viel buiten zijn vermogen, dat voltrok zich in een wereld die hij niet kende. net als bij mij,w ij hielden elkaar daarbij in stand.ik ging voornamelijk om met jongeren vande kerk, probleemloze kort gehouden jongeren, ook zij ieten zich dopen, er ewrd gerookt door rood gereden maar niet geblowd gezopen of geneukt, ze wisten wat Jezus met hen voorhad: dat was alleen het beste: de liefde van God de Vader die ale liefde te boven ging. ‘’Wij zijn ín de wereld, maar niet ván de wereld’’, eén van de beste propaganda slogans die ik ken.

 STEPPING STONES!

Tijdens de jaarlijkse sportdag in het eindexamenjaar Atheneum mtegen  de MAVO zat ik naast een meisje dat zich voorstelde als voornaam met een L ,en mij liet zien hoe je een joint moest maken: ’Wil je een trekje?’’,.

‘’Nee’’, zei ik.

Waarom niet?- Stomme vraag- iedereen wist toch dat dat niet hoorde, ?Het mocht zelfs niet, zo slecht was het.

Stepping stone (Risico! Gevaar, schoot door mijn hoofd.

Stepping stone, kraakpand, stinkende matrassen: seks drugs en dood. Kinderen die van huis lopen,RIAGG, bij ons in de straat was er ook éen, nooit ,meer teruggevonden.

Zo zei ik dat niet, in plaats daarvan begon ik absurdistische hilarischegrappen te maken die leidden tot uitbundig gelach van haar kant .iik stond op om mijn team dat hopeloos achterstond te helpen winnen. Ik bleef grappen maken. Ze moest hard om mij lachen, dat was omdat ze stoned was, en niet omdat ze mij grappig vond, zoals ik dacht. vondvvan drugs werd je raar, drugs waren gevaarlijk, je raakte ervan aan lager wal, iedereen wist dat.! Van soft drugs naar hard drugs en een weg terug wAs er niet.

Dat je er zo van lachen kon wist ik niet .

Nu weet ik dat ze niet lachte om míj, maar omdat ze high was, dat had ík ook kunnen zijn. Ik was niet zo grappig als ik dacht en ik had zo mijn best gedaan.

,dat was geen christelijk of ander soort geloof, dat was  conformisme,, de kinderwagen van mijn luie lafheid. Het was de angst om uit de kinderwagen  getild te worden ,niet kunnen lopen om zelf verder te wankelen en te kruipen. Ook was er een beetje christelijke moraal die fatsoen genoemd werd en zo mijn bestaan had geïnfecteerd. Fatsoen geautoriseerdoor mijn vader en de God van mijn vader.

Ik zat heel dicht tegen haar aan, mijn hand lag op haar knieën. Een beetje knokige knieën, het was een mager plat meisje: dunne witte benen,, net als het meisje naast haar waarmee ze fluisterde; harde knobbel- knieën, als die van een ooievaar, maar ze was hip net als haar vriendin, die wel ronde borsten haden en ze vroeg mij naast haar te zitten ze legde mijn hand op haar knie, haar sportbroekje was blauw, het mijne was rood en ze moest heel hard lachen om mij. We stoeiden en we stopten stekelig afgemaaid gras in elkaars kleren, en rolden dan over elkaar heen, ik probeerde sterker te zijnmsr niet als met Erna |Snel, dit was niet om de sterkste te zijn. daarna gingen we ons in de zelfde kleedkamer omkleden. haar kleedkamer was te vol.e droeg een witte bh. Ik heb gras van haar blote rug geplukt, net boven de sluiting van haar bh, naast een afgezakt bandje.

Ik stelde haar voor om in de kantine iets te drinken, zij vroeg mij mee naar haar huis om wat te drinken.

Ik ging met haar mee: Of ik iets wilde drinken?, Ik dronk appelsap, koude appelsap, ik houd niet van appelsap, die pissige substantie, die altijd te koud tegen je tanden klotst, het kostte mij moeite het glas leeg te drinken. Ik hoorde haar elders in de woning. Er was iets met haar. Zee ging douchen had ze gezegd,

In de kamer hing diffuus licht met minuscule stofdeeltjes in zonlicht, en een lelijke kast met daarnaast de deur waardoor ze wegging om zich te douchen: Of ik ook wilde? Nee, ik hield niet van douchen.

Dat was het. Ik dronk appelsap en zij stond in een T-shirt, bijna blote witte benen en nat van de douche in de deuropening: ’The Beach Boys stond op het shirt: Palmboom Beach boys , good vibrations, het lied kende ik, mooi lied,ingewikkeld gezongentophit.

‘’Wil je nog wat drinken?’’ vroeg ze,

‘’Nee, .Dat was zo  onvoorstelbaar stom, dat het jaren geduurd heeft voordat ik erom lachen kon; in die dagen wist iedereen wat seks was en dat het overal gebeuren kon als er een meisje was, maar ik wachtte tot het mij als een onvermijdelijk natuurrampje zou overkomen, verliefd, verloofd, getrouwd, seks , net als mijn vader en moeder die heel veel van elkaar hielden.

. Seks werd nooit meer dan masturberen, de kleffe zakdoek, later handdoek en de lome teleurstelling achteraf, dat vieze papje van seks. Behangplak op je vingers.

Waarom is genot zo smerig? als je16 bent ,?hoe deed Jezus dat? Nu doe ik dat niet meer, ik ben er te oud voor, dat is voor pubers en ik ben adolescvowassen, mijn hunkeren is veranderd. Ik woon begeleid. Mijn rug wordt gewassen en gedroogd omdat die niet aan de voorkant zit.

Jammer, die onnozelheid.

Het had mijn eerste onvergetelijke seksuele ervaring kunnen zijn, maar ik had een God, een vader , hormonen en een  afwijking,  ik was puber ik had behoefte aan iconen, idolen en slogans. iets om na te leven, na te doen, en na te zeggen.its voor aan de muur vanmin kamer, daar hing alleen een kaart van ht Mauritshuis mrt een afbeelding van ht huishouden van jan steen en de blinde harpspeler uit het oudheidkundig museum.

. Het was een gemiste kans, best wel sneu en schattig, net als toen met die meisjes in Heemskerk in bed  van haar ouders omdat het logeerbed nog niet opgemaakt was.

 

hun tent een spelletje kaart te spelen, ik lag half op het luchtbed van een van de meisjes, tussen de twee luchtbedden in brandde een zaklantaren.we speelden een spelletje pesten We lagen dicht naast elkaar.Aan het eind van zo’n kampmaakten mensen ahfsprakenm om bij elkaar op bezoek te komen en ik werd uitgenodigd om in Heemskerk een van die meisjes te logeren bez. Lief was in dat kamp niet aanwezig, dat kwam later pas.in Heemskerk was ik 17 mschat ikVanaf het station liep ik naar haar huis toe, mte een tas. In De deur ws vanhouet met een langwerpig matglazen raam axchter een smeetijzeren  hekwerkje Ik kreeg een kusje, de vloer bestond uit bruine plavuizen en ook het meubilair ws bruin. Er hing l luxaflex voor de,dat mocht niet van mijn vader en moeder,ik kleedde mij om op de gangen  die nacht lag ik bij een meisje in bed, maar het lukte mij  niet haar aan te raken.toen ik ‘s nachts naar het toilet moest lukte het mij ongemerkt het bed te verlaten. ‘s morgens kwam haar vriendin nog even bij ons liggen voor de gezelligheid en lag ik tussen twee meisjes mij schuldig te voelen. tHet enige wat ik mij daar nog van herinner is het koordje van het trekschakelaartje van   dat bungelde boven het hoofdeinde van het bed.

 

‘’heb je bij dat meisje geslapen, vroeg mijn moeder,Ze stond te strijken. ‘’waren haar ouders thuis?’

’Ja, zei ik uiteraard, een leugentje om bestwil, er waren situaties waarin ik niet anders kon dan leugentjes om  bestwil, onnozele leugentjes voor wat nooit gebeurde. Wat  ik wilde en gekund had gebeurde niet. Niets aan te doen, ik wist niet dat daarin iets te kiezen viel. Dat iemand zoiets van mij zou willen was ondenkbaar, ik was een klein onzeiet alles wat fout kan gaan gaat fout, hebben mijn opvoeding en mijn geschieden is mj geleerd. Maar blijf alert als je naar de top van een boom klimt, niet alle takken zijn betrouwbaar en kijk uit voor meisjes, die hebben borsten en verleiden tot seks. Mijn vader heeft mij veel geleerd maar dat over meisjes had hij verkeerd begrepen en mij verkeerd aangeleerd in een tijd dat ik onvoorstel vatbaar was voor dhet virus van dit godgebonden wanstaltige stukje moraal , ik geloofde dit blindelings, zoals ik het hele pak godsdienst dat mijn vader mij aanreikte blindelings aannam,.Mijn DNA, , een strenge meesteres met zweep en killing heels had mij ingesteld op blindelings geloven, blinddoek voo,rdat wat mijn vader verwachtte van mij: ‘’leer mij volgen zonder vragen’’. zong ik met de anderen meein de kerk dat ws lekker zingen   kritisch om gaan met mijn liefdevolle vader en hoe hij geloofde als dominee kon ik niet, mijn brein gehoorzaamde rücksichtsloos de regie van de religieuze controlekamer..

at was een neuropsychologische afwijking, denk ik, het begrip autisme kende ik nog niet . ik weet niet eens of het toen al bestond en of het in deze vorm bestaan kan hebben: periodiek, tijdelik, puberteit bepaald? ik meer en meer ben ik overtuigd geraakt dat het zoiets geweest moet zijn.

 

 

Het was. Er gebeurde  niks in het stukje:iemand gooide een onzichtbaar anker in onzichtbaar water.

 

Piet was mijn voorbeeld. Piet wist hoe je ouder moest worden, hij had kennis een mening,  en de juiste muziek, mijn grote broer en hij was student, ontgroenen,  aan de deur naar de opbergzolder zolder hing hij een groot affiche, een reproductie van een kunstwerk van Dali, mijn broer was zoveel verder dan ik. Mijn vader wist alles, maar Piet wist de rest. Ik luisterde in die dagen naar Neil Young en keek daarbij naar de hoes, zo was ik ook,;melancholisch;: Die muur, dat hek; die gebogen man die een niet herkenbaar mens passeert, ‘’Helplesly hoping’’.het had een foto van Anton Corbijn kunnen zijn bij muziek van nick Cave  Zo mooi schrijnend, maar dat hoefde niet: want als je in Jezus geloofde was er altijd hulp en hoop In Southern man kwam een kras waar de naald van de grammofoon in bleef steken maar dat gaf niet dat vond ik toch maar en drammerig rot lied,

After the goldrush

We are stardust, we are golden

We are billion year old garden , carbon

And we got to get ourselves back to the garden,

op mijn Haagse zolderkamer beluisterde ik naar de muziek op een oude buizenradio die ik ergens gevonden en   opeens uit het geruis  klonken onverstaanbare stemmen waarvan ik wist dat het chinees of Duits was. Of Russisch. Maar ook Amerikaans, in dat ruisen zat de hele wereld, misschien God ook wel een beetjevia – eenvoudig zelfbedacht systeem kon ik de radio vanuit mijn bed starten en stilzetten; daarna las ik een boek onder de dekens, en viel in slaap.Toen had iknog geen brein,toen deed ik mijn bestg best gewone dingen te doen om gewoon te zijn, veilige dingen, het bijhouden van de top veertig onder  andere.|Ik hield the B eatles bij en Woodstock.

Come on all of you big strong men

Uncle Sam needs your help again

he’s got himself in a terrible jam

way down yonder in Viet Nam so

put down your books and pick up a gun we’re

gonna have a whole lotta fun

And it’s one, two, three, what are we fighting for

don’t ask me I don’t give a damn, next stop is Viet Nam

And it’s five, six, seven, open up the pearly gates

ain’t no time to wonder why, whoopee we’re all gonna die

(Country Joe anf the Fish

Onvoorstelbaar

Alleen een heiden kon zo over doodgaan zingen.

Heel Wodstock was heidens.

In diezelfde tijd klonk suicide is painless op de radio.

Angsta Come on all of you big strong men

Uncle Sam needs your help again

he’s got himself in a terrible jam

way down yonder in Viet Nam so

put down your books and pick up a gun we’re

gonna have a whole lotta fun

And it’s one, two, three, what are we fighting for

don’t ask me I don’t give a damn, next stop is Viet Nam

And it’s five, six, seven, open up the pearly gates

ain’t no time to wonder why, whoopee we’re all gonna dieanhjagend, dt dat kon. En  Black SabbatkhPsaaranoid, alleen die naam al.Het ehgastwewast ik ht mooi vond.De lp- hoes was nog erger, een monsterlijk kind ion  duivelse kleuren.en ook

the eastern world, it is explodin’,

Violence flarin’, bullets loadin’,

You’re old enough to kill but not for votin’,

You don’t believe in war, but what’s that gun you’re totin’

Ik had gelijk, het ging mis mt de wereld.

Er kwamen berichten over een nieuwe ijstijd, die het leven onmogelijk zou maken; een milieuramp

Ik was zo bang dat iik naar mijn zus elders in Den Haag ben gerend om haar te zeggen dat de aarde zou vergaan. Dat was angst.ik kon in die dagen niete anders dan alles lelijk en serieuste nemen.

Als tegen actie schreef ik er een naïef liedje over. Ik was nog niemand. I was inteligent met een makkelijk geheugen, voldoende om op school te scoren: altijd goede cijfers, mar ik was nog niemand. De enige manier om de wereld te redden was’’ terug naar de natuur, maar vooral terug naar God ,, en Jezus was de weg’’ paranoid.

 

Daar ging het om’’ mother nature’s son.Woodstock , ook op  radio Veronica. Leugens op een grasveld met lelijke tieten zoals ik in de Aloha zien kon.En Tommy van the who: uit de radio klonk het geluid van brekend glas, een woedend lied, de woedende wereld kwam mijn zolderkamer binnen.net als the Cats, Scarlet ribbon en the Beegees . Middle of theroad.Dat vond ik vreselijk omdat dat commercieel wasburgershit., het grote taboe op schoolmiddle of the road ,zoalsikinhet verborgenen.grgro:.:, vlucht uit de wereld van Vietnam en het Amerikaanse imperialisme , the eve of desttruction. De wereld buiten kwam binnen. Tommy ging over mij wist ik see me feel me touch me heal me. A dash of autism, Den Haag had In die dagen ging alles over mij, Nog steeds. Neil Young is de stem van mijn verleden.zo’n stem wbestond niet in the Jezuswereld. Bob Dylan beweerde christen gewiordente zijn. Maar dat was niet merkbaar. Ik meende dat Tommy een verbeelding van ?Jezus was, hij die opstond uit de dood om onze zintuigen te zijn, zonder lust en seks.

smash the mirror?

het glaswerk dat ik hoorde barsten  kwam als echte scherven voor mij uit de luidspreker mijn kamer binnenvallen. Zintuigelijke prikkels vermengden zich Ik was verwonderd dat dat kon, de echte wereld kwam de mijne binnen.see me feel me ik hoopte dat God dat zou horen en zou denken aan mij. Op school hing een poster van Woodstock,in de schoolkrant schreef iemand over softdrugs uit eigen ervaring leerlingen recenseerden elkaars gedichten .Voor de schoolkrant kraste ik  onnozele plaatjes in een stencilvel.

. Van de samenleving wist ik niet veel, die bestond achter deuren waar je aanbellen moest om de waarheid te verkondigen en mensen te redden, uit hun ongelukkige zinloze leven: wij hadden goed nieuws:’’Joy to the world , dat was mijn bijdrage aan de wereldvrede.’’ Youth for hrist zijn was ook een beetje revolutionair zijn: Jesus Freaks, ook wij waren rebelse outsidersIn Amerika stonden wij op de coveren er waren festivals en popsterren die zich bekeerden tot jesus., het was booming.

Tommy maakte daar een einde aan Er was geen Jezus, messiassen bestaan niet .messiassen  zijn ego’s die sektes  stichten, en ongezonde eisen te stellen. Vólgen werd spiegelbeeld zijn. Wannabe avatar.David Brandt Berg (alias Moses David, was leider van the children of Gomosis dievrouwen van zijn sekte aanspoorde prostitutie te bedrijven om mensen voor Jezus te winnen.Bij ons thuis mocht Jezus alleen met gezond verstand aangenomen worden en niet met geëxalteerd gevoel zoals bij de pinkstergemeentes. Dat is éen van de belangrijke dingen die ik geleerd heb van mijn Vder .Dat is waar Tommy over gaat:Pas toen ik met leerlingen theater maakte begreep ik dat en verdween de blijde boodschap dat Jezus dood hing te gaan aan een kruis voor mijn zondeuit mijn religieuze denken.  tot na de paasvkantie bleef jezus in het graf.En daarmee miste ik niets, tot op vandaag.Ik ben atheïst geworden om religieus te kunnen zijnen bevrijd, niet van zonde, maarvan een veetekeken wereldbeeld en zelfbeeld.

Oh, we’re not gonna take it

No, we ain’t gonna take it

Oh, we’re not gonna take it anymore

We’ve got the right to choose it

There ain’t no way we’ll lose it

This is our life, this is our song

We’ll fight the powers that be, just

Don’t pick our destiny ’cause

You don’t know us, you don’t belong

Oh, we’re not gonna take it

No, we ain’t gonna take it

Oh, we’re not gonna take it anymore

Oh, you’re so condescending

Your gall is never ending

We don’t want nothin’, not a thing from you

Your life is trite and jaded

Boring and confiscated

If that’s your best, your best won’t do

Whoa, whoa, we’re not gonna take it

No, we ain’t gonna take it

 Maar zo zei ik ht niet

JEZUS OP STRAAT

Den Haag: Aanbellen bij mensen om de goede boodschap te verkondigen: ‘’God is Liefde en  Jezus maakt vrij’’.,omdat Jezus je zonden vergaf door zijn bloedige dood.Als je dat gezegd had was je klaar. drammen deden wij niet. Ik wilde dat niet, maar deed het wel na aandringen van mijn vader die niet om kon gaan met de ontwikkeling in tijd en cultuur mijn anders willenmaar in zijn kijk op de evangelieverkondiging was er niets te willen.Ik was gedoopt en  dan hoorde dat gewoon zo.dus, gaf ik zo snel mogelijk het evngelisatieblaadje de ‘’Zaaier’’ af als de deur openging: misschien interesseert het u dit blaadje te lezen?, Het gaat over belangrijke dingen kdat kost niets, maar als u wilt mag u wel wat geven.’’, onder aan het portiek stonden twee broeders van de gemeente met diepe basstemmen te zingen, ook als het regende, met hoeden op: Ik zie een poort wijd open staan, de lantaarnpaal gaf licht. De ontvanger stond als silhouet in de deuropening, ik ag als schaduw aan zijn voeten. Van het keukenlicht e broeders zongen met mooie diepe stemmen. Zoveel tientallen jaren later is het een prachtige herinnering. Opdringerig was ik niet, ik was een karikatuur.zoals alles karikatuur was in die tijd Woodstock hippies kreten , overal verf en kanboutererkleuren en blote borsten op foto’s.snorren brillen tenten houtvuur, guru’s John lennon. En de Jesus people deden net zo:snorren langemodderige haren, en lijzige stemmen als die in Woodstock waar iedëeen  high was, en altijd wel ergens een gitaar.iIk vond het mooi een subcultuur voor jongens zoals ik, velig anders zijn. Een eigen subcultuur, een movement: jesusfreaks I

Ik was gek van jezus, maar niet de enige,wij waren de jesus people,wij waren meervoudnet als the hippies wij waren bekeerd om te bekeren, en overal waar water was werd gedoopt., ook ik liet mij dopen, maar beschaafd in eigen kerk, door mijn vader. Kopje ondeHet is leuk om zo te zijn geweest, One way jesus,en verder geen gezeik, als ik voetbalsupporters zie denk ik hieraan.Jezus ws mijn held en mijn hobby

 

Hel verdoemenis en uitverkiezing kenden wij van horen zeggenmaar troffen ons niet, wij waren vrije mensen en veilig in Jezus armen, gekoesterd met genade.en de liefde Gods die geen genzen kende, zelfs de dood niet.Ook waren wij niet elitair, wij waren volks, direct en dicht bij ons gevoel: De poort stond .open voor iedereen die niet al te kritisch was. en wie wel kritisch was werd zachtmoedig maar indringend tot zelfcensuur gebracht. Dat is mij vaak gebeurd. Voor mij was dat een vorm van serieus genomen worden: Ik was iemand, ik hoorde ergens bij, dat was puberteit weet ik nu passend in ht gangbare paatroon . in mijn laatste voorstelling op school bij mijn afcheid,liet ik een leerling puberen door te luisteren naar cellosuites van  Bach,heel hard.zo’n puber was ik.

Onze God had een huis met vriendelijk meubilair en iedereen kon komen.ik verkeerde vaak in de studeerkamer van mijn vader om in zijn boekenkast te bladeren..Links onderin de kast stond een rij bijbelcommentaren,. Opude boeken mt dik s;pochtig papiewr en voor mij nit lesbare teksten en darnaast ‘’ Aren Lezennvan b Bert Aafjes en het Dagboek van Kaj Munk dat ik meerdere keren las, en daar ussenin  een boekje met gedichten van Okke jager met daarin de prikkelende zin:’’ Amos Obadja’’, leer ons vloeken’’,en dát in de boekenkast van mijn vader, ik las het keer op keer. En ioverwoog serieus om dominee te worden: vooraan in de kerk te staan, als regisseur en bedenker van het heilige gebeuren :worden zeggenwaar misschien wat meegebeurt en mischien wt door verandert. Mijn kleine revolutie:mentaliteitsverandering:Leven tegen de klippen op, de verkondiger van het goede nieuws,mijn vader,  voorganger die niets nieuws te bieden had, het was oude koek,. vorganger  naar het bekende land. Gids naar het bekende. Uitgedroogd en smakeloos was het daar. Straten van goud, wat moest ik daarmee ?

Het goede Nieuws wilde verkondigd worden als iets dat wij niet voor ons konden houden, er was behoefte en noodzaak, want de mens en de wereld waren slecht. en daar leden de bewoners aan, leerde ik geloven: mensen zonder god, verloren, zinloos. dus stortte ik mij op het evangeliseren om van losers winners te maken, zoals ik.daar ging het om in die dagen.

Evangeliseren : Twee mannen,en een lantarenpaal ,zij zongen, ik belde aan en probeerde de bewoner te overtuigen van Gods gelijk, dat ook het mijne was. God is Liefde en Jezus maakt vrij, ‘’zal ik u dit blaadje geven?’’,  ik was acteur met klein publiek.De tekst was ten dele geïmproviseerd en ik was er best wel goed in, .

Ik vermoed dat ik hier en daar wel wat mensen gered heb, een stuk of zeven in totaal., ..Zij geloofden en hebben zich bekeerd en laten dopen door mijn vader die zei dat hij blij was, net als God en  om succes te hebben moest ik heel veel bidden, maar dat kon ik niet echt Want het hielp niet; hdet had iets belachelijks,  mijzelf  kritisch beoordelen zonder weerwoord.Met mijn handen kranpachtig gevouwen, ellebogen op mijn bed.  En bijbellezen.Een tijdlang geen Marinus zijn, niemand zijn.boos opmijzelf zijn, ontbonden in factoren, alleen in de ogen van God was ik iemand, maar het was duidelijk dat ik niet gezien werd, door niemand. Mijzelf zijn deed ik  met de deur dicht en gespitste oren en de hoop dat God mij niet zag, of iemand die de trap opkwam die mij spreken wilde. Meestal was dat mijn moeder, mijn vader kwam zelden de trap op. Ik zocht hem op in zíjn eigenheid .Ik was een  mysterie dat mij nu altijd nog dwarszit, die man met die pijp, wie was dat? Wie waren wíj? Zelf zijn is lichaam zijn, wist hij dat? God wel. Jezus was lichaam,van baby tot lijk: het woord is vleesgeworden  heeft onder ons gewoond en water in wijn veranderd, baptisten waren geheelonthouders.

Ik besloot niet geliefd of sociaal te zijn, maar interessant: een kloosterloze kluizenaar .zonder kloten,en ongevaarlijke lonly wolf, een heremietchristen.een een one-item scholier Een favoriet puberpersonage:  Edward Munch schilderde een pubermeisje dat op het schilderij kijkt zoals ik het vermoedelijk in die dagen deed,het licht dat binnenviel creëerde een  monsterlijke schaduw., dat waa de wereld:the eve of destruction. Niemand zijn en  toch belangrijk: Ik tegen de wereld,de stille kracht, ik. In leven en sterven, zijn wij in Gods hand verkondigde ik want ik was geroepen  het licht van God’s Geest te verkondigen dat de schaduwen deed verdwijnen., ook daar werd ik krampachtig in, dat werd mij eigen., zelfs bij de aanleg van mijn  modelspoorbaan was ik dat, ik wilde scoren maar niet met sporten. Sporten was goed voor anderen, niet voor mij. In de pauze met anderen op het sportveld een balletje tappen deed ik niet, omdat ik dat niet kon. Geeft niet troostte ik mijzelf, het is maar voetbal. STEPPING STONES!

Ik vertrouwde dat mijn vader, mij liefhad, maar toen te veel dominee was om mij als een eigenaardige ontsporende asociale puber  van bijna 17 te zien. een, een zoon die aan theologie deed met de boeken uit zijn kast, en  nooit omging met klasgenoten of toestemming vroeg om uit te gaan .De wereld van de mondaine puber kende hij niet, dat was de wereld van de grote verleiding. Het hebben van een God én een vader is teveel voor een zoon zoals ik was. Twee delen Freud Traumdeutung in zijn boekenkast voldeden niet om mijn afwijkende  gedrag te herkennen. Nieuwsgierig naar klasgenoten of vrienden was hij niet ,dat viel buiten zijn vermogen, dat voltrok zich in een wereld die hij niet kende. net als bij mij,w ijhielden elkaar daarbij in stand.Ik ging voornamelijk om met jongeren van de kerk, probleemloze kort gehouden jongeren, ook zijl ieten zich dopen, er ewerd gerookt door rood gereden maar niet geblowd gezopen of geneukt, ze wisten wat Jezus met hen voorhad: dat was alleen het beste: De liefde van God de Vader die alle liefde te boven ging. ‘’Wij zijn ín de wereld, maar niet ván de wereld’’, eén van de beste propaganda slogans die ik ken.

 

Tijdens de jaarlijkse sportdag in het eindexamenjaar Atheneum mtegen  de MAVO zat ik naast een meisje dat zich voorstelde als voornaam met een L ,en mij liet zien hoe je een joint moest maken: ’Wil je een trekje?’’,.

‘’Nee’’, zei ik.

Waarom niet?- Stomme vraag- iedereen wist toch dat dat niet hoorde, ?Het mocht zelfs niet, zo slecht was het.

Stepping stone (Risico! Gevaar, schoot door mijn hoofd.

Stepping stone, kraakpand, stinkende matrassen: seks drugs en dood. Kinderen die van huis lopen,RIAGG, bij ons in de straat was er ook éen, nooit ,meer teruggevonden.

Zo zei ik dat niet, in plaats daarvan begon ik absurdistische hilarischegrappen te maken die leidden tot uitbundig gelach van haar kant .iik stond op om mijn team dat hopeloos achterstond te helpen winnen. Ik bleef grappen maken. Ze moest hard om mij lachen, dat was omdat ze stoned was, en niet omdat ze mij grappig vond, zoals ik dacht. vondvvan drugs werd je raar, drugs waren gevaarlijk, je raakte ervan aan lager wal, iedereen wist dat.! Van soft drugs naar hard drugs en een weg terug wAs er niet.

Dat je er zo van lachen kon wist ik niet .

Nu weet ik dat ze niet lachte om míj, maar omdat ze high was, dat had ík ook kunnen zijn. Ik was niet zo grappig als ik dacht en ik had zo mijn best gedaan.

,dat was geen christelijk of ander soort geloof, dat was  conformisme,, de kinderwagen van mijn luie lafheid. Het was de angst om uit de kinderwagen  getild te worden ,niet kunnen lopen om zelf verder te wankelen en te kruipen. Ook was er een beetje christelijke moraal die fatsoen genoemd werd en zo mijn bestaan had geïnfecteerd. Fatsoen geautoriseerdoor mijn vader en de God van mijn vader.

Ik zat heel dicht tegen haar aan, mijn hand lag op haar knieën. Een beetje knokige knieën, het was een mager plat meisje: dunne witte benen,, net als het meisje naast haar waarmee ze fluisterde; harde knobbel- knieën, als die van een ooievaar, maar ze was hip net als haar vriendin, die wel ronde borsten haden en ze vroeg mij naast haar te zitten ze legde mijn hand op haar knie, haar sportbroekje was blauw, het mijne was rood en ze moest heel hard lachen om mij. We stoeiden en we stopten stekelig afgemaaid gras in elkaars kleren, en rolden dan over elkaar heen, ik probeerde sterker te zijnmsr niet als met Erna |Snel, dit was niet om de sterkste te zijn. daarna gingen we ons in de zelfde kleedkamer omkleden. haar kleedkamer was te vol.e droeg een witte bh. Ik heb gras van haar blote rug geplukt, net boven de sluiting van haar bh, naast een afgezakt bandje.

Ik stelde haar voor om in de kantine iets te drinken, zij vroeg mij mee naar haar huis om wat te drinken.

Ik ging met haar mee: Of ik iets wilde drinken?, Ik dronk appelsap, koude appelsap, ik houd niet van appelsap, die pissige substantie, die altijd te koud tegen je tanden klotst, het kostte mij moeite het glas leeg te drinken. Ik hoorde haar elders in de woning. Er was iets met haar. Zee ging douchen had ze gezegd,

In de kamer hing diffuus licht met minuscule stofdeeltjes in zonlicht, en een lelijke kast met daarnaast de deur waardoor ze wegging om zich te douchen: Of ik ook wilde? Nee, ik hield niet van douchen.

Dat was het. Ik dronk appelsap en zij stond in een T-shirt, bijna blote witte benen en nat van de douche in de deuropening: ’The Beach Boys stond op het shirt: Palmboom Beach boys , good vibrations, het lied kende ik, mooi lied,ingewikkeld gezongentophit.

‘’Wil je nog wat drinken?’’ vroeg ze,

‘’Nee, .Dat was zo  onvoorstelbaar stom, dat het jaren geduurd heeft voordat ik erom lachen kon; in die dagen wist iedereen wat seks was en dat het overal gebeuren kon als er een meisje was, maar ik wachtte tot het mij als een onvermijdelijk natuurrampje zou overkomen, verliefd, verloofd, getrouwd, seks , net als mijn vader en moeder die heel veel van elkaar hielden.

. Seks werd nooit meer dan masturberen, de kleffe zakdoek, later handdoek en de lome teleurstelling achteraf, dat vieze papje van seks. Behangplak op je vingers.

Waarom is genot zo smerig? als je16 bent ,?hoe deed Jezus dat? Nu doe ik dat niet meer, ik ben er te oud voor, dat is voor pubers en ik ben adolescvowassen, mijn hunkeren is veranderd. Ik woon begeleid. Mijn rug wordt gewassen en gedroogd omdat die niet aan de voorkant zit.

Jammer, die onnozelheid.

Het had mijn eerste onvergetelijke seksuele ervaring kunnen zijn, maar ik had een God, een vader , hormonen en een  afwijking,  ik was puber ik had behoefte aan iconen, idolen en slogans. iets om na te leven, na te doen, en na te zeggen.its voor aan de muur vanmin kamer, daar hing alleen een kaart van ht Mauritshuis mrt een afbeelding van ht huishouden van jan steen en de blinde harpspeler uit het oudheidkundig museum.

. Het was een gemiste kans, best wel sneu en schattig, net als toen met die meisjes in Heemskerk in bed  van haar ouders omdat het logeerbed nog niet opgemaakt was.

 

hun tent een spelletje kaart te spelen, ik lag half op het luchtbed van een van de meisjes, tussen de twee luchtbedden in brandde een zaklantaren.we speelden een spelletje pesten We lagen dicht naast elkaar.Aan het eind van zo’n kampmaakten mensen ahfsprakenm om bij elkaar op bezoek te komen en ik werd uitgenodigd om in Heemskerk een van die meisjes te logeren bez. Lief was in dat kamp niet aanwezig, dat kwam later pas.in Heemskerk was ik 17 mschat ikVanaf het station liep ik naar haar huis toe, mte een tas. In De deur ws vanhouet met een langwerpig matglazen raam axchter een smeetijzeren  hekwerkje Ik kreeg een kusje, de vloer bestond uit bruine plavuizen en ook het meubilair ws bruin. Er hing l luxaflex voor de,dat mocht niet van mijn vader en moeder,ik kleedde mij om op de gangen  die nacht lag ik bij een meisje in bed, maar het lukte mij  niet haar aan te raken.toen ik ‘s nachts naar het toilet moest lukte het mij ongemerkt het bed te verlaten. ‘s morgens kwam haar vriendin nog even bij ons liggen voor de gezelligheid en lag ik tussen twee meisjes mij schuldig te voelen. tHet enige wat ik mij daar nog van herinner is het koordje van het trekschakelaartje van   dat bungelde boven het hoofdeinde van het bed.

 

‘’heb je bij dat meisje geslapen, vroeg mijn moeder,Ze stond te strijken. ‘’waren haar ouders thuis?’

’Ja, zei ik uiteraard, een leugentje om bestwil, er waren situaties waarin ik niet anders kon dan leugentjes om  bestwil, onnozele leugentjes voor wat nooit gebeurde. Wat  ik wilde en gekund had gebeurde niet. Niets aan te doen, ik wist niet dat daarin iets te kiezen viel. Dat iemand zoiets van mij zou willen was ondenkbaar, ik was een klein onzeiet alles wat fout kan gaan gaat fout, hebben mijn opvoeding en mijn geschieden is mj geleerd. Maar blijf alert als je naar de top van een boom klimt, niet alle takken zijn betrouwbaar en kijk uit voor meisjes, die hebben borsten en verleiden tot seks. Mijn vader heeft mij veel geleerd maar dat over meisjes had hij verkeerd begrepen en mij verkeerd aangeleerd in een tijd dat ik onvoorstel vatbaar was voor dhet virus van dit godgebonden wanstaltige stukje moraal , ik geloofde dit blindelings, zoals ik het hele pak godsdienst dat mijn vader mij aanreikte blindelings aannam,.Mijn DNA, , een strenge meesteres met zweep en killing heels had mij ingesteld op blindelings geloven, blinddoek voo,rdat wat mijn vader verwachtte van mij: ‘’leer mij volgen zonder vragen’’. zong ik met de anderen meein de kerk dat ws lekker zingen   kritisch om gaan met mijn liefdevolle vader en hoe hij geloofde als dominee kon ik niet, mijn brein gehoorzaamde rücksichtsloos de regie van de religieuze controlekamer..

at was een neuropsychologische afwijking, denk ik, het begrip autisme kende ik nog niet . ik weet niet eens of het toen al bestond en of het in deze vorm bestaan kan hebben: periodiek, tijdelik, puberteit bepaald? ik meer en meer ben ik overtuigd geraakt dat het zoiets geweest moet zijn.

 

TREINEN ZIJN ER ZAT

[Uit: Madman 1991]

treinen zijn er zat. Van plek naar plek

Volgen zij de regels van het spoor

Wie zit er in wie speelt er mee

wie springt er voor?

Ik lees de tijden van ver¬trek

En zie hoe iemand op de muur met viltstift schreef:

Je bent een vuur je bent een wolk die overdreef

Twee hondsbrutale mussen

trippen rustig tussen

De gore zware bielzen van het spoor

De wachtkamer is leeg

Zachtjes fluitend veegt

Iemand er de peuken van de vloer

Ik zou graag willen dat je bleef

De bleke rechthoek zonlicht

die plat op het perron ligt

Vervormt, vervaagt, ,

verdwijnt zonder een spoor

Ik praat wel. Ik beweeg

Ik wil wel maar ik weet

Voor wat ik zeggen wil geen zinnig woord

Ik zou graag willen dat je bleef

Een haastig echtpaar draagt een

Bepakte kinderwagen

De trappen op. Het kind slaapt ongestoord

De wolken zijn van streek

Als ik omhoog kijk breekt

Het zonlicht er nog even hevig door

Ik zou graag willen dat je bleef

Wat ging er schuil in dat binnenmeer’’ vinden…

In de moeilijke jaren, verhuisden wij naar Doetinchem.

Den Haag :In het jaar van Woodstock verscheen de film easy rider,met alle clichés die hoorden  bij het gedrogeerde zootje ongeregeld dat flowerpower genoemd werd hippies.T-hirts mt Che Guevara.On the road het leven als roadmovie, de gecultiveerde dakloze :ik hield van dat soort clich’es in die dagen, alleen drugs en vrije seks ontweek ik DE rest bekeek ikhesse begreep ik nietJan Wolkers mocht ik niet Tolkien wel. born to be a child.de god van mijn vader was herder en ik zat in de box, de stal. Herinneringen geven geen antwoord maar roepen vragen op, in het afgelopen half jaar roep ik steeds meer vragen op: met wie deed ik wat? Hoe heette het meisje in Heemskerk waar ik een nacht bij geslapen heb en waarom bleef het daarbij en wat gebeurde er tijdens de sportdag op het sportveld dat wél bestaat en was het een windhoos of een zeppelin in Emmen, en hoe kwam ik aan de foto’s van Elizabeth Taylor in Den Haag die ik in een collage verwerkte. Ik had op zolder zelfs een tijdschrift met een glanzende naaktfoto van een afstandelijk nietszeggende model en was ik wel normaal als jongen? Misschien was ik wel een mislukt meisje?Ik twijfel aan alles,terug in de tijd,

Ik heb mij lange tijd geschaamd voor dat mannetje met dat meisje in dat huis. Thorbeckelaan Den Haag. hete wraaheidsgehalte van  het lampje  bungelde en beetje boven het bed tweepersoonsbed in Heemskerk is dubieus: We lagen er met zijn drieën, het koordje van het bed en mijn moeder vroeg: heb  je geslapen bij dat meisje?’’ Nee mam, dat was een leugentje om bestwil, overlevingsstrategie, daarin geloven en doen geloven was theater ik deed mijn best om geloofwaardig te kijken.

Nu vind ik het een grappig kereltje, een boeiend personage in het theater van mijn geest en mijn geheugen.het mannetje is puber geworden, net als ik,met veel gedoe,

Warom gelukkigzijn, als ik zonder geluk ook goed leven kan.

HEEMSKERK

 

Onmerkbaar gedresseerddoor het burgerlijke baptistengedachtegoed, sex and drugs and rockenroll, the woodstock-generatie,mijn vader en de god van mijn vader een was ik een tijdlangtijd dat ik onvoorstelbaar vatbaar was voor et virus van dit godgebonden wanstaltige stukje moraal , ik geloofde dit blindelings, zoals ik het hele pak godsdienst dat mijn vader mij aanreikte blindelings aannam,. Het is voor je eigen bestwil.Zo begon ik zelf ook te enken, ik wist nite eens wat mijn bestwil was.ik was baptist en zoo en ego was een verdacht woord niet min wil maar Uw wil geschiedtEgo ws zonde, ijdelheid, zelfzucht, en dat wilde ik niet ik wilde zijn als mi jn gewaardeerde liefdevolle vader.In godsnaam, waarom?was ík dat of mijnonfdertontwikkelde brein  mijn dubbel ego dus.Ik en ik, wij warenons brein, en ik was soft en boetseerbaar.

Mijn DNA, , een strenge meesteres met zweep en killing heels had mij ingesteld op blindelings geloven, blinddoek voor,dat wat mijn vader verwachtte van mij: ‘’leer mij volgen zonder vragen’’. zong ik met de anderen meein de kerk dat ws lekker zingen   kritisch om gaan met mijn liefdevolle vader en hoe hij geloofde als dominee kon ik niet, mijn brein gehoorzaamde rücksichtsloos de regie van de religieuze controlekamer..

sat was een neurosociologigischeafwijking, denk ik, het begrip autisme kende ik nog niet . ik weet niet eens of het toen al bestond en of het in deze vorm bestaan kan hebben: periodiek, tijdelik, puberteit bepaald? ik meer en meer ben ik overtuigd geraakt dat het zoiets geweest moet zijn.

 

. Het had het hoogtepunt van mijn tienerjaren kunnen zijn. als ik gedurfd had.

Tijdens een baptisten jeugdkamp werd ik uitgenodigd door een aantal  eisjes om in

 

 

 

 

 

.

.

 

 

 

 

In

Veilig aan Jezus’ hart,

Veilig in Jezus’ armen,

Veilig aan Jezus’ hart,

Daar in zijn teer erbarmen,

Daar rust mijn ziel van smart.

Hoor! ‘t is het lied der englen,

Zingend van liefd’en vree,

Ruisend uit ‘s hemels zalen

Over de glazen zee.

Ik zing en zong dit graag, vooral die ‘’glazen zee en ‘’hemels zalen, dat was groots,

 

Maar wat hij vond van mooie meisjes, weet ik niet,Meisjes die zíjn erkerraam voor voorbij fietsten meisjes in de bus de tram, meisjes in tijdschriften, meisjes op televisie in zwart wit. Meisjes voorin de kerk benen over elkaar geslagen, in Den HsagKwamen korte rokken de kerk binnen,h oe was mijn vader toen hi jjong was, hoe ging hij om met mijn moeder toen ze allebei jong waren. Mijn vaders belangrijkste motto aangaande de liefde was: je moet de kat nooit op het spek binden, zoals je doet als je danst.

Wat vond hij van Het meisje in de  maillot’’ dat op de cover van een Perry Mason detective in zijn kast te zien was? Ik heb het vaak in handen gehad en geprobeerd mij voor te stellen dat ze echt was: die blik, dat haar, die borsten, die benen in die rode maillot met haar billen boven de hoge hakken van haar schoenen. Het woord geil kende ik nog niet, ‘Lekker ding’, bestond nog niet een lekker ding lekker ding noemen deed ik niet, ‘’lekker stuk’’ zeiden

 

Ik dacht over leven en dood en Jezus die sterker was dan de dood. denken aan de dood was highbrow in die dagen, dat was een statement tegen ht establishment dat de schuld van alles was.

And it’s one, two, three,

What are we fighting for ?

Don’t ask me, I don’t give a damn,

Next stop is Vietnam;

And it’s five, six, seven,

Open up the pearly gates,

Well there ain’t no time to wonder why,

Whoopee! we’re all gonna die.

(country joe and the fish, woodstock.

Lange tijd heb ik deze periode in mijn leven als verspild beschouwd, een file op weg naar volwassenheid,bron van gêne en frustratie tekortkoming in het trajrct van de school of life. iedereen leefde er lusvol op los: lust en liefde, de fysieke geestverruiming lust for life nu weet ik dat dat een leugen is, het was achteraf gezien een ervaringrijke periode. Ik was eena-typische puber, en dat zijn de beste. ik zag alles verkeerd, begreep alles verkeerd, wilde niks , deed niks en stond in de studeerkamere bij mijn vader mee te maken hoe hij zijnpreken typte op een zware metalen typemachine. Ónze preken.

ik wilde artistiek zijn. schrijven  twkenen cabaret. Dat heb ik nooit met hem besproken.

. Suicide Is Painless, een eng lied voor een jongen als ik, wat zou Jezus hiervan vinden?

Jezus zou het niet goed vinden, maar vanaf het kruis zou hij zijn bebloede hand toesteken  om de zanger te redden een eenvoudig decor:een zolderkamer zoals in mijn voorstelling Madman’s roulette schreefMadmanop zijn zolderkamer

De dood zwemt veilig achter glas

als in een speelfilm

Zijn publiek noemt hem de haai.

Gevarendriehoek op zijn rug,

zijn wit gebit, hier zwemt de dood.

Maar geen gevaar.

pubers en dood horen bij elkaar .

 

ik houd daar ook van.

 

Doodsverlangen

oodsverlangen is voor pubers.

die een opstel moeten schrijven.

Zoals ik,

ik zat wat verloren in klas en lijf.

Ik loog diepzinnig en dacht een 8

De leraar dacht een 5.

waiting for godot

Toen ik een CJP bezat ging ik  ging ik in Den Haag met klasgenoot PeterB. die cultureel verder ontwikkeld was dan ik naar het HOT theater, (Het Haags onafhankelijk theaternaar de voorstelling Waiting for Godot. Een voorstelling die meer invloed op mij gehad heeft dan ik tot nu toe beseft heb) htr HOTtheater  Voor de traditionele theaterbezoeker in Den Haag, de kapitalistische burger’’the wellrespected man’’bestond de Koninklijke schouwburg, voor pakken jurken en dure parfum.Vik heb er een ker zitten kijken naar Schakels van Heijermands dat ik later las voor mijn boekenlijst.Voor de nieuwe progressieve generatie werd de Haagse Gereformeerde Kerk op de Oranjebuitensingel  omgebouwd tot een alternatief theater, een theater zonder kapsones.Binnenin was alles zwart, op wat rondhangende hippe bezoekers en acteurs na die overal in de weg stonden. In een small gangetje, ook zwart rechts voorbij de balie was een wc , een benauwd klein hokje dat niet op slot kon, ook zwart. De rook was er onprettig en ik wist waarom.

Dit was ooit een kerk.Nuwas het de plaats voor occultisme, en godslastering.

Er was geen verhoogd podium, tussen  kijkers  en  spelers was geen duidelijke scheiding vooral dat maakte indruk

Op het toneel was alles zwart, dof glanzend zwart, ook de vloer. Zoals de binnenband van een fietswiel. Er waren geen coulissen. Zoiets had ik nog nooit gezien. Het zag er gevaarlijk uit, er kon hier van alles gebeuren, ook slechte dingen .En voor de wc was ik bang.er tonden veel mensen in dat donkere gangetje, daar moest ik langs of tussendoor,het was indrukwekkend duidelijk, dat de wereld hier anders was dan elders, waar ik mij wel thuis voelde, dit voelde als verdwaald, dit was de wereld van de zondaars, die bevrijd moesten worden uit de duisternis.Ik moest redder zijn en herder ik had de blijde boodschap: God maakt ons leven zinvol., dat was net zo’n vage gedachte als Jezus maakt vrij.of Geest van God kom in mijn hart, ik moest vrijheid voelen, maar voelde ballast en mocht dat niet hardop zeggen,dus zei ik dat ik vrij was.kijk mij: ik ben vrij. Ik was een jongen met krullen en een bril, joe God mijn leven zinvol maken wist ik niet, wat wat was ht verschil tussen een zinvol en  en zinloos leven ik had een vermoeden dat egens een verte was waar iemand mij opstond te wachten en dat dat de zin van het leven was.Voetballen kon ik niet;kritisch denken evenmin op wat platitudes na, ik was verloren in  Jezus armen, en mijn vader vond dat goed, zelf wist ik niet beter, daar was ik toen te jong voor, mijn ziel was niet gered, mijn ziel was geexorceerd.

Toneelbeeld: Niet meer dan een dode boom en twee oude schoenen, en gelig licht.  Van boven , duidelijk neplicht. Buiten bestond er niet.Het stuk bestond uit een lange dialoog tussen Vladimir en  Estragon  twee mannen zonder geschiedenis karakter of uitstraling: inkorte korte zinnen aaneengeregendoor cynisme een absurdisme tekst tussen dlosers, wachtend net als ik op het Grote Gebeuren waarvan ze niet wisten wat dat was en wat dat inhield.

Ik heb religieus leren wachten, op de wederkomst van Prins Christus,: prins Christus die ons verlossen zou uit de macht van de zonde en de dood, dat wat ons scheidt van god en onze vaders.Dat dat verbeelding was mochten wij niet zeggen, ik mocht  zelfs  niet denken van mijzelf  dat het daar op leek, ik was onnozel als een prinsesje dat bang was om te kussen of gekust te worden. Het Koninkrijk van God, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, een uitbundig Bourgondisch feest, zonder alcohol vanwege de baptisten.

Ik meende al te weten wat er schuil ging achter die dorre boom. tot Pozzo en Lucky van achter die boom  verschenen.De opzichter met een slaaf aan de riem: Lucky, die een ontzagwekkende hoeveelheidkennis uitspuugde, gedwongen door Pozzo die hem  aaf behandelde, als een hond aan een rieme n hem commandeerde te spreken.

Dit sprak hij:

Haastig en hijgend als een overspannen docent:

Given the existence as uttered forth in the public works of Puncher and Wattmann of a personal God quaquaquaqua with white beard quaquaquaqua outside time without extension who from the heights of divine apathia divine athambia divine aphasia loves us dearly with some exceptions for reasons unknown but time will tell and suffers like the divine Miranda with those who for reasons unknown but time will tell are plunged in torment plunged in fire whose fire flames if that continues and who can doubt it will fire the firmament that is to say blast hell to heaven so blue still and calm so calm with a calm, Dat was het, kennis zoals je tegenkomt in schoolboeken, verscheurde kennis.

Dat was de boodschap vanachter de boom, de woorden van Godot misschien, Als Godot God was, was het een psychotische God, knettergek, maar dat dacht ik niet.

Daar moesten de twee mannen het mee zien te doen. Daar kon zelfs Jezus geen touw aan vastknopen.

Zo was de wereld van de mens die God niet kende, de schijn waar niet mee te leven viel, ,de lege depressieve nmens, de verloren mens, sproduct van de zichtbare wereld, de schijn die verslaaft. Diepgang was voorwaarde om écht te leven

.Er was geen regie of waarheid die in mijn werkelijkheid  als puber vrijheid en  lef verschaffen koner  dus paste ik mijn beeld van de werkelijkheid  aan.aan  die van mijn vader en de god van mijn vader. altijd tussen de wal en het schipToen iktegen Peter over God en Godot begon zei hij dat  het niet duidelijk was dat Godot God was.. Dat vond ik verbijsterend. Wie was Godot dan wel,? Dat was een begin van volwassen worden, Er was alleen een  boom, meer niet een boom van niks maar dat wist ik toen nog niet.

(.. Ik als tegenspelschreef ik een stuk waarin ik de regie deed en antwoord op dit nihilisme verschafte ;; confrontatie’’ Het was een vreselijk stuk waar ik succes mee had. We traden er zelfs mee op in de Scheveningense gevangenis. Ik z\at er naast een gedetineerde en probeerde hem na afloop wijs te maken dat Jezus vrij maakte.Ik was er schrijver regisseur en acteur van. Het was, een rotstuk.Het restje script dat ik ergens terugvond heb ik weggegooid,het was te erg.Meer dan geheugen is het niet, maar als herinnering is het de moeite waard, zo typerend voor mij in die tijd is het (Ik heb er een geluidsopname van).

Zo’n stuk zal ik nooit meer schrijven wist ik al gauw.

In Doetinchem schreef ikoook een stuk. Zelfde boodschap, meer grappen.En uuitwedstrijden :Youth for Christ.En elk moment kon Jezus terugkeren op aarde.

Mijn vader schreef een toneelstukje ‘’ ‘’Scheepke onder Jezus hoede’’, met de kruisvlag  hoogin top’’. De preekstoel was met karton of hardbord handig en doeltreffend veranderd in de voorplecht van een boot.

 mij was gevraagd vom het slotwoord te spreken. ; ‘’Amen’’, maar deed dat niet goed, ik zei het als sámen, maar het moest zijn amén. Na acht keer wanhopig opnieuw proberen lukte mij dat. Ik begon een hekel aan mijn vader te krijgen. Of Scheepje onder Jezus hoede opgevoerd is en waar en waarvoor weet ik niet, ik wist wat ik niet wilde, maar toch gedaan heb., waarom?

ik was 16 jaar  enik hield  niet van dat lied, een beetje jongen van mijn tijd was ik wel, het was een zeikmelodie.’’ Met de kruisvlag hoog in top’’, in het  toneelstukje kwam  een stuk textiel langs de paal omhoog, dat vond ik mooi.

f mijn vader dit voor ogen had weet ik niet, ik weet niet  wat hem bewoog: De storm de boot of de vlag ? En was hij tevreden met zijn leven als dominee, dat voor een intens gedeelte bestond uit het voldoen aan verwachtingen, en goed zijn voor de gemeenteleden, zoals een herder is voor zijn schapen, en jezus voor ons allen.of mijn broer en zus ook zo gereageerd zouden hebben weet ik niet zij stonden steviger in hun eigen schoenen dan ik, maar niet altijd , mijn vader had iets waar door je zwak in je schoenen kwam te staan als hij iets van je verwachtte.

mijn vader en ik wij waren een mysterie Ik deed mee en mocht aan het einde ’’amen’’ zeggen, ik zei amen zoals in samen, maar ik moest van mijn vaderAmén zeggen zou als in Nou éen daartoe moest ik heel veel oefenen want ik zei het iedere keer weer fout.  ‘’Scheepke onder Jezus’ hoede: Mijn vader was geen schrijver mijn vader was voorganger,hij sprak hardop in de kerk, hij schreef ze niete, hij sprak zeals dsaqmenvatting enbevestiging daarvanv  samen zongen wij dit:

Wilt u van zonde en schuld zijn verlost

Daar is kracht in het bloed

Daar is kracht in het bloed

Weet, dat uw redding zoveel heeft gekost

Daar is kracht in het bloed van het LamDaar is kracht, kracht, wonderbare kracht

in het bloed van het Lam

Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht

in het dierbaar bloed van het Lam

 

Kom dan tot Jezus, Hij stierf ook voor U

Daar is kracht in het bloed  van het lam mijn vader had artistieke ambities maar kon daar niets mee Zijn preken waren  recht toe rechtaan, basaal, met gangbare symboliek en metaforen zoals’’ ge  gewassen  in  het bloed van het lam’’. Als 17 jarige gruwde ik daarvan, zelf heb ik die uitdrukking nooit gebruikt weet ik zeker, ik vond die bloedende man aan het kruis al smerig genoeg, zoiets als de gekruisigde christus van Grünewald (horror, een pokdalige zombie, ganggreen, necrose, dode huid.dat stinkt )., dat hoor je niet te zingen waar kinderen bij zijn. De kruisiging van Giotto toont een Christus die gereed is om het kruis te verlaten en vrij te zijn.de fresco’s van Giotto preekten beter dan mijn vader, vind ik nu. Toen was alles goed wat mijn vader deedHet was een toneelstukje van niks. Kinderachtig, veelvoud getyptop zondagschoolrepertoiren ht rijmde.zinnen zeggen op rijm is heel erg eigenaardig. Ik vond het stom.Voor ht eerst was ik ontevreden mt mijn vader.

Omdat ik in die tijd toneel maakte, vroeg mijn vader of ik mee wilde doen. Ik stond voor lul vond ik al meteen. Ik was de jongste. Daarom stond ik er wat verloren bij, trots op mijn vader was ik niet, het toneel was grijs als de carbonafdruk van de getypte tekst op het dunne ritselpapier,geen storm maar mist.Dit speelde zich af in Den Haag toen hetafgelopen dacht ik, we zijn klaar, we hebben het gedan, laten we nu maar weggaan.We warenniet verkleed of geschminkt.

, de goedbedoelde betekenis van een vergeefse god.

Tijdens de jaarlijkse sportdag in het eindexamenjaar Atheneum met de MAVO zat ik naast een meisje dat zich voorstelde als voornaam met een L ,en mij liet zien hoe je een joint moest maken: ’Wil je een trekje?’’,.

Nee, zei ik.

Ht examen stond er aan te komen.

Waarom niet? Stomme vraag, iedereen wist toch dat dat niet hoorde, ?Het mócht zelfs niet, zo slecht was het.

Stepping stone (Risico! Gevaar, schoot door mijn hoofd.

Stepping stones, kraakpand, stinkende matrassen: seks drugs en dood. Kinderen die van huis lopen, bij ons in de straat was er ook éen, nooit ,meer teruggevonden).

Zo zei ik dat niet, in plaats daarvan begon ik absurdistische hilarische grappen te maken die leidden tot uitbundig gelach van haar kant.

Ik stond op om mijn teamdat hopeloos achterstond te helpen winnen. Ik bleef grappen maken.Ze moest hard om mij lachen, dat was omdat ze stoned was, en niet omdat ze mij grappig vond,datbegreepik pas veel later  van drugs werd je raar, drugs waren gevaarlijk, je raakte ervan aan lager wal, iedereen wist dat.! Van soft drugs naar hard drugs.

Dat je er zo van lachen kon wist ik niet

Nu weet ik dat ze niet lachte om míj maadat ze high was, dat had ík ook kunnen zijn. Ik was niet zo grappig als ik dacht en ik had zo mijn best gedaan.

,dat was geen christelijk of ander soort geloof, dat was  conformisme,, de kinderwagen van mijn luie lafheid. Het was de angst om uit de kinderwagen  getild te worden ,niet kunnen lopen om zelf verder te wankelen en te kruipen. s Ook was er een beetje christelijke moraal, die fatsoen genoemd werd, en zo mijn bestaan had geïnfecteerd. Fatsoen geautoriseerdoor r mijn vader en de God van mijn vader.

Ik zat heel dicht tegen haar aan, mijn hand lag op haar knieën. Een beetje knokige knieen, het was een mager plat meisje: dunne witte benen,, net als het meisje naast haar warmee ze fluisterde; harde knobbel- knieën, als die van een ooievaar, maar ze was hip net als haar vriendin, die wel ronde borsten hadden en ze vroeg mij naast haar te zitten ze legde mijn hand op haar knie, haar sportbroekje was blauw, het mijne was rood en ze moest heel hard lachen om mij. We stoeiden en we stopten stekelig afgemaaid gras in elkaars kleren, en rolden dan over elkaar heen, ik probeerde sterker te zijn, daarna gingen we ons in de zelfde kleedkamer omkleden. haar kledkamer was te vol.Ze droeg een witte bh. Ik heb gras van haar blote rug geplukt, net boven de sluiting van haar bh, naast een afgezakt bandje. En van onder he sluitinkje, ze had een klamme huid.

Ik stelde haar voor om in de kantine iets te drinken, zij vroeg mij mee naar haar huis om wat te drinken.

Ik ging met haar mee’’ of ik iets wilde drinken?’’. Ik dronk appelsap, koude appelsap, ik houd niet van appelsap, die pissige substantie, die altijd te koud tegen je tanden tanden klotst, het kostte mij moeite het glas leeg te drinken. Ik hoorde haar elders in de woning. Er was iets met haar, ze ging douchen had ze gezegd, of ik ook wilde?

Ik zei dat ik dat thuis wel zou doen.

In de kamer hing diffuus licht met minuscule stofdeeltjes in zonlicht, en een lelijke kast met daarnaast de deur waardoor ze wegging om zich te douchen:Of ik ook wilde? Nee, ik hield niet van douchen.

Hij Dat was het. Ik dronk appelsap en zij stond in een T-shirt, bijna naakt en nat van de douche in de deuropening: ’The Beach Boys stond op het shirt: Palmboom Beach boys en good vibrations, het lied kende ik, mooi lied.ingewikkeld gezongen.tophit.

‘’Wil je nog wat drinken?’’ vroeg ze,

‘’Nee, ..at was zo  onvoorstelbaar stom, dat het jaren geduurd heeft voordat i k erom lachen ko.In die dagen wist iedereen wat seks was en dat het overal gebeuren kon als er een meisje was, maar ik wachtte tot het mij als een onvermijdelijk natuurrampje zou overkomen, verliefd, verloofd, getrouwd, seks , net als mijn vader en moeder die heel veel van elkaar hielden.

. Seks werd nooit meer dan masturberen, de kleffe zakdoek, later handdoek en de lome teleurstelling achteraf,en schuldgevoel, dat vieze papje van seks. Behangplak op je vingers.

Waarom is genot zo smerig? als je16 bent , hoe deed Jezus dat? Nu doe ik dat niet meer, ik ben er te oud voor.Dat is voor pubers.  Mijn hunkeren is veranderd.

Jammer, die onnozelheid. Het had mijn eerste onvergetelijke seksuele ervaring kunnen zijn, maar ik had een God een vader , hormonen en een  afwijking,  ik was puber ik had behoefte aan iconen idolen en slogans. iets om na te leven, na te doen, en na te zeggen.de zangwedstrijd Idols heeft nooit wat goeds opgeleverd.

denk ik.  Zoiets moet het geweest zijn, denk ik nu zijn, maar lange tijd heb ik gedacht dat het een uitzonderlijke vorm van autisme was. Periodiek autist. overgevoeligfaalangastig door wat ik meende te moeten geloven versterkte verlegenheid.

Dat wat gebleven is en zich nog altijd gelden laat in de besloten wereld van mijn hersenletsel, al dan niet erger dan ooit. Het was een gemiste kans, best wel sneu en schattig, net als toen met die meisjes in Heemskerk in bed  van haar ouders omdat het logeerbed nog niet opgemaakt was. Twee meisjes nadat we wakker waren.ik was

Herinneringen geven geen antwoord maar roepen vragen op, in het afgelopen half jaar roep ik steeds meer vragen op: met wie deed ik wat? Hoe heette het meisje in Heemskerk waar ik een nacht bij geslapen heb en waarom bleef het daarbij en wat gebeurde er tijdens de sportdag op het sportveld dat wél bestaat en was het een windhoos of een zeppelin in Emmen, en hoe kwam ik aan de foto’s van Elizabeth Taylor in Den Haag die ik in een collage verwerkte. En die glanzende fot ovan een glanzende naakte vrouwIk had op zolder zelfs een tijdschrift met een glanzende naaktfoto van een afstandelijk nietszeggende model en was ik wel normaal als jongen? Misschien was ik wel een mislukt meisje?Ik twijfel  aan alles.

Ik heb mij lange tijd geschaamd voor dat mannetje met dat meisje in dat huis. Thorbeckelaan Den Haag. het boven het bed tweepersoonsbed in Heemskerk is dubieus: We lagen er met zijn drieën, het van koordje van dhet trekschakelaartjre bungelde bocven de bedrand ook was er een boekenplankje met tewee boeken. Mijn moeder vroeg: heb  je geslapen bij dat meisje?’’ Nee mam, dat was een leugentje om bestwil, overlevingsstrategie, daarin geloven en doen geloven was theater ik deed mijn best om geloofwaardig te kijken.

Nu vind ik het een grappig kereltje, een boeiend personage in het theater van mijn geest en mijn geheugen .Het mannetje is puber geworden, net als ik,met veel gedoe, nmerkbaar gedresseerddoor het burgerlijke baptistengedachtegoed, sex and drugs and rockenroll, the woodstock-generatie,mijn vader en de god van mijn vader een was ik een tijdlangtijd dat ik onvoorstelbaar vatbaar was voor et virus van dit godgebonden wanstaltige stukje moraal , ik geloofde dit blindelings, zoals ik het hele pak godsdienst dat mijn vader mij aanreikte blindelings aannam,. Het is voor je eigen bestwil.Zo begon ik zelf ook te enken, ik wist nite eens wat mijn bestwil was.ik was baptist en zoo en ego was een verdacht woord niet mijn wil maar Uw wil geschiedt.Ego was zonde, ijdelheid, zelfzucht, en dat wilde ik niet ik wilde zijn als mi jn gewaardeerde liefdevolle vader.In godsnaam, waarom? was ík dat of mijn o ondertontwikkelde brein,  mijn dubbel ego dus. Ik en ik, wij waren ons brein, en ik was soft en boets eerbaar.

 

Waarom gelukkig zijn, als ik zonder geluk ook goed leven kan., zei de  Poor Lonesome Cowboy.Jeszus was ook een   Poor Lonesome Cowboy.

HEEMSKERK

ijn

. Het had het hoogtepunt van mijn tienerjaren kunnen zijn. als ik gedurfd had.?Nu is het een mooie tragikomische mythe geworden.

Tijdens een baptisten jeugdkamp werd ik uitgenodigd door een aantal  eisjes om in hun tent een spelletje kaart te spelen, ik lag half op het luchtbed van een van de meisjes, tussen de twee luchtbedden in brandde een zaklantaren.we speelden een spelletje pesten We lagen dicht naast elkaar.Aan het eind van zo’n kampmaakten mensen ahfsprakenm om bij elkaar op bezoek te komen en ik werd uitgenodigd om in Heemskerk een van die meisjes te logeren bez. Lief was in dat kamp niet aanwezig, dat kwam later pas.in Heemskerk was ik 17 schat ikVanaf het station liep ik naar haar huis toe, mete een tas. In De deur was van hout met een langwerpig matglazen raam achter een smeetijzeren  hekwerkje Ik kreeg een kusje, de vloer bestond uit bruine plavuizen en ook het meubilair ws bruin. Er hing l luxaflex voor de,dat mocht niet van mijn vader en moeder,ik kleedde mij om op de gangen  die nacht lag ik bij een meisje in bed, maar het lukte mij  niet haar aan te raken.toen ik ‘s nachts naar hert toilet moest lukte het mij ongemerkt het bed te verlaten. ‘s morgens kwam haar vriendin nog even bij ons liggen voor de gezelligheid en lag ik tussen twee meisjes mij schuldig te voelen. Het enige wat ik mij daar nog van herinner is het koordje van het trekschakelaartje van   dat bungelde boven het hoofdeinde van het bed.Ik heb ze niet aangeraakt, hooguit een hand hgegeven toen ik vertrok.

‘’he je bij dat meisje geslapen, vroeg mijn moeder,Ze stond te strijken. ‘’waren haar ouders thuis?’

’Ja, zei ik uiteraard, een leugentje om bestwil, er waren situaties waarin ik niet anders kon dan leugentjes om  bestwil, onnozele leugentjes voor wat nooit gebeurde. Wat ik wilde en gekund had gebeurde niet. Niets aan te doen, ik wist niet dat daarin iets te kiezen viel. Dat iemand zoiets van mij zou willen was ondenkbaar, ik was een klein onzeiet alles wat fout kan gaan gaat fout, hebben mijn opvoeding en mijn geschieden is mj geleerd. Maar blijf alert als je naar de top van een boom klimt, niet alle takken zijn betrouwbaar en kijk uit voor meisjes, die hebben borsten en verleiden tot seks. Mijn vader heeft mij veel geleerd maar dat over meisjes had hij verkeerd begrepen en mij verkeerd aangeleerd in een tijd dat ik onvoorstel vatbaar was voor dhet virus van dit godgebonden wanstaltige stukje moraal , ik geloofde dit blindelings, zoals ik het hele pak godsdienst dat mijn vader mij aanreikte blindelings aannam,. geloven, blinddoek voor.dDat wat mijn vader verwachtte van mij: ‘’leer mij volgen zonder vragen’’. zong ik met de anderen meein de kerk dat ws lekker zingen   kritisch om gaan met mijn liefdevolle vader en hoe hij geloofde als dominee kon ik niet, mijn brein gehoorzaamde rücksichtsloos de regie van de religieuze controlekamer..

SON OF MAN

De Ikon zou de engelse korte film ‘’t son of man door Dennis Potter uitzenden. In de film over Jezus, was Jezus een rauwe aardbewoner.een typische niet-baptist

Potter deedmt Jezus wat Rembrandt met Claudius deed: gebrek aan wardigheid verkeerde propaganda. JJezus leek op een roverhoofdman met zijn dicipelen als zijn trawanten.zxer wawas geweld maar geen zoenofferjezus werd al vermoord als rebel, niet als reder, ook stond hij niedt op uit de dood.

Bovendien was de filmonrustig opgenomen, geemn mooi zwatrt wit maar groezelige grijzen.in chaotische bewegingen.zekerheden en verwachtingen werden vermorzeld, en de opstanding, vertrapt in modder zand en menselijkheid van de verttrouwde warheid bleef achterwege’’ the times are a changing, de wereld leek in de handen van een  nihilistische generatie tedrrecht te zijn gekomen; eerst esasy rider, daarna jesus chisttrist superstar, in eedn burreaula van mijn vader lag en  recensie van de film Easy rider, amoreel, openlikijke seks, naakt in de bioscoop.Dat liet mijn vader op zijn beloop, aan de demonstratie bij de bioscoop in Doetinchemn)( Jesus Christ) deed hij nit mee.maar hi j ging stevig tekeer tegen uitzending van Son of Man.ik hdrinnr mij hoe hij aan de telefoon nadrukkelijk zijn standpunt uitsprak, hij belde zelfs met de IKON om de verantwoordelijke te overtuigen van de onverantwoordelijkheid  ervan,

Ik hoorde mijn vader, hij stond er bij  hij sprakferm, een man met gezag en power.ik was onder de indruk: mijn vader belde een algemeen  bekend instituut, een omroepvereniging,studio’s microfoons szendmasten, presentators, bekende mensen. Misschien kende mijn vader de irecteur wel?

Ik heb een foto van die vader, het is mijn favoriete vader. een kerel die zich kenbaar maakte.

Boerendorp

 

In Mijn vader kreeg in Den Haag een beroep uit Doetinchem en Zutphen.

De brief uit Doetinchem was geschreven door de vader van Lief, die daar ouderling en secretaris was. Broeder G.  van Manen, mediator tussen voorganger en gemeente, dat wt mijn vader gewend was zelf te doenRoet in het eten. , afstand tussen voorganger en de mensen war het om ging.

Lief woonde in Doetinchem, dan zou ik eindelijk bij haar in de buurt wonen. en konden wij elkaar vaker zien, zodat het echt verkering zou kunnen worden, want dat datwas het nog niet omdat ik niet wist hoe ik dat aan moest pakken, zij wel, we gingen samen naar de schouwburg, dat was haar techniek, wnt ze wilde mij, ze vond mij een knappe jongen.   Maar Doetinchem klonk als een achterlijk boerendorp’’ De Achterhoek’’, boeren hooivorkren, klompen; en Zutphen was een stadje, dat leek mij wel wat. Maar God koos voor Doetinchem, en dat was geen goede keuze bleek later. Op de kunstacademie in Arnhem werd ik aangenomen en ik besloot thuis bij mijn ouders in Doetinchem te gaan wonen voor het geval er in Arnhem toch aan seks drugs en alcohol gedaan werd, in rokerige café’s en kameres met matrassen op de grond. Ik kreeg een grote zolderkamer, die zou speciaal voor mij getimmerd worden .Nu en dan deed mijn vader wat spandiensten in Zutphen.

In 1972 verhuisden wij.

In Doetinchem was mijn vader niet gelukkig hij miste er het directe contact met de gemeenteleden, dat wat hij ht belangrijkste deel endoel van zijn missievond, hvoor, conflicten oplossen envoorkomen, tussen hem en de gemeente was een filter, het contact met mijn vader verliep zoals daar gewoon geworden was via de vader van Lief, het spontane heen en weer dat zijn aanwezigheid in Den Haag typeerde ontbrak er. Vrienden zoals hij wel had in Den Haag had hij erer niet. Er kwam wel bezoek maar dat verliep meestal stroef:er werd naar elkaar gekeken, wat zinnen gewisseld, gezucht gemopoperd en koffie genipt.Het licht viel er koud en wit door de vitrage naar binnen, altijd was de lucht er egaal lichtgrijs. Het was alsof zijn kaken verdwenen,, op de foto uit die tijd oogte hij als een kin waar net een forse baard was weggeschoren .Zijn geloofen gedrevenheid verdwenen  niet, nog altijd had hij een woord voor de wereldende maar zijn geestdrift leek  getemperd, overbelast, herinner ik mij aan de hand van die foto. in zijn studeerekamer viellicht door een groot karakterloos raam, met azicht op groen weidegras, en ver weg een kekje met soms een auto die er vandaan kwam of naar toe ging, hetleek of er om zijn kamer niets meer gebeurde.-zijn zware typemachine maakte plaats voor een oranje schrijfmachine van plastic.-ik kwam er niet graag.

In Den Haag maakte mijn vader vrienden, in Doetinchem bleef dat uit, er waren geen vrienden, er waren ambtsdragers, waar hij af en toe bij ons in de kamer koffie mee dronk. De afstand tot de gemeente. Broeder G. van Manen, vader van Lief Liefhield alles onder controle alles onder  als ouderling en secretaris. hij noemde mijn vader formeel ‘’broeder van der Werf’’ zoals hoorde bij de baptisten, maar zelden zo formeel voorkwam, de vader van Lief was goed in formaliteiten en traditie van de gewoonte. Ik had er niet veel contact meer met mijn vader, howel ik mij met wat ik kon ijverig inzette voor God en de kerk. Ik kwam niet veel meer op zijn werkkamer, voor zover ik mij herinner spraken wij over zijn gedichten en niet over mijn academiewerk Dit is wat opdwarrelt uit een stoffig geheugen

Mijn vader kreeg in Doetinchem een hartinfarct, bijna dood geweest.

De kerel uit Den Haagwasgeveld. De boom verloor takken , mjn vader verloor energie en voldoening.

Ik heb een foto van mjn vader uit die tijd. Die laat dat zien. Ik houd niet van die fotoDie foto laat zien hoe vitaliteit en gedrevenheid verwerd tot zwaarmoedigheid

Als ik op zijn kamer was schoof ik de vitrage opzij om naar het paard in de wei te kijken nen hetchristelijk gereformeerde kerkje in de verte waar zondags mensen naar toeliepen.zij kennnen de genade en verzoening niet, oordeelde mijn vader, zij lijden onder de wil van een toornige |God. wij niet, onze God is liefde, net als mijn vader.hij begon met dichten.  Net als ik.Ik las de zijne, hij las zelden de mijne.

best doen.Broeder G. van Manen telde dekrkbezoekers, een andere kerkbezoeker kwam even op bezoek, en de zondagmiddagen waren saai, dan wandelde ik met Lief door het bos te doen wat we wilden.WQe wilden, weg uit onze ouderlijke huizen met de invloed van traditie e vaders, ebn  de god van onze vaders. Voor Lief doet dit alles niet ter zake, voor mij blijkt het essentieel, even essentieel als de stok waarmee ik loop, het bestaat als een

IArnhem heb ik gestudeerd aan de kunstacademie: de vrije richting, autonoom kunstenaar zijn leek mij te onzeker,: cafés met volle asbakken, en  iedereen had een vriendin in zijn bed, daarom koos ik voor de docentenopleiding en onttrok ik mij aan het studentenleven.en de gezamenlijkheid, ik vluchtte, vrliet ht gebou om opht gras bij ht kleine oude jachthanthete lezenen mijn brood te eten, soms tijdens lestijd ggingik de stionswachtkamer zitten schrijven.

Ik woonde thuis bij mijn ouders, gescheiden van Lief .Ik was een loser maar daar schaamde ik mij niet voor, daar was ik aan gewend ik wildewonen bij  Liefwilde ik slapen mt haar maar ik wachtte op de toekomst na mijn huwelijk: Eindelijk seks, ACDC.echte seks Het was dobberen en peddelen in die dagen, dat was liefde dacht ik. Lief  ik EN DE geest van God, want daarin waren wij beiden ven erg EHet dobberen en peddelen. Dat was in Doetinchem.

De treurigheid van een wijk die de Hoop heette en een baptistenkerk met de geest van treurige traagheid,modder weide en achterhoek., en mijn vader die daar na zijn hartinfarct niet aarden kon.

Typisch ons, elders in de tijd Ontwikkelingspsychologie en pedagogie hoorden niet thuis in het  morele denken van mijn vader Je had normale mensen en  gekken die gewoon snormaal  moesten doen, zoals iedereen dat doet, dar had je geen psychologie bij nodig, dat wist iedereen. en daar had je Jezus voor,  die kon alles, ook homo’s genezen en huiselijke problemen oplossen. het enige wat een pastor nodig heeft is liefde, geloof hoop liefde. en veel geduld.hWij hadden elkaar nodiig om identiteit te zijn.i Hj bregreep mij niet, ik begreep hem niet. Ik was geen goede zoon voor mijn vader.wij tastten elkaar niet af, wij beaamden elkaar, dat wat eigen is aan de Achterhoek meen ik.

Ik was aan het veranderen wat zichtbaar was in mijn academiewerk en andere artistieke sactiviteiten. Enhee voorzichtig begon ik te twijfelen aan de waarheden in zijn boekenkast. Mijn vragen werden kritisch.

 

e gemeente maar zijn. ik weet niet veel van heons huis daar maar herinner mij wel de sfeer. In Doetinchem was ik niete meer dan de schaduw van mijn vader, meer dandat weet ik niet,ik herinner ons niet als duo. de zoldertrap zat tussen ons in.

 

In Den Haag maakte mijn vader vrienden, in Doetinchem

bleef dat uit,.Er waren geen vrienden, Er waren ambtsdragers,en gemeenteleden meten een duidelijke programmering van gebeurtenissen.

Doetinchem  Er kwam niks terug voor wat hij gaf. hij gaf wat hij kon maar kreeg niet wat hij hoopte, Ht was eenleeg huis, een huis zonder karakter Achterhoekes leegte, een leeg huis mete een klein tuintje.

 

korter was het wel. Het zien van de uitvoering was wel confronterend.

 

2 meisjes, het zouden hockeymeisjes kunnen zijn passeren onze oprit, de een heeft een blond staartje, de ander heeft golvend donker haar, ze doen iets in de brievenbus, reclame waarschijnlijk; shoppen kost geld, van achter mijn tafel  zie ik voor mij de wereld passeren. De bus stopt, iemand stapt in, een vrouw met kinderzitje fietst voorbij. Er zit geen kind in het zitje. Mijn denken dendert mijn ogen voorbij naar de monitor, ondertussen ronkt mijn oude computer en gaan er bestanden heen en weer tussen de een en de ander ook de data op mijn pc’s zijn veelal dakloos aan het zwerven, naast mij liggen 3 USB-sticks. Uit angst bestanden kwijt te raken kopieer ik ze naar een veilige, soms onvindbare plek.

Aart de Kok, één van mijn computermaten, probeert orde te scheppen en een systeem te vinden waarmee ik goed uit de voeten kan, hij kent mij. elk systeem kost geduld, en dat heb ik niet.

Dit gluren is niet netjes, volgens het quasi feminisme van de jaren 70 wij waren geabboneerd op de OPZIJ ik vond het een leuk blad,vooral het nummer over porno en daar de cover van,een geelroze kader met daarbinnen de suggestie van wat ze wilden bestrijden , onduidelijk verstrengelde lichame.n De schaamte voorbij was een bestseller, een saaie bestselller waarvan ik niet meer dan de titel gelezen heb, maar gluren mocht niet dat was gedrag van aan testosteron verslaafde dominante manen die vrouwen misbruikten voor eigen lustgevoel, dat soort man moest worden gecorrigeerd eventueel gecastreerd  zodat de vrouw zich emanciperen kon .

Naar meisjes kijken heeft niets met seksisme te maken. mannen meer laten verdienen dan vrouwen voor hetzelfde werk , dat is seksisme, kijken niet.Vaak waren het vrouwen waar niemand naar kijken wilde.Lief was ook feminist, ze had een tuinbroek, met daaronder haar rode hoge hakken, daar keek ik naar voor mijn eigen lustgevoel. terwijl ik met Karen op schoot plaatjes keek in de Opzij, of de afwas de

Er loopt een jongen met een leuk meisje hand in hand, de jongen draagt een pet, achterstevoren. Zijn broek hang spanningsloos in plooien aan zijn platte billen, het meisje is licht en zomers, ze draagt een fladder jurkje. Ik ben jaloers, zo’n meisje verdient een betere jongen dan deze met die pet. Ik ben beter, maar vooral ben ik jaloers dat ik niet op deze manier met Lief kan wandelen want dan val ik om, en moet ik mij vast houden aan haar. Zo kijk ik nu en dan. Hoe je kijkt zegt wie je bent en wie je was.

Fout! seksist, roept mijn verleden.

Vrouwen zijn geen lustobject.

Vriouwen zijn geen object. Daarom kijk ik ernaar.

Een vibrator is en seksobject, en daar kijk ik niet naar.

 

 

ik ben geen seksist,

In de jaren 70, werd veel van dit soort gelul verkondigd door vrouwen met een slecht onderhouden verstand, en weinig pikant plezier. In die dagen meende ik mee te moeten doen aan die flauwekul, dus moest ik nog heimelijker kijken naar wat het oog mij voorschotelde.

Een verleidelijke foto, in een tijdschrift of op een affiche in een bushalte, heeft niets te maken met seksisme. Als ik meisjes om hun vrouw zijn minderwaardig behandel in politiek samenleving en werk, ben ik een seksist. Als ik tegen B. zeg dat hij mooi zwart is, is dat geen racisme maar als ik tegen hem zeg ga terug naar je land van herkomst, is dat racisme.

Ik weet niet eens wat zijn land van herkomst is.

Als hij mij voor de gein racist noem, zeg ik:homo ,tot mijn spijt, zeg ik weleens ‘’vuile homo.

You do’nt know what you mean to me , is ons favoriete soulnummer in  het busje waarin hij mij naar huis rijdt, Sam and Dave, keihard.

Het loopt tegen de kerst, de billboards in dekrijgen weer kippenvel

Hier schreef ik het lied van de koordanser dit is mijn bewoonbare eiland.‘’ land inzicht’’, en bijna gered. In deze kamer is mijn lichaam weer in balans.dankzij de dingen en de ordening daarvan, mijn eigen wanorde heeft die van vertrouwde externe orde nodig.zoiets als een boekenkast voor boeken is Gert en Eugene enzoals ik wilde op een enkele voorstelling na.Mijn ideeën konden niet zonder componist dirigent  regisseuren leerlingenze ze kwamentot levenin de diverse relatiesDeze kamre was een gesloten systeem, een ecosysteem .Hier woonden  Robinson Crusoe.en Vrijdag, een ingewikkeld duo. Veilig angstig en creatief. Er is wat mij betreft niets veranderd Toen ik heel jong was las ik een bewerking van

Robinson Crusoë.Ik vond het schitterend maar heel eng. Nu weet ik waarom, het ging indirect  over mijzelf ik waseen  jongen van  7 of 8 jaar. zelfbewustzijn kende ik nog niet, ik bestond gewoon . vanzelfsprekend Dat boek ging in duet en  duel met mij. dat wat ik later theater noemde, dat is de drijfveer die leidt tot fantasie.

Die voetstap van een vreemde stapte angstaanjagend mijn beslotenheid binnen. Pas toen Robinson hem bekeerd had tot zijn geloof en hem de naam Vrijdag gaf verdween mijn angst. Bij herlezing ging dat net zo: Het gaat om een mens alleen, die zich op ecologische wijze verhoudt tot zijn  omgeving. In wankel evenwicht zoals ik. Ik passeerde op weg naar het Langgraf in Emmen (een uitgestrekt hunebed) zo onopvallend mogelijk het kamp. Daar woonden de vreemdelingen die zo anders waren dat ze niet te vertrouwen waren,  iedereen wist dat Zo ook de verhuizing van Emmen naar Den Haag Het veilige evenwicht dat Robinson had opgebouwd opbouwt werdt verstoorddoor de aanwezigheid van een andere bewoner, een kannibaal die hij bekeren moest om zelf veilig te zijn. Hij leeft en moest leren omgaan met wat existentieel uit balans wss geraakt, iun woning ws omheind, hijzelf nog nietdat was de angst die het boek in mij opriep, angst als die in Rosemary’s baby.angst als in de tijd dat ik aan de kunstacademie studeerdedaar woondende Vreemdelingen.Hoe betrouwbaar is de werkelijkheid van de beleving,als het éen net zo goed het ander kan zijn? . Een koor dat bestaat uit duo’s in duet ent egelijkertijd gevoerde gesprekken;compositie van het anatomische noodlot er is een hersen vretende kannibaal  mijn leven binnengestapt .

Hier nietdit is een veilige context, het huis van de slak met de trage geest. De kamerbewoner die draad weer op wil pakken: verder denken, verder schriven en door de erkerramen naar buiten kijken. De bomen, de bushalte af en toe een eekhoorns sneeuw op de brievenbus, maar vooral de scholieren, mijn doelgroep

 

Hier staan mijn boeken en mijn computer. Hier heb ik mijn voorstellingen geschreven en geprint, dit is mijn externe geheugen. Die van eenon zekere student die leraar was,de onzekere man van nu. Hier staat de oude boekenkast van mijn vader, regelmatig in de was gezet door mijn moeder, meteboeken van mijn vader en een paar nieuwe van mijzelf.ooit was de boekenkast het internet van het verstand. In de kast stond Wasteland van T.S. Elliott maar dat ontdekte ik te laat.Ook Osmose van Gerrit Achterberg stond daar.ik heb het daar met mijn vader nooit over gehad, die twee hadden een nogal eigenaardig godsbeeld, zo anders dan de god van mijn vader en nog steeds zijn  ze moeilijk te begrijpen door mij.

Hier ben ik het echte thuiskomen begonnen, hier ga ik elke avond verder aan dit schrijven. Elke avond schrijf ik mijzelf een paar pagina’s verder, tot ik weer vanzelfsprekend ben, maar ook kan zwijgen als ik wil ,want zwijgen en stoppen met denken en schrijven  kan ik niet . alles is metafoor van wie ik ben ik ben als een klontje suiker dat zwemmen wil Ik wil mij kunnen  voegen in de vanzelfsprekendheid van mijn zijn in het zijnde die goedmoedige werkelijkheid waarin ik zit en lopen en liefhebben kan, en niets anders te willen dan momenten als dezed.Deze tafel met mijn pc ende sporen van gebruik Ik en mijn brein wij zijn onszelf hier Marinus is meer   dan mijn brein, daarom heet ik zo,  dat is dat waar ik mee leven kan,inclusief mijn hersenletsel, en de gevolgen daarvan  Robinson  Crusoe moest zich redden met wat er was was en vriendschap sluiten met Vrijdag .Mijn brein is kapot, ik niet.Dit alles is andersnet als ik dus komt hte wel goed nu wij weer samenvallen zoals gewend ,meer niet De wereld waarin ik woon is wat moeilijker te bewonen, .Ik vloek zoals ik voorheen nooit gedaan heb, ik vloek als interpunctie in het boek dat ik zijn wil. en ik geniet erin stilte van maar zelf ben ik nog altijd Marinus, (mijn naam betekent zeeman, dat is niet bewust, maar wel treffend, ik ga van haven naar haven, dat is geen metafoor, dat is een bijkomstigheid net als mijn krullen, die naami mijn ziel is Dit alles is Marinus,, ook de rommel ongeschonden ,ik ben meer en vaker in de war maar dit schrijven bén ik,typisch Marinus dit is waarin ik niet veranderd ben. Net als de ruimte waar ik dit schrijven voortzet, een oude eettafel voor mijn computer en printer, een paar Ikea kasten voor mijn boeken en de oude boekenkast van mijn vader voor mijn andere boeken, de míjne. Zíjn boeken zijn na zijn dood verdwenen. Theologisch waren ze achterhaald en tweedehands onverkoopbaar.

Mijn persoonlijke psychische conditie kan ook zo worden geformuleerd

Forensische psychiatrie

Bij nah is veelal sprake van executieve functiestoornissen. Beperkingen

in deze cognitieve functies, waaronder zelfregulatie, metacognitieve

functies en activatie-regulatie, hebben grote invloed op het algemeen

functioneren (Stapert, 2012). Een verstoring kan onder andere leiden

tot verlies van impulscontrole. Hierdoor kan als reactie op frustratie,

stress of bedreigingen impulsief agressief gedrag ontstaan (Baguley,

Cooper & Felmingham, 2006).

Het aantal gepleegde misdaden blijkt bij volwassenen met nah significant hoger te liggen dan bij volwassenen zonder NAH. Ik val nogal mee http://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen/niet-zichtbare-gevolgen/executief-disfunctioneren

Mijn cognitieve hersenletsel uit zich voor een groot deel in mijn relatie tot mijn verleden ,dat sterk bepaald is door religie en mijn vader.Altijd ben ik mij daar bewust van en er mee bezig als mysteries die ik doorgronden wil. Waaarom was het zo, en warom was ík zo?En qwat moet ik hiermee?Het zijn irritante vragen als iemand anders mij die stewllen zou. Nu doe ik datzelf, omdat ik hte niet laten kan. mijn verleden is eenwanidee geworden. En bemoeit zich continu mte mij, vaak kom ik aan mijzelf niet toe.

 

.   Mijn vader is een raadsel voor mij geworden in de loop der tijd, maar nu des te meerer was ietst geheimzinnigs tussen ons,een mistig misverstand kan, het was iets wederzijds oen mij, iets onuitgesprokens Dan stond ik op zaterdag voor zijn bureau te zwijgen terwijl hij zijn verkondiging typte,  en ik zei wat hij verwachtte, iom te horen dat het goed was, alle wat ik deed was goed voor hem ook als het niet goed voor mij was. Gedeelde verlegenheid denk ik, overweldigend verlegen. Dat is een hypothese. Het is een mysterie zoals ze voorkwamen in de Maigret pockets die hij las, geen misdaad, maar conflictueuze relaties Mijn vader deed mij geen vlieg kwaad, hij sloeg niet hij schreeuwde niete, hij mishandelde niet, geen van ons.  er was geen kwaad, er was gemis. Zijn boekenkast was de plek waar wij de discussie die wij nooit gehad hebben gevoerd als nog te voeren.

Ik probeer alsnog een goede zoon voor mijn vader te zijn, door hem met mijn leven om de oren te slaan.als reactie op zijn posrhume bemoeizucht. Verder staan rondom mij stof geworden herinneringen Een kamer met boeken en uitzicht op de Bennekomseweg. Een werkkamer als die van mijn vader in Den Haag zo leef ik. zonder de god van mijn vader maar wel met zijn boekenkast in mijn hoofd .die god heb ik achtergelaten in Groot klimmendaal:

 

’’

Free at last.

De geest van mijn vader is brein geworden, en denkt voor zichzelf, als ongebreidelde materie.maar God , mijn vader en Johan de Heer bemoeien zich continu met mijn doen en denken Neurologischeterreur over mijn god  was psychologidsch devan mijn vader wasgesublimeerde onzekerheid.het was zoiets als begeleid wonen een eigen creatie.Uit wat hij mij liefdevol aanbood stelde ik een mij dwingende god samen. en die volgde ik zonder vragen:GTelatenheid tegen verlatenheid want  mijn vader hield van volgen zonder vragen,god dus ook  maakte ik mijzelf wijs. Vragen in de kerk waren  nietrelevantht waren geen vragen, ze waren niet prikkelend of spannend, ze waren retorisch, het antwoord lag al vast  .die ik inmiddels verjaagd heb.

Thank God Almighty, I’m free at last.Wa tik verwacht werd te geloven welkon ik niet geloven. Dat was geen vrijheid, dat was een n uitgestippelde route naar het beloofde land dat niet aan de verwachtingen voldeed.De doortocht nsaar het breloofde land, uittocht en doortocht, Exodus bestond uit niet mewer dan woestijn, stoffig leeg envreugdeloos, war anderen genoten in volle lust en genot, leefde ik vreugdeloos

 daarom schreef ik waarschijnlijk in 1989:.: het was een suf land waarin alles uitdraaide op een zelfde climax; ht neerdalen van de Geest. Er waren gekke christenen in die tijddie die geest hadden ervaren, xzij kregen visioen en spraken in tongen, zij werden oprgastische christenenChharismatisch, zij waren overtuigd. Dat wilde ik ook’’high’’ zijn van God’s Geest, maar het was fake en ik had het mijzelf wijsgemaaktJesus is the real drug las je soms op T-shirts van jesusfans

Iemand zegt: Je volgt gewoon.

Een voorgeprogrammeerd patroon

Ongemerkt zet het zich in je hersens vast.

Je zegt: “Val dood! En bovendien:

Laat mij met eigen ogen zien.

Ik wil een wereld die verandert en verrast.”

 

Het doodgewone onder-

Ga je als bijzonder

En de wereld is anders dan ie was.

 

Je staart je blind, je staart je stuk

Op een illusie van geluk

Kijk je daar doorheen dan stel je nuchter vast

Er is nog zoveel meer dat dit

Er is geen schema in zwart-wit

Er is geen sleutel die op alles sloten past

 

 

 Uit de voorstelling Alice.1989. God verdween uit mijn teksten doordat ik mijzxelf er in schreef en ik heb gewonnen dankij mijn inspiratiebron ‘’ Ask Alice)

 

‘’Thank God Almighty, I’m free at last.(Martin Luther King.

Martin Luther King was baptist. Ik ben gewoon een blanke manke atheïst, Ik ben het surrealisme van Max Ernst binnen gevallen: Through the looking glass. Altijd weer Alice, altijd weer taal. Zinnen worden, verhalen, zo ben ik ook, verbrokstukt in woorden, een religieus universum. Opgebouwd uit bewoonde werelden.monaden als metafoor.

Losgezongen woorden die mij stalken en manipuleren.Steeds vaker beleef ik mij als een soort als moleculairsysteem, veel ruimte waarin kleine deeltjes volume creëren, door aantrekken en afstoten , van elkaar gescheiden door  absolute leegtezoals ik alverwonder als ik aan tafel zit en mijn koffie een plek op de tot tafel gevormde moleculen zet, het kopje zakt er niet in weg en er niet doorheen, zo ongeveer zit ik mentaal  in elkaar, ,samenhangende veelheid en diversiteit nieuwsgierigheid strekt zich uit naar alles.

‘’We hebben Epistemische honger. Wetenschap is de beste manier om die honger te stillen.”Mijn wetenschap is denkdwang geworden, een thema bijt zich vast in mijn brein en zwelt als het hersenoedeem dat bijna mijn dood was;argwaan wordt paranoia waanidee na waanidee  die zichzelf als waarheid bewijzen, fantasieën die op hol slaan.Associaties die werkelikheid wordenVoorheen schreef ik op deze manier mijn voorstellingen, ik begon met een regel en het stuk werd een zwerm.

Dit soort teksten:‘Ik zou wel een tuin willen hebben, met een bank om op te slapen. Zolang de vogels hun bek maar houden. en een vijver, zo diep dat je de bodem alleen maar kunt ver­moe­den. En op het wateroppervlak drijven stukjes van je gezicht, als je kijkt, en wolken, plat op het water. Maar bij een tuin hoort een huis. En dat betekent stof­zuigen, voeten vegen, vuilnis­bak­ken buiten. In de herfst valt het behang niet van de muren. In het voor­jaar lopen de stoe­len niet uit in kakelend groen. De wind moet buiten blijven, anders vallen de vazen om.(1991)

Ik heet Christine.

 

[Ze zoent MADMAN, gaat af.]. Nu weet ik waar ik toen over schreef.

Mij n denken werd dwangmatig in de jaren 80/ 90 ,zodanig dat ik af en toe de bus nam, omdat mijn fiets de motor was van mijn overdosis creativiteit, nu leef ik in reeksen , teksten, raadsels die sluimeren in mijn geheugen en mij een reactie afdwingen: waarom  ontbrak het mij in mijn puberjaren aan een standvastig assertief karakter wat was er mis met mij en  wat was de rol van mijn vader in mijn leven in die tijd voor mij?

Die vragen waren nooit van belang, ze bestonden nooit Wie was die man, geloofde hijzelf wat hij zei en deed? En wat heeft hij gedaan tijdens zijn studie en waarom was daar zo weinig van terug te vinden in zijn boekenkast en zijn manier vandenken als hijpreken maakte en uitsprak. p. Dat was zo erg dat ik op een dag meende dat hij helemaal niete gestudeerd heeft, maar deed alsof.Dit is een hele foute enb nutteloze g gedachte, mijn broer en zus zullen niet begrijpen waar ik het hier over heb, ze zullen mij gek verklaren en slecht, want mijn vader is dood, maar ónze vader, en dit doet afbreuk aan zijn goedheid als voorganger pastor en vader.ik wil hem vragen wat niet meer te vragen is, dat is spijt en schuld in mijn beleving. Hadden mijn bror enzus eenandere vader dan ik omdat zij anders waren dan ik Kinderen maken door hun leven een vader, een man wordt vader door dor de geboorte van zijn kind ook opgroeienis een duo in duet. Toen ik door een fusie terecht kwam op een school war leerlingen niet gewend waren te zingen zoals ik gewend was bij het maken van borstellingen, schreef ik op de fiets tussen de ene school en de andere, omdat ik twee voorstellingen tegelijk aan het maken was  een lied dat nooit gezongen is

o..

 

.

Als een hardnekkige Sherlock Holmes  ben ik dag en nacht bezig om  oplossingen te vinden, verklaringen. herinneringen Niet uit behoefte aan  een oordeel, of om mijn eigen falen toe te schrijven aan een ander. Ik ben te laat ik moet het doen met zijn gedichten en de twee foto’s die zo verschillend van karakter zijn, het is geen zwerm spreeuwen,vorm geworden veelheid. Het is een losgeslagen zootje wespen. Het is te veel, en het gaat maar door.

.

.

Overal waar ik een tijdlang, ‘’elders verkeerde als ’’duo zonder duet’’  miste ik uitzicht op een weg met verkeer, straatrumoer, daar waar de wereld fietst wandelt en  auto rijdt en verliefdheid doet vermoeden. arenlang zag ik glas met condens en weerspiegeld kunstlicht. Of een gordijntje of ik lag te hoog om de straat te zien: het regent er nu, het wordt er zichtbaar donker,eerst schemert hete met dat prachtige koinfdigoblauw.warin Ritaa wegfietste naar Heelsum  als ze bij mij in Kli,,mendal op bezoek was geweest,en pas dan is het sdonker,dat zie ik vanuit mijn kamer met erker éenhoog,  het rumoert   er aangeschoten irritant bij de bushalte: pubers proberen er student te zijn. Rotjochies uit de Dopheidelaan, het statiegeld is voor ons ons, Jeugd-17 jaar misschien.ik gaf ze les en hoorde de verhalen, domme bvewrhalen, zelf benik nooit zo dom geweest ,tot mijn 20ste dronk ik geen alcohol. Op de school waar ik het laatst les gaf het Gelders Mozaïek had je ze ook’’ verwende rotpubers’’. In alles goedgepraat door hun ouders( ’’ ach het zijn pubers, wij zijn allemaal jong geweest, u toch ook?’’)’,’ en toch is het een klootzak, die puber van ueen , maar dat zei ik niet. ik toonde begrip. Kloteouders? Mijn ouders en ik waren anders ik denk wel eens was ik maar klootzak geweest in de leeftijd dier er geschikt voor lijkt, dat is wat ik denk als ik hoor hoe die klootzakken buiten te keer gaan: Dronken, met sigaretten en meisjes, met pilsjes en  sigaretten, die klootzakken, dat probeer ik te denken in plaats van mij te ergeren. In mijn voorstellng ‘’Stappen heb ik geprobeerd daar vorm aan te geven. Een gekunsteld niet overtuigend stuk, er ontbrak iets aan en dat was ik, het was alsof.

ST A P P E N

                

 

De schooltas die mijn rug

in z’n wervels heeft doen kreunen

smijt ik door de kamer en ik weet

dit weekend zal ik uit een ander vaatje tappen

stappen

 

Ik sta onder de douche

en neem de tijd mij mooi te maken

uitdagend opgemaakt & aangekleed,

je zult mij deze nacht niet op zwaarmoedigheid betrappen

stappen

 

Ik vier m’n vrije tijd

als de vrijheid om te feesten

met gelijkgezinde geesten ga ik uit

en zal mij deze nacht van kroeg naar disco zappen

stappen

 

vannacht heb ik de tijd

onbekommerd lol te trappen

stappen

 

de stress en de frustratie

weg te ginnegappen

stappen

 

om slap te ouwehoeren

en met vrienden aan te pappen

stappen

 

de terreur van de sleur

Uitgelaten te ontsnappen

Stappen

 

 

Hier moet ik niet bij stilstaan. Ht was een goed liedje, stevig gezongen door pubers die het wel wisten. Dit is wat ik niet gekund heb  en daarom nooit gedaan heb meer dan fantasieën hebben en daar een liedje of verhaal van maken is genoeg. Echt in de kou bij e bushalte staan om in te drinken is nergens voor nodig, dat ervaren als gemis is zielig zijn.

Zo’n lul was ik ook weer niet. Marinus, hik  deed andere dingen met mijn tijd.

 

De laatste voorstelling die ik maakte was gebaseerd op Tommy van the Who. Dat ging mis, ook dat was alsof.het lukte de leeringen niet om in mijn vertelling thuis te raken en ik kon ze daarbij niet helpen. Ik was er niet typisch Marius, ik was er docent die er wat van probeerde te maken. ik kon er geen orde houden,:verdomde klootzakken, had ik moeten zeggen en weglopen  om nooit meer terug te

 

 

.

puberteit, die labiele periode van: Hoe te zijn? Waarin onderscheidt mijn Lief zich van mijn moeder? Wie zal ik zijn? Wat doe ik hier, wat wil ik? misschien is het een tweedekans puber, mijn verleden ligt als een back-up opgeslagen in mijn geheugen. Het is mijnIk herleef mijn leven vanwege de missing links in mijn ontwikkeling. mijn puberteit, mijn adolescentie, mijn studentenbestaan. Dat is geen verklaring, dat is een thema voor horror science fiction. Fantasy Verbeelding:Het éen in het ander. Het is een vermoeden, een ervaring die geformuleerd moet worden om er niet wakker van te liggen. Als puber lag ik vaak wakker, dan dacht ik puberdingen of leerde strategisch voor een proefwerk of een examen. Soms ben ik 17 , zo onvoorstelbaar 17,niet als gevoel maar als beleving. herleving, op deze plek ben ik begonnen met herleven en herzelvigen: thuiskomen : team zijn, interactie coördinatie, dat wat vaak lijkt te ontbreken ik ben als de hand die te veel knikkers.vast moet houden, zoals mij gebeurde als kkind in |Emmen   Nooit eerder ben ik zo 17 geweest: dat is geen gevoel, dart is niet alsof,dat zou een retropuber zin dat is een totaal.alles voegt zich samen tot renleeftijd die ik voorbij ben, aangevuld met inzicht en nieuwe ervaring, nieuwe conflicten, nieuwe keuzes. Nog altijd  Marinus,  maar anders. Een neuropsychologische clone, eindelijk oud genoeg om 17 te zijn.

 

 

 

Volgens een belangrijke filosofische traditie is het geheugen zoiets als een harde schijf van een computer. Je kunt er de dingen oproepen, precies zoals je ze eerder hebt opgeslagen. Het brein is brein, geen harde schijf met een knop off/on dood of leven. het is of/of Ik heb een hele tijd gedacht dat de werkelijkheid en de herinnering daarvan zich verhouden als een partituur en allerlei verschillende uitvoeringen daarvan. De uitvoeringen verschillen per persoon en zelfs bij één persoon zijn er meerdere mogelijkheden. Maar nu geloof ik niet meer dat er los van al die herinneringen één partituur van de werkelijkheid is. In die zin ben ik  realist: ik denk niet dat er een objectieve werkelijkheid bestaat, onafhankelijk van alle verschillende ervaringen. En als er al een echte werkelijkheid zou zijn, dan blijkt uit Draaisma’s onderzoek dat het geheugen alles behalve geschikt is als weg daar naartoe. In het dagelijkse leven laat het geheugen ons regelmatig in de steek, of het overvalt ons met herinneringen die we liever kwijt waren dan rijk. De meest simpele dingen, zoals de naam van je vroegere buurmeisje willen je maar niet te binnen schieten, terwijl gênante situaties je pijnlijk goed bijblijven. Je ruikt een bepaalde geur en wordt plotseling meegesleurd naar een vakantie van jaren geleden, zonder dat je daar zelf controle over lijkt te hebben. Het geheugen trekt zich maar bar weinig van opdrachten aan. Het geheugen doet je beseffen wie en wat je bent en wil zijn. Ook maakt het je bewust van alles wat je hebt en nog zou willen hebben.

Het geheugen zorgt ervoor dat je informatie in kennis kunt omzetten, evalueren en bijstellen.Ik ben mijn geheugen .Soms pak ik een boek uit de kast en glimlach om mijn voorbije onnozelheid.

Het geheugen stelt je in staat om betekenis te geven aan waarnemingen, bewust en soms ook onbewust. Zonder die opslagbuffer lukt dat niet, is er geen betekenisverlening, geen reflectie en beschouwing. En natuurlijk kun je dan ook niets delen en verrijken met anderen. We zijn ons geheugen. Het geheugen registreert, ordent en kleurt ons levensverhaal. Het geheugen bepaalt wie we zijn en hoe we ons het best kunnen aanpassen aan veranderende omgevingen en een grote verscheidenheid aan sociale contacten. Het geheugen is machtig en stuurt ons denken en handelen, evenals onze gevoelens. Dit alles verklaart de centrale positie van ons geheugen bij ontwikkeling en leren. Communicatie en taal maken, hoe dan ook, onderdeel daarvan uit. Soms tovert het geheugen de meest gekke beelden waarbij een onwerkelijke werkelijkheid wordt opgeroepen; denk aan hallucineren, (weg)dromen, fantasieën, déjà vu ervaringen, verzonnen verhalen, eigenaardige gedachtenkronkels, associaties en onvoorspelbaar opkomende verlangens en emoties. Het geheugen ontwikkelt en organiseert zich vanaf de geboorte in ons brein als een uitgebreid, diep en breed vertakt neuraal netwerk. Dat netwerk ontvouwt zich voor een belangrijk deel in het kielzog van de neurale paden en strategieën die we bij waarneming en informatieverwerking aanleggen en bewandelen. Direct daaraan of daarmee ontwikkelen zich koppelingen met emotionele beleving, motorische planning en de uitvoering daarvan bij tal van activiteiten. Door die combinaties zijn we in staat om betekenis aan handelingen, activiteiten en gebeurtenissen te koppelen, om herhaaldelijk terugkerende volgordes als patronen en routines of rituelen te ordenen en te herkennen; denk hierbij aan fietsen, zwemmen, aan- en uitkleedroutines, zelfverzorging, maar ook aan samengestelde en complexe handelingen zoals autorijden en leren lezen en rekenen. Vaardigheden als vergelijken en redeneren zijn kansloos zonder geheugenfuncties.

Bijzonder belangrijk is de verbindende rol van het geheugen waarbij verschillende zintuigervaringen tot één betekenisvol beeld worden gesmeed. Op die manier leren we spraakklanken aan lettertekens te koppelen aan betekenissen en leren we het geluid van een claxon te relateren aan een bepaald type of merk auto. Het geheugen ordent vaste volgordes van waarnemingen en handelingen als patronen, routines en rituelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het inslijpen van samengestelde bewegingspatronen bij schrijven, dansen, gebaren(taal), piano spelen, spraakarticulatiepatronen van verschillende talen, logisch ordenen van onderwerpen, feiten en gebeurtenissen om een verhaal (na) te vertellen, het leren zien en herkennen van logische reeksen, rijm en liederen. Kortom de mens is zijn geheugen.

)(stichting milo.nl)

 

Ewijzen kan ik dit niet,hoe de scvhrijver hirevantot deze tekst komt weet ik niet. ?Het staat hier omdat ik het ben, dst verdomde geheigendat mij dorrlopend van tijd en plaats doet veranderen ik bén het wel,altijd geweest daarom ben ik blij met deze woorden.

Zwerfkennis

 Kennis die  in ongeordende en gedoceerde hoeveelheden wordt opgedaan

kennis waaar hete ruguliere onderwijs niet goed mee uit de voeten kan, helaas

het is leren inplaats van reguleren, het gebeurt om je heen en daarom door je heen, en in je

kind van ouders zijn, naar de kerk gaan , de boekenkat in huis, de piano, de straat de tent de klimboom, iemand die iets zegt wat je onthoud, iets wt jr uit je hoofd leert, iets wt nooit vergeten wordt omdat hrt bij is gaan horen als een extra orgaan.ht is eenorganische uitbreiding van je zelf.veel van wat ik lees of zie isonderdeel van wat ik mijn zwerfkennis noem.sigbnificant subjectief, zonder annotatie of publicatie, ht is wt onvermijdelijk bij mij is gaan horen en meepraat in wat ik zeg.

Scharrelkennis. Ik heb veel gescharreld  er is veel wat mij nieuwsgierig maakt:’’ Wie is bedenker van de tekst ‘’Gwoon Schoon’’ op de blaadjes van de keukenrol, en waarom staan ze daar? Heeft hij de tekst aan zijn partner of kinderen laten lezen

Ik was gewend mijn leven te improviseren, zeker van mijzelf mete inzicht in mijn vaardigheden.nu sla ik vaak de plank mis en slaat de onzekerheid toe.Word ik gehoord, word ik begrepen, als ik een workshop geef in een klaslokaal heb ik daar geen last van, daar kan ik terzake zijn en rustig in de onrust.Dat ben ik. ik ben docent waar nodig.

 

Onzeker zijn als na een  klote-dag lesgeven; op geen enkele manier thuis in de klas, geen contact van belang met mijn leerlingen, het troosteloze gevoel. wat een kutvak.

.

In mijn herinnering gebeurde dit echt op het Gelders Mozaïek waar ik les gaf, het leek soepel, maar het was stroef ik moest er voldoen aan wat mij niet (meer) lukte, dat wat op mijn eigenlijke school typisch Marinus was. Dat was vóor mijn CVA. Ik gaf les met het gevoel dat ik er niet meer thuis hoorde .Bij CKV maakte ik ernstige fouten in de planning.

, ..ik had geen grip op wat gebeurde en geen zicht meer op wat kon, en mijn aandeel daarin. Zelfs mijn voorstelling daar mislukte.’’ Tommy:’’ see me feel me touch me heal me. De dirigent voldeed niet, maar de band was goed daar had ik mij niet mee bemoeid en de niet capabele dirigent evenmin.

Er lijkt samenhang in te bestaan maar dat is niet zo, dat is illusie een mechanisme van het geheugen dat ordening afdwingt.

Dat ontheemde gevoel wat doe ik hier? is er nog. Deuren open drempels over: trappen op het betaalde onderwijs ben ik kwijt ik kwijt, de onzekerheden zijn gebleven, die onzekerheid vertaalt zich met terugwerkende kracht in herinneringen aan mijn lessen. ? Veelal ging het goed, maar hebben leerli9ngen wat geleerd bij mij, dat wt ze in zich hadden  aan mogelikheden, benutten als vrijheid., wat dat is kunst

 

Wie ik ben doet niet ter zake, ik ben niet op zoek naar mijn zelf, ik wil het zíjn,

zelfbewustzijn dat mij zo eigen is dat ik mij er niet van bewust ben, drempels over, deuren door.

 

Met een kop vol geheimen

 

Laat ik naar me raden

 

Laat ik naar me kijken

 

Deuren open deuren dicht

 

Met een mond vol ver­halen

 

Laat ik van mij horen

 

Strooi ik met mijn woorden

 

Doe ze open, doe ze dicht.

.

 

En af en toe klinkt er geroep:

 

De Gek staat op de stoep!

 

In het smalle licht

 

van de deuropening

 

van de deur die open­ging

 

staat in wankel even­wicht:

 

 

En als ik val neem ik een sprong

 

Ik sla mijn armen heftig wijd

 

Ik schreeuw mijn schreeuw door het heelal

 

Misschien dat ik nog vleugels krijg

 

Maar liever heb ik iemand

 

Heb ik iemand om mij

 

Iemand om mij op te vangen als is val.

 

Met een kop vol verwarring

 

Zoek ik tekst en uit­leg

 

Zoek ik mij een uitweg

 

Ga ik open, sla ik dicht

 

Met een hand vol ver­wachting

Open ik de luiken

Ga mijzelf te buiten

Deuren open deuren dicht

 

 

Ik wil thuiskomen. typisch Marinus te zijn in wat ik doe en wil en laat. met alle onhandigheid onzeklerheid en  onbenul die daarbij horen.

Marinus is kapot, maar hij is het wel.

Wat ik ok doe of laat ik ben altijd typisch Marinus, dat hoef ik niet te bewijzen of te bevorderen. Ik ben typisch Marinus, maar anders typisch dan voorheen toen ik nog aan leerplichtigen  lesgaf, ook als ze niet wilden. Zelf ben ik leerwillig en weet hoe lekker dat zijn kan. gelukkig heb ik interne.took dat is stil zitten denken dat ik iets doe

 

 

Mijn werkplek, een vis die zich in een kom met water normaal voelt. Posttraumatisch autisme, noem ik dat.

Op die plek begon de tovenaarsleerling van mijn brein met zelfreflectie, interpretatie en bundeling van zwerfkennis,overdone ,overdosis

Home again: Spanning, hoge druk, overspanning er was nog geen plek om thuis te zijn, het was een plek waar niemand woonde, het leven ontbrak er nog, het was een museum dat schaduwen exposeerde.

Het was het huis waar Lief voor mij zorgde,  en mijn stemming bepaalde, mijn dag- en mijn slaapdienst, en omdat ik daar ongelukkig mee was begon ik mij af te vragen of ik hier blijven moest.WSij, wij waren teveel om éen thuis te zijn.

Als ik op mijn werkkamer schreef  , buiten plaats en tijd, zat Lief meestal

NACHTVERHAAL

 

Een fantasie] Mijn slaapkamer nu is mijn jongenskamer van toen. Op deze plek vallen Heelsum en Emmen samen, Dat komt door het raam; daar hangt een licht doorlatend gordijntje voor .Ook laat het veel geluiden door. De muur rechts van mijn bed is één Steens dik, en laat het geluid van de buurvrouwen door. In Emmen kon ik mijn moeder met de buurvrouw horen praten.ze spraken over   idioterie rond the Beatles in Amsterdam Ook staan er boeken die ik las toen ik nog een jongen was :Old Shatterhand en Winnetoe, te laat te laat, zei Winnetoe, het zaad is al naar binnen toe dat was een belangrijk rijmpje voor mij niet in Emmen, maar in Den Haag  , omdat het over seks ging en op een bijzondere wijze rijmde. In Den Haag dook het  opergens in de kelder van de jeugdveniginging van de kerk  , Het was de tijd dat ik uiterst rijmgevoelig was, daarom kocht ik op een dag een dik blauw boek met gedichten van Leo Vroman. Voor mijn boekenlijst Nederlands, zette ik twee gedichten op de lijst. Dat was een tactische zet. Er waren maar weinig leerlingen die poëzie op hun lijst zetten. dus daar kon je mee scoren, en dat scheelde twee andere boeken, Mannekino ws ook een slimme keuze  Mannekino van Sybren Polet was een aardige zet om de Max Havelaar over te kunnen slaan. Nog altijd heb ik de Max niet gelezen

Mijn jongenskamer nu voelt als een variatie op mijn kamer in Emmen, ook daar grensde mijn kamer aan het toilet, en bevond het raam zich boven  mijn voeteneinde, zelfs de geluiden die daar door het raam naar binnen zoemden, auto’s ver weg, soms een trein, zijn ongeveer hetzelfde. Veel auto’s waren er toen nog niet.

 

 

Leo Vroman is dood Ter nagedachtenis heb ik op mijn atelier een gedicht van Vroman voorgelezen. Soms ben ik een jongen van 60.

Dat zeg ik niet tegen lief, Lief begrijpt

dat niet ,en vindt het onzin.

Het is geen onzin, het gebeurt, en meestal gebeurt het ‘s nachts rond een uur of  5,in elk geval op een tijd dat ik denk dat het morgen is en mestal zit ik dan op een stoel in mijn blauwe urinaal te plassend om Lief niet wakkker te makken kom ik mijn kamer niet af als het donker is.

 

Getallen en feiten voldoen niet om een nieuw  zelfbewustzijn te creëren .

Lief is meer van de getallen en de feiten. Ik ben van de geestelijke hinkstapsprongen,een jongen van 60 met een eigenaardige bezigheid. Ik stel mijzelf vragen. Vragen naar de bekende weg die ik kwijt ben .Nog steeds ben ik bezig om vast te stellen en vast te leggen wat het betekent om mij te zijn.het antwoord is nergens voor nodig.Ik weet hoe het is om mij te zijn. ik ben ht al vanaf 1953, ht is puberale quasifilosofie.ht is eenobsessie zoals ok de vraagwat mijn vader en ik vooer elkaar betekenden.ook dat is een obsessie., ht is een mysetrie en eist een oplossing

Het is een voortdurend thuiskomen.

Jan de

Jong,  een kennis van ons die af toe langskomt om het snoei en zaagwerk in de tuin te verrichten, staat op een ladder. Ik weet hoe de ladder voelt, maar kan er niet op klimmen.

Ik weet dat ik nog lang niet thuis ben.

‘’Dat is eigenlijk mijn werk, zeg ik tegen Lief, ze begrijpt me,

Dat deed jij altijd’’ ,zal ze waarschijnlijk denken zo denkt ze wel vaker en dat maakt haar verdrietig Ze kijkt een  beetje weemoedig en zorgelijk. Ze houdt zich vast aan haar koffie en ik, ben  weer ver van huis. De mok waaruit ik mijn koffie drink kregen wij ik als huwelijkscadeau.

Het is zoals de keren dat ik de doorbuigende ladder beklom om de dakgoten schoon te maken: rottend blad, beginnende berkjes . Op de ladder die en beetje meebeweegt met mijn voorzichtige stappen, het gevoel van de handen in de natte restanten natuur.

. Het deel van het huis dat ik mij door allerlei kluswerk eigen heb gemaakt moet hereigend worden, En dat kan alleen in mijn bewustzijn.Ik kijk graag rond in mijn werkkamer. Het is er koel er is uitzicht op wat buiten zijn eigen gang gaat. Hier liggen de roots

van mijn nieuwe toekomst.

Het is niet zomaar een dag deze dag, het is heet. Buiten rijdt een meisje in zomers zwart op een zwarte fiets voorbij, dat maakt mij vrolijk ze rijdt met losse handen zodat ze op haar iphone kijken kan, ze heeft witte oortjes in aan een wit snoertje. Ik hoop dat ze goed uitkijkt .Op de stoep bij de bushalte staat een dikke vrouw met kort grijs haar. De bus rijdt voor. er de dikke vrouw met kort grijs haar stapt in gelukkig maar, het meisje in het zwart. was geen gezicht Mooie meisjes fietsen. zoals Lief die op haar fiets naar Oosterbeek is, vanwege pijnlijke voeten.

Vanmiddag reed er een meisje voorbij, zwart gekleed, kaarsrecht opeen waardige trendloze fiets, haar haar was meer wit dan blond, ze kwam van rechts, reed de Dopheidelaan in en een tijdje later kwam ze terug om rechts af te slaan, een mysterie van grote schoonheid.het mooie meisje in het zwart was toen al lang voorbij,als zemaar niet gevalllen is, of aangereden.

Ik lig alleen op een kleine kamer naast de grote kamer waarin in Lief in het dubbelbed slaapt, óns  bed. Af en toe hoor ik haar radiootje en weet  dat ook zij wakker is. ‘

Zij kan mij door de muur heen horen snurken, daarom slaap ik hier en niet daar. Ze wil niet wakker worden van mij, Daarom ga ik mijn kamertje niet uit als ik plassen moet. Voor de nacht staat er een urinaal. Daarmee begint het denken.

Ik zit op de stoel met mijn geslacht in de hals van het blauwe urinaal. Dat is vervelend, maar artistiek romantisch.eeninspirend soort verlatenheid In de verte hoor ik het verkeer dat over de brug rijdt,ikk vraag mij af:Als ik dood wil, hoe doe ik dat? Ik ben niet suïcidaal. Integendeel. Ik ben  wakker, dat is alles.maar’s nachtsIk houd ik  van die vragen, het is een pervers soort liefde voor mijn leven: hoe erg is doodgaan, en als je  wilt , hoe doe je dat als je aan één

kant verlamd bent waardoor de mogelijkheid om de brug te bereiken nihil is. Met Lopend red  ik het niet en om mijn 3 wielfiets uit de schuur te halen moet ik naar buiten maar ik wil Lief niet wakker maken. Ze slaapt toch al te weinig, net als ik.

Dan zal ik de keukendeur open moeten sleutelen maAr die klemt net als de schuurdeur, Dat zou Lief horen. Lief hoort alles, ze zou geschrokken, verontrust gaan kijken, ze zou mij zien. ze zou overstuur zijn. wanhopig verdrietig,zoalls op de dag dat ik in de ambulance nar Ede gereden werd.

Ik houd van Lief en van het leven, ons leven, dat af en toe knarsst als een deur die klemt.

Ik denk wel eens dat ze me kwijt wil omdat ik lastig ben , maar eens suggestie van mij in die richting wordt meteen afgestraft: Natuurlijk niet idioot.

Dit valt niet uit te leggen.

godverdomme Marien, wat doe jíj hier?

Je loopt op je sokken in je onderbroek.

Moet ik de dokter bellen?

Ik wil naar de brug zeg ik toonloos. Springen.

Ze draagt haar sloffen, haar pyjama, zonder bh.

Grappig dat ze zo buiten staat.

Ben je aan het slaapwandelen?

Het zou best kunnen, antwoord ik

Ga gauw terug naar je bed, zeg ik.

Het is veel te koud hier.

Haar tepeltjes steken kleine kopjes op onder haar nachthemdje. . Ik leg mijn hoofd tussen haar borsten en ga naar bed dat van die brug had ik niet moeten zeggen

Je bent gek, zegt Lief, maar dat is het niet.

 

Was je bang? , vraagt ze ‘ s morgens

Had je een hallucinatie?

Je moet niet denken dat ik Alzheimer heb of  of zwaar depressief ben of een hallucinatie had, dat s war ze bang voor is als ze aan mij denkt.

 

Wat dan? vraagt ze .

Ik wilde van de brug afspringen.

Ik wilde naar Heeteren, zal ik dan zeggen. Zodat zij zal zeggen, ik denk dat je aan het slaapwandelen was. hoe denk je daar te komen schat?

Lief ligt in bed .

ik houdt ervan als Lief godverdomme zegt, daar kijkt ze zo lief bij.

maar ook heel verdrietig,dit is hoe het is als ik denk enin duet met mijn verbeelding.mijn denken verbeelding wordt.Ik ben klaar met plassen en kruip mijn bed in.Als ik nog even  lezen wil, valt mijn e-reader uit mijn hand. Dus vloek ik en ga verder met eigen fantasieën.als ik de flap van mijn dekbed over mijn hoofd sla is het alsof ik in mijn kist lig en het deksel dichtsla, het is een goed en velig gevoel, het dekbed is rood als de voering van Dracula’s mantel.

Ik stel me voor hoe het dan verder gaat.

Waar begint het composteren en hoe lang duurt het voor ik aarde ben  Ik val in slaap. ik vind het heerlijk om te leven. suïcidaal ben ik niet. behoefte aan psychoanalyse heb ik niet, aan extra pillen evenminma arsoms als ik een vrachtwagen zie, denk ik hoe zou het zijn om voor één van die wielen te fietsen ,gewoon uit nieuwsgierigheid. Suïcidaal ben ik niet, ik ben een romanticus. Ik ben blij dat ik leef, en dat vier ik nu en dan met morbide fantasieën.

Als Lief een ambulance met jankende sirene hoort passeren, moet ze huilen, dan huil ik een beetje mee, de achterafervaringen,

 

 

De eerste

[groot klimmendaal 24 december]

 

Het is kerst.

In de kerk waar veel mensen in rolstoelen zitten, zit ik ook.

Een blind meisje geeft een kerstkaars door.

Het vlammetje waait bijna uit.

En  ik voor het eerstbesefte ik: bijna dood geweest. dust in the wind,

stuifzand en piepschuim, wat rest is verte en horizon zijn.

Daarom moest ik huilen.

Ik zat naast Lief en moest huilen. Tegen haar schouder, zij begreep mij. Dat scheelde woorden.

Het was de eerste keer dat ik huilen moest vanwege mijn CVA.

 

Eindelijk begreep ik het,

Lief begreep ook,

de achterafervaring:

bijna dood geweest.

meisjesgevoel

 

Ik lees te weinig ik lees teveel monitor dus besloot ik opde bsmk eemn bek te lezen, een boek wrin een theoloog geloofs wijsheid in kunstwerkent e ontdekken,het was een saai boekin de boekenkast voor mi stonde enfoto vanmijn vader, mijn jonge vader,een foto van mijn moeder en eenfot van mijn zus Jansje Goede.mensen Mijn leven was voor een belangrijk deel het hunne, we liepen samen dichtbij elkaar in dezelfde geschiedenis.

 

Allemaal dood dacht ik.Ik ook bijna, dat vin dik een dubieus zinnetje het  is zo sentimenteel, het is vragen om gevoel; van dat huilerig schoolmeisjes gevoel: ergens op een hoek staan huilen. En het geschiedde, ik moest huilen, van dat schokkerige bijna geluidloze huilen,  met nu en daneen snik, ik verborg mijn hoofd met een kussen en herhaalde de woorden hardop. Ik zou op mijn alarm kunnen drukken en via de intercom de vraag krijgen: dag Marinus, is er wat, en dan zeggen ikmoete huilen ik heb verdriet,  pijn in mijn hersenletsel, en dan zou er iemand komen en dan wist ik niet wie en zou er spijt van krijgen

Op een zomermorgen 2010 schat ik waren Lief en ik naar het gemeentehuis van Renkum in Oosterbeek. Iets met een identiteitskaart meen ik.In het bushaltehokje wachtten wij. Er passeerden een politieauto en een ambulance met veel haast en lawaai. Lief moest huilen, hartverscheurend huilen. Ik wist waarom, ook ik begon. Mijn brein kan huilen heb ik ontdekt

‘’Dat was niet voor ons’’, troostte ik haar, maar ze zat daar bijna alleen. Die identiteitskaart was dan niet nodig geweest, het verstand huilt hersencellen.

Elke keer als er ergens met veel lawaai een ambulance komt en gaat, zeggen wij, ‘’die is niet voor ons’’.

Bijna dood: lege stoel, Altijd als ik ergens zit denk ik: hier had ook niemand kunnen zitten of als ik met iemand praat denk ik: hier had iemand alleen kunnen staan, in zichzelf pratend. Niemand luistert naar hem;  dodgaan en dood zijn lijken mij niet erg, maar de vraag is hardnekkig: wat beteken het om een gat in de leegte te zijn, stof in stof lucht in lucht, leegte in leegte, zo verschrikkelijk helemaal niks, en niemand om tegen te praten of boos op te zijn of tegenaan te huilen vanwege het wapperen van de geest.

Nutteloos identiteitsbewijs. We bestaan. Met elkaar en in elkaar, Lief en ik, ik met droefheid en schuldgevoel. Wat doe ik hier? Wat valt er nog te bewijzen.

, wat zou er gebeurd zijn al ser voor medicijnen gekozen was?

De computer bepaalde random, in welke onderzoeksgroep ik terecht kwam. Wat als ik in een andere groep terecht gekomen was? Ik zou op die avond niet kunnen kiezen als ik het zelf had moeten  doen, ik zou niet eens hebben begrepen wat hoe en waarom? Hoe dan ook, wat dan ook ze hebben goed gekozen.

De derde

 

Gisteravond op het trouwfeest van Karen en Nout, heb ik gedanst zoals ik voorheen nooit gedaan had. Op een beetje pogo na tijdens een partijtje punk op het van Lingen college. Pogo een hardhandig soort intimiteit.

Mijn zus Wilma had mij de dansvloer opgedwongen en met behulp van mijn stok, horizontaal, enik verticaal aan de stok aan het dansen gekregen, headbangen met mijn haar dat tekort was, met haar en met Piet, mijn grote broer. Wij tweeën, broeders,  oude grijze broeders, nostalgische luchtgitaarrock met een vleugje disco.nu en dan.en  Wilma, mijn zusje, mij noemt ze broertje,

Broers en zus.

Na afloop, zat ik buiten bij een open vuur terwijl de bediening lekkere hapjes bracht: ik ben er wist ik, ik ben tot hier gekomen, koude benen, met name het linker, maar lekkere hapjes  vriendelijke mensen en goed vuur. Mijn mooiste nieuwe verleden

je stond er, zei Karen. Het was een heftige ervaring op slechte muziek een aanwinst voor mijn nieuwe verleden, ik bof maar. Het zag er niet ut, mkaar je stónd er, zei Karen.

 

Via het atelier werd ik uitgenodigd om in Nijmegen op de HAN college te geven aan eerstejaars studenten. Over de manier waarop zij en ik om kunnen gaan met hersenletsel lijders en andere handicaps, de heftige drang om tegen eén van de zuilen te plassen drukte ik de kop in.

Ik stond bij een katheder de volle zaal te bespelen met een spontaan geïmproviseerde performance en dacht opgewonden: godverdomme, bijna dood geweest en nu sta ik hier, dat overkomt mij vaker, Ik bof maar.

 

De derde

 

Het is juli 2009

Margriet en Lief zitten met mij onder het balkon in de zon te praten over deze ingrijpende gebeurtenissen.

, Een glas wijn en wat nootjes erbij,

Alles is zomer en prettig.

Margriet begint te huilen.

Wat is er?, vraag ik.

ja wat denk je, zegt Lief tegen mij.

dat je bijna dood was, zegt Margriet

ik heb nooit beseft hoe zij mijn bijna-dood

ervaren hebben.  Wat dat betreft, hebben zij, meer ervaren dan ik.

bijna dood gegaan zijn is een ego-ervaring geworden, waarmee ik het egocentrisch universum betrad.

niet alles draait om jou, zegt Lief wel eens.

Dat weét ik, maar ontken ik meteen.

Ik ben het centrum van het universum waar ik in leef.

Dat is eén van de vele kleinigheden, die inmiddels groot en betekenisvol zijn gaan worden, de geschiedenis is niet meer dan een decor waarin het kleine wordt uitvergroot. Mijn werkelijkheid is gemythologiseerd, om minder banaal te zijn. Volgens de narratieve identiteitstheorie is het verhaal niet alleen een vruchtbare metafoor om de persoonlijke identiteit te beschrijven, maar construeren mensen hun identiteit daadwerkelijk met behulp van (levens)verhalen’’die verhalen hebik gezocht en opgeschreven, daarmee hebik op intense wijze mijzelf herzelvigt.ik heb ze niet vanmij afgeschreven, ik hebze binnengelaten en welkom geheten.

Verminking en vermanking verdragen het banale niet; ik zoek naar meerwaarde door mijzelf te verbaliseren. Meer dan beeld ben ik woord, typisch protestant,altijd geweest verhalen creëren waarin diverse werkelijkheden éen nieuwe creëert, waarin al mijn personages ,rollen en zielen met elkaar in gesprek zijn  en samen Marinus worden. Taal houdt ons bij elkaar. Als ik mijn taal verlies ben ik mijzelf kwijt, dood misschien., niet bijna, maar wel zo goed als. Afasie is niet alleen een communicatieprobleem, het is een existentieel probleem; dat ergens in je   woorden zijn die noodzakelijk zijn voor je persoonlijkheid, maar je kunt ze niet vinden; tussen voorhoofd en tenen zijn ze zoekgeraakt, dat weet je als je loopt praat en kijkt. Ik ken een bijzondere man man dihier in  is een grote persoonlijkheid voor mij, hij heeft wat veel anderen niet hebben als ze mij ontmoeten. Hij kijkt door mijn overdosis heen, en lacht met heel zijn persoonlijkheid: Hij ís.maar wel een man die woorden mistmaar zijn taal; is zíjn en liefde, hij is er niet voor zichzelf, detaal die hij mistís hij.Ik houd van die man.Niemand zoals hij.

Lief is meer van de beslissing. Doen. Uitvoeren, ik stel uit, als het aanmij had gelegen die avond was ik er nu niet geweest.

[Voor Rita:

[Voor een huwelijksjubileum, lang terug; groot feest.]

De avond ervoor liep ik boos, door de velden ergens in Oosterbeek,het regende, en ik was koud en nat. boos en alleen, toen liep ik nog alleen, zonder stok, toen kon iknog denken zonder overdosis.

 

 

zoals het is

 

 

 

 

[Voor Rita]

 

Je moet geen grote woorden zeggen

Je moet geen zware vragen stellen

Je moet geen diepe stiltes leggen

Tussen onze daden in

Geef mij verhalen en wat grappen

Geef mij gesprekken die verdwalen

En als je van mij houdt

dan lees je daar vanzelf wel in

wat mij bezielt

 

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Zoals het is

 

Vraag mij niet naar mijn gedachten

Wat ik denk weet god alleen

Ik gooi wat steentjes in een vijver

En zie de kringen eromheen

Jij ben geen puzzel die ik oplos

Ik ben geen antwoord op jouw vraag

Ik ben gen blijvende garantie

Ook al wil ik nog zo graag

Vanwege jou

 

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Mij aan tafel mij in bed

In nabijheid en gemis

In die wisselende mix

Van weer verliefd en ergernis

Zoals het is

 

Ik ben de jongen, jij het meisje

En inmiddels flink wat ouder

Jij bent moeder vrouw vriendin

Ik ben vader man en vriend

En almaar weer word je mooier

Almaar weer word je sterker

En ik denk wel eens met zelfspot

Dat je beter had verdiend

Maar het is goed

 

Zoals het is

 

We zijn getrouwd de dag bestond uit een broodmaaltijd met familie en een paar vrienden en het woord war het om ging: ja ;taal van de belofte. wat die belofte uiteindelijk inhoudt als je hem aangaat weetj e niet, wat voor sommigen een reden is om er niet aan te beginnen, net als het krijgen van kinderen.

wij zijn er aan begonnen en hebben dat opgevat om door te gaan.

Mensen die beweren dat ik een goede leraar was moet je niet geloven. leerlingen die dat zeggen, hebben gelijk , zijn leerlingen die dat zeggen, daar ben ik blij mee,dat zijn bijzondere leerlingen, leerlingen met gevoel voor de hinkstapsprong.

Voor wie schrijf ik dit? Vor wie wil ik zingen?

Voor wie ik liefheb wil ik zingen: voor lief,voor Kare, voor Marghgriet , voor \Nout en Marius, en David SofieEmma en Oscar

Zelfs de betekenis van woorden daden en blikken moet hervonden worden. Ik heb leren drijven op de tijd, en leren kiezen tegen de stroom in.,en ik moet waarmaken wat ik ooit voor  theatervoorstellingen geschreven heb.

ik zingen met mijn allaatste restje stem

 

 

Ik moet weg uit dit huis, of uit dit leven, kinderachtig, dit melodramatische puber denken. Als middelbare scholier bedacht ik dit soort dingen ook al.

Doodsverlangen is voor pubers

die een opstel moeten schrijven.

Zoals ik,

ik zat wat verloren in klas en lijf.

Ik loog diepzinnig en dacht een 8

De leraar dacht een 5.

 

HOE IK UITEINDELIJK KUNSTENAAR WERD.

Op de middelbare school maakte ik ‘’een tekening waar ik tevreden over was,

ik tekende een rat die de wereld opvrat, een puberale middelmatige gedachte, maar het was mooi getekend, Met kroonjespen en inkt, de lijn was rauw het totaal oogde agressief, en nihilistisch. Doem, het gaat mis met de planeet. Voor het eerst begon het probleem van de milieuvervuiling in kaart gebracht en maatschappelijk en politiek aan de orde te komen.: Ecologie  Ik zat ergens in een uithoek van de nieuwbouw van het Waldeck colllege in Den Haag tijdens de dag waarop dat gebouw met een tal van activiteiten geopend werd. Overal gebeurde wat, ik zat bovenin het gebouw op een overloop aan een lestafeltje subversief te zijn .De rector passeerde, bekeek mijn tekening en maakte zich zorgen over mijn geestelijke welzijn, dat Maakte mijn rat nog mooier Het was een subversieve rat.   Subversief betekende dat ik  de wereld aan het denken had gezet ik ging underground. You say you want a revolution

Well, you know

We all want to change the world

You tell me that it’s evolution

Well, you know

Revolutie was een riskant begrip dat ik van horen zeggen had. Revolutionair was ik niet. We all want to change the world.( Beatles)ik geloofde in de Eindtijd, het evangelische stokpaardjedevangelische stokpaardje, de tijd onze tijd voordat hEt Einde beginnen zou,wen Jezusonde bazuingeschal als oberwinnaar terug zou komenop aarde dat was holywood compatible fantasy.de herschappij bvan het best en de hoer. Dat leek mij wel watOIpenbaringen ws een aangenaam Bijbelboek voor pubers, je kon er mee doen wat je wilde De hoer en het beest.op het internet zijn afbeeldingen genoeg van geile hoeren te vinden, maar die van Babylon komt er bekaaid van af.Ik had het in die tijd zelf moeten  doen maar was daar te verlegen voor. Ik wildeWillem Holtrop zijn, zonder vuige seks. die kende ik uit Aloha die ik las bij een vriend Mijn poging Robert Crumb(ook Aloha te zijn mislukte. Hoewel iemand op een dag over een strip van mij zei: het lijkt Robert Crumb wel. Dat was het spannendste wat ik deed. Een op een dag besloot ik nooit auto te zulllenrijden, een tijdlang wilde ik zelfs niet mee in de auto van mijn vader en moeder, ik nam de bus of de trein, Opeens was ik iemand.Ik paste in de tijd.LL Lay, lady, lay, lay across my big brass bed
Stay, lady, stay, stay while the night is still ahead
I long to see you in the morning light
I long to reach for you in the night
Stay, lady, stay, stay while the night is still ahead

op een rare schuine wand op zolder, de kamer waar ik sliep met mijn broer maakte ik een collage waarin ik afbeeldingen van Lizz Taylor verwerkte. Vooral haar decolleté uiteraard.(welk tijdschrift? en waar vandaan, die man md stond er ook bij, maar die heb ik weggewerkt.

Ik tekende veel boompjes Raampjes en duiven., maatr niet echt de boom was ht koninkrijk Gods en de duif was de heilige geestmaar lizz taylor ws gewoon en lekker wijf , geen symbool maar een icoon. dat ws hete eerste beeldende werk dat ik als kunst beschouwde, maar Jezus was belangrijker uiteraard, maakte ik mijzelf wijs. Mijn vader heeft die collage nooit gezien, hij was te druk mtde Jezus vande kansel.

Af en toe een Adam en Eva als aanleiding een blote vrouw te tekenen. Met een ontwerp oor Veronica’s top 40 lijst verdiende ik de lp Nashville skyine.een zeer a-tische dylanlp’mete de mij prikkelende tekst: Lay, lady, lay, lay across my big brass bed
Stay, lady, stay, stay while the night is still ahead
I long to see you in the morning light
I long to reach for you in the night
Stay, lady, stay, stay while the night is still ahead
’ ,gek werd ik van dat idee, éen en al taboe. en ik deed zo mijn best zuiver te blijven, stel je voor dat mijn vader dit zou horen. Donald Duck tekenen kon ik niet. Schilderen deed ik niet, ik had geen materiaal en geschikte ruimte daarvoor. Op het lege zoldergedeelte creëerde ik een ingenieuze modelspoorbaan warop de treinen meestal stilstonden. Kunstenaar was ik niet. Politiek evenmin, de maatschappij was een door mij te kritiseren abstractie, het ws de ve of destruction.bevolkt door aplitieke demonen, dat alles in Jezus’ naam ‘’ One way Jesus. Overtuiging,ideologie van religieuze outsiders.Jesusfreaks’’Jesus the Real Thing Religie is goed voor toegepaste, ingekaderde, ingelijste academische conservatief orthodox inimaar niet voor het egrote vrije gebaar kunstzoals hthet ontembare werk van mijn beschadigde hersenhelft, dat vrijheid in vorm denken en beschouwen zoekten darbij alleswat blokkeert overruled.van de exacte taakverdeling llvan het creatieve breinteam ben ik niet op de hoogte, ik ervaar het niet als breinwerk maar als sport, motorisch, het is geest. ht is dialoog, ik enmijnkunstwerk en de de ruimte daartussen. Hoe de taakverdeling links rechts is weet ik niet mijn rechterhersenhelft is zwaarder beschadigd dan mijn linker, dat weet ik,Waar het vandaan komt weet ik niet, ht komt ergens vandaan, uit de chaos vanhet constante heen en weer wrin het brein functioneert en zich op die wijze ontwikkelt, dat is wat ik weet omdat ik kunstenaar geworden ben en gefrustreerde puber ben geweest.Maar het is er altijd geweest,de verbeeldingskracht iets van alles kunnen maken, en alles kunnen maken van iets, altijd gedreven door associatie en de drang dat wat zich gelden laat vorm te geven. Dat is nu erger dan ooit. Het grote gebaar, heeft het kleine gedoe als druppels water met de ruitenwisser van de voorruit gezwiept, en alles wat ik miste op de academie biedt zich nu aan in volle vrijheid en herkansing I k recycle mijn geschiedenis omdat ik nieuw wil zijn.

In Arnhem heb ik gestudeerd aan de kunstacademie. De vrije richting, autonoom kunstenaar zijn leek mij te onzeker, sex and drugs and rock and roll., de enge wereld warvan mijn ouders vreesden dat ik er sklachtoffer van zou worden, daarom koos ik voor de docentenopleiding en onttrok ik mij aan het studentenleven, dat zou mij  benauwen. Zo was ik niet.helaas, Tijdens mijn studie woonde ik bij mijn ouders en trouwde met Lief. Ik heb mij nooit als kunstenaar beschouwd ik maakte dingen, maar kunst en kunstenaar zijn bleef verre van mij. Kunst was in die dagen voor mij het maken van iets moois met een betekenis. De wereld moest beter, de wereld was bedoeld om Koninkrijk van God te zijn, en Jezus was de weg. Mijn taak was het om anderen daarvan te overtuigen, de burgerlijker commerciële samenleving. was anti Jezus ‘ Als het moest van de economie,zouden wij ons vruchtwater vervuilen, stond op de poster, die mijn favoriet was. Het rode boekje voor scholieren , pleitte voor condoomappparaten op de scholen, dat ging mij te ver, ik beperkte mij tot werelden die tenondergingen in eigen smerigheid of werden opgevreten door ratten. de horror vande godloze wereld

ook dominees waren links in die dagen,- mijn vader niet en ik hooguit een beetje. Dit alles was te weinig om kunstenaar te zijn.

Ik dacht dat mijn middelbare schooljaren een nietSzeggende frustrerende periOde was, gekenmerkt door mijn vader, zijn studeerkamer en ik. Wij hadden niets bijzonders met elkaar, dacht ik,ik vraag mij altijd nog af wat.ws ht liefde of verwachting.en waarom obsedeert mij dat?

op de academie was nog zo iemand als ik. hij woonde in een souterrain in de rosse buurt van Arnhem, en ik woonde in Doetinchem, samen deden wij christelijke dingen met bijbel en bidden, sneue dingen.

Als dstudent volgde ik de verkeerde studie, de academie is geen school war je les kruijgt bvanleraar die voor de klas dingen uitlegt en popdrachten geeft. De academie was een plek war je onderwijs waar je gebruik van moest.onderwijs was er een product van wat je wilde, maar ik was Marinus, ,  afkomstiguit   een beschaafde, burgerlijke scholengemeenschap en idem gezin, van waaruit ik nooit deelnam aan eigentijdse wilde avonturen dus wist ik niet wat te doen op die academie. De toelating tot de academie, was een misverstand. Terechtgekomen  in de communicatie over en weer tussen Zijn en niet zijn ben ik kunstenaar geworden.

Wat ik nu weet wist ik toen nog niet, ik zou het graag over willen doen.

om kunstenaar te worden moet je eerst iemand zijn je moet er mee opgroeien,je moet het jexelf moeilijk durven maken.

 

Altijd in gevecht met de engel die woont in de afwezigheid tussen subject en object. de leegte, het multiversum, het mysterie van de afwezigheid, De seculaire mystiek van de aanwezigheid. afwezigheid is ht bewustzijn daat er iets geweest is. De dingen en de ondingen (met dank aan medekunstenaar Mario ter Braak.).Dat wat ik toen niet leerde omdat ik niet wist hoe ik mijn bronnen daartoe aan kon boren. Bronnen en talenten zat, maar een slechte rentmeester, Jezus zal niet blij met mij geweest zijn.Ook met die kutvoorstelling niet, die was als de nasmaak van frites: melig .Mijn CVA is een strenge leermeesteres, mijn hersenletsel haat ik, maar wat het mij geleerd heeften doen ervaren  ,heb ik lief. Wat ik toen niet leerde en kon, kan en leer ik nu. Ook dat is revalidatie en herzelviging.mij echte academie heet Atelier23. Daar krijg ik geen les, daar krijg ik kansen. Tijdens een kerkdienst keek ik voor mij uit, door de muur heen, en tussen mij en de verte bestond niets dan leegte en ik wist: Dat is god, die prachtige niet te illustreren absolute vrijheid, het wit in de schetsen van Rembrandt.de witte rechthoeken in de victory ictory Boogie Woogie,van Mondriaan, ,mijnfavoriete wit, ontroerend wit, gaten in de materie, gaten in de tijd, daar houd ik mij vast om niet te vallen. Dat is niet mooi, dat is  afwezigheid dat is wit.dewerkelijkheid van wit, dat kan ik nog niet. afwezigheid  toevoegen aan de leegte .

Kunstenaar Ger vanElk liet een houtenblokje op de meest stille plek op de oceaan wit schilderen, Dat blokje creëert afwezigheid, vanhier tot elders, de horizon voorbijDaar blijf ik staan om elders te zijn, de ondertussentijd, mijn tijd

. Na mijn examen en mijn CVA begon voor mij het echte leren, het is goed zo, de docent is student geworden onderwijs is studie geworden: zelfstudie.

Dit is alles,dit is mijn leven: zijn in het zijnde, nooit alleen, nooit all by myself. als ik schilder besta ik.dan besta ik in dialoog mte mijzelf, dialogisch

als ik deze tekst citeer schrik ik. Celine Dion, inmijn woning, wel lekker eigenlijk, dit is geen kunstacademie, dus mag het. ik ga Abba luisteren en een ingewikkeld boek lezen over het geheugen: het Vergeetboek van

Douwe Draaisma

Het varken heeft de modder gevonden en scharrelt verder zijn leven door, niet bang voor de slager.

Voorbij is wat ik voor een voorstelling schreef:

 

Het gras is groen dus ook de wei

de slagerij is ver van hier

ik ben de stier, ik snuif de lucht

ik heb genoeg aan wat er hier

rond mij is aan lucht en gras

en alles is zoals het was

hier ben ik jong maar op een dag

waag ik de sprong, dan ga ik weg

 

het hek is groot, dat houdt me klein

maar zo te zijn dat valt wel mee

de verte is een fraai idee

ik ken mijn plek, ik heb het goed

ik word gekoesterd en gevoed

en zeurt de vrijheid aan m’n kop,

dan zeg ik ja maar zie er best wel tegenop

 

het is zover ik moet hier weg

de wagen in, de wagen uit

ik word onthaald op hels geluid

licht en kleur, schel gefluit

op wat gezegd wordt en verwacht

zo kijk ik toe, word ik geplaagd

ik word tot daden uitgedaagd

maar weet niet wat en hoe

 

 

Dit alles heeft mij leren denken veranderen en en ontwikkelen tot over mijn CVA heen ik was  zoveel meer dan ik dacht. te zijn.Hret heeft lang in mijn hoofd gewroet als een mislukte jeugd en een mislukte studie waarom is mij ontgaan wat de bedoeling ewwas, warom ontliep ik lelessen om in de wachtkamer vanhet station een boek te schrijven  en dat ik inmiddels heb weggegooid, waarom ging ik niet met jAsgenoten naar de Documementa in Kassel en  waarom woonde ik nog thuisendeelde ik ht bed niet met Lief .ik was bijna 20 godverdomme,overal kwam iedereen in opstand, en ik legde mij overal bij neer ik heb een belangrijk deel van mijn leven, daar waar de kansen lagen verkwanseld aan lafheid, bang iets te verliezen watnauweliks de moeite waard was om vastgehouden te worden. Mijn voorgeschiedenis voldeed niet. Al voor mijn CVAwas dit  een permanente frustratie, goed voor 14 theatervoorstellingen op het Van Lingen College waar ik docent en kunstenaar werd. ik tekende, ik schilderde en schreef zonder God. Daar was ik Marinus. ana mijn CVA werd dit een obsessieve kwelling.

Na mijn CVA ging ik gestelijk terug naar de examenklas van mijn VWO,  en ht begin van mijn studie.DE precieze data weet ik niet, ik was18 jaar .1971 (?). voor het gemak houd ik het op 1970.

In Den Haag werd ik afgewezen B ij de academie. in Arnhem, na een morgen stilleven tekenen werd ik aangenomen. Toen ik geslaagd was dacht ik: is dit alles? Nu,a  mijn CVA weet ik dat het voldoende was Kunstenaar was ik toen wel ik wist alleen niet wat dat inhield, daarom was ik het niet.

Mijn CVA heeft nmij teug in de tijd gezet. Heel vaak ben ik 17 niet als gevoel; je bent net zo oud als je je voelt, maar integraal.ik leef nu aansluitend op toen.

kunstenaar is is leefstijl en bewustzijn.darom moet je niet baptist zijn en willen evangeliseren,dat is propaganda en fdat is slechte kunst, zoals de Peking opera duidelijk maakte Dat is wat ik nu denk te zijn.

 

atelier 23

.

Er zijn wel eens dagen dat ik daar niet aan denk, maar als ik langs een sloot fiets denk ik eraan.op weg naar het atelier fiets ik langs water Vandaag lag er ijs op het water, te koud om er in te fietsen , kopje onder te gaan en niet meer boven te komen.

Vanmorgen toen ik terugfietste van de kerk verliet ik het terrein met een  plotseling opgedoken uitspraak: de God die niet bestaat, is een goede god, een constatering.waarvan ik nu het belang van  besef .Niet de betekenis, maar de woorden en hun samenhang, vrijheid en troost, dat waar religie goed in kan zijn, net als kunst. Ik word geraakt door beide.

 

In de jaren 60, was outsider zijn een kwaliteit. , non-conformist

Ik was in die tijd outsider, maar dat had niemand in de gaten,. Ik had een sociale beperking, maatschappelijk zwakzinnig. Een sociologische outsider,of psychologisch probleemgevaldat in de boekenkast van mijn vader niet voorkwam. Ook dit is hersenletsel.

 

“Turn on, tune in, drop out”.

Motto van meuropsychodelicus Timothy Leary.

 

 

Dat zou je niet zeggen als je mij zg in die jaren.: Geen hangjongere, geflopte hippie, geen kleren die stonken naar oude rook of geknoeid alcohol.Geen zwarte vingers van het stencillen.prolrtstisch winkelen deed ikniet, bomaansklagen verachte ik. De Peking opera vond ik infantiel progressief. Mank, kapot, gestoord ben ik dat wat eigen geworden is aan cabaretcynisme in plaats van humor   drop out ws ik niet ik was leerling die nooit spijbelde schoolziek was ik wel vaak , dat wastactisch .Ook op de academie was ik geen drop out: ik was ik zag en ging naar huis: nothing in nothing:outsider.Ik keek toe, en daarom bestond ik

 

Daarom vloek ik en is mijn taal veel fatsoen verloren, ook dat is hersenletsel, sluis na sluis gaat open, steeds meer dijkbreuken., en stijlbreuken.

Ook dat is nieuw, mijn taal stond altijd strak en stijf van fatsoen, geen godverdomme, geen kut, geen neuken; hoewel Lief en ik geen gêne kenden om die woorden desgewenst te gebruiken,Nog niet

Turn on, tune in, drop out”

.Het typert hooguit mijn manier vvan  werken als kunstenaar:Ik schilder niedt, ik val aan.Als ik schilder ben ik Rock and Roll.

 

Upside down, helter skelter 

Who’s to saychanging

 

 

Op het atelier, ontdekte ik hoe het is om vrijuit te  gaan zonder vaste context. Ik werk buiten de perken, buiten de kaders. Ik handel, en laat gebeuren, de werkwijze die ik ook hanteerde als leraar. En aan het eind van de dag kijk ik naar wat er zoal ontstaan is. De werkelijkheid die in beweging is. Persoonlijkheid en ‘’zelf’’ als product van perceptie en dus niet statisch, als ding t buiten tijd en materie.

Pas op het droge weet de vis wat water is.Pas na min CVA weet ik wat perceptie is als hte gaat om identiteit hete is spartele en vorkomen dat ik van mijn stoel nast mijn stoel val tijdens hete opstaan, want dat kostte mij, minstens een maand pijn aan mijn ribben en het stempel: valgevaarlijk.

Soms lukt dat: zijn, wegvallen in wat ik doe, samenvallen met wie ik ben: Marinus zijn.’’ laat je maar gaan Marinus, zoals Lief weleens zegt..

Wat ik schilder ontstaat dan vanzelf; de hekken zijn weg. – Ik ben dus ik besta en dat is voldoende, dat is Marinus typisch Marinus die zo geworden is en in wording blijf andersdanooit. en daarom schilder ik, knip ik, plak ik, maak ik en verniel ik:

De orde van het oerwoud.waar bestaat wat elders al lang verdwenen is.Genesis, de orde die mij altijd eigen geweest is. De orde van verwondering en verrassing. Tijdsbesef en zelfbewustzijn speeltuin met schommel en zandbak mtr schepje enwater.typisch Marinus . Wat ik schilder ontstaat dan vanzelf, de hekken zijn weg- Ik ben dus ik besta, en dat is voldoende, dat is Marinus. En daarom schilder ik knip ik plak ik, maak ik en verniel ik: De orde van het oerwoud.waar bestaat wat elders al lsang verdwenen is,de orde die mij altijd eigen geweest is.de orde van verwondering en verrassing. In alles hetzelfde als voorheen, alleen mijn geschiedenis is veranderd, en mijn verleden vernieuwt zich. Een slang die vervelt, een plataan, Kwijtraken, afdoen, uittrekken. Eenui die geschild is wordtnooit meer een ui. Geen bekering, maar gebeurtenis, de orde bvan het geheugen enhet brein.De orde van mijn   kunstwerken die erom vragen verbrand te worden Scheuren, plakken. Verf die van mijn werk tot op mijn schoenen druipt. Het moet vies zijn, woest, ledig en ondoorgrondelijk geen boodschapgeenuitleg geen ander nut dan de wording ervan geen ander nut dan de God die niiet bestaat en desondanks een goede god is geen evangelie, geen therapeutische zelfexpressie. ik wil kunst als een fietstocht met Lief door  Engelanden zeiknat regenenop de mest kansloze pek van de trektochtal ons plastic schoot tekort.Of met Peter Buikema door Londen fietsen en op zondag een lekke band krijgen.en een winkel vinden die wél open is.

Het moet zijn als littekens op papier:rode regen. Verf als dikke aangekoekte modder,niet symbolisch, niet als gekozen concept maar als  werkelijkheid op zich, een schilderij met pijn. Met een pijnlijke ongeneeslijke huid die je aan mag raken en kussen als je wilt.Elke handeling die ik verricht moet een litteken achterlaten op mijn papier of mijn doek., die van mi of die van een anderWerkelikheid \zijn doet pijn, nrt als geschiedenis. Maar geengeboorte zonder pijn, pijnloos doodgaan kan wel, daar zijn medicijnen voor

 

Aarbleddak had oude ogen

 

en een jak van stierenvacht.

 

Wratjes waren op zijn droge

 

wangen droevig aangebracht.

 

 

Door zijn bordkartonnen kamer

 

kaatsten in paniek geraakte

 

konken van zijn beeldhouwhamer

 

waar hij mee te voorschijn maakte.

 

 

 

‘Scheppen’, riep hij ‘gaat van Au!

 

hier moet nog wat suikerschuim,

 

gaat vanzelf, zoals berouw.

 

Nog wat ronder. Bloedt mijn duim?’

 

 

(Leo Vroman, Ballade)

Herboren zijn door geschiedenis te schrijven. Scheuren, plakken, verf die van mijn schilderwerk tot op mijn schoenen druipt. Het moet vies zijn, woest,  ledig en ondoorgrondelijk. Het moet zijn als een litteken op papier. Niet symbolisch, niet als gekozen concept maar als werkelijkheid op zich, een schilderij met pijn.erern boom na een storm Met een pijnlijke ongeneeslijke huid die je aan mag raken en kussen als je wilt.

Aanraken alsjeblieft, anders zijn ze zo eenzaam, schreef ik in een toelichting bij een expositie. Het was fijn om te zien hoe ik op die wijze werd aangeraakt door studentes van de Hogeschool Nijmegen. Meisjes, veel meisjes, veel haar, veel hakken,  heupen, billen en het geluid van het verleidelijk lopen. Ht tikken vande hakken, het geroezemoes. Lichaam. Waar het om gaat is het lichaam dat je bent, het lichaam dat wij zijn. Ik en Lief.

Het laatste jaar heb ik vaak hezegt we moet ten maar stoppen met huwlijk zijn, wat selt het eigenlijk voor?

Ik ben kunstenaar zoals ik nooit kunstenaar geweest ben, dat wat ik altijd fout begrepen en als zodanig geaccepteerd had: het lichaam als kerker en wurger van de ziel.is een religieuze leugen waaraan ook Plato zich schuldig maakte

Ik en Lief zijn samen anders dan ooit. Ik koester de littekens van de geschiedenis.

Lief slaat harder met deuren dan mijn moeder ooit gedaan heeft.

Ik woon in een woonvorm war ikop mijn woorden etellen moet passen, vanwege de anderen, darmee doe ik mijzelf te kort, ik Mensen zijn mensen, maar ik ook Daarom ben ik cynisch onbeschoft, vooral in stilte en denigrerend in mijn continue oordelen.  Mijn brein is een gesloten systeem, wiedaar  ondanks de filters binnenkomt wordt dood geanalyseerd.Het is goed zo, laat ze maar lullen, ze weten niet beter.Maar esen foto kopieren vind iok geen kunst, en  knutselen volgens pastroon vind ik niet creatief, dat is huisvlijt, tijdverdrijf.Ik schilder en schrijf mt plaatsvervangend lef. De hrkansing,kkeuzes  impulsen enrerflectie dat wt mij tot kunstenaar maakt, denk ik.

 

Alles  wat ik aantrek

en wat een ander speciaal maakt

dat zit mij niet vanzelf

dus begin ik er niet aan

bij de club van vlotte praters

die de weg lijken te weten

op de avonturen-kermis

van een spannender bestaan

houd ik mij afzijdig best wel tevreden

met de dingen van mijzelf

zoals ze gaan

 

maar ik wil

 

het geld wel n’s zien rollen

en door smalle stegen dwalen

figureren in verhalen

die ik ken van horen zeggen

m’n vuisten durven tonen

en de zoete walmen ruiken

het genot kunnen gebruiken

om te vieren dat ik leef

 

ik wil het lef mijn leven niet aan lafheid te verliezen

en tegelijkertijd de moed daarin m’n eigen weg te kiezen

STAPPEN

liet ik mij ooit toezingen door leerlingen in een voostelling die ‘’Stappen heette

., In dit atelier wordt  veel geaarzeld n getwijfeld, gepopeld en gepoogd,gevloekt engezucht omdat er veel mislukken kan  omdat er veel gewild wordt met vaak een  foto als voorbeeld,dat wat voldoet als kopie  en mislukken kan .een goed gemaakt werk dat als kopie stdat gelukt is, den  voldoet aan de gewilde voordstellilng, met  vaakeen  foto als voorbeeld; . Dat mislukt vinden  hier is  hier vaak jezelf mislukt vinden iendat is vaak gevolg van de beperking die ons hier naar toe heeft geleid, gebracht en gehaald met vervoer op maat   het is hier altijd het begin van lente, het is het ultieme grensgebied,tussen geest en verstand.(?).provocatie van het kunnen.de wereld als wil en vaardigheid,

altijd in de overgang, ntypisch kunst  ,daarom aarzel ik, popel ik en pauzeer ik door te schrijven, ik doe nooit éen ding tegelijk, net als de god die niet bestaat.Het zijn en nieit zijn, bijna was ik dood op een dag

outsiders

kunstenaars die zich door deze kunst lieten inspireren waren Picasso, karel appel, Paul klee, Julian Schnabel, Antonin Artaud, Salvador dali en Jean dubuffet.Jean Dubuffet wordt gezien als één van de eersten die art brut serieus nam. Deze Franse kunstenaar had een afkeer van de ‘normale kunst’. Hij noemde het onoprecht, oppervlakkig en commercieel. Hij was uiteindelijk degene die art brut (rauwe kunst.Hier wordt altid, gepopeld getracht en gepoogd,en veelal geduldig e nrtjes gewerkt hteht  is hier altijd het begin van lente, het is het ultieme grensgebied, altijd in de overgang, net als ik, ieder kunstwerk is een aarzeling daarom aarzel ik, popel ik en pauzeer ik door te schrijven,of te zitten en te denken aan doodgaan.

O, als ik dood zal, dood zal zijn

kom dan en fluister, fluister iets liefs,

mijn bleke ogen zal ik opslaan

en ik zal niet verwonderd zijn.

En ik zal niet verwonderd zijn;

in deze liefde zal de dood

alleen een slapen, slapen gerust

een wachten op u, een wachten zijn’.

 

J.H. Leopold

(1865 – 1925)

 

[ Verzen, 1912 ]

 

Ik doe nooit éen ding tegelijk, net als de god die niet bestaat.Het zijn en het  niet zijn,  eenheid willen en scherven zijn. éen zijn en het vele

Ik hoor bij de outsiders van de samenleving.  als nooit tevoren.

Hier ontwikkelen wij ons als individu, op bijzondere wijze, door elkaar te inspireren.Doen overheerst hier het reflecteren op eigen werk.Er wordt veel geleerd door te kopiëren.

een begin is.er ontstaat veel en er verdwijnt veel, mijn keuze is het om dat te laten gebeuren en accepteren als typisch Marinus, mijn zijn in het zijnde, de ziel van mijn handele:Ik ben geen afgebakend ik, ik ben een gebeurtenis, ik ontsta uit verf behangplak en verscheurde glossy’sen weer ben ik aan het ontstaan uit wat zich random aanbiedt., dat is concept of gesublimeerde lafheid.

 

 

Bijna was ik dood op een dag;

Denken aan doodgaan ias eenbelangrijke factor vanmijn zijn in ht zijnde, dat en boosheid en verdriet er zijn wel eens dagen dat ik daar niet aan denk, maar als ik langs een sloot fiets denk ik eraan  ||Dde moerasfgebieden vande LingeDe koele meren des doodsi n Sonsbeek:Jona,de Storm op zee.. bij de Rijkerswoedse plassen heb ik dat niet, daar kijk ik naar de bezoekers, Turkse vrouwen warvaner éen in een wwijd uitwaaierende boerka van lichte stof,dicht onfder het donkere wateroppervlak ze zwom erme als een elegant geklede vis in, ze ws een goede zwemster ht water met twee jogetjes die om haar heen zwommenmte uitgelaten stemmen, zoals meeuwen dat doen.  koele meren van de zomer die voorbij isDit is wat prediker bedoelde, denk ik.Iemand zien zwemmen in watre dat je dood zou kunnen zijn als je verdrinkt. Dat is leven Die zomer is voorbij.

Vandaag lag er ijs op het waterlangs het fietspad, te koud om er in te fietsen , kopje onder te gaan en niet meer boven komen, dat is geen depressie, suicidaal ben ik niet, maar gefascineerd door doodgaan ben ik wel, dood als deel van het zijnde , zoals d waarin ik ben en deel van ben. De  sloot en mijn brein zijn metaforisch even complex als een pornografisch trio: Je ziet nooit wat in wat verdwijnt en waar en op welk moment.het is waar alles omdraait.het niets van ht vele. Bomen die als meervoud hte enkelvoud ‘’bos’’ worden. De zachte dood van P.C .Boutens en Insomnia van J.C Bloem, hete is melancholie: droefheid op drie wielenWie drie wielen heeft heft er ook twee, eenmaal ben ikop twee wielen door een scherpe bocht gegaan,m dat ws eenschitterende dag, mijn linkerwiel bina een halve metEr boven de grond.

Mijn laatste fiets, een echte fietsmet twee wielen, was nog zo goed als nieuw toen hij gestolen werd.Nooit gebruikt door mij.

: de God die niet bestaat, is een goede god.dat is de grootst mogelike relativering van religie. En daarmee een belangrijk motto om mijzelf te ontspannen..

 

 

DE DRIEMETERMUS.

3 keer in de week werk ik op mijn atelier in Arnhem ik werk in een atelier moet ik zeggen, het is mijn atelier niet, het is een groot gebouw’’ ewaar diverse werkplekken zijn voor mensen die begeleiding nodig hebben bij hun werk. Ik heb er een afgebakende ruimte, die ruimte noem ik mijn atelier. Ik moet er niks, ik mag er bijna alles. Soms ben ik er docent omdat ik het niet laten kan.

westervoortsedijk

 

 

 

Maandag, woensdag en vrijdag werk ik op de Buitenplaats, een groot bedrijf waar ik schilder in een atelier.

Maandag, woensdag en vrijdagsmiddags ’s morgens met de taxi heen ’s middags half vier vier elke keer dezelfde route naar huis, naar Lief

Elke keer hetzelfde:

Eerst wachten op E.P. van de tuingroep, daar komt hij, broodtrommel onder de arm,’ Hard gewerkt Erik?’. Sorry dat ik te laat ben.

  1. heeft de neiging zich overal voor te verontschuldigen.

Wachten op W. die weer plassen moet. Daar komt hij, oranjerode korte krullen gouden ringetje in het oor,  dan langs de naamloze Friteskraam, die dit keer níet afgebrand n, langs Winkelcentrumpje Elderveld goed kijken wie er loopt en hoe theater van stoep en straat en gekleed  rijen auto’s, vrouwen op fietsen en fraaie hakken die ik niet horen kan zelfs niet met mijn zintuigen, kinderwagens met probleemloze kinderen; geen rolstoelers, gewoon mensen. Als ik er tussen liep zou ik knettergek worden: horen zien en flippen, alles buiten de bus is als een bruglaskamp waar je probeert te slapen.

Schuytgraaf  Arnhem, nieuwe nog kale wijk, denken aan Karen en Nout die daar wonen met kleine David.

Metamorfosenallee:  Albert Hein, Frietkraam, Winkelcentrumpje Elderveld, goed

Wie er loopt? en hoe gekleed ?altijd weer feest mensen achter geparkeerde auto’s, wachten tot ze te zien zijn. Vrouwen met mooie hakken en schreeuwend drukke kinderen, gewone mensen autodeuren klappen open en verdwijnen naar ergens. Het gewone no.Gh ongeschonden leven:

Elderveld, Presikhaaf, Lehmanweg [ houtwerkplaats voor mensen met een verstandelijke  beperking].

  1. rijdt. Lekkere muziek glanzende krulletjes, soms spreekt hij Spaans door zijn mobiel met zijn vriendin, handen los van het stuur. We wachten, . G en K . zijn altijd te laat. De donkere jongen met het lompe gewatteerde jack komt altijd als eerste naar buiten maar hij gaat opzij staan een sigaret roken.of gaat achter een eveneens verstandelijk gehandicapte collega staan en doet alsof hij die van achteren neukt, ze lachen.

Om 4 uur zijn  pas vrij, zegt O. om ons een beetje kalm te babbelen. Achter mij roept W.: ‘sigaretje  roken, reïncarnatie  toch claustrofobieprobleem? Die!

  1. houdt van moeilijke woorden die op het moment van uitspreken totaal hun betekenis verliezen, alleen bij Liefde toch’? hangt hij voor de duidelijkheid ‘bij Elly, Lidwien of Charlotte om de hals, en steekt een lange lebbertong uit, liefde toch’?, Latrelatie, stiefkind. het is medeleven in goedbedoelde onzin.3een dadaïstische vorm van het expressionisme.

en knoflooksaus. ’Die!’’ is W’s verbale variant van het digitale enter.

  1. roept met haar altijd vermoeide stem: ‘hou toch eens op, jij. Altijd zit je mij te plagen’. ‘Liefde toch’, roept W, die ongewenst tegen haar aan zat. Met zijn tong dreigt hij haar te raken.de spanning neemt toe.

W: .? Die! Ladderrelatie? Toch?

‘Blijf van me af, roept E., anders sla ik’.

Het squash balletje in mijn schedel neemt toe in snelheid, steeds hardere klappen slaan mijn geteisterde hersens verder tot pulp, ik weet niet meer hoe ik moet reageren?  verdedigen, corrigeren of terug slaan. Alles is onuitsprekelijk vermoeiend.

 

Alles te horen en te begrijpen valt niet mee. Daar is de waarneming te beperkt en te haastig voor.

TOPJES VAN HET VERHULDE

Een   verbeelde wat dubieuze herinnering.

Zomermorgen 2007(?)

Het zou ook een lentemorgen kunnen zijn, de zon scheen het was prettig warm

Lief en ik fietsen voor onze broodnodige religie naar de kerk,in Heelsum Lief draagt haar witte blousezodat de zon op z’n best was, helderwit zonlicht m te mooie billenop de fiets: zomer of lente, dat maakt geen verschilals je zo naar de kerk fietst.

Hee Vertrouwde woorden in vaste volgordes, bekende gezichten, welkom zijn.

Wij zitten altijd op een vaste plek, op de hoek van een bank. Dat is praktisch voor sommige situaties. Als iemand de rij in wil draai ik een halve slag en maak daarmee de doorgang eenvoudiger

 k   2 banken voor mij in de kerk, zit een jonge vrouw,

Iets in de 50, denk ik, ongeveer zo oud als wij. Dat noem ik jong

Het was in de tijd dat ik met stok liep, dat weet ik omdat ik haar als ouderling van dienst een hand heb gegeven in de deuropening. Elke zondag staat er een ouderling van dienst om de mensen welkom te heten, als ze mij zien, vragen ze:

Lukt het met dat trapje?

Zi jis geen ouderling, ze is diaken, weet ik nu e werkelijkheid heeft tijd nodig om werkelikheid te worden. Haar naam ken ik niet, wel gehoord mar al snel weer vergeten, iets met een D

Ze draagt een helwitte blouse en zwart haar tot haar schouders.

Gaat het,  vraagt ze,

ja hoor, dat lukt wel.

Ze bedoelt of het goed gaat met mij?

Mensen van de kerk leven mee met mij, dat maakt de kerk tot een goede kerk. Het is wel ingewikkeld om te weten wat ze bedoelen op momenten dat ze mij aanspreken. Is het liefde, is het plicht, is het solidariteit? Is het God? In een kerk maakt dat geen verschil, en doet dat dus niet ter zake. Het zal wel God zijn., de plicht van de liefde en gemeenschappelijkheid.S ommigen noemen deze ietwat kale kerk,  Huis van God’’. Hier woont een vriendelijke gastvrije God.Er brandt een kaars en daglicht valt door glas in lood. En soms onverwacht de zon. De hel bestaat hier niet als stok achter de deur,en de eeuwigheid hier duurt slechts een krekdienst lang, en dat is lang zat

Aanwezig zijn. Dat is de essentie van religie denk ik: aanwezig zijn being there Ga maar, ik zal zijn waar jij zult gaan is eén van de namen van God, zo waren mijn vader en moeder ook, ze waren aanwezigheid, Ik ken de meeste mensen niet. Zij mij wel, ook zij lopen met stok, maar zij zijn heel grijs en heel oud Z elf ben ik niet veel ouder dan de vrouw in de witte blouse voor mij. Als ze zich naar achter omdraait, zwiept haar zwarte halflange zwarte haar met haar mee, dat maakt haar jonger dan ik.

Mijn haar staat met grijze stijve krullen op mijn hoofd,en sinds mijn schedel is opengezaagd en weer dicht geniet, is de huid veranderd. En krijg il onvoorstelbaar veel last van jeuk en roos op mijn hoofd.Roos op je schouder hebbenis een groot maatschappelijk probleemwarm er in geinvesteerd word dan in kankeronderzoek, vermoed ik. Daarom knipt lief mij regelmatig zo goed als kaal. Dat oogt stoer, mede door het imposante litteken dat dan extra opvalt, dat litteken is een belangrijk deel van mijzelf, daarom is het belangrijk dat het gezien wordt of liever, gevoeld met een slanke voorzichtige vinger.

De meeste mensen ogen er even oud als Lief’s moeder maar net  iets jonger dan mijn moeder. Mijn moeder was 92, toen ze dood wilde en dood ging. Lief’s moeder is ook dood, maar of ze dat wilde weet ik niet.

Lief’s’ moeder is de mijne niet, ik wist niet hoe en wanneer ik dat vragen moest. De meeste maandagsmorgens gaat Lief bij Moeder op bezoek. Als ik vraag hoe dat was, hoe het met haar ging:

Zegt Lief niet veel meer dan:

Ze eet nog als een bouwvakker.

Vader en Moeder van leefden in een voor mij slecht toegankelijke wereld.

Ik beklim zo soepel en elegant mogelijk de lage traptreden voor de kerkdeur. Ze valt mij op alsof ik haar voor het eerst zie. Met name haar stralend witte blouse, en haar halflange zwarte meisjesachtige haar; Vrouw van twee werelden

 Goedemorgen,.

Ze noemt geen naam.

Ze geeft mij een hand die voelt als een hand die net met zachte zeep gewassen is, dat w\eet ik niet,d at  is een mythische herinnering, het kan gebeurd zijn, maar waarschijnlijk niet.Maar omdat ht zo typerend is is het werkelijkheid voor mij.

Later zit ze voor mij in de kerk.

Ik zie alleen haar rug, kleine reliëfjes schaduw op haar strak gespannen witte blouse onthullen haar bh.

Haar naam ken ik niet, dat ze diaken is, zal ik pas later weten, dat is belangrijk onderdeel van de mythologie, het is een verhaal waarin alles gebeurt binnen een stationair draaiende tijdzonder klok en kalender Ook dat is religie, het is de tijd van leven

Haar naam hoor ik een paar maanden later. Dan komt ze het podium op zodat ik haar  in haar totaal kan zien, voorheen kende ik voornamelijk haar rug. Ze is niet groot, haar naam ben ik weer vergeten. Hoe ze heet heb ik haar niet gevraagd daarvoor zag ik haar te weinig, of kwam ik zelf te weinig in de kerk. Ze was een verschijning, een fenomeen, met een eigen voorgeschiedenis, en die ging mij niet aan. Die zwiep met dat haar was waar het omging, jonge meisjes doen dat, ze was eenmysterieus jog meisje.

Op een dag zat ze vooraan in de kerk met andere ambtsdragers[ zij naast de forse ouderling, van wie ik de naam weet, maar niet noem omdat dat niet terzake doet.

 

ik kon haar gezicht niet zien, het zijne ook niet.

Maar van achteren leek het alsof hij ergens op kauwde dus is het kauwgum, ook tussen het zingen door Op welk moment is hij met kauwen begonnen, en wat doet hij ermee als het zingen begint?

op grond van haar haar en de manier waarop ze dat haar zo nu en dan naar achter zwiept, vorm  ik mij een beeld .

Het haar dat ze naar achter zwiept is zwart meisje. Lief kan dat ook met haar  haar, dat niet zwart is maar heel licht grijs, zo grijs dat het lijkt op blond als de zon er op valt. In deze mythe schijnt voortdurend de zon. Zoals het in het UMC voortdurend regende

Dat is het mooie van mythische herinneringen, ze passen in de werkelijkheid die je lpast, ze monteren opgedane beelden tot een film waarin je zelf een hoofdrol speelt. en iedere afgeronde waarneming is een scene. ook niet-persoonlijke op  gedane waarnemingen kunnen daarin meedoen De volgorde ervan creëert het verhaal tot zinvolle functionele samenhang. De volgende zondag zit ze er niet.

er zitten heel veel mensen niet,  ook die kleine met die krulletjes niet

Altijd was ze er om de kindernevendienst te doen; dat was leuk, dan zag ik haar op stilettohakken naar de zijdeur lopen, dat kon ze goed. Lief kan dat ook, maar op hakken die iets lager zij en daarom mooier. en dichterbij

ik houd van dat soort hakken,

Waar de vermisten zijn, weet ik niet,

Ergens in een verleden, vermoed ik,

Zelf kom ik niet zo vaak in die kerk

Minder dan mij lief is. Er wonen goede mensen in de kerk. In de kerk woont wat elders aan het verdwijnen is: zingen.vanwege  tekst en zingeving. Mooi klinkt het nietals ik zing met mijn aangedane stem, maar goed is het wel. In een kerk hoeft nietalles haastig leuk en mooi gevondente worden om te mogen bestaan.

 

De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt,

in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid.

De Geest van God bezielt die koud zijn en versteend,

herbouwt wat is vernield, maakt een, wat is verdeeld.

Wij zijn in Hem gedoopt, Hij zalft ons met zijn vuur.

Hij is een bron van hoop in alle dorst en duur.

Wie weet vanwaar Hij komt, wie wordt zijn licht gewaar?

Hij opent ons de mond en schenkt ons aan elkaar.

De Geest die ons bewoont, verzucht en smeekt naar God,

dat Hij ons in de Zoon doet opstaan uit de dood.

Opdat ons leven nooit in weer en wind bezwijkt,

Kom, Schepper Geest, voltooi wat Gij begonnen zijt.

Als ik dat lees of zing komt ht goed met de tijd.

Een volgende keer dat ik haar zie zit ze op de voorste bank; de plek waar ouderlingen zitten ze is wijkouderling, ik niet helaas, anders had ik misschien naast haar gezeten tijdens het zingen en geweten hoe ze heette.,  dit is niet van belang, maar de  verbeelding er is bij mij gaan horen Lief houdt niet van herinneren, ik doe het doorlopend

eerst vandaag maar eens, vindt zij,

Zij is anders versleten dan ik na mijn CVA

In de kerkdiensten  van de zondagen  daarop is ze  er niet. Zelfs niet iemand die op haar lijkt. De meeste aanwezigen doen die morgen aan Lief’s moeder denken. Na de dienst zit ik met Lief in de zon met koffie en taart. We halen herinneringen op aan de gebeurtenissen rond mijn herseninfarct. Een langs scheurende ambulance brengt, altijd nog tranen in haar ogen, onze ogen, zoals in Oosterbeek wachtend op de bus. Herinneringen zonder herseninfarct bestaan hier niet meer, het is ongeveer zo gegaan.

 

Mythes verouderen niet, ze zijn altijd tegenwoordige tijd, maar nooit voltooid, wij worden samen groot, ik en mijn mythes.- het is juli, het licht is bijna wit, ondanks het gekleurde glas van  de mozaïekramen, het doet denken aan koffie, met iets lekkers, misschien is het warm genoeg om buiten te zitten, op de bank waar eerst poes Hobbes verjaagd zal moeten worden.

Ik zit met een stijf onrustig been op de kerkbank, met de stok voor mijn voeten op de grond. Alleen als ik sta heb ik dat ding nodig ,dat is niet van belang en toch wil het van belang zijn, data zijn niet belangrijk voor de aanwezigheid van een herinnering, details wel, details doen geloven dat het echt is. Ik heb geen behoefte aan feiten maar wel aan echtheid, al dat niet verbeeld. Lief houdt haar hand op. ‘’Geef maar , zegt ze, daarmee bedoelt ze dat ik mijn kauwgumpje aan haar kan geven. Ze vouwt her in een zakdoekje of kassabonnetje en bewaart het in haar tasje tot een prullenbak.

Mijn tijdsbesef is op 20-11 2005 verloren gegaan, een half jaar herinner ik mij als 5 maanden.

Een week heeft 2 dinsdagen, de middelste heet woensdag, de dag daarvoor is maandag, mijn stukjes tijd zijn verkeerd geordend en gelijmd.

Mijn 5 minuten zijn andermans kwartier

Als Lief mij van beneden roept, zeg ik”’ík kom zo’’

ik en werk nog 4 minuten door en dat is een kwartier. De aflevering van Close up over Mondriaan mis ik. Omdat ze mij kent heeft ze het programma voor zekerheid opgenomen.

 

 

. Ik heb een vermoeiend en vermoeid geheugen. Ik moet mij niet overal mee bemoeien Tussen zien en het duiden van de prikkels hoort rust te bestaan, perioden zonder prikkels. Daarom dwing ik mij in auto’s strak voor mij op de snelweg te kijken. Ik ben ze mooi gaan inden, die wegen, maar blijk wel een dwangmatige lezer van teksten op vrachtwagens: ‘’Leven doe je buiten.nl  roept grote ergernis op, en daagt mij uit te denken, waar en door wie een dergelijke tekst bedacht is en bedoeld voor wie. ook dat is onuitsprekelijk vermoeiend, het bestaan van het verhulde. Dat waarin kerken overgesproken en gezongen wordt

 

Jezelf  als europsychologische tragikomedie te zien, een absurd opgedrongen spel . prikkelen met herinneringen, ze zitten overal, achter mijn ogen in mijn voorhoofd, toetsen de oren, in de dingen, overal.

 

Op de gang van het atelier, op weg naar de wc, liep ik een tijdlang achter mijzelf , Ik dacht dat ik alleen was; dat was ik ook, zoals ik wel beter wist. Achter mij stond F. zoals altijd uit het raam te staren terwijl een vinger van zijn linkerhand het glas aftastte. Niks aan de hand, verder helemaal alleen, op mijzelf na. En ik.

 

Ik weet alles altijd beter dan wat het Ís voor mij. Daarom moet ik mijzelf doorlopend controleren. Als ik thuis de trap afloop moet ik halverwege altijd even checken of er iemand is die ik een kus moet geven, en wil ik dat?

KORTE UITSTAPJES MET MIJZELF

 

Op de gang van het atelier, op weg naar de wc, liep ik een tijdlang achter mijzelf , Ik dacht dat ik alleen was; dat was ik ook, zoals ik wel beter wist. Achter mij stond F. zoals altijd uit het raam te staren terwijl een vinger van zijn linkerhand het glas aftastte. Niks aan de hand, verder helemaal alleen, op mijzelf na. En ik.

 

Ik weet alles altijd beter dan wat het Ís voor mij. Daarom moet ik mijzelf doorlopend controleren. Als ik thuis de trap afloop moet ik halverwege altijd even checken of er iemand is die ik een kus moet geven, en wil ik dat?

Ik liep de wc met de automatische schuifdeur voorbij, langs de ingelijste striptekening van E. Waarin ze minutieus verbeeldt wat ze doet bij fitness: eerst 10 minuten  fietsen, dan 5 minuten links, dan 5 minuten rechts

Ik koos de wc met de deur die je zelf open moet schuiven, er staat een douchestoel voor de douche die door het nadrupelen lelijke vieze bruine vlekken op de tegels heeft achtergelaten, er staat ook een tillift, en een douchebed. Soms is er zelfs toiletpapier. Het is een wc die angst in boezemt, ik controleer altijd eerst even of A. er niet staat, nadat ik hem een keer heb zien staan met de broek tot op zijn kuiten  zijn billen waren bleek alsof ze al dood waren, ze hadden de wat hangerige vorm van zijn gezicht. Als ik tegenwoordig zijn gezicht zie, denk ik aan zijn billen, dat is naast grappig, vooral heel onprettig, Ook de wc-deur bij de rustruimtes is riskant, vooral op maandag aan het einde van de middag.

Meer dan eens zat G. op de wc, G. is een vrouw met weinig verstaanbare woorden, veel gebaren en kreetjes als die van een aap in nood, en een lichaam dat als een schriel angstig muisje in een bochel en een knik op de toiletpot zit

 

Vandaag weer hetzelfde, achter mij liep ik zelf

ik was het niet  maar een houten kerstkrans die er nog stond van vorig jaar, het is logisch maar vraagt voor de zekerheid steeds weer om controle.Alles achter mij is gevaarliok, voetstappen schaduwen, geluiden.dan sta ik stikl of loop lanzamer, dat gaat vanzelf, enis geen waan maar werkelijkheidwaan met de kracht van werkelijkheid

 

De wc  die ik binnenging stonk naar de ‘’andere kant’’,

 

 

Onlogisch is het niet achteraf,

M

aar lastig is het Een enthousiast meisje van  kinderopvang SKAR mij groet mij en loopt vervolgens door mij heen.

Misschien moet ik zwijgen over dit soort momenten.

Gelukkig val ik nooit, wat er ook gebeurt.

, Op de ene keer na dat ik Lief wilde helpen een spin te vangen die onder de tv wegschoot, ik ben tenslotte de man in huis. Toen ik op mijn hurken probeerde te zitten, viel ik om, en bij het mijzelf overeind helpen, verstuikte ik de enkel van mijn goede been, en moest Lief mij op de bank helpen, nadat ze eerst heftiger schrok van mij dan van de spin.

De man in huis had zijn evenwicht verloren, zo heb ik moeten leren om te zitten, te staan, en reëel te denken, het woord evenwicht komt me zo langzaam aan de strot uit, dat komt door het gemis aan evenwicht.voor goed evenwicht heb je symmetrie nodig,in je lopen in je denken, in je waarneming, Goed evenwicht bestaat niet, het blijft wankelen.de twee wielen  vaneenfis volgen nooit het zelfde spoor ook koordansers gaan niet onbewogen over het koord, ze zoeken voortdurend de juiste pek voor hun voeten maar aarzelen niete want ze weten hoe het moet, ze durven en ze kunnen, ze hebben reen meeverend brein.die geestelijke soepelheid ben ik  kwijt.ik huppel niet, ik hinkel niet, ik spring niet , ik mijn lichaam weet niet meer hoe dat moet, daarom durf ik niet, en daarom kan ik niet. soms weet mijn lichaam niet meer war het is en hoe groot het is .

, museumbezoek

 

.. Dat ergens een taxi beloofd is om al op weg te zijn en dus daár is, terwijl ik nog hiér zit tot we samenvallen, dat is de ondertussentijd die aan me vreet: het begint boven mijn ogen, zakt af tot hoog in mijn kuiten, en nestelt zich in mijn lul, als een miezerig onderkoeld musje dat op mijn moedeloze ballen rust. Het tegelijk zijn van aanwezig en afwezig isgeen  abstractie van mijn denken, maar een ervaring van mijn lijf. een obsessief gegeven binnen mijn denken en beleven waruit besta ikwat maakt mij tot een totaal.dat gezien wordt Het bewustzijn dat ik bijna dood ben geweest(een gat in het heelal, lucht in lucht, water in water, is een obsessief een obsessieve aanwezigheid in mijn bewustzijn, een gat in mijn brein als een gat in de ruimte, als ik op een stoel zit en iemand praat  met mij, den k ikdikwijls: bijna zat ik hier niet en praatte iemand tegen nietsik ben   choreografie van de lichamelijke machemieatomen moleculen quarks voor mij in de, het is geen verzameling entiteiten gevormd door genen en DNA, het is de ecologie van  de dansende materie. vorm van holisme. misschie is dat watFrit jof The Tao of Physics noemt.ik denk het niet ik heb me daar nooit in verdiept ,dat is ht achterhoede gevecht van de esoterische denkers zoals inteligen design dat is voor de evsangelische denkers, dat is geen wetenschap, dat is zoeken naar bewijs. Al het menselijke zijn en functioneren, hangt samen als vorm en restvorm. De grens tussen vorm en restvorm is geen contour, de grens is als de horizon: aanwezigheid en afwezigheid ineen, hetzelfde geldt voor de verte en de richting. Werkelijkheid is een compositie van feiten en objecten. De zintuigen bepalen hoe ik mij verhoudt tot die werkelijheiddor mij deel te laten zijn van die werkelijkheid diewerkelijkheid isde samenhang van al wat leeft en is. Hersenletsel zoals het mijne verstoort dat proces in mijn gevalik beneen vleermuis van wie deradar kapot is,eenmus die tegenhet raam fladdert en niet meer weg kan omdat zijn brein in de war is, dat wil vooruit hoewel de vrijheid naar achteren is. Het lichaam en het bewustzijn daarvan is brein en context, en dat in het juiste evenwicht

 

Zo zat ik in de hal van het museum te wachten op de taxi die op tijd bleek, ondertussen stapte er een vrouw van achter mij over mijn rechterschouder, ik keek wie ze was.

Ze was een vrouw met futloos haar in een futloze gewatteerde jas tot op haar kuiten, ze keek niet naar mij, ze was te klein om over mij heen gestapt te zijn.

De taxichauffeur was weer het gewone type chauffeur, dat in zijn praatjes graag laat

ruimte hing. Ergens in mijn schedel heeft iemand een plastic zak opgeblazen en dat voelt niet alleen klote, het verduft ook mijn benul en laat mij in tijd en ruimte dwarrelen als een pinkeltje sterrenstof op een vage tochtstroom. Dust in the wind, all we are

Dust in the wind

All they are is dust in the wind

Same old song, just a drop of water in an endless sea

All we do crumbles to the ground though we refuse to see

Dust in the wind

All we are is dust in the wind

Oh, ho, ho

Now, don’t hang on, nothing lasts forever but the earth and sky

It slips away

And all

weer zo’n zeiklied  dat  aardige associaties vormgeeft.
.Over mijn lamme hand zal ik het hier niet hebben, dat volgt nog.

 

Het surrealisme is mens geworden en dat ben ik , mijn brein lijdt aan mismanagement.de koordanser valt.

Lief probeert mij te vangen alsik val ,maar ik ben te zwaar voor haar.

 

 

Margriet schreef met gebruik making van een oude liedtekst van mij:

 

Voor papa, voor wie anders dan voor papa.

En voor mama die door moest na de storm.

Links en rechts het donker

Van de gekte en de dood

Onder je en voor

een net nog zichtbaar spoor van licht

Waarop je balanceren moet

Je voeten voet voor voet;.

je spreidt je armen wijd;

Je lichaam richt zich op

in wankel evenwicht

En als ik val neem ik een sprong

Ik sla mij armen heftig wijd

En schreeuw mijn schreeuw

door het heelal

Misschien dat ik nog vleugels krijg

Maar liever heb ik iemand

Heb ik iemand om mij

Iemand om mij op te

vangen als ik val

Vang mij als ik val.

 

 

 

Soms lijd ik aan woordkak,en denkdwang, zoals ik aan zoveel dingen lijdt, , grote en kleine: een verlamde linkerarm die  s’morgens stijf als een kale tak door de andere arm uit bed moet worden getild om in een mouw te worden geworsteld. een stijf en slepend linkerbeen’, dat nogal eens verdwaald in een van de broekspijpen. Dus even snel mijn bed uitspringen en in mijn kleren schieten vanwege de een of andere haast om op tijd mijn werk te beginnen, is er niet bij. Gelukkig ben ik geen docent meer. In die dagen trok ik er 10minuten voor uit ,om 20 minuten te fietsen, daarom was ik vaak te laat, nu zou ik er1 a 2 uur voor uittrekken.

Om 3 uur te fietsen.

Ik ben wel eens om 5 uur ‘s nachts mijn bed uit te komen omdat ik om 8 uur door de taxi gehaald zou worden. Je kunt nog wel even slapen, zei F. van de Veste, war ik logeerde, mar dat geloofde ik niet. Ik heb me gewassen, aangekleed en ben gaan ontbijten, daarna heb ik ongeduldig zitten wachten op de taxi.

Dit is niet leuk maar wel gebeurd.

 

PIJNLIJKE PERSONAGES

Soms zijn Lief en ik personages voor elkaar.

Dat is een vreselijke patstelling, dat kan ik niet aan, dan voel ik mij miskent ,een  aanimatiepersonage ,soapacteur , kind MT m,moeder, ontspoord in een volwassen relatie  de relatie die wezenlijk is voor wie ik ben, ik heb het nodig duo te zijn, en daar grip op te hebben: flexibel  zijn met mijn halsstarrig geworden  brein, dat ben ik niet,miskend,en miskend is ontkeend en bij mij is dat ontketend zijn is  dan begrijp ik de situatie verkeerd en haper in mijn  keiuze en gedrag; dan probeer ik te regisseren tot het weer goed komt en dat is wat ik laten moet maar niet laten kan : zij slaat mte kastdeurtjes in de keuken smijt mt serviesgoe en zucht. Nou en? dat deed mijn moederook dat is karakter temperament en vereist geduld. mijn NAH coach Paul gebruikte daarvoor dede uitdrukking dat moet je gewoon waar laten zijn., laat het gebeuren zoals regen gebeurt en zonlicht, maar het nodige geduld daarvoor , het is geluid, het is gedoe, maar trek het je niet persoonlijk aan,het is jouw gedoe niet, het is haar gedoe,jij kunt dat niet oplossen voor haar, geef haar de tijd maar daarvoor ontbreekt mij uiteraard het geduld: ik wil sturen, analyseren; woorden vinden waarin ik geloof en proberen haar in dat zelfde te  doen geloven: de zelfde werkelijkheid te bewonen: dit ís, dit zijn wij.niet overtuigen, maar ondervinden, als je een steen in het water gooit krijg je rimpels, maar na een tijd is het  weer vlak en stil. dan probeer ik die werkelijkheid te zijn, maar niet alles is te regisseren. Dan leg ik de schuld bij haar en corrigeer mij listig door ‘’schuld’’ te vervangen door oorzaak, ,maar dan word ik boos, en boos wordt woedend: ’’,dan ben ik wekenlang kapot en zie ik niet meer wat er gaande is, de werkelijkheid wordt bubble mijn kop wordt airbag, bij haar ook, vermoed ik, het is allemaal zo moedeloos, helplessly hoping, jongetje zijn.puberpersonage, buiten mij zelf, dat vreselijke’’ spiritueel  belaste woordje ‘’zelf’’’he t elf dat een inpandige zentiteit is is in een astrale esoterische context’. Het zelf dat niet meer kan dan lijden. en daar dan engelen bij zoekt en aura’s en karma’s en kruidenthee.,maar mijn lixchaamis niet astraal, een astraal lichaam krijgt geen herseninfarct,dat heeft een beschermengel, een lichtwezen. het ‘’zelf is wat je kneden kunt als modder. Lucht kun je niet kneden je kunt het ademen, een aanloop nemen en over een sloot springen, dat is wat een ziel doet als je in een weiland loopt, tenminste, dat kon ik, en dat zegt alles, ziel en zelf zijn lichaamdat is de ziel die in de sloot valt en met modder aan de voeten afdruiptpt, of stront omdat het in een weiland gebeurt. het doet denken aan ‘’Jump” een polderkunstwerk’ van Job Koelewijn .Mijn ziel is kweretsbaar en sterfelijk, want goddank bestaat de eeuwigheid alleen als abstractie.zoals een lijn door twee punten gaat en eindeloos lang is

Als mentor werkte het observeren analyseren interpreteren meestal goed, en op basis daarvan probeerde ik een leerling verder te helpen met zichzelf en de school.pestgedrag herkennen en te lijf gaan. Nog altijd ben ik mentor en leraar, als ‘’the boy in the bubblede ziel gekerkerd in een lichaam: een pijnlijk personage, een fakefiguur.Eenlichaam is ziel totdat het personage wordt, dan kun je het platslaan, oprollen en ergens neerzetten waar niemand er last van heeft.

Als ze mij bij het oversteken met een vinger omlaag commandeert te wachten zijn Lief en ik personages voor elkaar. Nu! , commandeert ze, en dan steek ik over.

Eén keer ging dat bijna mis, dan scheldt ze: ik zei toch wachten, , alsof zij mijn moeder is: en met deuren en deurtjes zal gaan slaan.

Soms hoor ik haar nu! zeggen terwijl ze niks zegt, dan hoor ik ergens een ander geluid, op het moment dat zij haar’’nu’’ zal zeggen, dan wordt ze boos van schrik.

Daarover praten heeft geen zin, want ik kan niet hard maken dat ik gelijk had.

Eerst vandaag maar eens, zegt ze altijd als ik vraag:

Zullen we morgen dit of dat?

Dan weet ik haar antwoord, alsof het in een script staat.

ik wil niet in een script staan, geschreven en geregisseerd door  het aangeschoten brein.

Welke dag is vandaag en hoe oud ben ik?, vraag ik haar wel eens, dat is niet normaal. Ik zou voor haar gewoon normaal  willen zijn, daar heeft ze recht op, dan kunnen wij weer wederzijds zijn, naast elkaar op onze tweewielers door Engeland naar Canterburyfietsen, ik weet verdomme niet eens meer hoe het is om normaal te zijn.:als je huppelt, met welk been moet je dan beginnen de laatste keer dat ik huppelde was in.Deventer.Met hersenletsel huppelen kan niet. ik sta aan de kant en kijk toe,kinderen kunne ndat wel, die lopen en opeens huppelen ze, en rennen dan verder, er wordt veel te weinig op straat gehuppeld. ik wil dat Lief ook zo zal huppelen, en dan opeens gaat rennenom de deur die ze vergeten was te sluiten dicht te gooien , woede creeert, woede creëert slapstick en slapstick creëert personages.Zelf noem ik mi vaak de manke man omdat ik dat leuk vind.

Ik denk dat ik in haar dagelijkse functioneren ook een personage ben, de kwetsbare man die ‘’valgevaarlijk’’ is. Ze zal dit ontkennen uit liefde maar door mij is zij mantelzorger geworden, en  de enige die mooie foto’s van mij maken kan:  dan zie ik een hoofd met een grijze net slordig baard, grijs haar en een doordringende intelligente blik.: Godverdomme, dat ben ik, ik val mijzelf best mee, en dan denk ik: Dit is normaal, dit is mijn nieuwe normaal gepeld uit mijn personage uur, niets meer te verliezen behalve Lief. Tot ik ga lopen en een mooie vrouw of mooi meisje kijkt mij na uit nieuwsgierigheid, waardoor ik beter en mooier  lopen ga wat niet lukt, dus lach ik om mijzelf. Rare man ben ik, man met bril grijs haar en een  geschiedenis die niet gestopt is met verleden maken; ik heb een stok en ik wankel, e,maar de meeste mannen lopen lelijk, met slappe billen in vormloze broeken naast vrouwen die te dik zijn en  nauwelijks aanwezige borsten en billen hebben.,  met een  laaghangend kruis en slippers.  Zulke broeken draag ik niet en gelukkig waggel ik niet en ik loop met een mooie blonde vrouw , die het kan hebben dat ik naar andere vrouwen kijk: vergeet het maar, ren er maar achteraaan dat wordt toch niks. Wel kijk ik even achterom of naast mij  en recht mijn rug. Eigenlijk val ik best wel mee als man.

kastanjes

Rijd ik op mijn fiets

 

ligt er uitgekleed voor mij

 

op het wegdek een kastanje

 

die weke witte navel in dat

 

bruine glanzende lijf

Kijk ik naar mezelf met

 

andermans ogen, kijk ik

 

naar mezelf en trap ik me voorbij

 

grote jongen jij. Ik

 

kijk nog wel even om

 

 

 

denk ik zal ik, maar eerst

 

kijk ik of ze kijken

 

 

Niemand kijkt.

Zal ik stoppen

 

en oprapen en meedragen in de warmte

 

op het pluizige bodempje in een

 

hoek van een broekzak, nu en dan

 

wat vingers, een handpalm

 

er om heen, bijvoorbeeld als ik

 

bijbel sta te lezen, ‘s morgensvroeg

 

in een klas die niet wil en denk: zal ik

Ik kijk nog wel even.

nog wel

 

tekst uit de tijd dat ik op twee wielen naar en van school fietste.)

PULP FICTION:

 

 

Lief en ik winkelen, met tegenzin, zoals wij altijd doen: uit verveling even de stad in.in. Daar loop ik alsof ik in een museum loop of in een film .In de stad ben ik op mijn ergst, daralles Lief ergens heen wil en wijst loop ik er voorbij, enen  kik ik iedereen na er lopen veel bekenden op htd terras buihet grand café op de Korenmarkt herken ik minstens twee leerlingen die er werken als seveerster; ik vraag niks.

 

We gaan met de bus naar huis en moeten langer wachten dan ik aan kan. Er komt een donkere man bij ons staan die mij doet denken aan

Samuel L. Jackson uit Pulp fiction:

 

hoed op, lange jas, hij bekijkt ons uitvoerig en steekt een hand in zijn jas. Ik wet zekr dat hij een pistool uit zijn jas \zal trekken om ons neer te schieten, mij en Lief, zeker weten, dus dwaal ik weg bij de bushalte op zoek naar een plek waar ik dekking kan zoeken, maar eerst moet ik Lief waarschuwen. De bus rijdt voor de man en nog iemand stappen in, Lief zegt mij ook in te stappen. Echt waar, zeker weten.

 

SCHAAP IN DE VANGRAIL.

Er bestaat vorm dat wat je ziet, en er bestaat restvorm, dat leerde ik kinderen op school.

Zij noemden dat vorm en achtergrond. Omdat het zo vanzelfsprekend lijkt, alles lijkt vanzelfsprekend als je kijkt, totdat de restvorm het wint van de vorm.

Dan is een hoekig vlakje tussen twee bomen geen dak meer maar een autonoom hoekig vlakje tussen de bomen, en blijkt het hele landschap te bestaan als losse vlakjes tussen bomen hekken en sloten. Picasso ontmoet Cesanne.

Als we met de taxibus de rotonde omgaan, tweede afslag begint, de enge weg, het is intens kijken om de puzzel tot een goed geheel te maken. Niet altijd lukt dat. Het is de weg van Arnhem naar Nijmegen.

 

Op dat moment ontstaat er een schaap in de vangrail, vlak voor het viaduct dat niet bestaat. Net als de file en de politieauto die rechts het taxibusje passeert, om de verkeersopstopping op te lossen. In werkelijkheid- ik rijdt minstens 3 keer per week over de weg Arnhem Nijmegen- is er geen viaduct.

Heel soms zie ik hem wel maar ontdek dat het viaduct bestaat uit diverse onderdelen: bomen, boerderijen, verkeerslichten hoe het schaap daar terecht is gekomen, weet ik nog niet, meegenomen in  mijn brein, nadat ik er in een weiland enige tijd naar gekeken had, vanwege de lammetjes

Om vorm en restvormen samen te voegen tot gewone alledaagse ervaringen die je delen kunt met een ander is hard werken, waarschijnlijk met de grootste inbreng van de rechterhersenhelft.

Dat is de hersenhelft die bij mij is aangetast. Iets soortgelijks gebeurt ook met de periodes in mijn leven, de ordening van herinnering en verleden en geheugen. Wat mensen “nu” noemen is een intens samengebalde vorm van tijd, onder controle gehouden door het brein, met een grote inbreng van de rechterhersenhelft.

 

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend.

Om vorm en restvormen samen te voegen tot gewone alledaagse ervaringen die je delen kunt met een ander is hard werken, waarschijnlijk met de grootste inbreng van herinneringen. Ik heb een vermoeiend en vermoeid geheugen. Ik moet mij niet overal mee bemoeien.

 

In de pauze van een WK voetbalwedstrijd liet de

televisie kleurige beweeglijke beelden van de spelers zien

Oranje voor groen, groen voor oranje, voor mij is televisie plat kijken, dus zie ik vorm en restvorm.

Ik zie geen mensen meer, ik zie losse vlakken bewegen. Een vlakje groen, een vlakje blauw, het totaalbeeld valt in vormen en restvormen uiteen. De tactiek van mijn brein schiet tekort. Ik verlies de wedstrijd, en ga naar bed. Wie er gewonnen heeft weet ik niet.Televisiekijken is het brein overvragen. Bach beluisteren op de kermis. op zoek naaa rje demente moeder .

 

 

.

Als we langs de Westervoortsedijk rijden, met zicht op de brug, zie ik de driemetermus. Voor de zekerheid kijk ik een paar keer extra goed. Drie meter is groot voor een mus besef ik, dus kijk ik nogmaals.

Ik zeg niks want de radio staat aan, mijn stem heeft geen volume, dus zou het toch niet gehoord worden.

De volgende dag, zelfde route. We naderen de Westervoortse brug. Ik check de mus en inderdaad: op het weiland ervoor tegen de dijk ligt de driemetermus, de staart naar de koeien in herfstgroen gras, dat glanst en parelt, want zulk weer was het: De lucht motregende.

Later twijfelde ik aan de grootte: misschien was het geen mus maar een andere zwarte vogel?en was het geen drie maar twee meter.
 

.

dat hret ooit zo was. Toen ik op mijn hurken probeerde te zitten, viel ik om en bij het mijzelf overeind helpen verstuikte ik de enkel van mijn goede been en moest Lief mij op de bank helpen, nadat ze eerst heftiger schrok van mij dan van de spin.

De man in huis had zijn evenwicht verloren, zo heb ik moeten leren om te zitten, te staan en reëel te denken, het woord evenwicht komt me zo langzaamaan de strot uit, dat komt door het gemis aan evenwicht.

 

Margriet schreef met gebruikmaking van een oude liedtekst van mij:

 

Voor papa, voor wie anders dan voor papa,

en voor mama die door moest na de storm.

Links en rechts het donker

Van de gekte en de dood

Onder je en voor

een net nog zichtbaar spoor van licht

Waarop je balanceren moet

Je voeten voet voor voet;.

je spreidt je armen wijd;

Je lichaam richt zich op

in wankel evenwicht

En als ik val neem ik een sprong

Ik sla mij armen heftig wijd

En schreeuw mijn schreeuw

door het heelal

Misschien dat ik nog vleugels krijg

Maar liever heb ik iemand

Heb ik iemand om mij

Iemand om mij op te

vangen als ik val

vang mij als ik val.

Je hebt ons toch,  zei David toen hij zij moeder dit hardop hoorde zingen in de keuken.David heeft veel talenten, dit is zijn grootste.

 

Soms lijd ik aan woordkak, zoals ik aan zoveel dingen lijd. Grote en kleine: een verlamde linkerarm die ‘s morgens stijf als een kale tak door de andere arm uit bed moet worden getild om in een mouw te worden geworsteld. Een stijf en slepend linkerbeen, dat nogal eens verdwaalt in een van de broekspijpen. Dus even snel mijn bed uitspringen en in mijn kleren schieten vanwege de een of andere haast om op tijd mijn werk te beginnen, is er niet bij. Gelukkig ben ik geen docent meer. In die dagen trok ik er 10 minuten voor uit om 20 minuten te fietsen, daarom was ik vaak te laat, nu zou ik er 1 a 2 uur voor uittrekken om 3 uur te fietsen. Ik ben wel eens om 5 uur ‘s nachts mijn bed uit gekomen omdat ik om 8 uur door de taxi gehaald zou worden. Je kunt nog wel even slapen, zei Ferry van de Veste, waar ik logeerde, maar dat geloofde ik niet. Ik heb me gewassen, aangekleed en ben gaan ontbijten, daarna heb ik ongeduldig zitten wachten op de taxi.

Dit is niet leuk maar wel gebeurd.

In de kleine computerruimte van de revalidatiekliniek waar ik later revalideerde vanwege een botbreuk, mijn heu,, liepen voortdurend mensen achter mij langs, meer dan eens was dat de man, met de rode trui, die ik later in een andere gang zag lopen.

 

Lief ziet liever dat ik weer beheersing en orde loslaat op mijn werk, zoals voorheen. Gewoon met een fijn pennetje tekeningetjes maken. Tekeningen die zichtbaar af waren en in lijsten en  lijstjes pasten, waarvan mensen zeggen: mooi is dat. Ik wil anders en wat zij wil kan ik niet meer.Om mij te aanvaarden moet ze dat dus niet meer willen. Dat kan ik niet meer en wil ik niet meer. Ik heb de lijst en de boodschap verlaten, ik creëer gebeurtenissen. Ik gebruik mijn veranderde zijnsbeleving om mijn beeldend vermogen te herordenen Mijn lichaam heeft het grote gebaar ontdekt en de bevrijde gedachte dat kunst niet het maken van een kunstwerk is m het laten gebeuren van kunst eventueel met hulp van de aanwezige toeschouwers. shit happens, kunst ook.

Ik vraag mij steeds vaker af of Lief sowieso tegen míj kan en of ze mij nog wil ,de man met de trui binnenstebuiten, of achterstevoren en overal  acryl,  ook op zijn goede kleren,hij is nog zo’n kind nu en dan, ook dat is perceptie, ze zegt dat ze van mij houdt aan de telefoon, welk deel van mij wil ze dan? Het deel waar ze trots op is. Het deel dat in haar beleven van mij, het meest overeenkomt met wat ooit op foto’s is vastgelegd,het deel war ze trots op was en  ‘’mijn man’’noemt mijn geestdrift mijn creativiteit een goede minnaar ben ik niet met die houterige hoekige kant van mij , dat halve houten lichaam van mij.het zij.Je bent versanderd, maar in de kren ben je hetzelfde, zegt ze, als ik tijdens de koffie tegenover haar zit, zo ziet ze mij.

Vaak denk ik aan mijn vader en moeder en vraag me af: Wat zullen zíj van mij vinden. Ik geloof niet in een voortbestaan in een hemel, hooguit voor mijn moeder, zij was nog altijd verliefd op mijn vader,als ze over hem sprak glunderde ze.I k gun hen een hemel waar ze elkaar zullen omarmen en kunnen vrijen me t te elkaar, zonder alziend oohg van Hodmaar toch zijn ze tegenwoordige tijd voor mij. Ze zijn de geschiedenis waarvan ik ben gemaakt, dat waar ik het mee doen moet. Ook dat is verwarrend en onuitroeibaar, je kunt je leven niet redigeren en herschrijven. Herontdekken wel en in mijn geval is dat verrassend, relevant en van groot belang.

Ik besta uit DNA maar ben het niet, daarom ben ik van objecten die geen DNA vaan zichzelf hebben.ik ben het DNA dat ze doet ontstaan, dat ze laat gebeurenen daarin overstijg ikde beperking van  mijn brein mijn ouders en mijn geschiedenis.

Mijn echte artistieke werk begon na mijn CVA en het daar bijbehorende revalidatieproces.op groot Klimmendaal in Arnhem Ik emancipeerde, ik haalde mij in, ik raakte op drift. Ik vond een manier van werken waarin ik de juiste dialoog met mijn werk, schilderen en schrijven, vond. Typisch Marinus, met dank aan Wim Capelle die mij daarin bijstond atwelier23, outsider art

 

. ,maar ik ben er een vreemde eend in de bijt maar dat ben ik gewend als leraar, ben daar gewoon typisch Marinus, iedereen wist dat: Het publiek bij mijn voorstellingen raakte nogal eens de draad kwijt,, net als ik nu.

Wat doe ik hier denk ik,dan,ik ben de weg kwijt, ik ben verdwaald en zo blijft het tot ik doodga, onherstelbaar veranderd, en voor altijd anders voor alles. Zoals ik bij mijn laatste voorstelling’’Tommy volledig de weg kwijt was, het is voorbij en onherstelbaar misgegaan,

I don’t take coffee, I take tea, my dear

I like my toast done on one side

And you can hear it in my accent when I talk

I’m an Englishman in New York

See me walking down Fifth Avenue

A walking cane here at my side

I take it everywhere I walk

I’m an Englishman in New York

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

If “manners maketh man” as someone said

He’s the hero of the day

It takes a man to suffer ignorance and smile

Be yourself no matter what they say

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

Modesty, propriety can lead to notoriety

You could end up as the only one

Gentleness

Het is prachtig en zo goed als noodzakelik een plek te hebben als atelier 23. maar datr het formeel dagbesteding hreet of AC, trapt mij op mijn zielvaak loop ik door de gang naar de wc en kom ze tegen. W. noemt ze de andere mensen, mensen mt andere beperkingen dan de mijne, zichtbaar en onzichtbaar. Ze zijn er druk, altijd in actie, het is een activiteitencentrum

. ,maar ik ben er een vreemde eend in de bijt

, ik ben daar niet normaal

Wat doe ik hier denk ik dan, wraar ben ik godverdomme terechtgekomen, wie ben ik hirer, ik ben verdwld  en zo blijft het tot ik doodga, onherstelbaar veranderd, en voor altijd anders vopor alles, an english man in new yotk I don’t take coffee,

I take tea, my dear

I like my toast done on one side

And you can hear it in my accent when I talk

I’m an Englishman in New York

See me walking down Fifth Avenue

A walking cane here at my side

I take it everywhere I walk

I’m an Englishman in New York

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

If “manners maketh man” as someone said

He’s the hero of the day

It takes a man to suffer ignorance and smile

Be yourself no matter what they say

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

Oh, I’m an alien, I’m a legal alien

I’m an Englishman in New York

Modesty, propriety can lead to notoriety

You could end up as the only one

Gentleness

Ze zei nog veel meer. Op het atelier ben ik wel voortdurenfd mijn stok kwijt, er is altijd wel een plek links waar ik hem even gestald heb,daarnast schiet mijn geheugen tekort.

Seculier geloven.

 

 

Turn on, tune in, drop out”.

oals alles uit de Jaren zestg is ook dit teen gebvvaarlijke leugen,ht klinkt als de ´´pilaarheilige van Carel Willink.warv an ik de afbeeldinguit mijn geschienisboek scheurde.

 

Ik ben een zootje

De woorden kende ik, de leefwijze niet.Nu blijkt ht de manier te zijn waarop ik omga met de zintuigelijke indrukken, altijd stoned, maar geen hippie.gen weed geen paddogeen waan,the is zin in ht zijndeopeen qispelturigwee manier,eenbeetje aangeschoten. Zoals de keer toeni k met lerlingen licht aangeschoten een plein probeerde over te steken. dat hoort niet maardat  was  lang geleden, enik leef nog.

Eén van de jongens trok mij tijdig terug. Regel was voor de leerlingen: alcohol mete mate, dat deed ik dacht ik toen: éen glas teveel dat ging vanzelf2   glazen wuiijn in combinatie mete mijn pillen geeft htzelfde effect mrkte ik tijdens een feestje.; ik fietste veilifg langs de sloot in het donketrrterug naar min woning, mijn voorlicht ggaf weinig licht. Af en toe,

Op het atelier waar ik werk , ontdekte ik hoe het is om vrijuit te  gaan zonder vaste context. Ik werk buiten de perken,outsider: buiten de kaders.., mrestal niet ingelijdst omdat ik wil dat ze aangeraakt kunnen worden.kunnen slijten, scheuren, vies wotfrded. Werkelijkheid zij zoals aarde is.

De werkelijkheid die in beweging is. Persoonlijkheid en ‘’zelf’’ als product van perceptie en dus niet statisch, als geestelijke entiteit buiten tijd en materie, met het woord geestelijk ben ik zuinig, omdat ik weet wat het is wil ik het niet misbruiken.

Pas op het droge weet de vis wat water is. Turn on, tune in, drop out”.is been geestelijk proces het zinwroetende varkens  binnen mijn hersenletsel, modder in beweging,dar war de verloren zoon thuis ws en mee atmrt de varkens en sliek met vrouwen die hij daarvoor betaalde,hij wentelde zich in ht leven  om te ervaren wat lichaamen geest is, wat brein is levenis wentelen, omwentelen, die Wende, dat wat zijn vader ghemniet had geleerd. Dat had hij ontdekt door het verdwalen in zijn leven:the clash of realitys ypisch Marinus, onrust, soms ben ik zo onvoorstelbaar 17en ga alsnog in discussie met mijn dode vader,wij zijn een eigenaardig duo.Dominee Ad Polij die mij vaak bezocht en geestelik op de beenhield: wake up your mind, no drugs l geen daan mijn pillen  enhersenletsel letsel heb ik voldoende What would you do if I sang out of tune?

Would you stand up and walk out on me?

Lend me your ears and I’ll sing you a song

I will try not to sing out of key

Oh, baby I get by (Ah, with a little help from my

 Soms gaan wij vanzwelffriends

 Soms ben ik zo nadrukkelijk 17, vooral vandaag bij Lief in huis Lief is aanstekelijk grappig als ze zo intiem met mij is als wij vanmiddag waren.dat is wat hersenletsel nodigheeftommr te zijn dan brein.

Niets mooier en geestverruimender dan samenzijn met je geliefde, knetter 17.allebei volgens mij, zoveel beter dan toen ze die Jaren 60 spijkerbroek droeg.elke stap die je zet verandert de toekomst, en darmee je verleden, was the motto van mijn installatie tijdens de art brut bienale in Hengelo

.een begin is.er ontstaat veel en er verdwijnt veel, mijn keuze is hte om datte laten gebeuren enaccepteren als typisch Marinus, mijn zijn in hte zijnde, de ziel van mijn handelen.ik ben geen afgebakend ik, ik ben een gebeurtenis, ik ontstauit verf behangplak en verscheurde glossy’s.

Altijd schijnt de., In dit atelier wordt hier veel geaarzeld en getwijfeld, gepopeld en gepoogd,omdat er veel mislukkenen misdslukken vaak jezelf mislukt vinden is,dat is vaakgevolg vande beperking die hen hier naar toe heft geleid:gebracht en gehaald mte vervoer op maat   het is hier altijd het begin van lente, het is het ultieme grensgebied, altijd in de overgan, nt als ikieder kunstwerk is een aarzeling darom aarzel ik, popel ik en pauzeer ik door te schrijven, ik doe nooit éen ding tegelijk, net als de god die niet bestaat.Het zijn en nite zijn, bijna was ik dood op een dag, er zijn wel eens dagen dat ik daar nite aan denk, maar als iklangs een sloot fites denk ik eraab. Vandaag lag er ijs op het water, te koud om er in te fietsen , kopje onder te gssan en nit meer boven te komen.

Vanmorgen toen ik terugfietste van de kerk verliet ik het terrein met een   plotseling opgedoken uitspraak: de God die niet bestaat, is een goede god, een constatering.warvan ik nuhete belangervan  besef .Niet de betekenis,maar de woorden en hun samenhang, vrijheid en troost, dat waar religie goed in kan zijn, net als kunst. Ik word geraakt door beide.

, op bijzondere wijze,ontwikkelen wij ons door elkaar te inspireren. Hier ontwikkelen wij ons als individu, op bijzondere wijze, door elkaar te inspireren.Doen overheerst hier het reflecteren op eigen werk.Er wordt veel geleerd door te kopieren.

Wij zijn een update van het bestaande zoals Cobra een update was, het gebeurt en wij signaleren en doen er iets mee. Wij maken mee wat wij maken:

 

 

 

 

 

 

Een beetje ben ik dit wel, maar beschaafd ingetogen, villein.

 

Ik fuck mijn geest ik, fok mijn stemming, ik knars in stilte, op weg naar de wc: godverdomme, ik hoor hier niet. Ik wil theater maken, en niet praten in mijzelf, tégen mijzelf, als een oude man. Ik vertoon verschrikkelijk gedrag vergezeldgvan zinloos gemopper en herriekinderachtig boos jongetje schreeuwt ze pessten mij. en schopt iemand, per ongeluk de verkeeerde  , dat eswat mijniet vreemd is. Maar wel hinderlijker dan ooit omdat alles en iedereen zo dom is

Het is een soort neurologisch puberen, zelfdestructie.met gebruik van anderen,ik wil mijzelf niert gespiegeld zien in mensen die daartoeniet in staat zijn ,okn zijnsverwarring dwang spoort mij aan  mijzelf te profileren op deze wijze:kijk mij, ik ben niet zo dom als jullie.

DE SCHEET DIE ORKAAN WORDT.

Toen ik op het van Lingen college ontwaakte uit mijn kleine kleinerende geloof schreef ik mijn grootste leugen. Een lied dat ‘’ ‘’Vlammen ‘’heette en bedoeld was als  gezongen woede, het was een leuk liedje, dat was dat was de leugen ervan. Het was geen woede, het was een snelkoppeling naar iets dat woede zou kunnen zijn.

Iets wat alleen waar was in taal: stoere taal: bezwering van mijn brein de schaduwen die mij schemerig hielden in mijn denken.die verdomde zolderkamer van de jeugdziekte angstvalligheid De zolderkamer moest worden opgeruimd. Schuiven optillen, weggooien, hoestend van de opwaaiende stof , zo vind je van alles, maar opwaaiend stof is niet weg te gooien Ook verdriet frustratie en  woede niet. A

Afreageren gebeurt wel maar leidt tot niets dan groter ellende , je schopt eergens tegen aanen krijgt zere tenen of glasin je oog.of iets van schuldmaa woedend ben ik vaak, dar ias altijd wel eenaanleiding toe, woede is geenemotie, woede is geldingsdrang, kijk mij, ik ben woedend, Marinus is woedend en dat zul je weten ook maar wel op beschaafde ironische wijzemestal ben ik  boos of heb een hekel een blijvende hekel, er zijn mensen die mij niets hebben aangedaan en mij nu nog boos maken.het soort boosheid die mij voorovergebogen doet lopentot mijn rug moe en pijnlijk bgint te voelen  gepaard met desrtructief denken.ik wil weg nu ik dit schrijf .Even kijken op facebook hoe mijn boosheid er uitziet. De boosheid lijkt niet op mij.Ik kijk anders uit mijn ogen, droever, schever, enik heb andere ambities.Ik heb gekeken op Facebook, hte valt best wel mee, er is wel iets anders om boos op te zijn.iemand die mij denkt tebegripen wat hersenletsel is. Vanuit een cursus. Wat hersenletsel betreft beschouw ik mijzelf als enige deskundige.Nooit flap ik er zomaar iets uit. Ik ken de woorden wel maar  benuit ze niet als vorm vancommunicatie, ik zou uit de toon vallen, die van mijzelf en die van de samenleving hier.

Vlammen: stemingen waarmee ik niets aankan. val dood denk ik , als je dood op de grond ligt stap ik over je heen en ga verder met wat ik doen wil.

 

Er laaien vlammen in je lijf

Laaiend vlamt het in je lijf

Het vuur zoekt zich naar buiten

In je ogen, in je handen

Woedend gaat het door je heen

Woedend slaat het om zich heen

Laaiend vlamt het in je lijf

Laat maar branden!

 

Er raast een stormwind door je hoofd

razend stormt het in je hoofd

Het stof waait op, je voelt het

Dwarrelen de draaien

Een scherpe wind raast in je rond

Een scherpe wind keert om en om

Razend stormt het door je hoofd

Laat maar waaien!

 

Het bliksemt schichtig door je heen

Schichtig licht het in je op

Je ziet het alles in je

Verwarrend op z’n kop staan

je voelt je haren staan recht op

Je voelt je lichaam richt zich op

Schichtig staat het in je op

Laat maar opstaan!

 

Boosheid, de mijne laait smeult en  broeit maar  vlamt niet, het giert hiet scheurt en besmeurt niet, het lummelt en suddert met onhoorbare knorgeluidjes:moeten poepen maar het komt er nog niet van Was ik maar Rage against the machine, al was het maar voor éen keerik zou een liedjeheien, grauwen zonder rijm en relativering, alleen maar hard en overdosis, maar zo’n stem heb ik niet. ‘’nóg niet’’ hoor ik te zeggen volgens de positivo’s in het land van de kreupelen.

Daarom ben ik kunstenaar en poneer ik provocerende meningen zonder herrie de kunst van zijn in het zijnde,  beheers ik niet zonder schoppen tegen schenen om au te horen roepen en concluderen: ah! daar is iemand, wat doet die hier. Ik dacht dat ik de enige was, hete is emotioneel squashen.andermans ballen moet ik terugslaan om zelf overeind te blijven, dat gebeurt ongewild. Soms laat ik het gebeuren.In ht theater heb ik vaak vorm gegevenaan de agressie die mij in werkelijkheid nite eigen is, typisch Martinus hte een zeggen om hte andere te bedoelen

[Uit: Snackpalace]

 

 

 

er wordt teveel gepraat,

 

en praten kost geduld

 

liever heb ik zelf

 

 

 

.

 

Ik besta voor een groot deel uit boosheid. Boosheid is mijn grondstemming, Mijn boosheid heeft weinig nodig om woede te worden: een ballon die op knappen staat, kan niet een klein beetje knappen, er is geen reden toe, hooguit een aanleiding, het korte lontje, dat altijd een lang lontje geweest is, is ingekort. Ik weet door wat. Maar misschien is dat een smoes om mijn tomeloze woede te rechtvaardigen; achterstallige woede .Misschien, opgeblazen frustratie gelukkig ben ik niet gewelddadig.

Op een dag zie ik een oude vrouw in een gele auto stappen, vloekend fiets ik verder, in de auto naast de taxi leunt een man met een blauwe blouse uit het raam: woede. Duif fladdert op het atelier rond mijn hoofd met artistiek gewapper en onbegrijpelijk gekoer. Ze scheldt op de boom waaraan ze voorbijvliegt, er zijn geen goede takken en dat is de schuld van iemand, zegt ze.

Iemand komt het atelier binnen, het is iemand die ik niet ken. Als ze vertrekt zegt ze doehoeg doei doei , doe ik, zeker., doeidoei Achter het raam passeert een vrouw met een lelijke rose broek, daarna komt een jonge man zonder billen, met een spijkerbroek die van achteren tussen zijn dijen hangt met lelijke plooien: ‘’ga naar huis en trek eerst je billen aan’ ’Of erger: bij sommige mensen, vrouwen die sloffen op slippers, denk ik: ‘’Satan verdwijn, dit verdien ik niet’’.ht is een lanhge pik warop getrapt wordt Bespaar me dit. Zo’n mens heeft geen recht om te bestaan , woedende dingen op Facebook.

Op Lief ben ik regelmatig boos, maar nooit woedend, op één keer na. Toen lag ik in bed en wilde mijn kamer in de fik steken. Waarom dat was weet ik niet meer het was na thuiskomst van het atelier.We zaten in de zon met een glas port en chips.Ik begon over zelfstandig begeleid gaan wonen, dat wat ik nu doe.

impotente boosheid, daarom vloek ik en is mijn taal veel fatsoen verloren. Ook dat isnieuw, mijn taal stond altijd strak en stijf van fatsoen, geen godverdomme, geen kut, geen neuken, hoewel Lief en ik geen gêne kenden om die woorden desgewenst te gebruiken, t. Nu schrijf en denk ik anders dan toen. Hardop schelden of vloeken doe ik nooit, op eén keer na, maar daar wil ik nieit over schrijven, dat was te erg en te pijnlijkdat was donder, bkiksem keiharde regen  modder bliksem en traagheid.

‘’ harder schreeuwde ze tegen mij.

Ik kon niet harder. En voor ht eerst in mijn leven bliksemde ik. Het is gebeurd en was nodig denk ik met een pervers soort triomf.

.

Een gedachte, met nieuwe alinea hoofdletter en punt, kan ik niet.een gedachte denkt zich dieper en dieper in mijn brein als  Bilharzia.

Ik denk niet harmonisch ik denk experimenteel ik word geattaqueerd door gedachtes. die gedachtes bestaan voor 80% uit meningen oordelen en vooroordelen.

Journaal kijken kan ik niet. Ik vind het boeiend om reacties uit te lokken, verwarring te zaaien vragen hoe lang het duurt voor een kip om een eierschaal te maken, een eenvoudige onderwijsvraag,die het aan tafel goed blijkt te doen,maar niet als iemand het journaal wil volgen. Of vragen waarom op een dag de gulp is afgeschaft. Is daarover vergaderd met Powerpoint, heeft iemand de kosten berekend, zijn er mensen door ontslagen, en is er ooit een man geweest die zijn lul door die opening wurmde om te plassen. Ik beschouw het als nuttige vragen, omdat ze nooit gesteld worden.Waarom worden kinderen tegenwoordig kidz genoemd, wat is het gevolg daarvan voor de cultuur, en waarom die Z ?

Ik kijk expres eigenwijs ,kritisch. Ik begin met ongeloof en wantrouwen bij wat ik hoor en zie dat levert verrassingen op, maar ook conflicten, in mij en buiten mij,

Zodra iemand wat zegtmrk ik hoe ik averechts begin te deken, dat voelt als ht potseling gaan draaien van radertjes.: ikvraag mij af warom de opmerkinking op die manier gezegd wordt en warom op dt moment, en zou diezelfde opmerking ook anders gezegd kunnen worden , en associeer hardop ht eenenander,in fde hoop leuk eren indpitrerend te zijn.en al diet tijd weet ik dat ik in de fout ga, enniet meer teug kan, want gedacht is gedacht.de comunicatie is gedoemd te mislukken;ik ben een vermoeiende denker, en een rare tafelgenoot: hoe lang doet een koe erover om een emmer te vullen met melk?waarom is de kartonnen melkverpakking gedecoreerd met de gestileerde afbeelding van een fles melk?

Anekdote van mijn moeder over mij

Ik lig wakker.

-Kun je niet slapen?

-Hoe komt dat?

Ik moet zoveel denken.

Meer dan ooit gaat mijn hoofd met mij aan de haal.ik erger mij aan anderen en krijg eenhekelaanmijzelf, hete is zo dom allemaal.

Ik heb een waanzinnige behoefte tegendraads te denken en anders te zijn; en door domme omstandigheden krijg ik daar alle kansen voor, ik bemoei mij storend met andermans gesprekken. Ik praat voor mijn beurt. ik kan niet wachten,ik eet schaltjes leeg warvan de inhoud gefdeeld hoort te worden.  Ik heb altijd commentaar, ik ben een windhoos in andermans groentetuin. Het is net of ik het nodig heb om te bepalen wie ik ben. Er is niets aangenamer en zinvoller dan twisten alsof je als kind langs een hek mete spijlen loopt. Je moet er je hand opleggen en tijdens het verder lopen je hand van spijl naar spijl laten gaan voor het geluid en het gevoel, dat verhevigt het lopen en verkort de afstand, dat bewijs ik niet, dat veronderstel ik.verkondig  stellingen en hopen dat er iemand in dit huis aan tafel zit die weet wie Mondriaan is. Dat is geen snobisme, dat is een spel, volleybal om ideeën over een net heen te helpen. En daar plezier aan te beleven. Schreeuwen in een echoput : hier ben ik ik leef’’Marinus !schreeuw ik, hallo is daar iemand?maar dat valt meestal tegen Een fietstunneltje is ook zoiets, maar, schreeuwen in een fietstunneltje is fijner, dat is galm,en geen echo.

Niet alleen vleermuizen hebben radar, het is een soort neurologisch puberen.

Het is alsof ik een potlood ben en mij eerst moet slijpen voor ik tekenen kan.

Ik fuck mijn geest ik, fok mijn stemming, ik knars in stilte, op weg naar de wc: Godverdomme, ik hoor hier niet. Ik wil theater maken, en niet praten in mijzelf, tegen mijzelf.

 

Ik besta voor een groot deel uit boosheid. Mijn boosheid heeft weinig nodig om woede te worden: een ballon die op knappen staat, kan niet een klein beetje knappen; er is geen reden toe, hooguit een aanleiding, het korte lontje, dat altijd een lang lontje geweest is, is ingekort. Ik weet door wat, maar misschien is dat een smoes om mijn tomeloze woede te rechtvaardigen, Op een dag zag ik een oude vrouw in een gele auto stappen, vloekend fietste ik verder, in de auto naast de taxi

bij de afslag Heeteren leunde een man met een blauwe blouse uit het raam: woedend werd ik’; het zijn details en combinaties: Duif fladdert rond mijn hoofd met artistiek gewapper en onbegrijpelijk gekoer. Ze scheldt op de boom waaraan ze voorbijvliegt, er zijn geen goede takken en dat is de schuld van iemand, zegt ze. Iemand komt het atelier binnen, het is iemand die ik niet ken. Als ze vertrekt zegt ze doehoeg doei doei . Doe ik, zeker .Achter het raam passeert een vrouw met een lelijke rose broek, daarna komt een jonge man zonder billen, met een spijkerbroek die van achteren tussen zijn dijen hangt, met lelijke plooien: ga naar huis en trek eerst je billen aan.Of erger: bij sommige mensen denk ik: ga uit van mij Satan, bespaar me dit.Zo’n mens heeft geen recht om te bestaan Er zijn stemmen waar ik boos van word,de resonantie ervan in mijn kuiten.de manier waarop ze de zon ‘zonnetje noemen. zielloze gezelligheidstaal., dit is niet normaal meer. Ik schrijf woedende dingen op Facebook. Op Lief ben ik regelmatig boos, maar nooit woedend, op één keer na. Toen lag ik in bed en wilde ik mijn kamer in de fik steken maar mijn toneelscripts zouden dan verbranden, en dus deed ik hete niet

            Agressief en gevaarlijk ben ik niet, schreeuwen doe ik ook niet. Een beetje huilen wel nu en dan. en in discussies ben ik te fel om aardig te zijn , daar heb ik achteraf spijt van endan probeer ik hte goed te maken, meestal nodeloos, niemand had last van mij. Een gedachte, met nieuwe alinea hoofdletter en punt, kan ik niet. Boosheid kent geen komma’s, boosheid houdt van herhaling echo en intensivering. Net als evanfggeliseren.

Dat is een vorm van intellectuele stress, en haast.

ik heb haast. Praten voordat ik mijn mond leeg heb. ‘’Eerst je mond leeg eten, anders versta ik je niet’’, zegt Lief. Ook zonder volle mond verstaat ze mij vaak niet Lief probeert mij regelmatig fatsoen te leren, maar soms begrijpt ze het niet. Soms is ze de enige die het wel begrijpt. Ik word gek hiervan, het is allemaal zo dom respectloos nutteloos en pijnlijk.enik kan het niete laten zolang ik met hen samen woon.

Als iemand een zin begint, maar niet afmaakt, borrelt mijn begrip en bruist mijn woede.

Het gebruik van komma’s ken ik niet en kan ik niet.

Na elke zin komt er meteen een tweede.

Ik kik expres eigenwijs kritisch. Ik begin met ongeloof en wantrouwen bij wat ik hoor en zie,

Ik heb een waanzinnige behoefte tegendraads en anders te zijn en door domme omstandigheden krijg ik daar alle kansen voor: ik redeneer niet ik poneer. Ik provoceer en vindat nuttig en nodig. Ik vind dat de inleiding van een discussie,  een verhit gesprek, een mooie vrijheid van meningsuiting.Ik houfd ervan om over smaak te twisten.

ik bemoei mij storend met andermans gesprekken. Ik praat voor mijn beurt. ik kan niet wachten,  ik heb altijd commentaar, ik ben een windhoos in andermans groentetuin. Het is net of ik dat nodig heb om te bepalen wie ik ben. Niet alleen vleermuizen hebben radar Rust is er niet als ik werk. Dat is geen expressie, dat is obsessie. Er moet iets gebéuren, ik kan niet wachten. Wachten doet zeer. Wachten maakt ziek, de griep van de tijd, met koorts en moeheid in mijn denken. e Er zijn mensen die kunnen daar tegen,; die kiezen voor netheid en controle, die plannen, ontwerpen , en schetsen vooraf. Mijn schilderen en scheuren, ís mijn denken. Een deel ervan ben ik altijd geweest. Ik vraag mij steeds vaker af of Lief sowieso tegen míj kan en of ze mij nog wil , ze zegt dat ze van mij houdt aan de telefoon, welk deel van mij wil ze dan? Het deel waar ze trots op is. Het deel dat in haar beleven van mij, het meest overeenkomt met wat ooit op foto’s is vastgelegd, Vaak denk ik aan mijn vader en moeder en vraag me af: Wat zullen zíj van mij vinden. Ik geloof niet in een voortbestaan in een hemel, maar toch zijn ze tegenwoordige tijd voor mij. Ze zijn de geschiedenis waarvan ik ben gemaakt, dat waar ik het mee doen moet. Ook dat is verwarrend en onuitroeibaar, je kunt je leven niet redigeren en herschrijven. Herontdekken wel, e n in mijn geval is dat dat verrassend, relevant en van groot belang.

 Ik besta uit DNA maar ben het niet.ook dit is tegendraads denken ook dit is en gedachte die door mi gedacht en geuit moet worden, zodat hrt een plek in eenkunstwerk krijgt, naast een watje warop wat bloed na de inhjectie van de trombosedienst, twee watjes. Zodra iemand wat zegt voel ik mijn brein als een raderwerkje beginnente draaien op zoek naar anleifdingen om boos te worden.woede heeft geenreden nodig om te bestaan, een oorzaak is voldoende, dat iseen constatering geen excuus. Oorzaken zat, dat is overgevoeligheid, maar dat is geen reden, dat is een oorzaak.

Grensgebieden

In Luxor was ik 65en  volgens bepaalde maatstaven nu nog.

In Gent gingen wij met Cris en Lia naar hete museum. We aten Italiaans in eenrestaurant mete een serveerster, die verleidelijk door fde ruimte bewoog met glazen en borden. Ze oogde als een kruising van Sophia Loren en Amy Winehouse, toe die bog om aan te zien was. Dat zei ik tegen Lief. Ga het haar maarzeggen,zei ze,

Dat deed ik

‘’U lijkt op een kruising tussen Sophia Loren en Amy Winehouse’’ ,  zei ik. dat., en dat was een gemiste kans,\Ik ik wist het op het moment dat ik besefte dat het woord kruising op het fokken van honden slaat.Dank je wel zei ze en liep met lege borden de dampende keuken in.

Dat vind ik leuk en gênant om aan terug te denken, met name het woord kruising. Ik was nog net geen 60, die dag.Waarom zei Rita dat?

Omdat ze humor heeft.

Neuropsychologisch is de onontkoombare machinerie ervan, probeer ik als antwoord

 

Dat ik nu en dan plotseling in onbeheersbare woede raak zonder aanwijsbare reden of rationele oorzaak, en dat ik die woede projecteer op iedereen die in mijn buurt is, is psychologisch. Daarvoor ben ik in gesprek gegaan met de neuropsycholoog Rob van Klimmendaal. Om deze overgevoeligheid te temperen is mij een pil aanbevolen door een neurogedragspsycholoog. Neuropsychologie is chemie. De chemie is veranderd, mijn persoonlijkheid niet; die heeft overleefd in de naam Marinus, Bijbelverhalen en de theaterscripts in mijn boekenkast en op het internet.en in mijn geheugen.

Iken de wetten van het weten

 

Ik ken de wegen van het kwaad

 

Ik ken het kwaken van de leugen

 

En de signalen van de straat

 

 

Ik ken het zeiken in de kroegen

 

Ik ken het krolse van de kat

 

Ik ken de kus van wie ik liefheb

 

Van wie ik ooit heb liefgehad

 

 

Maar ik heb zo’n vreeslijk slecht geheugen

 

Bij het geringste gaat al mijn weten plat

 

De kennis zo vanzelf gekregen

 

Die ik als vanzelf bezat

 

Gaat verloren in de leugen

 

Niet te vinden, nooit gevat,

 

Als de nooit belopen stegen

 

Van een druk bezochte stad.

 

 

Ik ken de borsten van mijn moeder

 

Waaruit ze mij te drinken gaf

 

Ik ken het zwijgen van mijn vader

 

Ik ken de stilte van de straf

 

 

Ik ken de weerzin van de morgen

 

Ik ken het meuren van de dag

 

Ik ken de eindeloze nachten

 

En het bed van zelfbeklag de ACHTERAFERVARINGEN,

De eerste

, Het was2010, schat ik :Lief  Lief en ik waren  naar het gemeentehuis van Renkum in Oosterbeek.geweest, iets met een identiteitskaart meen ik. In het bushaltehokje wachtten wij. Er passeerden een politieauto en een ambulance met veel haast en lawaai. Lief moest huilen, hartverscheurend huilen. Ik wist waarom, ook ik begon. Mijn brein kan huilen heb ik ontdekt

‘’Dat was niet voor ons’’, troostte ik haar, maar ze zat daar bijna alleen. Die identiteitskaart was dan niet nodig geweest, het verstand huilt hersencellen.

Elke keer als er ergens met veel lawaai een ambulance komt en gaat, zeggen wij,: die is niet voor ons.

Bijna dood: lege stoel., Altijd als ik ergens zit denk ik: hier had ook niemand kunnen zitten of als ik met iemand praat denk ik: hier had iemand alleen kunnen staan, in zichzelf pratend. Niemand luistert naar hem;  doodgaan en dood zijn lijken mij niet erg, maar de vraag is hardnekkig: wat beteken het om een gat in de leegte te zijn, stof in stof, lucht in lucht, leegte in leegte, zo verschrikkelijk helemaal niks, en niemand om tegen te praten of boos op te zijn of tegenaan te huilen vanwege het wapperen van de geest.

Nutteloos identiteitsbewijs. We bestaan. Met elkaar en in elkaar, Lief en ik, ik met droefheid en schuldgevoel. Wat doe ik hier? Wat valt er nog te bewijzen.

, wWat zou er gebeurd zijn als erin Utrecht voor medicijnen gekozen was?

De computer bepaalde random, in welke onderzoeksgroep ik terecht kwam. Wat als ik in een andere groep terecht gekomen was? Ik zou op die avond niet kunnen kiezen als ik het zelf had moeten  doen, ik zou niet eens hebben begrepen wat hoe en waarom? Hoe dan ook, wat dan ook, ze hebben goed gekozen.

 

De tweede

 

Op het trouwfeest van Karen en Nout,’’het feest van de liefde’’heb ik gedanst zoals ik voorheen nooit gedaan had op een beetje pogo na tijdens een partijtje punk op het Van Lingen college. Pogo een hardhandig soort intimiteit: vriendelijk geplet te worden door leerlingen met wie ik ook in andere situaties goed overweg kon.

Mijn zus Wilma had mij de dansvloer opgedwongen en mij met behulp van mijn stok, horizontaal, en ik verticaal aan de stok aan het dansen gekregen,.  hHeadbangen met mijn haar dat tekort was, met haar en met Piet, mijn grote broer. Wij tweeën, broeders. Oude, grijze gebroeders, nostalgische luchtgitaarrock met een vleugje disco .nu en dan. Wilma, mijn zusje, mij noemt ze broertje.,het was alsof ik deed wat ik veel eerder met mijn broewr had willen fdoen. Min grote broer wariik tegen opkeek, omdat hij wereldwijzer was dan ik.ren mijn zusje dat op haar enertgieke,fonkelde maniwer mij daar gemanoeuvreerd had. Die avond maakte alle gemiste feesten goed.Het was een oubollige discotheek, twee jongens die plaatjes lieten horenentussendoor wat gemoedelijks zeiden.

Broers en zus.Ik voelde  mij springlevend. Dit was waar ik voor overleefd had.

Na afloop, zat ik buiten bij een open vuur terwijl de bediening lekkere hapjes bracht: ik ben er wist ik, ik ben tot hier gekomen, koude benen, met name het linker, maar lekkere hapjes,  vriendelijke mensen en goed vuur. Mijn mooiste nieuwe verleden.

je stond, zei Karen. Het was een heftige ervaring op slechte muziek een aanwinst voor mijn nieuwe verleden, ik bof maar.

Via het atelier werd ik uitgenodigd om in Nijmegen op de HAN college te geven aan eerstejaars studenten. Over de manier waarop zij en ik om kunnen gaan met hersenletsel- lijders en andere handicaps, de heftige drang om tegen eén van de zuilen te plassen drukte ik de kop in.Ik was er toe in staat wist ik.

Ik stond bij een katheder de volle zaal te bespelen met een spontaan geïmproviseerde performance en dacht opgewonden: godverdomme, bijna dood geweest en nu sta ik hier, dat overkomt mij vaker., Ik bof maar.

 

 

Het is juli 2009

Margriet en Lief zitten met mij onder het balkon in de zon te praten over deze ingrijpende gebeurtenissen.

, Een glas wijn en wat nootjes erbij,

Alles is zomer en prettig.

Margriet begint te huilen.

Wat is er?, vraag ik.

Ja wat denk je, zegt Lief tegen mij.

Dat je bijna dood was, zegt Margriet.

iIk heb nooit beseft hoe zij mijn bijna-dood

ervaren hebben.  Wat dat betreft, hebben zij, meer ervaren dan ik.

Bijna dood gegaan zijn is een ego-ervaring geworden, waarmee ik het egocentrisch universum betrad.

Niet alles draait om jou, zegt Lief wel eens.

Dat weét ik, maar ontken ik meteen.

Ik ben het centrum van het universum waar ik in leef.

Dat is eén van de vele kleinigheden, die inmiddels groot en betekenisvol zijn gaan worden, de geschiedenis is niet meer dan een decor waarin het kleine wordt uitvergroot.warin momenten tot eeuwen worden. Mijn werkelijkheid is gemythologiseerd, om minder banaal te zijn. Volgens de narratieve identiteitstheorie is het verhaal niet alleen een vruchtbare metafoor om de persoonlijke identiteit te beschrijven, maar construeren mensen hun identiteit daadwerkelijk met behulp van (levensverhalen.’’(dat klinkt als religievoor mij van belang geworden is.

Verminking en vermanking verdragen het banale niet; ik zoek naar meerwaarde door mijzelf te verbaliseren. Meer dan beeld ben ik woord, typisch protestant. Altijd geweest; verhalen creëren waarin diverse werkelijkheden éen nieuwe creëren, waarin al mijn personages, rollen en zielen met elkaar in gesprek zijn  en samen Marinus worden. Taal houdt ons bij elkaar. Als ik mijn taal verlies ben ik mijzelf kwijt, dood misschien., Niet bijna, maar wel zo goed als. Afasie is niet alleen een communicatieprobleem, het is een existentieel probleem:Dat ergens in je aanwezig zijn  woorden aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor je persoonlijkheid, maar je kunt ze niet vinden; tussen voorhoofd en tenen zijn ze zoekgeraakt, dat weet je als je loopt, praat en kijkt. Een man die ik hier in herken is een grote persoonlijkheid voor mij, hij heeft wat veel anderen niet hebben als ze mij ontmoeten. Hij kijkt door mijn overdosis heen, en lacht met heel zijn persoonlijkheid: Hij ís. maar wel een man die woorden mist.en dar is hij diep drorevig over.

Lief is meer van de beslissing. Doen. Uitvoeren, slopend..

ons thuis in Heelsum.

Liefhebben thuis met die kapotte kop van mij is moeilijker, Ik hoor Lief vaak en veel zuchten, en ik ben uitermate gevoelig voor wat ze zegt en wat ze zucht.

Wanneer is dat feest van Karen en Nout? Vraag ik

– 30 augustus,dat zei ik toch.

-dat vergeet ik toch

Het zinnetje ‘’dat ‘’zei ik toch,’’, doet pijn.

En 28 augustus zijn we zoveel jaar getrouwd.

 

Nee, 26 augustus

 

Weet ik veel?, Als de zon maar schijnt en de Ginkelse hei uitbundig in bloei staat. Om te kussen hoef je niet onder een bom te staan. Liggen op de hei kan ook heel goed. Handen thuis hoeft niet Een beetje verliefd bestaat ook bij ons. Passie ook,ik ben nog nooit zo hartstochtelik gekust als afgelopen nieuwjaarsdag, toen ik bij Lief kwam om dat nieuwe jaar te vieren. Maar vaak ontbreken de energie en de concentratie om ons volledig te laten gaan, dat met die die arm begint te wennen.

Ze Zit op mij en haar witte blouse heb ik losgeknoopt, voor zover nodig, soms ben ik zo ontzettend 17. Zo lang niet gedaan wat ik gewild hebzelfs niet op deze wijze verliefd geweest.

Is dat erg,

Leven zonder verliefdheid?

Ja, dat was erg.

Maar diep verliefd zijn, zoals ik tegenwoordig regelmatig ben kan complex en verwarrend zijn in een relatievorm als de onze.

Vanwege de liefde ben ik zelfstandig met begeleiding van anderen gaan wonen. Onder een ander dak aan een andere tafel, met anderenik moet tijdens het eten goed op mijn  woorden k lettenen zorgvuldig kauwen.

Als het goed is ben ik 62 jaar, ook als ik het uitreken.

De keer dat ik Lief belde om te zeggen dat ik van plan was het weekend te komen reageerde ze: ik zal even in mijn agenda kijken; dat voelde voor mij als afkeuring: ‘’niet doen, ik heb geen tijd voor je’’.

Ik had gehoopt op de woorden: Fijn! Het zou jammer zijn als er iets tussenkomt. Anders kom je zondag maar. De hele week daarna was ik boos en ik kon haar niet duidelijk maken waarom, dat was het ergste.

. Soms gaan wij als vanzelf:

 

zaterdag,19 juli 2016 op  de startdag van de vierdaagse zaten wij in Elst op een

 

zaterdag,19 juli 2016 op  de startdag van de vierdaagse zaten wij in Elst op een terras en deden niets anders dan witte wijn drinken, met mate vanwege nijn medicatie,en het genot, hoe meer ik drink hoe minder ik proef,en we klaagden over de bediening, die voorbijzag aan onze aanwezigheid,vakantiehulp waarschijnlijk ,de wijn was goed, de zon scheen, we kletsten wat, mijn CVA was gedoseerd aanwezig, ik wist zelf te voorkomen dat ik stikte, er fietsten fietsers voorbij, er liepen vrouwen die ik nakeek Een uitgelopen vierdaagse-loper, stapte het café binnen. Er was veel bloot, met veel tatoeages We spraken over alles wat ons te beginnen schoot. Er waren veel typetjes zoals gezien door Kees van Kooten en Wim de Bie, of Alex Warmerdam, Zó’n dag was dat.

In het warme weer vanavond zat ik met witte wijn en Levinas op het balkon van de Veste waar ik niet logeer maar woon sinds 2015. Er ontging mij veel van wat ik las, dat lag niet aan mijn korte geheugen, dat lag aan de zomer, de meisjes en de vrouwen die langsfietsten of liepen dat was leven zoals ik het niet meer kan, kinderen lieten stemmen horen.

 

Dit is een goede metafoor voor mijn doen en laten van tegenwoordig.

Binnen mijn talent trajecten kiezen tussen willen en kunnen. Andere teksten, andermateriaal alles medium. andere concentratie  perceptie en protocollen. Maar wat ik ook wil en kan,, alles staat voortdurend te wankelen en te kantelen, raakt zoek of verdubbelt zich,

Als de volgorde van inruimen en uitruimen van de vaatwasmachine, corvee verandert raak ik de kluts kwijt, dan lijk ik op J. die heeft dat ook, dat trage loopje teug naar je eigen appartement,

 

Dit is een goede metafoor voor mijn doen en laten van tegenwoordig.

 

 

 

 

Zonder jullie was dit rare leven van mij niet zo gelukkig als het nu is, niet minder raar, maar ik krijg energie van jullie energie, ik teken beter als ik zie hoe jullie dat doen, ik bof maar dat ik jullie opa zijn kan.Opa en vader. David Emma, Sofie Oscar en Hugo Dit is geen boek dat jullie nu al kunnen begrijpen, bovendien staat er taal in die jullie beter niet kunnen gebruiken tot er een tijd komt dat het nodig is omdat je niet luidkeels huilen kunt.

 

Dit boek ben ik, dit boek zijn wij. met dank aan

groot klimmendaal. Waar ik voor het eerst weer geschilderd en getekend heb en oOk ende kans kreeg weer met video en computer aan het werk te gaanen dat ik gevraagd ben een les kunstgeschiedenis te geven

Grietje die mij als Pastor goede woorden gelezen heeft zonder mij de les te leren, ghte ws godsdienst op z’n best, een kale kamer met een bureau wario haar computer een raam mt luxaflecx en een klein eenvoudig altaar waar wi wij samen een kaars branden voor Jansje mijn zusonvergetelik goed voor mijn onwikkeling, essentieel deel van goederevakidatie, met name de geestelike enintelectuele componnent

Maatschappelijk werker Chris, die die voor mij e een prachtige rode Kettwiesel via allerlei fondsen heeft weten te bemachtigen.

Fietsen is goed voor je creativiteit , maar dat gebeurt bij  mij als ik fiets vooral in mijn brein zodat het goed is dat Eugene met mij rijdt. In elk geval heeft hij twee keer voorkomen dat ik onder een auto kwam.

, Dat ik een man met een kinderwagen schepte kon hij niet voorkomen: Hee klootzak wat doe je nou?

Trees dienaar aanleiding van het boek Statusangst van Alain de Botton met mij de vraag aanging of ik ook last had van statusangst, Waarop ik nee zei,en toen nog niet door had hoe groot die leugen was

De NPFS groep waar ik gezongen heb, en een inleiding moderne kunst mocht geven.

Iedereen die mij in het UMC voorzien heeft van poëzie kaarten en bezoek met name oud colllega H.die mij regelmatig een pakje stuurde met daarin een mij onbekende dichtbundel.

En dank aan Mj die mij poezie voorlas uit de bundel ‘’ Daar zijn woorden voor van Toon Tellegen.

-Karen ,  Margriet en Nout voor  hun aanwezigheid tijdens de paniek van de operatie in het UMC en speciale dank voor de prachtige scheurkalender, die ik helaas te snel verscheurd heb.

En bovenal dank aan Rita.   Voor alle keren dat de mantelzorger even haar mantel uittrok.onder anderen toen wij geheadbangd hebben ode herrie van Slayer, mijn haar was net geknipt, htee was schitterend. Lief had wel lange haren, nte zo grijs als mijn stoppels. Dank aan Kleinzoon Daviddie zei:

‘’Opa kan heel goed buiten de lijntjes kleuren, maar ik vind het niet altijd mooi’’.

Liefde is hard werken,  goed eten en harde muziek waarop ze danst.als ze daartoewordt aangezet d, Vandaag hebik mijn jongste kleizoon gezienI  In een couveuse in Rotterdam lag hij met ge, grote gesloten oggledenmet ervoor en eronder zijn handjes, zo zag ik hem, metik zag hem kijken in zichzelf, nog zoveel niet en niks, met zijn moederen vader als alles,(onstaan uit hte DNA van liefde eneen heel klein beetje uit mij omdat ik je opa ben, als ik je in je gesloten ogen kijk lig ik er een tijdje zelf tegen mijn oogleden aan te kijken: dat is onze toekomst, dat zijn wij: niemand is alleen, elke couveuse is tijdelijk, maar jij hebt je moeder en vaderje broertje en zusje alles van nu : Ttoekomst en nu tegelijk. ,wij zijn zoveel mer dan ons brein: jij ben t Hugo zoals niemand anders is, ik ben Marinus, het brein is de couveuse waarin wij ontstaan om nu te zijn en toekomst te worden. Typisch, Marinus en Hugo te zijn. Het  jochie heet Hugo en  in  aanwezigheid van dit jochie begon er iets nieuws in Marius margriet Sofie Oscar, en de wereld.en ookin mij.

Dit schrijf ik kort na thuiskomst nu is alles moe in mij en wacht ik op mijn laatste pil.

 

oriet heftigs op televisie (muzikaal) of de Mathheus Passion op volvolume zet

intense dank aan Atelier 23- Buitenplaats Arnhem.marasingel 19.Een essentieel deel van mijn revalidatie: psychisch  en mentaal vindt daar plaats: ik schilder ik schrijf ik geef les, colleges en workshops,exposeer en doe nu en dan een performance .ik ben veelzijdiger dan ooit.

Ik heb daar meer geleerd dan tijdens 6 jaar kunstacademie. Bedankt Elly Lidwien en Charlotte.

Rob Weenink, die als eerste een deel van dit boek las’: een inkijk in het hoofd van Marinus, zoals hij dat noemde’, door zijn’ bemoedigende commentaar heb ik lef en geduld opgedaan om dit boek te schrijven.

Bovenal heeft hijde moeiteen tijd genomen deze complete tekst van mij te lezen en verbeteren, waarna ik er zelf weer mee ben verder gegaan.

 

.  Ook dank aan Aart en Tom die de relatie tussen mij en mijn computer hebben begeleid

Niet alles van waarde is zichtbaar. of benoembaar :

Als ik alle namen zou weten zou ik ze hier vermelden, in een lange rij, er zijn veel vriendinnen vriendinnen  die ons elk met hun eigen aard en vaardigheden, terzijde hebben gestaan  z zodat Ritaen ik ontspanner en beter kunnen levenEen tijdlang hebik in een eigen neopsychedelisch universum geleefd, mar vberdwaald of geflipt ben ik niet

Gelukkig waren er reisgenoten was ik , gelukkig zit ik er niet altijd in opgesloten.

  1. en J. helpen Lief en mij op bijzondere wijzegecoached en met daadkracht bij gestaan

Dank aan Mj die mij Toon Tellegen voorlas en Jill die mij Paul Verlain leerde alsonderdeel van mijn begeleiding.kennen

 

Ik prijs mij gelukkig met al het gezelschap dat ik gehad heb, en dat mijn verblijf tot reis heeft gemaakt, een amazing journey: Veel geleerd, veel ontdekt. ik heb mij voortdurend verwonderd, en ben nog altijd even gek als altijd. Sommige dingen in mij zijn niet klein te krijgen.

Dank aan  medekunstenaar Sikko,

De man met de krachtige toets in zijn knuisten , de olijke ogen de humor en de goede gesprekken over winst en verlies: dat begon mt zijn vraag hoe is het met je?’’ ‘’als hij zag dat er iets met mij was. Voorheen dominee, nog steeds een perfecte pastor.Hij is een belangrijk del van zin taal en geheugen kwijtgeraakt. Woorden kostenoeite, maar hij wist altijdhret juiste woord op de juiste manier op hert juiste moment te zeggen. ‘’|En nu is het wel weer genoeg geweestm, zei hij als ik hem ophield in zijn werkminder worden maar beter dan veel dominees die er teveel hebben.

Wij zijn twee rijpere mannen die af en toe tegen elkaar zeggen : we zijn er nog. en we kennen onze christelijke klassieken en tradities. Soms zitten wij daarbij op een bankje in de zon .

Ook Dank aan David Emma en Sofie die mij met prachtige tekeningen inspireren tot werken die mij lief zijn, hoewel David beter is in de eenvoudige krachtige lijn dan ik.

 

Mocht ik iemands naam vergeten zijn?

Hieronder is nog ruimte zat om je eigen naam te schrijven’.

Dit alles is geschreven, met in mijn denkraam de herinnering

aan mijn zus Jansje en mijn moeder.

vooral ook dank aan Eugene voor alle waardevolle fietstochten warmee hij ons naar de koffie leidde om aan een scherp gesprek te beginnen, met veel meningen en soiciaal incorrecte praat,

en Boy voor alle taxiritten. die mij hebben geholpen meer lef en zelfvertrouwen te krijgen. Bij Boy in de taxi was ik geen gehandicapte, maar een man zoals ik nooit geweest ben, een man met ballen.=naast een mooie man die toeterde naar mooie jonge meiden,en Sam & Dave: yu don’tknow what you mean to me.

en vooral ook Lidwien die mij met geduld en precisie heeft begeleid bij het ontstaan van dit boekwerk

Ik heb altijd een boek willen schrijven, misschien is het mij dit keer gelukt.

Buiten schijnt de zon,er gebeurt niks.

Lief maakt een Pizza, ik ben Marinus en ik denk dat ik klaar ben.

Komende vrijdag zijn Lief en ik 39 jaar getrouwd, denk ik.

Na een genoeglijk samenzijn, maken lief en ik een dansje op de metal van metalllica en Slayer. Hbeel hard, harder kon niet

Lief headbangt met haaer grijsblonde haar, ik beweeg mijn hoofd. Het is goed zo.

 

 

 

Dat mijn verleden, vaak in gedaante van herinneringen aan mijn vrome religieuze jaren, steeds weer hardnekkig opduikt, is mijns inziens neuropsychologisch. Ook daarin is het hek van de dam, maar de wijze waarop ik met die herinneringen omga is psychologisch. Freud dacht dat de psyché een actief mechanisme van het lichaam was, dat op therapeutische wijze analyseerbaar en bestuurbaar was.

Mijn ervaring is anders want mijn psyché bungelt voor mijn ogen en ik loop er mank achteraan met mijn stok.

 

Er zijn gênante herinneringen bij, die ik geleerd heb te accepteren als waardevol. Ik was een onnozele puberen een sociaal gehandicapte student. EAen mislukking Dankzij mijn begeleiding door Paul van NAH professionals, en dit schrijven heb ik deze kijk op mijzelf herzien.

Er is veel wat ik nooit geweest ben.

En dat is de oorzaak dat ik geen docent meer ben, maar kunstenaar. En de vermoeiende aandacht vragende partner van Lief die onder de situatie lijdt en leed.

Elke ambulance die ze voorbij hoort komen, brengt haar van streek, en mij dus ook.

Als kunstenaar ben ik het nageslacht van mijn verleden, en de locomotief van de toekomst. Alleen wel klote dat ik niet gewoon naast Lief door de bossen kan wandelen, maar met Lief vrijen op de Ginkelse hei kan wel, en dat hadden voorheen nooit gedaan. In Doetinchem had je geen hei, en waren wij te schuchter.

Lief heeft een kleed bij zich een flesje witte wijn en wat lekkers. Daarna gaan we vrijen, niet bang om gezien te worden. Dan ben ik trots op ons en kom moeizaam met hulp van Lief overeind. Dat is de manier waarop wij de laatste jaren ons huwelijk vieren. Komende augustus is het weer zover. Het hoeveelste jaar weet ik niet. Zodra ik het weet vergeet ik het weer. Ik heb er zin in. Ik languit, Lief op mij, vliegers in de lucht en witte wijn.

Nu ben ik wat ik toen door omstandigheden niet was. Mijn leven nu is een herziening van het leven voorheen. niet gemankeerd, maar van koers veranderd.

Toen is 1971 ik was 18 jaar toen en had als student op een wat rommelige kamer in Arnhem moeten wonen i.p.v. bij mijn ouders thuis in Doetinchem op een keurig door mijn moeder onderhouden zolderkamer. Ik gebruikte een oude tekentafel als ezel en onthield mij van het studenten- en kunstenaarsleven in Arnhem.

Dat was geen keuze voor het mama-hotel ook was het geen moederbinding. En ook de aanwezigheid van Lief in Doetinchem was de reden niet. In Doetinchem leefden Lief en ik voor een groot deel op onszelf. Lief in een thuis dat ik nooit als mijn thuis zou willen hebben, omdat het geen thuis maar een huis was ondanks dat hebben wij ons tot een standvastig huwelijk ontwikkeld met zeer veel ervaring in diepgaan en barsten. Met het moeizaam en vermoeiend balanceren op de rand van het mogelijke, Mijn CVA heeft ons huwelijk hevig overvraagd en de elasticiteit  ervan maximaal beproefd; elastiek is niet eindeloos rekbaar: het knarst, het piept, het scheurt. en vloekt.

Wij waren nooit goed in vloeken. Nu zijn we er goed in.

Liefde doet pijn en zuigt als een wesp bloed uit je lijf om pijnlijke jeuk achter te laten, zo. Krabben helpt niet, hooguit en beetje.

‘Zullen we dan toch maar uit elkaar gaan?’ hebben we af en toe gezegd. En dan? Dan aarzelen en omhelzen we, en denk ik aan de hei. Vrijen is een belangrijk antwoord. Ook als het met 1 arm gebeurt of mooier, met drie. Want Lief heeft er twee.we hebben elkaar net als voorheen al een paar keer behored om vanhte bed te vcallen.

Eerdaags zal de vraag wel weer opduiken. Niets aan te doen.

Eben Haezer.

Tot hier, en nu verder, met toastjes en witte wijn.

Het monster van de stress en depressie, dat zich schuilhoudt in de kwabben en synapsen van het brein duikt af en toe schimmig op in onze geest: ‘zullen we?’

Misschien wordt het weer hetzelfde antwoord, het is elke dag weer trouwen  met elkaar. ’ Wat is daarop uw antwoord?’ is de klankloze vraag:

‘Ja,.

‘Weet je wel wat je zegt’, vraagt iemand.

‘Ja’, zeg ik, ‘beter dan ooit’.

Godverdomme, roept Lief als ik val en daarbij mijn koffiemok kapot laat vallen.

Ik leef nogwel, zeg ik.

Dat vind ik leuk om te zeggen.

Dat is essentie.

Lief geeft mij een nieuwe koffie. De zon schijnt. De buurvrouwen die geholpen hebben om mij weer overeind te komen worden bedankt, en de dag gaat verder

we leven nog, zeggen Sicco en ik tegen elkaar .

Sikko ,De dominee heeft in de kelder van zijn geheugen vast nog wel een schim en een schaduw van die woorden .In elk geval de herinnering daaraan. Want de grote woorden zelf hebben afgedaan voor hem. Door bezinning of door de  tragiek van zijn CVA en ,We hebben veel gemeenschappelijk. Maar hij schildert beter, loopt beter en maakt nu en dan een sprongetje, Soms proberen wij samen een sprongetje,dat is lachen en daar gaat het om  Ook dat is een antwoord. Helaas is hij veel woorden kwijtgeraakt van de woorden die hij zou willen gebruiken .Maar een aantal belangrijke weet hij als ervaren pastor op het juiste moment op de juiste manier te zeggen.Aan het werk nu, En nu is het wel genoeg ‘’zegt hij tegen mij, alsik verbaal weer eens oeverloos ben. Nu aan je werk. Hij stuurt me weg. Hij heeft gelijk. Ik ook:

Hij is een goede pastor; over verlossing door het bloed van christus praat hij niet dat siert hem.

Inmiddels heb ik een schitterend nageslacht. David Emma Sofie. Toen  David als  baby in  in mijn rechterarm lag, werd ik ’s morgens wakker, met een herinnering waarin ik in mijn eigen armen lag.

 

, Vandaag hebi k mijn jongste kleizoon gezienI  In een couveuse in Rotterdam lag hij met ge, grote gesloten oggledenmet ervoor en eronder zijn handjes, zo zag ik hem, metik zag hem kijken in zichzelf, nog zoveel niet en niks, met zijn moederen vader als alles,(onstaan uit hte DNA van liefde en een heel klein beetje uit mij omdat ik je opa ben, als ik je in je gesloten ogen kijk lig ik er een tijdje zelf tegen mijn oogleden aan te kijken: dat is onze toekomst, dat zijn wij: niemand is alleen, elke couveuse is tijdelijk, maar jij hebt je moeder en vaderje broertje en zusje alles van nu : Ttoekomst en nu tegelijk. ,wij zijn zoveel mer dan ons brein: jij ben t Hugo zoals niemand anders is, ik ben Marinus, het brein is de couveuse waarin wij ontstaan om nu te zijn en toekomst te worden. Typisch, Marinus en Hugo te zijn. Het  jochie heet Hugo en  in  aanwezigheid van dit jochie begon er iets nieuws in Marius margriet Sofie Oscar, en de wereld.en ookin mij.

Dit schrijf ik kort na thuiskomst nu is alles moe in mij en wacht ik op mijn laatste pil.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik weet niet of het een direct gevolg is van mijn CVA,

Maar meer dan mijn toekomst is mijn verleden veranderd.

Mijn verleden is steeds meer noodzakelijk gebleken om de  stroom informatie van de dag te ordenen en samenhang te verlenen.

Aan de hand van uiterst gedetailleerd teruggezochte herinneringen plaats ik mijzelf in de lengte van de tijd,

Zoiets.

Jakob, op weg om zijn broer te ontmoeten rust in de woestijn met een steen onder zijn hoofd In een visioen ziet hij een trap uit de hemel komen, en langs die trap

Dalen en klimmen engelen heen en weer in de tijd van bestaan,ik slaap met mijn hoofd op een steen, en lig vaak wakker. en man dacht dat hij vrij was

en een engel sloeg hem neer,

 

de man zei dat hij vrij was

en weer sloeg de engel hem neer,

 

maar de man zei opnieuw dat hij vrij was

en opnieuw sloeg de engel hem neer,

 

toen schreeuwde de man dat hij vrij was,

dat hij altijd vrij was, dat hij nooit iets anders dan vrij zou zijn

en de engel sloeg hem tot bloedens toe neer

 

en schaamte en vergeefse moeite woeien op

en verspreidden zich als stof

over de grijze aarde

 

en de man stamelde dat hij vrij was,

dat hij dacht dat hij vrij was

 

en de engel vloog weg.

 

1999

Dat is religie

Geloven in het reële bestaan van god hemel en engelen doet daarbij niet ter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veel dank aan  pastor Grietje, die gelukkig niet protestant was. Grietje heeft met mij op Klimmendaal, als pastor de goede woorden gelezen  zonder mij de les te leren of Jezus erbij te slepen als Heiland  Verlosser en vertrooster, het was godsdienst op z’n best:, zonder paus en orthodoxie:zonder alomtegenwoordige godheid.zij was er, dat was voldoende een kale kamer met een bureau waarop haar computeren  een raam met luxaflex waardoorheen je de bomen zag, en een klein eenvoudig altaar waar wij samen een kaars brandden  voor Jansje, die terwijl ze voor controle van haar kanker in het ziekenhuis een herseninfarct kreeg onvergetelijk goed is ze: zo licht, zo puur zo a-sentimenteel dat ik echt verdrietig zijn kon deze ervaring was  essentieel deel van mijn revalidatie, de kern, het hart dat kloppen doet,de kracht van hrt religieuze ritueel, de kracht van leegte. dat mijn leven circuleren doet,  geestelijk en intellectueel  een op veel plekken verwaarloosd deel van de zorg ,wegbezuinigd godverdomme,d e revalidatie van de geest  zou het speerpunt van de revalidatie moeten zijn is mijn conclusie: denk doe en reflecteer, als therapie., niet alleen pannenkoeken bakken en eten, maar ook de herinneringen proeven die daarmee gepaard gaan. Herinneringen aan pannenkoeken kunnen heerlijk smaken, vooral gedeeld met anderen.

Ik kreeg van Hanneke de poëziebundel van ToonTellegen’’ Daar zijn woorden voor.

MJ las mij een stuk of 6 gedichten voor op mijn schemerige kamer, in mijn herinnering zat zij tegenover mij in een kring van lege stoelen die rond een kampvuur stonde, dit is samengestelde hherinnering, maar wel een invloedrijke.

Daar ben ik begonnen weer mijn geliefkoosde brein te zijn, typisch Marinus, mijn eigenheid in reflectie en perceptie. Het vertrek van de mier, het wezen van de olifant. M et name dat laatste boek is van groot belang bij de revalidatie vind ik.

Dan Maatschappelijk werker Chris, die die voor mij  een prachtige rode Kettwiesel heeft weten te bemachtigen omdat hij vond dat ik dat nodig had.’’Dat joch heeft reen fiets nodig dacht hij toen hij mij zag proeffietsen op een lage zitdriewieler, hij doofde zijn sigaret en regelde het.

Fietsen is goed voor je creativiteit, maar dat gebeurt bij mij als ik fiets vooral in mijn brein zodat het goed is dat Eugene met mij rijdt. In elk geval heeft hij twee keer voorkomen dat ik onder een auto kwam.

, Dat ik een man met een kinderwagen schepte kon hij niet voorkomen: ‘’Hee klootzak wat doe je nou?

Daarom veel dank aan Eugene.

Ook samen klagen over de nutteloosheid en domheid van mensen was een groot genot, zonder mensen ewas de wereld beter af. Gelukkig was hij katholiek en ik niet

Dank aan De NPFS groep Neuropsychologische functiestoornissen waar ik gezongen heb, en een inleiding moderne kunst mocht geven die kritisch en ter zake geëvalueerd werd, waarschijnlijk in verband mt mijn assessment; vooral het zingen met zijn allen: ‘’het kleine café aan de haven, malle Babbe, en de klok van Arnemuiden, de glimlach van een kind’’, het mooi Hollandse repertoire, geschikt voor schurende zwalkende stemmen, ook voor de mijne. Met dank aan Ludo en Karlijn.

Iedereen die mij in het UMC voorzien heeft van poëzie kaarten en bezoek met name oud colllega Hannekre ter  Burg. die mij regelmatig een pakje stuurde met daarin een mij onbekende dichtbundel,

Karen ,  Margriet en Nout voor  hun aanwezigheid tijdens de paniek van de operatie in het UMC en speciale dank voor de prachtige scheurkalender, die ik helaas te snel verscheurd heb.

En Bovenal dank aan Rita, met name voor alle keren dat de mantelzorger even haar mantel uittrok. Onder anderen toen wij geheadbangd hebben op de therapeutische herrie van Slayer, en Metallica, mijn haar was net geknipt, . Lief had wel lange haren, net zo grijs als de stoppels van mijn baard.. en voor de keren dat ze danste op muziek van Elbow en andere bands van the best kept secret festival op televisie en Radiohead op vol volume. het was schitterend , was ik die band maar,

Maar ook de Mathheus Passion gaat op vol volume zonder headbangen. Helaas  niet geprobeerd. Ze zou het ongetwijfeld kunnen; dan is ze een en al lichaam, dan zit ik op de stoel en kijk opgewonden naar haar dansende lichaam, soms doe ik mee’’ ‘’kijk uit dat je niet valt.’’Ik kijk niet , ik gluur. Die vrouw, dat is mijn meisje. ik wist niet dat dit ín ons zat.

 

Intens dank aan Atelier 23 Arnhem.Marasingel 19 Arnhem.

Een essentieel deel van mijnvoortgaan de revalidatie: psychisch  en geestelijk vindt daar plaats:, dar leer ik kunstenaar mte kloten te zijn. ik schilder ik schrijf, ik geef les, colleges en workshops, ik exposeer en doe nu en dan een performance . Ik ben veelzijdiger dan ooit.

Ik heb daar meer geleerd dan tijdens 6 jaar kunstacademie.  Bedankt Elly Lidwien en Charlotte dati kweer typisch Marinus kan zijn dat ik daar hbovenal geleerd en  ervaren heb dat ik ben als de troep die ik maak, de collage van mijn manke leven, ik heb er een soort subatelier, mete overal verfvlekken, gscheurd en beschilderd papier, en een luie stoel, ook met vlekken en boeken.

Speciaal dank voor Rob Weenink, die als eerste een deel van dit boek las’: een inkijk in het hoofd van Marinus, zoals hij dat noemde’,,door zijn’ bemoedigende commentaar heb ik lef en geduld opgedaan om dit boek te schrijven. hij heeft de tekst twee keer gelezen en geredigeerd maar daarna ben ik aan het herschikken en snoeien geweest, dus twijfel ik of ik de boel niet verpest heb. Bovenal heeft hijde moeite  en tijd genomen deze complete tekst van mij te lezen en verbeteren, waarna ik er zelf weer mee ben verder gegaan.

Dank aan mijn vader moeder en zus. Als zij nog zouden leven zou ik ze daar graag over willen spreken en danken dat ik zo geworden ben. Voor mijn zusje Wilma die mij dagelijks een kaartzond,en Piet die bijna elke dag hollend naar trein en bus ons bezocht, wandelde met mij, en het gras maaide en de trein miste nu en dan.

En dank aan mijn dochters en kleinkinderen: energie troost en inspiratie voor mijn zijn in ht zibresstaandewaarin ik valgevaarlijk ben, hartgrondig highbrow,met ergernis  en oordeel naar mijn medebewoners.Omdat ik vind dat ik gelijk heb.en ht goed voor anderen is  te leven zoals ik, minder televisie, bankhangen, meer eest.

En dank aan Gert en Ellen, die mij en Lief vaak hebben uitgenodigd om samen te eten, en mij in een verder verleden gecoacht hebben bij het maken van voorstellingen; mijn mooiste meest invloedrijke verleden.

 

.  Ook dank aan Aart en Tom die de relatie tussen mij en mijn computer hebben begeleid

Niet alles van waarde is zichtbaar, of benoembaar.

Als ik alle namen zou weten zou ik ze hier vermelden, in een lange rij, er zijn veel vriendinnen vriendinnen  die ons elk met hun eigen aard en vaardigheden, terzijde hebben gestaan   zodat Rita en ik ontspanner en beter kunnen leven Een tijdlang heb ik in een eigen neopsychedelisch universum geleefd, maar verdwaald of geflipt ben ik niet.

Gelukkig waren er reisgenoten was ik , gelukkig zit ik er niet altijd in opgesloten.

  1. en J. hebben Lief en mij op bijzondere wijze gecoached en met daadkracht bij gestaan

Dank aan Mj die mij Toon Tellegen voorlas en Jill die mij Paul Verlaine leerde en als onderdeel van mijn begeleiding.en alle leerlingen die speelden met de teksten die ik aanreikte en die mij zo de essentie vanhet echte zingen hebben geleerd: niet het geluid, de pose of hete ego. , ht grootste ego in de voorstellingen was dat van het mijne vermoed Veelstemmige ,veelkleurige zang, op muziek van Eugene Ceulemans waar ik nog steeds vrolijk van word: darom heb ik in dit schrijven veel liedteksten geciteerd.

Zij allen hebben ervoor gezorgd dat ik een bijzonder leven leidt, tegen de klippen op. Ik prijs mij gelukkig met al het gezelschap dat ik gehad heb, en dat mijn verblijf tot reis heeft gemaakt, en geen lijdensweg amazing journey:ik en mijn brein een goed duo Veel geleerd, veel ontdekt. ik heb mij voortdurend verwonderd, en ben nog altijd even gek als altijd. Sommige dingen in mij zijn niet klein te krijgen.

Dank aan  medekunstenaar Sikko,

De man met de krachtige toets in zijn knuisten, de olijke ogen de humor en de goede gesprekken over winst en verlies: dat begon vaak  met zijn vraag hoe is het met je?’’ ‘’als hij zag dat er iets met mij was. Voorheen dominee, nog steeds een perfecte pastor. Hij is een belangrijk deel van zijn taal en geheugen kwijtgeraakt verdriet en verwarring en tragedie.ook het schilderen gaat niet meer Woorden kostten moeite, maar hij wist altijd het juiste woord op de juiste manier op het juiste moment te zeggen. ‘’|En nu is het wel weer genoeg geweest, zei hij als ik hem ophield in zijn werk, minder woorden maar beter dan veel dominees die er teveel hebben. ook ik heb er teveel.Zo is het wel weer genoeg geweest, zei hij dan

Sikko en ik.

Wij : twee rijpere erudiete mannen die af en toe tegen elkaar zeiden : we zijn er nog. en we kenden onze christelijke klassieken en tradities. Soms zongen ij van die levensliedjes die voorheen voor vroom werden gehouden. Wij waren allebei niet vroom meer Soms zaten  wij daarbij op een bankje in de zon, soms zei dat voldoende.

 

En dank aan Theo op de  Veste die mij vaak en krachtig geknuffeld heeft op momenten dat ik wegzakte in trage hardnekkige somberheid

En Hatice die mij veel over de Islam heeft geleerd, ik ben  met haar naar de moskee geweest.

 

Dank aan David Emma en Sofie die mij met prachtige tekeningen inspiren en tot werken die mij lief zijn, hoewel David beter is in de eenvoudige krachtige lijn dan ik.ern mt Emma maak ik grote hilarische tekeningen samenben ik gekker dan alleen,typisch Marinus. Tijdens de workshop van  afgelopen donderdag was duidelijk: dit is het. Typisch ikht brein is net een hond,die uitgelaten moet worden, een brein dat alleenop een bank zit komt te kort.om in tevredenheid te sterven

 

Mocht ik iemands naam vergeten zijn?

Hieronder is nog ruimte zat om je eigen naam te schrijven’.

Dit alles is geschreven, met in mijn denkraam de herinnering

aan mijn zus Jansje en mijn moeder.

Heel veel dank aan dominee Ad Poley die mij geestelijk vitaal heft gehouden in meanderende bruisende gesprekken waarvan je nooit wist war het over gaan zou en waar het toe leiden zou, en dominee Ingrid Lodewijk, die mij geholpen heeft de kracht van de oude woorden te herontdekken als ze mij voorlast uit de bijbel en met mij bad. taal der eeuwen, doorleefde taal geschreven met ervaring en verdriet., tal waarin ik mee kan gaan.de gestelijk verloren zoon is thuisgekomen

Vooral ook dank aan Eugene voor alle waardevolle fietstochten waarmee hij ons naar de cappuccino leidde om aan een scherp gesprek te beginnen, met veel meningen en sociaal incorrecte praat,

en Boy voor alle taxiritten. die mij hebben geholpen meer lef en zelfvertrouwen te krijgen. Bij Boy in de taxi was ik geen gehandicapte, maar een man zoals ik nooit geweest ben, een man met ballen.naast een mooie man die toeterde naar mooie jonge meiden, en Sam & Dave: yu don’tknow what you mean to me.

en v Lidwien die mij met geduld en precisie heeft begeleid bij het ontstaan van dit boekwerk en Elly die mij in mijn zorgelijke stemmingen weer helderheid bracht. k heb er van geleerd,  ik ben er door gegroeid.

Ik heb altijd een boek willen schrijven, misschien is het mij dit keer gelukt.

Buiten schijnt de zon, er gebeurt niks.

Lief maakt een Pizza, ik ben Marinus en ik denk dat ik klaar ben.

Komende vrijdag zijn Lief en ik 39 jaar getrouwd, denk ik.

Na een genoeglijk samenzijn, maken lief en ik een dansje op de metal van metalllica en Slayer. Heel hard, harder kon niet.

Lief headbangt met haar grijsblonde haar, ik beweeg mijn hoofd.Het gaat vaak mis met ons tween, maar nooit voor altijd.

Het is klote soms, maar het is goed zo.

Met dank aan het leven zelf, inclusief mijn brein.

Het boek is af en ik ben completer dan ooit, maar wel anders.

 Als mijn vader en moeder nog leefden  zou ik ze danken dat ze mij vertrouwen geleerd hebben en creatief denken, de tent waarmee wij op vakantie gingen was elke zomer anders.

Ook ben ik blij dat Poes Hobbes mij regelmatig voor de voeten liep toen zij nog leefde, van haar heb ik zijn in het zijnde geleerd, zelf zou zij dat niet begrijpen, want zo zijn poezen, die zijn gewoon zo.

Golf

 

 

Als ik ooit ga golven wil ik

 

geen wagentje, hooguit een stick.

 

en balletje, geen grasgemaaide

 

heuvels met her en der

 

een dal, maar wel

 

 

 

een ongeplande plek

 

waar na de eerste slag mijn bal

 

verdwijnt in gras of zand of duin of riet

 

waarna ik even zoek, niet lang.

 

Ik wandel met mijn stick als stok,

 

maar liever nog een stok als stick.

 

 

 

Als ik ga golven ooit, doe ik

 

het toch maar liever niet

 [heel oude eigen  tekst.]

 

 

 

.

 

,

 

Ik weet niet of het een direct gevolg is van mijn CVA,

maar meer dan mijn toekomst is mijn verleden veranderd.

Mijn verleden is steeds meer noodzakelijk gebleken om de  stroom informatie van de dag te ordenen en samenhang te verlenen.

Aan de hand van uiterst gedetailleerd teruggezochte herinneringen plaats ik mijzelf in de lengte van de tijd,ik leef niet mét God, ik leef ín God dat ervaar ik als ik fiets

 

de man zei dat hij vrij was

en weer sloeg de engel hem neer,

 

maar de man zei opnieuw dat hij vrij was

en opnieuw sloeg de engel hem neer,

 

toen schreeuwde de man dat hij vrij was,

dat hij altijd vrij was, dat hij nooit iets anders dan vrij zou zijn

en de engel sloeg hem tot bloedens toe neer

 

en schaamte en vergeefse moeite woeien op

en verspreidden zich als stof

over de grijze aarde

 

en de man stamelde dat hij vrij was,

dat hij dacht dat hij vrij was

 

en de engel vloog weg.

 

1999

Dat is religie

Geloven in het reële bestaan van god hemel en engelen doet daarbij niet ter zake.

 

 

 

 

 

Ik schreef een vers voor iets anders,

Zo’n vers dat ontstaat als ik stil zit en kijk naar een druipend schilderij.Dit gebeurde

bijna dood

Als je bijna dood bent.

Ze wachten nog even bij je bed

 En je meisje heeft je al vaarwel gezegd,

 Haar lippen op je voorhoofd gelegd

, met al haar liefde.

 Zoveel liefde

dat je niet geloven kunt

Dat je bijna dood bent.

Wat te doen met al die liefde?

Dan sta je op

Wat nu?

Wat is gebleven?

[Eigen tekst2016]

wat bleef is een nieuw verleden, dat is artistieke logica. Dan sta ik op en begin een nieuw schilderij, met de verf die er nog stond, je weet maar nooit wat het wordt.

ervaring

 Ze wist dat ze de ervaring gemist had,

Ze had een kast vol ervaring.

 met en la voor gemiste kansen.

Di e eerder gebruikt werd als klerenkast

voor kleren die ze nooit meer droeg.

 

 er is geen einde

 

Wie bepaalt er het moment

voor al dan niet een happy end

Wanneer de gang van het verhaal

voor even wordt gestaakt

en de balans wordt opgemaakt

 

voor wie het ziet en wie het hoort

maar ondertussen gaat het voort

en tussen toekomst en wat was

in zo’n eindeloos moment

wil ik gezien zijn en gekend

 

REFREIN

Er is geen einde

er is geen einde,

geen sluitend slot, geen happy end,

er is alleen maar het moment

 

wanneer de tijd een tijdje staakt

als foto’s van jezelf gemaakt

waarop je staat en niet beweegt

in één zo’n uitgelicht moment

terwijl jezelf weer verder bent

 

voor mijn gevoel, naar mijn idee

ben ik een weg van a naar b

geboren tussen a en z,

misschien bij toeval of gepland

maar wat ik ben is dit moment

 

 

REFREIN

er is geen einde,

er is geen einde,

geen sluitend slot, geen happy end,

er is alleen maar het moment

 

– Ain’t got no home, ain’t got no shoe

er is geen einde,

– Ain’t got no money, ain’t got no class

er is geen einde,

– Ain’t got no friends, ain’t got no schoolin’

geen sluitend slot, geen happy end,

– Ain’t got no wear, ain’t got no job

er is alleen maar het moment

– Ain’t got no man

 

Ain’t got no father, ain’t got no mother

Ain’t got no children, ain’t got no god

Ain’t got no earth, ain’t got no water

Ain’t got no ticket, ain’t got no token

Ain’t got no love

 

I got my hair, I got my head

I got my brains, I got my ears

I got my eyes, I got my nose

I got my mouth, I got my smile

 

I got my arms, I got my hands

I got my fingers, Got my legs

I got my feet, I got my toes

I got my liver, Got my blood

 

– Got life , I got my life

Er is geen einde

– Got life, I got my life

Er is geen einde

– Got life , I got my life  – Got life , I got my life )

(Eigen tekst 1998)

 

Mijn naam is overal geweest waar ik was, we hebben samen geschiedenis gemaakt, we zijn elkaars ervaring’’ typisch Marinus zeiden mensen die mij of mijn werk ontmoet hadden. Dat is niet wat ik zijn moet, dat is wat ik ben: Marinus

Er is geen aanwijsbare kern in mij, deen zelfstandig opererend klompje cellen. Er is brein en geheugen en waar die elkaar otmoeten ontstaat een middelpunt, een punt, een standpunt, een verdwijnpunt, het snijpunt van twee lijnen, het is geen plek, het is visie, niet als visioen, maar alsverzamelpunt van indrukken en beleving darvan. Ht is eenongevaarlijke abstractie htr isdat wat Toon Tellegen, het wezen van de olifant noemt. De olifant wil naar de top van de boom om de verte te zien en een pirouette te maken. als hij valt begint hij opnieuw, hij moet wel om olifant te zijn.ik denk dat bomen te sterfelijk geweest zijn voor Plato om er in te klimmen.

 

In 2017 gaf ik een workshop aant studenten Maatschappelijk ewwerk. Ik improviseerde een rollenspelletje. Een van de studenten moest aan een tafeltje zitten en Maatschappelijk werker zijn, ik was client en  . kwam met de vraag:’’Ik zou zo graag naar zee willen om op een hoge golf te dansen als het stormt.

Ze aschrok

Ik denk niet dat dat kan, zei ze met lichtgedeelde droefenis.

Maar we kunnen wel iets doen aan zee wat wel kan.

Maar dat wil ik niet.

Ze liet me gaan:

Sterkte.

Ze had mij nit gevraagd hoe ik heette.

Een medestudente kwam op haar paats zitten

Ik wam met mijnvraag:Ik zou zo graag naar zee willen om op een hoge golf te dansen als het stormt,

Dat zal niet mogelijk zijn, maar we kunnen wel iets doen wat hetzelfde voor u betekent. Ze keek me aan alsof ze in mij naar de essentie

van mijn vraag zocht. Ik wist mij gezien. Daar waar zij mij zag bevond zich mijn ziel. Zoals zij mij zag qawas echtNooit eerder heeft iemand mij ooit gezien volgens mij.Dit is een belangrike herinneing voor mijn nieuwe verledenMijn ziel bestaat niet, mijn ziel ontstaat door gezzien te zijn. ?Net als ik.Ik was geroerd, ontroerd, even gedanst op een golf.

Dit is wat ik wil.Dit is de samenvatting van het evangelie denk ik.

 

Wat ik schilder ontstaat dan vanzelf; de hekken zijn weg. Ik ben dus ik besta en dat is voldoende, dat is Marinus en daarom schilder ik, knip ik, plak ik, maak ik en verniel ik. De orde van het oerwoud. De orde die mij altijd eigen geweest is. De orde van verwondering en verrassing.

Wat ik schilder ontstaat dan, vanzelf, de hekken zijn weg- Ik ben dus ik besta, en dat is voldoende, dat is Marinus. en daarom schilder ik knip ik plak ik, maak i en verniel  de orde van het oerwoud.de orde die mij altijd eigen geweest is.de orde van verwondering en verrassing. Herboren zijn door geschiedenis te schrijven. Scheuren, plakken, verf die van mijn schilderwerk tot op mijn schoenen druipt. Het moet vies zijn, woest,  ledig en ondoorgrondelijk. Het moet zijn als een litteken op papier. Niet symbolisch, niet als gekozen concept maar als  werkelijkheid op zich, een schilderij met pijn. Met een pijnlijke ongeneeslijke huid die je aan mag raken en kussen als je wilt.

hoe ik gebeur.ik ben best wel raar geworden,na mijn herseninfarct.

 

Psychologie is de grammatica van de taal van het brein. En het daar in besloten onderbewuste wint. Het bestaat, maar wat er in huishoudt, wil ik niet weten.

Mijn verleden, vaak in gedaante van herinneringen aan mijn vrome evangelische jaren, niet de inhoud maar de hardnekkigheid ervan.de religieuze draad,de religieuze ketting Ook daarin is het hek van de dam, maar de wijze waarop ik met die herinneringen omga is psychologisch. Het zijn verhalen geworden, verteld door de man die ik nu ben en daarmee heb ik ze van ballast ontdaanen dat is gelukt ik lEef in een nieuwe volwassenheid, dat is zoals ht zich aan mij voordoet, zonder bewijs of methodische onderbouwing het íszoals het zich kenbaar maakt.

Freud dacht dat de psyché een actief mechanisme van het lichaam was, dat op therapeutische wijze analyseerbaar en bestuurbaar was.

Mijn ervaring is anders want mijn psyché bungelt voor mijn ogen en ik loop er mank achteraan met mijn stok. Het zijn engelen die niet koesteren maar wurgen.

Er zijn gênante herinneringen bij, die ik geleerd heb te accepteren als waardevol, als typisch Marinus.Zo is het, weet ik nu.

 

Dankzij mijn begeleiding door Paul van NAH professionals, heb ik deze kijk op mijzelf herzien. Er is veel wat ik nooit geweest ben.  Nu ben ik dat wel

Ik wil geen herinneringen als monument maar als fundament, dus als ik in slaap val uit sufheid en sen moedeloosheid : schop mij wakker, ik wil niet zomaar een blokje om,maar maar ergens naar toelopen  ,waar ik lang niet geweest ben. Lopen zoals ik met fysiotherapeute Janneke door de sneeuw naar de bosrand gelopen ben  en daar in de bladeren gelopen heb, meen ik mij te herinnneren, of toen ik voor het raam stond te treuren om het herseninfarct van mijn zus Jansje envroeg ze mij :

?Heb je zin in wat geks ?,vroeg Janneke trek je jas maar aan dan gaan we. Ze hielp mij in mijn jas en we gingen ; dat is revalideren, niet leren om iets te kunnnen, maar doen omdat het kan  en de fysieke techniek koppelt aan de vrijheid van geestdoor en de zintuigelijke ervaring van het lopen., dat wat de essentie van wandelen is.In deze herinnering klopt iets niet . : in mijn herinnering liep ik met mijn wandelstok,  of ik dat toen al kon weet ik niet,maar in deze context doet dat niet ter zake,ik ging rechtop, al dan niet met stok en er lag sneeuw, en Jansje had én kanker én een .hrseninfarct, zij ging rechtop met karakter en een rollatoromdat ze ergens wilde komen om te kunnen zijn zoals ze was.

Mijn zintuigelijke prikkels dressèren kan ik niet,zoals ik als jongen  niet van Lie af kon blijven dus laat ik ze dansen,in wat ik maak als kunstenaaraks kunstenaar zoals ik als jongen  had moeten doen. Talenten troost moet je opentitsen om van warde te zijn en te dansen,. Zoals Madman leerde dansen

 

Kom dichterbij en leeg je glas en knoop de knopen van je doordeweekse jas los, spreidt hem wijd aan je voeten op de vloer, en laat maar komen, kom maar kom maar, kom maar.

 

tranen

Iemand valt uiteen in tranen

 Niemand legt zich bij hem neer

 Ze biechten samen iets ondeelbaars

 Dat was dat zegt niemand

Binnen woont de Avond

 Buiten valt de nacht.

 De schemerlampen doven

 Ze hebben hun tranen samen gedeeld.

Er kiert iets tussen de gordijnen

Dat kietelt en dat streelt.

Zo staan ze samen onder de douche.

De dag kiert binnen door het kattenluik.

Poes komt binnen, staart omhoog

(Eigen tekst2017)   

 

, Roken doe ik niet als retro puber, ik heb er wel  gedacht om er mee te beginnen. Lief is mijn meisje En dus laat ik al  die andere meisjes voorbijfietsen fietsen .zij roken wel. Ik kijk ze na uiteraard ,omdat het zomer is en  ze mij doen denken aan Lief toen wij tweeën die leeftijd hadden en altijd samenfietsten.Ik was toen te jong om haar lief te hebben zoals ik het nu zou doen als alles verder normaal was. Inplaats van mij te laten versieren door haar zou ik haar versieren omdat ik denk dat ik dat in mijn huidige staat wel zou kunnen, zo voelt dat nu, vandaag weet ik dat ik daarin ongelijk heb,ze wil mij niet bij haar thuis hebben als ik daar spontaan zin in heb, wij hebben een afspraakregeling elke eerste en laatste vrijdag van de maand ben ik welkom, de wil haar een tijdlang niet meer zien want ik ben boos, ik daata staan in mijn agendadarom was ik woedend, ht zwartse kaliber woedend.suicidaal woedend ik ben soms zo ontzettend 17: hoe leg ik het haar uit zonder zeiken insinueren of pijn te doen: Het zijn pijnlijke dagen. De kiespijn va opnieuw doorkomende verstandskiezen. Anachronistische waanzin van het brein.

Lief is moe, zoals meestal na weer zo’n dag. Ze ligt op de bank weggekropen onder een dekentje ren Hobbes erbij. Ze heeft liever niet dat ik er ook bijkom, ze wil gewoon even niet meer dan alleen wat rust voor zichzelf. Ik wil dat begrijpen om te kunnen accepteren maar ben nutteloos op dat moment, éendimensionaal. Omdat ik toch niet anders doe dan er door heen kletsen ga ik naar boven, kijk uit het raam en schrijf een  nachtverhaal

 

Een fantasie] Mijn slaapkamer nu is mijn jongenskamer van toen. Op deze plek vallen Heelsum en Emmen samen, Dat komt door het raam; daar hangt een licht doorlatend gordijntje voor .Ook laat het veel geluiden door. De muur rechts van mijn bed is één Steens dik, en laat het geluid van de buurvrouwen door. In Emmen kon ik mijn moeder met de buurvrouw horen praten.ze spraken over  fr idooterie rond the Beatles in Amsterdam Ook staan er boeken die ik las toen ik nog een jongen was :Old Shatterhand enWinnetoe, te laat te laat, zei Winnetoe, het zaad is al naar binnen toe dat was een belangrijk rijmpje voor mij niet in Emmen, maar inDen Haag  , omdat het over seks ging en op een bijzondere wijze rijmde. In Den Haag dook het  opergens in de kelder van de jeugdveniginging van de kdrk  , Het was de tijd dat ik uiterst rijmgevoelig was, daarom kocht ik op een dag een dik blauw boek met gedichten van Leo Vroman. Voor mijn boekenlijst Nederlands, zette ik twee gedichten op de lijst. Dat was een tactische zet. Er waren maar weinig leerlingen die poëzie op hun lijst zetten. dus daar kon je mee scoren, en dat scheelde twee andere boeken,Mannekino ws ook een slimme keuze  Mannekino van Sybren Polet was een aardige zet om de Max Havelaar over te kunnen slaan.Nog altijd heb ik de Max niet gelezen

Mijn jongens kamer nu voelt als een variatie op mijn kamer in Emmen, ook daar grensde mijn kamer aan het toilet, en bevond het raam zich boven mijn voeteneinde, zelfs de geluiden die daar door het raam naar binnen zoemden, auto’s ver weg, soms een trein, zijn ongeveer hetzelfde. Veel auto’s waren er toen nog niet.

Leo Vroman is dood Ter nagedachtenis heb ik op mijn atelier een gedicht van Vroman voorgelezen. Soms ben ik een jongen van 60.

Dat zeg ik niet tegen lief, Lief begrijpt

dat niet ,en vindt het onzin.

Het is geen onzin, het gebeurt, en meestal gebeurt het ‘s nachts rond een uur of  5,in elk geval op een tijd dat ik denk dat het morgen is en mestal zit ik dan op een stoel in mijn blauwe urinaal te plassend om Lief niet wakkere te maken kom ik mijn kamer niet af als het donker is.

 

Getallen en feiten voldoen niet om een nieuw  zelfbewustzijn te creëren .

Lief is meer van de getallen en de feiten. Ik ben van de geestelijke hinkstapsprongen,een jongen van 60 met een eigenaardige bezigheid. Ik stel mijzelf vragen. Vragen naar de bekende weg die ik kwijt ben .Nog steeds ben ik bezig om vast te stellen en vast te leggen wat het betekent om mij te zijn.

Het is een voortdurend thuiskomen. Jan de

Jong,  een kennis van ons die af toe langskomt om het snoei en zaagwerk in de tuin te verrichten, staat op een ladder. Ik weet hoe de ladder voelt, maar kan er niet op klimmen.

Ik weet dat ik nog lang niet thuis ben.

‘’Dat is eigenlijk mijn werk, zeg ik tegen Lief, ze begrijpt me,

Dat deed jij altijd’’ ,zal ze waarschijnlijk denkenzo denkt ze wel vaker en dat maakt haar verdrietig Ze kijkt een  beetje weemoedig en zorgelijk. Ze houdt zich vast aan haar koffie en ik, ben  weer ver van huis. De mok waaruit ik mijn koffie drink kregen wij ik als huwelijkscadeau.

Het is zoals de keren dat ik de doorbuigende ladder beklom om de dakgoten schoon te maken: rottend blad, beginnende berkjes . Op de ladder die en beetje meebeweegt met mijn voorzichtige stappen, het gevoel van de handen in de natte restanten natuur.

. Het deel van het huis dat ik mij door allerlei kluswerk eigen heb gemaakt moet hereigend worden, En dat kan alleen in mijn bewustzijn. Ik kijk graag rond in mijn werkkamer. Het is er koel er is uitzicht op wat buiten zijn eigen gang gaat. Hier liggen de roots

van mijn nieuwe toekomst.

Het is niet zomaar een dag deze dag, het is heet. Buiten rijdt een meisje in zomers zwart op een zwarte fiets voorbij, dat maakt mij vrolijk ze rijdt met losse handen zodat ze op haar iPhone kijken kan, ze heeft witte oortjes in, aan een wit snoertje. Ik hoop dat ze goed uitkijkt.Op de stoep bij de bushalte staat een dikke vrouw met kort grijs haar. De bus rijdt voor, en de dikke vrouw met kort grijs haar stapt in gelukkig maar, het meisje in het zwart. Mooie meisjes fietsen, zoals Lief die op haar fiets naar Oosterbeek is, vanwege pijnlijke voeten. haar haar was meer wit dan blond. Toen ik in 2005 het huis verliet was dat anderswel grijs maar niet zoIn Utrecht als het regende haar haar zwart. Mte hier en daar wat grijs en blond.

Vanmiddag reed er een meisje voorbij, zwart gekleed, kaarsrecht op een waardige trendloze fiets, , ze kwam van rechts, reed de Dopheidelaan in en een tijdje later kwam ze terug om rechts af te slaan, een mysterie van grote schoonheid. Het mooie meisje in het zwart was toen al lang voorbij, als ze maar niet gevallen is, of aangereden.

Ik lig alleen op een kleine kamer naast de grote kamer waarin in Lief in het dubbelbed slaapt, óns  bed. Af en toe hoor ik haar radiootje en weet  dat ook zij wakker is. ‘

 

Ik houd van Lief en van het leven dat  ons leven is, dat af en toe knarst als een deur die klemt.

Ik denk wel eens dat ze me kwijt wil omdat ik lastig ben , maar een suggestie van mij in die richting wordt meteen afgestraft: Natuurlijk niet idioot.

Ik zelf ben  die dat denkt, maar dat valt nite te weerleggen , daarom wil ik huilen, zoals nu.

Dit valt niet uit te leggen. Hier doen wij het tegen snurken valt wat te doen mijn onrust is te dempen mr niet  te eexorceren.darom slaap ik in afzondering ik kan daar mee leven alleen’s morgens wkker worden mete niemand naast mij, tegen mij aan wekt een gevoel van hopeloosheid

Helplessly hoping her harlequin hovers

Nearby awaiting a word

Gasping at glimpses of gentle true spirit

He runs wishing he could fly

Only to trip at the sound of goodbye

 

Wordlessly watching he waits by the window

And wonders at the empty place inside

Heartlessly helping himself to her bad dreams

He worries did he hear a goodbye?

Or even hello?

 

They are one person

They are two alone

They are three together

They are for each other

 

Stand by the stairway you’ll see something certain

To tell you confusion has its cost

Love isn’t lying it’s loose in a lady

Who lingers saying she is lost

And choking on hello.

De details kloppen niet de geest ervan klopt wel.

DE ACHTERAFERVARINGEN,

 

De eerste

[groot klimmendaal 24 december]

 

Het is kerst.

In de kerk waar veel mensen in rolstoelen zitten, zit ik ook.

Een blind meisje geeft een kerstkaars door.

Het vlammetje waait bijna uit.

En  ik voor het eerstbesefte ik: bijna dood geweest. dust in the wind,

stuifzand en piepschuim, wat rest is verte en horizon zijn.

Daarom moest ik huilen.

Ik zat naast Lief en moest huilen. Tegen haar schouder, zij begreep mij. Dat scheelde woorden.

Het was de eerste keer dat ik huilen moest vanwege mijn CVA.

 

Eindelijk begreep ik het,

Lief begreep ook,

de achterafervaring:

bijna dood geweest.

meisjesgevoel

 

Ik lees te weinig ik lees teveel monitor dus besloot ik opde bsmk eemn bek te lezen, een boek wrin een theoloog geloofs wijsheid in kunstwerkent e ontdekken,het was een saai boekin de boekenkast voor mi stonde enfoto vanmijn vader, mijn jonge vader,een foto van mijn moeder en eenfot van mijn zus Jansje Goede.mensen Mijn leven was voor een belangrijk deel het hunne, we liepen samen dichtbij elkaar in dezelfde geschiedenis.

 

Allemaal dood dacht ik.Ik ook bijna, dat vin dik een dubieus zinnetje het  is zo sentimenteel, het is vragen om gevoel; van dat huilerig schoolmeisjes gevoel: ergens op een hoek staan huilen. En het geschiedde, ik moest huilen, van dat schokkerige bijna geluidloze huilen,  met nu en daneen snik, ik verborg mijn hoofd met een kussen en herhaalde de woorden hardop. Ik zou op mijn alarm kunnen drukken en via de intercom de vraag krijgen: dag Marinus, is er wat, en dan zeggen ikmoete huilen ik heb verdriet,  pijn in mijn hersenletsel, en dan zou er iemand komen en dan wist ik niet wie en zou er spijt van krijgen.

 

Op een zomermorgen 2010 schat ik waren Lief en ik naar het gemeentehuis van Renkum in Oosterbeek. Iets met een identiteitskaart meen ik.In het bushaltehokje wachtten wij. Er passeerden een politieauto en een ambulance met veel haast en lawaai. Lief moest huilen, hartverscheurend huilen. Ik wist waarom, ook ik begon. Mijn brein kan huilen heb ik ontdekt

‘’Dat was niet voor ons’’, troostte ik haar, maar ze zat daar bijna alleen. Die identiteitskaart was dan niet nodig geweest, het verstand huilt hersencellen.

Elke keer als er ergens met veel lawaai een ambulance komt en gaat, zeggen wij, ‘’die is niet voor ons’’.

Bijna dood: lege stoel, Altijd als ik ergens zit denk ik: hier had ook niemand kunnen zitten of als ik met iemand praat denk ik: hier had iemand alleen kunnen staan, in zichzelf pratend. Niemand luistert naar hem;  dodgaan en dood zijn lijken mij niet erg, maar de vraag is hardnekkig: wat beteken het om een gat in de leegte te zijn, stof in stof lucht in lucht, leegte in leegte, zo verschrikkelijk helemaal niks, en niemand om tegen te praten of boos op te zijn of tegenaan te huilen vanwege het wapperen van de geest.

Nutteloos identiteitsbewijs. We bestaan. Met elkaar en in elkaar, Lief en ik, ik met droefheid en schuldgevoel. Wat doe ik hier? Wat valt er nog te bewijzen.

, wat zou er gebeurd zijn al ser voor medicijnen gekozen was?

De computer bepaalde random, in welke onderzoeksgroep ik terecht kwam. Wat als ik in een andere groep terecht gekomen was? Ik zou op die avond niet kunnen kiezen als ik het zelf had moeten  doen, ik zou niet eens hebben begrepen wat hoe en waarom? Hoe dan ook, wat dan ook ze hebben goed gekozen.

De derde

 

Gisteravond op het trouwfeest van Karen en Nout, heb ik gedanst zoals ik voorheen nooit gedaan had. Op een beetje pogo na tijdens een partijtje punk op het van Lingen college. Pogo een hardhandig soort intimiteit.

Mijn zus Wilma had mij de dansvloer opgedwongen en met behulp van mijn stok, horizontaal, enik verticaal aan de stok aan het dansen gekregen, headbangen met mijn haar dat tekort was, met haar en met Piet, mijn grote broer. Wij tweeën, broeders,  oude grijze broeders, nostalgische luchtgitaarrock met een vleugje disco.nu en dan.en  Wilma, mijn zusje, mij noemt ze broertje,

Broers en zus.

Na afloop, zat ik buiten bij een open vuur terwijl de bediening lekkere hapjes bracht: ik ben er wist ik, ik ben tot hier gekomen, koude benen, met name het linker, maar lekkere hapjes  vriendelijke mensen en goed vuur. Mijn mooiste nieuwe verleden

je stond er, zei Karen. Het was een heftige ervaring op slechte muziek een aanwinst voor mijn nieuwe verleden, ik bof maar. Het zag er niet uit, maar je stónd er, zei Karen.

 

Via het atelier werd ik uitgenodigd om in Nijmegen op de HAN college te geven aan eerstejaars studenten. Over de manier waarop zij en ik om kunnen gaan met hersenletsel lijders en andere handicaps, de heftige drang om tegen eén van de zuilen te plassen drukte ik de kop in.

Ik stond bij een katheder de volle zaal te bespelen met een spontaan geïmproviseerde performance en dacht opgewonden: godverdomme, bijna dood geweest en nu sta ik hier, dat overkomt mij vaker, leuk is dat.

 

De derde

 

Het is juli 2009

Margriet en Lief zitten met mij onder het balkon in de zon te praten over deze ingrijpende gebeurtenissen.

, Een glas wijn en wat nootjes erbij,

Alles is zomer en prettig.

Margriet begint te huilen.

Wat is er?, vraag ik.

ja wat denk je, zegt Lief tegen mij.

dat je bijna dood was, zegt Margriet

ik heb nooit beseft hoe zij mijn bijna-dood

ervaren hebben.  Wat dat betreft, hebben zij, meer ervaren dan ik.

bijna dood gegaan zijn is een ego-ervaring geworden, waarmee ik het egocentrisch universum betrad.

niet alles draait om jou, zegt Lief wel eens.

Dat weét ik, maar ontken ik meteen.

Ik ben het centrum van het universum waar ik in leef.

Dat is eén van de vele kleinigheden, die inmiddels groot en betekenisvol zijn gaan worden, de geschiedenis is niet meer dan een decor waarin het kleine wordt uitvergroot. Mijn werkelijkheid is gemythologiseerd, om minder banaal te zijn. Volgens de narratieve identiteitstheorie is het verhaal niet alleen een vruchtbare metafoor om de persoonlijke identiteit te beschrijven, maar construeren mensen hun identiteit daadwerkelijk met behulp van (levens)verhalen’’die verhalen hebik gezocht en opgeschreven, daarmee hebik op intense wijze mijzelf herzelvigt.ik heb ze niet vanmij afgeschreven, ik hebze binnengelaten en welkom geheten.

Verminking en vermanking verdragen het banale niet; ik zoek naar meerwaarde door mijzelf te verbaliseren. Meer dan beeld ben ik woord, typisch protestant,altijd geweest verhalen creëren waarin diverse werkelijkheden éen nieuwe creëert, waarin al mijn personages ,rollen en zielen met elkaar in gesprek zijn  en samen Marinus worden. Taal houdt ons bij elkaar. Als ik mijn taal verlies ben ik mijzelf kwijt, dood misschien., niet bijna, maar wel zo goed als. Afasie is niet alleen een communicatieprobleem, het is een existentieel probleem; dat ergens in je   woorden zijn die noodzakelijk zijn voor je persoonlijkheid, maar je kunt ze niet vinden; tussen voorhoofd en tenen zijn ze zoekgeraakt, dat weet je als je loopt praat en kijkt. Ik ken een bijzondere man man dihier in  is een grote persoonlijkheid voor mij, hij heeft wat veel anderen niet hebben als ze mij ontmoeten. Hij kijkt door mijn overdosis heen, en lacht met heel zijn persoonlijkheid: Hij ís.maar wel een man die woorden mistmaar zijn taal; is zíjn en liefde, hij is er niet voor zichzelf, detaal die hij mistís hij.Ik houd van die man.Niemand zoals hij.

Lief is meer van de beslissing. Doen. Uitvoeren, ik stel uit, als het aanmij had gelegen die avond was ik er nu niet geweest.

[Voor Rita:

[Voor een huwelijksjubileum, lang terug; groot feest.]

De avond ervoor liep ik boos, door de velden ergens in Oosterbeek, het regende, en ik was koud en nat. boos en alleen, toen liep ik nog alleen, zonder stok, toen kon iknog denken zonder overdosis.

 

 

zoals het is

 

 

 

 

[Voor Rita]

 

Je moet geen grote woorden zeggen

Je moet geen zware vragen stellen

Je moet geen diepe stiltes leggen

Tussen onze daden in

Geef mij verhalen en wat grappen

Geef mij gesprekken die verdwalen

En als je van mij houdt

dan lees je daar vanzelf wel in

wat mij bezielt

 

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Zoals het is

 

Vraag mij niet naar mijn gedachten

Wat ik denk weet god alleen

Ik gooi wat steentjes in een vijver

En zie de kringen eromheen

Jij ben geen puzzel die ik oplos

Ik ben geen antwoord op jouw vraag

Ik ben gen blijvende garantie

Ook al wil ik nog zo graag

Vanwege jou

 

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Mij aan tafel mij in bed

In nabijheid en gemis

In die wisselende mix

Van weer verliefd en ergernis

Zoals het is

 

Ik ben de jongen, jij het meisje

En inmiddels flink wat ouder

Jij bent moeder vrouw vriendin

Ik ben vader man en vriend

En almaar weer word je mooier

Almaar weer word je sterker

En ik denk wel eens met zelfspot

Dat je beter had verdiend

Maar het is goed

 

Zoals het is

 

We zijn getrouwd de dag bestond uit een broodmaaltijd met familie en een paar vrienden en het woord war het om ging: ja ;taal van de belofte. wat die belofte uiteindelijk inhoudt als je hem aangaat weetj e niet, wat voor sommigen een reden is om er niet aan te beginnen, net als het krijgen van kinderen.

wij zijn er aan begonnen en hebben dat opgevat om door te gaan.

Mensen die beweren dat ik een goede leraar was moet je niet geloven. leerlingen die dat zeggen, hebben gelijk , zijn leerlingen die dat zeggen, daar ben ik blij mee,dat zijn bijzondere leerlingen, leerlingen met gevoel voor de hinkstapsprong.

Voor wie schrijf ik dit? Vor wie wil ik zingen?

Voor wie ik liefheb wil ik zingen: voor lief,voor Kare, voor Marghgriet , voor \Nout en Marius, en David SofieEmma en Oscar

Zelfs de betekenis van woorden daden en blikken moet hervonden worden. Ik heb leren drijven op de tijd, en leren kiezen tegen de stroom in.,en ik moet waarmaken wat ik ooit voor  theatervoorstellingen geschreven heb.

ik zingen met mijn allerlaatste restje stem

 

 

 

NACHTVERHAAL

[een fantasie]

Ik lig wakker, ik hoor haar radiootje kabbelen en weet  dat ook zij wakker is. ‘

Zij kan mij door de muur heen horen snurken, daarom slaap ik hier en niet daar. Ze wil niet wakker liggen  van mij. en als ze mij aanstoot wordt ze zelf ook wakker. Voor 2005 was dat ook zo, toen sliep ik ook vaak waar ik nuwakker lig slaap , maar toen lag ik nog stil naast haar en hoefde er niet zo vaak uit om te plassenen zonodig kon ik dat bijna onmerkbaar, maarzoals ik nu mijn bed uitga trek ik een groot deel dekbed met mij mee.bovendien moet ik dat twee deuren openen en sluiten zonfder geluid te maken. Daarom ga ik ook mijn kamertje niet uit als ik plassen moet. Voor de nacht staat er een urinaal. Daarmee begint het denken.ht gordijntje achter mij wappert een beetje door ht openraam komt frise lucht en hte geluid van de trein die Wolfheze passeert.ik wordd niet koud, ik koel af gefantaseer als denkvorm.

Ik zit op de stoel met mijn geslacht in de hals van het blauwe urinaal. Dat is vervelend de rand rafelt een beetje, maar artistiek romantisch. Een inspererend soort verlatenheid. Ik vraag mij af: ik vraag mij af: Als ik dood wil, hoe doe ik dat? Ik ben niet suïcidaal. Integendeel, ik ben  wakker, dat is alles.maar ’s nachts houd ik  van die vragen, het is een pervers soort liefde voor mijn leven: hoe erg is doodgaan, en als je  wilt , hoe doe je dat als je aan één

‘kant verlamd bent waardoor de mogelijkheid om de brug te bereiken nihil is. Met Lopend red ik het niet en om mijn 3wielfiets uit de schuur te halen moet ik naar buiten maar ik wil Lief niet wakker maken. Ze slaapt toch al te weinig, net als ik.ik houd van die fantasieën, er zijn veel varianten.

Dan zal ik. de keukendeur open moeten sleutelen maar die klemt net als de schuurdeur., Dat zou Lief horen. Lief hoort alles, ze zou geschrokken, verontrust gaan kijken. Ze zou mij zien en  hysterisch overstuur zijn. Wanhopig verdrietig zoals op de dag dat ik in de ambulance naar Ede gereden werd.

Ik houd van Lief en van het leven, ons leven, dat af en toe knarst als een deur die klemt.

Ik denk wel eens dat ze me kwijt wil omdat ik lastig ben, maar een suggestie van mij in die richting wordt meteen afgestraft: Natuurlijk niet idioot.

Dit valt niet uit te leggen. Warom niet? wat doe ik hiere, wie ben ik hier ? Wat oik altijd geweten hebweet ik opeens niet meer. Mijn kapotte brein is mijn kapotte zijn

, ht is hier alsof die man gelijk heeft met dat rijmpje.

Ik ben vermoeiend om te onderhouden, poezen zijn makkelijker.

Voor zulke aangelegenheden zijn er in diverse woonvormen TOP- kamers (tijdelijke opvang.) Woonvormen zijn plaatsen waar mensen wonen die hulp nodig hebben, organisatorisch, psychisch, fysiek. Ik heb hier van alles wat nodig is.Tehuis, inrichting mag je uiteraard niet meer zeggen, dit heet een woonvorm, of gewoon ‘’begeleid wonenvan de mensen hier mag je niet zeggen dat ze nite normaal zijn’’.het zijn appartementen, met bewoners die allemaal iets ongebruikelijks hebben.

Mijn eerste periode logeerde ik in Bennekom, Lief is met buren mee naar Boedapest en geniet. Ik deed wat dingen op mijn laptop. Regelmatig kreeg ik bezoek van vrienden, familie en andere bekenden die iets met mij ondernamen: fietsen of met de rolstoel wandelen. Ik maak kennis met bewoners die allemaal iets anderste hendelen dan  ik. Veelal aangeboren. Ook dat is leren, en onderdeel van mijn  gesammtkunstwerkleven mt hersenlrtdel: vaak zeg ik verkeerde dingen.

Alles wat er gegeten wordt w, lijkt op erwtensoepin plasastic bakjes geleverd door ’t Huuskes.

 

Was je bang? , vraagt ze ‘ s morgens

Had je een hallucinatie?

Je moet niet denken dat ik Alzheimer heb of  .of zwaar depressief ben of een hallucinatie had

 

 Wat dan? vroeg ze

Ik wilde van de brug afspringen.

Ik wilde naar Heeteren, zal ik dan zeggen. Zodat zij zal zeggen, ik denk dat je aan het slaapwandelen was. hoe denk je daar te komen schat?

Lief ligt in bed .

Ik houd ervan als Lief godverdomme zegt, daar kijkt ze zo lief bij,

maar ook heel verdrietig, dit is hoe het is als ik denkent en  mijn denken verbeelding wordt.Ik ben klaar met plassen en kruip mijn bed in.Als ik nog even  lezen wil, valt mijn e-reader uit mijn hand. Dus vloek ik en ga verder met eigen fantasieën. Als ik de flap van mijn dekbed over mijn hoofd slai s het alsof ik in mijn kist lig en het deksel dichtsla, het is een goed en vellig gevoel, het dekbed is rood als de voering van Dracula’s mantel.

Ik stel me voor hoe het dan verder gaat.

Waar begint het composteren en hoe lang duurt het voor ik aarde ben  Ik val in slaap. ik vind het heerlijk om te leven. suïcidaal ben ik niet. behoefte aan psychoanalyse heb ik niet, aan extra pillen evenmin maar soms als ik een vrachtwagen zie, denk ik hoe zou het zijn om voor één van die wielen te fietsen ,gewoon uit nieuwsgierigheid. Suïcidaal ben ik niet, ik ben een romanticus. Ik ben blij dat ik leef, en dat vier ik nu en dan met morbide fantasieën.

Als Lief een ambulance met jankende sirene hoort passeren, moet ze huilen, dan huil ik een beetje mee, overal zijn er die bijna dood ervaringen

 

 

 

 

LOVE WILL TEAR US APART

joy division]

Over liefde

Ik ben er niet goed in.

Verliefdheid, vlinders in de buik, heftige passie.

In de vrouwen en meisjesbladen die in het Atelier te vinden zijn om gelezen te worden, door de al wat oudere meisjes, gaat het over liefde, hoe dat voelt, hoe dat verder gaat, en wat je aan moet met je ex.

Ik heb geen ex, wel is de situatie een beetje ex

De tijdschriften, die glimmen van de inkt verscheur ik en voorzie ik van een grove vhuid van verf, als de pagina’s aan elkaar plakken scheur ik ze los.

Ik kan er niets anders mee dan ‘’chaos toeval en onzin’’.van een vrouw kun je alleen houden alsze niet van inkt is,of deel uitmaakt van een dikke reclamefolder.Glossy is erger dan de duivel, ikm ben er bang voor, ik wort er diepgrondig boos van, en dat gelsdt voor alle media ,e werkelijkheid van het korte lontje.

. Af en toe staat er wel eens een aardige foto van een mooi meisje of een mooie vrouw in, maar dat is inkt, de geilheid van  fotograaf  en redactie, dat is een format, daar word ik niet verliefd op, dat is uitgemolken  amusementnet als de online porno

Oh sometimes I see her undressing for me,

She’s the soft naked lady love meant her to be

And she’s moving her body so brave and so free.

If I’ve got to remember that’s a fine memory.

Leonard Cohen.

Ook toen was ik 17Peter B, leende mij een lp. En ik nam die op met mijn bandrecorder. Hoe ik dat deed en of d ik ecfht een bandrecorder had weetg ik nit zeker. Maar  dat van die muziek is swaar . traveling lady, sisters of mercy, stories of the street, ik verstond ht niet, maar was ht wel.life on the edge.the story of isaac,ht kjlassieke religieiuze verhaal werd p[ijnlijk en dubieus.’’ You who build the altars now, to sacrifice your children you must not do it anymore en de dreigende beginregel:’’ the door went open slowly, my father he came in.

Ook dweep ik niet m ik adoreerde niets of niemand, hoguit adoreerde ik ikJezus een bee maar daT was tactiscGeen actrices of zangeressen, een beetje met mijn vader regelmatig e pornofilmpje dat ik een mooie verbeelding van liefde vind,als een verhaaltje voor het slapen gaan. mij een moeilijke combinatie,

Dat is onvermijdelijk.

Wie fietsen wil zonderhet risico van een  lekke band of een  regenbui moet binnen blijven zitten buienradar kijken en commercials horen op de radio.

Mijn liefde woont in mijn verstand. Ik ben een romanticus, die niet van Romcoms  en Valentijn houdt, Lief gelukkig ook niet daarom ook daarom houd ik van haar

Ik ben slechts twee keer in mijn leven verliefd geweest, waarvan één keer  zo hevig dat ik mijzelf daar niet in herkende, dat was op Lief. De andere keer was een stille ongekende variant, die ons leven niet beïnvloedde.

Mijn relatie met Lief begon niet met verliefdheid , niet met de mijne , Lief was mij voor.

Dit vind ik leuk om te vermelden omdat  dat zo niet hoort te zijn.Toch was het zo,  jammer dat het niet zo was vind ik nu achteraf, Wat ik later voor verliefdheid hield was een verlángen naar liefde, naar iemand in mijn armen niet zijn maar willen. maar misschien is dat wel hetzelfde.

Toen ik het terrein van het NBJB jeugdkamp, het baptisten jongerenkamp, waar veel baptisten jongeren een relatie begonnen ,op kwam, vergezeld door mijn moeder, vond Lief mij wel aantrekkelijk, maar dat mijn moeder erbij was vond ze een afknapper. Waarom mijn moeder erbij was weet ik niet. Misschien had ik twee koffers, en vanaf station Den Dolder was het een heel eind lopen.

Misschien had mijn moeder gezegd: dan ga ik wel even met je mee om dat gewicht te helpen dragen.’’,zo’n moeder was zij .Hoeft niet, dat kan ik zelf wel, heb ik waarschijnlijk gezegd, maar daar stoorde zij zich niet aan.

Mijn moeder reed toen nog geen auto, haar rijbewijs haalde ze pas toen ze bijna 60 was en mijn vader vanwege zijn hartinfarct niet meer rijden kon.

Na een boswandeling, `door de leiding gearrangeerd om baptistenstelletjes te laten ontstaan.koos ik Lief om mee te wandelen, me mijn armom haar middel, op een donkerpad tussen braamstruiken door.

Tijdens dat kamp heb ik Rita gezoend, omdat ik dacht dat dat onder een boom hoorde stonden wij tegen de stam van een hoge grove den,midden iop een zandvlakte

Een heel klein kusje, handen thuis. Ik kan mij haar lichaam niet herinneren.

Ook ‘s nachts niet geprobeerd haar tent binnen te komen. Ook dat is jammer achteraf, een gemiste kans voor mijn zelfvertrouwen, en mijn hormoonhuishouding.

Het zou mooi zijn als achteraf niet bestond.

 

Het is een voortdurend thuiskomen. Jan de

Jong,  een kennis van ons die af toe langskomt om het snoei- en zaagwerk in de tuin te verrichten, staat op een ladder. Ik weet hoe de ladder voelt, maar kan er niet op klimmen.

Ik weet dat ik nog lang niet thuis ben.

‘’Dat is eigenlijk mijn werk,” zeg ik tegen Lief, ze begrijpt me.,ht ik vond ht rotwerk. Nt als rapportcijders inleveren, ook dsat hoef ik nit meer.

“ Dat deed jij altijd’’ ,zal ze waarschijnlijk denken, zo denkt ze wel vaker en dat maakt haar verdrietig. Ze kijkt een  beetje weemoedig en zorgelijk. Ze houdt zich vast aan haar koffie en ik, ben  weer ver van huis. De mok waaruit ik mijn koffie drink kregen wij als huwelijkscadeau.

Het is zoals de keren dat ik de doorbuigende ladder beklom om de dakgoten schoon te maken: rottend blad, beginnende berkjes . Op de ladder die een beetje meebeweegt met mijn voorzichtige stappen, het gevoel van de handen in de natte restanten natuur.

. Het deel van het huis dat ik mij door allerlei kluswerk eigen heb gemaakt moet hereigend worden., En dat kan alleen in mijn bewustzijn. Ik kijk graag rond in mijn werkkamer. Het is er koel er is uitzicht op wat buiten zijn eigen gang gaat. Hier liggen de roots

van mijn nieuwe toekomst.

. Het knarst als een deur die klemt.

Ik denk wel eens dat ze me kwijt wil omdat ik lastig ben, maar een suggestie van mij in die richting wordt meteen afgestraft: Natuurlijk niet idioot.

Dit valt niet uit te leggen

EEN HOOG CHEMISCH GEHALTE

 

 

.

 

Eén keer in de zoveel maanden, dat hangt ervan af hoe het met mij, Lief en onze relatie gaat, gaan wij een week uit elkaar. zZij kiest dan voor een week zonder plichten, plannen en afspraken. Ik logeer ergens waar ik zorgvuldig begeleid wordt in de dingen die ik zelf wel kan, maar niet altijd op het juiste moment en in de juiste vorm, en als standby in geval ik een toeval krijg, maar dat krijg ik niet meer als ik op tijd de juiste hoeveelheid pillen slik.

Dit evenwicht is typerend voor een  relatie die

veel pillen verwerkt….. De ónze .

 Hart

Bloed

Epileptie

 Stemming

 Slaappillen

Calcium vanwege mijn Osteoporose

Op zondagmiddag sorteert Lief de pilllen.

Door de week distribueert ze die en controleert

Of ik ze allemaal tijdig slik.

In 2014 zijn wij op zoek gegaan naar een plek waar ik  mij op eigen wijze ontwikkelen kan, dat betekent dat wij gescheiden van elkaar zullen leven.

Maar voor we diekeus zullen maken zullen wij ht eerst een tijd proberen.

thuis bij Lief voel ik mij teveel  ballast en zorgenkind van Lief, ik wil Lief als geliefde en minnaar en niet als moeder.of mantelzorgerdie vloekend naar de brievenbus loopt om daar weer een brief van ht CAK uit tehalen, formulieren, mte hetzelfde of wijzigingen, tot aan de telefoon toe. Daar zit ik bij en kik ik naar, godvverdomme, darvoor benik nit thuisgekomen na al dat gedoe mt mijn lijf in beden op afstand.

Het is een voortdurend thuiskomens sinds ik Klimmendaal verlaten heb.

Jan de

Jong,  een kennis van ons die af toe langskomt om het snoei- en zaagwerk in de tuin te verrichten, staat op een ladder. Ik weet hoe de ladder voelt, maar kan er niet op klimmen.

Ik weet dat ik nog lang niet thuis ben.

‘’Dat is eigenlijk mijn werk,” zeg ik tegen Lief, ze begrijpt me. Ik vond het rotwerk, Ramen wassen deed ik liever, ook op de ladder, dat geluid van die ladder mis ik.

“ Dat deed jij altijd’’,zal ze waarschijnlijk denken, zo denkt ze wel vaker en dat maakt haar verdrietig. Ze kijkt een  beetje weemoedig en zorgelijk.We zitten in de patio Ze houdt zich vast aan haar koffie en ik, ben  weer ver van huis. De mok waaruit ik mijn koffie drink kregen wij als huwelijkscadeau.Het ligt niet aan ons huwelik dat wij zozijn, ht zijn domstandigheden die ooit ergens doodlopend begonnen zijn.

 

Somber verdriet, melancolie. Het is zoals de keren dat ik de doorbuigende ladder beklom om de dakgoten schoon te maken: rottend blad, beginnende berkjes. Op de ladder die een beetje meebeweegt met mijn voorzichtige stappen, het gevoel van de handen in de natte restanten natuur.

. Het deel van het huis dat ik mij door allerlei kluswerk eigen heb gemaakt moet herenigend worden., En dat kan alleen in mijn bewustzijn. Ik kijk graag rond in mijn werkkamer. Het is er koel er is uitzicht op wat buiten zijn eigen gang gaat. Hier liggen de roots van mijn nieuwe toekomst. Liefde: Bloed, zweet en tranen, dat gezeik over al dan niet LAT heeft  een tijdelijke oplosssing gekregen: ik ga voor 10 dagen elders logeren, zodat Lief alle tijd en ruimte voor zichzelf heeft, zodat ze kan doen en laten wat ze wil.en als dat bevalt  zoeken we een blijvende oplossing. Ik zeg ja.

Als liefde geworteld is in je verstand, wat doe je dan met je gevoel?

Voel je dan niets? hoe uit je dan je gevoelens? Daar is geen andere methode voor dan geduld en het een en ander ondergaan zoals vandaag somber boos en moedelooos ik heb dat voor mij gehouden,dat gaat niemand wat aan, dat is zo banaal, zo vreselijk RTL4.

Ik voel mij klote, ik voel mij kut zoals zus W. en ik tegen elkaar zeiden op de begrafenis van mijn zus w

Ik kan mij goed voorstellen dat veel mensen in een soortgelijke situatie niet anders kunnen .dan elk een eigen zelfstandige weg te gaan wij misschien ook.

.

 

Ik ben vermoeiend om te onderhouden, poezen zijn makkelijker, tenzij ze vlooien hebben of kanker.

Voor zulke aangelegenheden zijn er in diverse woonvormen TOP- kamers (tijdelijke opvang.) Woonvormen zijn plaatsen waar mensen wonen die hulp nodig hebben, organisatorisch, psychisch, fysiek. Ik heb hier van alles wat nodig is.Tehuis, inrichting mag je uiteraard niet meer zeggen, dit heet een woonvorm, of gewoon ‘’begeleid wonen’’.het zijn appartementen, met bewoners die allemaal iets ongebruikelijks hebben.

 

Zorgtaxi’s rijden af en aan.

Om mij niet te laten verkwijnen op een vreemde plek, alsof ik verstoten ben, is er voor mij eenrooster gemaakt van mensen die komen bezoeken om iets met mij te ondernemen.e |Met Eugene fiets ik uiteraard.

.DRUILERIG KRUISPUNT

 

Ik zat op mijn driewiel zitfiets te wachten tot het groen zou worden . Sommigen noemen mijn fietst een ligfiets maar ik lig niet, ik zit op drie wielen om niet om te vallen. Een ligfiets heeft er twee, maar dat red ik niet. Niet meer. De tijd van twee is voorbij. Op twee wielen heb je evenwicht nodig en dat heb ik niet, fysiek niet, cognitief niet,  mentaal niet  en verder ook niet . Niet meer.

De tijd van 1 is voorbij. Ik alleen op een fiets heen en terug waar ik maar wil.en ondertussen ergens iimpulsief afslaan naar links, om te kijken waar ik daarmee uitkom .Niet even een boodschap doen. Snel even iets doen kan sowieso niet.

Niet even mijn been over de stang en het zadel, beetje evenwicht zoeken, voeten op de pedalen en weg, ook niet op mijn driewieler. Fiets uit de schuur, linkerbeen vastzetten op het linker pedaal. En overdreven goed uitkijken dat ik niet ergens geschept wordt doordat die ene auto van links , door mij niet bewust werd waargenomen en dus niet betrokken werd  bij mijn handelen. En daarom

nNet alléén op de fiets, niet alleen in de bus, geen portemonnee op zak. Veiligheid en zekerheid kosten veel. Vergeten, verliezen en verdwalen zijn de basismankementen van mijn hersenletsel dat 20 oktober 2005 ontstond.

De deur open sleutelen met 1 hand kan ik niet.

Niet alleen thuis, alarmketting om als Lief weg is.

Lief is niet vaak weg vanwege mij, en altijd op tijd terug. vanwege mij.  I Ik ben blij als ik haar weer zie, maar denk: zij is er nu vanwege mij .

Lief is bang voor wat mij overkomen kan. Ze heeft al genoeg meegemaakt met mij: politie, brandweerwagen en een race tegen de tijd

Bijna was ik dood. Nou en ? ik leef nog.Stel je niet aan.

De fietser staat stil voor het stoplicht. Ik ben de fietser, is nmt het verstoorde brein, en daarbij de verstoorde archivering van verleden, geheugen en herinnering.

Zo zit ik op mijn driewiel zitfiets te wachten tot het groen wordt. Naast mij staat het flodderige type vrouw dat in mijn jongere jaren (1956 bijvoorbeeld) een plastic regenkapje om haar grijze haar zou knopen als het regende. Dat doet het een beetje.

Het motregent, druppelsgewijs en voornamelijk visueel..

Het is de kleur lucht die op de huizen plakt, die maakt dat het regent. Toen ik jong was miezerde het altijd en droegen alle vrouwen regenkapjes.

Het is niet de regen die regent maar die kleur, simpel maar verwarrend als je mij bent na 20 oktober 2005, maar ik heb het in de gaten en anderen veelal niet. Zo vanzelf is het niet, zintuigen lijken te werken ,als een bouwvakker of ambtenaar die geen zin heeft, er wordt hier en daar wat gelegd of verschoven. Maar ter zake is het niet.

Daarom heb ik een fietsmaat, want anders verdwaal ik of verongeluk ik, mijn fietsmaat heet Eugene , we drinken koffie, we lachen, we communiceren zoals mannen dat doen. We ouwehoeren en dan fietsen we verder.

De vrouw draagt blauw met een wit bloemachtig patroontje voor zover dat te zien is onder haar beige doorgestikte jack, ze ziet eruit alsof ze vroeg is opgestaan om sneeuw van de stoep te schrapen. Het regent niet, dat komt nog, mijn  regenpak wacht in de lompe. tas achterop, waarin ook mijn stok rechtop staat, naast mijn zwiepende oranje vlaggetje. De vrouw draagt korte suède laarsjes met veel onnodig klittenband en riempjes, met bont gevoerd, alsof het pantoffels zijn, zelfs de meest viriele man zou er impotent van worden. Ik denk aan Doetinchem.

Ik vloek, binnensmonds, want hardop klinkt zo verloren. Lief kan het al hardop, ik nog niet. Lief leeft in mijn wereld maar anders dan ik.

Ik denk vaker aan haar korte rokjes terug, dan zijzelf.

Ik kan mij niet herinneren dat zij ze ooit heeft weggedaan, dus misschien zijn ze ergens nog, net als het groene nachthemd dat ze zo zacht liet plooien en rimpelen, en hoe dat voelde.

 

Rechts op het kruispunt staat een auto die ik Opel Kadett zou noemen. Opel Kadett is het enige automerk dat ik mij van mijn kinderjaren in Emmen heb herinnerd, net als de Mercedes, want hoe meer geheugen ik kwijt ben hoe beter ik ben in herinneren, al is mijn zus Wilma daar nog beter in denk ik nu. Herinneren is een vorm van reconstrueren op basis van het geheugen. Gisteren herinner ik mij niet, maar construeer ik. In het plaatjesboekje met spaarplaatjes van Supermarkt Omvlee stond een plaatje dat ik voornamelijk heb onthouden vanwege de moeilijk te onthouden naam de goggomobiel, de prijs ben ik vergeten, die stond onder alle andere plaatjes, zodat je alleen de duurste, de goedkoopste en de snelste kon vinden. Waar dat boekje nu is weet ik niet, maar ergens in mijn geheugen valt er nog in te bladeren. De buitenkant was blauw met een gele cirkel, de goggomobiel was de goedkoopste, maar dat was een bijzonderheid, geen kwaliteit, geen status, geen reden om te zeggen: moet je dit zien. Hoewel een goggomobiel al heel wat meer status had dan de scootmobiel van nu, die toen nog niet bestond. Op een scootmobiel zitten is echt een vorm van statusverlies, vooral als ze naar je kijken wanneer je moeiteloos over de weg suddert. Ik was negen toen, denk ik nu.

i Inmiddels weet ik uit ervaring wat een scootmobiel is: .

duur, zwaar, lelijk en suf. Alleen omvallen met je scooter  is spannend, net als je zithoogte benutten om vrouwen en meisjes die passeren in hun kruis te kijken, zonder betrapt te worden, dat doe ik nu brutaler dan toen.

 

Inmiddels ben ik ouder, hoeveel? Dat weet ik niet.

Dat is met getallen,

en dat kan ik niet. Niet meer. Godverdomme, dat kan ik niet meer, tijd en getal, uitrekenen hoe oud ik ben.

Vloeken wel., dus ben ik heel veel ouder. Zowel naar voren als naar terug.

Op een zondagmiddag, revalidatiecentrum Klimmendaal, in bed, de lakens krakerig wit en afstandelijk, want schoon en hygiënisch wilde ik mijn leeftijd weten.

Na wat rekenwerk wist ik het. 200 jaar, dat klopte niet, dat wist ik. Grappig was het wel, als het niet zo stupide voelde. Vanuit mijn bed in Klimmendaal belde ik Lief mobiel: Hoe oud ben ik?” Gênant voor een man van 56, want zo oud denk ik nu dat ik toen was, maar wanneer was toen? Zulke feiten zou ik op moeten opschrijven en op mijn bureau leggen zodat het daar kwijt kan raken. Orde, alle orde is in de soep verdwenen.

Ooit heb ik zo’n schriftje gehad. Het schriftje is zoek, wat er in stond kon ik zelf niet meer lezen, ook mijn  handschrift is te haastig geworden. Feit: ik ben in 1953 geboren, 10 november 1953. Eerst moet je rekenen tot de 2000 dat is 47, twijfel ik, en dan daar nog 9, want het is 2009 bij. Dat is 56 en dat betekent dat ik 56 word in november, en dat ik nu dus 55 ben, want nu is het 2009 en nu is de morgen dat ik naast Lief op de bank in de zon gelukkig ben en herinneringen ophaal over haar. En waar en korte rokjes en  pluizige maillots, die niet prettig voelden  als je het daarbij liet, ik heb teveel gelaten., maar ben dat verleden inmiddels voorbij.

 

.Dit activeert mijn verleden zodanig dat mijn herinneringen, de status van herinnering overstijgen.  Wat geweest hád kunnen zijn gebeurt als nieuw. Dat is waar en hoe de uit mijn verleden losgewoelde herinneringen. zich manifesteren alsactualiteitwerkelijkheid ,als nú.Mijn verleden stalkt mij en omvat mij regelmatig en daagt mij zo uit, mijn verleden te gaan verkennen, en zo nodig te herzien, want een verleden is geen statisch fundament, onbuigzaam. , stukjes verleden komen via de poorten van het geheugen als herinneringen boven. en door mijn CVA, is de dosering en betekenis ervan veranderd. Soms komt er spijt bij mee.

 

Er is muziek waarop we recent nog getracht (hebben te dansen.

Lief kan dat.Ze zet het geluid van Elbow in paradisot  aan, zo hard mogelijk en danst,ook kan zij goed zingen en kent ze de tekst, ik gun haar meer van mijzelf dan k geven kan.

 

zZij kan wat ik nooit gekund, heb , de kat schiet  weg, dansen heb ik nooit goed gekund,. huilen gaat beter.


OIp het atelier zit ik  op de luie stoel met de verfvlekken  en  bekijk  wat ik geschilderd heb,  er ontstaat een gedicht  dat ik snel met een miezerig stiftje op eenvelletje weggegooid A4tje printpapier krabbel en thuis aan Lief voorlees.

 

Voor Lief

 

Symfonisch gekleed in verlangen,

Wervelt zij door de kamer

 Haar hakken tikken ritme en maat

op het laminaat

De radio zingt dat zomaar kan zijn wat is

 

Het volgende nummer heet refrein.

|Ik wil het uit mijn hoofd doen zoals gewend; ik houd niet van voorlezen, als ik voorlees ben ik mij te bewust van mijn stem en mijn onwillige lippen. Ik haat mijn stem, die toonloze slecht articulerende klanken die ik maak. In het taxibusje herhaal ik de tekst om te onthouden , maar  dat lukt niet., Er is iets met mijn geheugen, of met het gedicht.

 

een soortgelijke situatie niet anders kunnen dan elk een eigen zelfstandige weg te gaan wij misschien ook.

 

Ik ben vermoeiend om te onderhouden, poezen zijn makkelijker.

 

 

Ik moet weg hier, zeg ik tegen haar. Eerst maar eens proberen zegt ze. Ze heeft gehoord of gelezen dat er TOP-kamers zijn,plekken waar je tijdelijk wonen kunt in speciale situatiesTijdelijke Opvang. in Bennekom is zoiets dan kunnen we proberen hoe dat is gescheiden wonenen dan kan Lief een week  met kennissen mee naar Boedapest.Godverdomme,wt nu weer,Boedapest lijkt mij prachtig zeg ik dus, en wij

, trekt

Voor zulke aangelegenheden zijn er in diverse woonvormen TOP- kamers (tijdelijke opvang). Woonvormen zijn plaatsen waar mensen wonen die hulp nodig hebben, organisatorisch, psychisch, fysiek. Ik heb hier van alles wat nodig is.Tehuis, inrichting mag je uiteraard niet meer zeggen, dit heet een woonvorm, of gewoon ‘’begeleid wonen’’.ht zijn appartementen, met bewoners die allemaal iets ongebruikelijks hebben.omdat mijn ervaringen mte hret Vossenhol in Bennekom nogal benauwend zijn ,zoeken wi een TOPkamer op een ander adres en kome terecht bij de Veste, dichtbij het atelier.

NACHTEILAND IKEA.

 

18 september 20101 11:12., dat is een gok, want altijd rond deze tijd in de Veste,ikga dar met rergelmaat een weekje naar toe,

ben ik de kluts en de rust kwijt.

,

Ik logeer weer op de Veste, zelfde kamer, dit keer heringericht: vloerkleed, andere potjes her en der, meer potjes. Ik kan niet slapen en besluit mijn bed uit te gaan om op blote voeten met niets anders aan dan mijn onderbroek te schrijven.

 

‘’Godverdomme kutwijf!’’, bliksemt door mij heen voordat ik mijn bed uitkom; het dekbed komt gedeeltelijk mee.

Het hoort niet, ze verdient het niet, maar het gebeurt, wel, hier barst de realiteit open met pus en etter; het is de wond die jeukt en bijt.

 

Hier vallen alle data en tijden samen als een palmboom in een cartoon, ik ren er omheen in rondjes, stoot mijn teen aan wrakhout en vloek.

Hier vloek ik tegen een gedachte, conceptueel vloeken.

Duizend bommen en granaten!

Niemand hoort mij.Het leven hier is als een stripverhaal.met de televisie als soundtrack Geen Kuifje, maar de Donald Duck.Ik haat de televisieenhoud van kuifje.  Hier hangen achter mijn voeteneind blauwe gordijnen. Alles hetzelfde als de andere keren dat ik hier lag.

Niets verandert hier.thuis veranderd alles, ik verander niets.

Blauwe gordijnen die licht doorlaten net als de vorige keer, maar toen kwamen de buren thuis en huilde er een baby. Dat was beter dan de niksigheid van nu.

De palmboom groeit. De oceaan blijft hetzelfde. Er is een schaduw, er is een ondergaande zon, golven , een dode dolfijn en wrakhout met een spijker, godverdomme au! Kutwijf, jij hoort hier te ligggen, niet ik. Er zijn wat blauwe glazen potjes verdwenen, er zijn wat nieuwe groene glazen potjes bij. De poster met Nick en Simon, hangt er nog.

Hier woon ik, temidden van vermoedens en aannames, ik hoor een sjoelbak, maar het is de gezamenlijke wasmachine.Overal zijn gangen met kamers waar iets gebeurt, er wordt veel televisie gekeken de verzorgers van de nachtdienst lopen er onhoorbaar rond, op weg naar iemand die hulp nodigtheeft.

Ik wacht op iets dat eindigt.

iIk woon niet te midden van de dingen. Ik woon ín de dingen Dat is niet spiritueel, ik haat ‘’spiritueel’’.sinds het losgekoppeld is van rationaliteit en bovennatuurlijk geworden is.szpiritueel is de manier warop je je jegest, je verstand je brein en je liefde beheert.S piritualiteit is niet meer dan de creativiteit van het brein rationweel benutten.

ik denk dat ik verdwaald ben in een stuk van BeckettI k zie wat er niet is en wacht op wat niet komt: Lief, zoals het was,Zoals ze zijn kon.

Maar hier ben ik mee akkkoord gegaan in een poging lief te hebben.Maar wat doet ze godverdomme nu ik niet bij haar ben? Wat ze doet kan mij nit schelen. Als ze maar doet wat ze wil.En als ze maar veel verlangen en willen heeft, en dat ik daar deel van uit maak

 

 ‘

This is love that I’m feeling

Does it have to be a life full of dread?

I wanna’ chase you round the table, I wanna’ touch your head

This is love that I’m feeling

I can’t believe that the axis turns on suffering

When you taste so good

I can’t believe that the axis turns on suffering

While my head burns

This is love that I’m feeling

Even in the summer, even in the spring

You can never get too much of a wonderful thing

 

You’re the only story that I never told

You’re my dirty little secret, wanna’ keep you so

Come on out, come on over, help me forget

Keep the walls from falling on me, tumbling in

– This is love that I’m feeling

(PJ Harvey.)

 

 

Deze nachtelijke eenzaamheid is een romantisch artistieke eenzaamheid het is liefde. die godverdomde liefde aan deze kant van de rivier,.zZij slaapt ergens rechts van mij aan de andere kant van derivier, wij zijn oevers van dezelfde rivier.  In Heelsum had ik fdat ook, maar daar kwam ik ‘snachts mijn bed niet uit.ik lag wakker en zag op tegen de morgen en de de dag die er volgen zou. Als ik mij ‘s nachts in slaap poog te fantaseren, bouwt mijn fantasie onstuitbaar een oneindig meanderende werkelijkheid.ik fantaseer een moord en creëer een stad.

Ik ben een bittere romanticus, een dronkard zonder drank Niet de sentimentele  romantiekromantiek, met achtergrondmuziek.

 

Vermoeid word ik ’s morgens wakker om slepend de dag door te komen.

Een relatie na een herseninfarct is bijna onherstelbaar verstoord, bijna net zo onherstelbaar als het hersenletsel zelf, het is betonrot, metaalmoeheid.  Het revalideren van een aangegaan huwelijk, al dan niet gewild .is geen onderdeel van het revaildatieproces., wrom zou het?

Ik wet ht wel maar kanht niet zeggen.

Zorgen en verzorgen zijn een bitter behandelplan. Lief heeft moeite met mij. Zij draagt, zij sjouwt, zij zorgt en zucht. Ik loop langzaam en lelijk naast de rolstoel die zij duwt, en weet op maandag nooit of het wel of niet dinsdag is, en hoe ik op tijd mijn medicijnen nemen moet .

Is onze lichamelijke liefde liefde of is het zorg en medeleven?wat betekent het als wij kussen? Ik kan haar betasten, maar niet omhelzen verdomme.

wWe sukkelen, in een gebleven decor maar het regieconcept past niet meer.

Teksten herhalen zich; handelingen vertragen.Ik begin te twijfelen aan onze eertijdsebeslissing  te trouwen.

Zondagmorgen tijdens de koffie verdeelt Lief de medicijnen over de vakjes van de medicijnenflat,.

ze kan het bijna zonder kijken, zoals mijn moeder breien kon.

We hebben tijd nodig om ons nieuwe herinneringen te verschaffen, want  de oude herinneringen doen pijn.ik twijfel en de koffie wordt koud

 

Eiland ikea ligt in een nieuwe

, laffe Arnhemse wijk, die nadrukkelijk bedoeld is om gezellig te zijn.

een digitaal ontwikkelsd masterplan vanuit het concept geliefkoosde doorkijkje te creenin de geest vanoude stadjes

Hopeloos gezellig, godverdomme jezuschristuskut.

Gezellig betekent hier dat er een palmboom op een onbewoond eiland staat. Planten in de vensterbank een aquariium met twee lome vissen. Die langzaam zwemmend aan ht streven zijn.

 

Het is een beetje puberachtig om op deze wijze boos te zijn.

Kijk mij eens boos zijn !

 

Dit soort boosheid is een vorm van zielig zijn.Sentiment, filmgevoel. theater

.; De remmen te los, de afhankelijkheid te groot.

 

Éen keer per jaar vloek ik op deze manier. reen prachtige zelfbedachte vloek. Niet geschikt voor basisscholen en uitgaansgelegenheden waar gevochten wordt, het is een vloek voor liefdesverdrieten ander onvermogen.

ik doe er zelfs mijn best voor om het hoorbaar te doen , een beetje hoorbaar. Zij hoort mij toch niet.Ook mijn snurken hoort ze niet.

Zij  slaapt in Heelsum,  in een huis met karakter,ik lleef in een plek die streeft naar  degezelligheid van gezanlikkoffiedrinken in een ruimte met drie bankenen eentv.ik wil niet boos zijn op haar, , dit hier heeft een oorzaak. Zij kan haar fiets pakken wannneer zij wil, ik niet.

Dit is geen straf, dit is een beslissing een kutbeslissing.

Ik kruip mijn bed weer in.

Ik druk nog éen keer op de alarmknop. Er is niets, Ik verzin wel wat, ik wil even iemand zien.

 

De deur gaat open. Iemand komt binnen.

Sorry, ik werd even opgehouden.

Ik zie een verpleegkundige bij de klerenkast staan, gekleed als een ouderwetse non in een wit gewaad met kap, als in De vliegende non en The sound of music.

 

Achter haar staat iemand anders ook zoéen

Als ze wegloopt roep ik nog iets, maar ze is al weg. Wat een hallucinatie is weet ik meer dan mij lief is. Ik weet wat een hallucinatie is, daar kijk je niet naar, daar ben je onderdeel van.zij is een neurologische avatar.

is een vleesgeworden associatie, Misschien is ze een echo van Nick of Simon die als poster aan de muur hangen, of gaf ze vorm aan de voetstapen die ik eerder al gehoord had in Klimmendaal of hier, het spook op de gang,overal spoken, daar moet ik  tegenin bestaan  niet zijn waar zij zijn, of verslaan zoals sint joris de raak of David Goliath.

De enige plek waar je thuis kunt komen is de plek waar je bent, Je kunt je woning verlaten, maar niet je werkelijkheid; en  dat is waar ik nu ben,dit lichaam, dit brein

deze non.

 

Waarom ik tegenwoordig met zoveel passie vloek weet ik niet, het is onmacht, overmacht en verlangen tegelijk., drempels, spijkerslagen.

BOEM

Paukenslag

(weer razen violen celli bassen koperen triangel.

trommels pauken

Paul van Ostaijen geleerd op school. In Den haagvan de weinige goede dingen.) .

Poezie vat ht  zijnde beter samen dan de sslagerijvan de  empirische analyse.  sat is geen wardeoordeel, dfat is wie ik ben mt al min creativiteiten ervaring.

Toen ik 16 was zou ik gezegd hebben: Genadige God, in de naam van Jezus, ik ben bang en eenzaam en verdwaald, wilt u mij moed geven en hoop en liefde en verlos mij van mijn onophoudelijke masturberen, in jezusnaam, am en,ik wil een meisje, u weet wel zo’n meisje moet borsten.  Ach, er verandert wel eens wat. Masturberen doe ik niet meer, het komt er hier niet van en ik vind het vervelend om te doen.in de wetenschap dat hier overal mensen wakker  liggen en probren te slapen, net als de slaapdienst. bidden doe ik wel zo nu en dan, dat kan ik niet laten,toen was ik anders puber dan nu.puberzijn is omgaan met overgangsituaties.ik verkeer constant in overgangsituaties en dt maakt mij tot  puber met een midlifecrisis

 

Denken is een leuke vorm van flexibel bestaan,  het werd een zware dag.die nacht. Bij de lunch werd ikbegeleid door een zorgzame stagiaire.

Het was het aangenaam ontbijten, ze ze zag eruit zoals haar door mij vergeten naam doet vermoeden: vriendelijk, jong; blond haar dat lang en losjes hangt en losjes schommelt, ze studeert eSPH aan de HAN. Op de HAN hebben alle studentes zulk haar, lang en blond. Ik vertel haar over mijn expositie op de HAN. Al mijn werk hangt daar, een gang vol.Hier komt allkes samen, dit is als de ster van  Beththlejehen die uit diverse globale thema’s een succesvol beboorteverhaal doet ontstaan, werkelijkheden van overal,

Ze weet van niets. voor 2005 was k wasi k jong inmijn beleving , volwassen docent, en gedroeg mij naar behoren, zoals het een oude leraar betaamt, ik zei voornamelijk belangrijke dingen in doordachte woorden.

  2 EGOCENTRISCH UNIVERSUM

 

‘’Ego is een belast woord in mijn denkgeschiedenis. Ego stond voor  ikke ikke ikke.

Ht ego stond gelijk aan egoïsme.

Egoisme is een extreme vorm van neglect.

Maar enego heb ik nodig om om op de avonturenlkrmis van mijn zintuigen nietonderuit te gaan van atractie naar atractie.  Ik mot weer samenhangend de kermis over enkiezen wat ik wel aanga en wat niet.

Nu weet ik beter, ik beschouw mijn ego alvergelijkbaar aan de zwaartekracht ,het houdt de  veelheid die ik ben bijeen  in een zinvolle leefbare samenhang.Waar ik ben, wie ik  ben . geen hindoeïstisch ego, geen Atman, Brahman, maar typist Marinus, ueen universum, en ik ben een kleine prins op een planeetje.

Le petit prince

Over de eerstvolgende keer dat ik hweer  op de Veste ga logeren, wordt al nagedacht, de komende september waarschijnlijk: De Veste , een zielloos bouwsel van gangen deuren en woningen een lift televisie en bewoners. Ik ben medebewoner, ook dat is nieuw. Het oogt als het soot goekope hotels waarin we met de bovenbouwleerlingen tijdens de ‘’Romereis’’ overnachtten,veel in mijn leven is vergelijkbaar met die reizen, en met de voorstellingen die ik makte. Elke voorstelling was een planeetje waar ik , een en al verrassing trecht kwam, het waren ruimtereizen.

Er is geen groundcontrol meer.Lief kan mijn groundcontrolniet zijn,wel mijn verstand, maar niet mijn ziel.

Zij kan  niet, ik wil niet, dus gaan we op zoek naar een ndere woonplplaats voor mij, met begeleiding van buitenaf, ik ga wehg, mijn hersenletsel neem ik mee. Heelsum zal ik nEit missen Lief en mijn huwelijk wel, en poes Hobbbess, die metafoor met een bontjasje., haar grpundcontrol zit in haar potj.ses en in haar staart.

Confusion in her eyes that says it all.

She’s lost control.

And she’s clinging to the nearest passer by,

She’s lost control.

And she gave away the secrets of her past,

And said I’ve lost control again,

And a voice that told her when and where to act,

She said I’ve lost control again.

And she turned around and took me by the hand and said,

I’ve lost control again.

And how I’ll never know just why or understand,

She said I’ve lost control again.

And she screamed out kicking on her side and said,

I’ve lost control again.

And seized up on the floor, I though

 Joy division)

 Bij wijze van .

 Dit gaat niet over Lief , dit gaat over ons, wij zijn mijn brein, en dat kan niet

 LOVE WILL TEAR US APART

 

when routine bites hard
And ambitions are low
And resentment rides high
But emotions won’t grow
And we’re changing our ways
Taking different roads

Love, love will tear us apart again
Love, love will tear us apart again

Why is the bedroom so cold?
Turned away on your side
Is my timing that flawed?
Our respect run so dry?
Yet there’s still this appeal
That we’ve kept through our lives

But love, love will tear us apart again
Love, love will tear us apart again

Do you cry out in your sleep?
All my failings exposed
Gets a.
.

(joy division-bij wijze van)

E OVERSTEEK

In  2014 besloot ik om definitief uit huis te gaan naar een plek waar ik onbelast kan wonen, waar ik mijzelf niet beleef als blok aan het been van Lief.en zij niet aan het mijne.

Dit is het soort huwelijk dat wij zijn.geworden  Wij redden het niet, ik realiseerde mij dat wij wijscheiden moesten, niet langer samenleven, niet langer dezelfde woning delen,elkaars dagritme delen, om onze relatie te herwaarderen tot een niewe volwassenheid, een gezamenlijk zelf, twee zelstandigheden.oevers van de zelfde rivier.Een helder inzicht mett de pijn van de tandarts die probeert je gebit te redden.

De tijd was er rijp voor, en ik was er aan toe.We headden en gefaald gaf ik toe,het elastiek was de rek verloren. en is touw geworden , Dat was niet falen,  dat was overmacht

 

Na wat zoek- en denkwerk besloot ik te gaan wonen in de Veste, de plek waar dit schrijven waarschijnlijk eindigen zal. Ik wist dat de Veste niet echt een wooniplaats voor mij zou zijn, ht is niets me muren en balkonnetjes, ht is eenaaneengeblazen verzameling bubbles met boys,maar veel anderre keuzes zijn er niet, warschijn bestaat er niets anders, bij gebrek aan geest moeten wij hrt doen mt de tidgeest van KPN en Ziggo, en IKEA. Het is een plek met stemmen die op vermoeide wjize frases poneren, of de stemmen van  Ziggo of KPN, er klinkt geen geroezemoesde dedegeest is er stoffig en ondergewaardeerd, discussies worden gevreesd en vermeden om elkaar te ontzien.

Medelijden en meeleven, kan niet, beslissingen nemen wel. Soms beslis ik dat iets niet anders is dan het zijn kan, dan doe ik fde deur van mijn woning dicht, en wordt uitgenodigd iggezellig koffie te drinken.Nietsa erger dan de gezelligheid van koffiedrinken, waar het hebben van een mening ‘’ongezellig wordt bevonden ‘’dat vindt jij.. ‘’over smaak valt niet te twisten. \\sst, we bestaan niet plkkenn en ontmoetingen, begonnen op 20 oktober 2015, in mij begonnen te ontstaan.van hot naar haar, van daar naar hier, een reis die zo persoonlijk is, dat de essentie ervan niet te delen is. Alleen Ad en  Ikngrid van de

PKN Arnhem – Zuid waren daartoe in staatomdat religie dartoe de Taal en de beelden bezitechte rreligieuze verhalen zijn reisverhalen, geen troost geen hoop, maar woestijn,, wastelaND, Ashwednesday. Woorden , liederen, dat wat nooit ophoudt omdat ht ooit begonnen iszoals mijn fietsen mt Lief meestal begon met de rotonde in Dover .Dat is wat liefde tot liefde liefde maakt 2 fietsers in een regenbui die schuilen in de

 

ht restaurant van  een engels ziekenhuis, andere bezoekers zien ons zitten als die twee fietsers diezich in de regen op een helling in regenpakken probeerden te komen.

 

Tussen Heelsum en Heeteren stroomt de Oude Rijn,de rivier  diein september 1944 de operatie MarketGarden. Deed mislukken De oversteek mislukte, een brug te ver .

Lief woont ten  Noorden van de Rijn, ik ten Zuiden, daar benik mij doorlopend bewust van. Er is een brug die niet te ver is maar wel te weinig gebruikt. De afstand die wij gekozen hebben was goedbedoeld, maar meer ook niet, vrees ik.L ief voelt mij altijd nog als te veel en wil mij niet te vaak. als ik op een willekeurig moment  bij haar zijn wil Voor mij is zi een brug te ver wrom belt ze nmij niet om te zggen dat in acccuut een taxi moet regelen om zo snel mogelik bij haarte zijn omdat ze mij mist.Vooral ‘snachts als ik wakker lig ben ik mij er bewust van dat zij elders wakker ligt.

Doors of prception.levensvisie, inzicht ervaring , voorgeschiedenis.  Het zijn fases, drempels ,deuren, bruggen , grensgebieden- het scharrelen van de ziel op rommelmarkten- op zoek naar iets van waarde en betekenis. zonder heilige graal.God en Liefde hebben daar niets mee te maken . Parsival bestaat alleen nog als een symbolische legende .Parsifal was niet mer daneen scheet in de literatuur. het  neoplatonisme  helpt mij niet bij de oversteek naar het Noorden, en liefde maakt het  het gemis alllen maar erger. Wij zijn oevers van dezelfde rivier, net zoiets als hersenhelften.

Ik weet wat liefde is, wat het kost en hoe pijnlijk het zijn kan.De brug te ver.Love will tear us apart,alsje de muziek hoort, hoor je het zachtjes scheuren. De zanger van het lied verhing zich.

Veel contact hebben we niet, we komen in het weeekend samen-we hebben een soort omgangsregeling- we mailen ,en als het mooi weer is fietst ze naar mij toe en fietsen wij samen verder. Dat zijn goede dagen, dagen waarop ik ontdekt hoe mateloos verliefd ik ik kan zijn, meer dan ik ooit geweest ben, en dat is heerlijk maar ook verwarrend. Als ze lange tijd niet belt of langs komt, denk voel ik hoe kwetsbaar ik ben door verliefd te zijn.Liefde Godverdomme liefde.

 

Verliefdheid, vlinders in de buik, heftige passie.hhet lijken primaire condities voor liefde en relatie, maar vlinders zijn een zwaar overschatte vormvan schoonheid.

Ze zijn alleen leuk als een poes ze probeert te vangen, poes Hobbes.

In de vrouwen en meisjesbladen die in het Atelier te vinden zijn om gelezen te worden, door de al wat oudere meisjes, gaat het over liefde, hoe dat voelt, hoe dat verder gaat, en wat je aan moet met je ex.

Ik heb geen ex, wel is de situatie een beetje ex.

.

Over liefde

Iemand doet het licht aan.

Het licht gaat uit.

Iemand kijkt om:

Niets te zien.

Ga maar, zegt hij.

en blijf.

Ze gaat.

 Hij kijkt om.

Er is niemand.

Op de grond ligt een onderbroek

Hoe lang al?

hij herinnert zich iets

Het is grappig.

Doet de deur dicht

en gaat.

De onderbroek ligt er nog.

Voor ons 30-jarige huwijksfeest schreef ik een lied voor Lief

De avond ervoor liep ik boos, door de velden ergens in Oosterbeek, het regende , en ik was koud , nat. boos en alleen Toen liep ik nog alleen, zonder stok, toen kon ik nog redelijk zingen, en gemaakte teksten onthouden en  dit lied ontstond.  Het mooiste van dit lied is de regen die ik mij herinner.water droop langs mijnregenjack en mijn broek in mijn schoenen:

 

Je moet geen grote woorden zeggen

Je moet geen zware vragen stellen

Je moet geen diepe stiltes leggen

Tussen onze daden in

Geef mij verhalen en wat grappen

Geef mij gesprekken die verdwalen

En als je van mij houdt

dan lees je daar vanzelf wel in

wat mij bezielt

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Zoals het is

Vraag mij niet naar mijn gedachten

Wat ik denk weet god alleen

Ik gooi wat steentjes in een vijver

En zie de kringen eromheen

Jij ben geen puzzel die ik oplos

Ik ben geen antwoord op jouw vraag

Ik ben gen blijvende garantie

Ook al wil ik nog zo graag

Vanwege jou

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Mij aan tafel mij in bed

In nabijheid en gemis

In die wisselende mix

Van weer verliefd en ergernis

Zoals het is

Ik ben de jongen, jij het meisje

En inmiddels flink wat ouder

Jij bent moeder vrouw vriendin

Ik ben vader man en vriend

En almaar weer word je mooier

Almaar weer word je sterker

En ik denk wel eens met zelfspot

Dat je beter had verdiend

Maar het is goed.

.

Zoals het is

Het klopt en is altijd nog van belang.

 

We zijn getrouwd de dag bestond uit een broodmaaltijd met familie en een paar vrienden , oom Rudolf speelde op een gammel electronisch orgel .

Nadat de ambetenaar bij zijn binnenkomst onderuitging, deden wij  onze . belofte. We sloten een verbond.Wat die belofte uiteindelijk inhoudt als je hem aangaat weetj e niet,daarom is het een belofte wat voor sommigen een reden is om er niet aan te beginnen, net als het krijgen van kinderen.

wij zijn er aan begonnen en hebben dat opgevat om door te gaan. Dus ben ik elders gaan wonen.

..

In de vrouwen en meisjesbladen die in het Atelier te vinden zijn om gelezen te worden, door de al wat oudere meisjes, gaat het over liefde, hoe dat voelt, hoe dat verder gaat, en wat je aan moet met je ex.

Ik heb geen ex, wel is de situatie een beetje ex.

 

Oh sometimes I see her undressing for me,

She’s the soft naked lady love meant her to be

And she’s moving her body so brave and so free.

If I’ve got to remember that’s a fine memory.

Leonard Cohen.

. their hem

If your life is a leaf that the seasons tear off and condemn(Leonard Cohen . Typisch Marinus.

. onvermijdelijk. Wie fietsen wil zonder het risico van   lekke band of   regenbui moet binnen blijven zitten buienradar kijken en commercials aan  horen op de radio.

Mijn liefde woont in mijn verstand. Ik ben een romanticus, die niet van Romcoms  en Valentijn houdt, Lief gelukkig ook niet daarom ook daarom houd ik van haar.

Ik ben slechts twee keer in mijn leven verliefd geweest, waarvan één keer  zo hevig dat ik mijzelf daar niet in herkende, dat was op Lief. De andere keer was een stille ongekende variant, die ons leven niet beïnvloedde.

Mijn relatie met Lief begon niet met verliefdheid , niet met de mijne , Lief was mij voor.

 

Toen ik het terrein van het NBJB jeugdkamp, het baptisten jongerenkamp, waar veel baptisten jongeren een relatie begonnen ,opkwam, vergezeld door mijn moeder, vond Lief mij wel aantrekkelijk, maar dat mijn moeder erbij was vond ze een afknapper. Waarom mijn moeder erbij was weet ik niet. Misschien had ik twee koffers, en vanaf station Den Dolder was het een heel eind lopen.

Misschien had mijn moeder gezegd: dan ga ik wel even met je mee om dat gewicht te helpen dragen.’’,zo’n moeder was zij .Hoeft niet, dat kan ik zelf wel, heb ik waarschijnlijk gezegd, maar daar stoorde zij zich niet aan.

Mijn moeder reed toen nog geen auto, haar rijbewijs haalde ze pas toen ze bijna 60 was en mijn vader vanwege zijn hartinfarct niet meer rijden kon.

Na een boswandeling, `door de leiding gearrangeerd om baptistenstelletjes te laten ontstaan.koos ik Lief om mee te wandelen, me mijn armom haar middel, op een donker pad tussen braamstruiken door.

Tijdens dat kamp heb ik Rita gezoend, omdat ik dacht dat dat onder een boom hoorde stonden wij  stramtegen de stam van een hoge grove den,midden op een zandvlakte.

Een heel klein kusje, handen thuis. Ik kan mij haar lichaam niet herinneren.

Ook ‘s nachts niet geprobeerd haar tent binnen te komen. Ook dat is jammer achteraf, een gemiste kans voor mijn zelfvertrouwen, en mijn hormoonhuishouding.

Het zou mooi zijn als achteraf niet bestond.

Maar het is een prachtig achteraf aan het worden:Ik lach ik huiver en ik hunker .

Als ze dit leest weet ik neite wat ze denken zal.

 DE VESTE

 

ecember2014 Woonvormen zijn plaatsen waar mensen wonen die hulp nodig hebben, organisatorisch, psychisch, fysiek. Ik heb hier wat nodig is.

Aard en kwaliteit van de gemmeenschappelijkheid is ongewis., het is een ‘’groep’’Die van de Veste kende ik een beetje. inveel opzichten is het mijn plek niet het is voor mij geen groep,maar geen verzameling . geen gemeenschap. Er zijn stemmen, maar geroezemoes ontbreekt. Dit is eigen aan ons soort mensen, vermoed ik,niets spreekt vanzelf, vooral gezamenlijkheid valt niet mee.Bij gebrek aan helder contact bhlijf ik mestal ninen mijn woning introverte dingen doen,  . Dat is niet contactgestoord, dat is behoefte aan contact, praten taal, delen, meedelen zonder smartphone,Je zit aan tafel, je zegt wat, iemand lacht of zegt iets swaardoor je je begrepen weet. Iemand kikt je aan als er wat schuilgaat achter die woorden.Lief kan dat.David en Emma, mijn kleinkinderen kunnen dat ook.

 

.

Toen ik in 2014 naar deze plek verhuisde werden de Ikeadozen uitgepakt en de planken door vrienden kinderen en Lief in elkaar waren geknutseld totdat er drie kasten stonden, dook uit éen van de de dozen  de televisiefoto van mijn vader op, het is een zwart wit foto van een felle man, het zou een vakbondsleider kunnenzijn,een PauRosenmuller,of een comunistische Ggroninger de foto van een man n op televisie, door de onscherpte ervan, heel levensecht en het televisiekader is goed zichtbaar,een ouderwetse camera, zelf ontwikkeld, monument van een voorije tijd, zoee’nen hadden wij ook in die dagen de tijd waarin mijn vader mijn echtste vader was.en nog niet zijn ikoon met pijp en goedaardige afwachtende blik,zoals ik als zoon geacht wordt hem te onthpouden. het is een actiefoto van mijn vader die toen nog mijn voorganger en voorvechter was, de stem van god in een moeilijke wereld, zo aanwezig.at ik niet meer wist wie ik was of zou kunnen zijn. Ik probeerde niet eens een verloren zoon te zijn. Het is mijn favoriete foto.

Het is de foto die mijn verleden op scherp heeft gezet.het doetmij denken aan de gebarsten spiegel uit ‘’sneeuiwkoningin van Andersen,zonder dat duivelse kwaad.Aan de duivel deden mijn vader en ik niet Die foto is een snelkoppeling gebleken  naar  een belangrijke herinnering.

.

Op de foto uit Doetinchem lijkt hij de weg kwijt, hij kijkt wat schuchter opzij,alsof hij zich afvraagt of ze hem wel begrepen, niet alleen de woorden maar vooral dhet geloof dat een hartstocht was, geloof als existentie zoals ik het las in ‘’ Vrees en Beven,in een zin die hij met potlood onderstreept had, niet de foto diewarop hij hij poseert als dominee voor bekenden en nageslacht hmet een  de opdringerige stropdas .zijn pijp  D.Dé pijp in zijn hand is niet de pijp die hij rookt, maar de pijp die hij zien laat, hij is er te soft, hij kijkt alsof hij de wereld niet meer aankan,en zelfs niet weet hoe het is om een pijp te roken. Éen al plooi, van zijn ogen tot zijn mondhoeken, zijn mond als een smalle schommel boven de schaduw van zijn onderlip. hij mist iets. Dit is niet de vader war ik tgenop zag, dit is de vader die zich niet gekend voelde in de Achterhoek. Hoe dat is, weet ik. Ik woonde in hetzelfde huis als hij, misschien met het zelfde verlangen: vitaliteit. In dit appartement woon ik introverter dan ooit.

DE GOD VAN MIJN VADER

Nog altijd een heikel punt.De God vanmijn vader is mijn God geworden God zoals ik die heb leren kennen tijdens mijn revalidatie. En die ik beleef en vier in de woorden van de Protestantse kerk Nederland, warover ht bloed van Jezus niet wordt gerept. Het Konkrijk Gosis geen toekomstbelofte, maar een leefwijze. God is er de gensdevolle woestijn god, hij die is waar wij zijn om recht enruimte te creeeren, mt ons en voor ons.

 

De kruisiging van Jezus was geen moord, maar een offer, beweerde de kerk: Jezus offerde zichzelf op voor mij zoals God had voorbeschikt.en Jezus was een goede Zoon.

Ooit heb ik dat geloofdof deed ik alsof om mijn vader te pleasen. Dat geloof is verraad gebleken, het spel is uit het was De dood van Jezus dood het was ongeloof in de vitaliteit van het fysieke leven.hoeren wren om te bekeren,niet om te neuken. Dit is lang de missing link in mijn zelfbeeld geweest..Waarom geloofde ik dit? Lange tijd heb ik mij een mislukte puber gevonden en een geflipte dtudent. ik kon het niet Op zoek naar , die achterlijke jaren zdie te te dominant gebleken zijn in de tijd na mijn  mijn CVA hrsenletsel,die tijd moet ik voorgoed achterlaten. Het is een andere tijd geworden de verloren zoon moet verloren zijn, het huis uit Het is die ene foto die mijn wereldbeeld veranderd heeft en  mij maandenlang heeft dwarsgezeten gee moment zonder.De foto van de man met de pijp heb ik een niet zichtbare plekgegeven.Die foto zien doet pijn aan mijn leven.In Doetinchem ging het mis min ego was gekknakt,ht mijne was nog vormloos en besluitelooos. ons vermoed ik.

.,. Op zoek naar mijn leeftijd is dit de om zijn vader te vinden belangrijkste brug waar ik overheen moet.Dit denken gebeut mij meestl als ik mijn achterstallige afwas wegwerk. Waar was hij? en waarom ben ik nooit een goede zoon voor mijn vader geweest, waarom heb ik hem nooit op scherp gezet.Waarom hebik zijn gedichten nooit goed begrepen. Omdat ze tam waren denk ik, ze hadden geen kloten, het was vlees nog vis het  krakkemikkig gezucht en gepreek,   wachtend tot de dichter echt zou beginnen. wie altijd brug wil zijn laat artistiek over zich lopen.zonder de perfecte close harmony van Simon en Garfunkel was dat lied beter geweest.

Bridge over troubled water , dat hoorde ik toen  toen ik 17 was op de kamer van Lief voor we gingen vrijen, misschien  tegelijkertijd. Die typische jaren 70 spijkerbroek van haar, onvergetelijk,

; niet door te komen,die rits, die naad Dit verklaart niks. Dit bestaatin het appartement dat ik met tegenzin bewoon, en dat ik ontvlucht via mijn geheugen.misschien is het daarom dat de herinneringen aan mijn vader mij stalken en lastig vallen .Ik ben godverdomme 64. Dit moet voorbijzijn.

 Of deze foto na of voor zijn hartinfarct is genomen weet ik niet. ik vermoed er na. Er is veel wat ik niet weet uit die tijd

 ik heb mijn boekenkast geordend, de foto’s bekeken en veel van mijn gestelijke interieur overhoop gehaald in de bedoeling meer ruimte te

creëren maarin plaats van ruimte kromp ik.Ik zat zoals nu achter mijn pc deed niks en wachtte. Op de gang liepen mensen warvanik vonnd dat ze inbed moesten liggen , mijn woning ervoer ik als hotelkamer een plek wr ik mentpr was, de medebewoners beschouwde ik als leerlingen

Mist in de kop, net als in Heelsum. Dit sloeg nergens op. Zo waren mijn laatste tweemaandenin de klas ook ongeveer, ik ws er de kluts enmotivatie kwijt, ik werkte topt de belging en de afwas gedaan was, ik verprutste een schoolvoorstelling. Kreeg herfstvakantie, ging naar Manchester, naar Deventer en was sindsdien onhrstelbaar kskapot, dat is de geest die hier de ruimte vult.

Mijn vader  bestond voor mij niet in in die dagen ik i leefde met Lief,in afzonderingen studeerde aan de kunstacademie, een riskante studie..Het is een verdwenen stuk in mijn leven

Ego ,  Arnhem,  communisten socialisten, krakers de ondergang van het kapitalisme en de dood  van de kunst   en ik veranderde geleidelijk in visie op de samenleving. ik werd kritischer, eindelijk en ik herinner mij niet hoe wij daar mee omgingen. Hij is er niet,in mijn hrinnerin, war ws hij toen mijn academiewerk uitgestald lag om beoordeeld te worden. alles in mij wil weten, waarom Het voelt als verraden.had ik die foto maar nooit gezien, het is een nare foto.hij staat in mijn woning op een plek waar hij niet te zien is, als ik de foto zo nu en dan ongewild in de ogen kijk, huiver ik: oh hij! waarom hebik altijd gevoeld dat ik mij verantwoorden moest. De verloren zoon had daar geen problreem mee,die ging eten met zijn vader, lekker eten,e envetgemest kalf werd er voor greslacht, misschien dronken ze wijn, die vder was vast geen baptist .Die zoon stonk nog naar hoerenen vasrkens en modder, ze schonken nog wat in en de zoon vertelde alles aan zijn nieuwsgierige vader godverdomme papa, zo’n zoon had ik willen zijn, weldie hoeren  maar niet die varkens en die modder. wt waren dat voor hoeremn en war woonden ze?

Mensen hier beweren dat ik op hem lijko p die foto, die foto verandertdemijn denken in deze woning, heel af en toe kijkik er nsaar, danis ht de vader die hoort bij het bereau waarop ik die foto gezet heb , hij is een chim geworen, hij was een spiegel, nu is hij een schaduw, ongrijpbaar in de tijd, als obsessie inmijn brein, dwingend. Ik moet en ik zal mij motrern revancheren.

Er staan ook foto’s van mijn zus en mijn moeder, allemaal mensen van wie ik vertrouwen liefde en levenslust geleerd heb, en wat gedeelde genen.Ik ben zoon van vertrouwen en liefde, maar nooit het huis ontvlucht om tussen var

 

Tehuis,of inrichting mag je uiteraard niet meer zeggen, dit heet een woonvorm, of in mijn geval ‘’begeleid wonen’’.de woonvorm waar ik woon sinds 2005 heet de Veste

, af en toe ben ik gelukkig, het lukt mij nog niet om met mijn door hersenletsel uitbalans geraakte persoonlijkheid hier een man vanleven te vinden die mijn nieuwe Marinus zijn kan dat wat weer typisch Marinus is.is de ecologie van het samen wonenhie is de mijne nog niet, ik leef hier als een kikker op het fietspad naast de sloot, dat is niete en gevolg van de kikker e nniet vanh et fietspad,hij had in ht wter kunnen blijven, of terugspringen. Kikkers kiezen , maar reageren, kunnen ze wel. Met schuld heeft dit alles niets te maken.Het is aan mij en de keuzes die ik maak in deze gemeenschapom zijn in het zijnde. Niet inexistie filodsofische zin, maar ADL het Alledaags leven  zoals dat in het revalideren heet, thuis zijn in de keuken boodschappen doen. Etc. De gemeenschelijkheid hier bestaat voornamelijk uit gezamrenlijk eten: zes of zeven mensen rond de tafel  bijna zwijgend eten, wat commentaar hier en daar op het een en ander, maar zeer ingetogen omdat veel mensen hier slikproblen hebben, net als ik, en als ik mij verslik is de kans groot dat ik stik, dus word ik extra in de gaten gehouden dooor debegeleiding, desondanks praat ik veel, ook met volle mond. Veel zinnigs en verstaanbaars heb ik niet te zeggen . Als op ik vraag warom ‘’stille zaterdag iemand op de radio Op een mooie pinksterdag’’ zingt kan ik het niet nalaten te vertellen hoe dat lied tot stand is gekomen,of te vragen warom stille zaterdag stil is. Volledig nutteloos en niet ter zake,I. zingt de hele dag en wat ze zingt is volledig random, ze zingt omdat ze het niet laten kan, dat wat ik heb met het zeggen van dingen.’’ Ga jij nu maar eten’’, zegt ze dan tegen mij, en kan daarbij heel streng kijken.daar doe ik het voor. Er schuilt tragiek in, zo zijn wij geworden,maar tragiek hier is treurnis geworten, en apathie zij Dat geldt voor de meesten hier, ‘’we zitten hier niete voor zweetvoeten is de gevleugelde uitdrukking, die alles zegt.’’ We wonen niet voor niets in dit gesticht is nog krachtiger, omdat die politiek helemaal incorrect is.

 

Dat is waar ik woon, gestapelde appartementen,aangeklede caissonbouw met balkonnetjes met planten. Ik hen  an buiten ogend als een gezellig vakantiehotelletje. met gangen lift en personeel.ook ik heb een plastic plant op mijn balkon, sommigen vinden het er van buiten gezellig uitzien  Ik overweeg  een tuinkabouter aan te schaffen of te krijgen.

Ook in de natuur waait wel eens een boom om zodat het pad van

koers verandert en de insecten naarstig op zoek gaan naar andere routes. Klagen doen ze ze niet. Ik wel, Alles klaagt in mij.

Mijn zintuigen ergeren zich, mijn verstand komt tekort, dus geef ik dat bijles, via google. en dat doe ik graag.ik doe hier wat ik nooit eerder gedaan heb: IkIk ben wie ik nooit geweest ben. Het is nacht.Ik zit hier in mijn onderbroek te schrijven, buiten is alles donker in dit gebouw wordt geslapen, ook door de slaapdienst die ik op kan roepen  als ik wil of nodig acht, Maar als ik klaag voel ik mij extra ongelukkig dus doe ik dat niet. Mijn grote klagen is dat ik moeite heb met het geestloze leven in zo’n gebouw: De lift gaat op en neer, mensen lopen of sloffen in pyjama’s of rijden heen en weer,komen hun bed uit en gaan er weer in.,uit woningen klinken televisies ,die gaan van  zender naar zender .In de hal zitten mensen klaar voor de taxi; zorgtaxi’srijden af en aan,  gesprekken beperken zich meestal tot taxitijden supermarkten en bezoek aan de Action, hoe duur iets was. .Ik maak vaak ontregelende verdwaalde grappen, grappen van een verdwaalde man : te gezocht om begrepen te worden, dan erger ik mij aan mijzelf. Ik ben mij hier bewust van ieder woord dat ik zeg. Het zijn geen gesprekken, geen dialoog, geen voortgang: Iemand zegt een zin, iemand anders legt daar een zin boven op en ondertussen wordt er koffie gedronken. Stapelgesprekken, het harde lachen snap ik meestal niet, net als de harde stemmen waarin de mijne ten onder gaat. Opeens na een schetterende lach is het gesprek afgelopen en gaan de kopjes de afwasmachine in.’’Zet jij zelf ook even jouw eigen kopje weg, Marinus. E dat glas Dat is de essentie van de gemeenschappelijkheid: je eigen kopje in de afwasmachine zetten zetten , aks ik ddat die zegt iemand:’’ Toppie’’, alsof ik niet volwassen ben.en ‘savonds vragen wie er corvee heeft.Daar voel ik mij ongemakkelijk bijmaar doe het weluiteraard,ik woon hier niet alleen tenslotte, maar ik heb geen zinnen die ik stapelen kan als kaarten in een kaartspel, ik stapel zinnen tot ze omvallen.bovendien word ik meestal niet verstaan en er wordt er te hard gelachen om te weinig humor. Gezamenlijk eten komt er op neer dat er zes mensen aan een tafel hetzelfde eten en elkaars bord in de gaten houden. Ieman.zegt: vrijdag ga ik bij de Action een cadeautje voor papa kopen, en vrijdag moet ik naar Elst ook nog want mijn lijm is op. Ik hoop dat de taxi dan wel op tijd is want vandaag was het helemaal niks .En ik zag iets heel leuks op internet. Altijd druk met iets ondoorgrondelijk creatiefs. Zonder lijm is de dag verloren .Gemiste tv-programma’s kunnen teruggekeken worden. dan zeg ik dat ik in het ziekenhuis geweest ben om ook its te zeggen. Dat is een stapelzin  die overtroefd wordt, door de mededeling dat er een lreuke film op televisieklomt, dat ik er nidet ben, dus die neem ik op. et zijn zijn leuke series;ik ken ze niet,dat is een fout in mijn ontwikkeling. Boeken lees ik tegenwoordig eénhandig met mijn e-reader in bed, en en niet literair verantwoord ‘’ ‘’Doktder Lidy van de Ploeg’’.Ook raak ik gewend aan dat korte geheugen. Als ik op pagina 3 van een boekje over Levinas, niet meer weet wat ik las, lees ik verder in de wetenschap dat ik het gelezen heb en dat het daarom mijn denken sowieso verrijkt en aangescherpt heeft, op pagina 4 gaat het verder. ook dat blijkt verrijkend. Het is scharrelkennis, niee oppervlakkig maar her en der gevonden in organisch verband. Het vak zwerfkennis bestaat niet op school en Scharrelcolleges bestaan niet. Vanaf 20 oktober 2005, heb ik veel inzicht en kennis bijeengescharreld en overdacht. Dit appartement is geen huis maar een plek waar ik dingen doe en nalaat. Het is een school of life, een  shitschool. Aardappels zonder jus. Lasagna zonder tomaat.en  lasagna zonderbechamel of Lasagna zonder Lasagna: witte kool met taugé  kidneybonen en wat champignons.theSchool of my life:Doe iets. -wacht niet op endiploma, dat is er niet.

Het was een keuze: Lief en ik, allebei ons eigen leven. Een dappere   of een domme keuze, ik aarzel en vraag het mij vaak af: wat is  winst en wat is illusie? , ik denk dat het een miskleun geweest is, het heeft geleid tot wederzijds gemis i.p.v. wederzijdse vrijheid. Lief eet vegetarisch en dat is heel anders dan elke avond kip of gehakt of aardappels zonder jus.en een en een gekookte hamburger.of platgebakken speklap. zo’n zwarte. Denkend aan Lief denk ik aan vertrekken. Lief eet vegetarisch en kookt lekker mt wat dan ook voorhanden is.

Lekker puh

Eigen schuld, eigen keus, eigen verantwoordelijkheid en voor wie a zegt volgt er nog een heel alfabet.Naast een aantal andere leerdoelen is dat het belangrijkste, hoe kan ik hier typisch Marinus zijn of worden? Typisch Marinus maar anders dan ooit en elders Ik zap door mijn leven , ik verander zo nodig van modus, keer op keer, en ik frame doorlopend,maar dat doet iedereen die zich ontwikkelen wil binnen de matrix van de omstandigheden. Dat is altijd typisch Marinus geweest: slalommen, hinkstapspringen, per ongeluk leven, op het terras zitten en zelf uitmaken wie en wat ik in welke hoedanigheid voorbij zie komen in broek of jurk, met  tassen- dat is allemaal perceptie, dat is wat ik hier moet leren, de beste manier is om ook televisie te kijken ijdens het gezamenlijke koffiedrinken, en er dan t respectvol niet doorheen te praten. Steeds vaker levert dat veel goeds op. Morgen is het Pasen  ‘’Jezus is waarlijk opgestaan’’. 1 april, zeg ik dus aan tafel: lekker puh, en leg uit dat dat ook wel zo was: soldaten die die nacht de wacht hielden voor een lijk dat de volgende dag verdwenen wasen jezus die zegt 1 april: ‘’Lekker puh’’, het zou een mooie graftekst kunnen zijn.. Maar dat zeg ik niet, dat is te associatief, die gedachte bewaar ik voor Lief: of voor de dominee. Ik zou er op school graag een paasvoorstelling van willen maken.maar zonder flauwe grappen of leukigheid, alleen maar het idee. Lekker Puh,!o)Op het van Lingen College, had ik dat gekund. Een sitcom warin God’’lekkr puh zegt. (masaar jhoe speel je een God die zoiets zegt mt alle respect.?

Hier is dat anders, hier moet gezwegen worden over de dood die er bij hoort met Pasen. Opstaan  is niet zo makkelijk als de dood aan je brein geknabbeld heeft. Pasen is voorbij, de lente is uitbundig en zonnig, de jurkjes lopen weer prachtig over straat en in de kerk.Lief droeg gisteren bij Karen een prachtig jurkje; het jurkje was vooral prachtig omdat zij het droeg en ik haar aan mocht raken Een knappe dochter met een prachtige moeder.Lief vindt mij mooi, zegt ze, als dat zo uitkomt, ik vind dat moeilijk te geloven, dat vond ik als 17jarige ook.

TIJDREIZIGER

Tijdmachines bestaan:

 

Ik woon er in.

nu hier,  dan daar

Meestal wacht ik op wat er al is

zoals je wacht op bus of taxi

dan ben ik te laat is mijn ervaring.

ZO VERSCHRIKKELIJK 17

de verticale tijd.

Tijd is geen horizontale structuur, tijd is een netwerk van trappen, gangen, deuren, banken, reizigers, reclames, tourniquets, toegangsbewijzen, controleurs, roltrappen, de diepte in en uit; Als de metro in Parijs, met Karen, Margriet en Lief.Tussen het Bois de Boulogne en Cimetière du Père-Pere Lachais  waar Jim Morisson nog altijd dood en werkelijkheid isin de waanzin van de tijd., de verticale tijd is overal, maar vooral in grote steden : Parijs, Londenen  Florence en Rome ten fdele, de straten van geheugen.N u ben  ik meestal de weg kwijt, ook dat  godverdommme is  herrsenltsel,de De weg kwijt in de stad die werkelijkheid heet In Rome in de San Clemente ben ik afgedaald in de tijd, de tijd is er aanwezig, gestapeld als lasagna,akls je via de ruige trap afdaalt tot de ondergerondse rivierpsasseer je de aardlagen van de geschiedenis Als je de San Clemente bezocht hebt kun je derest van Rome wel overslaan.

Wikipedia :De San Clemente is een van de oudste christelijke kerken van Rome, maar onder het straatniveau gaan resten van nog veel oudere gebouwen schuil. Ongeveer twintig meter diep zijn delen van huizen gevonden die uit de laatste eeuw van de Romeinse Republiek (± 500 – 27 v.Chr.) stammen en door de grote brand ten tijde van Keizer Nero moeten zijn verwoest. Bij de wederopbouw van Rome zijn deze huizen als fundering gebruikt voor de nieuwe huizen.

 

De chronologie van mijn brein bestaat niet meer uit een trein die strak en horizontaal van station naar station rijdt.ik leef als de poezie van Gerrit Kouwenaar.Het bezit van een ruine, waarin duidelijk wordt wat leven is. mijn chronologie is een zich herhalend begin.

Elke uitademing kan de laatste zijn, maar ook het begin van een nieuwe inademing, het begin van herhaling, altijd verder.Als in de werelden van Piranesi.

.

het bezit van een ruïne, zelfs het zoeken

onder de stenen, het vermissen achter het vinden

moet men interen, steenbreek en slaapkruid zijn meester.

 

Alleen de luide passant in het zoveelste heden

laat zijn ogenblik los in dit inzicht van leegte

en ziet hoe het uitwist in lagen van stilte

en doorziet zijn inwendige en hij schrikt zich

 

zodat het geschiedt dat tijdens dit tijdstip

een windengel neervalt en hem zijn dagboek ontrukt

en het meevoert ver voor hem uit over blind

wegen doeleinden uitbloedend water

naar waar het morgen geweest is, en nu .

was het avond –

 

Gerrit Kouwenaar (1923-2014)

 

In die tijd woon ik , grammaticaal en chronologisch een ruïne. Interpreteren doe ik het niet, ik herken mij. De poëzie van  Gerrit Kouwenaar heb ik nooit gekend.Nu wel, het was het eerste boekje dat ik in handen kreeg na mijn CVA en de operatie die voorkwam dat ik er dood aan zou gaan.’’ ‘’De sterfelijkheid houdt aan’’ was het eerste gedicht dat ik las, in het UMC, en ik vroeg mij af waarom collega Nederlands Hanneke ter Burg mij dit boekje stuurde.Inmiddelks ben ik heel veel hedens verder. Geregeld stuurde zij mij nieuwe gedichten.

Grammaticaal en chronologisch ben ik een ruïne, een oude verroeste studentenfiets voor korte afstanden, geestelijk ben ik nog behoorlijk soepel, dankzij die poëzie..

Toen ik in  2006 thuiskwam en bleef werd ik puber, anders dan ik ooit geweest ben. een beetje kind, een beetje volwassen, en dat  ging niet meer over.

Dat was geen gevoel ,dat was wie ik was. Het huis was groter, ik dacht jonger en kreeg de neiging om Lief als moeder te zien, dt is mijn ergste ervaring .dat is psychologisch verklaarbaar maar bespaar me Freud, en met mijn moeder heeft dat niets te maken, ik houd van haar zoals ze was, ze is mijn beste herinnering. Misschien is er sprake van regressie tereug naareen veilig omkaderd verleden,de tijdloze puberdie de heftigheid van de tijd ontvluchte  de condionering van mijn verleden een  Het isDe pavlov in mijn brein is door mij nCVA z niet langer een vaeder die mij beschermde en conditioneerdezodat ik de. 17jarige   werd die ik nooit geweest ben maa  een verwarring van hedens, tussen alle zekerheden in. De.bBlijvende verandering van perspectief en perceptie, een verwarring van hedens.  zoals bleek. Ik verkeerde psychisch en emotioneel in de dronkenschap van een avond stappen, moe,   sentimenteel on onvervuld vertlangen en wilde geraakt worden.

Hersenletsel vraagt om omhelzing, vertrouwdheid., dat waar ik fysiek en cognitief nooit aan toegekomen was: De zijnsverwarring van de puberteit overgangen verhuizingen, drempels draaideuren diploma’s..onthechtingen, eenzaamheden hinkstapsprongen.

OMKIJKEN,SOMS EVEN:

 

Nooit meer wandelen.

 

 

Op 3 september 2005 liep ik als docent met 10 leerlingen

van de San Clemente naar het Colosseum.

Dat was geen wandelen, dat was lopen. Lopen is je bewust zijn van wat je doet en wat er mis kan gaan, niet struikelen, niet vallen, niet overreden worden, niet teveel elders kijken, voor mij een groep leerlingen en achter mij de slinkende rest.

En altijd bewust van  wat er mis kan gaan. En dat is veel met 10 leerlingen in Rome.

In mijn vrije tijd wandelde ik door Rome, in mijn eentje, geen toerist te zien.’’

 

Wandelen is ontspannen lopen zodat je kunt kijken om het kijken zelf, je kunt intuïtief de stad, de pleinen, de kerken en  straten verkennen om met plezier te verdwalen, wie wandelt vindt het fijn om te verdwalen, ik tenminste, ook nu ik fiets zonder te weten waarheen. Ik heb alweer een paar prachtige verdwalingen ervaren, met verassende thuiskomsten.

 

Ik probeer af en toe te wandelen met mijn vrouw Rita.

Voor de zekerheid nemen wij een rolstoel mee.

Als ik hand in hand wil lopen,

zonder stok,

raken wij ons evenwicht kwijt.

Als ik mijn arm om haar heen sla,

wordt zij mijn stok en ik haar bagage.

‘Tot de volgende lantaarnpaal’, zeg ik.

‘Wil je niet zitten?’, vraagt ze.

 

Echt wandelen, doen we nog zelden.

We lopen wel vaste routes.

 

Lopen. Voet voor voet.

Concentreren. Niet lummelen.

Niet achteloos rondkijken.

Binnen de lijntjes blijven.

 

Ik wist voorheen altijd de weg.

Tegenwoordig raak ik de weg vaak kwijt.

Van het toilet naar de koffie.

Dan vraag ik de weg terug aan iemand op de gang.

 

Wandelen doe ik in mijn hoofd.

Daar wandel ik over prachtige wegen.

Daar dwaal ik van de paden af.

Als kunstenaar verdwaal ik met plezier.

Vóór 20 oktober 2005 heb ik nooit kunnen schilderen zoals nu.

 

Nu sta ik hier.

Verdwaald in de tijd.

Verdwaald in mijn relatie.

Maar als kunstenaar ben ik op een plek waar ik wandel.

 

 

Als je wandelt heb je als vanzelf controle over de situatie, zodat je kunt kijken om het kijken zelf, om met plezier te verdwalen.en een terugweg proberen te vinden, de afstand is geen probleem: lopen tot je er bent: daar waar leerlingen geen zin hebben om mee te wandelen omdat ze nog moe zijn.

 

Ik probeer af en toe te wandelen met  Lief.

Voor de zekerheid nemen wij een rolstoel mee.

Als ik hand in hand wil lopen,

zonder stok,

raken wij ons evenwicht kwijt.

Als ik mijn arm om haar heen sla,

wordt zij mijn stok,

en ik haar bagage.

‘Tot de volgende lantaarnpaal’, zeg ik.

‘Wil je niet zitten?’, vraagt zeen dze rijdt mij

En er zijn mensen die ons zien.

 

Echt wandelen, doen we nog zelden.

We lopen wel vaste routes.

 

Lopen.

Voet voor voet.

Concentreren.

Niet lummelen.

Niet achteloos rondkijken.

Binnen de lijntjes blijven.

Lopen zonder genot.

 Bospaden drollen stoepen trappen, auto’s

Nooit meer wandelen.

 

Dit is niet normaal voor ons beiden.

Ik wist voorheen altijd de weg.

Tegenwoordig raak ik de weg vaak kwijt.

Van het toilet naar de koffie.

Dan vraag ik de weg terug aan iemand op de gang.

 

Wandelen doe ik in mijn hoofd.

Daar wandel ik over prachtige wegen.

Daar dwaal ik van de paden af.

Als kunstenaar verdwaal ik met plezier. In het werk dat ik doe en maak, dar maak ik deel uit vanhet gebeuren

Vóór 20 oktober 2005 heb ik nooit kunnen schilderen

Zzoals nu.

 

Nu sta ik hier.

Verdwaald in de tijd.

Verdwaald in mijn relatie.

Maar als kunstenaar ben ik op een plek waar ik wandel.

 

 

Lief wil een mooie man, en ik wil en mooie man zijn voor haar en,  dus helpt ze mij er mooi uit te zien, onder de douche ben ik best tevreden met mijn lichaam, dat hier en daar wat moeilijk te wassen is,vanwege mijn spasme links. Tevreden,  Piemel is pik geworden laat ik zien, maar niet aan  de verpleging of verzorging, want dat is gênant en verwarrend onder de douche hier houd ik mij inmuijn is pik is intact,  niet halfzijdig verlamd, keurig symmetrisch, ijn bovenlijf voelt prettig als ik mij inzeep . Een grote jongen,Ik ontsta opnieuw. Ik begin te kloppen, niet langer een compositie, of een schaduw van ooit.  maar Marinus zoals ik  ben in deze omstandigheden: moet je kijken, dit ben ik:  Marinus,  Op een avond voor het slapen gaan in, toen nog in Heeelsum spoorde Lief mij aan naar bed te gaan, ik luisterde naar Metallica, of Slayer

Lief   zette het volume hoger . en begon te headbangen met wild naar voren zwiependzilverblond haar. Ik doe mee met mijn korte grijze krullen, dan  We zuipen er niet bij, we lachen en gaan slapen. Zij is mijn mantelzorger” -als bij toeval ontstaan-,als ze danst wordt de man in mij opgewonden wakker, ik bof maar.Er is veel muziek die harder wordt gezet als ik bij haar ben-en dan gebeurt het weer. Die overgave ,die dansgeworden lust, die woeste haren, niemand heeft zulk blond haar als zij.Ik doe niet mee, omdat ik niet wil dat zij zich inhoud

Veel in onze relatie bestaat uit toeval, ik wil meer en anders dan Lief, dus moet ik verleiden en versieren, ik lijk godverdomme wel een man geworden puber, een parallel universum. Ik leef in meerdere werkelijkheden tegelijk. Anderen misschien ook wel, een multiversum.,wat we ook doen ,we leven doorgaans in grensgebieden, deuren gangen trappen drempels, mijn tijd is altijd in beweging, zonder klok, die loopt altijd achter bij wat ik doe en wie ik ben.

. Ik vind het heerlijk om zo te denken: haar te versieren alsof ik nog niet getrouwd ben met haar. gas en tegengas , liggen staan, dansen, in voor en tegenspoed, dat gelul dat geen gelul is, maar afzien. en als ik dan met haar op de hei onze pijnlijke vermoeide liefde vier met wijn in mijn hand maakt Lief   foto’s    .   van mij waar ik tevreden mee ben, mijn hoofd oogt vriendelijk en scherpzinnig ondanks mijn scheve mond, maar mijn hand hangt als een zielig dood poesje uit mijn sling en zelf hang ik er soms een beetje scheef als een oude vermoeide man voorover maar zo fotografeert ze mij niet, ze houdt van mij en dat  ligt niet aan mijn hersenletsel, dat ligt aan mij en mijn behoefte er nu en dan wat scheef bij te hangen., zoals gewoon is bij jonge mensen. ,is dat hersenletsel of nonchalance, wat vindt de MRI-scan daarvan? Als ik mijn brein ben hoe arrogant is mijn  brein dan? Kan een brein arrogant zijn? Ik wel. Hoe hopeloos ben ik, kom ik nog goed?

, ,ik moet rechtop zitten  om mijn oude man te verjagen lelijkheid te omzeilen dat is ook beter voor mijn rug maar met haar achter mijn rolstoel, voel ik mij schever dan ooit.

Ach; daar zie, je niets van.

Een beetje scheef ben je wel, maar dat valt niemand op, dat heeft iedereen, wat maakt het ook uit, als je hart maar goed is.

 

Zelf noem ik mij de Manke Man.

Personage in een pijnlijke klucht, .

 

ik Ik ben geen leraar meer.

 

Het hoort niet, maar gemakkelijk is het wel.

Bijna alle personen die ik ken zijn personage geworden,

dat komt door mijn CVA, en mijn heen en weer bestaan tussen thuis Utrecht en Arnhem .Mensen zijn grilliger dan personages

Personages kun je regisseren.

Lief  is geen personage.

Taxichauffeurs zijn dat wel. Ik noem ze Henk of Wim of Henk, en  dat zijn meestal eigenwijze mannen met een snor.

Als S. die in Bennekom wél de weg weet zegt: naar links, rijdt de taxichauffeur naar rechts.

 

Mensen dragen grillige contexten met zich mee

Omgaan met mensen, sociaal zijn zoals een beschaafde samenleving dat van je verwacht kost veel flexibiliteit.

Uit het totaal van menselijke aanwezigheid moet je haast intuïtief al die vaardigheden toe kunnen passen

als medemens. Gek word je daarvan.

-Welke humor hoort bij wie, waar liggen de grenzen als het gaat om grappen.

Connecties, Relaties, uiterlijk, gemeenschappelijkheid, -dat is een hele reeks prikkels die vragen om ordening betekenis en reactie. Wie dat ongehinderd kan ,weet niet hoe ingewikkeld en vermoeiend dat is.

Teruggebracht tot personage is daar beter mee om te gaan, Een personage kan je manipuleren dankzij afstand en beheersbare mechanismes.

Ook snel oordelen vooroordelen en meningen zijn een vorm van prikkelbeheersing

 

Ik liep de wc met de automatische schuifdeur voorbij, langs de ingelijste striptekening van E. Waarin ze minutieus verbeeldt wat ze doet bij fitness: eerst 10 minuten  fietsen, dan 5 minuten links, dan 5 minuten rechts

Ik koos de wc met de deur die je zelf open moet schuiven, er staat een douchestoel voor de douche die door het nadruppelen lelijke vieze bruine vlekken op de tegels heeft achtergelaten, er staat ook een tillift, en een douchebed. Soms is er zelfs toiletpapier. Het is een wc die angst in boezemt, ik controleer altijd eerst even of A. er niet staat, nadat ik hem een keer heb zien staan met de broek tot op zijn kuiten  zijn billen waren bleek alsof ze al dood waren, ze hadden de wat hangerige vorm van zijn gezicht. Als ik tegenwoordig zijn gezicht zie, denk ik aan zijn billen, dat is naast grappig, vooral heel onprettig, Ook de wc-deur bij de rustruimtes is riskant, vooral op maandag aan het einde van de middag.

Meer dan eens zat G. op de wc, G. is een vrouw met weinig verstaanbare woorden, veel gebaren en kreetjes als die van een aap in nood, en een lichaam dat als een schriel angstig muisje in een bochel en een knik op de toiletpot zit

 

Vandaag weer hetzelfde, achter mij liep ik zelf

ik was het niet  maar een houten kerstkrans die er nog stond van vorig jaar, het is logisch maar vraagt voor de zekerheid steeds weer om controle.Alles achter mij is gevaarliok, voetstappen schaduwen, geluiden.dan sta ik stikl of loop lanzamer, dat gaat vanzelf, enis geen waan maar werkelijkheidwaan met de kracht van werkelijkheid

 

De wc  die ik binnenging stonk naar de andere kant,

 

 

Onlogisch is het niet achteraf,

M

aar lastig is het wel, een stuk gevallen Kouros, die verkeerd is gelijmd

Een enthousiast meisje van  kinderopvang SKAR mij groet mij en loopt vervolgens door mij heen.

Misschien moet ik zwijgen over dit soort momenten.

Gelukkig val ik nooit, wat er ook gebeurt.

, Op de ene keer na dat ik Lief wilde helpen een spin te vangen die onder de tv wegschoot, ik ben tenslotte de man in huis. Toen ik op mijn hurken probeerde te zitten, viel ik om, en bij het mijzelf overeind helpen, verstuikte ik de enkel van mijn goede been, en moest Lief mij op de bank helpen, nadat ze eerst heftiger schrok van mij dan van de spin.

De man in huis had zijn evenwicht verloren, zo heb ik moeten leren om te zitten, te staan, en reëel te denken, het woord evenwicht komt me zo langzaam aan de strot uit, dat komt door het gemis aan evenwicht,

Margriet schreef met gebruik making van een oude liedtekst van mij:

 

Voor papa, voor wie anders dan voor papa.

En voor mama die door moest na de storm.

Links en rechts het donker

Van de gekte en de dood

Onder je en voor

een net nog zichtbaar spoor van licht

Waarop je balanceren moet

Je voeten voet voor voet;.

je spreidt je armen wijd;

Je lichaam richt zich op

in wankel evenwicht

En als ik val neem ik een sprong

Ik sla mij armen heftig wijd

En schreeuw mijn schreeuw

door het heelal

Misschien dat ik nog vleugels krijg

Maar liever heb ik iemand

Heb ik iemand om mij

Iemand om mij op te

vangen als ik val

vang mij als ik val.

 

Soms lijd ik aan woordenkak, zoals ik aan zoveel dingen lijdt, , grote en kleine: een verlamde linkerarm die  s’morgens stijf als een kale tak door de andere arm uit bed moet worden getild om in een mouw te worden geworsteld. een stijf en slepend linkerbeen’, dat nogal eens verdwaald in een van de broekspijpen. Dus even snel mijn bed uitspringen en in mijn kleren schieten vanwege de een of andere haast om op tijd mijn werk te beginnen, is er niet bij. Gelukkig ben ik geen docent meer. In die dagen trok ik er 10minuten voor uit ,om 20 minuten te fietsen, daarom was ik vaak te laat, nu zou ik er1 a 2 uur voor uittrekken.

Om 3 uur te fietsen.

Ik ben wel eens om 5 uur ‘s nachts mijn bed uit te komen omdat ik om 8uur door de taxi gehaald zou worden. Je kunt nog wel even slapen, zei F. van de Veste, war ik logeerde, mar dat geloofde ik niet. Ik heb me gewassen, aangekleed en ben gaan ontbijten, daarna heb ik ongeduldig zitten wachten op de taxi.

Dit is niet leuk maar wel gebeurd.

 

 

Overal altijd tussenin.ik ben zo oud als waar ik ben, en met wie die jongen in de zolderkamer van zijn geheugen al Ik ben veranderd en met mij de wereld.ik ga niet gelijk op met de kloktijd, nooit gekund, als docent was ik meestal later dan de leerlingen die te laat waren. Soms was ik er net op tijd om ze weg te sturen voor een briefje omdat ze te laat waren.Wat toen heden was is het nu weer, maar erger.Nu ben ik geen docent meer, nu ben ik 17,nu weet ik wat liefde is en liefdesverdriet , existentisalisme, fenomenologie ,  morfine.en GTST.Zo ben ik Marinus, typisch altijd geweest maar nooit goed begrepen: te weinig  kansen gegrepen en benut; omdat ik geen idee had hoe het anders gekund had ,dat ik kiezen kon en daardoor moest: handelen; niet afwachten in uitzondering, maar handelen ik was 17 en  dat is altijd ego gebleven. blijkt nu.  Het is de tijd die boven borrelt.Lange tijd was ik een ondoorgrondelijk moeras, met kikkerdril, ratten  ringslangen en soms een reiger.Die reiger noemde ik Jezus. de tijd bood kansen, vrijheid zat, maar ik liet mij inkaderen door de tijdgeest van socisalisme feminisme studie kunst en de god van mijn vader.Daar ben ik nu vanaf, maar slechts  ten dele, in de  cultuur die ik nu bewoon bestaat nog veel waarin ik niet wonen wil;hier kom ik de beperking en inperking van mijn vrijheden tegen.gevolg van defect en geschiedenis, dat godverdomde brein.Mijn dochters kunnen en konden dat beter. Zij woonden op kamers en hebben gestudeerd en gedronken en gedanst. Ook daarom houd ik van ze. Aan God en Jezus als leidsman en verlosser doen ze niet, goddank.Ik hoop wel dat ze weten wat inhoud en betekenis van de  christelijke mythologie is is,  dat weten ze en delen ze met hun kinderen.Genen en geschiedenis bepalen de kansen en keuzes meer dan enkel brein, meer dan een hersenscan bevatten kan. Het ís er, als existentie. Kijk mij, ik ben Marinus en Marinus leeft ,dat zie je oplichten ,maar wat Marinus is  zie je nietals ik niets doe. Darom schilder ik xzonder enige beperking.mijn werk moet niet meer zijn dan materie.

zijn kun je niet  wegen zoals je ook het begrip ’’kilo’’ niet wegen kunt  ideeën kun je niet scannen, het meisje aan de kassa wel, daar zijn de ogen voor. De essentie van het brein  dat Marinus heet is beleving zoals zelfreflectie en kijken naar meisjes. niet te analyseren zoals een scan zichzelf niet scannen kan. Ik ben mijn brein, en dat heeft door omstandigheden een  eigen tijdrekening , vanaf 20 oktober 2005, ben ik van 50 17 jaar geworden.. dit is een mysterie, en waarover je niet spreken kunt moet je zwijgen, maar dat kan ik niet. Overal waar ik ben praat ik, onverstaanbaar, en niet te begrijpen, ook dat hoort erbij. Het is altijd zo geweest en nu is dat  erger dan ooit.Lief houdt daar niet van, ze wil een man en nit een puber van 17

zoals bij mij alles erger is dan ooit. zo verschrikkelik 17 nu en dan : puber met Weltschmerz. Dit is geen plek voor mij om te wonen Di lied uit die tijd steekt vaak de kop op als ironische rebellieeen guilty pleasure pur sang

this world is not my home

I’m just a-passing through

My treasures are laid up

Somewhere beyond the blue.

 

The angels beckon me

From heaven’s open door

And I can’t feel at home

In this world anymore.

 

Oh Lord, you know

I have no friend like you

If heaven’s not my home

Then Lord what will I do.

 

The angels beckon me

From heaven’s open door

And I can’t feel at home

In this world anymore.

Ook dat is verschrikkelijk17,

Ik wil zijn wie ik nooit gewest ben om te doen wat ik nooit gedaan

Heb: 17 zijn:In de tijd zijn, vechten met de tijdgeest. Dat is geen keus, dat is waarin ik terecht gekomen ben, de tijd van populisme en de eendimensionale mens k ritiek en kriticisme van de jaren zeventig vechten mt een krampachtig evangelisch verleden

 

de tjijdgeest van mijn adolescentie als schaduw van Jezus,: hets spookvan Billy graham   Hal Lindsey: “De planeet die aarde heette..Adorno Ulrike Meinhof  Anja Meulenbelt.en hun militante engelen.Ik geloofde alles en deed in alles een beetje mee. De schaamte  ben ik inmiddels voorbij. het is goed om dat meegemaakt te hebben, dat is voorgeschiedenis ontwikkeling en onderwijs, scharrelkennis.

 

Vanaf mijn lagere schooltijd heb ik mij ontwikkeld via verplaatsingen, overgangen in de tijd, drempels in e tijd. En bij lke overstap`

In ht hoodstuk de dynamiek vant bewust zij. in’’ we zijn toch geen brein’’ schrijft Alva Noe       over indivualiteit en hechting:’’

Ik maak niet alleen deel uit van mijn context, voor een belanrijk deel ben ik context. dat is ervaring, praktiserend bewustzijn.

In een zeer reeele zin is het tweetal moeder-kind eeneenheid van waaruit ht kindzich slechts geleidelik losmaakt als individu. We kunnen hier van hechting spreken, maar ik hreeb het liever over eenheid. In sommige opzichten maken weons slechts gedeeltelijk van de moederfiguur los; in iedere geval geldt dat voor de meeste mensen. Hoe dan ook, voor ons bestaat niet zoiets als volledige losmaking van anederen n van meeromvattende pmgevingsstructuren ensituatiies- licht geluid, geur de bodem, de lucht, technologie waardoor we voor ht eerst onszelf worden

             In vele opzichten is rijping niet zozeer een proces van individuatie en losmaking, maar eeerder van soepee inpassing in onze omgeving. Moeder enkind groeien uit elkaar, maar we hechtenoons aan de buitenwereld. Daarin raken we geintegreerd. Door te leren lopen, te lern praten, vrienden te maken, werk te vinden en mt technologie te leren leren omgaan      verankeren we ons in praktische zin in de omgeving. Dit is ongetwijfeld een vande redenen warom radicale veranderingen in de omgeving vooralop oudere leeftijd- bijvoorbeeld emigratie, ht verlies van de partner snelle technologische veranderingen- enorme persoonlioke beproevingen zijn die zeer schadelijkeeffecten kunnen hebben. Het verlies van eenkenmerk van de omgeving warmee onzedagelijkse activiteiten hecht zijn verwevenis ht verlies vaneen deel van onszelf

            Het gaat er niet om dat je een oude hond geen nieuwe kunstjes kunt leren. DSoms kan dat wel. Waar het echt om gaat is dat je de hond opnieuw jong moet makenom dat te doen .Iemandheeft eens gezegd dat je eigenlik om de zeven jaar van baan zou moeten veraanderen. Dat houdt je jong. Een verklaring daarvoor zou kunnen zin dat veranderingen je dwingen te vernieuwen door je nogmaals te ontwikkelen in relatie tot nieuwe interne structuren, nieuwe gewoonten, nieuwe vormen van inbedding in de were;led om je heen.Een ander interessant effect vandit doorbreken van de routine is dat je rvaring van tijd vertraagt..wanneer het leven routine issmelten weken en maande samen; iedere dag likt op de volgende en de dagen vormen als ht ware rondom deontplooiiing van je leven. Maar wanneer de routine wordt doorbroken- bij een verhuizing en zelfsbij een reis- krijgen de dagen een heel specifiek karakter.Een week langproberen thuis te raken in een onbekende stad kan aanvoelen als een heel leven!Het is een  aanlokkelijke ruil. Je geeft   comfort en in zekere zin productiviteit op,          maar jemaarje krijgt er tijd ebn een gevoelvan verjonging voor terug!Precies dezelfde dynamiek zien we bij de ontwikkeling van eenkind. Een zomer kan dan sdan een magischeeeuwigheifd lijken. Denk maaraan ht spelen, zweten en zwemmen, aan de boeken, de mensen hrt winkelen en de lange avonden! Maar ouder worden vereist dat je in je dagen een zinvolle structuur aanbrengt, dat je plannen maakt; door die projecten raakt je leven zo georganiseerd dat de verrassende elementen er in zekere zin uit verdwinen. O(uder worden is lween afziwn van vwerrassingen; er op staan dat het kleven verrassewnd et zijn, betekent in zekere zin dat je jong blijft. Misschien is dit een vane redenen warom we kinderenwillen.

In dit grillige op en neer van tijd en plaats,, ben ik nsdrukkelijk terechtgekomen, ik noem het verplaatsingen,  verplaatsingen van mijn ziel zelf.

De belangrijkste verplaatsing was die van Emmen naar Den Haag.

Van klvande lagre shool in Emmen, nar die in Den Haag, van de school warbinnen alles plat was naar een school met trappen en schemering in de gangen. Ik was erde vreemde uit Drenthe, ik zei rare dingen, ik zei ‘’moi in plaats van’’hoi, en ik kamde mijn haar niet als ik van buiten naar binnen kwam zoals de jongenens deden die een kammetje in hun kontzak hadden. Op weg naar schol kon ik meerdere routeskiezen.Meestal liep ik alleen , somsmt mijn zusje die op de kleuterschool nast ons scholplein zat. De mester vertelde bibelse geschiedenis , mte de slagveldverhalen waar bij we hoopten dat Israël zou winnen op de Filistijnen een een ruime zege van duizenden doden.Simson die in zijn eentje duizenden doden maakte ws onze held.

We leerden psalm en en  gezangen  versjes uit de hervormde zangbundel die anders was dan die van ons, dus kon ik thuis de tekst niet leren en deed ik dat vlak voorde les begon uit het boek van een ander. In eenandere ruimte lerde wij frans,  woordjes als legostenen war je niks mee kon.ook vertelfde de meestr over zijn kampervaringen, dan begon hi te knarsen mt zijn tanden en kreeg hij een eng hoekig gezicht.Ik was dertien jaar  en mt  elke keer dat ik overging, wa i eenverplaatsing. Aldoor weer Marinus zijn.

In Emmen speelde imet Erna Snel, mij niet bewust dat zij eenmesije was, op ht kolenhok en in de boom of het Langgraf. In Den Haag liep ik mt een vriend langs een sloot en stak een veldje mt dor gras in brand, pwer ongeluk, ht was bedoeld als een klein vuurtje. Dat is ht enige dat ik mij herinner uit Den Haag als vriendschap, verder trok ik mij terug in mijn zolderkamr. Daar las ik boeken, mestal las ik elk boek twee keer. Ook ‘snachts las ik. Het gupje in ht aquarium ging mest na enige tijd dood, dan dreegf er een vormeloos vlokkig ding op ht water.De witte muis die ik had ging mestal dood bij gebrek aan eten. Dat ws wat gebeurde.ik ging twee keer opr zondag naar de kerk, op de fiets. Ik was een saaie jongen. Dat beel is altijd gebleven. Dat Lief op mij verliefd werd was onvoorstelbaar.Mijn vriendje had hee veel stripboeken kuifje, suske en Wiske en Superman.ik kaftemijn boeken  legde mijn pennen recht in mijn etui, en mijn geodriehoek in mijn bureaulaatje. Ik hield van die geodriehoek daar kon je heel veel mee wat ik nog niet kon.

 

Op de radio hoorde ik Ma belle ami van de teeset, in het frans en het engels. Soms kreeg ik vaniemand de Muziekexpress, dan leerde ik titels uit mijn hoofd. Televisie hadden wij niet.

Er was een klassefeest, ik was er maar ging naeentijdje naar buiten omdat er gedanst werd

Buiten stonde de juffen ende meesters te roken, dus ging ik naar huis.

Ik was een saaie kleine jpongen, ik wilde Erna Snel en een kolenhok.

Mijn puberteit begon in las 5. Ik had een oude buiuzentrasio bij het afval aan straat gevonden en luisterde de hele dag Veronica mte de top 40 Jost de draijer, erik zwart en Lex Harding. Ikhield bij hoe de werel met de muziek vwanderde want muziek en cultuur veranderden geliktijdig en ik ging daarin mee. In de kerk was alles nog ouderwets.ik zopng hard en accepteerde wat gezegd werd over God en de zoon van God die dood ging zdat ik gewassenkon worden in zijn bloed. Niemand anders deed dat.

Ik was marinus maar dat stelde niks voor. Ik was inwisselbaar voor  andere saaie afwezige jongensDe foto in de Muzieexpress was vreselijk roze.ik men mij te herinneren dat ik in die tijd naar Toppop keek,thuis hadden wij een streng kijkbeleid.Ik keek in de hoop niet berispt te worden, weer niet ferm en standvastig. Cilumbus tussen wal en schip, Englishman in New Yorkik werd mij er bewust van dat Little bird van the Tuielmanbrothers kneutermuziek was, die niet bij mijn  ontewkkelingdsfase hoorde. En dat voor  eIk e leeftuijd een eigen cultuur bestond. Ik viel uit de toon, dus ging ik er vol in als ht om  smaakverschillen ging. Gelukkig haaoorde ik blood sweat and tears.

Er waren klasseavonen maar ging ik niet heen. Zo werd ik Marinus, all by myself.

Ik maakte mij wijs dat ik bijzonder was.

Ergens in mijn brein begon een schoolfest dat uit de hand liep

ik vranderde van zolderkamje, ik hield van the cats en  the beegees toen de discio nog niet bestond alles op mijn zolderkamere was guilty pleasure.

Boudewijn de Groot zongTestament.

Het wren grensgebieden en obver gangen. Verplaatsingen, mte name in mijn brein.

ik lees ‘’als mijn geheugen me  bedriegd en ben geschrokken van mijn  mij herinere verleden hierover een cittaat uit de NRC  het zevende boek van Douwe Draaisma heet ‘’Als mijn geheugen me niet bedriegt’’ en heeft als motto een citaat van wijlen de striptekenaar Marten Toonder: ‘…omdat iets wat in de jeugd gebeurd is, dikwijls het gevolg is van een voorval op oudere leeftijd.’Lange tijd heb ik geleefd mt wt ik noemde ‘’een mislukt verleden: mijpuberteit, mijn min adoleescentie, dat was geen bewust herinnerd verLange tijd ben ik minder gweweest Dan ik had kunnen zijn.Na mijn infarct is dit, na het vinden van een oude foto van mijn vader obsessief geworden , ht kreunt piept en knarst ibinnen mijpersoonlijkheid. Ht evenwicht is zoek. Dingen die verderop in je leven gebeuren kunnen je herinneringen zo veranderen dat je een ander verleden krijgt. Als ik het citaat bij lezingen laat zien, zijn er altijd mensen die opspringen om het te fotograferen, met name huisartsen en psychotherapeuten en psychiaters. Zij zijn gevoelig voor het idee dat patiënten pas op hun dertigste een overheersende moeder hebben.”

 

Met terugwerkende kracht dus.

 

„Ja. Of ze blijken een andere biologische vader te hebben, waardoor het opeens een heel nieuwe betekenis krijgt dat jij als klein jongetje je rapport altijd aan die ene oom moest laten zien.”

 

U beschrijft in uw boek een herinnering aan uw kleuterjuf waaraan u op uw dertigste opeens begint te twijfelen.

 

„Mijn moeder was naar school gekomen om iets met haar te bespreken, alle kinderen waren al naar huis. Ik zit naast de juf op de onderste trede van de trap naar het schoolplein. Ze slaat haar arm om me heen en zegt tegen mijn moeder dat ze me graag nog een jaartje bij zich wil houden. Het is niet meer dan een flard en ik had het er nooit met iemand over gehad, tot het gesprek een keer kwam op kinderen die een jaar langer op de kleuterschool bleven. Ik begin te vertellen en voor het eerst bedenk ik dat het natuurlijk niet kán, een juf die een kind zomaar bij zich wil houden. Midden in de zin daagde het me dat ik blijkbaar nog niet rijp was geweest voor de lagere school.”

PUBER MET MIDLIFECRISIS .

Atijd terug en altijd verder.Tijd is een kudde , al dan niet in grazige weiden.en herders zijn ert zat: people that matter, mijn bror mijn zus, ik verschil vaakmet ze, lik leef kritisch ,mte mijn verleden, zij koesteren ht in de wrmte die ze ervaren hebben, ht is dezelfde liefde die ik ervaren heb, ht was té koesterend voor mij, ik ws makkelijk in te pakken. Als een sierraad in een doosje,dan verdween ik in de koesterimg die IKverwarde met waardering.  het ws bescherming liefde en omheing, ik was een schaap, ikverkoos veiligheid boven vrijheid.Mijn vader ws een goede man, maar dat begreep hij niet.Ik twijfewel aan de wijze warop ik hem mij herinner. Dat is niet van . Het is een voortdurende onrust in mijwezenlik niet van  belang aldus mijn verstand, maar mijn leven legt zich daar niet bij neer. Mijn vader is dood mijn broer en jongste zus leven nog, maar zij zijn mij nite, hun herinneringen zijn de mijne niet, onze vader ws dezelfde, ons huis ws htzelfde, net alsde stad, maar onze geheugens verschillen, darom verschillen wij nu en toen.

Een lekke band krijgen: Een kapotte binnenband kun jevervangen. Een geheugen is deel van je synapsenenneuronen. Hoe zit mijn geheugen in mijn brein?En waarom is mijn verleden doorlopend mijn leven nu altijd ben ik mijn vader en moeder.Dit alles is mijn ziel en zelf. Dit is watrest, dit is Marinus na zijn infarct. Ik ben kapot maar niet verdwenen.ik leef nog. Niet ‘’nog’’ maar ik leef, en dat verleden daar kom ik wel overheen.Dat herschrijf ik , ik kijk om om te herzien, te herschrijven mijzelf te herlezen als een trasasgisch komisch boekwerk. Zo’n aanwwezig verleden is lastig zoals een klas lastig voor een docent kan zijn

Als follow up voor het ongemak van toen doorsta ik nu een grillige onzekere puberteit: mijn retro-puberteit: zijn in het voorbije, het voorbije zijn, in meer dan éen werkelijkheid 1970, vandaag zag ik tekeningen terug ie ik tijdens mijn middelbare  schooltijd maakte: christelijke’’jongen probeert de slechte geile wereld te tekenen, maar de  meisjes die hij tekende , leken op oude frigide vrouwen,, niet wat ik wilde, op een enkele keer na. Ik probeerde vorm te geven aan wat ik niet kon: De hormonale liefde. In 1991 is ht mij eindelik gelukt In een voorsteling had ik een alterego gecreeerd, een jongen met een groot gemis die zich terug had getrokken in de artisticiteit van zijn zolderkamer. Iets anders kon hij niet , zoals dansen en meisjes.en ht meisje dat hij ontmoette verliet hem met de trein.

MO O I E   J O N G E N

 

Deze mooie jongen

heeft tien vingers aan zijn lijf

 

Geschikt om mee te spelen

en toch ligt zijn lichaam stijf

 

O dokter wat valt er,

wat valt er aan te doen?

 

 

 

Deze mooie jongen

pompt het leven door zijn bloed

 

Met harde warme slagen

en toch lijkt ie doodgebloed

 

O dokter wat valt er,

wat valt er aan te doen.

 

 

 

Misschien een bloed­transfusie,

 

Misschien geopereerd.

 

Misschien zijn hersencellen

 

Opnieuw geprogrammeerd.

 

 

O dokter [Geef me het mes]

 

O dokter [Geef me de tang]

 

O dokter, dokter hoe lang?

 

 

Deze mooie jongen heeft twee ogen om te zien

 

Er schijnt iets naar de knop­pen in zijn denk en voelmachien

 

O dokter wat valt er, wat valt er aan te doen?

 

 

 

Deze mooie jongen heeft een stevig stampend hart

 

Een ritme om te swingen en toch ligt ie hier apart

 

O dokter wat valt er, wat valt er aan te doen.

 

 

Deze mooie jongen heeft emoties in zijn kop

 

Maar als hij zich wil uiten blijft het steken in zijn strot

 

O dokter wat valt er, wat valt er aan te doen.

 

Misschien een psychiater

 

Met een leuke therapie

 

Misschien Marihuana

 

Of een pilletje XTC

 

O dokter [Geef me de spuit]

 

O dokter [Geef me zijn arm]

 

O dokter, hoe lang.

 

Misschien een weekend stappen

 

Misschien wat kratten bier

 

Misschien een cursus liefde

 

Bij de meisjes van ple­zier

 

 

 

O dokter [Kleedt u zich maar uit]

 

O dokter [Wees niet bang]

 

O dokter dokter okter hoe lang?

 

 

Misschien gaan mediteren

 

In een klooster als boeddhist

 

Misschien voor altijd slapen

 

In een mooie glazen kist

 

O dokter [Bijt in de appel]

 

O dokter  dokter[Gif van de slang]

 

O dokter hoe lang

 

Deze mooie jongen heeft een warme zachte huid

 

Met een korst van harde modder, hoe beitel je hem daaruit

 

O dokter wat valt er, wat valt er aan te doen.

 

Herinner je sneeuwwitje

 

Hoe de prins haar lippen zoende

 

Hoe de prins haar lippen kuste

 

Met een zinderende zoen

 

Misschien is dat voldoende

 

Voor deze mooie jongen

Kom laat het ons proberen

Met een liefdevolle zoen.

 

Liefdesverdriet en liefdespijn heb ik nooit ervaren, ik leefde klein, eerlijk, overgevoelig, gefrustreerd, de  zijnsverwarring van de puber op een zolderkamer, Die jongen bestaat nog, vandaag heb ik hem gezien in een tekenmap met oud werk,  ook heb ik gevreeën met Lief maar eerst ontwaakte ik uit mijn verloren tijd  om weer 17 te worden: ik wist wat ik wilde, zij wist wat ik wilde, wij hadden nog wat van het leven te goed 14 jaar na mijn infarct. Ik houd van haar, meer dan ooit,omdat ik nu pas weet wat dat betekent.Dan zit ik in mijn rolstoel in de taxibus met foute muziek op de radio en ben zo vanzelf gelukkig dat ikmijzelf verbieden moet te geloven dat God  bestaat

. Lief houdt niet van dat pubergezeur van mij, ze wil gewoon een volwassen man van 66, ik begrijp dat. Maar het is geen aanstellerij of doen alsof, het is een totaalbeleving, total recall. Als ik vrij met Lief, is het, alsof ik haar net versierd heb: opeens gaan we, liggen we en  en lachen we. Liefdesverdriet en liefdespijn ik kende dat klotegevoel niet. Het valt niet mee om dat wel te kennen het is leeftijd de tijd die je leeft:vrijen trwijl de invalidetaxi elk moment voor de deur kan staan om je terug nnaar je appartement te brengen, ook dat is liefde.Overal drempels en overgangen. Man van 66 is regelmatig 17, niet als gevoel (‘’je bent net zo oud als je je voelt maar als state of mind; ik ga verder waar ik als 17jarige ongelukkig was: Ik herkans. en herkies, ik herleef, ik herzelvig, dat zal wel hersenletsel zijn,  de verticale tijd. waar ik af en toe naar luistert is daar een goede soundtrack voor

  de sturm und drang van Metallica, ontroerende herrie bijna moest ik huilen, ook dat is hersenletsel.

twisted vines that grow

Hide and swallow mansions whole

And dim the light of an already faded prima donna

Fortune fame mirror vain gone insane

Fortune fame mirror vain gone insane

But the memory remains

Heavy rings hold cigarettes

Up to lips that time forgets

While the hollywood sun sets behind your back

And can’t the band play on

Just listen, they play my song

Ash to ash Dust to dust Fade to black

Fortune, fame mirror vain gone insane (insane)

Fortune, fame mirror vain gone insane

Dance little tin goddess

Drift away fade away

Little tin goddess

Ash to ash dust to dust ,dat is kunst,  een kunstwerk verbranden en niet weten waarom. De huid van het geheugen.Aan de overkant van de B ennekomseweg ligt een kunstwerk van mij betegeld onzichtbaar te vergaan.

Lief zou de muziek zo hard mogelijk zetten en dansen, ik niet. Mijn buurvrouw hier zegt doof te zijn, maar ze hoort alles, vooral muziek die niet van Nick en Simon is, dus beperk ik mij. Weer beperk ik mij. Waarom ben ik geen echte puber, éen van 17? Ik zou de moshpit niet overleven.

onbewust  gingen de voorstelling die ik schreef over mij en mijn onvermogen mijn leeftijd te zijn. Ik was ontspoord in de tijd en probeerde mijzelf weer op de rails te krijgen..

Overgangen, stationnetjes.

TREINEN ZIJN ER ZAT

[Uit: Madman 1991]

treinen zijn er zat.

Van plek naar plek

Volgen zij de regels van het spoor

Wie zit er in wie speelt er mee

wie springt er voor?

Ik lees de tijden van vertrek

En zie hoe iemand op de muur met viltstift schreef:

Je bent een vuur je bent een wolk die overdreef

Twee hondsbrutale mussen

trippen rustig tussen

De gore zware bielzen van het spoor

De wachtkamer is leeg

Zachtjes fluitend veegt

Iemand er de peuken van de vloer Ik zou graag willen dat je bleef

De bleke rechthoek zonlicht

die plat op het perron ligt

Vervormt, vervaagt, ,

verdwijnt zonder een spoor

Ik praat wel. Ik beweeg

Ik wil wel maar ik weet

Voor wat ik zeggen wil geen zinnig woord

Ik zou graag willen dat je bleef

Een haastig echtpaar draagt een

Bepakte kinderwagen

De trappen op. Het kind slaapt ongestoord

De wolken zijn van streek

Als ik omhoog kijk breekt

Het zonlicht er nog even hevig door

Ik zou graag willen dat je bleef

[eigen tekst 1991]

 

Ik was 38( toen ik dit schreef, als spinoff van mijzelf:gedurende voorstelling was ik 17 Jochem Wildeman ,die 5 avonden langht personage Madman was, lag tijdens de pauze met ontbloot bovenlijf in witte lakens gehuld kwetsbaar te zijn.,er zijn en er niet zijn. elke avond lag hij hetzelfde maar was hij niet de zelfde. Nu pas weet ik dat ik het was die daar lag. Op een plateau boven zijn hoofd stond typemachine die van mijn vader geweest was.

Wie ht meisje was dat nu en dan  als vanuit het niets zijn leven binnenwapperde was niet duidelijk. Ze was van een andere logica dan de toeschouwer, de schrijver en de acteur: ;

Ze zei

Ik zou wel een tuin willen hebben, met een bank om op te slapen. Zolang de vogels hun bek maar houden. en een vijver, zo diep dat je de bodem alleen maar kunt ver­moe­den. En op het wateroppervlak drijven stukjes van je gezicht, als je kijkt, en wolken, plat op het water. Maar bij een tuin hoort een huis. En dat betekent stof­zuigen, voeten vegen, vuilnis­bak­ken buiten. In de herfst valt het behang niet van de muren. In het voor­jaar lopen de stoe­len niet uit in kakelend groen. De wind moet buiten blijven, anders vallen de vazen om.

‘’Ik heet Christine.’’

Misschien was zij alle meisjes die ik misgelopen was-het wAs een voorstelling waar ik nog lang niet mee klaar ben.

 

 

 

De jongen van 17 is op zijn 58ste  student geworden op kamers  in Arnhem druk met achterstallig onderhoud van zijn leven zoals dat bestaat in zijn brein,dat wat bij mij hersenletsel genoemd wordt ,de osmose waarin, leeftijd een onbetrouwbare lift in de verticale tijd isgeworden . Waar je 65 en tegelijkertijd 17 kunt zijn, demente mensen kunnen dat ook. Niet als gevoel maar als ervaring, existentie, mijn zijn in het zijnde de intersubjectiviteit van Marinus en werkelijheid Tijd zoals die in Rome is blijven bestaan.De zijnsverwarring van de verticale tijd: De 7de dimensie.  klok zonder wijzers, foto’s zonder herinnering, tijd zonder pragmatische vakverdeling Altijd puber , altijd overal tussen in,drempels overgangen verplaatsingen , datr wat ht schier onmogelik maakt deze tekst te voltooien.herinrichting fuseren,onderwijs, altijd onzeker of ik wel thuishoor waar ik ben. En wat dat inhoudt Zo ben ik geworden, the missing link. Die niet gemist wil zijn.Ik wacht tot Lief mij belt, maar ze belt niet. Waarom niet godverdomme.? ik wil haar neuken ik ben hier alleen, ik hoor voeten schuifelen stoelen schuiven, stemmen: gezamenlijk koffie drinken, of ik ook kom? dat kan ik niet, gezamenlijk zijn:Vers 6 van Paul vanOstaijen: dat ben ik. Waarover men niet spreken kan, daarover moet men Paul van Ostaijen lezen.

Lief weet hoe ze mij vinden kan als ik de weg kwijt ben Ook daarom houd ik van haar. Maar als ze mij niet vinden kan heb ik een intense hekel aan haar, waarom belt ze mij niet, en wat zeg ik als ze mij wel belt,?Mijn stem klinkt dan zo raar zo verschrikkelijk 17.

In 2005 heeft mijn infarct mijn levenslijnen op vreemde wijze verweven tijden leeftijden vallen samen.als hgbeleving ervaring en herinnering.Dat heedft mi opgezadeld met de dwingende gedachte dat ik nog veel goed te maken en in te halen heb, of te herzien.

MOOIE NACHTEN MET MIJZELF.

Vaak lig ik ‘s nachts wakker. Het is een onhandig bed waarin ik slaap, het is het type ziekenhuisbed, met hoge randen om er niet uit te vallen, als mijn hoofd tegen zo’n rand komt lig ik wakker en probeer vergeefs beter te gaan liggen, dan krijg ik het heet, probeer te lezen, ook vergeefs en  ga in mijn onderbroek ht bed ui. De balkondeur staat open, ik start mijn pc, en zit met niets anders aan dan mijn onderbroek af te koelen , te schrijven, te tekene, youtube filmpjes random te monteren en mijn favoriete pornofilmpje te kijken, een mooi ontspannen filmpje. Een doordachte vverbeelding van liefde, onthaaste liefde. Zonder effectbejag, wie meer wil dandat, moet een escort bellen.Dan stap ik met koude voeten mijn bed in en val in slaap.

 

 

Het wijnglas in mijn gootsteen lijkt op de vijver in Heelsum, maar daar is het kroos, hier is het schimmel. Dit is Arnhem, een excuus om slordiger te leven.Ik ga koffie drinken en dan mijn afwas doen. Ik leef mijzelf als een rollenspel met medespelers die anders spelen dan ik.Ik houd van de dialoog met zijsprongen veel mensen hier stapelen  zinnen, daar kan ik niets mee. ik houd van de complexe interactie, omdat dat naar mijn mening overeenkomt met het zelf dat ik ben, of beter de zelven die ik ben, ik besta uit rollenspel dubbelrollen.drama’s duo’s en duetten, niet veelzijdig, maar meervoud. . mening overeenkomt met het zelf dat ik ben, of beter de zelven die ik ben, ik besta uit rollenspel dubbelrollen. drama’s duo’s en duetten, niet veelzijdig, maar meervoud. Dat gebeurt in stilte obsessief en irritant. Ook in bed gebeurt dat.

 

 

Als ik hier ga zitten moet ik eerst met mijn pantoffels aan over het gele linoleum. Mijn pantoffels sluiten slecht en sloffen daarom wat mee met mijn voeten, dat is onveilig. Ik ben valgevaarlijk. Als ik val komt dat door dom onverantwoordelijk gedrag waarover ze hier beginnen te zeiken,  , Lief later ook:’’Je had je heup weer opnieuw kunnen breken, en wat dan? Weer een jaar extra revalideren.Laat mij godverdomme, zal ik dan niet zeggen,ik zal zeggen je kunt daar in Wageningen lekker eten en verder is alles hetzelfde.Maar zij zijn verantwoordelijk voor mij , vinden ze, dus voel ik mij extra onveilig als ik loop.

Het is dinsdag 29 oktober 2019

Ik zit op mijn bureaustoel en schrijf en lees en herschrijf en  herorden. Ik overweeg mijn bed weer in te gaan eno ntdek dat ik niet in mijn onderbroek het bred uitgekomen  ben omdat ik er nog niet in gelegen heb. Ik moet nog tandenpoetsen en uitkleden.Dat is typisch tegenwoordig; ook moet ik mijn laatste pilltje nog krijgen van mMelanie. Dit is echt ‘’lost in space en is heel veel erger danverstrooid zijn.

 DE MODDER EN HET ELFTAL.

ij zijn ons lichaam.

De meest ingrijpende breuk in mijn levenslijn was de verhuizing van Emmen naar Den Haag Het was mooi daar, maar wel moest ik wennen- de school, de kerk, de buurt, de hele grote winkels -met roltrappen en deuren van glas. en de trams, en meningen. maar ook de zee waar wij soms heen gingen, ‘s avonds als het niet druk was en wij de zee voor onszelf hadden. tekentafel  en een koker voor zijn tekeningen. Mijn broer Piet studeerde toen aan de   HTS, dat was indrukwekkend,hij ewasd student hij had een hele grote tekentafel , en een koker voor zijn tekeningen . Hij was mijn grote broer. en hij was student, hij moest ontgroenen,  aan de deur naar de opbergzolder zolder hing hij een groot affiche, een reproductie van een kunstwerk van Dali, mijn broer was zoveel verder dan ik. Mijn vader wist alles, maar Piet wist de rest. Ik luisterde in die dagen naar Neil Young en keek daarbij naar de hoes, zo was ik ook,;melancholisch;: Die muur, dat hek; die gebogen man die een niet herkenbaar mens passeert, Helplesly hoping,het had een foto van Anton Corbijn kunnen zijn bij muziek van Nick Cave  Zo mooi schrijnend, maar dat hoefde niet: want als je in Jezus geloofde was er altijd hulp en hoop In Southern man kwam een kras waar de naald van de grammofoon in bleef steken maar dat gaf niet dat vond ik toch maar en drammerig rot lied,

 

ik was nooit totaal genoeg Marinus om de overgang van Emmen naar Den haag te kunnen verwerken :ik zag op tegen  de stad waarvoor wij in Emmen door een kennis die er gewoond had werden gewaarschuwd , de jongens op de lagere school waren van een andere orde dan de mijne. Hun haar zata ndersZe stonden tegen de muur om mij te ondervragen ze keken anders als ze spraken, ik was ernirt echt aanwezig, Emmen zat mi in de weg. Als ik thuis was in de Tomatenstraat ging ik naar zolder en bleef daar. Ik tekende boerderijen met  bruggetjes en luiken voor de ramen

i,.Tijdreizen bestaat, je moet alleen niet in een bepaalde periode blijven hangen

en wachten tot het begint. ik ben te laat begonnen, maar dat lag niet aan mij

Het begin was het mijne niet, iemand anders was begonnen, dat was ik toen nog niet zelf. Nu wel. nIeite terug, maar altijd verder op weg naar een nieuw verleden .. Empirisch kan dat niet.Maar in mijn geheugen wel,k westie van regie, montage, neurologisch zelf bedrog. de tijd van leven is theater, net als het verleden. Tot je dood gaat. Curtain. Wat rest is je naam, maar ook die wordt vergeten.

Dit is wat ik nooit heb durven zeggen. De eeuwigheid was verplicht in mijn leven te bestaan dat onzegbare leven na de dood.

De aftrap van de wedstrijd

 liet op zich wachten,

het spel lag nog stil,

Ik heb nooit gevoetbald.

 ik was bang voor de bal,

de modder en het elftal.

Wat werkelijkheid is is  geen abstract filosofisch vraagtstuk maar  ethisch sociaal en politiek van belang voor beleid en de gevolgen daarvan voor woonvormen als  de Veste waar ik woon. Daar bestaat ambulante begeleiding voor en maatschappelijk werk Over de werkelijkheid van erotiek en liefde wordt daarbij veelal gezwegen .Misschien heb ik het mis en is dat alleen voor mij van belang, wat voor mij  onvoorstelbaar is onvoo-ik ben mijn lichaam-tusen mij en de werkelijk, bestaat niet meer dan huid mt een vliesdun laagje zweet, zoals dat in de liefde is.verlangen begeerte en de bevrediging daarvan, ht lateten gebeuren van de werkelijkheid, dat waar bewustzijn niet is wat je hebt maar wie je bent in wat je doet. Als je iemands rug droogt omdat hij of zij dat zelf niet kan, doe dat dan stevig Zo is het , elke zaterdag opnieuw  de armen van Lief. Soms, als ze wil gaan we de trap op ik twijfel, wie ben ik als ik haar wil? Altijd Columbus tussen wal en schip. jaar, dat achtervolgt mij.Douwe Draaisma schrijft hierover naar aanleiding van de dromen van Jozef in het noek’’Als mijn geheugen mij bedriegt’’.De link met religie is veelzeggend in mijn situatie herinneringen als mythe het geheugen  religie  als regie als  regie

Eenheid willen,geen restauratie maar eenheid in samenhangzoals het universum eenheid is.Religie is daar de vormgeving van: samenvatten, integreren, reflecteren. Beamen, delen, vieren.

Zijn zoals Marinus nu  is.De rest houdt zich schuil om ontweken te worden,maar laat zich nu en dan vinden als een ongewenste intimiteit in mijn persoonlijkheid.Ik woon om Lief de ruimte geven die ik haar gun in deze woonvorm in Arnhem.het is een een woonvorm,geen leefvorm.het is een weiland met hekken een veste met hekk en toegangssleutel en alarmknop.de  ier spookt de geesten is leegte afschrikwekkend. Hier verpulver ik tot ik niet meer weet dan contact mt mijn pc, waar ik wel mee communiceren kan. Niet praten, niet gezellig , mar wel in dialoog met de voorhanden kennis die er divers vormgegeven te vinden is.Als ze me vragen of ik gezellig koffie kom drinken op de groep zeg ik nee omdat gezelligheifd mestal zo frustrerend is, stelt zoveel eisen.je moet gezellig zitten, gezellig je koffie drinken en gezellige dingen zeggen, of liver gezellig zwijgen.

 Ik weet niet of er hier een   werkelijkheid  bestaat buiten televisie muziek , smartphone en internet.een luie remix van eventussen de skyradiocommercials in. daVoorheen vermoede ik dat ook,de tijd die geleefd kan worden is hier tijdverdrijf, dat wat ik vansaf mijn 17de altijd verafschuwd heb: Dit is een plek waar ik onvolwassen wordt .endat ben ik allang genoeg geweest.ik word er kinderachtig van,  onzeker, grimmig.wrokkig, dan ga ik piekeren en mokkenmdt de zieligheid van een puber. Gelukkig benik kunstenaar, in die hoedanigheid maak ik er op volwssen wijze in min atelier een zootje van, dar zit ik op mijn stoel les wat Draaisma over mijn geheugen zegt en kijk naar ht schilderij wrin eeen slordig geschilderd woedend hoofd ontstaan is. Geen keuze, het overkwam ons: ik enmijn schilderij, ik en

Mijn brein.

 

de verlorenheid van erotiek. Een door onbeholpenheid en beperking niet haalbare fysieke relatie.Niet haalbaar misschien, maar wel de belangrijkste als het gaat om de herintreding in de werkelijkheid die je deelt met anderen, om te beginnen met die van jezelf, wat niet hetzelfde is als neuken met iedereen die je tegenkomt.Die werkelijkheid is hier niet communicabel.op de wuijze zoals Vitesse dat wel is. Ook dit maakt geen deel uit van drevalidatie en begeleid wonen. Gestelijke armoe troef in de vestingen van de zorg.waar zorg wordt toegediend op een bed van stompzinnigheid, Meer dan geest ben ik lichaam.spieren botten huid overgeleverd aan tijd en klust.de bezielde beweging, . ht geteisterde breinvraagt

Het gaat hierbij om de gewone tijd, de tijd als huisje op de prairie, de stip in de oneindigheid, een ruimtetijd capsule, de pragmatische werkelijkheid die van tijd die klopt, het gevoel dat je op tijd je bed uitkomt en dat je weet hoelang aankleden, wassen en tandenpoetsen duurt om  op tijd naar mijn werk te gaan. Als docent was ik altijd te lat. Als kunstenaar ben ik gewoonliijk op tijd,  inmiddels kan ik klok lezen,maar met die informatie leven  kan ik  niet en zelfs de ervaring maakt mij niets wijzer.Het is zo kinderachtig om mij te zijn op deze manier. Ik wil seks,ik wil Lief, ik wil de erotiek van de omhelzing de kus en het verlangen naar wat komen kan  en de vervulling daarvan, geen orgasme maar vervulling. Liefde, erkenning.

Een liefdesliedschrijven is moeilijk, daarom leen ik die van anderen.

PJ Harvey “This Is Love”

 

I can’t believe life’s so complex

When I just wanna’ sit here and watch you undress

 

DE 7DE DIMENSIE

Op zo’n nacht dat ik niet slapen kon zat ik op mijn bureaustoel met de bedoeling wat te schrijven en en na wat ander slaapverekkends op de pc te hebben gedaan  mijn favoriete pornofilmpje te bekijken  omdat dat.d amusant en rustgevendis, er gebeurt niets en wat er gebeurt doet niet ter zake.  Ik zat zo goed als naakt op mijn stoel kkoud te worden, kou die via de enkels heb bewustzijn binnengaat bij  en rrealiseerde mij opeens dat overal in dit gebouw mensen sliepen of net zo wakker waren als ik en dat dat waarschijnlijk gold voor de hele wijk, heel arnhem, de hele wereld.Er bestond alleen bweging, zoalas een tafel bestaat uit de beweging van moleculen en atomen. Een deel van dat bewegen ik zo zit ik aan bureau, ikbesta uit verdriet en onrust-Er moet elke keer weer bewezen worden dat ik besta.dat betekent finetunen, de hele dag door, darom ben ik moe en kan ik toch niet slapen.

Lief misschien ook.Ergens rijdt een trein van een beginstation naar een eindstation, naar een bestemming, waar misschien iemand wacht om welkom te heten of iemand die voor de trein wilde springen, ook gingen er mensen dood op dat moment. Of er wordt een dode hrinnerd of gedroomd, mijn vader bijvoorbeeldwas zijn dood zijn bestemming, wist hij zich tot hhet laatst toe veilig in Jezus armen, of  twijfelde hij omdat hij eindelijk mocht van zichzelf.

De 7de dimensie, , ik had ht ook de 6de kunnen noemen.Niet astraal ,niet metafysisch,green sci fi, laat ik het neuropsychologisch noemen,zelf bedacht. Op basis van slapeloze onrust.Alles wat bewoog of bewegen kon, bewoog waarschijnlijk op dat moment, van alles wat sterven kon ging van alles nameloos dood, en Ik bevond mij in de 7de dimensie, daar waar de tegelijkertijd eenheid zou moeten zijn-Daarom had ik vroeger een hekel aan geschiedenis.,overal gebeurde alles tegelijk.Noord- Vietnam gebeurde, zuid -Vietnam gebeurde,, Amerika gebeurde en iedereen had het erover, en ik hoorde het te weten en ik wist het niet Dat was in Den Haag, de leraar stond links voor de klas en ik zat rechts van het middenpad en  , ik keek naar de openwaaiende gordijnen., ergens in de verte gebeurde dat. ik wist niet eens waar de verte  was.daarom wil ik koud worden en een kalmerend clipje porno kijken snoezelporno.,mooie vrouw en een geloofwardige man.de closeups niet té close up. rituele erotiek, lullrbyPlato uit mijn bewustzijn bannen.geen Kierkegaard, geen Schopenhauergeen sartre,  Materie zijn, rust zijn.Ik kruip onder mijn dekbed en probeer een beetje in mijn verbeelding te sterven te .ook dit is een ecosysteem.

 Als ik op het atelier in mijn luie stoel zit, met een boek of mijn blik op kunstwerkn ben ik ben ik een zonnestelsel het is  haperendbewustzijn.er is geen focus,  In een wereldwijde cirkel om mij heen gebeurt van alles. Ik weet ervan maar zie het niet,het zijn afwezigheden, en als zodanig ervaren. Kan er iets bestaan dat niet gezien wordt?.Onder de stoep van de  Bennekomseweg heb ik een kunstwerk laten begraven onder stoeptegels-  het oordeel van de stratenmakers was alles zeggend: het is er wel, maar je ziet het niet.De wereld om mij wordt in het verborgene afgespeeld, zoiets als God in zijn goede jaren.Ik zie huizen waarin iets gebeurt dat lijkt op niets. Er zijn scholen waar iets gebeurt war ik mij op grond van mijn geheugen aan erger.Het is waar ik was  en ik ben er niet. Het is maandag, Lief doet iets, ik weet niet wat, het is koud, ze kijkt op buienradar of het beter wordt komende week, ze scheldt ze luistert radio 2 en  mete haar vest om geslkagen haalt ze de postZe denkt iets, of ze aan mij denkt eweet ik niet, tussen hier en daar bestaat verdriet verlangen en liefde.  Dit is e 7de dimensie, het is er wel, je bent je er bewust van, maar je kunt er niets mee het is de verborgen werkelijkheid van ht bewustzijnmelancholieIk kan er niets mee, ik onderga het en word te klein om ruimschoots tet functioneren, het is een zwarmoedige gemoedsgstoestand, hthet is als kijken naar een film van Ingmar Bergman zonder ondertiteling.

De 7de dimensie is een sci fi suggererend begrip dat dat ik puur associatief en gevoelsmatig ben gaan gebruiken voor dit vervreemdende verschijnsel toen ik dit als begrip  opschreef herkende e ik mij erin, het is de dimensie van mijn  hersenletsel. De duiding oogt new age,een spirituele startrekhet nieuwe tijdsdenken van nieuwetijdskinderen. die het onderscheid tussenastrologie en astronomie niet kennen, even als het verschil tussen kwantumdeeltjes en  wierook.met angst voor de ratio en het oprukkende verstand.de eeuw van het je weet wel denken, het trage afkicken van de Woodstock generatie.Ik heb het zien gebeuren, en altijd is het onzin voor mij geweest, evenals het charismatische christendom  waarin de gelovige zich overgaf aan de hoogste vorm van goedgelovigheid, het bezield worden door de Heilige Geest.het vrome gevoel.in strijd met de fysieke werkelijkheid.I k ben gek op het verschijnsel geest, maar niet als iets dat zonder brein kan.gest zionfder ichaam is onzin.

Spirituele kwakzalverij.

Alsof je hart mer is dan een spier.

DE ZOVEELSTE ZOLDER

In Emmen had ik geen zolder om mij terug te trekken, daarom was ik altijd buiten,op het kolenhok, in de boom of in een  een diepe zelfgegraven kuil met een doorgang naar een andere kuilof op de dwarstang van de schommel. Wel was er en vliering dacht ik. Er was een plek waar ik met mijn moeder achter de naaimachine een blauw groene krokodil maakte diebedoeld was als knuffel, en een indianentooi, een band waar ikzelf de veren voor moest zoeken . Ik spee;de mt Erna Snel indiaantje,  een plastic revolver  mocht ik nit vanm min  ouders omdat dat geweld vertegenwoorigde.mijn  ouders wren geen pacifist, maar geweld  moet je niet leren als kind.. dus maakten wij ijll en bogen en schoten gedraaide pijlen met een plastic buis. als je een speld voor in de punt vast wist te zettenkon je op eebn boom schieten en bleef de pijl er wiebelend inzitten. Ook had ik een lasso, en een boemerang.

. In den Haag had ik een  zolder voor mijn geheime intieme leven en God als gezelschap. daarvoor en daarna om appeltjes mee te schillen.. Klein en veilig, een aquarium met guppies en een modelspoorbaan,die er goed uitzag, maar niet goed functioneerde vanwege de vele kortsluitingen, het s rook er naar gesmolten plastic.ook dat was een ruimte met geheimen.

In Doetinchem had ik een zolder waar ik op het kleine plastic pickupje luisterde naar Berlioz M en Strawinsky. Bij voorkeur in het donker voor het slapen gaan.  Lief woonde elders. Soms waren wij er samen, dan kwam mijn moeder thee brengen, voor de zekerheid. ‘’Je moet de kat niet op het spek binden washt devies vanmijn ouders. Hoe ze dat in Groningen deden als mijn moeder mijn vader bij zijn hospita bezocht weetikniet. Ze stelde zich aan de hospita voor als de broer van mijn vader en werd dan binnengelaten, de rest is  verbeelding. Ik weet hoe ze waren.

In Heelsum had ik een perfecte zolderkamer, daar schilderde ik daar sneed ik hout maakte collages en sinterklaassurprises- daar stond mijn eerste computer en een matrixprinter, ik Iik werkte er mijn voorstellingen uit en schreef een boek ‘’vader zoon en weerwolf’’, dat ik printte en vervolgens prikwijt raakte. Daar was ik mijn meest eigene zelf. Daar ben ik Marinus geworden, typisch Marinus , ziel en zelf,

de man die ik  geworden ben :mijn ego is een zolderkamer.

Mijn ego is de dichterlijke vrijheid van het brein.

Mijn  ego is taal en wil gesproken worden en gehoord.

Eindelijk ben ik wie ik eerder had kunnen zijn:

In Arnhem, een studentenkamer in een huis zonder lift rolstoelen en alarmknoppen.Om te studeren zonder boeken, om het hoogste woord te voeren over kunst en  historisch materialisme tussen woorden die terugsloegen als ik toesloeg.in een keukenmt afwas van een maanden beschilde bordenop tafel en overal asbakken en slapende studenten mt een kater. Hier in deze woning, met rolstoel rollator en alarmknop speel ik eenbeetje  met dat fictieve verleden.

‘sn achts als ik niet slapen kan kom ik mijn bed uit en en eigen mij online de wereld toe in deze fase vanmijn leven in deze omstandigheid ben ik student.Mijn wasrek staat in mijn kamer vol vandaag gewassen was, mijnwasbak vult zich mt gebruikte koffiekopjes, verder ben ik hier alleen omdat ik geen zin heb niet alleen te zijn. It is mijn theater en voor dit theater schreef ik ooit:

Met een kop vol geheimen

Laat ik naar me raden

Laat ik naar me kijken

Deuren open deuren dicht

Met een mond vol verhalen

Laat ik van mij horen

Strooi ik met mijn woorden

Doe ze open, doe ze dicht.

            En af en toe klinkt er geroep:

De Gek staat op de stoep!

Lalala.laa… In het smalle licht

van de deuropening

van de deur die openging

staat in wankel evenwicht:

En als ik val neem ik een sprong

Ik sla mijn armen heftig wijd

Ik schreeuw mijn schreeuw door het heelal

Misschien dat ik nog vleugels krijg

Maar liever heb ik iemand

Heb ik iemand om mij

Iemand om mij op te vangen als is val.

Met een kop vol verwarring

Zoek ik tekst en uitleg

Zoek ik mij een uitweg

Ga ik open, sla ik dicht

Met een hand vol verwachting

Open ik de luiken

Ga mijzelf te buiten

Deuren open deuren dicht,

Met m’n buik vol misère

Wil ik niets dan warmte

Niets dan rust en ruimte

Maak me open, laat me dicht

Met een kop vol verlangen

Laat ik mij beminnen

Kom maar bij me binnen

Deuren open deuren .

Ik woon hier met internet, een e- reader, een Senseoapparaat, een waterkoker, keukenkastjes, afzuigkap, koelkastje een balkon .en een ziel onder mijn arm, éen van de vele, de ander scharrelt naar kennis en inzicht.

Om hier te aarden verander ik nu en dan  van modus, ik besluit hier student en schrijver te zijn, bij wijze van.Ik vergaar op willekeurige wijze kennis en ga op expeditie in mijn geheugen. naar  essenties van mijzelf.pmringd doorherinneringen warvan ik niet weet of ze ontstaan of gemaakt zijn, is het verleden of verlangen naar een verleden van betekenis?

DONKERE DAGEN VOOR KERST

Het is oktober 2017. Oktober is een rotmaand, herfst is daarvoor het juiste woord, het was een rotherfst.

Hier in huis werden kerstelementen geknipt geborduurd of ergens gekocht, want overal waren kerstmarkten, dat zou gezellig kunnen zijn als ik leuk mooi en gezellighad kunnen zijn , maar dat kan ik niet,dus vertel ik over ht cynische einde van het kerstverhaal: de kindermoord want dat is voor mij van betekenis,  het kerstevangelie  is een dubieus verhaal Iemand heeft Maria zwanger gemaakt, wie dat was mag ze niet zeggen van haar geloof. Het mot vreselik zijn dat te ver zwijgenzIk vraag aan I. die aan tafel borduurt tpunnikt of haakt (iets heel kleins volgens een uiterst gedetailleerd patroon,welke kleur ze Maria gaat geven? Dat staat niet in de beschrijving, dus vertel ik haar dat Maria in de traditie altijd blauw gekleed ging: De kleur van de hemel, van mysterie en van overgave. Wat je niet kunt zeggen geef je een kleur.of noem je symbool,Maria was symbolisch zwanger, hoe is dat, en kun je symbolisch zwanger zijn en een kind baren?

In mijn laatste voorstelling, een voorstelling op basis van htkerstverhaal is de bevallin g nitsymbolisch maa theatr geworden, de mest passende werkeliheid van ht evangelie. De revangelieschrikijers wisten dat..ht gaat om zwanger worden op eenmabnier die alleen te begrijkpeb n is in ht licht van ht kind, de taal van het kind, taal di ervaringsgewijs ontstaat v het kind, ooy is ergens de taal begonnen.

Waarom zeg ik zulke dingen?

Dat is niet arrogant of elitair. Dat is waar kerst niet zonder kan, en vooral niet in Oktober.  Religieuze festen zijn van groot belang, vieren zonder delegelatie van verantwoordelijkheid. Inte5gendeel.

Oktober ervaar ik als de maand waarin ik voorheen altijd intens bezig was met  een voorstelling maarmee ik probeerde de essentie van het kerstverhaal vorm te geven zoals verwacht werd door een grote groep leerlingen op de school waar ik werkte, een school die inmiddels is weggefuseerd.ook is oktober de maand van mijn infarct.En de maand waarin ik gewend ben mijn Sinterklaasgedichten te maken. En  dat lukte niet. ikwist wat ik wilde en had al wat geschreven maar het wilde niet, het rijmde maar het waren geen gedichten. De grappen waren slecht,de liefde was gekunsteld.

XZo moeilijk is dat niet opperde iemand aan tafel: ’’ Sinterklaas heeft een paard, . heeft een staart, en .Om diverse redenen heb ik liever dat iemand godverdomme door de gezamenlijke huiskamere schreeuwt. Dan dat iemand het leuk vind om indeze periode kchristmas achteloos te ondergaan mt zo’n achterlijke feestmuts op. ik schrijf sinterklaasdichten om mijn geliefden te laten weten hoe geliefd ze voor mij zijn en hoe bijzonder. Over pakjes schrijf ik niet en vooral niet over Sinterklaas, want die doet niet ter zake om Sinterklaas te ivieren.Ik ben uiterst principieel in het vieren van de najaardagen zonder de aanstellerij van zwarte piet en kerstman en dat is lastig en zelfbelastend.

Vorig jaar heb ik er zwaar onder geleden.De inhoud was goed maar vorm van de verzen was hopeloos. een gemoedstoestand die hier niet te delen is

Om even  afstand te nremen besloot ik op mijn bank te gaan lezen: Hans Andreus.Maar dat lukte niet. Mijn computerscherm lichtte nog op met een ruineus gedicht. Andreus het was prachtig maar niet krachtig genoeg om mij te resetten. I kdwaalde af en keek naar de foto in de boekenkast tegenover mij, De zwartwit foto vanmijn vader die opdook bij de verhuizing en als een hardnekkig spook in mijn bewustzijn rondspookt. Wie was die man en warom was ik op z’n frustrerende wijze zijn zoon. Ik had hem van alles te vertellen. Maar we bleven steken  in de softe abstractie van de pietisch gefilterde bijbel Het was een saaie bijbel want tussen de regels gebeurde niets. Maria was er gewoon zwanger van de Geest, want bij God kan alles, dat lag niet aan mij, dat lag aan ons en onze genen, wij waren op neuraal niveau een slecht functionerend duo.

Ik keek endacht: die is dood. Daarnaast stond de foto van mijn moeder, met een blik naar de fotograaf alsof ze kapitein van de wereld is ook die is dood, en daarnaast mijn zus Jansje, die wijn dronk.

Allemaal dood. Ik ook bijnain mijn verbeekding zie ik een ambulaceover een weg tussen de weilande scheuren, bandat iemanfd een steen door de vooruit zal gooien.

Ik begon te huilen.

Als je eenmaal huilt, valt het mee, maar het begin ervan klinkt zo kunstmatig, als een auto dienietgoed starten wil,dat schokkerige, iets als een verkeerd begonnen lach of een extreme hik.Ik kan daar niet goed tegen. Ik legde Andreus weg. greep het kussen van de banken probeerde daarmee mijn huilen te weerstreven. Niet omdat ik man was,maar omdat ik zulke momenten niet paatsen kan, ik twijfel aan de authenticiteit ervan.onze media cultuur is gek op tranen, huilen met tuiten, het is niet zomaar wat, het is ernst. Het neemt bezit van .

.

Ik weet niet wat ik wel moet doen . zal ik op mijn alarmknop bellen en uitleggen dat mijn sinterklaasw gedichten niet lukken en dat alle drie mensen op de drie foto’s in mijn kast dood zijn.onvergetelijk dood.

Dat doe ik niet.

 

Mijn gedichten bleven mislukken en ik besloot tot een creatieve wending: ik schreef namens Sinterklaas een brief waarin ik liet weten hoe lief ik ze heb omdat ze met z’n vieren zo heerlijk genieten kunnen:pizza eten in Italie en ijs, en zwemmen in een zwembad.

Het was een mooie brief, en ik was gelukkig. De herfst was weer jaargetijde in plaats van stemming.

. Ik zit nog wel met het gevoel dat ik de kleintjes een beetje belazerd heb, want Sinterklaas is dood dus kan hij geen brieven schrijven.

Ik ben onuitstaanbaar voor mijzelf. Omdat ik essentie en kwaliteit wil, omdat dat hoort in de maand december, geen flauwekul., want het gaat om kinderene en die hebben recht op het allerbeste, niet uit de folder maar uit liefde. Dat is geen mening, dat is visie die vraagt om vormgeving of tegenspraak,bij voorkeur in aanwezigheid van een kerstboom.Dat anderen daar anders over denken, kan mij niet schelen, dat is hun leven.

Aanraken alsjeblieft, anders zijn ze zo eenzaam, schreef ik in een toelichting bij een expositie. Het was fijn om te zie hoe ik op die wijze werd aangeraakt door studentes van de Hogeschool Nijmegen. Meisjes, veel meisjes, veel haar, veel hakken,  heupen, billlen en het geluid van het verleidelijk lopen Lichaam, waar het om gaat is lichaam,gekenmerkt door het lopen. Jezus werd pas echt messias op het moment dat hij lopen kon over stoffige wegen bIk ben geen ewsnelaar, ik ben en kunstenaar zoals ik nooit kunstenaar geweest ben, dat wat ik altijd fout begrepen en als zodanig geaccepteerd had: het lichaam als kerker van de ziel.

Ik en Lief zijn samen anders dan ooit.

Lief slaat harder met deuren dan mijn moeder ooit gedaan heeft.

Het is goed zo.

 

En schilder je nog steeds in Arnhem ?

 Of teken je? Vroeg ze mij op een dag

Allebei mam.

Verkoop je wel eens wat?

Nee mam, nooit.

Hoe komt dat?

Mensen vinden het niet mooi wat ik maak, te wild, te woest.

niet netjes genoeg.

Ik ga vanaf nu maar eens netter werken.

Moet je niet doen,

 dat past niet bij jou.

Papa zou dat wel begrijpen’. Dat denk ik niet, hij zou geshockeerd zijn door mijn touwtje springende Jezus. Ik had Jezus in een schilderij gekruisigd en een touw in zijn gespreide armen gegeven zodat er wat meer leven in de leerstelling kwam. De stervende jezus wil ik niet.

Ik wil touwtjespringen als op het schoolplein van de AE Lisman  school in Den haag,een lang zwaar touw , dat in het midden zo prachtig tegen de stoeptegels ketst. Gemengd springen, jongens en meisjes, Ik sloofde mij altijd uit, dat lange zware touw dat zo mooi in een traag ritme tegen de tegels sloeg,    waar je van opzij in moest springen. Er werd niet gezongen, er werd gescandeerd. Mooi was dat als het  lukte vvan opzij de draaiing in te duiken en gezien te zijn door de meisjes. Ik was een jongen, en ik kon het ook, maar zij doken er niet in, zij stapten er ontspannen in en zongen zelfs.Zo wil ik zijn. Nu.ik kan het niet maar ben ht wel geworden,c.q. gebleven.

 

Tijdens het touwtje springen hoorde ik bij de meisjes,  ik zong ook. Sommige mensen dachten dat ik een meisje.was ik heb weleens geda was ik het  maar.

Ik vond dat zo’n raar stukje lichaam dat ‘’plassertje’’ genoemd werd, meer dan dat was het ook niet.

 

Ik heb mij nooit als nageslacht van mijn verleden beschouwd, het verleden was  voor mij  dat wat onthouden was op foto’s en verjaardagsvisites met ooms en tantes.het verleedeb n wss oud en zat in een kring mte een kleedje op tafel, en foto’saan de muur, en vitrage.

Nu  heeft. Mijn CVA heefmijn verleden met terugwerkende kracht op mij afgestuurd in de vorm van herinneringen.die essentie worden, werkelijkheid, en daarmee de dag beloskoppelt van de kloktijd.die bestaan zoals ik ht is als en worm die zich dooraardlagen heen steeds dieper graaft-het  voedsel van de regenworm wordt opgenomen door de mond, waarna het langs verschillende organen wordt gevoerd en het afval wordt aan de achterzijde weer afgescheiden.-  Ik ben aan het herinnerlijken, ik heb geen herinneringen, ze hebben mij herinneringen leven als gelijktijdigheden, als gebeurtenissen, en niet alleen als iets wat ooit geweest is.  Het is een raar woord, maar een beter woord bestaat niet, vind ik:

Het Mijn vader is weer mijn levende vader, mijn moeder is weer mijn moeder, zoals ze ooit zo zichtbaar verliefd op mijn vader was., tot op htd allerelaatst.Misschien lag hij in haar gedachten nast hem in bed veilig in zin armen te zin. Ik hop het, er xzijn dingen  war de dood mt zin poten afmoet blijven.

Het zat erin, nu komt het er uit.het is ontsnapt aan de controle die conformeert aan het gangbare. De dood is het mooiste springtouw.Om te kunnen springen,moet je niet bang zijn voor het touw.’’zijn in het zijnde’’ is een dubieuze gedachte, niet meer dan eeen plotselinge inval.die begon te ontkiemen, ht klinkt als Mindfullness en Happinezz, en daar word ik onrustig van,Dat ..

 ‘’ Let it be’’ is het vreselijkste lied dat the Beatles gemaakt hebben , net zo erg across the universe.

Dit is wie ik geweest ben ,en ben. zijn in het zijnde, dit is mijn ziel, dit is
Marinus, typisch Marinus,als die jongen in het springtouw..Er bestaan plekken in het brein, waarin ik beveiligd tegen hersenschade bestaan kan als Marinus.

Dit kan ik niet bewijzen, dat laat ik aan anderen over.

Mijn bewijs is dat ik besta, op weg naar het grote vergeten en kwijt zijn, dat is wat mij continu bezighoudt, het grote verdwijnen.wat is er verdwenen aan mij? Wie ben ik niet meer Het niet-zijn, dan stel ik mij voor dat op de plek waar ik zit niemand zit, of dat iemand die tegen mij praat tegen niemand praat,

, maar wat dat inhoudt weet ik niet, ook de MRI scan kan dat niet ontdekken.

Wind is wat je ziet in dat wat  gebeurt, het waait bij mij de hele dag, ik bén  niet, ik gebeur, ik ben beweging, ik lig niet stil in de scanner, ook in mijzelf lig ik niet stil.’ “En het geschiedde dat alles aan het gebeuren was,’’ Dat is de wizje warop ik kunstenaar ben Ik en mijn werk staan tegenover elkaar en tussen ons in gebeuren wij.dat is religie en kunst ineen, dat wat ook geldt voor de zandbak.en de geluiden van het afwassen.

 

 

Ook dit is de 7de dimensie., en ik ben 17 zo verschrikkelijk 17. We spijbelen, de zijdeur uit met 6 klasgenoten. In de  cafetaria aan de voet van het duin drinken ze bier

. ik krijg ook een glas, ik doe mijn best, de rest gooi ik in de planenbak achter mij. Bij de plastic plant.

ge Dit is lang de missing link in mijn zelfbeeld geweest.waarom was ik zo? Lange tijd heb ik mij een mislukte puber gevonden en een geflipte student. Ik kon het niet, nooit heb ik mij gerealiseerd dat dat niet ght gevolg van mijn vaders leven was, maar van mijn onvermogen Ik heb nooit voor mijzelf gekozen, dat was ons niet eigen, wij waren gemeenschap geen ego.

Op zoek naar ,mijn leeftijd,blijken  die achterlijke jaren zo  dominant geworden  dat ze mijn  leven nu penetreren mt gêne en frustratie deze plek, deze jaren hier moet ik de box uit, leven zonder de god van mijn vader, leren wat ik al geleerd had kunnen hebben, vrijheid ontwikkelen en koesteren. kunstenaar zijn en geenkind van de godod vanmijn vader,die moet ik voorgoed achterlaten, de verloren zoon moet verloren zijn,de god vanmijn vader moet Jahweh zijn, de god van de uittocht

Ga met God en Hij zal met je zijn

jou nabij op al je wegen

met Zijn raad en troost en zegen.

Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

Ga met God en Hij zal met je zijn

bij gevaar, in bange tijden

over jou Zijn vleugels spreiden

Ga met God en Hij zal met je zijn

 

Ga met God en Hij zal met je zijn

tot wij weer elkaar ontmoeten

in Zijn naam elkaar begroeten

Ga met God en Hij zal met je zijn God is waar de bverloren zoon is, als ik fiets zit hij achterop, als ik vrij met Lief zegt hij: ga maar, ik ga mee.Dit is niet bedoeld als blasfemie.dit is de verloren zioon die naar nieuwe woorden zoekt:en de deur achter zich dichtslaat.

Kijk papa, zo kan het ook.

Dat weet ik Marinus, zo kan het ook, verzin ik

Is dat verbeelding of leugen?

.

 

.

 

.

 

.

 

.

 

Goedemorgen morgen, maar eerst nog de nacht

ik ben voor even uitgekeken, voor even uitgedacht

het lamplicht van m’n koplamp wijst de weg naar huis

de wind zingt in m’n oren

tot hier ben ik gekomen met wat ik bij me had

ik ben het zat voor zolang en ga plat voor m’n dromen

en menselijkerwijs

The doors Break on through to the other side.

Het enige nummer van de doors dat mij bij blijft.  Komende November word ik 65, maar voor vandaag doet dat niet ter zake. , dat is kalendertijd. Ook de gedachte’’ je bent zo oud als je je voelt is onzin wat mij betreft. Ik voel mij geen 65 0f 17, ik ben 17.dat kan niet, maar is zo, niets paradoxalers dan het brein.

Jim Morrison, ook zo’n exaltische puber.

 

KEEP ON TRUCKIN’

Soms ben ik zo nadrukkelijk 17 als getekend door Robert Crumb, wulps gearceerde lijvendikke billen, tieten met tepels die door strakke truitjes staken, geil is een beter woord.geile inkt, in mijn wereld bestonden zulke meiden niet, het waren stripmeiden, Voorbije tijden, dat mannetje met die bril en die krulletjes. op een fiets die rammelde en een oude zwemtas, nog uit Emmen  dueachter mij van de bagagedrager  viel,opzij alleen  nog vastgehouden door zwaar versleten snelbinders, dat kruimelende grijs. Zo herinner ik mijzelf, die krullen, die bril, prototype nerd; Ik heb mij zelf in die tijd altijd als lelijk en achterlijk beschouwd, het was onvoorstelbaar dat iemand verliefd op mij zou worden tot ik Lief ontmoette en dat begreep ik niet.dat was niet in Den Haag in het wild maar op een kamp van de kerk; maar daar deed ieder meisje een vriendje op, niemand verliet het kamp zonder vriendje. Heel erg aan was het niet, ik wist niet wat dat was en geloofde het niet. Ik verkering? Verliefd. Was dat alles? Niets veranderde in die dagen

Ik was 17 toen, denk ik.nu ben ik 65. ‘’keep on truckin’ onvergetelijke rotjaren, getekend door Robert Crump. Ik ben een Zapcomic, net als Crumb zelf, Nu vind ik dat wel leuk., dat kleine geile mannetje tussen die lustvol gearceerde benen van volronde scholieren. Nog altijd zijn ze fabulous.

Soms ben ik tweezaam mt Lief en voel mij dan verrukkelijk 1, duo in duet

Zij deelt dexze gedachte niet, maar ze is wel 17 op zo’nmoment emn die scheve kop die ina Klimmendaal huiverend in de spoiegel, ben ik kwijt. Ze heeft mij zo vaak en zo goed gefotografeerd dat ik nu en denk:’’ best swel eenmooie man. Dat is liefde, ht huwlik heeft ons geleerd om zulke fotos te maken.

Mijn leven nu speelt zich grotendeels af in 1970, mijn basisleeftijd is 17, de leeftijd van mijn brein,de achterstandswijk van mijn geest .Alleen administratief ben ik 65.ht is november 2019 nu en ik ben inmidels 66. Datervaar ik als 18. Ht is een mooie leeftijdik en mijn leftijd kloppen nu en hier, ht is de drempel van min toekomst .

Lief vindt het een abnormale  gedachte. ‘’Je bent 64 schat, doe niet zo raar’’ Ze heeft gelijk, toch is het zo, dit schrijf ik in 2019.) Weer een belangrijk stuk geschiedenis verder in de tijd. Tijd is niet statisch, geen trein op

rails  ook die van  de schrijver en zijn brein niet. In alles zijn wij stream of consciousness, een rivier als de de Linge met zijn drassige oevers.en onvoorstelbare lengte. ,

ik ben de kano of ht vlot dat de rivier afzakt met als enige eindbestemming dood zijn.en gecremeerd. Verdwenen zijn, afwezig, dood in het dode, materie .ik vraag mij dagelijs af hoe dat zijn zal.

.ik ben de kano of het vlot ,ik pedel en dobberal naar gelang de omstandigheden.Als ik morgen doodga hoop ik vandaag te kunnen vragen: ‘’wanneer beginnen we?

‘’We zijn al begonnen, Marien’’.

Neem nog even afscheid van paAls ik doodgaSofie maakt een mooie tekening,hoop ik, ‘’verdwijnt die ook mama? ik dobber en peddel, op het fietspadlsangs de Linge,nast mij  fietst Lief Haar witgeworden haar wappert naar achter haar blik  focust zich op het verdwijnpunt. Verdwjinpunten bestaan niet .

Een leeftijd ben je niet, je bent wat je in die tijd gebeurt en gebeurd is:, mete je observaties herinneringen .constateringen en de formulering daarvan, dat gebeurt als de arceringen in het werk van Robert Crumb, die frustraat met brilletje, Ze zijn onderdeel van het zijn in het zijnde. Het is als ademhalen, ik dobber en peddel  ergens tussen esthetisch en ethisch in termen die ik  mij ooit eigen hebgemaakt.

deconstructie of restauratie?

 

Het is van alles een beetje, zoals ik altijd van alles een beetje ben geweest, Ik heb mij zelf bijeengescharrelden tot een assemblage gemaakt, ik heb er een jeugd lang aan gewerkt, en ook daarna nog. Daarom maakte ik theater en schreef ik poëzie, op rijm met bedoeling en clouook schreef ik twee goedbedoelde boeken. Zo slecht en gênant gênant dat ik ze weg heb gegooid, op eentje na want dat kan ik niet vinden.

Typisch Marinus.

De scherven zijn niet verdwenen, maar ik heb ze nbijeengelegd en ht is prachtig geworden. hier laat ik ht bij, ik ga een ander boek beginnen.

Het is als de buizenradio op mijn Haagse zolderkamer waar opeens uit het geruis stemmen klonken: onverstaanbare stemmen waarvan ik wist dat het chinees of Duits walsof Russisch, heel ver weg, door de lucht, over zee over daken.

Stemmen van heel ver, dat kon je horen, onderweg vlogen er ganzen mmdoorheen en ooievaars, het geluid moest overal doorheen om in de radio te komen, ook uit Amerika. In dat ruisen zat de hele wereld, misschien God ook wel een beetjel.Via een eenvoudig zelf bedacht systeem kon ik de radio vanuit mijn bed starten en stilzetten; daarna las ik een boek en viel in slaap, metde wetenschap dat Shocking Blue echt met Venus nummer 1 in Amerika stond. (1971). Golden Earing- ook Haags  1974 lukte dat met “Radar  love in 1974..ook op mijn buizenradio.

 

De Laocoön van mijn verleden is opgegraven en verandert de geschiedenis van mijn cultuur en daarmee de toekomst ervan, mijn Renaissance. Een tweede geboorte Nu werk ik als Rauschenberg en Cobra in Arnhem. Geschiedenis kent geen stilstand, bij iedere stap die je zet, verandert de toekomst.er is alleen maar verder’’ Alle beken stromen naar zee, en toch wordt de zee niet vol, volgens de bijbel die ik las toen ik leerplichtig 17 was.

Zo ongeveer is de relatie tussen mij en mijn verleden, mijn verleden getypeerd door mijn vader en de god van mijn vader, de god van de baptisten, die ook lange tijd de mijne was, mijn persoonlijke god Ik ben groot geworeen mt verwarring endat is gebleven.ik wil niet anders meer. Ik wil mijzelf geen orde en netheid opleggen zoals van mij op school als docent verwacht werd.

Mijn hersenletsel heeft mij niets positiefs geleerd, maar het is me gelukt mijn hersenletsel positief te benutten voor nieuwe avonturen en ambities, de puber wordt adolescent.de piemel is pik geworden. Het is goed zo, op dat hersenletsel na, de expeditie gaat verder zonder einddoel, de zoektocht leent zich voor de noodzakelijke verwondering, het soort verwondering dat ik mis op de plek war ik nu woon. Ik zie wel. Ik ben typisch Marinus, anders ,maar wel typisch anders en dat is genoeg wat mijzelf betreft, niemand kan zo anders anders zijn dan ik, ironische arrogantie, een belangrijk middel voor mij om ziel en zelf te zijn Mijn brein mag blij zijn dat ik er ben.

11november 2019 Arnhem.

 

 

 

DE HERENCLUB

.

Toen hij zijn spiegelbeeld verloor moest hij het doen met zijn schaduw

 

(Uit: Madman)

Ben ik andermans tweeling of andermans schaduw, met deze vraag bewoon ik deze woning.het is een rondzingende vraag. Hoe word ik beïnvloed in mijn zelfbeeld door de beperkingen in mijn werkelijkheid, zoveel ondoorgrondelijkheden, en ik wil uit nieuwsgierigheid wil ik alles doorgronden.Wat gaat er schuil achter de topjes van het verhulde, wat gebeurt er met iemand die ik op gang zie schuifelen, mete stok of rollator, alleen de  gebogen rug rug, en die dan eendeur openslueutelt msat de sleutel aan zijn keycoard , naar binnengaat, wat  gebet er als iemand de drempel overstapt?ik wor rtruerig, in min woning hangt droefenis,en andermans rug of slepende gang hun hindernis, fysiek en geestelijk wordtdan  de mijne, zodat ik word wie ik niete zijn wil. Laat mij met rust, om de luidruchtige televisie van mijn buurvrouw niet te horen trap ik mijn voordeur dicht., Ik schenk wijn in en ga verder met schrijven, Wat ik schrijf weet niemand hier, Hier is schrijven niet van belang, mensen noemen dat ‘’computeren. Ikcom mputergodverdomme niet ,ik schrijf ik  en hobby’s heb ik niet, daar heb ik geen tijd voor:Ik schrijf , en nu endan lees ik wat, Dat leg ik niet,uit, Maarinmiddels ben ik mijzelf gaan zien door de ogen van anderen, van medewoners en personeel.zoals ik hen bekijk door mijn ogenern mijn normen mijn ananlyse interpretatie en oordeel.Ik kanniete anders,ik ben een spin die zich in de storm met acht poten vast moet houden om niet weg te waaien.Ik vis ik fluister en klauw. Wegblijven hierkomen . Ga weg mijn kop is meer dan ik aan kan.| Het is een bord vol spaghetti die ik niet lust. Laat mij met rust,ik zit hier ik schrijf en soms ben ik eenzaam, en dat haat ik, wanet ht is naar om eenzaam  te zijn, dat woord veracht ik, dat draagt hete stempel zielig, datnis voor puberdagboeken maar niet voor mij.in alles wilik volwassen zijn, en man en intelectueel, en kunstenaar. maar vaak blijk ik nog 17te zijn: puber met een midlife crisis

Ik ben een projectie,een schaduw;:De tweelingbroer van wie ik was.of het gefluister de vloeken van wat zijn kan, een lichte tegenwind ik begin de zelfde lelijke taalfouten te maken als hun hier.dat gaat al vanzelf. Mijn grammatica is de hunne niet en omgekeerd.En wat mij betreft doet dat ter zake, zo niet; zwijg dan, laat mij met rust.Ik ben eenonaardig mensen dat wordt genadeloos blootgelegd door mijn hersenletsel en uitvergroot.

Tweeling ,schaduw projectie of helemaal aleen mij elf. Het te is een vraag om mee wakker te liggen, wakker liggen of in de taxi naar fitness te zitten  of naar de kerk te fietsendat is een vraagdie vraagt om een intelektuele bezigheid : waarom is iedereen altijd dommer dan mij.?

Wie teveel nadenkt over zijn persoonlijkheid en het bewust zijn daarvan  is bezig mt het begin van ontzieling: Het is zo achterlijk. Jackson Pollock zag op film hoe hij een dripping maakte, vanaf die tijd kon hij het niet meer.Ik zie mijzelf gespiegeld in andermands rug, zo’n vreselijke drempel overgaan een schemerige kamer binnenwaar alles anders staat dan ik het doen zou.Het kan anders, maar het gebeurt niet,dat is  zoals een belangrijk deel van mijn leven was: veel gekund, te weinig gedaan , te laat begonnen.Dit is geen plek waar ik mijzelf kan voelen, dit is de plek waar ik altijd tekort schiet, gekweld door een verleden dat door niemand hier gedeeld kan worden.wie ik ben, gespiegeld in wie ik was doet hier niet ter zake, hier ben ik niet alleen fysiek mank, maaar ook geestelijk en dat is dubbel hersenletsel.Overgevoelig voor andermans  ongevoeligheid voor mij.We zijn beiden niete passende schoenen,aan elkaars voeten zoals die van de twee wachtende mannen in Waiting for Godot, een stuk dat na mijn CVA sterk in belang en betekenis is toegenomen.twee mannen  in een absurde relatie op en plek warvanze niets weten  en daar mannenontmoeten die de situatie met nog groter absursurdisme belaslten , die twee mannen ben ik,en de een maakt de ander gek.

Dat is zijnsverwarring: scherven zijn en vergeefs hopen  op een soort samenhang die mijn zelf kanzijn ,samenhang,nie hhet soort zelf van dicht bij jezelf zijn of in jezelf gelovenDit is niet uit te leggen.ik ben een voertbalwedstrijd waar opeens een korfballer verschijnt om mee te spelen.Ik ben niet soepel ik ben niet toegankelijk,ik ben niet weerbaar, ik ben niet hartelijk en onbevooroordeld,ik ben niet wie ik dek e zijn. de schijn ophoudeden lukt mij niet meer het gordijn is van de rails

getrokken, ik sta naakt in het pashokje ,het is druk,mensen staan in de rij en denken dat het een grap is,ze proberen mij zelfs aan te raken.domdssoms sta ik bij henin de ri als toeschouwer van mijzelf, dan ben ik blij dat Lief mijn kleren koopt.

Is dat hersenletsel of ben ik altijd zo geweest? zo overbewust van mijzelf en mijn capaciteiten,een megazelf in een egocentrisch universum, verdwaald, vervreemd.en wie mij daarbij stoort of opeist door ongewild gedragwaardoor mijn lostinspace-gevoel vergroot wordt moet hier wegblijven .Laat mij met rust.

Ik wil een herenclub, alleen toegankelijk voor gelijkgezinden, ,heren met inteligentie en culrele ontwikkweling.Psychologisch elitair, niet hetzelfde als hautain of arrogant, want dat haat ik. een besloten herenclub, zitten, ouwehoeren wat meningen ron laten gaan,nertt als de glazen, en een vreemde zonder opleidingen culturele interesse, weren en wegjagen als hij of zijn ongevraagd de beslotenheid binnenkom, dat zeg ik nit dat uit ik door weg tte gaan of weg te blijven.

. ..

Ik wil mij niet spiegeln aan wat bestaat, ik wil mij spiegelen aan wat kan, daarom maakte ik voor mijn CVA theater als docent en ben ik nu beeldend kunstenaar op atelier 23e en kijk ik uit beleefdheid naar GTST tegen koffietijd ’s avonds, en als ik dat wil valt dat best wel mee,, het is een interessant fenomeen, dat soapgedoe.

Dit is een ernstige ontdekking: Mijn hersenletsel heeft mij ontmaskerd, mijn herseninfsarct is een strenge rechter in mijn leven geworden, en een rechercheur met vergrootglas doet onderzoek naar sporen van schuld in mijn brein. Alles wordt omgewoeld, morsige waarheden borrelen naar boven water blijkt moeras, hoe was ik als leraar, hoe was ik als vader, was ik ook voor hen als een besloten Herenclub of waren ze welkom om in hun waarde gelaten medekunstenaar te zijn mede-leven, gezanlijkheid.mijn leven. Geen genade : het is een spook dat mij achtervolgt met slopende zelfkritiek, ook dat is hesenletsel: overbewustzijn, ik heb goed gedaan,maar ook veel ontoereikend., ik lag behaaglijk in de mand waar ik nu door heen gevallen ben. Is dat de oorzaak dat ik zo  ben.;.D….  dat ze niet zo dachten en deden als ik in hun situatie zou doen, is dan is da tonvermijdelijkebheid of ben ik altijd zo geweest ,en  ben ik daarom nog altijd boos op sommige colega´s; bekwame mensen maar niet intelectueel en creatief  gedreven  zoals ik op mijn wijze. Als ik een foto zie van hen op bijvoorbeeld op Favcebook denk ik  godverdomme, wat ben jij toch een klootzak ,nooit meergedaan dan het doen danhet gewone.,denk ik dan, ook van vriendelijke mensen die aan mijn denkwijze niet voldoen.Ik verwacht van mensen dat ze veelzijdig zijn; het is voor mij onvoorstelelbaar dat er iemand bestaat diee niet weet wie Freud was en van Klein Duimpje het gruwelijke einde niet kent.omdat alle sprookjes alleen nog gekend zijn in de Disney variant of mensen die het koningshuis wel van belang vinden . andermans zijn , de culturele verschrompeling van de ander heeft de mijne aangetast iemand komt met de lucht van frites en mayonaise de herenclub binnen met de vraag of hij er vlaggetjes voor ht WK voetbal op mag hangen.en of ikgezellig meedoemdt de barbecvue, mt een c of mt een q vraag ik dan Mijn herenclub komt overeind en schopt de frites met mayonaise sporde club uit   , die had mijn club niete binnen komenalsof vioetbal geen cultuur is. Natuurlijkki s voetbal cultuur maar een inferieure subcultuur,.Natuurlik   ben ik highbrow,mijn culturele interesse komt weinig aan bod in de volkscultuur: ik houd niet van grote dancremanifestaties: alle wat te groot is en teveel ,mensen en masse doet bewegen associeer ik met fascisme, ik wil; niet geimponeerd worden, ik wil beleven , met heel mijn hart, mijn ziel en mijn verstand, met mijn zelf, mijn talent en mijn geschiedenis.Ik wil iets dat mij en de samenlevingverrijkt en twee jaar later nog wat te zeggen heeft, dat waar de volkscultuur moeilijk over doet: d de elite cultuur. Gelukkig bestaat die ook.ik maak er graag deel van uit, al heb ik er niet altijd het nodige geld voor, niet iedereen van de elite is rijk.Ik ben niet van de elite, maar wel van de cultuur.die door een elite in stand wordt gehouden.Dat Andre Hazes evengoed is als Mick Jagger zal ik niet ontkennenMaar dat Marco Borsato evengoed is als   dan Paul Mc Cartney, is waanzin , endat hoeft verder geen betoog, dat is gewoon zo.De stelligheid hiervan is ok hersenletsel, het is stenen in hete wtr gooen om de plons te zien en te horen.

n  Een goede bekende klootzak noemen omdat hij geen boeken las , heb ik gedaan, onopgemerkt iuiteraard.|Wij botsten, en ik verloor en daarom vloekte ik.Hij had gelijk, hij was goed genoeg van zichzelf.

Dit op schandalige wijze, op niets anders  gebaseerdan op de  de constatering:Je had de kans en hebt die niet benut. Op die momenten ben ikdie ander, de ander als spiegel van mijzelf,te gek voor woorden:,de spiegel die schaduw wordt ,dat is zoals ik zelf niet zijn wil  : Het is genênant :dat mijn zuhbmijn bepaald wordt door dat vaneen ander  en existentiele clash of reality´s,: eenwedstrijd met enkel verliezers .

Te veel en te vaak hreb ik mogelijkheden niet benut.

Dit is mijn erggste bron van woede iemand zijn die ik nite zijn wil die domme kop in de sigel, en overa lzijn ze, ik dus ook, is dat hersenletsel  die mijn zelfbeheersing en vermogen  tot relativering. dat wt ik altijd meende te hebbenalsbelangrikste dee;l van mijn zelf zelfkritiek en relativering.Maar Hoe dan ook, ik zelf ben hier de schuldige, de oorzaak. oorzaak  en gevolg . Hierbij zijn reden oorzaak reden en gevolg een complex causaal verweven totaal.dat leiden kan tot wrok en verbittering, moeheid en apathie, wat niete oneigen is aan mensen meth ersenletsel, naar mijn inzicht, de vakman weet beter,, die heeft een ander brein.

en zwaarmoedigheid, neigen nar depressie.ook dit is en mispaatst  gevoel, dat nieuw is. Jezus zou het zonde noemen, zonder verwijzing naar hel en vertdoenis, als baptist werd daar niet over gesproken,mijn vader, de dominee, heeft die woorden nooit in zijn preek genoemd, tenzij afkeurend daar legde Jezus zijn hand op je hoofd zodat je tot rust kwam en wer in vrijheid en ruimte denken kon; de ander liefhebben als jezelf: de ander niet alsjijde ander is niet vanjou, zelfs niet als spiegelof schaduw  , de ander heeft genoeg aan zichzelf.Dat is war het in liefde om fgaat, liefde schept ruimte door niet te claimen , dat is wat mij lastrig valt en dat is waar ik mijzelf mee beschadig. De ander is geen zelf van mij, maar een tegenoverdie zegt: kijk naar je eigen

Het grilige heen en weer van trouw zijn aan leven en liefde, is emotie geworden voor mij, en daar kan ik moeilik mee uit de voeten, nog minder dan vóor mijn infarct, ik ben labiel en kwetsbaar,ik heb eenhand op mijn hoofd nodig,een en een  hand in mijn broek.niet om bevredigd te woren maar om rustig te zijn in de ruimte die dan ontstaat in de zorgtaxi zzoitten kijken en nite denken, dat is een sloot waar ik in wil rijden als ik er komen kan. hete is allemaal zo stom,;zo ben ik nooit geweest. Nu wel, verdomme

Dit is ergste  ontdekking op zoek naar een authentiek zelf omdat ik hierin mijzelf ontmasker als een bange man die niet overweg kan met andermans autonomie, omdadie hemonzeker maakt in gedrag en zijn denkendoor tijdelijk die ander te zijn en straffeloos in de ban te doen, de ander tot alter ego maken

Vanmorgen werdk wakker t derze gedachten gedachte die niet meer wewegwil.Misschien kan Lief me er mrgen van verlossen, zij kan veel met haar hand

,

 

 

Morgen als ik mijn deur uitga zal de gang voor mijn deur versierd zijn omdat ik jarig ben.

Conformeren en conditioneren bepaalden mijn puberteit en ik was te onzeker om puber te zijn.

In mijn jaren als docent aan het van LingenCollege leerde ik de beperking van het persoonlijke geloof en de vrijheid van het ontketende denken en schreef ik: In den beginneals leraar schreef ik alleen ‘s nachts als het om ht inleveren van rapportcijfers ging,  sommige cijfers moest ik ter plekke verzinnen omdat ik het beoordelen van tekeningen had uitgesteld omdat ik daartegen opzag, tekeningen vertalen naar cijfers. Soms moest ik dondernacht doorwerken om een script voor de vrijdag af te ronden om in een pauze te kunnen kopieren. Lief kwam dan langs om mij naar bed te praten. Dat was toen. Nu zit ik hier en weet ze niets van deze gewoonte’s de route van de wc naar mijn bed onderbreken met een ruim half uur schrijven. Wat zij doet op dat moment weet ik niet. Ik vermoed dat ze radio luistert.Dit beschouw ik als een voordeel.

Op de dag voor mijn verjaardag lag ik alleen in bed denkend aan Lief die niet naast mij lag, daarom was ik boos en verdrietig. Door haar en vanwege haar, maar ik ben jarig dus hoort dat niet en ik ben zo’n lul die zich daardoor laat leiden, misschien gaat dit ooit over, maar ik denk van niet, over 10 jaar ben ik dood wellicht, denk ik regelmatig, dan is dit achter de rug., wat rest? Een gedachte tekst kan niet verbrand worden, mijn USB stick wel. In de gezamenlijke huiskamer hiere im \Arnhem, 3 banken  een boekenkastje met geluidsinstallatietje waar slappe muziek uitsijpelt omdat het anders te stil is en een stuk of zes boeken waartussen twee DVD’s en een televisie, daar  zitten de acteurs als verloren schapen op banken schijnbaar televisie te kijken en te zappen; je hoort ze niet,in deze woonvorm wordt niet gelezen, voor zover ik weet , over de dood wordt niet gesprolken omdat dat niet gezellig is, over seks wordt gezwegen want dat geeft louter aabnstoot. Wel is er iemand die volkomen random ht woorerd’’ neukbeer dropt.Als ze dit lezen, zullen ze wel boos zijn, maar dat denk ik niet, Dit is het huis waar die twee mannen wonen  die wachten op  e messias Godot, de messias die wereld redden zal vanvervelingen ongezelligheidDe stelligheid hiervan is gedeeltelijk  hersenletsel: s. stenenin het water gooien om de plons te zien en te horen.Voetbalsupporters hebben dat ook: hersenletsel sals gevolg van een vorige wedstrijd.

n  Een goede bekende klootzak noemen omdat hij geen boeken las , heb ik gedaan, onopgemerkt iuiteraard.|Wij botsten, en ik verloor en daarom vloekte ik.Hij had gelijk, hij was goed genoeg van zichzelf.

Dit op schandalige wijze, op niets anders  gebaseerd dan op de  constatering: Je had de kans en hebt die niet benut. Op die momenten ben ik die ander, de ander als spiegel van mijzelf,te gek voor woorden:,de spiegel die schaduw wordt ,dat is zoals ik zelf niet zijn wil  : Het is genênant :dat mijn zuhnmijn bepaald wordt door dat vaneen ander  en existentiele clash of reality´s: een wedstrijd met enkel verliezers .

Te veel en te vaak heb ik mogelijkheden niet benut.

Dit is mijn erggste bron van woede iemand zijn die ik niet zijn wil die domme kop in de sipigeel, en overa l tegelijk zijn.zijn ze, ik dus ook, is dat hersenletsel  die mijn zelfbeheersing en vermogen  tot relativering. dat wt ik altijd meende te hebbenalsbelangrikste dee;l van mijn zelf zelfkritiek en relativering.Maar Hoe dan ook, ik zelf ben hier de schuldige, de oorzaak. oorzaak  en gevolg . Hierbij zijn reden oorzaak reden en gevolg een complex causaal verweven totaal.dat leiden kan tot wrok en verbittering, moeheid en apathie, wat niete oneigen is aan mensen meth ersenletsel, naar mijn inzicht, de vakman weet beter,, die heeft een ander brein.

en zwarmoedigheid, nigen nar depressie.ook dit is en mispaatst  gevoeldat nieuw is. Jezus zou het zonde noemen, zonder verwijzing naar hel en vertdoenis, als baptist werd daar niete over gesproken,mijn vader, de dominee heeft die woorden nooit in zijn preek genoemd, tenzij afkeurend daar legde Jezus zijn hand op je hoofd zodat je tot rust kwam en wer in vrijheid en ruimte denken kon; de ander liefhebben als jezelf: de ander niet alsjijde ander is niet vanjou, zelfs niet als spiegelof schaduw  , de ander heeft genoeg aan zichzelf.Dat is war het in liefde om fgaat, liefde schept ruimte door niet te claimen , dat is wat mij lastrig valt en

Het grilige heen en weer van trouw zijn aan leven en liefde, is emotie geworden voor mij, en daar kan ik moeilik mee uit de voeten, nog minder dan vóor mijn infarct, ik ben labiel en kwetsbaar,ik heb eenhand op mijn hoofd nodig,een en een  hand in mijn broek.niet om bevredigd te woren maar om rustig te zijn in de ruimte die dan ontstaat in de zorgtaxi zzoitten kijken en nite denken, dat is een sloot wr ik in wil rijden als ik er komen kan. hte is allemaal zo stom,;zo ben ik nooit geweest. Nu wel, verdomme

Dit is ergste  ontdekking op zoek naar een authentiek zelf omdat ik hierin mijzelf ontmasker als een bange man die niet overweg kan met andermans autonomie, omdadie hemonzeker maakt in gedrag en zijn denken door tijdelijk die ander te zijn en straffeloos in de ban te doen, de ander tot alter ego maken

Ik lijdt aan en overdosis zelfvbewustzijn.meestal bitter envenijnig als ingredienten van melancholica.

 

ZITTEN BLIJVEN.

 

Op de dag voor mijn verjaardag lag ik alleen in bed denkend aan Lief die niet naast mij lag, daarom was ik boos en verdrietig. Door haar en vanwege haar, maar ik ben jarig dus hoort dat niet en ik ben zo’n lul die zich daardoor laat leiden, misschien gaat dit ooit over, maar ik denk van niet, over 10 jaar ben ik dood wellicht, denk ik regelmatig, dan is dit achter de rug., wat rest? Een gedachte tekst kan niet verbrand worden, mijn USB stick wel. In de gezamenlijke huiskamer hiere im \Arnhem, 3 banken  een boekenkastje met geluidsinstallatietje waar slappe muziek uitsijpelt omdat het anders te stil is en een stuk of zes boeken waartussen twee DVD’s en een televisie, daar  zitten de acteurs als verloren schapen op banken schijnbaar televisie te kijken en te zappen; je hoort ze niet,in deze woonvorm wordt niet gelezen, voor zover ik weet , over de dood wordt niet gesprolken omdat dat niet gezellig is, over seks wordt gezwegen want dat geeft louter aabnstoot. Wel is er iemand die volkomen random ht woorerd’’ neukbeer dropt.Als ze dit lezen, zullen ze wel boos zijn, maar dat denk ik niet, Dit is het huis waar die twee mannen wonen  die wachten op  e messias Godot, de messias die wereld redden zal vanvervelingen ongezelligheidDe stelligheid hiervan is gedeeltelijk  hersenletsel: s. stenenin het water gooien om de plons te zien en te horen.Voetbalsupporters hebben dat ook: hersenletsel als gevolg van een vorige wedstrijd.

n  Een goede bekende klootzak noemen omdat hij geen boeken las , heb ik gedaan, onopgemerkt iuiteraard.|Wij botsten, en ik verloor en daarom vloekte ik.Hij had gelijk, hij was goed genoeg van zichzelf.

Dit op schandalige wijze, op niets anders  gebaseerd dan op de  constatering: Je had de kans en hebt die niet benut. Op die momenten ben ik die ander, de ander als spiegel van mijzelf,te gek voor woorden:,de spiegel die schaduw wordt ,dat is zoals ik zelf niet zijn wil  : Het is gênant dat mijn zijn bepaald wordt door dat vaneen ander  en existentiele clash of reality´s: een wedstrijd met enkel verliezers .

IK ben altijd zo’n verliezer geweest, ik mijn zijn beperkt en bepaald door ….de god  door de god van mijn vader .

Te veel en te vaak heb ik mogelijkheden niet benut.

Dit is mijn ergste bron van woede, iemand zijn die ik niet zijn wil die domme kop in de spiegel, en overa l tegelijk zijn zeom mij te spiegel en te ontzielen.en., ik  ook dat ishersenletselht onveremogen tot  zelfbeheersing en  relativering. dat wat ik altijd meende te hebbenalsbelangrijkste deel van mijn zelf, zelfkritiek en relativering.Maar hoe dan ook, ik zelf ben hier de schuldige,oorzaak  en gevolg , zonder schuld Hierbij zijn reden oorzaak   gevolg ,een complex causaal verweven totaal.dat leiden kan tot wrok en verbittering, een exp[losieve verkankerende mrening.moeheid en apathie, wat nieteoneigen is aan mensen methersenletsel, naar mijn inzicht, de vakman weet beter,, die heeft een ander brein.

en zwaarmoedigheid, neigend nar depressie.ook dit is en mispaatst  gevoel dat nieuw is. Jezus zou het zonde noemen,Jezus ws promotor van gelukgezellihgheid en vreugde.zonder carnaval, zonder verwijzing naar hel en vertdoenis, als baptist werd daar niet over gesproken,mijn vader, de dominee heeft dnooit in zijn gepreekt over hrel en  verdoemenis. genoemd, tenzij afkeurend daar in de kerk legde Jezus zijn hand op je hoofd zodat je tot rust kwam en wer in vrijheid en ruimte denken kon; de ander liefhebben als jezelf: de ander is niet alsjij,de ander is niet van jou, zelfs niet als spiegel of schaduw  , de ander heeft genoeg aan zichzelf.Dat is waar het in liefde om gaat, liefde schept ruimte door niet te claimen , dat is wat mij lastig valt en

Het grilige heen en weer van trouw zijn aan leven en liefde, is emotie geworden voor mij, en daar kan ik moeilik mee uit de voeten, nog minder dan vóor mijn infarct, ik ben labiel en kwetsbaar,ik heb een hand op mijn hoofd nodig,een en een  hand in mijn broek.niet om bevredigd te worden maar om rustig te zijn in de ruimte die dan ontstaat in de zorgtaxi zzitten kijken en niet denken, dat is een sloot waar ik in wil rijden als ik er komen kan. hete is allemaal zo stom,;zo ben ik nooit geweest. Nu wel, verdomme. Op een dag rid ik een sloot in denk ik of een talut af de snelweg op.Dit slaat . D is een gedachte, aar ga je niet dood aan. Het is de ledigheidhei, de leeghoofdigheid  die mij woedend maken kan, ik gsa  liever naar de tandarts, of naar klimmendaal voor botoxinjecties.ls de lange naald  pijnlijk recht door mijn huid de spien ngaat, denk ik mooie gedachten. Lie kikt toe vanaf een styoel dus doe ik stoer alsof ht niedt uitmaakt wt ergebeurt. Ik geef de co=assistente wat extra aandacht. Hersenletsel kan ook leuk zijn. zolang hetmaar geen boosheid wordt gevolgd door hardnekige woede

Dit is ergste  ontdekking op zoek naar een authentiek zelf omdat ik hierin mijzelf ontmasker als een bange man die niet overweg kan met andermans autonomie, omdat die hem on zeker maakt in zijn gedrag en zijn denken door tijdelijk die ander te zijn en straffeloos in de ban te doen, de ander tot alter ego maken.

Ik lijdt aan en overdosis  empathie.psychische zielsverhuizing.

 

Het is nacht15april1:42

Als ik hier ga zitten moet ik eerst met mijn pantoffels aan over het gele linoleum. Mijn pantoffels sluiten slecht en sloffen daarom wat mee met mijn voeten, dat is onveilig. Ik ben valgevaarlijk. Als ik valkomt dat door dom onverantwoorelik gedrag waarover ze hier beginnen te zeiken,  , Lief later ook:Je had je heup weer opnieuw kunnen breken, en wat dan? Weer een jaar extra revalideren.Laat mij godverdomme, zal ik dan niet zeggen,ik zal zeggenje kunt daar in Wageningen lekker eten en verder is alles hetzelfde.Maar zij zijn verantwoordelijk voor mij , vinden ze, dus voel ik mij extra onveilig als ik loop,

Als ik loop voel ik mij verantwoordelijk voor hun welbevinden,dat gezeur wil ik niet, ik wil schrijven, daarom slof ik extra voorzichtig nar mijn draaaistoel toe. Draaistoelen zijn heel  gevaarlijk voor invaliden zoals ik, voor je het weet val je ernaast. Dat is zo, het is mij een keer overkomen, daarom doe ik het dus kalm en weloverwogen.

 

Achter mij start buiten een auto, dat is een mooi geluid, maar leidt mij af zodat het risico groter wordt. er komen stemmen van buiten. Ze komen mompelendmpelendmijn woning binnen; de balkondeur staat bij mij altijd open.,, een portier slaat dich ten  dan rijdt de auto weg, de auto stoot een lelijke schelle toet uit, de afscheidstoet die auto’s en berijders daarvan eigen is. Dit is een mooie nacht, ik ga naar bed.

Buiten klinkt t alsof er puin wordtgestord in grote bouwcontainer. Ook begint de wind te gieren. Dit voelt als thuiskomen.:Het rommelt ver weg, en alles wordt anders zie ik:Door de muur heen hoor ik geluid van mijn buurman, die luistdrt naar andere muzie k als ik, en luider. Veel bassen, ook klinkt er ver weg het stemgeluid van een televisie. Deuren en drempelsonde r mijn dekbed blijft alles hetzelfde.

 

Als ik schrijf, ben ik tijdreiziger zonder begin of eindtijd ik stap in, en bij een volgend station ben ik een ander,en zoals alles in mijn cognitief beschadigde brein is alles oeverloos.

De oeverloze tijd is daarbij het meest onhandig en daarom storend.De ,  trein tussen Arnhem en Elst komt in de verte voorbij met het geluid van een trein in de nacht, de nacht maakt het geluid van treinen xtra mooi, het is een mistig geluid; oeverloze tijd is tijd zonder verankering en betekenis,en infantiliseert daarom: kinderlijke verwarring Iemand is weg, komt iemand nog terug? ik ben bang alleen te zijn gelaten. Dat iemand elfders is en ik voor altijd hier want oeverloos betekent voor altijd. Voor altijd zonder Lief Niet nu, het is nu eenduidig nacht,dat voel ik aan de onrust van mijn linkerbeen, mijn koude rug, en tikt in mijn vingers, het is geen tijd die ik op de klok zie, het is de tijd waarin ik besta in prettige eenvoud,’’time is on my side.De tijd heeft een bril op buigt ongezond voorover om zijn schrijfwerk beter te zien, en er ligt een linkerarm o p zijn schoot nuttelloos te zijn. Wat doe ik hier godverdomme? Waarom hoor ik geen hakken op de stoep eneen  deur die opengesleuteld wordt gesle en dichtklapt. Is er iemand die bestaat zoals ik, en bestaat er kwaliteitsverschil in tijd?

 

Aan de oevers van de tijd

Keek ik om me heen

Ik wachtte aan de kant

Aan de oevers van de tijd

En alles ging voorbij

Verloor zijn naam

En spoelde aan

 

Aan de oevers van de tijd

Hing ik maar wat rond

In het zachte dode licht

Van de vreemde grijze zon

 

Zocht ik naar die ene dag

Naar een juli, in een zomer

in een jaar

 

Kijk, iemand zwaait en roept

En blauw staat je zo goed

Er gaat een telefoon

Het boek ligt in de tuin

Het is zo te zien nog vroeg

Misschien een uur of twee

Spinvis).

 

           

HET WAPEN VAN ELST

 

 

  1. Op de Startdag van de 4daagse zaten wij in Elst op een terras en deden niets anders dan wi wijn drinken, met mate, vanwege nmijn medicatie en we klaagden over de bediening, die voorbijzag aan onze aanwezigheid, vakantiehulp waarschijnlijk, De wijn was goed, de zon scheen, we kletsten wat, mijn CVA was gedoseerd aanweIig,.ik wist zelf te voorkomen dat ik stikte, er fietsten fietsers voorbij, er liepen vrouwen,zoals vrouwen lopen als de zon schijnt, dus keek ik ze na ..Een uitgelopen vierdaagse-loper, stapte het café binnen. Er was veel bloot, met veel tatoeages. We spraken over alles wat ons te beginnen schoot.

Er waren veel typetjes zoals ontwikkeld door Kees van Kooten en Wim de Bie, of Alex Warmerdam, Zo’n dag was dat. In het UMC  was alleen een binnenterras waar het rook naar inferieure saucijzenbroodjes en bittere koffie.. Bij de draaideur buiten stonden de rokers, roken naast een mobiel infuus stinkt harder, dan roken op een schoolplein. Zelf rookte ik niet, ook zoop ik nietIk leidde tot mijn CVA een gezond  leven. Ik vraag me vaak af of ik slachtoffer ben van ons huwelijk of dat ik de prins ben die een sprookje redden moet? Er is geen sprookje dat gered moet worden.ons huwelijk is nooit een sprookje geweest

Onze trouwdag,net als ons huwelijk deed in niets aan een sprookje denken. En ik ben geen prins.

Liefde: Bloed, zweet e tranen. En   testosteron en veel verleden en verlangenNet zoiets als een fietstocht mt  tent achterop en heuvels en regen e  vete frites.en English Breakfast. Mooi was dat.Tot we het tenten za warenenovergingen op bed en breakfest.  Mooi was dat

Als liefde geworteld is in je verstand zoals de onze  wat doe je dan met je gevoel? al ht andere wAarvan je genieten kunt.Op een terra szitten en de anbsurfditeit van de vierdaagse ondergaan en de rooklucht van de lelike vrouw m tatoeages op haar lubberende dikke armen mt sproeten.

dat ik in de Veste ben gaan wonen, een relatie waarin zij bij mij op bezoek kom- is dat werkelijk beter? -of is dat htweke soort romcom dat rozen geeft op Valentijsdag of gaat eten bij kaarslicht. Dit is gewoon kut. ik had hier nooit aan moeten beginnen, hierna gaan wij naar mijn woning, neemt zij afscheid, fietst de brug over en weet ik niet meer wat ik veroorzaakt heb:Is  Het goedheid of lafheid dat ik hier woon?

HEt is geen goedheid of lafheid. Het is een besluit.

JULIANAHOF

 

Het was een mooie dinsdagmorgen in september 2016, de zon scheen. IIk was hevig verliefd op Lief, zoals we zaten op dat terras in Elst: de wijn, de fiets ,de ober.De eerst eerste ker dat ik zo jubelend verliefd op haar was sinds het begin van onze verkering. Met alle verwarring van dien. Het zijn geen vlinders. Het is een airbag in je hoofdvermuizen mt viekbare radar. mijn hoofd, dat hoekige voorhoofd.

Tijdens het eten in de gezamenlijke keuken van de Veste was het mij gelukt, een nieuw lied af te ronden. In mijn enthousiasme liep ik zonder stok naar de koelkast en bij de knik in het aanrecht ging ik te achteloos en te weinig geconcentreerd de hoek om tegen de grond. Mijn ene voet struikelde over de andere Lange tijd lag ik in ziekenhuis Rijnstate morfine te slikken tegen de pijnen opnieuw  revalideren.

Dit schrijven gebeurt in de revalidatieafdeling van verpleeghuis Oranje Nassau’s oord in Wageningen. ,, dicht biij Renkunm, dicht bij Lief,.Maar weer een plek met een ziekenhuisbed.’regelmatigkwag ikLiekwam Lief p bezoek,ongeacht de bezoektijden.Dan waren we onwennig bij elkaar. Altijd die ziekenhuizen met die kapotte man er in . ht was een verpleeghuism, een medische kliniek, een nieuwe ervaring,

Op een dag bracht ze mij een trui, een donkerbauwe trui met van voor een ritsje, ‘zo’ n grappig ritsje met een bolletje aan het lipje dat zo leuk bungelt .Daarmee zat ik in mijn rolstoel op de gang minder rolstoel te zijn.Ik voelde mij groots, een kerel die gezien wilde zijn,ik, ijdel arrogant,zat er studentje te spelen: intelectueeltje met een boek een briul en een gebroken heup.   Zo ben ik. Zo zijn wíj, ik en mijn zelven,.,het éen in dialoog met het ander zoals spiegelgals zich spiegelen kan in spiegelglas..spielglas in spiegelglas, scherven in scherven,en een gebroken heup.Ik had een schetsboek en kleurpotloden maar tekenen kon ik niet. Lief kwam op bezoek ze reed mij met de rolstoel langss de herten,ik met een deken over mijn benen.Dit ales ben ik,DStomme herten.We drunken koffie, portrt , wijn ,p, we aten kaas en bitterin het inpandige grand café en ze ging weer.wrggens m teen lift of een trap, ik ging naar mijn bed enmijn laptop en in bed las ik ‘’wasteland

Because I do not hope to turn again

Because I do not hope

Because I do not hope to turn

Desiring this man’s gift and that man’s scope

I no longer strive to strive towards such things

(Why should the aged eagle stretch its wings?)

Why should I mourn

The vanished power of the usual reign?

 

Because I do not hope to know again

The infirm glory of the positive hour

Because I do not think

Because I know I shall not know

The one veritable transitory power

Because I cannot drink

 T.>Elliot.

.Dit is liefde: dit bungelende balletje aan deze rits., zo omhelst ze mij. Op een dag zullen wij ons weer samenritsen .Het was geen nieuwe trui, begreep ik later, het was een trui die ik nog nooit gedragen had. Speciaal voor mij had zij die trui ergens gevonden in huis.

Daar denk ik aan als ik behoefte heb aan liefde, die rits, dat balletje ,die gang met wasteland van Elliott uit de boeken kast van mijn vader. – wt deed dat boek daar tussen alle hoopvolle evangelische boekwerken,God kwam er niet in voor.

Buiten werd een nieuwe patiënt uit de ambulance naar binnengereden. In de hertenwei stonden  herten in volle onnozelheid in de mist te staren,, geen truien, geen rolstoel  , geen huwelijk, geen boeken, geen revalidatie, geen Marinus, stomme. dieren,het oogde alsof ze televisie keken.Ik observeerde en  studeerde

Combinatie van factoren:ik had beter op moeten letten. Dat kon ik wel maar deed het  niet, een een valpartij van belang de voetballer valt staat op en voetbalt verder. Ik zat en ik was Marinus, Er was geen noodlot en geen karma, geen levensles, geen God niets van die hele franse en ooster shit. als geestelijke vluchtcultuur uit het oosten. was het was een vergissing ,daarom zat ik daar en besloot ik  mij onvoorwaardelijk te voegen naar Rita’s tempo en ontwikkeling:.om of dapper?. Domweg dapper, dat wat ik wilde.  Shit happens, Domweg dapper in de deJulianahof. herhersenletsel zonder zelfbedrog kan niet, evenmin als liefde zonder zelfbedrog. Waarover je niet spreken kunt kun je zingen. Het is een mooie herinnering geworden.

Als bijdrage voor ons 30 jarige huwelijksjubileum schreef ik een lied, Ik was boos en liep in de regen ver van huis. Langs een akker langs een asfaltweg, ik droeg mijn regenjack en de regen  sijpelde van dat jack in mijn schoenen.over de Valkenburglaan in Oosterbeek. Waarom ik geen paraplu had weet ik niet.Ik had het lied in mijn hoofd gemaakt en zong het tijdens het feest, ik vind het lied nog altijd mooi Wij hebben een  taaie verstandsliefde zoiets als Sint Joris die de raak bevecht. Niet met gevoel maar metteen zwaard.Ik ben sint Joris niet.Ik moet het doen met mijn tong en mijn llippen, en daar heeft ze niet altijd zin in. Liefde, bloed zweet en hormonen.Typisch Marinus in de armen van Lief.

Luisteren ‘’Into my arms van Nick Cave. Lekker voor bij de koffie met taart. Lekker metLief om tegen aan te leunen, mijn hand in haar blouse.

Sint Joris kon de draak verslaan maar de duivel niet, en dat is niet hetzelfde, daar denk ik over na, de draak is spinrag, , de duivel is fijnstof.  Ik ben een verregende romanticus:

 

Voor Rita

 

Je moet geen grote woorden zeggen

Je moet geen zware vragen stellen

Je moet geen diepe stiltes leggen

Tussen onze daden in

Geef mij verhalen en wat grappen

Geef mij gesprekken die verdwalen

En als je van mij houdt

dan lees je daar vanzelf wel in

wat mij bezielt

 

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Zoals het is

 

Vraag mij niet naar mijn gedachten

Wat ik denk weet god alleen

Ik gooi wat steentjes in een vijver

En zie de kringen eromheen

Jij ben geen puzzel die ik oplos

Ik ben geen antwoord op jouw vraag

Ik ben gen blijvende garantie

Ook al wil ik nog zo graag

Vanwege jou

 

Er is het uithangbord dat klappert

En dat slijt in weer en wind

En ik wil het wel verfraaien

Maar kom binnen en je vindt

Mij aan tafel mij in bed

In nabijheid en gemis

In die wisselende mix

Van weer verliefd en ergernis

Zoals het is

 

Ik ben de jongen, jij het meisje

En inmiddels flink wat ouder

Jij bent moeder vrouw vriendin

Ik ben vader man en vriend

En almaar weer word je mooier

Almaar weer word je sterker

En ik denk wel eens met zelfspot

Dat je beter had verdiend

Maar het is goed

 

Zoals het is.

 

Onze trouwdag  was een trouwdag van niks, maar feest was het wel, ik heb het zelf gezien., ht speelde zich af in de schemer van een verbouwde boerderij, zo-éen met gezellig  antiek roest. En hout mt butdsen h Het onland , Ht was een goedkope bruiloft.

Lief droeg een lelijke jurk, alsof ze geen lichaam had: textiel verborg haar begeerlijkheid, maar dat doen de meeste trouwjurken; dat seksloze wit. Zelf droeg ik iets wat bedoeld was als trouwpak: seksloos bruin corduroy,  Wat ik wist van seks hadden wij bewaard tot na ons huwelijk. Ik had mij die dag ernstig  voorgenomen  binnen dat verbond te blijven leven , niet als een hert met een hek, maar als een man met een huis, zoals mijn vader en moeder, die waren goed in getrouwd zijn. geen  dwang maar keuze : zoals je samen begint aan een fietstocht door Zuid Engeland.Denkend anmin huwelijk denk ik altijd aan Zuid- Engeland en die wrokkige boze wandeling in de regen waarvan ik thuiskwam met een lied.

 

Tot ik zo hopeloos verliefd werd dat ik niets anders meer wist dan scheiden. Echt scheiden. Voor altijd. Ik wilde haar nooit meer zien ik had ht gehad mt haar, ze was hopeloos de verkerde voor mij

Verliefdheid maakt paranoïde ze had te lang niets van haar laten horen terwijl ik altijd hoopte dat ik haar gemis was, en ze mij daarom hoe dan ook nodig had. Dit is GTST. verdomme.Ik wil gemis zijn in haar leven, zodat ik nodig ben. En omgekeerd hoopte ik

‘’En dan? vroeg Lief.

Dit schrijven en herlezen ontroert mi; dat is  liefde, denk ik. Geen prestatie maar opgave, dat wat je ontwikkelt als je samen op de fiets door Engeland rijdt van regenbui naar regenbui. Afzien tot het afzien niet meer lukt. Dat is de tragedie van hersenletsel en liefde. Een conflictueus duo waar niet iedereen op gebouwd is. Statistisch gezien is het onmogelijk.

 

Revalideren  werd voor mij studeren.

daarom zat ik daarop de gang, met anderen in verband en gips, lusteloosheid pillen en televisie.

Ik was student,.Eindelijk. En ik besloot mij de rest van mijn leven als zodanig te gedragen,misschien wel echt iets gaan studeren. Ik was mateloos nieuwsgierig naar alles eat er te lezen was:boeken ininternet,mensen.

Je moet omstadigheden naar je hand zetten, heb ik geleerd;t actisch aanpassen.

 

Na het avond ten reed ik met mijn rolstoel de lange gang door naar een kleine ruimte waar een vaste computer stond, daar schreef ik vgraag omdat het daar besloten was. Rregelmatig liep er een man  met een rode trui achter mijn rug langs. Later zag ik die man elders in het gebouw.Elke keer op dezelfde tijd liep die man achter mijn rug langs, soms keek hij even naar het scherm, maar nooit zei hij wat. Op deze wijze ontstond de virtuelestudent die ik gebleven ben. Wat zich in mijn hoofd zet, krijgt werkeikhheidswaarde:ARTEZ, Reminiscentie back to the past. Hoge school voor de kunsten heette dat toen. de tijd haalde mij in. Niemand leeft op éen plek in de tijd tegelijk.

In dat kamertje probeerde ik vat te krijgen op het vage concept persoonlijkheid. Het antwoord wist ik al, de man die op die stoel zat was mijn persoonlijkheid.

Of ik na mijn CVA van persoonlijkheid veranderd ben ? .Van persoonlijkheid veranderen kan wel:

Op de stoep van de Dopheidelaan stond ik ooit stil op een stoeptegel,omdat rechts van mij een straatlantaren stond.dat gebeurde vanzelf. Ik stond en wist: Nog éen stap en ik verander van persoonlijkheid; en  inderdaad-Ook in de herhaling. Dat was geen gevoel, dat was  beleving  van zijn in het zijnde typisch Marinus, altijd anders.

 

 

MIJN NIEUWE VERLEDEN.

Mijn nieuwe verleden begon in Deventer:

Mijn moeder zwaaide mij uit; zij is dood, ik ben kapot.

Op dinsdagen belden wij elkaar om bijna altijd hetzelfde te zeggen:

Hoe is het met u?

nou niet goed, het oude mens is moe,

,maar dat mag toch als je zo oud bent?

Alles mag.

En met jou?

z’n gangetje? …

Schilder je nog in Arnhem of teken je.?

allebei mam.

En verkoop je wel eens wat?

Nee ,mam

Waarom niet

Mensen vinden mijn werk niet mooi

Hoe komt dat?

Het is te wild, te slordig.

Ik ga wat netter schilderen, denk ik.

Dat moet je niet doen, dat past niet bij je.

Papa zou dat wel begrijpen.

Papa is dood en zou mijn werk inhoudelijkniet begrijpen’’ wat heeft dat mrt kerst te maken. bevragen op betekenisen daarin zouden wij ernstig verschillen,en ht gesprek over kunnen voeren dat ik noit mt hem gevoerd heb. ik heb er geen evangelie in gepresenteerd zelfs geen hoop troost of zingeving: het is ‘’Wasteland. ik heb dingen van acryl en papier gemaakt, dingen an sich,ik wil niet evangeliseren zoals vroeger, toen zijn god nog de mijne was.

2018:Het is een hete zomer: ik probeer aan de tuintafel de krant te lezen, met éen hand een krant lezenbi een lichte bries ente veel zonlicht op een kwetsbaar hoofd is ondoenlijk, de pagina kreukeld bij het omslaan,  en ht totaal vande krant wappert vantafel, als ik de krant tegen wil houden valik van de stoel tussen tafel en stoel

 

Godverdomme, roept Lief als ik val en daarbij mijn koffiemok kapot laat vallen.

ík leef nog wel, zeg ik.

Dat vind ik leuk om te zeggen.

Dat is essentie.

Lief geeft mij  nieuwe koffie, de zon schijnt. De buurvrouwen die geholpen hebben om mij weer overeind te komen worden bedankt, en de dag gaat verder De beste metafoor voor het leven is het leven zelf en dat moet gevierd worden.

De beste manier om je leven te vieren is het hebben van kleinkinderen op pakjesavond.

Pakjes in het midden met liefdevol gemaakte gedichten, de kleintjes scharrelen  ertussen of overheen, mijn dochters zijn er, Lief is er, de vaders zijn er. Dat is waarom ik leef en sinterklasversjes maken wil. en Lief wil uitkleden.

 

..De kapotte koffiemok heb ik op de kaarsenmakerij van de Buitenplaats door mensen mt een angeboren verstandelijke beperking in een glazen pot in kaarsvet laten gieten., met een pit zodat het aangestoken kon worden, tijdens het opbranden van de kaars staken de scherven er als een mooie romantische ruïne bovenuit. het is een verdwenen kunstwerk geworden. een monumentje voor mijn verleden dat nieuw verleden geworden is.Ik heb er een sinterklaaspakje van gemaakt meen ik mij te herinneren.

Ik heb  een schitterend nageslacht. David Emma Sofie Oscar en Hugo. Toen  David als  baby in  in mijn rechterarm lag, werd ik ’s morgens wakker, met een herinnering waarin ik in mijn eigen armen lag: de verticale tijd

,Vandaag heb ik mijn jongste klenizoon gezien,: Hugo, in een couveuse in Rotterdam lag hij met  grote gesloten ooggleden met ervoor en eronder zijn handjes. Zo zag ik hem, ik zag hem kijken ín zichzelf. Nog zoveel niet en niks nog, er moet nog een hele wereld ontstaan en een universum ontstaan uit  DNA van liefde en een heel klein beetje uit mij omdat ik zijn opa ben; als ik hem  in zijn gesloten ogen kijk  lig ik er een tijdje zelf tegen mijn oogleden aan te kijken: dat is onze toekomst, dat zijn wij: niemand is alleen, elke couveuse is tijdelijk, maar jij hebt je moeder en vader,je broertje en zusje ,alles van nu : toekomst en nu tegelijk. ,wij zijn zoveel meer dan ons brein: jij bent  Hugo zoals niemand anders Hugo is in een wereld die van papa en mama is,niemand is zo papa en mama als zij.  Ik ben Marinus,zoals niemand anders Marinus is . Het brein is onze geboorte niet, het is de couveuse waarin wij ontstaan om nú te zijn en toekomst te worde; om  typisch, Marinus en Hugo te zijn.  in aanwezigheid van dit jochie begon er iets nieuws in Marius margriet Sofie Oscar, en de wereld, en ook in mij. Ergens komt een kind vandaan,

Hugo begon in een couveuse,dicht bij de dood. ik herbegon in de intensive care, allebei dicht bij de dood geweest. We leven. Zo gaat dat. Hugo heft begerig en nieuwsgerig leren lopen in een ruimte met boeken, muziek, zingen voorlezen en uitbundig eten. Dat wat ik mis op de plek waar ik nu woon; daar lijkt ht of mensen nergens vandaan komen, alsof ze via een deur uit een door de tv verlichte ruimte komen, jammer , het verspillen vn energie en nieuwsgierigheid wie gaat er dood als zij dood gaan.in de Veste mag je zo niet denken, dat is een vraag die verkeerd valt omdat het gaat over doodgaanen niet over supermarkten. Godverdomme. Als je niet dood wilt, doe dan niet alsof je het al bent.

Ergens komt een kind vandaan,

van ver, van buiten zonder naam;

het is nog niemand, spreekt geen woord,

heeft van de dood nog niet gehoord,

het huilt nog van geboortepijn

en weet niet wie het ooit zal zijn.

 

Dan roepen mensen jij, jij, jij,

woon hier bij ons, woon hier bij mij,

de wereld wordt een huis voor jou

en liefde maakt een mens van jou.

Dan geven wij elkaar een naam:

iemand niemand,

kind van mensen ben jij voortaan.

 

Ergens moet een mens toch heen,

hij gaat zijn eigen weg alleen,

en zoekt of in de wildernis

een bron van levend water is,

en luistert of een woord bestaat

waarin zijn toekomst opengaat.

 

Dan roepen mensen jij, jij, jij

woon hier bij ons, woon hier bij mij,

het water is een bron voor jou,

de toekomst heeft een woord voor jou.

Dan vindt een mens zijn eigen naam:

iemand niemand, dorst en water,

kind van mensen ben jij voortaan.

 

Niemand weet waartoe hij leeft,

waarom hij hart en handen heeft;

er is geen daarom, eens voorgoed,

maar enkel adem, vlees en bloed.

Zo leeft een mens tot in de dood

onooglijk klein, onzichtbaar groot.

 

Dan roepen mensen jij, jij, jij

wees hart en hand en mens voor mij,

wees waarom daarom groot of klein

de mens die jij alleen moet zijn.

Zo leeft een mens van naam tot naam:

iemand niemand,

dorst en water, vriend en vreemde,

kind van mensen ben jij voortaan.

 

Niemand weet wat leven is,

alleen dat het gegeven is,

van vuilnisbelt tot gouden troon,

aan vluchteling en koningszoon.

Wie leeft die maakt zijn eigen lied

en wie niet leeft verstaat het niet.

 

Laat ze maar roepen jij jij jij,

wie leven wil die zingt zich vrij,

wie leeft die maakt zijn eigen lied

en wie niet leeft verstaat het niet.

Zo zingen wij elkanders naam;

iemand niemand, dorst en water,

vriend en vreemde, dood en leven,

mensen, mensen zijn wij voortaan.

 

Alice Manon

Dit is een lijflied, een, leeflied

zelf schref ik bvoor eenkrEstviering:

De intensive care van de liefde.

 

Meer dan mijn toekomst is mijn verleden veranderd Het verleden dat ik verafschuwde als mislukt is een mooi verleden geworden, amusant en inspirerend en niet langer dominant irritant op een klein stukjegeheugen na, daar ligt nog wat bedwelmend te rotten.

Mijn verleden is steeds meer noodzakelijk gebleken.Ik was een atypische puber,: zo heb ik geleerd wat essentie is; het diplomaeeed daarbij niet ter zake.Typisch Marinus. Het zij zo. Ik lijdt er niet langer onder, geen gêne meer, op dat langs de deuren gaan na. De bekeringsijver bestaat nog wel, tot mijn spijt, er is nog veel wat ik mensen verkondigen  wil  als van essentieel belang  voor onze  postmoderne samenleving aldus mijn gezond verstand .: , Dat het goed is om te zingen bijvoorbeeld, zonder microfoon en jury.en dat entertainment als remedie tegen verveling een slecht fundament is voor vrijheid van meningsuiting.

Aan de hand van uiterst gedetailleerd teruggezochte herinneringen plaats ik mijzelf in de lengte van de tijd, zonder daar zin of nut aan te ontlenen. Het is als Godot achter die boom, ik wil weten wat er achter zit ,gedreven door mateloze nieuwsgierigheid.waarvoor ik antwoorden zoek in wat ik doe en en en laat gebeuren.

.De werkelijkheid mentaal en tactiel willen raken, zoals ik schilder en scheur, vrij met Lief, en bal met David.

Niemand leeft in éen tijd tegelijkertijd, hoewel de kloktijd anders suggereert

.afblijven: vreemde vrouw.

De eerste keer dat ik mij inhield was in de Gelderse vallei.

Daar kreeg ik een ergotherapeute op bezoek,-ze kwam met mij praten over zelfstandig eten en  nodigde mij uit voor de lunch de volgende dag, een therapeutische eetafspraak, dat suggereerde iets wat het niet was, dus hield ik mij in, het had niet meer om het lijf dan een peuter-reactie.

Ze zat naast mijn bed.

 Ze droeg een elegante groene jurk en daaronder zwarte kousen of meer voorstelbaar een maillot panty, ik ken de verschillen niet goed, legging is ook zo’n woord. Haar benen over elkaar tegen de bedrand, ze glommen prachtig zwart en strak rond haar benen. en dat in een ziekenhuis: ze had een leven buiten dit gebouw, een leven waar de werkelijkheid gewoon wereld was, met winkels auto’s kappers  en ijdelheid, ik wilde vragen of ik haar been even aan mocht raken, maar deed dat niet, dat kostte moeiteen ik vraag mee nog steeds af wat er gebeurd was als ik het wel had gedaan, eerst vragen natuurlijk. De tweede keer was in het kruller muller, waar ik in de mijn rolstoel in voor de broodjesbar stond te wachten. Naast mij, heel dichtbij, stond een vrouw in een strakke spijkbroek, de bilnaad accentueerde op opwindende wijze haar achterwerk, alles rond stevig en strak. Ik kon he nauwelijks laten, het was er bijna van gekomen :’’ mevrouw mag ik uw billen even aantraken, heel even maar?want eerst zou ik vragen, ze had het vast goed gevonden, denk ik nu heel veel jaren later, de laatste keer was toen de vrouw van de trombosedienst voor mij stond om bloed te prikken, ze stond door haar knieën gezakt voor mij, knieën als zachte havenhoofden: even mijn hand tussen haar dijen. Uiteraard heb ik dat niet gedaan, maar misschien komt het er een keer van, maar eerst vragen. Tijdens een concert in Luxor probeerde ik zo goed als mogelijk met mijn stok een beetje me te dansen: bewegingen waarvan ik dacht dat hert misschien wel dansen was, het meisje naast mij kon het wel, gelukkig keek ze niet naar mij. Ik kon de verleiding weerstaan om te vragen of ik even mijn hoofd op haar schouder leggen mocht. Niet gedaan. Dat waren mijn hormonen niet, dat was een eruptie van mijn geheugen, misschien, voer voor psychologen, de puber met de midlifecrisis – type Woody Allen- Wat de neurologie daarvan vindt weet ik niet dat was wat ik niet kende en nooit gedaan had, dat waren mogelijkheden die zich ongekend voordeden als kans

Had ik mij vrij kunnen pleiten door te beweren dat het neurologisch overmacht was. Hersenletsel , smoes van een puber met een midlifecris.

 

existentie.

Zijn in het zijnde noem ik het,

Dat wt er is als ik ‘s morgens mijn bed uitstap

Ik ben de fietser, God is het fietspad en ik wil ergens naar toe:

De man keek naar God.

En zag wat niet bestond:

Verte en leegte, afwezigheid.

En iemand die fluisterde:

begin maar.

Het is begonnen ien oudt niet op met beginnen.

 

(Arnhem 2019)

Afgelopen vrijdag liep ik voor de opening van  een  expositie de ruimte in waar werken van mij hingen. Het was een schok mijzelf daar op die wijze te zien hangen. Dit ben ik wist ik: dit is Marinus,typisch Marinus, altijd geweest, nu zie ik dat, niet wat ik wil maar wie ik ben, het is goed zo.Voor ht eerst ddurf ik mij kunstenaar te noemen, niet op basis van mijn werk maar op basis van mijn bestaan.

Ik ben onderdeel van het bestaande, ik ben raakbaar, wasbaar voelbaar. neukbaar, ik besta, goede god, help mij ik besta en wil  met Lief naar zee om in de golven te vallen n gered te worden.Ze heeft mij meer dan eens gered- omdat ik haar meende te moeten redden ging ik te ver in zee en was ze er om mij te redden, we stonden naakt in zee en ik voelde haar zeezout natte huid. Dat is een metafoor geworden gevoel, net als de kletsnatte T-shirts warmee wij elkaar hadden afgedroogd. Dit is voor mij een religieus verhaal.

Mijn zijn heet Marinus, die naam is drijfveer, bougie en brandstof.

30 november 1920..ging ik naar de kerk om te repeteren met de cantorij voor een nieuwe voorsttelling, de eerste ba mijn CVA, ik wilde graag wer aan ht werk met muziek tekst en vormgeving. De cantori is een n cantorij is een kerkkoor, dat geleid wordt door een cantor (zanger). Een cantorij onderscheidt zich van andere koren door zijn liturgische functie: de cantorij treedt niet op in een kerkdienst, maar neemt deel aan het geheel van de liturgie. De cantorij maakt dus deel uit van de gemeente en bestaat ook uit gemeenteleden een speciale He de catorij van de kerk  war ik buitenechtelijk lid van ben is een goed zingend koor, dat met mij mee wilde doen,en begeleid door de dirigente Annette Hamelink wilden ze wel werken

Metmij.

Ik had een tekst geschreven op basis van een oude kerstvoorstelling (1989) ende eerste keer dat het koor met die tekst aan de gang gin: spelen met het script in de hand was ik gelukkig zo intens gelukkig dat ik er doodmoe van was.

Ik had nieuwe woorden voor wat ik zo vaak al gedaan had met leerlingen. Nieuwe liederen zaiten er niet in. Ik zat keek toe en verbaasde mij :Die woorden waren de mijne, meegegroeid met det ijd. Ik moest er om lachen , het ontroerde en verbasde mij, het was een tekst zoals ik die nooit eerder geschreven had

Na de laatste doorloopen eindigde het met de klasssieker ‘’Stille nacht’’

Daar had ik eerst moeite mee. Maar gisteren kwam alless daarin  tot een asentimenteel  krachtig einde, zoals ik wilde. Inclusief stille nacht.ik waarbij en het gebeurde, niet terug in de tid, maar nú in de tijd. God was er ook bij, wij herkenden ons als duo.

Maria is zwanger van de geschiedenis vertelt ze.

Ze krijgt een kind waarmee de geschiedenis herbegint:

Die geschiedenis heet Marinus, een hercompositie van thema’s die voor een groot deel religieus zijn, een reprise.zoals al mijn voorstelling in bijzondere zin reprises waren., niet retro maar alternatief Dit ben ik wist ik. Maria wiegt een kind in haar armen, het koor zong. Er was geen kind te zien, niet meer dan een dekentje dat gewiegd werd, en het was  helemaal echt, ontdaan van geloof en sentiment,

Dit was de ster, de kern die ik zoek in alles wat ik doe. Dat is ego, , ziel en zelf, dat is typisch Marinus. Niet het stuk  niet het spel, maar dat het er is, nt als ik, mijn vader

zou niet tevreden zijn. Dat de heiland er niet in geboren werd om ons te redden komt er niet voor

eengelen weiger ik de toegang in mijn verhaal, maar dit kind wel, geboren uit de geschiedenisit  Emmen Den Haag Arnhem Doetinchem .

Dit is waar de god van mijn vader gebracht heeft,zijn route is mijn route geworden, mijn weg waarheid en leven, mijn god, dit is afscheid van een periode

Typisch Marinus. Ik ben er.

15-12 15:00 is de voorstelling.

dit  is wat ik ben.

Ik kan nirt anders dan zijn, zó zijn.

Mijn naam is mijn fiets, mijn prachtig ontworpen Ferrari-rode driewieler die verleden en toekomst tegelijk is. Verleden en verte.: nieuwe herinneringen, toegevoegd aan de bestaande. teasers van de toekomst. Mijn nieuwe verleden.

.

, overgevoelig en onherstelbaar uit balans.  net als op de middelbare school toen ik 17 was, zo verschrikkelijk 17.Mij cva is als de prins die Sneeuwitje wakkerk uste

Bestaan in wat is, “”de wereld is alles, wat het geval is.een citaat waarvan ik de vbedoeling waarschijnlijk verkeerd begrijp en daardoor zwaar misbruik van de ractatus Logico-Philosophicus van Wittgenstein. Ht voelt behaaglijker om dat te zeggen dan te begrijpen.

(een  mijn geval is is de werkelijkheid van mijn kapotte brein, het als  moeras met kikkerdril dat kikker wordt, veel kikkers, met onzichtbaar gekwaak en nu en dan een plons. Waar ik woon kan ik in een warme lente kikkers horen kwaken.

Ik ben onderdeel van het bestaande, ik ben wraakbaar wasbaar voelbaar, kwetsbaar neukbaar, ik besta Goede god, help mij! ik besta als brein, en dat is kapot en dat is tekortgekomen toen ik dacht en geloofde dat U blijvend mijn koers en ijkpunt was. U was Jahweh niet, U bleek de God van mijn vader en het fatsoen van de tijd te zijn.

Mijn brein is mijn zijn en heet Marinus, en wil te veel omdat er zoveel te willen is.  Ik heb haast hoewel mijn enige deadline mijn dood is. Er is te veel chterstallig achteraf, dat is wat mij toteen midlife puber met  maakt, zo onvoorstelbaar 17 in. In 1998 schreef ik een voorstelling die Snackpalace heette, over het meisje Engel dat 17 jaar was toen ze werd geboren, de gedachte bood zich aan toen ik onder de douche stond, toentertijd een miezerig nauwelijks warm te krijgen bundeltje druppen: 5 a 7 straaltjes uit een met kalk aangeslagen douchekop in een badkamer met een klein incapabelgevelkacheltje: ‘’Stel je voor: je bent 17 jaar, en je leeft nog maar net. Dan heb je een boel gemist. Wat is liefde? Wat is dood? Wat is seks? Het zijn woorden, zonder betekenis. De gevoelens die er bij horen brengen je niet in de war, omdat je ze stomweg niet kent. Dat lijkt handig. Je kent geen haat, geen vooroordeel, alles is nieuw. ‘’         

: het is absurd en surrealistisch, net als cognitief hersenletsel, leeftijd bestaat niet als periode, leeftijd is een verzameling ervaringen door brein , huid  en cultuur bijeengehouden en gelabeld, als een kudde schapen met een herder.

Wie bepaalt er het moment

voor al dan niet een happy end

wanneer de gang van het verhaal

voor even wordt gestaakt

en de balans wordt opgemaakt

 

voor wie het ziet en wie het hoort

maar ondertussen gaat het voort

en tussen toekomst en wat was

in zo’n eindeloos moment

wil ik gezien zijn en gekend

( finale Snackpalace)

 Daarmee was ik mijn leven al aan het herzien. Ooit in Groot Klimmendaal besloot ik de conclusie te trekken en afstand te doen van de  god  van  mijn vader.en  de eeuwigheid. Er was maar éen wereld, en dat was die van het bed waarin ik lag en die van de looptraining in de therapiezaal.

Dat is de 17-jarige die ik na mijn CVA geworden ben . Niet bij wijze van  maar existentieel .

Mijn CVA heeft mij mijn verleden met terugwerkende kracht opgedrongen, herinneringen verschijnen om niet meer te verdwijnen, het gebeurt mij altijd actief, altijd in beweging het verre en  het dichtbije.Als Poolen en  snooker, zonder winnaar zonder einde het éen brengt het ander in beweging, alsof mijn breinen samen het Lagerhuis zijn, slechts zichtbaar in de gevolgen ervan. Mijn CVA was zoiets:   ik huppelend en lopend naar  het station om de trein naar Heelsum te nemen  ,mijn laatste treinreis. Ik zou niet meer weten hoe dat moet; huppelen, hoe te bewegen met de benen: even los komen van de grond, over een slootje springen, door modder lopen, de trap op banjeren met een dennenappel een boomstam raken .iemand optillen. éen been op de stoep, éen been in de goot. Even loskomen van de grond Hersenletsel is bovenal  verdrietig en eenzaam, existentieel   om zeep geholpenzijn: Als ik met het taxibusje vanuit mijn vastgesnoerde rolstoel Lief naar de open voordeur zie lopen als ik haar verlaat na een gepland bezoek, denk  ik verdrietig en boos godverdomme wat een mooie   billen., dat beeld probeer ik vast te houden voor de komende week, wij zijn  oevers  van de zelfde rivier. Ik wil bij haar zijn, ik op mijn rug zij op haar zij.’’ laat je maar gaan , zegt ze dan .

Ik wil het plafond van de slaapkamer weer zien dat ik ooit zo mooi wit heb geschilderd, en haar ogen , ik zie de balkondeur, éen  en al zon. en ben gelukkig.

  1. die hier op een dag als gast logeerde en moeite heeft met horen en praten, zei vanuit de stilte:’’ vroeger kon ik lopen.’’

Huppelen, hoe doe je dat?, vraag ik mij wel eens af, of hinkelen.

20 oktober 2005 kwam ik thuis met de migraine die geen migraine was maar een herseninfarct. Alles wat daarop volgde en wat ik bewust beleefd heb. Inclusief uiteraard de moeizame jaren met Lief toen ik in Arnhem ging wonen, en het eerste halve jaar daar in de Veste, en de herinneringen sindsdien, inclusief het breken van mijn heup en opnieuw revalideren in Wageningen: Mijn nieuwe verleden, het zijn verledens als golven, als branding. Ik heb in Domburg ‘in de branding gestaan, bijna gehuild, onderuit getrokken door de onderstroom, geen houvast met mijn stok, die zakte in het zand. Door Chris en een betrokken Duitse badgast overeind geholpen en over het rulle zand naar Lief en Lia gesleept tussen twee schouders in, met wankele benen in het rulle zand. Ik keek langs de branding en zag Scheveningen in de verte.wt ik werkelijk zag weet ik niet meer, ik voelde tranen en was in Domburg en Den Haag tegelijk. Dat kan.

Hoe is dat: Duiken in de golven? Het is als de geschiedenis binnengaan, even uitzicht, even vreemd verdwenen, dan licht en rechtop rondkijken hoever je door de golven op het strand bent aangeland.

20 oktober 2005 kwam de geest uit de fles en begon het te spoken: herten in de mist,woorden en beelden waraan ik niete ontkomen kon:het hek is open de herten hebben een plek in het bos gevonden.Op mijn verjardaag 20-11 2019, ben ik omdat ik dat graag wilde metmijn dochter Karen en Lief nsaar Deventer geweest. Ik wilde deroute van mijn CVA lopen, ervaren hoe ik er liep en weten of ik mij nog kon herinneren waar de ellende begon.

De roue heb ik beschchreven, op de plekwrik mt mijn moeder bui de viboer stond heb ik nu in de Kwalitaria een broodje frikandel gegeten op de trtrugw, via ht appartement war mijn moeder nu niet meer woont, zijn we teruggelopen naar hrt station; alles ws er, de stoeprand waop ik voor ht laatst gehuppeld heb, en de plek war ik stilstonden boven mijn hoofd de kolossale ufo zag. Ik lege mijn hoofd tegen de borst van Lief, links van mij, enb Karen haalde ghaar hand door mijn haar, de plek werd bevestigd en herzien van betekenis, ht is een herziene herinnering om nooit te vergeten zoals ik ht in Facebook verwoorde: Vandaag heb ik met Karen en Rita de route in Deventer gelopen De route waarop alles onherroelijk veranderde, op mijn naam na:

Nog altijd Marinus

Als je op de plek staat van het onherroepelijke staat blijkt het mogelijk er te komen.Ik zat er in mijn rolstoel en wist,

Dit is het., hier begon het

 

Iemand zegt je naam je :

‘’was het hier Marinus?

Er is geen kastje waarin je verdriet in  kunt doen en uithalen.

Lief en Karen waren er,

wij bestaan door en in elkaar.

 

 

altijd verder.

 

Mijn vader is weer mijn levende vader, mijn moeder is weer mijn moeder, zoals ze ooit zo zichtbaar verliefd op mijn vader was. Het zat erin,nu komt het eruitAalles gebeurt nu ..alsof ht nooiyt eerder gebeurd isen wordt verinnerlijkt tot ik het ben: de scholier de student, de geliefde, de vader, de opa. Ik bén het, wij zijn het, meer dan mijn brein.

De student in mij bestudeert, de kunstenaar in mij zoekt vorm , de jongen in mij pubert  in ieder ‘’godverdomme’’ dat hij schrijft. Om god met zijn neus op de feiten te drukken.

 

Liefde :Wij tweeën exclusief voor ons :mijn linker en mijn  rechterhelft, mijn linker  mijn rechterhand, en de hare, zij heeft er twee, het is liefdevol behelpen., knettergek maakt ze mij .sSms maakt ze me razend, zo verschrikkelijk 17.Ik wil dat ze mij belt en commandeert:  regel een taxi!. Ik wil dat je hier bent. Maar dat doet ze niet. Waarom niet godverdomme.

Als kunstenaar ben ik het nageslacht van mijn verleden, en de locomotief van de toekomst. Alleen wel klote dat ik niet gewoon naast Lief door de bossen kan wandelen, maar met Lief vrijen op de Ginkels hei kan wel, en dat hadden we voorheen nooit gedaan. In Doetinchem had je geen hei, en waren wij te schuchter.

Lief heeft een kleed bij zich, een flesje witte wijn en wat lekkers. Daarna gaan we vrijen, niet bang om gezien te worden. Dan ben ik trots op ons en kom moeizaam met hulp van Lief overeind. Dat is de manier waarop wij de laatste jaren ons huwelijk vieren. Ik kan het niet laten dit soort intimiteiten te schrijven daar zijn ze te mooi voor, en te heilzaam.

Komende augustus is het weer zover. Het hoeveelste jaar weet ik niet. Zodra ik het weet vergeet ik het weer. Ik heb er zin in. Ik languit, Lief op mij, vliegers in de lucht en witte wijn, kinderen die schreeuwen. Een jaar geleden ging het anders:Aan de picknicktafel  naast de heizei ik iets verkeerd.
Lief werd boos:’’ ga maar terug naar huis als je alleen maar moeilijk doet’’.

Ik ben naar mijn fiets gelopen maar zij had mijn sleuteltje.

 

Ondanks  Het ismoeizaam en vermoeiend balanceren op de rand van het mogelijke, Mijn CVA heeft ons huwelijk hevig overvraagd en de elasticiteit  ervan maximaal beproefd; elastiek is niet eindeloos rekbaar: het knarst, het piept, het scheurt. en vloekt als een oude verlepte snelbinder.

Tijdens mijn zaterdagse bezoeken aan lLief ga ik ‘s middags altijd even mijn bed in voor de nodige rust, de intensiteit waarmee ik leef kost veel energie. Soms komt ze dan even  bij mij, zegt niks, slat het dekbed open, gaat op de bedrand zitten en verrast mij. Maar soms ook niet.

 

, ik ken haar nu zoals ik haar nooit gekend heb,. Zo verrukkelijk 17. Lief wil mij niet als 17-jarige, maar met haar kan ik niet anders. Het leven is goed voor mij : altijd verder. In Heelsum en Arnhem: Oevers van dezelfde rivier Er zijn gênante herinneringen bij, die ik geleerd heb te accepteren als waardevol. Ik was een onnozele puber en een schuwe student, overvraagd door de tijd. Dankzij mijn begeleiding door Paul van NAH professionals, en dit schrijven heb ik deze kijk op mijzelf herzien. In de taxibusjes tussen heen en weer lach ik om mijzelf, precies dat kleine beetje, het ironische leven .

Er is veel wat ik nooit geweest ben. Ik  heb lang geleefd in een verkeerd verleden.

Mijn infarct  is de oorzaak dat ik geen docent meer ben, maar kunstenaar., en de vermoeiende aandacht vragende partner van Lief die onder de situatie lijdt en leed.

Elke ambulance die ze voorbij hoort komen, brengt haar van streek, en mij dus ook.

Als kunstenaar ben ik het nageslacht van mijn verleden, en de locomotief van de toekomst. Alleen wel klote dat ik niet gewoon naast Lief door de bossen kan wandelen, .

Liefde doet pijn en zuigt als een wesp bloed uit je lijf om pijnlijke jeuk achter te laten, zo. Krabben helpt niet, hooguit een beetje.

‘Vrij recent heb ik Lief gemaild dat ik het zat was en dat ik haar niet meer wilde zien, de zaterdag daarop was ik bij haar, we aarzelden en omhelsden en , en ik dacht aan de hei en de stortbuien tijdens onze fietsvakanties en het vrijen in ons kleine tentje in Gent .Vrijen is een belangrijk antwoord. Ook als het met 1 arm gebeurt of mooier, met drie. Want Lief heeft er twee. we hebben elkaar net als voorheen al een paar keer behoed om van het bed te vallen.

Eerdaags zal ik wel weer eens woedend mailen dat ik van haar af wil maar dat is retorica Niets aan te doen. ook dat is liefde.

daarom is dit boek voor  haar: een loflied op de liefde. Ik vraag mij af in hoeverre e deze tekst gelezen heeft. Ze is zo druk met mij dat ze geen zin heeft om ok nog druk te zijn met deze tekst.

 

Liefde,de onze: vaak hopeloos vermoeiend: lust en liefde. Geloof hoop en seks. Vandaar de erotische impressies in dit boek, die waren onvermijdelijk, als eerbetoon aan Lief.Zij is de prinses die de prins op het witte paard wakker heeft gekust, en kleur heeft gegeven, haar kleur.Maarde prins kan mt zijn witte paard de trap niet op, haar slaapkamer in,  dus ben ik die prins niet. Ik ben geen prins diw haar moet redden, wij \zijn óns en ijfredden ons wel.

EBEN HAEZER.

T

 

ot hier, en nu verder, met toastjes en witte wijn. en gezang.

 

Het monster van de stress en depressie, dat zich schuilhoudt in de kwabben en synapsen van het brein duikt af en toe schimmig op in onze geest: hoe lang gaat dit goed zo?

Met het zelfde antwoord: het is elke dag weer trouwen met elkaar. ’ Wat is daarop uw antwoord?’ ‘Ja. wordt vervolgd’ is het antwoord.’’ In voor en tegenspoed, altijd verder.’’

Zoiets zeiden we eens in mijn begindagen op Klimmendaal. Het beeld van dat moment is duidelijk. Het schemerde in mijn kleine revalidatiekamer. We stonden voor de klerenkast, in het beetje licht dat door het dunne gordijntje van buiten naar binnenviel.

‘Weet je wel wat je zegt’, vraagt iemand.

Sikko ,De dominee heeft in de kelder van zijn geheugen vast nog wel een schim en een schaduw van die woorden .In elk geval de herinnering daaraan. Want de grote woorden zelf hebben afgedaan voor hem. Door bezinning of door de  tragiek van zijn CVA en .We hebben veel gemeenschappelijk. Maar hij schildert beter, loopt beter en maakt nu en dan een sprongetje, Soms proberen wij samen een sprongetje, dat is lachen en daar gaat het om  Ook dat is een antwoord. Helaas is hij veel woorden kwijtgeraakt van de woorden die hij zou willen gebruiken.Maar een aantal belangrijke weet hij als ervaren pastor op het juiste moment op de juiste manier te zeggen. ‘’Aan het werk nu, En nu is het wel genoeg ‘’zegt hij tegen mij, als ik verbaal weer eens oeverloos ben. Nu aan je werk. Hij stuurt me weg. Hij heeft gelijk Hij is een goede pastor; over verlossing door het bloed van christus praat hij niet dat siert hem.

De kapotte koffiemok heb ik op de kaarsenmakerij van de Bitenplaats in een glazen pot in kaarsvet laten zetten, met een pit zodat het aangestoken kon worden, tijdens het opbranden vande kaars s taken de scherven er als een mooie romantische ruïne bovenuit.

Ik heb  een schitterend nageslacht. David Emma Sofie Oscar en Hugo. Toen  David als  baby in   mijn rechterarm lag, werd ik ’s morgens wakker, met een herinnering waarin ik in mijn eigen armen lag.

 

, Vandaag heb ik mijn jongste kleizoon gezien Hugo. In een couveuse in Rotterdam lag hij met  grote gesloten ogleden met eonder zijn  zijn hoofd zijn handjes , zo zag ik hem, ik zag hemmete gesloten  ogen  kijken in zichzelf, nog zoveel niet en niks , er moet nog een hele wereld ontstaan en een universum met zijn moeder en vader als alles,(ontstaan uit DNA  liefde en een heel klein beetje uit mij omdat ik je opa ben, als ik je in je gesloten ogen kijk lig ik er een tijdje zelf tegen mijn oogleden aan te kijken: Dat is onze toekomst, dat zijn wij: niemand is alleen, elke couveuse is tijdelijk, maar jij hebt je moeder en vader je broertje en zusje :Alles van nu , toekomst en nu tegelijk. ,wij zijn zoveel meer dan ons brein: jij bent  Hugo  zoals niemand anders Hugo is, ik ben Marinus,zoals niemand anders Marinus is . het brein is onze geboorte niet het is de couveuse waarin wij ontstaan om nu te zijn en toekomst te worden, om  typisch, Marinus en Hugo te zijn. Het  jochie heet Hugo en  in aanwezigheid van dit jochie begon er iets nieuws in Marius margriet Sofie Oscar, en de wereld, en ook in mij.

.

Ik heb altijd een boek willen schrijven

Misschien is het mij dit keer gelukt.

 Scharrelkennis.

Dit is geen studie, geen rondleidig door de jungle van mijn brein

ik heb mij laten inspireren en verrijken door

  • Gerrit Kouwenaar, het bezit van een ruine.
  • . Toon Tellegeen, , Daar zijn woorden voor.

Filosofen op de kansel. Negen wijsgeren en de Bijbel – een ontmoeting

Margreet Klokke en Rienk Lanooy

Het wezen vande olifant,  het vertrek van de mier Toon Tellegen

Douwe Draaisma het veergeetboek, als mijn geheugen me niet bedriegt

\bert Keizer Onverklaarbaar bewewoont

Max Pam HetRavijn

Zwaluwziek  van Anthony Mertens

vOnverklaarbaar bewoond vanb Bert Keizer.

Wij zijntoch geenbrein van Alva Noë.

.

filosofie. nl .

JC de bloemlezing domweg gelukkig, in de Dapperstraat van de redacteuren C.J. Aarts en M.C. van Etten, ‘D bijna elke pagina inclusief het omslag is vverijkt met ezelsoren en vlekken. Het is jarenlang mijn reisboek geweester staan mooie gedichten in over doodzijn en doodgaan.

De grote filosofen uit de Trouw Wereldbibliotheek, ‘’Áltijd  verder’’ van Dolf Jansen, vooral van wege de titel en het einde: ,geen schouderklopje maar verder. Verder kent geen einde, verder bestaat waar je bent. alle kanten op en dat schept vrijheid ,mogelijkheden kansen en keuzes being there, de olifant die in de boom klimt om de verte te zien, valt, en opnieuw in de boom klimt. dat is pijnlijke vrijheid.vooral die pirouette.

De vrouw verlaat het huis, komt terug

wat nu ?, vraagt de man

Ik ben vergeten de stofzuiger uit te zetten.

Altijd wat, zegt de man

Ze schopt hem in zijn kruis.

‘’deed dat pijn?’’ vraagt ze.

Niet als jij het doet, zegt de man.

ze gaan de trap op

de man sluit de gordijnen.

waarom?, vraagt zij

ook dat is liefde.

Dankzij dit alles ben ik mijn toekomst geworden. ik scharrel dus ik besta. Je kunt overal leren, zelfs op school zei ik als mentor tegen ouders.

 

Ik draai een kleine revolutie af.

ik draai een kleine mooie revolutie af

ik ben niet langer van land

ik ben weer water

ik draag schuimende koppen op mijn hoofd

ik draag schietende schimmen in mijn hoofd

op mijn rug rust een zeemeermin

op mijn rug rust de wind

de wind en de zeemeermin zingen

de schuimende koppen ruisen

de schietende schimmen vallen

 

ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af

en ik val en ik ruis en ik zing

(lucebert, gekregen van Karen en Margriet kort na mijn operatie)

 

Opgedragen aan .

Rita Karen Margriet Marius Emma David.  ,Nout.Sofie, Oscar en Hugo, zoveel verledens, zoveel toekomsten, wees zuinig op je naam , zoals ik op de mijne.

Dit boek ben ik, dit boek zijn wij…

 

MET DANK AAN

Rob Weenink voor het redigeren van mijn tekst.

Georgina voor haar interesse en bemoediging.

 

In een eerdere versie ben ik uitvoerig ingegaan op de hulp en aanwezigheid van de diverse kennissen en vrienden niet bij deze tekst, maar bij ons leven. Mijn leven met Rita

Dat liep zoals te verwachten fors uit de hand. Het zijn er te veel , in alle facetten van onsdagelijkse leven waren er mensen  die mt al heun bijzondere talenten  bij hebben gedragen aan de kwaliteit van ons bestaan in Heelsum en Arnhem.

We werden  geholpen en geadviseerd bij de belastingaangifte, en   alle ambtelijke contacten aangaande mijn inkomen en kosten. CAK UWV .we werden technisch, praktisch en mentaal door veel mensen verder geholpen, het was als een trein met heel veel wagonnetjes stationnetjes met betrokkenheid als locomotief, en ik reed mee in een  rookvrije coupee, mEte Lief twwe boeken, een goed gesprek en een schitterend landschap: R Lidwien, Elly, awim Arnout , Charlotte(atelier 23 du Taco Elly Joke, JHHans Gert, Hanneke Eugene Tom ,Aart, Kees Marjan Jan Henk Jos , Annetteh enry. Treinen zijn er zat, ze brengen ons van hot naar .

Ik ben ondenkbaar zonder deze namen.

 

Bovenal dank aan Rita, met name voor alle keren dat de mantelzorger even haar mantel uittrok.

 

 

Over elk van deze namen valt iets bijzonders te zeggen, het zijn mensen met een uitgesproken karakter die wisten hoe ze voor ons  van betekenis konden zijn.

Ik heb geleden, gelachen en geleerd dankzij hen. Ik bof maar: Het is goed zo

 

Mocht ik iemands naam vergeten zijn?

Hieronder is nog ruimte zat om je eigen naam te schrijven’.

Dit alles is geschreven, met in mijn denkraam de herinnering

aan mijn zus Jansje en mijn moeder.

en met speciale dank aan  dominee Ad Poley die mij geestelijk vitaal heeft gehouden in meanderende bruisende gesprekken waarvan je nooit wist waar het over gaan zou en waar het toe leiden zou, en dominee Ingrid Lodewijk, die mij geholpen heeft  mentaal te groeien.

.

En  Boy voor alle taxiritten. die mij hebben geholpen meer lef en zelfvertrouwen te krijgen. Bij Boy in de taxi was ik geen gehandicapte, maar een man zoals ik nooit geweest ben, een man met ballen. .Nneen mooie man die toeterde naar mooie jonge meiden, en Sam & Dave op vol volume liet horen: you don’tknow what you mean to me. Ik werd er een beetje zwart van.

.

Ik heb altijd een boek willen schrijven, misschien is het mij dit keer gelukt.

Buiten schijnt de zon,er gebeurt niks.

Lief maakt een Pizza, ik ben Marinus en ik denk dat ik klaar ben.

Komende vrijdag zijn Lief en ik 39 jaar getrouwd, denk ik.

tween, maar nooit voor altijd.

Het is klote soms, maar het is goed zo.

wij – tweeën

Met dank aan het leven zelf, inclusief mijn brein.

 

Het boek is af:  ik ben completer dan ooit, maar wel anders.

 

 Als mijn vader en moeder nog leefden  zou ik ze danken dat ze mij dankzij het kamperen vertrouwen geleerd hebben en creatief denken. Elke zomervakantie bleek dat mijn moeder met haar naaimachine en inzicht de tent weer verbeterd had. mijn vader deed de scheerlijnen, mijn moeder de ritsen.

Ook ben ik blij dat Poes Hobbes mij regelmatig voor de voeten liep toen zij nog leefde, van haar heb ik zijn in het zijnde geleerd, zelf zou zij dat niet begrijpen, want zo zijn poezen, die zijn gewoon zo.

 

Omdat ik hte niet laten kon listerde ik naar:

 

 

 

This is my life

Today, tomorrow, love will come and find me

But that’s the way that I was born to be

This is mehis is me
This is me

This is my life
And I don’t give a damn for lost emotions
I’ve such a lot of love I’ve got to give
Let me live
Let me live

This is my life
This is my life
This is my life

 

Shirley bassy

 AGuilty plesure- nu weet ik waarom.

 

Het lied is goed,  alleen die jurk is vreselijk.

 

 

.

 

 Als mijn vader en moeder nog leefden  zou ik ze danken dat ze mij dankzij het kamperen vertrouwen geleerd hebben en creatief denken. Elke zomervakantie bleek dat mijn moeder met haar naaimachine en inzicht de tent weer verbeterd had. mijn vader deed de scheerlijnen, mijn moeder de ritsen.

Onze bungalowtent stond als metafoor van textiel tussen de nomen, in de tent las ik Biggles in de Prisma uitgaven, mijn vader zet zijn tent, zoals later de tent zette met lied en onze dochters, ook in donder en regen. Ok de regen moet je vieren., ook de regen. Zoal s ik mete Margriet op weg naar Denemarken in de verte een stortbui zagen aankomen.  De regen stortte neer en wij zongen.

Ook ben ik blij dat Poes Hobbes mij regelmatig voor de voeten liep toen zij nog leefde, van haar heb ik zijn in het zijnde geleerd, zelf zou zij dat niet begrijpen, want zo zijn poezen, die zijn gewoon zo.

 

Als ik ooit ga golven wil ik

 

geen wagentje, hooguit een stick.

 

en balletje,

geen grasgemaaide

 

heuvels met her en der

 

een dal, maar wel

 

 

een ongeplande plek

 

waar na de eerste slag mijn bal

 

verdwijnt in gras of zand of duin of riet

 

waarna ik even zoek, niet lang, dar is het leven te kort voor.

 

Ik wandel met mijn stick als stok,

 

maar liever nog een stok als stick.

Als ik ga golven ooit, doe ik

 

het toch maar liever niet

 [heel oude eigen  tekst.]

 

.

,

Eben Haezer  .

EBEN HAEZER.

 

Tot hier, en nu verder, met toastjes en witte wijn.en gezang.

Godverdomme, roept Lief als ik val en daarbij mijn koffiemok kapot laat vallen.

.

Lief geeft mij een nieuwe koffie. De zon schijnt. De buurvrouwen die geholpen hebben om mij weer overeind te komen worden bedankt, en de dag gaat verder

we leven nog, zeggen Sicco en ik tegen elkaar .

Hij is een goede pastor; over verlossing door het bloed van christus praat hij niet dat siert hem.De kapotte jkoffiemok hen ik op de karsenmakerij van de buitenplaatsin een glazen pot in kaarsvet laten zetten, mte een pit zodat ht aangestoken kon worden, tijdens ht opbrande vande kaars staken de schervener als een mooie romantische ruïne bovenuit.

Ik heb  een schitterend nageslacht. David Emma SofieOscar en Hugo. Toen  David als  baby in  in mijn rechterarm lag, werd ik ’s morgens wakker, met een herinnering waarin ik in mijn eigen armen lag.

, Vandaag heb ik mijn jongste kleizoon gezien,Hugo, in een couveuse in Rotterdam lag hij met  grote gesloten oggleden met ervoor en eronder zijn handjes, zo zag ik hem, ik zag hem kijken in zichzelf, nog zoveel niet en niks nog, er moet nog een hele wereld ontstaan en een universum met zijn moeder en vader als alles,(onstaan uit  DNA van liefde en een heel klein beetje uit mij omdat ik je opa ben, als ik je in je gesloten ogen k lig ik er een tijdje zelf tegen mijn oogleden aan te kijken: dat is onze toekomst, dat zijn wij: niemand is alleen, elke couveuse is tijdelijk, maar jij hebt je moeder en vader,je broertje en zusje alles van nu , toekomst en nu tegelijk. ,wij zijn zoveel meer dan ons brein: jij bent  Hugo zoals niemand anders Hugo is, ik ben Marinus,zoals niemand anders arinus is . et brein is onze geboorte niet het is de couveuse waarin wij ontstaan om nú te zijn en toekomst te worden om  typisch, Marinus en Hugo te zijn. Met   Hugo en  in aanwezigheid van dit jochie begon er iets nieuws in Marius margriet Sofie Oscar, en de wereld, en ook in mij.

Dit schrijf ik kort na de terugreisuit Rottrdam  nu is alles moe in mij en wacht ik op mijn laatste pil.toen jij mtijdens de sinterklaasviering sint naast mij op de bank zat en je tegen mij aanschurkte dacht ik opeens: jij en ik , allebei bijna dood geweest, maar we zijn er.

 

.

 

Komende augustus is het weer zover. Het hoeveelste jaar weet ik niet. Zodra ik het weet vergeet ik het weer. Ik heb er zin in. Ik languit, Lief op of nast mij mij, vliegers in de lucht en witte wijn Ht kwam er niet van.Aan de picknicktafel zei ik iets verkeerd.

Lief werd boos:’’ ga maar terug naar huis als je alleen maar moeilijk doet.

Ik ben naar mijn fiets gelopen, maar zij had mijn sleuteltje.

Ik eindig mt de wooren waarmee min vader de kerkdienst besloot.

De HEERE zegene u, en behoede u!

25       moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig!

26       moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.  De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!

Mooie woorden, ze huppelen als je ze uitspreekt, ze zijn lieflijk, behoedzaam.

Dit is het mooiste wat ik van hem geleerd heb, naast boomklimmen en in zee zwemmen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zo kun je ervaren waar een ander pillen of paddo’s voor nodig heeft om kennis te maken,met steeds andere vormen van bewustzijn begoocheling, cultuurde psychedelische paralelwereld war ik ti.jdens mijn Haagse jaren wel van gehoord had, maar nooit ervaren

Dit is the amazing journey van het rechtszijdige hersenletsel . Mijn wereldreisdoor de psychedelica.

De ambulance  op weg naar Arnhem was geen ambulance maar een Regiotaxi waarin ik op mijn rolstoel achterinver voerd werd

Zobegon mijnongewilde nooit verwachte tocht langs ziekenhuizen, woonvormen therapeuten en specialisten , eentrektocht met her en der talen die ik zelf moet leren verstaan en spreken, zoals de taal van G. de langharige, die wacht in de hal, op iets of iemandnaast haar extra hoge rollator volgehangen met plastic zakken en die van G. met de kaasschaaf, en die van G. met de spraaakkoffer die  eten, eten , drinken, en middag’’ voor haar zeggen  kan.

 Dingen gaan voorbij , zou A. van woonvorm Vossenhol zeggen.

maar gelukkig heb je je benen nog, en wat je hebt is wat je hebt en dat is nooit weg als je het niet kwijt maakt.A. was een optomistische vrouw die het als haar levenstaak beschouwde het zonnnetje in huis te zijn, totdat ik op een avond aan tafel ietds verkerd zei over het gebruik van de jus.

 

 

 

 

direct  laat merken hoe moe ik haar maak, dat laatste is waar, ik maak haar moe door mijn anwezigheid.Een gevoel Dt via mijn balllen nar mijn kuiten zakt, en dan opduikt in mijn hoofd.

Aanwezig zijn is complex en daardoor verwarrrend, en uiterst vermoeiend

Ik ben niet blind, evenmin gek, maar soms voel ik mij wel zo.

Het is de slecht functionerende politiek van het twee partijenstelsel in mijn hoofd, ze komen er  samen niet uit als er besloten moet worden. Een van de partijen is slordig met het geheugen, met feitenverzamelen en analyseren en toegankelijk maken

Na  mijn revalidatieperiode loop ik voor het eerst weer over de Bennekomseweg.

een stukje over de stoep; richting Ottoweg

. bij de lantarenpaal voorbij de bushalte ervaar ik de weerstand van het passeren, ik dwing mijzelf voorbij, met het risico links van de stoeprand te vallen.

Als ik tijdens het werk op mijn atelier in Arnhem een wandeling maak heb ik dat ook. Ik stap over de schaduw van de vlaggenmast heen en zet wat extra kracht om voorbij te komen

De schaduw  blijkt geen plas water te zijn maar een schaduw, ik houd niet van die mast en die schaduw dus pas ik mijn route aan

Als ik fiets zijn er plekken waar ik extra hard trappen moet om er voorbij te komen. 4houten palen  aan het einde van de Boschoeveweg remmen mij , alsof de achterste twee wielen van mijn Ketttwiesel vastgeplakt met kauwgum zijn,.Voor mij ligt een schaduw waar ik door heen moet, omdat ik niet weet hoe diep die schaduw is, rijd ik er omheen

Inmiddels ben ik er aan gewend.

Maar op het atelier ben ik wel voortdurenfd mij stok kwijt, er is altijd wel een plek links war ik hem even gestald heb

Bij lantarenpalen en  muren heb ik dat ook. Bij heggen is dat anders daar word ik zo sterk naar toegetrokken, dat ik met mijn schouders en mijn stok door het groen ritsel dat is mijn neglect de linker hersenhelft wil met al zijn vermogen  in mijn handelen en waarnemen meedoen maar wordt genegeerd door de inbreng van mijn rechterhersenhelft, maar in de politiek van het brein wordt

Neglect is een moeilijk fenomeen om begrij[elijk te maken.

Het is niet dat ik blind ben met een oog, de prikkels van links worden

genegeerd. en is de invloed van rechts zo dominant, dat ik op bijna magnetische wize naar rechts getrokkken voel

Gelukkig  heb ik mijn verstand nog om effectief oppositie te voeren,

Omdat de rechterhelft zwaar beschadigd is worden er fouten gemaakt, in de doelgerichtheid van het lichaam

Als ik vanuit de kamer naar de trap loop, moet ik rechts een hoek om, voorbij het bronzen beeldje met de lieve tietjes.

Daar val ik bijna, ik kantel naar rechts,

houd me vast en bereik de deur.

Op de trap heb ik er geen last van

Op een kerstavondaten Lief en ik bij Karen en Nout, na de maaltijd was ik Lief kewijt, het enige wat ik wist was dat ze was opgestaan, om door het raam, de dfuisternis achter de goerdijnen te zien.Ik wilde bij haar zijn, maar zag haar niet

Voor de zekerheid keek ik achter de kolossale zwarte tv die ze vlak tegen de muur hebben staan

Het leek mij een redelijke plek: Lief was in het zwart net als de tv, ik zou haar zo over het hoofd kunnen zien, bovendien was er  ruimte tussen tv en muur

Ik ben niet gek, niet psychopathisch maar tussen kijken en zien, zit bij mij een hersenfunctie die  wat slordig en verstrooid is een beetje in de war ben ik dus wel,

zoals ik altijd al wat slordig was met mijzelf en mijn verplichtte  taken, zoals op tijd mijn rapportcijfers inleveren en opletten tijdens vergaderingen, en mijn agenda gebruiken, ach ik redde mij er wel mee, net als nu

 

Gek ben ik niet ik zie niet wát er niet is, overdag heb ik geen last van wanenik zie dat wát het niet istijdens een fietstocht door het natuurgebied Planken Wambuis op eenf ietspad rechts van mij mijn ergotherapeute Femke fietsen.

 

 

 

K o o r d d a n s e r

 

De koorddanser staat aan het begin

van het hoge koord, maar plotseling

ziet hij voor zich hoe hij straks te pletter vallen zal

als gif sluipt het zijn schedel in.

Angst voor de val.

 

Hij ziet als in een film zijn eigen act

Hij wankelt, valt voorover, breekt zijn nek

voor het publiek dat deze dood nog lang bespreken zal

Achter bleef een rode vlek

Angst voor de val.

 

Links en rechts het donker

Van de gekte en de dood

Onder je en voor een net nog zichtbaar spoor van licht

Waarop je balanceren moet

Je voeten voet voor voet; je spreidt je armen wijd;

Je lichaam richt zich op in wankel evenwicht

ij zal wel moeten, hij is het verplicht

aan het publiek dat ogen op hem richt

Begeleid door tromgeroffel en trompetgeschal

staat ie in een bundel licht

Angst voor de val

Koorddanser dans over het koord

Je wordt betaald te doen zoals het hoort

voor het publiek dat klapt en roept:

“Komt er nog wat van!

Dans op het gespannen koord!’

Angst voor de val.

De koorddanser kijkt zijn kijkers aan

Hij schreeuwt: Ik zal alleen het koord opgaan

Als jullie met z’n allen voor ‘t geval ik vallen zal

Rondom onder mij gaan staan

– Vang mij als ik val

Links en rechts het donker

Van de gekte en de dood

Onder je en voor een net nog zichtbaar spoor van licht

Waarop je balanceren moet

Je voeten voet voor voet; je spreidt je armen wijd;

Je lichaam richt zich op in wankel evenwicht

 

En als ik val neem ik een sprong

Ik sla mij armen heftig wijd

En schreeuw mijn schreeuw door het heelal

Misschien dat ik nog vleugels krijg

Maar liever heb ik iemand

Heb ik iemand om mij

Iemand om mij op te vangen als ik val

 

Dit is een lied uit Madman ’s Roulette en vat alles samen wat mij drijft en gedreven heeft.

het fietsertjevan horen, zien en voelen

 

 

Vroeger heette het doolhof, nu

 

computer, dat pappige labyrint

 

van stroomstootjes aan en uit,

 

 

 

dat groeit in complexiteit

 

en eindigt in de totale eenvoud

 

van de uitschakeling:

 

 

 

‘Vader in Uw handen beveel ik

 

mijn programma’ – maar waar in godsnaam

 

blijven de kleuren, door licht

 

 

 

uit aarde en lucht tot landschap

 

gecomponeerd, met daarin

 

het fietsertje

 

 

van horen, zien en voelen

 

dat klimt en glijdt, zeurt en zingt,

 

dat sporen volgt en achterlaat

 

 

met de vraag of een woord

 

nooit meer gezegd, nooit meer gehoord

 

Toch bestaat?

 

 

 

 

 

 

 

6

Soms knagen er ratten,

 

paren ze lustig, baren ze

 

ratjes van roze rubber

 

die zenuwachtig trippelen,

 

scherpe nageltjes pinnen

 

in je brein. Hoofdpijn

 

zeg je, ze zoeken uit-

 

gangen, oplossingen

 

Tegen zichzelf, ze kennen

 

De overdosis zelfmoord.

 

 

 

Soms zijn ze te dresseren,

 

denk je, soms verwilderen zij

 

tot kleine duiveltjes

 

maar wat is een rat?

 

Ook maar een mechaniekje,

 

Doolhofje in de kop

 

waar kleine knikkertjes rollen,

 

glanzende trosjes atomen,

 

bolletjes geconcentreerde

 

energie, maar o zo slopend.

 

 

 

Nooit geweten dat je vader

 

zo goed in knutselen was, terwijl

 

al die tijd je moeder geregeld

 

koffie binnen bracht – zo was

 

dat toch in die tijden? – later

 

kwam het rattengif.

 

 

ik val en ik ruis en ik zing.

 

 

Speciaal Rob Weenink, die als eerste een deel van dit boek las’: een inkijk in het hoofd van Marinus, zoals hij dat noemde’, door zijn’ bemoedigende commentaar heb ik lef en geduld opgedaan om dit boek te schrijven.Hij heeft de tekst tewee keer gelezen en geredigeert maar darna benik aan ht herschikken en snoeien geweest, dus twijfel ik of ik de boel niet verpest heb.vanaf 2007 tot nu heb ik elke dag getwijfeld over kwliteit en noodzaak van  dit schrijven. ik heb nites vanmi afgeschreven, ik heb heel veel naar mij toe geschrevenals materiaal om een kunstwerk te maken een belangrijk deel daarvan was verdrietmelancholie en liefde zoals ik liefde nooit gekend, en religie. Last van nostalgie heb ik niet sentimenteel ben ik met mate.

Bovenal heeft hij de moeite en tijd genomen deze complete tekst van mij te lezen en verbeteren, waarna ik er zelf weer mee ben verder gegaan.

.Dabnk mijn  mijn zusje Wilma die mij dagelijks een kaart zond,en Piet die bijna elke dag hollend naar trein en bus ons bezocht, wandelde  me t mij, en het gras maaide.en voor mij bad, met vaderlijke woorden.

En dank aan mijn dochters en kleinkinderen: energie troost en dinspirattie voor mijn zijn in ht zinde

En dank aan Gert en Ellen, die mij en Lief vaak hebben uitgenodigd omsamen te eten, enmij in een verder verleden gecoached hebben bij het maken van voorstellingen, lessen die ik noit vergeten zal, al die jkeren de gammele joge ladder op en af om iets wat opgehangen was rercht te hangen of elders te hangen.

 

.  Ook dank aan Aart en Tom die de relatie tussen mij en mijn computer hebben begeleid

Niet alles van waarde is zichtbaar. of benoembaar :

Als ik alle namen zou weten zou ik ze hier vermelden, in een lange rij, er zijn veel vriendinnen vriendinnen  die ons elk met hun eigen aard en vaardigheden, terzijde hebben gestaan  z zodat Ritaen ik ontspanner en beter kunnen levenEen tijdlang hebik in een eigen neopsychedelisch universum geleefd, mar vberdwaald of geflipt ben ik niet

Gelukkig waren er reisgenoten was ik , gelukkig zit ik er niet altijd in opgesloten.

  1. en J. helpen Lief en mij op bijzondere wijzegecoached en met daadkracht bij gestaan, Er zijn verbazend veel goede mensen bij ons in de buurt die als meverende scherlijnen helpen de tent overeind te houden als t regent of stormt

Dank aan Mjdie mij voorlas en Jill die mij Paul Verlaine leerde kennen  als onderdeel van mijn begeleiding.onze gedelde kennis vankunst encultuur waren van groot belang voor mijn ontwikkeling, enmijn gevoel hieer thuis te zijn.ook kn ze heel goed zingen.

Met terugwerkende kracht dank aan en alle leerlingen die speelden met de teksten die ik aanreikte en die mij zo de essentie vanhet echete zingen hebben geleerd: niet het geluid, de pose of hete ego. Maar veelstemmige veelkleurige zang waar ik nog steeds vrolijk van word:zij hebenmij veelzijdigheid geleerd , meerzelvig tot nu toe is dit het beste levendat ik geliefd en geleefd heb.  Zij allen hebben ervoor gezorgd dat ik een bijzonder leven leidt, tegende klippen op.zoals dit Ik prijs mij gelukkig met al het gezelschap dat ik gehad heb, en dat mijn verblijf tot reis heeft gemaakt, en geen lijdensweg, een  amazing journey:ik enmijn brein een goed duoVeel geleerd, veel ontdekt.alles wat ikgeleefd heb leeft nog, beter dan ooit Ik heb mij voortdurend verwonderd, en ben nog altijd even gek als altijd. Sommige dingen in mij zijn niet klein te krijgen.

Dank aan medekunstenaar Sikko,

De man met de krachtige toets in zijn knuisten, de olijke ogen de humor en de goede gesprekken over winst en verlies: dat begon baak  met zijn vraag hoe is het met je?’’ ‘’als hij zag dat er iets met mij was. Voorheen dominee, nog steeds een perfecte pastor. Hij is een belangrijk deel van zijn taal en geheugen kwijtgeraakt verdriet enverwarringen tragedie. Woorden kosten moeite, maar hij wist altijdhet juiste woord op de juiste manier op het juiste moment te zeggen. ‘’|En nu is het wel weer genoeg gewees, zei hij als ik hem ophield in zijn werkminder woorden maar beter dan veel dominees die er teveel hebben. ook ik heb er teveel.Zo is ht wel weer genoeg geweest

Sikko en ik.W twee rijpere erudiete mannen die af en toe tegen elkaar zeidenen : we zijn er nog.niet mer op e plek die ons ht liefst ws,maar we leven en we kennen onze christelijke klassieken en tradities.soms zingen we van dielevensliedjes die voorheen voor vroom werden gehouden. Wij waren allebei niet vroom meer Soms zaten  wij daarbij op een bankje in de zon,soms zei dat voldoende.

Dank aan David Emma en Sofie die mij met prachtige tekeningen inspiren en rtot werken die mij lief zijn, hoewel David beter is in de eenvoudige krachtige lijn dan ik.ern mt Emma maak ik grote hilarische tekeningen samenben ik gekker dan alleen,typisch Marinus. Tijdens de workshop van  afgelopen donderdag was duidelijk: dit is het. Typisch ik het brein is net een hond,die uitgelaten moet worden, een rein dat alleen op een bank zit komt te kort.om in tevredenheid te sterven

 

Mocht ik iemands naam vergeten zijn?

Hieronder is nog ruimte zat om je eigen naam te schrijven’.

Dit alles is geschreven, met in mijn denkraam de herinnering

aan mijn zus Jansje en mijn moeder.Hweel veel dank aandominee Ad Poley die mij geestelijk vitaal heft gehouden in meanderende bruisende gesprekken waarvan je nooit wist war hrt over gaan zou en war het toe leiden zou, en dominee Ingrid Lodewijk, die mij geholpen heeft de kracht van de oude woorden te herontdekken als ze mij voorlest uit de bibel en met mij bidt.al der eeuwen, doorleefde taalgeschreven mt ervaring en verdriet., tal warin ik mee kan gaan

Vooral ook dank aan Eugene voor alle waardevolle fietstochten warmee hij ons naar de cappuccino leidde om aan een scherp gesprek te beginnen, met veel meningen en sociaal incorrecte praat,

Enspeciale dank aan  Boy voor alle taxiritten. die mij hebben geholpen meer lef en zelfvertrouwen te krijgen. Bij Boy in de taxi was ik geen gehandicapte, maar een man zoals ik nooit geweest ben, een man met ballen.naast een mooie man die toeterde naar mooie jonge meiden, en Sam & Dave: you don’tknow what you mean to me.

en vooral ook Lidwien die mij met geduld en precisie heeft begeleid bij het ontstaan van dit boekwerk en Elly die mij in mijn zorgelijke stemmingen weer helderheid bracht. k heb er van geleerd,  ik ben er door gegroeid

Ik heb altijd een boek willen schrijven, misschien is het mij dit keer gelukt.

Buiten schijnt de zon,er gebeurt niks.

 

 

Met dank aan het leven zelf, inclusief mijn brein dat ij de waarheid en wijsheid daarvan duidelik heeft gemaakt, en rationeel

Het boek is af:  ik ben completer dan ooit.Het experiment is geslaagd

 

Er zijn gênante herinneringen j, die ik geleerd heb te accepteren als waardevol dat kleine mannetje met die krullen en dat brilletje. Ik was een onnozele puber en een sociaal gehandicapte student. Een mislukking, dacht ik lange tijdig. Dankzij mijn begeleiding door Paul van NAH professionals, en Charlotte en dit schrijven heb ik deze kijk op mijzelf herzien., het is een eigenaardig verleden. Typisch Marinus, onder die krullen groeidein  het niet beperkte brein, de  creativiteitwaar   geen gedrogeerde geen hippie aan kon tippen: Golden years.

 

Golf

 

 

 

 

Als ik ooit ga golven wil ik

 

geen wagentje, hooguit een stick.

 

en balletje, geen grasgemaaide

 

heuvels met her en der

 

een dal

 

maar

 

een ongeplande plek

 

waar na de eerste slag mijn bal

 

verdwijnt in gras of zand of duin of riet

 

waarna ik even zoek, niet lang.

 

Ik wandel met mijn stick als stok,

 

maar liever nog een stok als stick.en goi dan dat balletje in ht wter om te zien of ht drijven kan.

 

 

 

Als ik ga golven ooit, doe ik

 

het toch maar liever niet.

 [heel oude eigen  tekst.

 

 

 

Als kunstenaar ben ik het nageslacht van mijn verleden, en de locomotief van de toekomst. Alleen wel klote dat ik niet gewoon naast Lief door de bossen kan wandelen, maar met Lief vrijen op de Ginkelse hei kan wel, en dat hadden voorheen nooit gedaan. In Doetinchem had je geen hei, en waren wij te schuchter.

Lief heeft een kleed bij zich een flesje witte wijn en wat lekkers. Daarna gaan we vrijen, niet bang om gezien te worden. Dan ben ik trots op ons en kom moeizaam met hulp van Lief overeind. Dat is de manier waarop wij de laatste jaren ons huwelijk vieren. Komende augustus is het weer zover. Het hoeveelste jaar weet ik niet. Zodra ik het weet vergeet ik het weer. Ik heb er zin in. Ik languit, Lief op mij, vliegers in de lucht  witte wijn blauwe hemel, mijn rode driewieler naast de schaapskooi.

Nu ben ik wat ik toen door omstandigheden niet was. Mijn leven nu is een herziening van het leven voorheen. niet gemankeerd, maar van koers veranderd.

kartonnen doos voor een dakloze.  Ondanks   wij ons tot een standvastig huwelijk ontwikkeld met zeer veel ervaring in diepgaan en barsten. Met het moeizaam en  balanceren op de rand van het mogelijke, Mijn CVA heeft ons huwelijk hevig overvraagd en de elasticiteit  ervan maximaal beproefd; elastiek is niet eindeloos rekbaar: het knarst, het piept, het scheurt. en vloekt.

Wij waren nooit goed in vloeken. Nu zijn we er goed in.

Liefde doet pijn en zuigt als een wesp bloed uit je lijf om pijnlijke jeuk achter te laten, zo. Krabben helpt niet, hooguit en beetje.

‘Zullen we dan toch maar uit elkaar gaan?’ hebben we af en toe gezegd. En dan? Dan aarzelen en omhelzen we, en denk ik aan de hei.  Vrijen is een belangrijk antwoord. Ook als het met 1 arm gebeurt of mooier, met drie. Want Lief heeft er twee.we hebben elkaar net als voorheen al een paar keer behoed van hete bed te callen.op een dag in klimmendaal hing ik in een bocht tussen de bedrand en mijn trolstoel, vergeten mijn rolstoelde stoel op de rem te zetten.Da is slapstick.:Weer een  mooi stuk nieuw verleden.

Tot hier, en nu verder, met toastjes en witte wijnv :Planken Wambuis of het wapen van Elst.of in de hei, naast die goed gevulde tas van Lief

Het monster van de stress en depressie, dat zich schuilhoudt in de kwabben en synapsen van het brein duikt af en toe schimmig op in onze geest: ‘zullen we?’

De zon schijnt, wij drinken koffie, ik sta onhandig op en val en daarbij mijn koffiemok kapot laat vallen Godverdomme, roept Lief als ik val Ik leef.nog , zeg ik.

Dat vind ik leuk om te zeggen.

Dat is essentie.

 

Lief geeft mij een nieuwe koffie. De zon schijnt. De buurvrouwen die geholpen hebben om mij weer overeind te komen worden bedankt, en de dag gaat verdere krant wappert uit mijn hand, en ik sta op om de krant te halen.Het nieuwe verleden zit al bijna vol.

we leven nog, zisdeen Sicco en ikwel eens tegen elkaar .

Sikko de dominee heeft in de kelder van zijn geheugen vast nog wel een schim en een schaduw van die woorden.In elk geval de herinnering daaraan. Want de grote woorden zelf hebben afgedaan voor hem. ,oor bezinning of door de  tragiek van zijn CVA en ,We hebben veel gemeenschappelijk. maar hij schildert beter, loopt beter en maakt nu en dan een sprongetjemt mij, ook een deel daarvan is inmiddels verdwenen.Soms probeerden wij samen een sprongetje, dat was ontspannen spannend l en daar gaat het om  Ook dat is een antwoord. Helaas is hij veel woorden kwijtgeraakt van de woorden die hij zou willen gebruiken.Maar een aantal belangrijke weet hij als ervaren pastor op het juiste moment op de juiste manier te zeggen.’’Aan het werk nu’’, en nu is het wel genoeg ‘’ zegt hij tegen mij, als ik verbaal weer eens oeverloos ben. Nu aan je werk. Hij stuurt me weg. Hij heeft gelijk. Ik ook:

Hij is een goede pastor; over verlossing door het bloed van christus praat hij niet dat siert hem.

Inmiddels heb ik een schitterend nageslacht. David Emma Sofie. Toen  David als  baby in  in mijn rechterarm lag, werd ik ’s morgens wakker, met een herinnering waarin ik in mijn eigen armen lag.

 

,

 

Ik weet niet of het een direct gevolg is van mijn CVA,

Maar meer dan mijn toekomst is mijn verleden veranderd.

Mijn verleden is steeds meer noodzakelijk gebleken om de  stroom informatie van de dag te ordenen en samenhang te verlenen.

Aan de hand van uiterst gedetailleerd teruggezochte herinneringen plaats ik mijzelf in de lengte van de tijd,

Zoiets.

Jakob, op weg om zijn broer te ontmoeten rust in de woestijn met een steen onder zijn hoofd In een visioen ziet hij een trap uit de hemel komen, en langs die trap

Dalen en klimmen engelen heen en weer in de tijd van bestaan,ik slaap met mijn hoofd op een steen, en lig vaak wakker. en man dacht dat hij vrij was

en een engel sloeg hem neer,

 

de man zei dat hij vrij was

en weer sloeg de engel hem neer,

 

maar de man zei opnieuw dat hij vrij was

en opnieuw sloeg de engel hem neer,

 

toen schreeuwde de man dat hij vrij was,

dat hij altijd vrij was, dat hij nooit iets anders dan vrij zou zijn

en de engel sloeg hem tot bloedens toe neer

 

en schaamte en vergeefse moeite woeien op

en verspreidden zich als stof

over de grijze aarde

 

en de man stamelde dat hij vrij was,

dat hij dacht dat hij vrij was

 

en de engel vloog weg.

 

1999

Dat is religie

Geloven in het reële bestaan van god hemel en engelen doet daarbij niet ter zake.

 

 

 

 

 

TYPISCH MARINUS

inleiding

 

In Deventer kreeg ik, huppelend op weg naar station Deventer een   herseninfarct dat

. : Op de scan oogt het als Rotterdam na het bombardement:  een slagveld van wit grijs en zwart., ,mijn  ziel dwaalde er rond als een kind op zoek naar een knuffel die hem troosten kon. Scherven.: zijnsverwarring. Dominoday.

Alles aan scherven, maar mijn naam is nog hetzelfde. Dat typeert wie ik ben, vanaf mijn geboorte ben ik Marinus dienaam is de ruggengraat van mijn ego, het brein van mijn zijn,mijn ziel en mijn zelf, zwaan kleef aan, zonder hoofdletters of trendy spiritueel gedoe,  typisch ik.Marinus.Het is mijn ontwikkeling in tijd en  plaats, en vooral mijn vader en moeder,:papa en mama  ontwikkeling, geschiedenis . ik bén niet, ik gebéur, zoals een boom gebeurt, het is aantoonbaar, maar je ziet het niet. Wij zijn ons brein. Nou en?

Wat bedoelt die man met ‘’zijn?

 

.Ik wentel mij in verleden en toekomst als een varken in de modder. Ik ben niet veranderd, de modder is anders en  . . Het gewende evenwicht tussen de externe en de interne werkelijkheid is verstoord emn hdrty varken is zich bewust van de slager- datis niet wat ik wil, dat is wat ís- de fdformulering van bewustzijn:

Ik zit op mijn stoelles Wijk zijn toch geen brein van Alva Noë, kijk ondertussen naar mijn schilderij dat groeit uit tijd, verf en toeval. Dat ben ik, typisch Marinus.

 

Fenomenologisch bestaat er maar éen werkelijkheid, maar dat geldt niet voor mij ,ik leef in een werkelijkheid die multicomplex  is, gelaagd als een gesamtkunstwerk Er zijn geen   scheidingen,  geen entiteiten, maar osmose:. Er zijn diverse woorden voor :’’Alles is osmose’’, de beek stroomt in de rivier. de rivier stroomt in zee. water in water.mijn favoriete woord voor dit verschijnsel.van De geest is ecologie De.géest is verklaarbaar maar niet te traceren.zoals was het een tumor, de geest zaait zich uit in het leven, om begrip te oogsten en liefde en kunst het is een ecosysteem en ik ben als kikkerdril. Ik zoek naar de geest in mijn zijn,mijn doen laten. Toeval tijd en verf. .  een de geestelijke activiteit die mij overeind houdt  gewekt door de provocerende slogan’’ Wij zijn ons brein, woorden die zich obsessief hebben vastgebeten in mijn brein.Ik wil mijn brein niet zijn. ik wil Marinus zijn. Mijn brein is kapot- Ik nietmijn hersenen hebben mij  Marinus gemaakt zoals een voetebal een een bal de voetballer maakt.

Een vis kan in een scanner,  de sloot niet en de vis bij de visboer is geen vis meer.Je kunt een koe niet slachten om te weten wat een koe is.Maar iemand met hersenletsel kan weet wat hersenletsel ís in de omgsang metd de werkelijkheid:ht is een probleem met het zijn in het zijnde. Twijfel onrust: brugklasser in het leven zijn, bewustzijn, getreiterd door de natuur van  mensen en dingen.

meer ervaring dan bewustzijn: de beleving van bevrediging en pijn.

 

dat

oogsten en liefde en kunst het is een ecosysteem  Ik zoek naar de geest in mijn zijn., . . een degeestellike activiteit die mij overeind houdtmijn gewekt door deprovocerendde slogan’’ Wij zijn ons brein, woorden die zich obsessief hebben vastgebeten in mijn brein.

Een vis kan in een scanner,  de sloot niet en de vis bij de visboer is geen vis meer.Je kunt een koe niet slachten om te weten wat een koe is.Maar emand mtd hersenletsel wet wt hersenletsel is in de omgsang mtd de werkelikheideenn probleem met h zijn. in ht zijnde. Twijfel onrustbrugklasser in ht leven zijnge gteiterd door de natuur van  mensen en dingen.

Alles beweegt: alles stroomt alles klotst golft rimpelt, alles verwart, het is geen vijver ,het is een moeras.   Ookhet brein  van  de schrijver is een vorm van alles in alles zijn stream of consciousness, een rivier als de Linge met zijn drassige oevers.en onvoorstelbare lengte. Zo ben ik

ik ben de kano of het vlot dat de rivier afzakt, met als enige eindbestemming dood zijn.en gecremeerd. Verdwenen zijn, afwezig, dood in het dode, materie.wit als ht kubusje van Ger van Elk. of ht Wit van ht zewarte vierkant van Malewitch

Melopee

Voor Gaston Burssens

 

Onder de maan schuift de lange rivier

Over de lange rivier schuift moede de maan

Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

 

Langs het hoogriet

langs de laagwei

schuift de kano naar zee

schuift met de schuivende maan de kano naar zee

Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man

Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

 

(Paul Van Ostaijen)

Ik ken de verte maar mis de kano.

Zélf ben ik die kano.

Maar wie is die man?

 

Wat cognitief hersenletsel was wist ik niet, veelal kwam het fysieke letsel aan bod in de communicatie en informatie van alledag de zichtbare handicap met krukken of  rolstoel , die van de praatprogramma’s neglect wordt mestal uitgelegd aan de hand van een half leeggegeeten bord. Dat jer panisch van worden kan heb ik nergens gelezen . Ook hetverschijnsel neglect heeft rexistentiele gevolgen. .Dat ik mank loop zie je, ik loop moeizaam en lelijk, en anderen zien dat ook. Dat iismijn zelfbeleving, Dat mijn ‘’zijn in het zijnde’’ verstoord is, zie je niet.hhsnd in hsangd lopen mt je lief iss geen nderdeel van de revalidatie. ,evenmin als ht overgooien vaneen bal mte je kleinzoon. In dit boek noem ik dat ‘’zijnsverwarring. Fysiek ben ik krakkemikkig. ‘existentieel leef ik in mijn brein als een kind verloren op de kermis. Daarover schrijf ik, met mijzelf als bronmateriaal.’’  De wereld van mijn brein, de wereld die ik ben.ht mijn breinn als trap.zo is dit boek bedoeld.

Er zijn veel boeken verschenen naar aanleiding van hersenletsel, ik heb daar veel van gelezen omdat het een intrigerend fenomeen is, maar nooit las ik wat voor mij van essentie was, de sociale werkelijkheid zlfbesef statusambitie en  seksualiteit dat wt een mens als ik meer maakt  dan een vettige massa met bulten en groeven. De anatomie van het brein is zeereen complex complex met twee hersenhelften, vier hersenkwabben en allemaal kleinere hersengebiedjes. Samen vormen ze  het grootste gedeelte van het brein en worden dan ook de ‘grote hersenen’ Verdeeld over de twee helften zittende frontaalkwab, de partietaalkwab, de temporaalkwab (slaapkwab) en de occipitaalkwab (achterhoofdskwab).ls ik niet meer ben dan dat  lief voor saltzou ik een film van Peter Jackson zoijn.veel boeken  gaanover plaatsen,tijden, therapieën, medicijnen, rouwverwerking, acceptatie, de anatomie van het brein.de controleerbare feiten met name die vanbekende mensen., met veel belangrijke getallen, medicijnen  en deskundigen.   Dat wat van belang  is omdat het mij behoedde dood te zijn op dit moment van schrijven;  Ik  heb veel ervaring opgedaan, van ambulance tot revalidatie en thuiskomst, maar de zekerheid ervan ben ik vergeten omdat ik niet goed weet wat zeker is als feit en wat slechts als vermoeden is of constructie . Mijn vrouw Lief weet meer dan ik, zij heeft een schriftje, daar staat alles inik heb ook zo’n schiftje ook daar staat van alles in, onleesbaar. Vaak verschillen wij van herinnering en beleving zoals wij verschillen in meer dan wij dachten.

De deur van mijn vertrek was de zelfde als die van mijn thuiskomst, dat leek zo.  nu weet ik beter.

Dat is geen filosofisch vraagstuk, dat is de aantasting van  mijn zijnswijze en zienswijze. Dat wat ik in dit boek mijn ‘’ziel’’ noem,  .mijn’’zijn in mijn zijnde,’’) geen hoofdletters, geen Heidegger) : het is is hoe de werkelijke wereld in mijn hersenen woont en andersom: Mijn hersenen als non-lineair dynamisch systeem, Ik woon in de werkelijkheid en omgekeerd.ik woon er zoals ik o Zo ook mijn huwelijk met Lief. Soms zitten wij, kijken elkaar aan en weten het niet meer . We drinken koffie kijken televisie. en in de taxibus  (vervoer op maat) verlaat ik haar en vloek en hunker, . die ik wereld noem blijkt een keuze. Ik ben

mijn brein, een, Altijd hinderlijk in dialoog met mijzelf:De stoep, de trap de sloot ,dood vrlede  en medemens. Alles wrikt ruist en rammelt er als de kinetica . . .van Tinguely.,  die knarsendeconstructie  in genoemd .Gek word ik ervan,. Dag en de nacht. lig ik wakker van mijzelf.

Ik ben niet gek maar te veel en en te overbewust. Existentieel losgeslagen wildgroei, Zevenblad, Japanse knoop, Lelietjes van dalen: Niet lelijk, maar onophoudelijk teveel. kanker van de geest. Mijn herinneringen, de heldere, die verhaal zijn gewordenen groeien in helderheiden  werken als ordening, als kunstwerk aan murenvan mijnego museum. Ik beklim er de trap, kijk rond en kennis en kijklust vallen er samen, alsi k weer buiten ben ga ik i nnerlijk verder met wat ik in die zalen beleefd heb.Die intese beleving van Who is afraid of red yellow and blue.

Niets in de wereld voldoet aan wieIn  dit boek ga ik op zoek naar die trap in dat museum iik ben een caleidoscopisch veelvoud van wie ik was  . ik ben een  loser, als een kind in een grootsteeds winkelcentrum, zo vaak zo kinderachtig de weg vragen en vragen  hoe laat het is. Niet verstaan worden en huilen, zelfs mijn leeftijd is niet stabiel meer. Het is als lopen op hoge hakken  over  gebarsten spiegelglas … Ik  ben gek op hoge hakken, maar niet zo. Als Lief mij op haar  hoge hakken in haar amen sluit ben ik geen loser, dan vindt mijn brein de nodige ruimte, en opwinding, dan hebben we gewonnen, mijn anatomie en mijn kijklust .Geen FMRI die dat registreren kan.

Mijn relatie met Lief is een bittergedeeld bewustzijn geworden. Ik weet nooit wie het is bij wie ik aan tafel zit.

De man die in 2005 als brein over straat ging, wie is hij nu? Wat te doen met dat verbrijzelde brein? Wat te doen met zijn leven? vaak is er geen ander antwoord dan godverdomme. Maar ‘’Typisch Marinus’’ is beter’’… Ik en mijn brein: Wij zijn onafscheidelijk onmiskenbaar Marinus, ik ben geen brein, maar een team, wij zijnizijn MarinusMarinus. .Mijn herseninfarct heeft mij geleerd wat existentialisme is, dat wat ik voor mijn CVA nooit  heb durven zijn.

Boeken over cognitief hersenletsel zijn er aldus mijn ervaring te weinig, niet de neuropsychologische kant ervan, de veroorzaker, maar de existentiële. Alleen Zwaluwziek van Anthony Mertens, sprak mij aan in de wijze waarop hij zich verhoudt tot het manuscript van Bernlef. Wat te doen, wie te zijn? ‘’Ónverklaarbaar bewoond’’ van Bert Keizer heb i meerdere keren gelezen en ik fiets.

Als het brein kapot is, wat valt er nog te willen, en te realiseren? . . alles van wie ik  ben is materie en sterfelijk, ook mijn ziel  Niet de betekenis van die  naam, maar de geschiedenis. Ik bén ziel, ik leef ermee en ik Ik ben als de schrijver die een boek schrijft waarin hij schrijver is ,het is de wereld van geestelijke osmose.tussen de regels van dit boek besta ik als ziel en overstijg ik mijn brein  Ziel is wat ik ben en wat ik doe,   in seculiere zin,’’ziel’’ is een prachtig woord. En ni Waar ik woon in mijn brein weet ik niet ,maar waar de boom woont in de boom weet ik ook niet. Dat is een onderzoek .waarmee ik in 2006 dwangmatig mee begonnen ben door dagelijks te werken aan een portret van dat brein : Met mijn brein schreef ik mijn brein: een seismografisch zelfportret, zoals je foto’s maakt op je vakantie, niet alles leg je vast., de ranzie geur van fis hand chips leg jeniet vast op foto.t is bvet heet en de nasmaak is niet weg te poetsen.

Brein schrijft brein., dat typeert de gelaagdheid van mijn ziel en dit boek  .Dat wat niet te scannen is omdat het alleen waarneembaar is door te vrijen met Lief en daar wil ik geen scanner bij, mijn brein is al voyeur genoeg.

Ik  beschríjf mijn brein niet., in deze tekst bén ik mijn brein,

Dit boek is een tekst geworden brein: hoe en wíe ik ben, niet waaróm of waardóor?.  niet als theoretisch vraagstuk, maar als en tekort schietend leven, een dagelijks mislukkend leven, met  groeiende faalangst waarin ik mijzelf verlies.

Dit schreef ik niet omdat ik mij zelf belangrijk voor de lezer achtik ben geen bekende nederlanderof beedigd wetenschapper Ik schreef dit maar vanwege dat brein, dat gekend wil worden als van gedeeld belang, het samengaan van lezer en schrijver, zijn in het zijnde, dat wat ons tot mens en medemens maakten de wereld bewoont onze ziel, ieder brein is een’’ queeste zonder heilige graal of esoterie, ik beperk mij tot mijn DNA, mijn stoffelijke chemie.,en mijn maatschappelijke chemie. Zelf doe ik niet ter zake voor de lezer :Wie en wat Marinus is zal de lezer een worst  zijn. Wij kennen elkaar niet, het is geen biografie, het is brein, míjn brein, vergelijkbaar met dat van anderen, neem ik aan. De veleneen gedeeld brein..  Ik leg niet uit, dat is mijn vakgebied niet, ik heb het, maar kan het niet verklaren. Ik ben kunstenaar met hersenletsel, en docent tekenen .,ook in deze tekst. Mogelijke antwoorden gaan schuil in deze tekst zoals de geest zich schuilhoudt in het brein. Vandaar de disbalans tussen informatie associatie en metafoor .

Ik schrijf als beeldend kunstenaar en docent, zoals ik docent was, niet als wetenschapper: Ik bied aan: Ik zet een deur open het is aan de deskundige en nieuwsgierige om er binnen te gaan en iets te begrijpen.

.  .en misschien komt de lezer zichzelf ook tegen in dit schrijven. brein leest brein.

 

In2005 kreeg ik mijn herseninfarct,20-11 2005.Nu is het 2019 .19 september.

Kort na mijn thuiskomst uit revalidatiecentrum Klimmendaal begon de verwarring, de ontheemding. Ik begon ik te schrijven onder de titel’’ De Driemetermus’, nadat ik die gezien had op de Westervoortse dijk, Er was iets mis met mijn waarneming, met mij dus ook. Alleen dat wat Marinus heette bleef het zelfde, ik wás mijn naam weet ik nu ,de naam die mijn ziel is, mijn ziel en mijn , zelfde naam die bijeenhoudt wat anders uiteenvalt. onscheidbaar verweven is met de naam Marinus,

De gevolgen van mijn beroerte  noem ik ‘’zijnsverwarring. tegelijkertijd vanhier en dar, nu entoen persoonlijke werkelijkheden: De verandering van mijn verleden en dus ook mijn toekomst.  Steeds vaker word ik de puber die ik was rond 1970, niet als gevoel maar als existentieel bewustzijn. Alsof ik een avatar ben  van toen .

Wat mij rest is de tegenwoordige tijd die ongeordend ecologisch alle tijden bevat. Wat morgen gebeurt, is nu al herinnering , kloktijd en kalendertijd zeggen mij niets.

Het zijn memory’s that happen: Ik ben 66; een puber met een midlifecrisis :Ik ben mijn zelf de baas niet meer, ,’’zelf’’ met een kleine letter, . hersenletsel creëert . h   werelden  in werelden

oeverloos.

Aan de oevers van de tijd
keek ik om me heen
ik wachtte aan de kant
aan de oevers van de tijd
en alles ging voorbij
verloor zijn naam
en spoelde aan

aan de oevers van de tijd
hing ik maar wat rond
in het zachte dode licht
van de vreemde grijze zon
Zocht ik naar die ene dag
Naar een juli in een zomer
In een jaar

Kijk
Iemand zwaait en roept
En blauw staat je zo goed
Er gaat een telefoon
Je boek ligt in de tuin
‘t is zo te zien nog vroeg
Misschien een uur of twee

En daar
Daar bij de auto staan
Josefien en mike
Haar bruine citroën
Je doet iets met je haar
We gaan zo te zien nog weg
Misschien al zometeen

Aan de oevers van de tijd
Hing ik maar wat rond
Tijd was vreemd was ik
En ergens tussen alle troep
Van toen en toen en toen en toen
Zingen stemmen in een zomer
In een jaar

Kijk
Iemand zwaait en roept
En blauw staat je zo goed
Er gaat een telefoon
Een boek ligt in de tuin
‘t is zo te zien nog vroeg
Misschien een uur of twee

En daar
Daar bij de auto staan
Josefien en mike
Haar bruine citroën
Je doet iets met je haar
We gaan zo te zien nog weg
Misschien al zo meteen

  1. Aan de oevers van de tijd

 (Spinvis zanger van gefragmenteerde werelden, zoals die waarin ik verdwaald ben geraakt.

.

. i Ik en mijn brein,  wij houden elkaar moeizaam overeind en  wij heten Marinus, typisch Marinus, zeeman op zoek naar de ziel van zijn hersenletsel.,niet de haven, maar de wind .

Ik schrijf.. niet chronologisch, niet wetenschappelijk. maar het is geen  nslagwerk

Geen dagboek , logboekNaast monument voor de ziel is dit een loflied op de liefde.

Hersenletsel is chronisch ongeluk, dit is geen aardig boek, geen feel good-story, geen troost, geen exhibitionistisch lijdensverhaal, het is passie en liefde voor wat mij omringt.In vechten vrijen bloeden en zweten. This my life

 Dit is een loflied op leven en liefde, dankzij mijn brein.

 

Alles wat denkbaar is fladdert en flitst.

Geen la om het in op te slaan

laat staan sorteren. Wij zoeken

toevlucht in wat al gevangen,

gedresseerd: boek, film, toneel,

elk getemd deel van fladderend

flitsgeheel.

Judith Herzberg

—————————–

uit: ‘Staalkaart’, 2001.

 

 

 

(Installatie the art of living  in art.)

 

 

 

BOEK 1

CLOSE ENCOUNTER

Scooter kots en pinhakken

Het is 2005. Op vrijdag 14 oktober fiets ik het schoolplein af. De herfstvakantie begint. Ton Milner, de conciërge veegt het plein. Ik wens hem goede vakantie,’jij ook, zegt hij en pas goed op jezelf’’.Dit herinner ik mij niet, dit heb ik van horen zeggen.

Manchester herinner ik mij wel, die stad beschouw ik als proloog. Herinnering zoekt een podium om de rol van werkelijkheid te spelen.

Margriet was voor haar opleiding coassistent aan het Royal Manchester Children’s Hospital. 

Op school kreeg ik geschiedenis .Maar geen historisch inzicht. Marx Engels Manchester Marinus. In Manchester werd alles duidelijk, daar besefte ik wat geschiedenis is. Wij bleven een weekend en we bezochten de door Margriet gehate Prerafaelieten in het museum. We ondergingen een zeer ouderwetse met een scooter gepimpte Romeo en Juliette. Er werd nog lachwekkend op het podium gestorven maar sterven doe je in stilte, niet op een podium.

Hardop lachen deed niemand.

In Manchester kwam ik mijn leven tegen.

In Deventer begon het opnieuw mijn leven te worden.

Na de miserabele Shakespeare voorstelling stonden we in de kou op een bus te wachten. Het regende mooie vertekeningen op de stoep. Tegenover ons liep een discotheek leeg, of een bar, schaars geklede hoerige tieners, of net iets ouder, komen naar buiten strompelen op veel te hoge hakken in veel te korte rokken, een geil maar ook wel een beetje sneu gezicht. Ze houden elkaar vast op weg naar de bushalte links, over  een vieze glanzende natte stoep, bekleed met kleffe gore dingen. Ook in ons bushokje ligt iets dat op kots lijkt, Ze weten nog net  de haastige bus binnen te pinhakken, vriendjes duwen hen de bus in met overal handen want dat is het leuke van een bus die haast heeft. En ook dat is een vorm van jaloezie.

Onze bus komt even later,

Dit is uitgaan zoals ik nooit gedaan heb, maar koud in de regen heb ik vaak genoeg gestaan na ouderavonden op school, bijvoorbeeld.

Ooit was ik mentor van de feestcommissie en moest meehelpen om een feest beschaafd te laten verlopen; er werd niet gezopen, tenzij stiekem,in lege klaslokalen geile meisjes waren er wel, maar daar had niemand last van, ook ik niet, Dansen deed ik niet. Ik stond bij de ingang orde te houden, samen met een dikke getatoeëerde uitsmijter, die sociaal uiterst incorrect was.

Steeds opnieuw besef ik dat er veel onherstelbaar voorbij is gegaan, zoals zoveel.

Daar op dat moment had zich in de bloederige krochten van mijn bloedsomloop al een bloedpropje gevormd dat wachtte om weg te schieten, verbeeld ik mij.

Mijn herseninfarct kreeg ik thuis of in Deventer. Niet in Manchester.

Volgens Lief heb ik grijs haar, zelf vind ik dat mijn haar zwart is zoals ooit. Ik vind mijzelf charmanter dan Lief mij vindt. Er moet daar al een propje  verscholen  hebben gezeten of gelegen, dat later via mijn slagader weg is geschoten  om mijn rechterhersenhelft te vernielen.    Het Berninimysterie was bijna het laatste boek dat ik voor mijn  mogelijke dood gelezen heb. Een aantal weken daarvoor liep ik meteen groep bovenbouwers in Rome, toen moet dat propje er ook al zijn geweest. Ddoodgaan kan overal. Wat ik wist heb ik nu ervaren  Dit is het epicentrum van alles wat nog altijd aan het gebeuren is, net als ik; ik ben nog steeds wat toen gebeurde. Geworteld in geschiedenis, ik leef heen en terug in de tijd.

 Zijn in het zijnde, ik ben mijn brein en dat is kapot, en dat gaat nooit meer over.

Donderdagmorgen 20 oktober (Ik schrijf dit exact elf jaar nadien.) ga ik met de trein naar Deventer voor een bezoek aan mijn moeder. Ze is oud, ze heeft een rollator, een stok en een rolstoel. Ik nog niet.

Donderdag is mijn vaste bezoekdag.

Ik ga haar vertellen over ons weekend in Manchester en bedenk hoe ik dat doen zal, zodat ze mijn enthousiasme begrijpen zal.

Haar idee van mooi en gezellig is anders dan het mijne. Manchester is niet mooi, Manchester is gaaf. Indrukwekkend. Een stad die vragen stelt. Die vraagt om een film vanMike Leigh, of Ken Loach.Een gids met antwoorden kun je online downloaden, dat is jammer, in een stad als Manchester moet je kijken alsof niemand het eerder gezien heeft.

In Deventer loop ik met mijn moeder door een winkelcentrumpje, Keizerslanden, we pinnen geld bij een automaat waar ze zelf niet bij kan vanuit haar rolstoel. Mijn moeder is oud en moe, en ik voel mij treurig door haar toenemende beperkingen. Ze kan niet bij de automaat vanuit haar rolstoel.

In een rolstoel gaan winkelen is een frustrerende onderneming. Albert Hein en Kruitvat hebben hinderlijke nutteloze drempels. Wat geldt voor talloze drempels her en der.

Daarna gaan we naar de Blokker voor een grote kaars, want kerstmis nadert. Het geluid hangt al in de lucht, het kindje Jezus jammert al een beetje om moeders borst. Tot slot kopen we lekkerbekjes bij een  viskraam, waarvan de lucht door heel het centrum walmt.

Een jongen met vreemde motoriek en verstandelijke handicap komt de visboerin een pen vragen, zij zegt nee: “Als je hem geeft wat hij vraagt blijft hij komen’’. De vragende jongen is niet helemaal normaal qua hoofd en motoriek, ach, wie is er wel normaal? Even later zit hij naast de kinderen die op het binnenpleintje zitten om spulletjes te verkopen, de jongen wil wil ook wat verkopen, de pen zal wel voor het prijskaartje bedoeld zijn. Bij mijn moeder thuis eet  ik brood met vis; lekker en gezellig. Mijn moeder geniet er van, van mij en de vis. Over Manchester hebben wij het niet, en of ik nog een boterham wil en melk? Ik vrees voor het tafelkleed onder mijn bord, maar ik knoei niet. Bij de bloemist heeft ze zichzelf getrakteerd op een orchidee, die een mooie plek op de vensterbank krijgt, je kunt ze in de winter overhouden, je moet ze op een donkere plek zetten; het is Jansje gelukt tenminste. Jansje is mijn oudste zus. Toen leefde ze nog met al haar wil en vitaliteit tegen de klippen van haar tumor op. Ze was zwaar ziek, maar geen slachtoffer van haar ziekte; Ik ben dan  nog normaal, niks aan de hand, De vijand is onzichtbaar. Ik neem afscheid van mijn moeder. Ze tuit haar lippen en duwt ze tegen de mijne. Doe je de groeten aan Rita. Dit is ongeweten het voorland van mijn leven nu.

Ja mam, natuurlijk. Ze wuift mij na vanaf haar balkon. Voorbij de rotonde op weg naar het station zing ik: et éen been op de stoep, met éen been in de goot, en als ik dat niet doe, dan ga ik morgen dood. Ik weet niet waarom? Ik doe wat ik zing. Maar waarschijnlijk was dat andersom. Stoepranden vragen om een dergelijke huppel en een dergelijke huppel vraagt om zo’n liedje, veel gedrag heeft een causaal gevolg, huppelend ben ik 7 jaar, lopend ben ik 50 jaar. Niets zo veranderlijk als je persoonlijkheid. Halverwege de Diepenveenseweg sta ik stil en bedenk waar alle oplichtende deeltjes die opstijgen vanaf de stoep in het hete zonlicht, naar toe zweven. Er dringt zich een  beeld aan mij op van  een grote stofzuiger : een UFO (type Close encounter van Steven Spielberg )  die als een stofzuiger stofjes , schilfers en korreltjes opzuigt  om van  het DNA daarin nieuwe mensen te maken. Uit stof tot stof. Het lijkt niet op een UFO, het is geen waan het ís een UFO.  Dan hangen er kleine pinkelsterretjes voor en rondom mijn hoofd, ontelbaar veel, alsof ik lange tijd ondersteboven heb gestaan of gehangen, zoals in Emmen aan de rekstok.(10 jaar was ik toen.)er hangt ,mist, dikke mis. en in het midden ervan verschijnen drie 3 grote schijnsels, alsof er 3 koplampen op mij af komen. De lampen duiken op uit een plotselinge mist . Nu ik dit noteer, valt mij op hoe hoog het Hollywoodgehalte van die ervaring is. Science fiction en horror, ik denk niet dat dit alles iets betekent.

Hollywood dicteert niet alleen wáar wij naar kijken maar vooral wat wij zíen als wij kijken.

, Ik heb het heet. Ik beluister opnieuw Illusion, Coma, Pimp & Circumstance

Who’s pimping who ? Ik wil theater. en weet wat en hoe.Theater is een overlevingstrategie aks je leven drama is.

Bach  Prince en Bach. Ik krijg een idee voor een voorstelling op basis van Assepoester :  Prince en Bach . Keer op keer herstart ik het nummer om de tekst te verstaan.’’ Who’s pimpimg who?’’ De cellosuites van Bach doen het goed in gezelschap van popmuziek heb ik ontdekt, als het maar goed hard is: Bach en Arctic Monkeys. Het landschap scheurt voorbij in scherp contrasterende repen groen, ingekaderd door het raam. De spiegeling van de tl-buizen in het glas versterken de hitte en pijn in mijn hoofd. Prince irriteert mij; het is teveel, ik wil geen muziek. Ik wil mijn hoofd tegen het koude raam ,maar het raam is niet koud genoeg om koud te blijven ,en  om mijn hoofd te verkoelen beweeg ik mijn hoofd langs het glas op zoek naar de koudste plek; ik weet dat ik een bizarre indruk maak. Er zitten twee mannen schuin tegenover mij. Erger is dat het niet helpt. Bij de eerste stap naar buiten op het smerige perron van Arnhem stampt er pijn door mijn hoofd.

Er is iets, maar wat?

Ik ga  met de bus naar huis,. De bus ervaar ik als een bus in Sinterklaastijd, te veel plastic tassen, de bus zweet, net als ik. Samen doen we pijn en staan we elkaar in de weg, gedeelde hoofdpijn. Ik barst van groeiende hoofdpijn. Koppijn. De ramen zijn beslagen. Omdat Lief en ik vrij recent het keukenplafond hebben gewit, wijt ik het daaraan. ik maak mij onzichtbaar om een gesprek met ons buurmeisje, of onze buurvrouw te voorkomen. Ze dragen plastic tassen en herkennen mij. Volgens Lief en Margriet kookte ik en waste ik nog af toen ik weer thuis was.

Wat een herseninfarct was wist ik toen niet. Dat was voor vrouwen, die keken naar dat soort programma´s.

Migraine kende ik: Rita had er ooit last van gehad.

Ik maakte spaghetti, herinner ik mij.

De voorgesneden gevarieerde groente uit de plastic zak zag er stug uit, de brokstukken prei waren grijsgroen en hard. Ik had er niet aan moeten beginnen. Koken met stugge prei is gedoemd te mislukken, maar ik had hoofdpijn en haast.

. Het smaakte minder goed dan ik gehoopt had. Dat kwam door die inferieure groentevan Albert Hein, of door mijn hoofdpijn.

Margriet is net terug uit Manchester en eet die avond mee. Na de afwas praten we over voetbal. Dnjepr Dnjepropetrovsk – AZ Alkmaar.

Het keukenplafond is prachtig wit, dat had ik nog voor het weekend Manchester boven mijn hoofd geschilderd op de keukentrap. vandaar die hoofdpijn, denk ik. De voorbeschouwing, duurt veel te lang, dat is voetbalmannen eigen, die zijn autist allemaal of hebben lijstjes. Het groene veld is al enige tijd in beeld, laat die klootzak zijn bek houden, denk ik.

Margriet zit languit op de bank, ik zit recht voor de tv met mijn hoofd tegen de bruine, leren leuning die korte tijd koel is.

Wat is er toch, vraagt Lief, moet je paracetamol? Neem er meteen maar twee. Ze heeft gelijk. Er ís wat.twée paracetamol. Dat klinkt ernstig.

Ik kan mij niet voorstellen dat paracetamol zal helpen, daar is het te erg voor.

Lief bewaart in de koelkast een paar zetpillen voor het geval ze een migraine aanval krijgt, zoals ooit. Dat lijkt mij beter.

 

Er is iets mis. De camerabeelden verwarren mij: uit de ene tv is een tweede ontstaan, voetballers rennen van de ene tv naar de andere, door de marmeren zijwand van de schoorsteenmantel heen. De onmogelijkheid ervan dringt niet tot mij door, verbazing en verwondering wel: Is dit nieuw?, hoe doen ze dit?

Ik duw mijn pijnlijke nek zo stevig mogelijk tegen de stoelleuning. Is dit migraine, of heb ik te lang op de keukentrap gestaan om het plafond te schonen, te schuren en te lakken?

Er lopen geen spelers op het veld maar sterretjes en stippen. Margriet zit rechts van mij op de bank, de televisie staat rechts schuin tegenover mij op de plek waar ooit de kachel stond, de andere tv staat links tegenover mij. Dat we maar 1 tv hebben, dringt niet tot mij door. Pas op weg naar boven besef ik dat er iets bijzonders gaande is. Het is bijzonder dat ze devtussen de schuifdeuren zie ik op de linker tv,zie ik  PSV nogal chaotisch kans na kans voorbij laten gaan. Omdat ik alleen bewegingen zie, geef ik het op.

Het is verbazingwekkend hoe snel mijn CVA invloed had op mijn waarneming, Dat was mijn eerste grote zintuiglijke ontsporing. Het druilerige kruispunt kwam later, net als de Driemetermus en het schaap in de vangrail.

 

Kijken is zinloos, dus ga ik vlak voor de pauze de kamer uit.tyssen de schuifdeuren blijf ik staan. Lief staat op

Wat doe je?

Ik red het niet meer, ik ga naar bed.

Ik loop wel even mee.

Lief gaat mee. Ik leun tegen de deurpost van de schuifdeuren.

Als je me nodig hebt, roep mij dan maar, zegt Margriet.

Het bed is koel, de lakens op het bed voelen en ogen als pijnlijk wit papier.

De paracetamol lijkt te werken, ik lees wat in het Berninimysterie en fantaseer zelf ook zoiets: kunst, geschiedenis en een complot met een rol voor de Paus.

Iets over Michel Angelo en de ondergang van Ede. Ik sla op hol in in fantasy, Aliens. (!). Dan Brown wordt Spielberg. De horror begint: close encounter.

Als ik naar de wc moet, probeer ik rechtsonder mijn bed uit te komen, maar het lukt niet; dat ik gewoon opzij het bed uit kan, komt niet op in mijn hoofd. Ik wil naar rechts en links kan mij niet helpen.

 Ik heb beelden in mijn hoofd van toiletten. Rijtjestoiletten zoals in groepsaccommodaties, witte hokken met blauwe deuren en troep op de vloer: toiletpapier, modderige voetafdrukken, water, brugklaskamp. Campingtoiletten, spinrag en nog slechts éen velletje leeg papier. Ik moet heel erg pissen en ben bang dat in bed te doen

‘’Ik kan er niet uit’’, zeg ik tegen Lief, die bij het voeten einde staat, ze houdt mij in de gaten, zij weet meer dan ik.

Ze reageert niet op mijn klagen dat ik mijn bed niet uit kan om naar de wc te gaan

Ze roept Margriet erbij. Margriet belt 112.

TOCH NIET IN EDE?

 

 

toch niet in ede?

 

Het ambulancepersoneel kan mij in deze omstandigheden niet veilig de trap af dragen, dus komt de brandweer om mij met een hoogwerker via het badkamerraam, iksta op de brancard met mijn hoofd naar de douche en hoor het ritselen van de lamellen. Ik word met de hoogwerker naar de ambulance gelift. Er staat een rij mensen voor de ambulance. Er schijnt spookachtig licht. Halverwege ritsel ik door een lange tak van onze dennenboom. Naast mij staat een verpleegkundige, die mij kalmerend toespreekt De dennenboom is er niet meer, de rest meen ik mij te herinneren. Het is een mooie ambulance, overal zijn glimmende dingen om aan te raken.daar is een speciale naam voor vertelt Margriet mij. Zij weet dat, zij heeft darvoor gestudeerd.

Iemand vertelt mij wat er tot aan dat moment te vertellen is, het woord herseninfarct herinner ik mij niet, de afkorting CVA kende ik nog niet.

We gaan naar de Gelderse Vallei, ziekenhuis in Ede, ik lig op een brancard, hoog boven de grond, tussen grijze pilaren die er niet echt hebben gestaan en dus projectie waren. Het mistte en miezerde een beetje. en , er ontsnapten wolkjes condens aan Margriets mond en die van Karen die bij een andere pilaar haar hoofd in haar sjaal verstopt. We passeren een balie en rijden een lange gang door.

 

Dit is nog maar het eerste ziekenhuis op de weg naar mijn revalidatie, .

Het waren drie zuilen. (Ik was eerder in het ziekenhuis geweest en op grond van die indrukken heb ik er drie zuilen laten ontstaan ) . Na mijn CVA bleken het er twee te zijn en geen draaideur uiteraard. Ook werd ik niet door de hoofdingang het ziekenhuis binnengereden. En ook die balie is projectie, opgeroepen door het woord ziekenhuis en eerdere bezoeken.

 

Als de brandweer het badkamerraam verwijdert- om mij met een hoogwerker naar de ambulance te kunnen vervoeren, vraagt Lief: Jullie zetten dat toch wel weer terug.

Ze blijft koel, handelt snel, en daarom ben ik nog in leven, als het aan mij had gelegen was ik nu dood geweest

Wat dat inhoudt beseffen we pas heel veel later. Veel is verdwenen, maar het trauma is gebleven.

Sirenes van ambulance of politie, roepen tranen en weemoed op. Daarvóór was alles anders.

 

In Ede vraagt Margriet: Waar ben je terecht gekomen? Weet je dat?

‘’Toch niet in Ede’’, schijn ik gezegd te hebben. Ik heb een grondige hekel aan Ede, altijd gehad.

 

Ik kom terecht op een strijkplank. Aan het voeteneind staan twee ziekenbroeders in vale stofjassen. Het schemert, er is niet meer dan wat stoffig licht.

Op mijn buik ligt een steen. ‘’ Is die die van jullie?”, vraag ik aan de broeders. Die zeggen niets, het is schemerdonker. Ze zeggen niets. Het doet denken aan televisie en bouwvakkers met cement.

       

Het spookt er

Waarom ben ik hier, en wat doet die steen op mijn buik?

Geen reactie, niemand vertelt mij wat. Er is een ding achter mijn hoofd en er is een deur aan mijn rechterkant. Daarvandaan komt geluid: stemmen, stappen, fluisteren. De deur staat open op een kier. Er wordt bewogen. Een rommelige choreografie. Ze lopen door elkaar, ze lopen nerveuze rondjes, ze overleggen zo te zien. Ze lopen heen en weer terug naar de deur. Er zijn ook witte jassen bij. Niemand zegt wat tegen mij, of ik versta niet wat ze zeggen.

Daarom pak ik de steen op om die naar de broeders te gooien. De steen zit vast aan mij en ik besef dat het mijn hand is. Het voelt als een pak suiker. Heel even gaat het licht aan, ik krijg een kommetje vla, dat net zo geel is als de wanden van het kamertje, hetzelfde soort kommetje hebben wij thuis ook. Het is een wit kommetje.

Achter de openkierende deur zie ik nog steeds mensen bewegen. Ze fluisteren. Het gaat over mij, denk ik, vermoed ik. Lief is er ook bij, zie ik, waarom is ze niet hier bij mij?

Er is een verpleegkundige bij ,ik zie een  witte jas, ze zegt iets en brengt mij een kommetje vla, zo’n kommetje hebben wij ook. Ik zie bekenden. Lief zie ik ook, ik herken haar, ook wordt er gepraat, zachtjes, over mij natuurlijk. Ze lopen rondjes als heksen  in een heksenritueel. Ik  kanze niet verstaan dat maakt het angstig.

 

Ik kots de vla uit.

Sorry, zeg ik, het is gênant

Kotsen is altijd gênant.

Er wordt wat gezegd, ik heb het te druk om te horen wat er gezegd wordt.

.

Dan word ik met strijkplank en al in een tunnel met lichtjes ingeschoven. Ze brengen mij weg op een bed door een gang met pijnlijk licht. Het kan ook een brancard zijn geweest, een bed is breder, Lief vertelt mij dat er iets heel ergs met mij aan de hand is, maar dat het wel goed zal komen. Ik kom op de IC, een klein zaaltje waar horrorachtig oranjegroen licht va

nuit een geopende deur naar buiten komt, ik ben bang voor aliens, hier zijn ze echt. Het sluit aan bij de fantasie die ik thuis in bed had afgerond, iets over aliens en de vernietiging van Ede: Close encounter. Links naast mij ligt een Molukse man, dat ik dat zo onthouden heb, zegt niets over die man. Aan zijn hoofdeinde staat een agent, die met hem praat over een verdwenen bromfiets en een schuur. Ik associeer het beeld van de brommer en de schuur met de schuur in Doetinchem waarachter Lief en ik stonden te vrijen, haar hand in mijn kruis en de vieze zakdoek daarna. Het herinnerde beeld in mijn hoofd berust op een waargebeurde werkelijkheden

 

de volgende dag

een gele dag

 

[zaterdag 22 oktober. Ede]

 

Ik herinner mij niets van deze dag. Het is een gele dag, waarom weet ik niet. Dagen hebben kleuren. Ede herinner ik mij als geel, het UMC als grijs en blauw, vooral de zondagen en met uitzondering van het prachtig lichte privacy gordijn: Ede is geel.

Ik lig in een grote ziekenzaal. Lief legt uit wat er aan de hand is en wat er allemaal gebeurd is. Ik word nauwgezet verzorgd en in de gaten gehouden. Slangen, dokters, Verpleegkundigen en formulieren. Mijn toestand wordt kritiek. Mijn rechter hersenhelft begint gevaarlijk te zwellen. Oedeem. Om te voorkomen dat de zwelling fataal zal zijn, moet er ruimte gecreëerd worden en daarom word ik zo snel mogelijk per ambulance naar het UMC gereden. Lief zit naast de chauffeur,” Normaal zou ik een praatje met u maken’’, zegt hij, “ maar nu moet ik zorgen dat we veilig en op tijd in Utrecht komen.” Ze scheuren met gillende sirene andere auto’s voorbij. Verkeersborden, weilanden, koeien. Andere auto’s gaan meteen opzij als de ambulance er aan komt.

De herinnering die ik van horen zeggen heb, vult zich aan met filmbeelden.

Karen en Nout volgen de ambulance.

Het zwaard van damocles:

 

UMC: Er moet snel gehandeld worden. Maar eerst moet er gekozen worden.

Artsen leggen Lief de mogelijkheden uit:

Ik moet geopereerd of met medicijnen behandeld worden. de vraag is wt snellr gaat, opererenof nmedicijnen, en hoe langer hrt duurt hoe groter de schadeopereren als methode is was nog in onderzoek.

Om in aanmerking te komen voor de optie opereren moest er toestemming gegeven worden om mee te doen aan een onderzoek. Nog steeds begrijp ik dit niet. Wat was er gebeurd als er verkeerd gekozen werd en ik in plaats van een operatie met medicijnen behandeld zou worden?

 

De operatieve ingreep maakte deel uit van een wetenschappelijk onderzoek.

Operatie, medicijnen of niks waren de opties. De operatie viel binnen een onderzoek naar de resultaten. Lief moet kiezen.

ZWEETKAMERTJE

 

Het kamertje waar de keus gemaakt wordt, wordt achteraf aangeduid als zweetkamertje, de spanning is er te snijden. Karen, Margriet en Lief overwegen alle kansen en mogelijkheden, Nout onttrekt zich aan de keuze omdat hij die verantwoordelijkheid niet dragen wil en kan.

 

Het onderzoek zal moeten uitwijzen welke handelswijze het beste resultaat zal opleveren. Het onderzoek heet: HA.M.LET. , waarmee niet verwezen wordt naar Shakespeare’s Zijn of niet zijn, hoewel achteraf door mij wel als zodanig beleefd. Het betekent niets existentieels. Het is een ingewikkelde afkorting voor een wetenschappelijk onderzoek, meer niet, (Hemicraniectomy after MCA infarction with life-threatening EdemaTrial). De horror van de keuze; dat maakt het wel degelijk existentieel.

De vraag was vooral: Hóe te zijn? Wat rest mij? Wat rest ons? en zal de gekozen ingreep op tijd zijn? Welke van de twee ingrepen werkt het snelst?

De arts maakt nadrukkelijk duidelijk, dat wat de keuze ook oplevert, hij verantwoordelijk blijft voor mijn leven, waarmee hij Lief geruststelt. Ik weet van niks en nu ik het weet, begrijp ik het nog niet.

 

Overleven zal ik, maar in welke kwaliteit moet blijken.

Hoe groot zal mijn handicap zijn?

Als ze niet opereren, zetten wij hem in de auto en scheur ik met hem naar België, daar opereren ze wél, zegt Nout.

Verstandig is dat niet, maar wel ontroerend. Zo is hij: actie. Maar Nout, zei Lief, zo zijn wij niet.onze kinderen en kleinkinderen zijn prachtig anders dan wij.

 

Er is een meta-analyse verricht van uitkomsten van patiënten jonger dan 60 jaar, die binnen 48 uur werden geïncludeerd. Er werden gegevens van 109 patiënten in de analyse opgenomen. 58 patiënten werden geopereerd en 51 conservatief behandeld. Na een jaar waren 36 patiënten (71%) overleden na de conservatieve en 12 (21%) na operatieve behandeling. Chirurgische decompressie bij ruimte innemend herseninfarct februari 2010 om 15:22 · Filed under Oorzaak & Gevolg

 

  1. Hofmeijer, J. van Gijn, L.J. Kappelle, H.B. van der Worp, G.J. Amelink en A. Algra

 

Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:2594-6

 

Random overleven

Lieve papa,

’Ik hoop dat ik het je goed kan uitleggen:Je lag eerst in Ede na je beroerte. Door de grootte van de beroerte zijn je hersenen gaan zwellen en was er geen plek in je schedel om daar voldoende ruimte aan te geven. Dat geeft klachten als je het niet behandelt en kan leiden tot de dood. Omdat je zo jong was en voorheen zo gezond, wilden ze alles op alles zetten om je te redd en. Daarom ben je met de ambulance naar het UMC gereden. Er was toen een nieuwe behandeling waarbij ze je schedel openleggen door de neurochirurg met het idee de druk te ontlasten. Echter die operatie was nieuw en experimenteel, dat wil zeggen dat ze niet wisten of de operatie werkte en wat de lange termijn gevolgen zijn ten opzichte van de standaardbehandeling met medicijnen. Die operatie werd daarom alleen uitgevoerd binnen het kader van wetenschappelijk onderzoek en daarbuiten helemaal niet. Dus: ze wilden mensen vergelijken met net zo’n grote beroerte en oede als jij ,die of een operatie kregen of medicijnen kregen.voor goed wetenschappelijk onderzoek moet dat random toegewezen worden. Dus evenveel patiënten de operatie en evenveel patiënten de medicijnen. Omdat we jou de kans wilden geven, hebben we meegedaan aan het onderzoek. Als we dat niet hadden gedaan had je sowieso geen operatie gekregen en was de kans groot dat je zou overlijden. Door deel te nemen aan het onderzoek had je 50% kans om die operatie te krijgen. Daar hebben wij toen voor gekozen omdat we hoopten dat je zou blijven leven en dat je zou kunnen gaan revalideren. Toen moest je dus loten voor de operatie of de medicijnen. Dat is dus de operatie geworden’’.

 Vraag me nog een keer als het niet duidelijk is.

Margriet.

Scheurkalender

‘’Weet de school er van dat ik hier lig?’’ En hoe lang gaat dit duren?

vraag ik mij af het is koud blauw licht en ik lig leeg en  weet van niets

Eerst vandaag maar eens.Ik was altijd goed in uitstel en afwachten. ‘’Heb je dit gezien’’ vraagt de verpleegkundige die dingen aan het doen is met mij en de slangetjes en draden die aan mij vast zitten. Opeens zie ik ook een kastje met lichtjes knopjes en slangetjes ziekenhuisdingen dat stelt gerust, ik benwr ik denkte zijn: er s ites mis met mij, ik ben ziek.an de optrekstang boven mijn hoofd hangt een scheurkalender, en in de triangel zit een aapje,het zijn signalen.

Als ik het vraag, wordt mij de kalender aangereikt door die vriendelijke verpleegkundige. Ze is fris en jong en waarschijnlijk draagt ze witteschoenen, als

Formulieren invullen doet ze ook, wat onhandig gaat, omdat ze verwikkeld raakt in gordijnstof.

Inmiddels weet ik dat er iets heel ergs met mij aan de hand is.

Als ik het vraag, wordt mij de kalender aangereikt door de vriendelijke verpleegkundige. Ze is fris en jong en waarschijnlijk draagt ze witte schoenen, ze draagt mooie waaraschijnlijk nieuwe gympen, ze staat op en syoel iets hoogs te doen.

In het ziekenhuis lijken alle verpleegkundigen op elkaar, deze ook maar anders.

ik probeer iets stoers met de optrekstang. Ik voel mij een onzeker jongetje in een groot bed’. ’s morgens of ‘s avonds |De verpleegkundige stopt mijn witte schone laken in, (ze lgtmijnhet hoofd zorgvuldig ondersteund), op het kussen haar hoofd dicht bij het mijne dat voelt vertrouwd dat is wat ik nodig heb,haar haar slierert eenb eetje over mijn voorhoofd. Ik besta. Nu weet ik wrt ik miste. Het is een behaaglijke behandeling als je .Kwetsbaar bent, en in de war, ze ruikt naar buiten en naar regen, geen lucht van sigaret. Of een niet bij hare passende parfum, een luchtje.Ze zorgt voor mij, behoedzaam, ze weet wie ik ben, zo voelt dat, ik ben een man en er is iets mis met mij, ze noemt mij u.

De dag is wit, zilverig en blauw. Een prettige stille koelte omringt mij. Ik herinner het als iets aangenaams maar besef dat dat niet hoort in een ziekenhuisbedmijn arm ligt naast mij, mijn vingers doen niet wat ik wil.Er is iets mis met min arm, mijn linkerarm, De andere doet het wel.

 

Mijn hoofd op een helder wit kussen veilig in een tent die beweegt omdat de verpleegkundige beweegt, roept een licht gevoel op zereikt naar boven  haakt er iets afen laat een kalender zien: gemaakt dioor uw dochters, meneer van der Werf. Ik blader maar dat  leest moeilijk

Om de Daarom scheur ik de blaadjes af, 1 voor1, zo snel als kan; met één hand is dat lastig, en daardoor scheur ik nogal lomp. Het dringt tot mij door dat ik alles met éen hand moet doen,maar het kan niet meer opnieuw,

Alles rafelt en kartelt; ik kom niet toe aan wat er te zien en te lezen is

.

, ik maak er een stapeltje van op het bed De gaatjes zijn uitgescheurd, ik krijg het touwtje er niet meer doorheen.

Het lukt de zuster niet om mij te helpen, het stapeltje schuift van de deken af.

Ik help zo wel met opruimen, zegt ze behulpzaam.We verzinnen er wel wat op.

Dat is niet gelukt, denk ik. Op éen dag na ben ik alle dagen kwijtgeraakt, en ook die ene dag is uiteindelijk zoekgeraakt.

Waarom die kalender er hangt, begrijp ik niet. Dat er veel tijd en liefde en verdriet ingestoken is,  weet ik niet. Ik weet niks.mar dat onderga ik zoals ik gewend ben mijn lichaam in siiortgelike omstandigheden te ondergaan, ook bij de tanfdarts gheb ik dat, maar niet in de liefde voor mijn CVA.

Direct na mijn operatie  hebben Karen en Margriet er’s nachts met haast en liefde aan gewerkt, om op te hangen voordat ik ontwaken zou. Het is bedoeld voor komende dagen, weken maanden, lange tijd. Zij weten meer dan ik.Mij kan het schelen, ik zie wel, typisch Marinus.

Utrecht zondag 23 oktober

 

[Het eerste blad; een fotokopie met kleine letters]

uitgeknipt en opgeplakt

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind, ·die in de bomen klimt
of uit de takken valt,

Hans Andreus

 

‘’Wanneer ik morgen’ ’ Ik ken het gedicht dat met deze regel begint. Bij de begrafenis van een 18jarige leerlinge (Marthe )werd het voorgelezen, de kist stond voor in de kerk medeleerlingen huilden, een familielid las voor: Wanneer ik morgen doodga’-er werd veel gehuild die week. Er waren kaarten knuffels en kaarsen, de hele school door. Het leek niet op te houden, de hele school stierf een beetje, maar ik ben niet dood, Dit betekent misschiendat ik op sterven lig, vermoed ik. Daarom lig ik hier met slangetjes aan mijn lijf gekoppeld in een helderwit ziekenhuisbed met een laken dat te licht is om knus te zijn. Een beetje dood misschien? Misschien moet ik wel geopereerd worden?

Het komt wel goed, denk ik want de zuster doet heel vanzelfsprekend allerlei dingen die op televisie in documentaires gezien heb. Alles is film dit hele gedoe met mij, wat moet ik hier mee? Stil liggen? Uitkijken voor de slangetjes.

 

Ik was er bijna geweest, legt ze voorzichtig uit, maar gelukkig bent u er nog. Ze roept de dokter, schuin achter de dokter staat een co-assistent, er eordt gefluisterd.

Waar is Lief? Er is iets, maar ik voel mij niet ziek. Ik voel mij licht maar vreemd, alsof ik in een hotel lig.Dat komt door de lakens en het licht.

 

De dokter stelt zich voor, en legt met zachte stem het een en ander uit,, hij tikt op mijn knieën, kietelt onder mijn voetzolen en schijnt met een klein lampje in mijn ogen. Dát alles is goed zegt de dokter, of die andere.

Hoe voelt u zich meneervan der Werf? Dat was kantje boord, beseft u dat?

Ik vraag iets waar hij nee’ op zegt’ en dat ze doen wat mogelijk is.

Dit is menens. Dit is erg. Alles houdt op. De dokter lult maar wat. ‘’ ‘’kantje boord’’, wat houdt dat in?

Waar is Lief?

Wat moet ik met die kalender?

En school?

Weten ze op school dat ik vandaag niet kom, nu niet en maandag niet. Of is het morgen dinsdag, net als vandaag? Dat komt vaker voor als je in hete ziekenhuis ligt.

Alle afgescheurde kalender blaadjes liggen op mijn deken. Ik probeer er een stapel van te maken maar dat lukt niet; dus word ik geholpen, Ze is leuk en jong, en draagt in haar verschijning iets mee van buiten.

Of ze niet naar de kerk moet?, vraag ik.

Om mijn bed heen hangt vanwege de privacy een gordijn met de kleur van spaghetti. Het heeft zulke kleine plooien dat het ook zo oogt,: Drogende spaghetti, handmade,

De slaaptenten in de bungalowtent van mijn ouders hadden dezelfde kleur. Dezelfde stof ook , denk ik.

ik sliep altijd in het linker compartiment met Piet

Jansje en Wilma sliepen in de rechter., Ritsen ritsten open en dicht, de stof wapperde. Mijn ouders deden een spelletje in de andere helft van de tent, de keukenhelft, ze mompelden en lachten zacht.

Er heerste vrede en vertrouwen.de essentiële dingen in mijn leven heb ik geleerd tijdens ons kamperen.

VDooral als het  stortregende en bliksemde voelde ik mij veilig en gelukkig.

Ze verdwijnt achter het gordijn, en de kier sluit. Ik heb inmiddels de eerste regel van het volgende gedicht al gelezen en vraag of ik haar dat gedicht voor mag lezen,

de intellectuele ijdeltuit: Kijk mij eens, ik ben niet zomaar een patiënt:

ik ben niet zomaar een doorsnee patiënt, Ik ben charmant en intelligent, laat dat duidelijk zijn; het soort zelfbewustzijn dat mijn herseninfarct overleefd heeft.

 

Sarcasme cynisme, ironie, daarin verschillen patiënten niet van docenten. Zelden zeggen ze de dingen zonder omweg.  Ik ben er oook zoéen

Zwarte humor en de neiging te behagen;Het is een vaardigheid om je als patient wat gunstiger te positioneren; jezelf mentaal  belazeren, om te compenseren wat je wilt maar niet meer kunt .ik ben goed in manipuleren geworden.

Eenheid willen maar scherven zijn, identiteit zijn in plaats van ziek:

ik laat mij niet kennen. Kijk mij! Wat je ziet is wie ik benikben de onverschrokken patient , ik lat mij niet kisten:Ik kan fietsen met losse handen; ik ben niet zielig, daar sta ik boven., dat is voor losers, niet voor mij ik ben intelectuul, ik lees poezie en thuis in musea k ben als de oude demente man die zegt: ik kan nog lezen zonder bril.’en roken zonder kanker.

Moet je niet naar de kerk toe, vraag ik,

Ik ga nooit naar de kerk antwoordt ze, wat voor mij een gemiste kans is( ik had beter kunnen vragen: zou je mij een gedicht voor willen lezen?),

Ze verdwijnt achter het gordijn en de kier sluit. Ik heb inmiddels de eerste regel van het volgende gedicht al gelezen en vraag of ik haar dat gedicht mag voorlezen,

de intellectuele ijdeltuit, Kijk mij eens, ik ben niet zomaar een patiënt.

Ik ben charmant en intelligent, laat dat duidelijk zijn; het soort zelfbewustzijn dat mijn herseninfarct overleefd heeft. Het waren mooie bedgordijnen: Mooie stof, kleur en veel soepel, kaarsrecht vallende plooien. Dat vertel ik haar

Mag ik je een gedicht voorlezen?vraag ik, ik zal haar verrassen, dit is misschien wel het mooiste gedicht dat ik ken.,, ik ben een ijdeltuit, typisch Marinus.

 

‘’Natuurlijk’’

 

Toen las ik februarizon

Februarizon

 

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open

 het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan

 arbeiders bouwen met aluinen handen aan

 een raamloos huis van trappen en piano’s.

 De populieren werpen met een schoolse nijging

 elkaar een bal vol vogelstemmen toe

 en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig

 helblauwe bloemen op helblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.

 Ik draag het donzen masker van

 de eerste lentewind.

[paul rodenko]

Ze vond het gedicht leuk, niet goed maar leuk, ze was jonng,, ze vroeg mij niet warom dit gedicht mij aansprsak, dat ws een gemis, het gedicht sporak haar aan. Ik ook misschien. Zelf was ik tevreden,; het flirten was begonnen.

 

Flirten met de toekomst.

 

Nieuwsbrief:

Degrootste druk en hectiek lijkt achter de rug.

Intussen is Marinus van bijna alle slangen af, alleen nog wat vocht via een infuus in zijn linkerarm. Hij ligt nu op de gewone neurologie verpleegafdeling in Utrecht. Op zijn hoofd nog de wond, met hechting waar ze de huid weer aan elkaar hebben gemaakt. Nu ook een tijdelijk blauw kapje (een langere termijn kapje is in de maak) dat zijn kwetsbare hoofd zal moeten gaan beschermen tijdens activeringspogingen. Hij eet zelf en praat veel. Hij is de meeste tijd heel helder, soms heel moe en emotioneel. Hij lijkt te weten wat er aan de hand is, dat zijn linkerkant het niet doet en dat fietsen later dus moeilijk zal gaan worden. Hij voelt zijn linkerhand ook helemaal niet. “Hij voelt zwaar aan” zegt hij. Wel geeft hij aan gevoel te hebben in zijn linkerteen. De neurologen zijn daar overigens ook vrij duidelijk in geweest: die arm die krijgt hij niet terug

 

 

Mijn hoofd op een helder wit kussen, veilig in een tent die beweegt omdat de verpleegkundige beweegt, roept een licht gevoel op.

Om descheur kalender makkelijker te lezen scheur ik de blaadjes af, 1voor 1, zo snel als kan, met één hand is dat lastig, en daardoor scheur ik nogal lomp.

Alles rafelt en kartelt, ik kom niet toe aan wat er te zien en te lezen is.

 

Ik maak er een stapeltje van op het bed. De gaatjes zijn uitgescheurd, ik krijg het touwtje er niet meer doorheen. Het lukt de zuster niet om mij te helpen, het stapeltje schuift van de deken af.

Ik help zo wel met opruimen, zegt ze behulpzaam. We verzinnen er wel wat op.

Dat is niet gelukt, denk ik. Op éen dag na ben ik alle dagen kwijtgeraakt, en ook die ene dag is uiteindelijk zoekgeraakt.

Waarom die kalender er hangt begrijp ik niet, dat er veel tijd en liefde en verdriet ingestoken is, weet ik niet. Ik weet niks.

Direct na mijn operatie hebben Karen en Margriet er’s nachts met haast en liefde aan gewerkt zodat ze hem konden ophangen voordat ik ontwaken zou. Het is bedoeld voor komende dagen, weken, maanden: lange tijd. Zij weten meer dan ik. Mij kan het niet schelen, ik zie wel.

 

Utrecht zondag 23 oktober

 

.

 

Er is iets.maar ik voel mij niet ziek. Ik voel mij licht maar vreemd, alsof ik in een hotel lig. Dat komt door de lakens en het licht.

Lief komt en legt het mij uit,’’ Er is iets heel ergs met je gebeurd Marien’’. veel van wat ze vertelt is te complex voor mij, hoe lang gaat dit duren?, ben ik ziek? Ga ik dood?

 

.

Dit is menens. Dit is erg. Alles houdt op. De dokter lult maar waten fluistert met de coassistent.

Waar is Lief?

Wat moet ik met die kalender?

En school?

Weten ze op school dat ik vandaag niet kom, nu niet en maandag niet of is het morgen dinsdag? en ben ik vrij?

De afgescheurde kalenderblaadjes liggen op mijn deken. Ik probeer er een stapel van te maken maar dat lukt niet, dus word ik geholpen. Ze is leuk en jong en draagt in haar verschijning iets mee van buiten, alsof ze uit Friesland komt.

Of ze niet naar de kerk moet?, vraag ik.

Om mijn bed heen hangt vanwege de privacy een gordijn met de kleur van spaghetti. Het heeft zulke kleine plooien dat het ook zo oogt: Drogende spaghetti, handmade.

De slaaptenten in de bungalowtent van mijn ouders hadden dezelfde kleur. Dezelfde stof ook , denk ik.

Ik sliep altijd in het linker compartiment met Piet. Jansje en Wilma sliepen in de rechter. Ritsen ritsten open en dicht, de stof wapperde. Mijn ouders deden een spelletje in de andere helft van de tent, de keukenhelft, ze mompelden en lachten zacht. Er heerste vrede en vertrouwen. De essentiële dingen in mijn leven heb ik geleerd tijdens ons kamperen, vooral als het stortregende en bliksemde, voelde ik mij veilig en gelukkigdankzij hen en het witte licht van de gaslamp.en het gerammel en gerommmel vanmijn moer

Ze verdwijnt achter het gordijn en de kier sluit. Ik heb inmiddels de eerste regel van het volgende gedicht al gelezen en vraag of ik haar dat gedicht mag voorlezen,

de intellectuele ijdeltuit, Kijk mij eens, ik ben niet zomaar een patiënt.

Ik ben charmant en intelligent, laat dat duidelijk zijn; het soort zelfbewustzijn dat mijn herseninfarct overleefd heeft. Het waren mooie bedgordijnen: Mooie stof, kleur en veel soepel, kaarsrecht vallende plooien.

Hoe  de zuster heette, weet ik niet,  Ze was lief, jong en leuk en daar gaat het om in ziekenhuizen,wel had ze haar haren keurig langs haar wangen gekamd. Het zou mooi zijn geweest als zij op de fiets was gekomenen,  koud van de wind  en naar binnen gewapperd was, zo zouden  verpleegkundigen aan je bed moeten verschijnen.

Ik denk van links naar rechts, van voor naar achter, van herinnering naar vergeten, in associatieve dwalingen of vertalingen. Deze herinnering is ten dele een constructie, de naratieve werkelijkheid, iets anders is er niet wat mij betreft.

Ergens tussen feit en fictie ligt het geheugen dat mij schrijven laat zoals ik besta. Ik denk te veel, dat ligt aan mijn brein,mijn DNA  mijn hormonen, aan die hele chemische constructie die Marinus heet, om te schrijven moet ik af en toe mijn denken stoppen envertellen, zoals vanods gedaan wordt om een leefwereld te construeren.in mijn geval het die wereld:Marinus Johannes van der Werf,10-11- 1953.typisch Marinus, altijd bewust van mijzelf.

“ Het was  kantje boord “, herhaalde de verpleegster, maar de operatie is geslaagd. Gelukkig bent u er nog. Ze heeft gelijk, vind ik,

Mijn overleden zus noemde mij Marien, en  toen ik heel klein was en step reed noemde ze mij Ientje, Hai Maríen.  zegt ze als we bellen