IMAGINE

M ARINUS ARCHIEF

vVOOR HET INFARCT

EEN NDER WERK

 

WAT IS ART BRUT

100B2072

WALK OF LIFE, (INSTALLATIE ZACHTE MACHINE-ARTBRUT BIENALE HENGELO-2015-

… continue reading this entry.

HERODUS

  

HERODUS

 gebaseerd op

een voorstelling voor de kerstviering op het van Lingen College

 

E WIJSNEUS UIT HT OOSTEN

HIER KUN JE HeTE SCRIPT VINDEN:

INTRO

waarin alle spelers,leerlingen, als dood op de grond lagen Janine Elijzen liep er tussen door en zong:

 erodus slijpt zijn messen

             [De nageboorte]

 Dit zijn de donkere dagen voor kerst

Waarin moeder bakt en braadt en sinaasap­pels perst

Vader schikt de ballen nog wat beter in de boom

Terwijl z’n dochter wakker schrikt uit een afschuwe­lijke droom

 

Herodus slijpt zijn messen (3x)

Mamma houdt me vast

Dit zijn de donkere dagen voor kerst

Moeder roept: drink op je sap, nu is het op z’n verst

Vader trok zojuist de kurk knallend uit de fles

Sinaasappelsap dat heeft bij hem nooit zo’n succes 

Herodus slijpt zijn messen (3x)

Mamma houdt me vast

Dit zijn de donkere dagen voor kerst

Moeder draagt een schort en heeft haar haar weer eens geverfd

Vader ziet de dochter die in moeders armen ligt

De uitgeschreeuwde angst nog altijd bleek op haar ge­zicht

Herodus slijpt zijn messen (3x)

Mamma houdt me vast

Het kerstevangelie is geen werkelijkheid, niets ervan is historisch, het is een vertelde geschiedenis waarin werkelijkheden elkaar op absurde wrede wijze ontmoeten, bijeengehouden door een  ster en watbovennatuurlijks het is de narratie analyse van macht geweld en een falende God Religieuze verhalen geven vorm aan de clash of reality’s die het leven van mensen bepalen.Die clash heb ik vormgegeven in de kerstviering’’ wijsneus uit het oosten.

             1         Toen nu Jezus  geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan,

 2         en zeiden: Waar is de Koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

 3         Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem.

 4         En nadat hij alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen had laten komen, wilde hij van hen weten waar de Christus geboren zou worden.

 5         Zij zeiden tegen hem: In Bethlehem, in Judea, want zo staat het geschreven door de profeet:De bevrijder veroorzaakt mmassamoord.Godheeft wat uit teleggen, mar doet dat niete

 6          En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal.

 7         Toen riep Herodes de wijzen onopgemerkt bij zich en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd dat de ster verschenen was;

 8         en hij stuurde hen naar Bethlehem en zei: Ga erheen en doe nauwkeurig onderzoek naar dat Kind, en als u Het gevonden hebt, bericht het mij, zodat ook ik kom om Het te aanbidden.

B ij het lezen of horen van de naam Herodes, denken we meestal dadelijk aan wat we de kindermoord in Bethlehem noemen waarvan Mattheüs 2 ons bericht.

 In het kader van mijn kerst en paasvoorstellingen, heb ik altijd gestreefd naar vormgeving van deze clash of reality’s en ging daarvoor de grenzen van traditionele geloofsinterpretatie te buiten De teksten spraken voor zich, die hadden geen geloof nodig om waardevol te zijn

            Het was immers Herodes, die daartoe bevel gaf. Hij was de koning van Judea, die, nadat hij vernomen had, dat er in zijn land een koningskind was geboren, zich grote zorgen maakte over zijn positie. Hij voelde als het ware zijn troon wankelen. Daarom stelde hij alles in het werk om dat kind, geboren in Bethlehem, te doden. “Hij zond bevel om in Bethlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen (uit het oosten) had uitgevorst” (Matth. 2:16). Een poging, die evenwel mislukte: het kind Jezus ontglipte hem.

Een ons heel bekende geschiedenis dus waarin ons Herodes wordt getekend als een door en door wreed persoon. Dat bleek duidelijk uit zijn optreden.

Maar hieraan was reeds heel veel voorafgegaan waaruit Herodes’ wreedheid eveneens aan de dag gekomen was. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100) zegt van hem: “Wat nu zijn huisgenoten betreft: als iemand hem in zijn woorden niet met slaafse onderworpenheid eerde of de indruk wekte, dat hij ook maar iets tegen zijn heerschappij op touw zette, was hij niet bij machte zich te beheersen, en hij ging zóver, dat hij, zonder onderscheid, zijn familieleden en vrienden als staatsvijanden liet straffen, terwijl hij tot dergelijke misdrijven kwam uit zucht om als enige alle eer te ontvangen” (Joodse oudheden XVI, 156). Herodes was dus tegelijk zeer achterdochtig.

 9         En nadat zij de koning aangehoord hadden, gingen zij op weg. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat hij boven de plaats kwam te staan waar het Kind was.

 10       Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

 11       En toen zij in het huis kwamen, vonden  zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

 12       En nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren om niet terug te keren naar Herodes, keerden zij langs een andere weg terug naar hun land.

            Naar Egypte.

Kindermoord, om mijn zonden te vergeven.

De hemel is gesloten

De sleutels zijn kapot.

Al trappel je wanhopig

Er is geen god

REFREIN:

Als het zonlicht op z’n helst is

Is de waarheid op z’n felst:

Doe het zelf

Doe het zelver

Doe het zelfst

kinfderlied

Witte zwanen zwarte zwanen

Wie wil er mee naar Engeland varen

Engeland is gesloten

De sleutel is gebroken

Is er dan geen timmerman

Die deze sleutel maken kan

Laat doorgaan.

:

De waarheid is versleten

De wijsheid is verrot

Al brand je duizend kaarsen

Er is geen God.

Een kwestie van atomen, een

Mechanisch complot

Geen speld tussen te krijgen

Er is geen God

Natuurlijk gelof ik niet in een godwaarin ik geloven moet omdat hi jjanders niet bestaat. ooit deed ik alsof ik geloofde,maar dat deed ik voor mijn vader.en uit zelfbehoudovergevoeligepuber

Het licht is verdwenen

Gebleven de spot

Al brand je duizend kaarsen

Er is geen God

Liefste lievelingen

Geketend aan het Lot

Er valt niets te geloven

Er is geen God

Witte zwanen zwarte zwanen

Wie wil er mee naar engeland varen

Engeland is gesloten

De sleutel is gebroken

Is er dan geen timmerman

Die deze sleutel maken kan

Laat doorgaan.

sasha_grey_squish_by_abcvh1-d7wx0x4

RARE GOD BEN JIJ

MARIA:

Wat moet ik zeggen. Niets.

En toch: steeds weer God.

Als een naam. Als een vuur dat oplaait in de kou.

Soms een stem, als je zelf niet meer weet

wat je zeggen moet.

Soms een en al geestdrift:

Iedereen allemaal warmte

Ieder woord een kus,

Iedere kus een woord

Ben jij het – Of niet?

Ik geloof niet meer in jou

als die oude grijze kabouter die alles bestuurt.

Al houd ik nog best wel van je, God van het sprookje,

Zoals ik vroeger hield van m’n opa

Maar ook die is dood.

Rare God ben jij.

Dat je meelacht en meelijdt

Dat je je laat horen

Tussen de regels van wat we zeggen

Soms in woede, als ik schreeuw

En alleen nog maar maar kan vloeken:

Godverdomme

godverdomme

Soms de troost

dat ik weet dat jij me mag,

dat ik zijn kan wie ik ben,

ongeacht wat anderen van mij verlangen.

Je bent goed zo, laat je me weten,

En alles valt op z’n plaats. En niemand neemt me af

wat jij me hebt gegeven. Zelfs jij niet.

Soms is er alleen maar stilte,

Ik zou niet weten wat bidden is

– Maar soms doe ik het.

Soms dringt het onverwacht tot me door:

Jij bent het. Jij. U. Gij

Rare God bent Gij.

rare god

Ik vond het éen van mijn beste kerstvieringen, niet iedereen was het daarmee eens, het begin was in elk geval niet léuk,maar wel goed,vond ik het kerstverhaal is het beste voorbeeld van the clash of reality’s, bijeengehouden door een ster boven een stalletjeKerst: schapestront, bevalling,moord.Als het kindje doodgeboren was, of Maria had het als ongewenst zwangerschap laten aborteren was er geen Jezus geweest, en was kerst een zwaarmoedig feest.Die clash of reality’seeft mij altijd geobsedeerd, wat is dat voor God? Waarom zingen die engelen en deden ze verder niets dan dat Die moordpartij op de onnozele kinderen als onderdeel van een geboorteverhaal;’’ zie ik verkondig u groot nieuws, ere zij God, die kinderen kregen zelfs niet de kans gehoord te worden, het is het verhaal is mij thuis niet onthouden bij ons thuis werd het verteld of gelezen, maar zonder plaatjes van Isings of Doré in de woorden van W.G. van de Hulst  Dat deel van verhaal De schrijver van de politieke wereld in beeld gebracht, hte kerstverhaal heeft hiermee een schitterende bijdrage aan de kern van kerst gecreëerd.de keiharde cynische werkelijkheid; stront stank moederkoek en moord engeltjes stalletje schaapjes, en de Allerhande voegt eer nog een laagje commercieel cynisme

;ortfolio

laatkomers, gemaakt met paint

 

ee

bijna iedereen is er collage, gemaakt op mijn pc met Microsoft Paint

KERSTMAALTIJD

main_postsex.jpgToen ik mijn moeder vroeg naar mijn vader, gaf ze mij de keus uit drie.

Hoeveel!?

Drie

Mijn moeder was gek op babies. Zij stak haar neus in elke passerende kinderwagen. Drie jaar lang was ik haar baby. Ik werd geknuffeld, gedragen, gekleed en besnuffeld. Toen ruilde zij me in voor mijn pasgeboren broertje. Ik liep, ik praatte en voor getut en getroetel werd ik te lomp. Toen ik op mijn zestiende opstandig het huis verliet, bereid­de zij zich stralend voor op haar zevende bevalling. Ik denk niet dat zij me mist.

Ik ben geboren met een keizersnee. Er werd een fout gemaakt, mijn moeder raakte in coma en drie maanden later overleed ze. Mijn vader is een sombere zwijger, hij kijkt me nooit recht in de ogen. Alsof ik ben geboren uit een rots.

Mijn vader filmde mijn geboorte. Toen ik voor het eerst mijn geboorte terugzag, riep ik uit: Ben ik dat? Voor de grap draaide mijn vader de film achterstevoren. Ik ben woedend weggegaan.

Ik had een zus. Wij waren tweeling. Twee identieke babies, in alles hetzelfde: uiterlijk, innerlijk, zelfs mijn moeder hield ons niet uit elkaar. Tot mijn zus bij een auto-onge­luk om het leven kwam. Ik overleefde. Er zijn dagen dan voel ik me niemand.

Bij mijn geboorte kreeg ik de ogen van mijn moeder, de handen van mijn vader, het tekentalent van mijn opa, enzovoort. Nu, jaren later, besef ik dat ik schijnbaar niets van mijzelf heb. Het maakt mij depressief. Die depressies heb je van oma, zeggen ze.

Ik ben geadopteerd toen ik vier maanden oud was. Niemand kan zich een betere vader of moeder wensen. Maar soms verbeeld ik me, dat ik een broertje of zusje heb. Ver weg ergens. Soms meen ik hem of haar te zien in het journaal. Ze lijden aan omstandigheden waar ik van ben gered. Kwestie van grenzen. Stippellijnen op een kaart. Als ze vragen: Hoe gaat het met je, zeg ik: Toevallig gaat het goed met mij.

En jij Adem, hoe ben jíj geboren?

Er zijn wat geruchten, maar daar wordt niemand wijzer van. [Hij schenkt zichzelf nog eens in, breekt een stuk brood van een stokbrood, overwint zijn schroom] Ik ben geboren uit water en zand, ik ben geboetseerd uit de eerste klei, en toen ik mijn vorm gevonden had stond mijn schepper de keuze: Zetten wij hem bij in het uitgestrekte museum van de kosmos? Voorzien wij hem van een mechaniekje dat hem parmantig op twee benen doet voortbewegen temidden van al het kruipende, sluipende gedierte? Of blaas ik hem mijn adem in? Volgens sommigen lijk ik op mijn maker, volgens anderen ben ik een mallotig mechaniekje dat zichzelf op den duur naar de knoppen helpt.

Om eerlijk te zijn: Mens Adem stelt zich graag voor hoe hij met zijn Schepper door de tuin wandelt. Ze geven namen aan alles wat leeft. Hij verwondert zich, als een kind. En zo wandelend wordt al het gewone onverwacht bijzonder.

V L E E S   E N   B L O E D

 

Jouw huid is warm als adem

ik raak je schuchter aan

jij neemt mij in je armen

en zegt mij: adem is je naam

zo wandelen wij samen

en jij wijst rondom aan

de dag die wordt geboren

wij zien hem bloeiend opengaan

REFREIN

ik heb je nodig om te bestaan

ik heb je nodig, raak me aan

men zegt men is een eiland

met rondom oceaan

het water is de vijand

waar je ten onder in zult gaan

en lijkt mij dat de waarheid

roep jij van ver mijn naam

je loopt over het water

van die helse zwarte oceaan

ben ik soms gek van grijsheid

raak jij mijn lippen aan

jij kust mij nieuwe adem

en zegt: ik ben waar jij zult gaan

en als jij mij om troost vraagt

teleurgesteld ontdaan

dan fluister je: blijf bij me

en zeg mij: adem is je naam

de nacht valt, wij zijn samen

als spiegel is de maan

wij zijn er, zonder woorden

want spreken hier heeft afgedaan

met hart en ziel en zinnen

spreek jij mijn lichaam aan

het woord is vleesgeworden

het woord is vlees en bloed voortaan

[Aan tafel wordt wijn gedronken, en brood gegeten]

jij zit bij mij aan tafel

de maaltijd: brood en wijn

het licht vult onze glazen

laat er dit licht voor altijd zijn

het licht dat in mij uitbreekt

het raakt mij teder aan

omringt mij als met armen

en zegt mij: adem is je naam.

LEERWEG 1 HENGELO

 

ghyt

Wat wil je leren vraagt Jozef aan Joost

Hengelo, zegt Joost.

Fietsen of lopen?

Lopen.

Zal ik school bellen om te zeggen dat je niet komt vandaag

Hoeft niet, zegt Joost, ik kom elke dag niet

Maar ik vind het zo leuk, zegt Jozef.

Jozef belt:

Ik ben de vader van Joost,

Joost komt vandaag niet op school, hij heeft het te druk met leren.

Vandaag wil hij Hengelo leren

Welk Hengelo

Twente of Gelderland

En heeft hij een boek

Nee.

We gaan lopend.

Ze gaan lopen

Als de stad ophoudt zien ze een koe in de wei en verdwalen ze omdat ze niet opletten. De koe verdwaalt niet, die is omringd.

Misschien moeten we rechtdoor en dan een bocht naar links

Bij de bocht naar links zien ze een varken.

Zullen wij ook in de modder gaan liggen, er is ruimte genoeg

En varkens zijn niet gevaarlijk

Ze zien en ooievaar. Ze volgen de ooievaar.

Ooievaars vliegen naar het zuiden als ze vliegen, zegt Joost

Daarom, volgen wij.

 

Ligt Hengelo in he zuiden, vraagt Jozef

Weet ik niet zegt Joost, ik ben er nog nooit geweest

Ook niet op de fiets? vraagt Jozef

We zijn de weg kwijt, zegt Jozef

Welke weg vraagt Joost?

Een oude vrouw met een tas die heel zwaar is, kijkt achterstevoren naar een café dat donker is

Wacht u op de bus? Vraagt, Joost

Er komt hier geen bus, zegt de vrouw. Ze praat anders

Nee, zegt de vrouw ik wacht op mijn vriend

Mijn vriend is achttien jaar

Soms wil hij even de deur uit, dan gaat hij een  een uitsmijter eten in café het Varken,

Ken je dat? Daar is het.

Bent u ook 18 jaar vraagt Joost, Nee zegt de vrouw die haar tas neer zet, ik ben 74 jaar,

Maar niet te oud, zoals mijn moeder beweert.

Mijn moeder bemoeit zich overal mee.

Mijn moeder niet, zegt Joost, mijn moeder is grappig.

En als we naar het strand gaan trekt ze al haar kleren uit

Doe jij ook maar, zegt ze dan, maar dat durf ik niet.

Dit zijn borsten Joost, kik maar goed, zo zien ze er uit.

Niet zo verlegen jongen, papa kijkt ook

Hier heb je uit gedronken toen je een baby was, voel maar hoe zacht het is, want dat ben je vast al vergeten na al die tijd.

Hoe lang geleden was dat? Weet je het nog?

LEERLING AAN ZEE

Netherlands, Rotterdam. The Destroyed City is probably the best-known work of sculptor Ossip Zadkine (1890-1967). It is a memorial to the destruction of the center of Rotterdam by the Germans in 1940. The monument, unveiled in 1953, is located at the Leuven Haven (Leuven harbour).

N[Een beschouwing met hier en daar

wat poëzie.

en hoogdravende onzin

De zon gaat onder,

met de dwingende schoonheid van collectief sentiment.

en leeghoofdigheid.

Hij weigert te kijken, hij wil zijn eigen zon zien:

die kolossale lichtdrager ,

en niet dat kutzonnetje waarvan men ‘’lekker zonnetje zegt

omdat de zon niet te zien is ; de zon is te groot om te zien,,

het licht is te sterk, de hitte te hoog.

Niemand wil het gevaarte zien.

Maar wel het zonnetje van de zonsondergang en de badhanddoek.

 

Horizon

 

 

 

Hij gaat niet naar school.

Daar heeft hij geen tijd voor

want hij wil leren

Hij kijkt naar de verte,

de verte bestaat niet ,net als de hemel en de horizon,

ze bestaan alleen voer de kijker.die gelooft dat het weligheid is wat hij ziet :

De werkelijkheid die je ziet is de werkelijkheid van oog, zonder oog bestaat hij niet. Er is geen plek waarje zijn kunt om te kunnnen zeggen : Dit is de horizon, zie je

Je kunt er niet naar toe,

behalve als richting,

Overal waar je bent is richting;

ook als je op de toiletpot zit, met de deur dicht, en roerloos voor je uitkijkt of als je op een schoolbank zit,

en niet naar buiten mag kijken,

 

Kijk voor je uit, de meester voorbij en reis jezelf  de verte voorbij; daar ergens woont de horizon, je kunt er niet naar toe maar het is beter dan de klas uit te worden gestuurd omdat je niets doet en alleen maar voor je uit zit te staren. Op christelijke scholen is dat net zo op éen school na, maar die is vorbij; ga  op de fiets over zee naar de horizon. Want dat kan wel als ,  als je zingt voordat je het Scholplein verlaat

onderwijs kent maar vier richtingen:

a   rechtdoor,

b opzij c naar rechts

1 van de 4 is goed.

terug gaan, is geen optie, daar ontbreekt de tijd voor.denk jezelf de schoolmuren door, naar de polpek waar je de eesentie van leven is, met meer vragen dan antwoorden.kijk achterom en denk: dat was het, dit is heet

Maar ook richting is ongrijpbaar, dus niet te examiniseren, en daarom geen leerstof:

”Kom klas we gaan vier minuten roerloos met de gordijnen dicht naar buiten staren.

Doe maar of ik hier niet ben, dat zou best kunnnen, kijk maar, dan zie je mij niet.

”tammer dat ik geen les meer geef.

Ook dagdromen mag niet

want school betekent blijven zitten als je over wil.

Hij denkt aan wat hij ziet:

wat hij ziet bestaat niet.

Wat hij ziet is wat zijn oog ziet, maar wat zien is, zie je niet,.

Daarvoor is het te dichtbij. reen og kan ziczelf niet zien

wat hij ziet bestaat alleen voor de kijker daarom is het goed om samen te kijken, en daarna te vrijen, al dan niet in de duinen .vrijen is goed voor het onderwijs

Qok tijdens lesuren.

Er zijn plekken waar dat niet als belangrijk geldt omdat daar war  de verwondering niet telt , dar staat alles zichtbaar in boeken: School bijvoorbeeld, daar wordt geen aandacht besteed  aan kijken naar wat niet bestaat.tijd is daar dat wat bestaat totdat dwingend de schoolbel gaat.

Tijd is als wind die langs je oren waait.

En als je je omdraait waait de wind in je ogen,

met stuifzand regen of sneeuw.

Hagel duurt het langst.

Dat is de tijd die geen bel kent, geen rooster en geen te-laat briefje h en geen klas zo éen waar je op tijd beginnen moet om tijdig klaar te zijn voor je examen.

wie leren wil is altijd op tijd

tijd is wat je niet missen kunt niet missen kunt, net als ruimte richting en leegte. alles draait om niets

Tijd bestaat alleen voor wie zich haast om sneller dan de dood te zijn.

Doodgaan duurt een moment, en een moment kent geen tiij dus bestaat de dood niet. Maar wel het verdwenen zijn.I kenmensen die verdwenen  zijn als ik hun afwezigheid zie, zijn eentijd ang niet verdwenen, en bestaan weer helder in de tijden is hun afwezigheid in verbeelding verdwenen.

  

HERODUS

uit : de wijsneus uit ht oosten

een voorsteling voor de kerstviering op het van Lingen College

 begon met een toneelbeeld waarin alle spelers,leerlingen, als dood op de grond lagen Janine Elijzen liep er tussen door en zong:

 erodus slijpt zijn messen

[De nageboorte]

Dit zijn de donkere dagen voor kerst

Waarin moeder bakt en braadt en sinaasap­pels perst

Vader schikt de ballen nog wat beter in de boom

Terwijl z’n dochter wakker schrikt uit een afschuwe­lijke droom

 

Herodus slijpt zijn messen (3x)

Mamma houdt me vast

Dit zijn de donkere dagen voor kerst

Moeder roept: drink op je sap, nu is het op z’n verst

Vader trok zojuist de kurk knallend uit de fles

Sinaasappelsap dat heeft bij hem nooit zo’n succes 

Herodus slijpt zijn messen (3x)

Mamma houdt me vast

 

Dit zijn de donkere dagen voor kerst

Moeder draagt een schort en heeft haar haar weer eens geverfd

Vader ziet de dochter die in moeders armen ligt

De uitgeschreeuwde angst nog altijd bleek op haar ge­zicht

 

Herodus slijpt zijn messen (3x)

Mamma houdt me vast

Het kerstevangelie is geen werkelijkheid, niets ervan is historisch, het is een vertelde geschiedenis waarin werkelijkheden elkaar op absurde wrede wijze ontmoeten, bijeengehouden door een  ster en watbovennatuurlijks het is de narratie analyse van macht geweld en een falende God Religieuze verhalen geven vorm aan de clash of reality’s die het leven van mensen bepalen.Die clash heb ik vormgegeven in de kerstviering’’ wijsneus uit het oosten.

             1         Toen nu Jezus  geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan,

 2         en zeiden: Waar is de Koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

 3         Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem.

 4         En nadat hij alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen had laten komen, wilde hij van hen weten waar de Christus geboren zou worden.

 5         Zij zeiden tegen hem: In Bethlehem, in Judea, want zo staat het geschreven door de profeet:De bevrijder veroorzaakt mmassamoord.Godheeft wat uit teleggen, mar doet dat niete

 6          En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal.

 7         Toen riep Herodes de wijzen onopgemerkt bij zich en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd dat de ster verschenen was;

 8         en hij stuurde hen naar Bethlehem en zei: Ga erheen en doe nauwkeurig onderzoek naar dat Kind, en als u Het gevonden hebt, bericht het mij, zodat ook ik kom om Het te aanbidden.

B ij het lezen of horen van de naam Herodes, denken we meestal dadelijk aan wat we de kindermoord in Bethlehem noemen waarvan Mattheüs 2 ons bericht.

In het kader van mijn kerst en paasvoorstellingen, heb ik altijd gestreefd naar vormgeving van deze clash of reality’s en ging daarvoor de grenzen van traditionele geloofsinterpretatie te buiten De teksten spraken voor zich, die hadden geen geloof nodig om waardevol te zijn

Het was immers Herodes, die daartoe bevel gaf. Hij was de koning van Judea, die, nadat hij vernomen had, dat er in zijn land een koningskind was geboren, zich grote zorgen maakte over zijn positie. Hij voelde als het ware zijn troon wankelen. Daarom stelde hij alles in het werk om dat kind, geboren in Bethlehem, te doden. “Hij zond bevel om in Bethlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen (uit het oosten) had uitgevorst” (Matth. 2:16). Een poging, die evenwel mislukte: het kind Jezus ontglipte hem.

Een ons heel bekende geschiedenis dus waarin ons Herodes wordt getekend als een door en door wreed persoon. Dat bleek duidelijk uit zijn optreden.

Maar hieraan was reeds heel veel voorafgegaan waaruit Herodes’ wreedheid eveneens aan de dag gekomen was. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100) zegt van hem: “Wat nu zijn huisgenoten betreft: als iemand hem in zijn woorden niet met slaafse onderworpenheid eerde of de indruk wekte, dat hij ook maar iets tegen zijn heerschappij op touw zette, was hij niet bij machte zich te beheersen, en hij ging zóver, dat hij, zonder onderscheid, zijn familieleden en vrienden als staatsvijanden liet straffen, terwijl hij tot dergelijke misdrijven kwam uit zucht om als enige alle eer te ontvangen” (Joodse oudheden XVI, 156). Herodes was dus tegelijk zeer achterdochtig.

9         En nadat zij de koning aangehoord hadden, gingen zij op weg. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat hij boven de plaats kwam te staan waar het Kind was.

10       Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

11       En toen zij in het huis kwamen, vonden  zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

12       En nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren om niet terug te keren naar Herodes, keerden zij langs een andere weg terug naar hun land.

Naar Egypte.

Kindermoord, om mijn zonden te vergeven.

De hemel is gesloten

De sleutels zijn kapot.

Al trappel je wanhopig

Er is geen god

 

REFREIN:

Als het zonlicht op z’n helst is

Is de waarheid op z’n felst:

Doe het zelf

Doe het zelver

Doe het zelfst

 

 

kinfderlied

Witte zwanen zwarte zwanen

Wie wil er mee naar Engeland varen

Engeland is gesloten

De sleutel is gebroken

Is er dan geen timmerman

Die deze sleutel maken kan

Laat doorgaan.

 

:

De waarheid is versleten

De wijsheid is verrot

Al brand je duizend kaarsen

Er is geen God.

 

Een kwestie van atomen, een

Mechanisch complot

Geen speld tussen te krijgen

Er is geen God

 

 

Het licht is verdwenen

Gebleven de spot

Al brand je duizend kaarsen

Er is geen God

 

Liefste lievelingen

Geketend aan het Lot

Er valt niets te geloven

Er is geen God

 

 

Witte zwanen zwarte zwanen

Wie wil er mee naar engeland varen

Engeland is gesloten

De sleutel is gebroken

Is er dan geen timmerman

Die deze sleutel maken kan

Laat doorgaan.

 

 

 

 

  1. RARE GOD BEN JIJ

 

 

MARIA:

Wat moet ik zeggen. Niets.

En toch: steeds weer God.

Als een naam. Als een vuur dat oplaait in de kou.

Soms een stem, als je zelf niet meer weet

wat je zeggen moet.

Soms een en al geestdrift:

Iedereen allemaal warmte

Ieder woord een kus,

Iedere kus een woord

Ben jij het – Of niet?

 

Ik geloof niet meer in jou

als die oude grijze kabouter die alles bestuurt.

Al houd ik nog best wel van je, God van het sprookje,

Zoals ik vroeger hield van m’n opa

Maar ook die is dood.

 

Rare God ben jij.

Dat je meelacht en meelijdt

Dat je je laat horen

Tussen de regels van wat we zeggen

Soms in woede, als ik schreeuw

En alleen nog maar maar kan vloeken:

GGod..

 

Soms de troost

dat ik weet dat jij me mag,

dat ik zijn kan wie ik ben,

ongeacht wat anderen van mij verlangen.

Je bent goed zo, laat je me weten,

En alles valt op z’n plaats. En niemand neemt me af

wat jij me hebt gegeven. Zelfs jij niet.

 

Soms is er alleen maar stilte,

Ik zou niet weten wat bidden is

– Maar soms doe ik het.

Soms dringt het onverwacht tot me door:

Jij bent het. Jij. U. Gij

Rare God bent Gij.

 

 

 

Ik vond het éen van mijn beste kerstvieringen, niet iedereen was het daarmee eens, het begin was in elk geval niet léuk,maar wel goed,vond ik het kerstverhaal is het beste voorbeeld van the clash of reality’s, bijeengehouden door een ster boven een stalletjeKerst: schapestront, bevalling,moord.Als het kindje doodgeboren was, of Maria had het als ongewenst zwangerschap laten aborteren was er geen Jezus geweest, en was kerst een zwaarmoedig feest.Die clash of reality’seeft mij altijd geobsedeerd, wat is dat voor God? Waarom zingen die engelen en deden ze verder niets dan dat Die moordpartij op de onnozele kinderen als onderdeel van een geboorteverhaal;’’ zie ik verkondig u groot nieuws, ere zij God, die kinderen kregen zelfs niet de kans gehoord te worden, het is het verhaal is mij thuis niet onthouden bij ons thuis werd het verteld of gelezen, maar zonder plaatjes van Isings of Doré in de woorden van W.G. van de Hulst  Dat deel van verhaal De schrijver van de politieke wereld in beeld gebracht, hte kerstverhaal heeft hiermee een schitterende bijdrage aan de kern van kerst gecreëerd.de keiharde cynische werkelijkheid; stront stank moederkoek en moord engeltjes stalletje schaapjes, en de Allerhandevvoegt eer nog een laagje commercieel cynisme

DE WILDE BVROUW VAN VERRE

jenny_jones_de-hoek-om

SPASME

Ik verdiep mij de laatste maanden in de donkere romantiek van slapeloosheid, vervreemding, pijn verdriet, verlangen en woede in een bed dat typerend is voor de diverse  reparatiecentra waar ik bange lange dagen en nachten vertoefde, ook ziekenhuizen horen daarbijmw00216

Er is zoveel herhaling in dit alles, dat ik regelmatig niet meer weet wie ik ben op welke plek. Hier in Renkum *(Oranje Nassauoord) woon ik regelmatig in Doetinchem ín bed plig ik wakkkeren probeer helder te krijgen dat ik niet in Arnhem, niet in Doetinchem en niet op brugklaskamp ben, Mijn gebroken botten doen zeer, mijn  verlamming reageert met spasme, ik reageer met woelen tot ik vastloop in het flodderige dekbed, dan bel ik om bijstand:Ergens in dit labyrintische gebouw klinkt een signaal. Hopelijk komt er iemand, die verstand van zaken heeft en het geduld om samen een oplossing voor mijn pijnlijke verwarring te vinden:

God laat op \zich wachten, de verpleging ook, in zo’n geval ken ik de noodoplossing: Niet de rode hulpknop, maar de rode alarmbel.

Ik hoor stemmen op ge gang, voetstappen, de deur slaat open: twee opgeschtoen meiden warvan éen met lang zwart verwilderd haar roepen io de deuropening: dag meneer van der Werf, hebt u gebeld. Ik vloek niet. Ze trtekt en duwt met krachtige hand het spasme uit mijn knie en mijn kuiten, en zegt dan een pil tegen de pijn te gaan scoren. Ze gaat. Ik hoor haar giechelend klooien mete haar vriendin op de gang, dan is het stil. Het was een amusante act, maar niet voldoende om er de morgen mee te halen.  Het spasme komt sneller terug dan zij.

Ze komt wel, zonder vriendin dit keer, en zonder medicijn, ´´ik zal met een collega overleggen. Ze gaat, Een minuut of vijf lang hoor ik op de gang naargeestig verbaal geruzie, een boze en een verontwaardigde stem., Ik overweeg te bellen om mij daarmee te bemoeien.Ik bel wel maar niet voor conflictbeheersing, eerst wil ik uit m,ijn dekbed en mijn kramp verlost worden. S. komt binnen.

  1. doet in niets denken aan en jonge vrouw die na een avond stappen, met lang warrig haar,een verkeerde woning binnenstapt, zoals die ander.Ze ritselt een pil, ordent mijn lichaam, inclusief mijn koude en overgevoelige tenen onder het dekbed, zodat ik rustig en pijnloos lig, en ik slaap, die morgen wist niemand wie die vrouw met dat lange haar was.Ook die ruzie op de gang, kwam meer uit mijn hoofd, mijn bed en mijn destructieve denken, dan vanuit de gedeelde werkelijkheid, die de afdeling revalidatie heet.Digital StillCamera

Dit is romantiek op het scherpst van de snede, mijn ziel heeft gesteigerd, gevloekt en gemoord, denkend aan Curt Cobain..Ik  plaste in mijn doorzichtige urinaal: een gouden heldere straal, vond rust en viel in slaap, tot anderhalf uur later. S. de Italiaanse verpleegkundige met een zwaar Limburgs accent en krachtige armen, waste mij op volle toeren onder de douche. Ik was gered, wie die zwarte was wist ze niet.

Ik houd van zwarte romantiek, maar niet van pijn.

In die tijd slikte ik nog geendiazepam, maximale dosis, dus zal ht wel iets herschimmmerigs geweest zijn. mijn brein is net zo gek alsik, zoals de titel van mijn nieuwe bestselller gaat heten

 

PERSOOLIJKHEID

 

051022-M-1837P-004

051022-M-1837P-004 CAMP SCHWAB, OKINAWA, Japan – Mark Mullen applies an arm bar to Ernesto Martinez during the Open “Tap Out” Tournament at Camp Schwab’s Power Dome Gym Oct. 22. The tournament featured 30 competitors in five weight divisions ranging from 132 pounds to 210 pounds. (Official U.S. Marine Corps photo by Lance Cpl. C. Warren Peace)

 

 

 persoonlijkheid is een mythe

warin je met en boek op de gang van het revalidatcentrum en  met een gebroken heup  Kierkegaard leest.

|Heeft mijn herseninfarct mijn persoonlijkheid veranderd is ,is voor sommigen de  vraag En daarom soms ook voor mij. Mijn antwoord is nee, en  er is niets of niemand die mij overtuigd heeft dat ik ongelijk heb, dat is altijd deel van mijn persoonlijkheid geweest, en dat is niet veranderd. zolang niemand mij overtuigt van mijn ongelijk heb ik gelijk.

De enige vraag van belang is: wat ís persoonlijkheid. en wat is het belang ervan?

Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar waarom lijken al die unieke individuen dan toch zo verdomd veel op elkaar? De cultuurkritiek van Connie Palmen.in |De wetten

Ik heb ooit geprobeerd te lezen, maar ik heb de slotpagina nooit gehaald. Ik bén de slotpagina inmidde weet ikinmiddels, daar heb ik geen boek voor nodig.

een romanesk essay in de beste traditie van het woord’, ‘een indrukwekkende roman’, ‘één grote schatkamer’, ‘scherpzinnig’ – de reacties op het debuut De wetten overtroffen elkaar in lovende bewoordingen. Maar tegelijkertijd wrong er iets. AVRO’s man van het volk, Karel van de Graaf, typeerde het publieke ongenoegen nog het best met zijn kritisch commentaar: ‘ik vind het boek zo rationeel’. Bingo! De eerste haarscheur in het imago van Palmen. Een beetje verstand hebben is leuk, maar rationeel zijn? Dat is écht een verwijt, zeker als het om een vrouw gaat. In onze soapcultuur zetelt het hart op de troon van de schepping, niet het in het verstand. ‘Gevoelig’ en ’emotioneel’ zijn grote complimenten. Daniel Goleman, auteur van de bestseller Emotionele intelligentie, verwoordt de tijdgeest als volgt: ‘De tegenstelling emotioneel/rationeel benadert het populaire onderscheid tussen “hart” en “hoofd”; het is een overtuiging van een andere orde als je “in je hart” weet dat iets goed is. Op de een of andere manier biedt dat een diepere zekerheid dan hetzelfde te denken met je rationele geest.’ Het gevoel toont ons ‘een diepere zekerheid’, die ongetwijfeld waardevoller is dan een vluchtige verstandige overweging. Diep is goed. De waarheden van de rationele geest zijn slechts oppervlaktefenomenen, volgens Goleman. Het wordt tijd dat we onze ’emotionele geest’ wat meer ontwikkelen.

 

Connie Palmen is in dat opzicht unzeitgemäss. Zij verzet zich tegen de disproportionele uitvergroting van het gevoelsleven: ‘Het hart is de meest geknede, bewerkte, gemangelde en bedrogen spier die we hebben’, verwoordt ze haar ergernis in De vriendschap. ‘Als in onze eeuw één orgaan in het menselijk lichaam object is geweest van bedrog en infiltratie, dan is het deze bloederige pomp. Ik begrijp niet dat vrouwen er trots op kunnen zijn om voor gevoelig en intuïtief door te gaan, als dat alleen maar inhoudt dat ze zichzelf ontslaan van de verplichting om iets te verklaren en uit te leggen. Wat heb je nou aan kennis die je niet kunt overbrengen? Hoe kun je iets begrepen hebben als je niemand anders kunt verduidelijken wat je begrepen hebt? Het hart en de hersenen moeten een verbinding hebben, want kennis kan pijn doen en ontroeren, en een liefde kan het begin zijn van grote inzichten. Nu hebben ze de band tussen die spier en het hoofd doorgesneden en het hart niet alleen een zelfstandigheid toegeschreven die het niet heeft, maar het bovendien opgehemeld, verfraaid en versierd en het vervolgens met veel omhaal aan de vrouwen geschonken. Daar ben ik niet blij mee. Ik laat mij niet met een kluitje in het riet sturen.

Je maakt mij geen compliment als je zegt dat ik zo gevoelig ben.’

Dat is taal naar mijn hart, dat is de opstap naar de deur van mijn verstandmijngevoeligheid is toegenomen,sls eel van moijn handicap,, mar mijn verstandis gebleven en scherper dan ooit.

Slavenmoraal

De overwaardering van het gevoel is uitvloeisel van een slavenmoraal: aanvankelijk stond het verstand hoog aangeschreven; mannen zijn verstandig, vrouwen zijn gevoelig; vrouwen willen gelijkwaardig zijn aan mannen; nou, dan hemelen we toch gewoon de verdiensten van het hart een beetje op? Klaar ben je. Het is een uiterst doeltreffende strategie gebleken, waardoor vrouwen zich weer met gepaste trots op hun intuïtie beroepen en nu ook mannen zichzelf graag afficheren als gevoelsmens, lees de contactadvertenties erop na.

 

De overtrokken wending naar het innerlijk is in gang gezet door de geestelijke erfenis van Freud. Een slordige samenvatting van zijn psychoanalyse is de moderne westerse mens in het ruggenmerg gaan zitten. Het succes van de psychoanalyse steunt op het paradigma dat de mens van nature een vat vol strevingen en verlangens is die omwille van de cultuur met enige regelmaat de kop ingedrukt moeten worden. Anders zou er van werk, samenleven en zelfs van liefde niets terechtkomen. Maar in de duistere krochten van de ziel huizen verboden verlangens en driften en die schreeuwen om bevrijding. Dat is de verklaring van het onbehagen in de cultuur. Laat patiënt op de divan vrij associëren en de schil van de cultuur barst open; de oerpersoonlijkheid straalt je in volle glorie tegemoet. Toon mij uw verborgen wensen, en ik zal zeggen wie u bent.

 

Het therapeutisch instrumentarium van Freud is gedemocratiseerd. Het freudianisme-voor-iedereen beperkt zich niet meer tot de spreekkamer. Iedereen is zijn eigen psychiater, iedereen onderzoekt z’n eigen privé-drifthuishouding. Zocht Freud bij het bestuderen van excessen van menselijk gedrag nog naar de algemeen menselijke natuur, tegenwoordig zoekt iedereen naar zijn eigen natuur. De doe-het-zelf-psychiater. Om te onderzoeken wie je werkelijk bent, wat je werkelijk wilt, is het zaak om eerst los te komen van al het vreemde, dat wat van buiten kwam en je letterlijk met de paplepel is ingegoten. Bevrijd je van externe invloeden, van oude aangeleerde gewoontes en andermans meningen. Want wat van buiten komt, is vreemd, is niet van jezelf. Luister naar je innerlijke stem, maak contact met je mannelijke en je vrouwelijke kant – en vooral de kant die je het meest onderdrukt. Zoek de onbedorven oermens door naakt door het bos te hollen of door het kind in jezelf te ontdekken. De categorische imperatief is: wees jezelf. Wie dat ook moge zijn. Ik ben mijn eigen schepper, met haar eigen oorsprong en haar eigen doel. Een ‘creatio ex nihilo’, ad nihilo. Als je maar spontaan bent en dat wat in je opkomt ook naar buiten brengt. Zijn zoals je bent, is de meest populaire tautologie van de jaren negentig. Het aantrekkelijke van dit paradigma is dat de bron van alle schoonheid al in ons zit, klaar om geoogst te worden.

 

‘Authentistisch’

Karakter wat is de definitie & betekenis. Het karakter is het geheel van persoonskenmerken, die zowel erfelijk zijn bepaald als aangeleerd. Het betreft een combinatie van vaste innerlijke eigenschappen en de invloed die de omgeving op iemand heeft. Opvoeding speelt hierbij een belangrijke rol.1

De romans van Connie Palmen zijn een kritische spiegel van de tijd. Zowel in De wetten als in De vriendschap is de hoofdpersoon op zoek naar het antwoord op de vraag: wie ben ik? Beide romans draaien om de speurtocht van een jong volwassen vrouw naar ‘persoonlijkheid’. Marie De niet uit De wetten en Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap, willen iemand zijn. Maar hoezeer ze zichzelf ook binnenstebuiten keren, die blanke pit vinden ze maar niet: ‘Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben’, zegt Marie Deniet in De wetten. ‘Ze hebben geen boeken gelezen en toch een mening, een overtuiging over boe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ze zijn overtuigd van hun gelijk en hoeven nergens op te zoeken hoe ze over iets moeten denken. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was. Ik was bang dat ik geen natuur had. In het beste geval had ik er ooit wel een gehad, maar was ik haar kwijtgeraakt, ergens, onderweg.’ Dat puur persoonlijke ‘ik’ waar Marie De niet naar zoekt, is onvindbaar. Waarschijnlijk bestaat het niet, en als het al bestaat kunnen we het niet kennen, en als we het al kunnen kennen, dan kunnen we het er niet over hebben. Daar is de taal volgens Marie Deniet ongeschikt voor. ‘Het is met de kleren als met de woorden, ze zijn al klaar, tweedehands, beladen met massaliteit en geschiedenis, onmogelijke instrumenten voor het puur persoonlijke, zo dat al bestaat.’ Het voortdurende narcistische gegraaf in je eigen ik leidt tot niets, aldus Palmen. Bij nadere inspectie zou dat innerlijk wel eens leeg kunnen zijn. In De vriendschap heeft Kit het uitgemaakt met haar vriend Thomas. Met zwart omrande ogen en totaal apathisch hangt ze op de bank bij haar hartsvriendin Ara. Ze is onaanspreekbaar, onbereikbaar. ‘Authentistisch’ noemt de woordblinde Ara die toestand van Kit. Ara verhaspelt, vervormt en vermengt woorden vaak zo dat daardoor verrassende verbanden totstandkomen. Die tussen ‘autistisch’ en ‘authentiek’ in dit geval. Die hebben blijkbaar iets met elkaar te maken. Palmen gelooft niet in de mogelijkheid van puur individuele ervaringen. Zonder anderen kun je niet eens woorden geven aan je belevingen. Een ervaring moet even herhaalbaar, toetsbaar en controleerbaar zijn als een wetenschappelijk experiment. Het moet in zekere zin een cliché zijn, en door anderen in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier ervaren worden, anders word je totaal onsamenhangend en onbegrijpelijk voor de buitenwereld. Betekenissen bedenk je niet zelf. Een ervaring is daarom per definitie een sociale aangelegenheid. Iemand die volledig in zichzelf opgaat, noemen we autistisch. ‘Pas als de ervaring klopt met het cliché van wat de werkelijke ervaring is en we kunnen huizen in de geborgenheid van de taal, ontstaat er zoiets als een gevoel van waarachtigheid, het idee te kloppen, echt te bestaan, werkelijk te zijn’, schrijft Palmen in De wetten. Van sommige dingen is het zelfs onmogelijk om ze in je eentje op te roepen, aldus Kit Buts: ‘je kunt geen verhouding hebben met jezelf, noch liefde, respect, bewondering, betekenis hebben voor jezelf. Sommige, de meest menselijke, zaken spelen zich alleen maar tussen mensen af, niet in mensen afzonderlijk. Liefde, respect, bewondering, betekenis, hebben alleen maar plaats in een tussenruimte, in dat onzichtbare iets wat door verbintenis geschapen wordt. Ergens anders bestaan ze niet.’

Geheel in lijn met haar scepticisme ten aanzien van een individuele natuur, wantrouwt Palmen het moderne verlangen naar zelfexpressie: ‘Dat hele jargon: “je durven laten gaan, je overgeven, het eruit gooien, je blootgeven.” Als ik doorga, word ik misselijk. Iedereen doet alsof hij intimiteit in huis heeft, maar als je vraagt: in welk kastje zit het, dan is het opeens het meest onvindbare product dat ze hebben’, zegt ze in Opzij.

 

Allemaal uniek

Door de wending naar het innerlijk is er een ideologie van de uniciteit ontstaan. Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar, zo kunnen we ons afvragen, waarom lijken al die unieke individuen toch zo verdomd veel op elkaar? Palmen/Deniet: ‘Met schaamte las ik soms beschrijvingen van het gedrag dat ik zelf vertoonde, van gedachten waarvan ik dacht dat ze spontaan in mij opgekomen waren, maar waarvan  Foucault beweerde dat het handelingen en ideeën waren waar je ongemerkt toe gedwongen werd, door de taal en door de wetenschap. De persoonlijkheid was net zo’n grote mythe als de vrijheid van  Sartre en omdat ik niets meer begeerde dan het hebben van een persoonlijkheid, luchtte het me erg op eens te denken dat zoiets helemaal niet bestond en ik mij met andere zaken bezig kon gaan houden.’

 

In plaats van hun blik naar binnen te keren, richten Palmens hoofdpersonen hun aandacht op de buitenwereld en zoeken ze naar de oorsprong van de ideeën die zij voor oorspronkelijk hielden. Kennis, ook zelfkennis, doe je op door om je heen te kijken. Ook in I.M. blijft Palmen zoeken naar de bronnen van oorspronkelijkheid en authenticiteit, die gek genoeg totaal niet persoonlijk en meestal eeuwenoud zijn: ‘Ik ben steeds minder van mijzelf en van anderen voor lief gaan nemen. Zo de studie filosofie mij al ergens in geschoold heeft, dan is het in het herkennen van het verhaal achter iets wat voor oorspronkelijk, nieuw, authentiek of juist voor van God gegeven moet doorgaan, voor het maakwerk erachter, zeg maar. En dat maakwerk noem ik gemakshalve fictie.’ Het streven naar uniciteit en persoonlijkheid is zo’n fictie, maar daarmee is het nog geen leugen. Een leugen is onwaar; dat is zeggen dat het buiten regent terwijl je ziet dat de zon schijnt. Fictie bestaat uit verhalen, oude en nieuwe collectieve legendes die de wereld mee vormgeven. De bijbel, Sinterklaas, de psychoanalyse van Freud, maar ook de evolutietheorie van Darwin en de liberale marktideologie zijn rasters die onze blik kleuren. Ze hebben invloed op hoe we onszelf waarnemen en beschrijven (de psychoanalyse: ‘Dit heb ik verdrongen’) en op onze identiteit (de liberale marktideologie: een calculerende burger bekijkt alles vanuit een instrumentele rationaliteit).

Er zijn allerlei van dit soort verhalen in omloop, meer en minder dominant, maar het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van al deze verhalen is dat je ze niet zelf verzonnen hebt. Per definitie niet. Het is onmogelijk om zelf een betekenis te bedenken en die tegelijkertijd te delen met anderen, meent Palmen in De wetten: ‘Wat ik u vertel is geen wordingsgeschiedenis. Het is eerder een geschiedenis van het ontworden, van het onpersoonlijk worden. Kan dat? Ik geloof dat ik er niet tegen kan een persoonlijk leven te hebben. De gedachte dat ervaringen, belevenissen, gevoelens alleen door mij zo beleefd worden, met die gedachte kan ik niet leven. Als ik iets beleef, zie ik er iets in dat mijzelf te boven gaat. Als ik dat er niet in zie, kan ik het net zo goed niet meemaken, dan is mijn dag zinloos. Ik hou ervan alles groot te zien. De wet is onpersoonlijk. Wetten gelden voor iedereen, meende ik.’

 

Tien verschillen

We zijn allemaal unieke individuen en allemaal zitten we vastgekluisterd aan de buitenwereld, aan andere mensen, aan oeroude verhalen. Voor zover je er al iets aan wilt bijdragen, zul je eerst moeten onderzoeken hoe je zelf tot stand bent gekomen. ‘je eigen leven is doordesemd van thema’s, abstracte ideeën, van verhalen die al eerder verteld zijn, als je het er maar in ziet. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als de mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven, omdat ik die erin kan en wil zien. Hoe abstracter ik mijn leven beschouw, hoe beter ik in staat ben het oude verhaal erin te herkennen, of elementen van bestaande verhalen en thema’s.’ (I.M.) Hoe abstracter de verhalen, hoe meer de overeenkomsten in het oog springen. De subtiele verschillen vallen weg. Maar liever dan gewoon, typeren we ons als anders dan anderen, als bijzonder. Maar plaatjes met de opdracht ‘zoek de tien verschillen’ zijn opgebouwd uit talloze overeenkomsten. En die bepalen het beeld. Als je wilt weten wie je bent, zoek dan niet naar unieke eigenschappen, maar naar het sociale weefsel. Daar leer je meer van. Niet door navelstaarderij, maar juist door een zekere afstand tot jezelf te nemen, kun je enige greep krijgen op je leven. Dat is niet zomaar een leuke vrijetijdsbesteding, volgens Palmen. Het is de enige weg naar inzicht en zelfinzicht en dat zijn de noodzakelijke voorwaarden voor vrijheid. ‘Het is niet eens mijn bescheiden mening dat ik denk dat ik het enige ben dat werkelijk in mijn macht ligt. Wat voor mij geldt, geldt namelijk voor ieder ander. Van de anderen meen ik ook dat zijzelf het enige zijn dat werkelijk in hun macht ligt.’ Palmen heeft een vlijmscherpe cultuurkritiek: ze laat zien dat het privé-domein stelselmatig wordt overgewaardeerd en mensen veel te weinig nadenken over het sociale, het algemene. Wat algemeen is, wordt als minder waardevol gezien, want tja, je moet het met zo velen delen. De gesprekken die Palmen met Ischa in I.M. voert, gaan gewoon over dit en dat, hier en daar. Niks bijzonders op het eerste gezicht en op het tweede eigenlijk ook niet. Ze richten zich niet tot de lezer. Het is alsof je in een restaurant zit en de buren aan het tafeltje verderop praten nét iets te hard, waardoor je woordelijk verstaat wat niet voorjou bestemd was. Of praten ze expres zo hard?

 

 

 

 

 

 

 

1272f7117b6ec563ca68191a2cb0b9ba-roosmarijn

 

 

 

 

persoonlijkheid is een mythe

waarin je met en boek op de gang vanhet revalidatcentrum en  met een gebroken heup  Kierkegaardleest. |Heeft mijn herseninfarct mijn persoonlijkheid veranderd is ,is voor sommigen de  vraag En daarom soms ook voor mij. Mijn antwoord is nee, en  er is niets of niemand die mij overtuigd heeft dat ik ongelijk heb, dat is altijd deel van mijn persoonlijkheid geweest, en dat is niet veranderd. zolang niemand mij overtuigt van mijn ongelijk heb ik gelijk.

De enige vraag van belang is: wat ís persoonlijkheid. en wat is het belang ervan?

Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar waarom lijken al die unieke individuen dan toch zo verdomd veel op elkaar? De cultuurkritiek van Connie Palmen.in |De wetten

Ik heb ooit geprobeerd te lezen, maar ik heb de slotpagina nooit gehaald. Ik bén de slotpagina inmidde weet ikinmiddels, daar heb ik geen boek voor nodig.

een romanesk essay in de beste traditie van het woord’, ‘een indrukwekkende roman’, ‘één grote schatkamer’, ‘scherpzinnig’ – de reacties op het debuut De wetten overtroffen elkaar in lovende bewoordingen. Maar tegelijkertijd wrong er iets. AVRO’s man van het volk, Karel van de Graaf, typeerde het publieke ongenoegen nog het best met zijn kritisch commentaar: ‘ik vind het boek zo rationeel’. Bingo! De eerste haarscheur in het imago van Palmen. Een beetje verstand hebben is leuk, maar rationeel zijn? Dat is écht een verwijt, zeker als het om een vrouw gaat. In onze soapcultuur zetelt het hart op de troon van de schepping, niet het in het verstand. ‘Gevoelig’ en ’emotioneel’ zijn grote complimenten. Daniel Goleman, auteur van de bestseller Emotionele intelligentie, verwoordt de tijdgeest als volgt: ‘De tegenstelling emotioneel/rationeel benadert het populaire onderscheid tussen “hart” en “hoofd”; het is een overtuiging van een andere orde als je “in je hart” weet dat iets goed is. Op de een of andere manier biedt dat een diepere zekerheid dan hetzelfde te denken met je rationele geest.’ Het gevoel toont ons ‘een diepere zekerheid’, die ongetwijfeld waardevoller is dan een vluchtige verstandige overweging. Diep is goed. De waarheden van de rationele geest zijn slechts oppervlaktefenomenen, volgens Goleman. Het wordt tijd dat we onze ’emotionele geest’ wat meer ontwikkelen.

 

Connie Palmen is in dat opzicht unzeitgemäss. Zij verzet zich tegen de disproportionele uitvergroting van het gevoelsleven: ‘Het hart is de meest geknede, bewerkte, gemangelde en bedrogen spier die we hebben’, verwoordt ze haar ergernis in De vriendschap. ‘Als in onze eeuw één orgaan in het menselijk lichaam object is geweest van bedrog en infiltratie, dan is het deze bloederige pomp. Ik begrijp niet dat vrouwen er trots op kunnen zijn om voor gevoelig en intuïtief door te gaan, als dat alleen maar inhoudt dat ze zichzelf ontslaan van de verplichting om iets te verklaren en uit te leggen. Wat heb je nou aan kennis die je niet kunt overbrengen? Hoe kun je iets begrepen hebben als je niemand anders kunt verduidelijken wat je begrepen hebt? Het hart en de hersenen moeten een verbinding hebben, want kennis kan pijn doen en ontroeren, en een liefde kan het begin zijn van grote inzichten. Nu hebben ze de band tussen die spier en het hoofd doorgesneden en het hart niet alleen een zelfstandigheid toegeschreven die het niet heeft, maar het bovendien opgehemeld, verfraaid en versierd en het vervolgens met veel omhaal aan de vrouwen geschonken. Daar ben ik niet blij mee. Ik laat mij niet met een kluitje in het riet sturen.

Je maakt mij geen compliment als je zegt dat ik zo gevoelig ben.’

Dat is taal naar mijn hart, dat is de opstap naar de deur van mijn verstandmijngevoeligheid is toegenomen,sls eel van moijn handicap,, mar mijn verstandis gebleven en scherper dan ooit.

Slavenmoraal

De overwaardering van het gevoel is uitvloeisel van een slavenmoraal: aanvankelijk stond het verstand hoog aangeschreven; mannen zijn verstandig, vrouwen zijn gevoelig; vrouwen willen gelijkwaardig zijn aan mannen; nou, dan hemelen we toch gewoon de verdiensten van het hart een beetje op? Klaar ben je. Het is een uiterst doeltreffende strategie gebleken, waardoor vrouwen zich weer met gepaste trots op hun intuïtie beroepen en nu ook mannen zichzelf graag afficheren als gevoelsmens, lees de contactadvertenties erop na.

 

De overtrokken wending naar het innerlijk is in gang gezet door de geestelijke erfenis van Freud. Een slordige samenvatting van zijn psychoanalyse is de moderne westerse mens in het ruggenmerg gaan zitten. Het succes van de psychoanalyse steunt op het paradigma dat de mens van nature een vat vol strevingen en verlangens is die omwille van de cultuur met enige regelmaat de kop ingedrukt moeten worden. Anders zou er van werk, samenleven en zelfs van liefde niets terechtkomen. Maar in de duistere krochten van de ziel huizen verboden verlangens en driften en die schreeuwen om bevrijding. Dat is de verklaring van het onbehagen in de cultuur. Laat patiënt op de divan vrij associëren en de schil van de cultuur barst open; de oerpersoonlijkheid straalt je in volle glorie tegemoet. Toon mij uw verborgen wensen, en ik zal zeggen wie u bent.

 

Het therapeutisch instrumentarium van Freud is gedemocratiseerd. Het freudianisme-voor-iedereen beperkt zich niet meer tot de spreekkamer. Iedereen is zijn eigen psychiater, iedereen onderzoekt z’n eigen privé-drifthuishouding. Zocht Freud bij het bestuderen van excessen van menselijk gedrag nog naar de algemeen menselijke natuur, tegenwoordig zoekt iedereen naar zijn eigen natuur. De doe-het-zelf-psychiater. Om te onderzoeken wie je werkelijk bent, wat je werkelijk wilt, is het zaak om eerst los te komen van al het vreemde, dat wat van buiten kwam en je letterlijk met de paplepel is ingegoten. Bevrijd je van externe invloeden, van oude aangeleerde gewoontes en andermans meningen. Want wat van buiten komt, is vreemd, is niet van jezelf. Luister naar je innerlijke stem, maak contact met je mannelijke en je vrouwelijke kant – en vooral de kant die je het meest onderdrukt. Zoek de onbedorven oermens door naakt door het bos te hollen of door het kind in jezelf te ontdekken. De categorische imperatief is: wees jezelf. Wie dat ook moge zijn. Ik ben mijn eigen schepper, met haar eigen oorsprong en haar eigen doel. Een ‘creatio ex nihilo’, ad nihilo. Als je maar spontaan bent en dat wat in je opkomt ook naar buiten brengt. Zijn zoals je bent, is de meest populaire tautologie van de jaren negentig. Het aantrekkelijke van dit paradigma is dat de bron van alle schoonheid al in ons zit, klaar om geoogst te worden.

 

‘Authentistisch’

Karakter wat is de definitie & betekenis. Het karakter is het geheel van persoonskenmerken, die zowel erfelijk zijn bepaald als aangeleerd. Het betreft een combinatie van vaste innerlijke eigenschappen en de invloed die de omgeving op iemand heeft. Opvoeding speelt hierbij een belangrijke rol.1

De romans van Connie Palmen zijn een kritische spiegel van de tijd. Zowel in De wetten als in De vriendschap is de hoofdpersoon op zoek naar het antwoord op de vraag: wie ben ik? Beide romans draaien om de speurtocht van een jong volwassen vrouw naar ‘persoonlijkheid’. Marie De niet uit De wetten en Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap, willen iemand zijn. Maar hoezeer ze zichzelf ook binnenstebuiten keren, die blanke pit vinden ze maar niet: ‘Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben’, zegt Marie Deniet in De wetten. ‘Ze hebben geen boeken gelezen en toch een mening, een overtuiging over boe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ze zijn overtuigd van hun gelijk en hoeven nergens op te zoeken hoe ze over iets moeten denken. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was. Ik was bang dat ik geen natuur had. In het beste geval had ik er ooit wel een gehad, maar was ik haar kwijtgeraakt, ergens, onderweg.’ Dat puur persoonlijke ‘ik’ waar Marie De niet naar zoekt, is onvindbaar. Waarschijnlijk bestaat het niet, en als het al bestaat kunnen we het niet kennen, en als we het al kunnen kennen, dan kunnen we het er niet over hebben. Daar is de taal volgens Marie Deniet ongeschikt voor. ‘Het is met de kleren als met de woorden, ze zijn al klaar, tweedehands, beladen met massaliteit en geschiedenis, onmogelijke instrumenten voor het puur persoonlijke, zo dat al bestaat.’ Het voortdurende narcistische gegraaf in je eigen ik leidt tot niets, aldus Palmen. Bij nadere inspectie zou dat innerlijk wel eens leeg kunnen zijn. In De vriendschap heeft Kit het uitgemaakt met haar vriend Thomas. Met zwart omrande ogen en totaal apathisch hangt ze op de bank bij haar hartsvriendin Ara. Ze is onaanspreekbaar, onbereikbaar. ‘Authentistisch’ noemt de woordblinde Ara die toestand van Kit. Ara verhaspelt, vervormt en vermengt woorden vaak zo dat daardoor verrassende verbanden totstandkomen. Die tussen ‘autistisch’ en ‘authentiek’ in dit geval. Die hebben blijkbaar iets met elkaar te maken. Palmen gelooft niet in de mogelijkheid van puur individuele ervaringen. Zonder anderen kun je niet eens woorden geven aan je belevingen. Een ervaring moet even herhaalbaar, toetsbaar en controleerbaar zijn als een wetenschappelijk experiment. Het moet in zekere zin een cliché zijn, en door anderen in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier ervaren worden, anders word je totaal onsamenhangend en onbegrijpelijk voor de buitenwereld. Betekenissen bedenk je niet zelf. Een ervaring is daarom per definitie een sociale aangelegenheid. Iemand die volledig in zichzelf opgaat, noemen we autistisch. ‘Pas als de ervaring klopt met het cliché van wat de werkelijke ervaring is en we kunnen huizen in de geborgenheid van de taal, ontstaat er zoiets als een gevoel van waarachtigheid, het idee te kloppen, echt te bestaan, werkelijk te zijn’, schrijft Palmen in De wetten. Van sommige dingen is het zelfs onmogelijk om ze in je eentje op te roepen, aldus Kit Buts: ‘je kunt geen verhouding hebben met jezelf, noch liefde, respect, bewondering, betekenis hebben voor jezelf. Sommige, de meest menselijke, zaken spelen zich alleen maar tussen mensen af, niet in mensen afzonderlijk. Liefde, respect, bewondering, betekenis, hebben alleen maar plaats in een tussenruimte, in dat onzichtbare iets wat door verbintenis geschapen wordt. Ergens anders bestaan ze niet.’

Geheel in lijn met haar scepticisme ten aanzien van een individuele natuur, wantrouwt Palmen het moderne verlangen naar zelfexpressie: ‘Dat hele jargon: “je durven laten gaan, je overgeven, het eruit gooien, je blootgeven.” Als ik doorga, word ik misselijk. Iedereen doet alsof hij intimiteit in huis heeft, maar als je vraagt: in welk kastje zit het, dan is het opeens het meest onvindbare product dat ze hebben’, zegt ze in Opzij.

 

Allemaal uniek

Door de wending naar het innerlijk is er een ideologie van de uniciteit ontstaan. Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar, zo kunnen we ons afvragen, waarom lijken al die unieke individuen toch zo verdomd veel op elkaar? Palmen/Deniet: ‘Met schaamte las ik soms beschrijvingen van het gedrag dat ik zelf vertoonde, van gedachten waarvan ik dacht dat ze spontaan in mij opgekomen waren, maar waarvan  Foucault beweerde dat het handelingen en ideeën waren waar je ongemerkt toe gedwongen werd, door de taal en door de wetenschap. De persoonlijkheid was net zo’n grote mythe als de vrijheid van  Sartre en omdat ik niets meer begeerde dan het hebben van een persoonlijkheid, luchtte het me erg op eens te denken dat zoiets helemaal niet bestond en ik mij met andere zaken bezig kon gaan houden.’

 

In plaats van hun blik naar binnen te keren, richten Palmens hoofdpersonen hun aandacht op de buitenwereld en zoeken ze naar de oorsprong van de ideeën die zij voor oorspronkelijk hielden. Kennis, ook zelfkennis, doe je op door om je heen te kijken. Ook in I.M. blijft Palmen zoeken naar de bronnen van oorspronkelijkheid en authenticiteit, die gek genoeg totaal niet persoonlijk en meestal eeuwenoud zijn: ‘Ik ben steeds minder van mijzelf en van anderen voor lief gaan nemen. Zo de studie filosofie mij al ergens in geschoold heeft, dan is het in het herkennen van het verhaal achter iets wat voor oorspronkelijk, nieuw, authentiek of juist voor van God gegeven moet doorgaan, voor het maakwerk erachter, zeg maar. En dat maakwerk noem ik gemakshalve fictie.’ Het streven naar uniciteit en persoonlijkheid is zo’n fictie, maar daarmee is het nog geen leugen. Een leugen is onwaar; dat is zeggen dat het buiten regent terwijl je ziet dat de zon schijnt. Fictie bestaat uit verhalen, oude en nieuwe collectieve legendes die de wereld mee vormgeven. De bijbel, Sinterklaas, de psychoanalyse van Freud, maar ook de evolutietheorie van Darwin en de liberale marktideologie zijn rasters die onze blik kleuren. Ze hebben invloed op hoe we onszelf waarnemen en beschrijven (de psychoanalyse: ‘Dit heb ik verdrongen’) en op onze identiteit (de liberale marktideologie: een calculerende burger bekijkt alles vanuit een instrumentele rationaliteit).

Er zijn allerlei van dit soort verhalen in omloop, meer en minder dominant, maar het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van al deze verhalen is dat je ze niet zelf verzonnen hebt. Per definitie niet. Het is onmogelijk om zelf een betekenis te bedenken en die tegelijkertijd te delen met anderen, meent Palmen in De wetten: ‘Wat ik u vertel is geen wordingsgeschiedenis. Het is eerder een geschiedenis van het ontworden, van het onpersoonlijk worden. Kan dat? Ik geloof dat ik er niet tegen kan een persoonlijk leven te hebben. De gedachte dat ervaringen, belevenissen, gevoelens alleen door mij zo beleefd worden, met die gedachte kan ik niet leven. Als ik iets beleef, zie ik er iets in dat mijzelf te boven gaat. Als ik dat er niet in zie, kan ik het net zo goed niet meemaken, dan is mijn dag zinloos. Ik hou ervan alles groot te zien. De wet is onpersoonlijk. Wetten gelden voor iedereen, meende ik.’

 

Tien verschillen

We zijn allemaal unieke individuen en allemaal zitten we vastgekluisterd aan de buitenwereld, aan andere mensen, aan oeroude verhalen. Voor zover je er al iets aan wilt bijdragen, zul je eerst moeten onderzoeken hoe je zelf tot stand bent gekomen. ‘je eigen leven is doordesemd van thema’s, abstracte ideeën, van verhalen die al eerder verteld zijn, als je het er maar in ziet. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als de mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven, omdat ik die erin kan en wil zien. Hoe abstracter ik mijn leven beschouw, hoe beter ik in staat ben het oude verhaal erin te herkennen, of elementen van bestaande verhalen en thema’s.’ (I.M.) Hoe abstracter de verhalen, hoe meer de overeenkomsten in het oog springen. De subtiele verschillen vallen weg. Maar liever dan gewoon, typeren we ons als anders dan anderen, als bijzonder. Maar plaatjes met de opdracht ‘zoek de tien verschillen’ zijn opgebouwd uit talloze overeenkomsten. En die bepalen het beeld. Als je wilt weten wie je bent, zoek dan niet naar unieke eigenschappen, maar naar het sociale weefsel. Daar leer je meer van. Niet door navelstaarderij, maar juist door een zekere afstand tot jezelf te nemen, kun je enige greep krijgen op je leven. Dat is niet zomaar een leuke vrijetijdsbesteding, volgens Palmen. Het is de enige weg naar inzicht en zelfinzicht en dat zijn de noodzakelijke voorwaarden voor vrijheid. ‘Het is niet eens mijn bescheiden mening dat ik denk dat ik het enige ben dat werkelijk in mijn macht ligt. Wat voor mij geldt, geldt namelijk voor ieder ander. Van de anderen meen ik ook dat zijzelf het enige zijn dat werkelijk in hun macht ligt.’ Palmen heeft een vlijmscherpe cultuurkritiek: ze laat zien dat het privé-domein stelselmatig wordt overgewaardeerd en mensen veel te weinig nadenken over het sociale, het algemene. Wat algemeen is, wordt als minder waardevol gezien, want tja, je moet het met zo velen delen. De gesprekken die Palmen met Ischa in I.M. voert, gaan gewoon over dit en dat, hier en daar. Niks bijzonders op het eerste gezicht en op het tweede eigenlijk ook niet. Ze richten zich niet tot de lezer. Het is alsof je in een restaurant zit en de buren aan het tafeltje verderop praten nét iets te hard, waardoor je woordelijk verstaat wat niet voorjou bestemd was. Of praten ze expres zo hard?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

persoonlijkheid is een mythe

waarin je met en boek op de gang vanhet revalidatcentrum en  met een gebroken heup  Kierkegaardleest. |Heeft mijn herseninfarct mijn persoonlijkheid veranderd is ,is voor sommigen de  vraag En daarom soms ook voor mij. Mijn antwoord is nee, en  er is niets of niemand die mij overtuigd heeft dat ik ongelijk heb, dat is altijd deel van mijn persoonlijkheid geweest, en dat is niet veranderd. zolang niemand mij overtuigt van mijn ongelijk heb ik gelijk.

De enige vraag van belang is: wat ís persoonlijkheid. en wat is het belang ervan?

Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar waarom lijken al die unieke individuen dan toch zo verdomd veel op elkaar? De cultuurkritiek van Connie Palmen.in |De wetten

Ik heb ooit geprobeerd te lezen, maar ik heb de slotpagina nooit gehaald. Ik bén de slotpagina inmidde weet ikinmiddels, daar heb ik geen boek voor nodig.

een romanesk essay in de beste traditie van het woord’, ‘een indrukwekkende roman’, ‘één grote schatkamer’, ‘scherpzinnig’ – de reacties op het debuut De wetten overtroffen elkaar in lovende bewoordingen. Maar tegelijkertijd wrong er iets. AVRO’s man van het volk, Karel van de Graaf, typeerde het publieke ongenoegen nog het best met zijn kritisch commentaar: ‘ik vind het boek zo rationeel’. Bingo! De eerste haarscheur in het imago van Palmen. Een beetje verstand hebben is leuk, maar rationeel zijn? Dat is écht een verwijt, zeker als het om een vrouw gaat. In onze soapcultuur zetelt het hart op de troon van de schepping, niet het in het verstand. ‘Gevoelig’ en ’emotioneel’ zijn grote complimenten. Daniel Goleman, auteur van de bestseller Emotionele intelligentie, verwoordt de tijdgeest als volgt: ‘De tegenstelling emotioneel/rationeel benadert het populaire onderscheid tussen “hart” en “hoofd”; het is een overtuiging van een andere orde als je “in je hart” weet dat iets goed is. Op de een of andere manier biedt dat een diepere zekerheid dan hetzelfde te denken met je rationele geest.’ Het gevoel toont ons ‘een diepere zekerheid’, die ongetwijfeld waardevoller is dan een vluchtige verstandige overweging. Diep is goed. De waarheden van de rationele geest zijn slechts oppervlaktefenomenen, volgens Goleman. Het wordt tijd dat we onze ’emotionele geest’ wat meer ontwikkelen.

 

Connie Palmen is in dat opzicht unzeitgemäss. Zij verzet zich tegen de disproportionele uitvergroting van het gevoelsleven: ‘Het hart is de meest geknede, bewerkte, gemangelde en bedrogen spier die we hebben’, verwoordt ze haar ergernis in De vriendschap. ‘Als in onze eeuw één orgaan in het menselijk lichaam object is geweest van bedrog en infiltratie, dan is het deze bloederige pomp. Ik begrijp niet dat vrouwen er trots op kunnen zijn om voor gevoelig en intuïtief door te gaan, als dat alleen maar inhoudt dat ze zichzelf ontslaan van de verplichting om iets te verklaren en uit te leggen. Wat heb je nou aan kennis die je niet kunt overbrengen? Hoe kun je iets begrepen hebben als je niemand anders kunt verduidelijken wat je begrepen hebt? Het hart en de hersenen moeten een verbinding hebben, want kennis kan pijn doen en ontroeren, en een liefde kan het begin zijn van grote inzichten. Nu hebben ze de band tussen die spier en het hoofd doorgesneden en het hart niet alleen een zelfstandigheid toegeschreven die het niet heeft, maar het bovendien opgehemeld, verfraaid en versierd en het vervolgens met veel omhaal aan de vrouwen geschonken. Daar ben ik niet blij mee. Ik laat mij niet met een kluitje in het riet sturen.

Je maakt mij geen compliment als je zegt dat ik zo gevoelig ben.’

Dat is taal naar mijn hart, dat is de opstap naar de deur van mijn verstandmijngevoeligheid is toegenomen,sls eel van moijn handicap,, mar mijn verstandis gebleven en scherper dan ooit.

Slavenmoraal

De overwaardering van het gevoel is uitvloeisel van een slavenmoraal: aanvankelijk stond het verstand hoog aangeschreven; mannen zijn verstandig, vrouwen zijn gevoelig; vrouwen willen gelijkwaardig zijn aan mannen; nou, dan hemelen we toch gewoon de verdiensten van het hart een beetje op? Klaar ben je. Het is een uiterst doeltreffende strategie gebleken, waardoor vrouwen zich weer met gepaste trots op hun intuïtie beroepen en nu ook mannen zichzelf graag afficheren als gevoelsmens, lees de contactadvertenties erop na.

 

De overtrokken wending naar het innerlijk is in gang gezet door de geestelijke erfenis van Freud. Een slordige samenvatting van zijn psychoanalyse is de moderne westerse mens in het ruggenmerg gaan zitten. Het succes van de psychoanalyse steunt op het paradigma dat de mens van nature een vat vol strevingen en verlangens is die omwille van de cultuur met enige regelmaat de kop ingedrukt moeten worden. Anders zou er van werk, samenleven en zelfs van liefde niets terechtkomen. Maar in de duistere krochten van de ziel huizen verboden verlangens en driften en die schreeuwen om bevrijding. Dat is de verklaring van het onbehagen in de cultuur. Laat patiënt op de divan vrij associëren en de schil van de cultuur barst open; de oerpersoonlijkheid straalt je in volle glorie tegemoet. Toon mij uw verborgen wensen, en ik zal zeggen wie u bent.

 

Het therapeutisch instrumentarium van Freud is gedemocratiseerd. Het freudianisme-voor-iedereen beperkt zich niet meer tot de spreekkamer. Iedereen is zijn eigen psychiater, iedereen onderzoekt z’n eigen privé-drifthuishouding. Zocht Freud bij het bestuderen van excessen van menselijk gedrag nog naar de algemeen menselijke natuur, tegenwoordig zoekt iedereen naar zijn eigen natuur. De doe-het-zelf-psychiater. Om te onderzoeken wie je werkelijk bent, wat je werkelijk wilt, is het zaak om eerst los te komen van al het vreemde, dat wat van buiten kwam en je letterlijk met de paplepel is ingegoten. Bevrijd je van externe invloeden, van oude aangeleerde gewoontes en andermans meningen. Want wat van buiten komt, is vreemd, is niet van jezelf. Luister naar je innerlijke stem, maak contact met je mannelijke en je vrouwelijke kant – en vooral de kant die je het meest onderdrukt. Zoek de onbedorven oermens door naakt door het bos te hollen of door het kind in jezelf te ontdekken. De categorische imperatief is: wees jezelf. Wie dat ook moge zijn. Ik ben mijn eigen schepper, met haar eigen oorsprong en haar eigen doel. Een ‘creatio ex nihilo’, ad nihilo. Als je maar spontaan bent en dat wat in je opkomt ook naar buiten brengt. Zijn zoals je bent, is de meest populaire tautologie van de jaren negentig. Het aantrekkelijke van dit paradigma is dat de bron van alle schoonheid al in ons zit, klaar om geoogst te worden.

 

‘Authentistisch’

Karakter wat is de definitie & betekenis. Het karakter is het geheel van persoonskenmerken, die zowel erfelijk zijn bepaald als aangeleerd. Het betreft een combinatie van vaste innerlijke eigenschappen en de invloed die de omgeving op iemand heeft. Opvoeding speelt hierbij een belangrijke rol.1

De romans van Connie Palmen zijn een kritische spiegel van de tijd. Zowel in De wetten als in De vriendschap is de hoofdpersoon op zoek naar het antwoord op de vraag: wie ben ik? Beide romans draaien om de speurtocht van een jong volwassen vrouw naar ‘persoonlijkheid’. Marie De niet uit De wetten en Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap, willen iemand zijn. Maar hoezeer ze zichzelf ook binnenstebuiten keren, die blanke pit vinden ze maar niet: ‘Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben’, zegt Marie Deniet in De wetten. ‘Ze hebben geen boeken gelezen en toch een mening, een overtuiging over boe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ze zijn overtuigd van hun gelijk en hoeven nergens op te zoeken hoe ze over iets moeten denken. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was. Ik was bang dat ik geen natuur had. In het beste geval had ik er ooit wel een gehad, maar was ik haar kwijtgeraakt, ergens, onderweg.’ Dat puur persoonlijke ‘ik’ waar Marie De niet naar zoekt, is onvindbaar. Waarschijnlijk bestaat het niet, en als het al bestaat kunnen we het niet kennen, en als we het al kunnen kennen, dan kunnen we het er niet over hebben. Daar is de taal volgens Marie Deniet ongeschikt voor. ‘Het is met de kleren als met de woorden, ze zijn al klaar, tweedehands, beladen met massaliteit en geschiedenis, onmogelijke instrumenten voor het puur persoonlijke, zo dat al bestaat.’ Het voortdurende narcistische gegraaf in je eigen ik leidt tot niets, aldus Palmen. Bij nadere inspectie zou dat innerlijk wel eens leeg kunnen zijn. In De vriendschap heeft Kit het uitgemaakt met haar vriend Thomas. Met zwart omrande ogen en totaal apathisch hangt ze op de bank bij haar hartsvriendin Ara. Ze is onaanspreekbaar, onbereikbaar. ‘Authentistisch’ noemt de woordblinde Ara die toestand van Kit. Ara verhaspelt, vervormt en vermengt woorden vaak zo dat daardoor verrassende verbanden totstandkomen. Die tussen ‘autistisch’ en ‘authentiek’ in dit geval. Die hebben blijkbaar iets met elkaar te maken. Palmen gelooft niet in de mogelijkheid van puur individuele ervaringen. Zonder anderen kun je niet eens woorden geven aan je belevingen. Een ervaring moet even herhaalbaar, toetsbaar en controleerbaar zijn als een wetenschappelijk experiment. Het moet in zekere zin een cliché zijn, en door anderen in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier ervaren worden, anders word je totaal onsamenhangend en onbegrijpelijk voor de buitenwereld. Betekenissen bedenk je niet zelf. Een ervaring is daarom per definitie een sociale aangelegenheid. Iemand die volledig in zichzelf opgaat, noemen we autistisch. ‘Pas als de ervaring klopt met het cliché van wat de werkelijke ervaring is en we kunnen huizen in de geborgenheid van de taal, ontstaat er zoiets als een gevoel van waarachtigheid, het idee te kloppen, echt te bestaan, werkelijk te zijn’, schrijft Palmen in De wetten. Van sommige dingen is het zelfs onmogelijk om ze in je eentje op te roepen, aldus Kit Buts: ‘je kunt geen verhouding hebben met jezelf, noch liefde, respect, bewondering, betekenis hebben voor jezelf. Sommige, de meest menselijke, zaken spelen zich alleen maar tussen mensen af, niet in mensen afzonderlijk. Liefde, respect, bewondering, betekenis, hebben alleen maar plaats in een tussenruimte, in dat onzichtbare iets wat door verbintenis geschapen wordt. Ergens anders bestaan ze niet.’

Geheel in lijn met haar scepticisme ten aanzien van een individuele natuur, wantrouwt Palmen het moderne verlangen naar zelfexpressie: ‘Dat hele jargon: “je durven laten gaan, je overgeven, het eruit gooien, je blootgeven.” Als ik doorga, word ik misselijk. Iedereen doet alsof hij intimiteit in huis heeft, maar als je vraagt: in welk kastje zit het, dan is het opeens het meest onvindbare product dat ze hebben’, zegt ze in Opzij.

 

Allemaal uniek

Door de wending naar het innerlijk is er een ideologie van de uniciteit ontstaan. Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar, zo kunnen we ons afvragen, waarom lijken al die unieke individuen toch zo verdomd veel op elkaar? Palmen/Deniet: ‘Met schaamte las ik soms beschrijvingen van het gedrag dat ik zelf vertoonde, van gedachten waarvan ik dacht dat ze spontaan in mij opgekomen waren, maar waarvan  Foucault beweerde dat het handelingen en ideeën waren waar je ongemerkt toe gedwongen werd, door de taal en door de wetenschap. De persoonlijkheid was net zo’n grote mythe als de vrijheid van  Sartre en omdat ik niets meer begeerde dan het hebben van een persoonlijkheid, luchtte het me erg op eens te denken dat zoiets helemaal niet bestond en ik mij met andere zaken bezig kon gaan houden.’

 

In plaats van hun blik naar binnen te keren, richten Palmens hoofdpersonen hun aandacht op de buitenwereld en zoeken ze naar de oorsprong van de ideeën die zij voor oorspronkelijk hielden. Kennis, ook zelfkennis, doe je op door om je heen te kijken. Ook in I.M. blijft Palmen zoeken naar de bronnen van oorspronkelijkheid en authenticiteit, die gek genoeg totaal niet persoonlijk en meestal eeuwenoud zijn: ‘Ik ben steeds minder van mijzelf en van anderen voor lief gaan nemen. Zo de studie filosofie mij al ergens in geschoold heeft, dan is het in het herkennen van het verhaal achter iets wat voor oorspronkelijk, nieuw, authentiek of juist voor van God gegeven moet doorgaan, voor het maakwerk erachter, zeg maar. En dat maakwerk noem ik gemakshalve fictie.’ Het streven naar uniciteit en persoonlijkheid is zo’n fictie, maar daarmee is het nog geen leugen. Een leugen is onwaar; dat is zeggen dat het buiten regent terwijl je ziet dat de zon schijnt. Fictie bestaat uit verhalen, oude en nieuwe collectieve legendes die de wereld mee vormgeven. De bijbel, Sinterklaas, de psychoanalyse van Freud, maar ook de evolutietheorie van Darwin en de liberale marktideologie zijn rasters die onze blik kleuren. Ze hebben invloed op hoe we onszelf waarnemen en beschrijven (de psychoanalyse: ‘Dit heb ik verdrongen’) en op onze identiteit (de liberale marktideologie: een calculerende burger bekijkt alles vanuit een instrumentele rationaliteit).

Er zijn allerlei van dit soort verhalen in omloop, meer en minder dominant, maar het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van al deze verhalen is dat je ze niet zelf verzonnen hebt. Per definitie niet. Het is onmogelijk om zelf een betekenis te bedenken en die tegelijkertijd te delen met anderen, meent Palmen in De wetten: ‘Wat ik u vertel is geen wordingsgeschiedenis. Het is eerder een geschiedenis van het ontworden, van het onpersoonlijk worden. Kan dat? Ik geloof dat ik er niet tegen kan een persoonlijk leven te hebben. De gedachte dat ervaringen, belevenissen, gevoelens alleen door mij zo beleefd worden, met die gedachte kan ik niet leven. Als ik iets beleef, zie ik er iets in dat mijzelf te boven gaat. Als ik dat er niet in zie, kan ik het net zo goed niet meemaken, dan is mijn dag zinloos. Ik hou ervan alles groot te zien. De wet is onpersoonlijk. Wetten gelden voor iedereen, meende ik.’

 

Tien verschillen

We zijn allemaal unieke individuen en allemaal zitten we vastgekluisterd aan de buitenwereld, aan andere mensen, aan oeroude verhalen. Voor zover je er al iets aan wilt bijdragen, zul je eerst moeten onderzoeken hoe je zelf tot stand bent gekomen. ‘je eigen leven is doordesemd van thema’s, abstracte ideeën, van verhalen die al eerder verteld zijn, als je het er maar in ziet. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als de mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven, omdat ik die erin kan en wil zien. Hoe abstracter ik mijn leven beschouw, hoe beter ik in staat ben het oude verhaal erin te herkennen, of elementen van bestaande verhalen en thema’s.’ (I.M.) Hoe abstracter de verhalen, hoe meer de overeenkomsten in het oog springen. De subtiele verschillen vallen weg. Maar liever dan gewoon, typeren we ons als anders dan anderen, als bijzonder. Maar plaatjes met de opdracht ‘zoek de tien verschillen’ zijn opgebouwd uit talloze overeenkomsten. En die bepalen het beeld. Als je wilt weten wie je bent, zoek dan niet naar unieke eigenschappen, maar naar het sociale weefsel. Daar leer je meer van. Niet door navelstaarderij, maar juist door een zekere afstand tot jezelf te nemen, kun je enige greep krijgen op je leven. Dat is niet zomaar een leuke vrijetijdsbesteding, volgens Palmen. Het is de enige weg naar inzicht en zelfinzicht en dat zijn de noodzakelijke voorwaarden voor vrijheid. ‘Het is niet eens mijn bescheiden mening dat ik denk dat ik het enige ben dat werkelijk in mijn macht ligt. Wat voor mij geldt, geldt namelijk voor ieder ander. Van de anderen meen ik ook dat zijzelf het enige zijn dat werkelijk in hun macht ligt.’ Palmen heeft een vlijmscherpe cultuurkritiek: ze laat zien dat het privé-domein stelselmatig wordt overgewaardeerd en mensen veel te weinig nadenken over het sociale, het algemene. Wat algemeen is, wordt als minder waardevol gezien, want tja, je moet het met zo velen delen. De gesprekken die Palmen met Ischa in I.M. voert, gaan gewoon over dit en dat, hier en daar. Niks bijzonders op het eerste gezicht en op het tweede eigenlijk ook niet. Ze richten zich niet tot de lezer. Het is alsof je in een restaurant zit en de buren aan het tafeltje verderop praten nét iets te hard, waardoor je woordelijk verstaat wat niet voorjou bestemd was. Of praten ze expres zo hard?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

persoonlijkheid is een mythe

waarin je met en boek op de gang zit met een gebroken heup en Kierkegaardheup

Of na mijn herseninfarct mijn persoonlijkheid veranderd is ,is voor sommigen de  vraag En daarom soms ook voor mij. Mijn antwoord is nee, en  er is niets of niemand die mij overtuigd heeft dat ik ongelijk heb, dat is altijd deel van mijn persoonlijkheid geweest, en dat is niet veranderd. zolang niemand mij overtuigt van mijn ongelijk heb ik gelijk.

De enige vraag van belang is: wat ís persoonlijkheid. en wat is het belang ervan?

Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar waarom lijken al die unieke individuen dan toch zo verdomd veel op elkaar? De cultuurkritiek van Connie Palmen.in |De wetten

Ik heb ooit geprobeerd te lezen, maar ik heb de slotpagina nooit gehaald. Ik bén de slotpagina inmidde weet ikinmiddels, daar heb ik geen boek voor nodig.

een romanesk essay in de beste traditie van het woord’, ‘een indrukwekkende roman’, ‘één grote schatkamer’, ‘scherpzinnig’ – de reacties op het debuut De wetten overtroffen elkaar in lovende bewoordingen. Maar tegelijkertijd wrong er iets. AVRO’s man van het volk, Karel van de Graaf, typeerde het publieke ongenoegen nog het best met zijn kritisch commentaar: ‘ik vind het boek zo rationeel’. Bingo! De eerste haarscheur in het imago van Palmen. Een beetje verstand hebben is leuk, maar rationeel zijn? Dat is écht een verwijt, zeker als het om een vrouw gaat. In onze soapcultuur zetelt het hart op de troon van de schepping, niet het in het verstand. ‘Gevoelig’ en ’emotioneel’ zijn grote complimenten. Daniel Goleman, auteur van de bestseller Emotionele intelligentie, verwoordt de tijdgeest als volgt: ‘De tegenstelling emotioneel/rationeel benadert het populaire onderscheid tussen “hart” en “hoofd”; het is een overtuiging van een andere orde als je “in je hart” weet dat iets goed is. Op de een of andere manier biedt dat een diepere zekerheid dan hetzelfde te denken met je rationele geest.’ Het gevoel toont ons ‘een diepere zekerheid’, die ongetwijfeld waardevoller is dan een vluchtige verstandige overweging. Diep is goed. De waarheden van de rationele geest zijn slechts oppervlaktefenomenen, volgens Goleman. Het wordt tijd dat we onze ’emotionele geest’ wat meer ontwikkelen.

 

Connie Palmen is in dat opzicht unzeitgemäss. Zij verzet zich tegen de disproportionele uitvergroting van het gevoelsleven: ‘Het hart is de meest geknede, bewerkte, gemangelde en bedrogen spier die we hebben’, verwoordt ze haar ergernis in De vriendschap. ‘Als in onze eeuw één orgaan in het menselijk lichaam object is geweest van bedrog en infiltratie, dan is het deze bloederige pomp. Ik begrijp niet dat vrouwen er trots op kunnen zijn om voor gevoelig en intuïtief door te gaan, als dat alleen maar inhoudt dat ze zichzelf ontslaan van de verplichting om iets te verklaren en uit te leggen. Wat heb je nou aan kennis die je niet kunt overbrengen? Hoe kun je iets begrepen hebben als je niemand anders kunt verduidelijken wat je begrepen hebt? Het hart en de hersenen moeten een verbinding hebben, want kennis kan pijn doen en ontroeren, en een liefde kan het begin zijn van grote inzichten. Nu hebben ze de band tussen die spier en het hoofd doorgesneden en het hart niet alleen een zelfstandigheid toegeschreven die het niet heeft, maar het bovendien opgehemeld, verfraaid en versierd en het vervolgens met veel omhaal aan de vrouwen geschonken. Daar ben ik niet blij mee. Ik laat mij niet met een kluitje in het riet sturen.

Je maakt mij geen compliment als je zegt dat ik zo gevoelig ben.’

Dat is taal naar mijn hart, dat is de opstap naar de deur van mijn verstandmijngevoeligheid is toegenomen,sls eel van moijn handicap,, mar mijn verstandis gebleven en scherper dan ooit.

Slavenmoraal

De overwaardering van het gevoel is uitvloeisel van een slavenmoraal: aanvankelijk stond het verstand hoog aangeschreven; mannen zijn verstandig, vrouwen zijn gevoelig; vrouwen willen gelijkwaardig zijn aan mannen; nou, dan hemelen we toch gewoon de verdiensten van het hart een beetje op? Klaar ben je. Het is een uiterst doeltreffende strategie gebleken, waardoor vrouwen zich weer met gepaste trots op hun intuïtie beroepen en nu ook mannen zichzelf graag afficheren als gevoelsmens, lees de contactadvertenties erop na.

 

De overtrokken wending naar het innerlijk is in gang gezet door de geestelijke erfenis van Freud. Een slordige samenvatting van zijn psychoanalyse is de moderne westerse mens in het ruggenmerg gaan zitten. Het succes van de psychoanalyse steunt op het paradigma dat de mens van nature een vat vol strevingen en verlangens is die omwille van de cultuur met enige regelmaat de kop ingedrukt moeten worden. Anders zou er van werk, samenleven en zelfs van liefde niets terechtkomen. Maar in de duistere krochten van de ziel huizen verboden verlangens en driften en die schreeuwen om bevrijding. Dat is de verklaring van het onbehagen in de cultuur. Laat patiënt op de divan vrij associëren en de schil van de cultuur barst open; de oerpersoonlijkheid straalt je in volle glorie tegemoet. Toon mij uw verborgen wensen, en ik zal zeggen wie u bent.

 

Het therapeutisch instrumentarium van Freud is gedemocratiseerd. Het freudianisme-voor-iedereen beperkt zich niet meer tot de spreekkamer. Iedereen is zijn eigen psychiater, iedereen onderzoekt z’n eigen privé-drifthuishouding. Zocht Freud bij het bestuderen van excessen van menselijk gedrag nog naar de algemeen menselijke natuur, tegenwoordig zoekt iedereen naar zijn eigen natuur. De doe-het-zelf-psychiater. Om te onderzoeken wie je werkelijk bent, wat je werkelijk wilt, is het zaak om eerst los te komen van al het vreemde, dat wat van buiten kwam en je letterlijk met de paplepel is ingegoten. Bevrijd je van externe invloeden, van oude aangeleerde gewoontes en andermans meningen. Want wat van buiten komt, is vreemd, is niet van jezelf. Luister naar je innerlijke stem, maak contact met je mannelijke en je vrouwelijke kant – en vooral de kant die je het meest onderdrukt. Zoek de onbedorven oermens door naakt door het bos te hollen of door het kind in jezelf te ontdekken. De categorische imperatief is: wees jezelf. Wie dat ook moge zijn. Ik ben mijn eigen schepper, met haar eigen oorsprong en haar eigen doel. Een ‘creatio ex nihilo’, ad nihilo. Als je maar spontaan bent en dat wat in je opkomt ook naar buiten brengt. Zijn zoals je bent, is de meest populaire tautologie van de jaren negentig. Het aantrekkelijke van dit paradigma is dat de bron van alle schoonheid al in ons zit, klaar om geoogst te worden.

 

‘Authentistisch’

Karakter wat is de definitie & betekenis. Het karakter is het geheel van persoonskenmerken, die zowel erfelijk zijn bepaald als aangeleerd. Het betreft een combinatie van vaste innerlijke eigenschappen en de invloed die de omgeving op iemand heeft. Opvoeding speelt hierbij een belangrijke rol.1

De romans van Connie Palmen zijn een kritische spiegel van de tijd. Zowel in De wetten als in De vriendschap is de hoofdpersoon op zoek naar het antwoord op de vraag: wie ben ik? Beide romans draaien om de speurtocht van een jong volwassen vrouw naar ‘persoonlijkheid’. Marie De niet uit De wetten en Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap, willen iemand zijn. Maar hoezeer ze zichzelf ook binnenstebuiten keren, die blanke pit vinden ze maar niet: ‘Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben’, zegt Marie Deniet in De wetten. ‘Ze hebben geen boeken gelezen en toch een mening, een overtuiging over boe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ze zijn overtuigd van hun gelijk en hoeven nergens op te zoeken hoe ze over iets moeten denken. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was. Ik was bang dat ik geen natuur had. In het beste geval had ik er ooit wel een gehad, maar was ik haar kwijtgeraakt, ergens, onderweg.’ Dat puur persoonlijke ‘ik’ waar Marie De niet naar zoekt, is onvindbaar. Waarschijnlijk bestaat het niet, en als het al bestaat kunnen we het niet kennen, en als we het al kunnen kennen, dan kunnen we het er niet over hebben. Daar is de taal volgens Marie Deniet ongeschikt voor. ‘Het is met de kleren als met de woorden, ze zijn al klaar, tweedehands, beladen met massaliteit en geschiedenis, onmogelijke instrumenten voor het puur persoonlijke, zo dat al bestaat.’ Het voortdurende narcistische gegraaf in je eigen ik leidt tot niets, aldus Palmen. Bij nadere inspectie zou dat innerlijk wel eens leeg kunnen zijn. In De vriendschap heeft Kit het uitgemaakt met haar vriend Thomas. Met zwart omrande ogen en totaal apathisch hangt ze op de bank bij haar hartsvriendin Ara. Ze is onaanspreekbaar, onbereikbaar. ‘Authentistisch’ noemt de woordblinde Ara die toestand van Kit. Ara verhaspelt, vervormt en vermengt woorden vaak zo dat daardoor verrassende verbanden totstandkomen. Die tussen ‘autistisch’ en ‘authentiek’ in dit geval. Die hebben blijkbaar iets met elkaar te maken. Palmen gelooft niet in de mogelijkheid van puur individuele ervaringen. Zonder anderen kun je niet eens woorden geven aan je belevingen. Een ervaring moet even herhaalbaar, toetsbaar en controleerbaar zijn als een wetenschappelijk experiment. Het moet in zekere zin een cliché zijn, en door anderen in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier ervaren worden, anders word je totaal onsamenhangend en onbegrijpelijk voor de buitenwereld. Betekenissen bedenk je niet zelf. Een ervaring is daarom per definitie een sociale aangelegenheid. Iemand die volledig in zichzelf opgaat, noemen we autistisch. ‘Pas als de ervaring klopt met het cliché van wat de werkelijke ervaring is en we kunnen huizen in de geborgenheid van de taal, ontstaat er zoiets als een gevoel van waarachtigheid, het idee te kloppen, echt te bestaan, werkelijk te zijn’, schrijft Palmen in De wetten. Van sommige dingen is het zelfs onmogelijk om ze in je eentje op te roepen, aldus Kit Buts: ‘je kunt geen verhouding hebben met jezelf, noch liefde, respect, bewondering, betekenis hebben voor jezelf. Sommige, de meest menselijke, zaken spelen zich alleen maar tussen mensen af, niet in mensen afzonderlijk. Liefde, respect, bewondering, betekenis, hebben alleen maar plaats in een tussenruimte, in dat onzichtbare iets wat door verbintenis geschapen wordt. Ergens anders bestaan ze niet.’

Geheel in lijn met haar scepticisme ten aanzien van een individuele natuur, wantrouwt Palmen het moderne verlangen naar zelfexpressie: ‘Dat hele jargon: “je durven laten gaan, je overgeven, het eruit gooien, je blootgeven.” Als ik doorga, word ik misselijk. Iedereen doet alsof hij intimiteit in huis heeft, maar als je vraagt: in welk kastje zit het, dan is het opeens het meest onvindbare product dat ze hebben’, zegt ze in Opzij.

 

Allemaal uniek

Door de wending naar het innerlijk is er een ideologie van de uniciteit ontstaan. Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar, zo kunnen we ons afvragen, waarom lijken al die unieke individuen toch zo verdomd veel op elkaar? Palmen/Deniet: ‘Met schaamte las ik soms beschrijvingen van het gedrag dat ik zelf vertoonde, van gedachten waarvan ik dacht dat ze spontaan in mij opgekomen waren, maar waarvan  Foucault beweerde dat het handelingen en ideeën waren waar je ongemerkt toe gedwongen werd, door de taal en door de wetenschap. De persoonlijkheid was net zo’n grote mythe als de vrijheid van  Sartre en omdat ik niets meer begeerde dan het hebben van een persoonlijkheid, luchtte het me erg op eens te denken dat zoiets helemaal niet bestond en ik mij met andere zaken bezig kon gaan houden.’

 

In plaats van hun blik naar binnen te keren, richten Palmens hoofdpersonen hun aandacht op de buitenwereld en zoeken ze naar de oorsprong van de ideeën die zij voor oorspronkelijk hielden. Kennis, ook zelfkennis, doe je op door om je heen te kijken. Ook in I.M. blijft Palmen zoeken naar de bronnen van oorspronkelijkheid en authenticiteit, die gek genoeg totaal niet persoonlijk en meestal eeuwenoud zijn: ‘Ik ben steeds minder van mijzelf en van anderen voor lief gaan nemen. Zo de studie filosofie mij al ergens in geschoold heeft, dan is het in het herkennen van het verhaal achter iets wat voor oorspronkelijk, nieuw, authentiek of juist voor van God gegeven moet doorgaan, voor het maakwerk erachter, zeg maar. En dat maakwerk noem ik gemakshalve fictie.’ Het streven naar uniciteit en persoonlijkheid is zo’n fictie, maar daarmee is het nog geen leugen. Een leugen is onwaar; dat is zeggen dat het buiten regent terwijl je ziet dat de zon schijnt. Fictie bestaat uit verhalen, oude en nieuwe collectieve legendes die de wereld mee vormgeven. De bijbel, Sinterklaas, de psychoanalyse van Freud, maar ook de evolutietheorie van Darwin en de liberale marktideologie zijn rasters die onze blik kleuren. Ze hebben invloed op hoe we onszelf waarnemen en beschrijven (de psychoanalyse: ‘Dit heb ik verdrongen’) en op onze identiteit (de liberale marktideologie: een calculerende burger bekijkt alles vanuit een instrumentele rationaliteit).

Er zijn allerlei van dit soort verhalen in omloop, meer en minder dominant, maar het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van al deze verhalen is dat je ze niet zelf verzonnen hebt. Per definitie niet. Het is onmogelijk om zelf een betekenis te bedenken en die tegelijkertijd te delen met anderen, meent Palmen in De wetten: ‘Wat ik u vertel is geen wordingsgeschiedenis. Het is eerder een geschiedenis van het ontworden, van het onpersoonlijk worden. Kan dat? Ik geloof dat ik er niet tegen kan een persoonlijk leven te hebben. De gedachte dat ervaringen, belevenissen, gevoelens alleen door mij zo beleefd worden, met die gedachte kan ik niet leven. Als ik iets beleef, zie ik er iets in dat mijzelf te boven gaat. Als ik dat er niet in zie, kan ik het net zo goed niet meemaken, dan is mijn dag zinloos. Ik hou ervan alles groot te zien. De wet is onpersoonlijk. Wetten gelden voor iedereen, meende ik.’

 

Tien verschillen

We zijn allemaal unieke individuen en allemaal zitten we vastgekluisterd aan de buitenwereld, aan andere mensen, aan oeroude verhalen. Voor zover je er al iets aan wilt bijdragen, zul je eerst moeten onderzoeken hoe je zelf tot stand bent gekomen. ‘je eigen leven is doordesemd van thema’s, abstracte ideeën, van verhalen die al eerder verteld zijn, als je het er maar in ziet. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als de mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven, omdat ik die erin kan en wil zien. Hoe abstracter ik mijn leven beschouw, hoe beter ik in staat ben het oude verhaal erin te herkennen, of elementen van bestaande verhalen en thema’s.’ (I.M.) Hoe abstracter de verhalen, hoe meer de overeenkomsten in het oog springen. De subtiele verschillen vallen weg. Maar liever dan gewoon, typeren we ons als anders dan anderen, als bijzonder. Maar plaatjes met de opdracht ‘zoek de tien verschillen’ zijn opgebouwd uit talloze overeenkomsten. En die bepalen het beeld. Als je wilt weten wie je bent, zoek dan niet naar unieke eigenschappen, maar naar het sociale weefsel. Daar leer je meer van. Niet door navelstaarderij, maar juist door een zekere afstand tot jezelf te nemen, kun je enige greep krijgen op je leven. Dat is niet zomaar een leuke vrijetijdsbesteding, volgens Palmen. Het is de enige weg naar inzicht en zelfinzicht en dat zijn de noodzakelijke voorwaarden voor vrijheid. ‘Het is niet eens mijn bescheiden mening dat ik denk dat ik het enige ben dat werkelijk in mijn macht ligt. Wat voor mij geldt, geldt namelijk voor ieder ander. Van de anderen meen ik ook dat zijzelf het enige zijn dat werkelijk in hun macht ligt.’ Palmen heeft een vlijmscherpe cultuurkritiek: ze laat zien dat het privé-domein stelselmatig wordt overgewaardeerd en mensen veel te weinig nadenken over het sociale, het algemene. Wat algemeen is, wordt als minder waardevol gezien, want tja, je moet het met zo velen delen. De gesprekken die Palmen met Ischa in I.M. voert, gaan gewoon over dit en dat, hier en daar. Niks bijzonders op het eerste gezicht en op het tweede eigenlijk ook niet. Ze richten zich niet tot de lezer. Het is alsof je in een restaurant zit en de buren aan het tafeltje verderop praten nét iets te hard, waardoor je woordelijk verstaat wat niet voorjou bestemd was. Of praten ze expres zo hard?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

persoonlijkheid is een mythe

waarin je met en boek op de gang zit met een gebroken heup en Kierkegaardheup

Of na mijn herseninfarct mijn persoonlijkheid veranderd is ,is voor sommigen de  vraag En daarom soms ook voor mij. Mijn antwoord is nee, en  er is niets of niemand die mij overtuigd heeft dat ik ongelijk heb, dat is altijd deel van mijn persoonlijkheid geweest, en dat is niet veranderd. zolang niemand mij overtuigt van mijn ongelijk heb ik gelijk.

De enige vraag van belang is: wat ís persoonlijkheid. en wat is het belang ervan?

Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar waarom lijken al die unieke individuen dan toch zo verdomd veel op elkaar? De cultuurkritiek van Connie Palmen.in |De wetten

Ik heb ooit geprobeerd te lezen, maar ik heb de slotpagina nooit gehaald. Ik bén de slotpagina inmidde weet ikinmiddels, daar heb ik geen boek voor nodig.

een romanesk essay in de beste traditie van het woord’, ‘een indrukwekkende roman’, ‘één grote schatkamer’, ‘scherpzinnig’ – de reacties op het debuut De wetten overtroffen elkaar in lovende bewoordingen. Maar tegelijkertijd wrong er iets. AVRO’s man van het volk, Karel van de Graaf, typeerde het publieke ongenoegen nog het best met zijn kritisch commentaar: ‘ik vind het boek zo rationeel’. Bingo! De eerste haarscheur in het imago van Palmen. Een beetje verstand hebben is leuk, maar rationeel zijn? Dat is écht een verwijt, zeker als het om een vrouw gaat. In onze soapcultuur zetelt het hart op de troon van de schepping, niet het in het verstand. ‘Gevoelig’ en ’emotioneel’ zijn grote complimenten. Daniel Goleman, auteur van de bestseller Emotionele intelligentie, verwoordt de tijdgeest als volgt: ‘De tegenstelling emotioneel/rationeel benadert het populaire onderscheid tussen “hart” en “hoofd”; het is een overtuiging van een andere orde als je “in je hart” weet dat iets goed is. Op de een of andere manier biedt dat een diepere zekerheid dan hetzelfde te denken met je rationele geest.’ Het gevoel toont ons ‘een diepere zekerheid’, die ongetwijfeld waardevoller is dan een vluchtige verstandige overweging. Diep is goed. De waarheden van de rationele geest zijn slechts oppervlaktefenomenen, volgens Goleman. Het wordt tijd dat we onze ’emotionele geest’ wat meer ontwikkelen.

 

Connie Palmen is in dat opzicht unzeitgemäss. Zij verzet zich tegen de disproportionele uitvergroting van het gevoelsleven: ‘Het hart is de meest geknede, bewerkte, gemangelde en bedrogen spier die we hebben’, verwoordt ze haar ergernis in De vriendschap. ‘Als in onze eeuw één orgaan in het menselijk lichaam object is geweest van bedrog en infiltratie, dan is het deze bloederige pomp. Ik begrijp niet dat vrouwen er trots op kunnen zijn om voor gevoelig en intuïtief door te gaan, als dat alleen maar inhoudt dat ze zichzelf ontslaan van de verplichting om iets te verklaren en uit te leggen. Wat heb je nou aan kennis die je niet kunt overbrengen? Hoe kun je iets begrepen hebben als je niemand anders kunt verduidelijken wat je begrepen hebt? Het hart en de hersenen moeten een verbinding hebben, want kennis kan pijn doen en ontroeren, en een liefde kan het begin zijn van grote inzichten. Nu hebben ze de band tussen die spier en het hoofd doorgesneden en het hart niet alleen een zelfstandigheid toegeschreven die het niet heeft, maar het bovendien opgehemeld, verfraaid en versierd en het vervolgens met veel omhaal aan de vrouwen geschonken. Daar ben ik niet blij mee. Ik laat mij niet met een kluitje in het riet sturen.

Je maakt mij geen compliment als je zegt dat ik zo gevoelig ben.’

Dat is taal naar mijn hart, dat is de opstap naar de deur van mijn verstandmijngevoeligheid is toegenomen,sls eel van moijn handicap,, mar mijn verstandis gebleven en scherper dan ooit.

Slavenmoraal

De overwaardering van het gevoel is uitvloeisel van een slavenmoraal: aanvankelijk stond het verstand hoog aangeschreven; mannen zijn verstandig, vrouwen zijn gevoelig; vrouwen willen gelijkwaardig zijn aan mannen; nou, dan hemelen we toch gewoon de verdiensten van het hart een beetje op? Klaar ben je. Het is een uiterst doeltreffende strategie gebleken, waardoor vrouwen zich weer met gepaste trots op hun intuïtie beroepen en nu ook mannen zichzelf graag afficheren als gevoelsmens, lees de contactadvertenties erop na.

 

De overtrokken wending naar het innerlijk is in gang gezet door de geestelijke erfenis van Freud. Een slordige samenvatting van zijn psychoanalyse is de moderne westerse mens in het ruggenmerg gaan zitten. Het succes van de psychoanalyse steunt op het paradigma dat de mens van nature een vat vol strevingen en verlangens is die omwille van de cultuur met enige regelmaat de kop ingedrukt moeten worden. Anders zou er van werk, samenleven en zelfs van liefde niets terechtkomen. Maar in de duistere krochten van de ziel huizen verboden verlangens en driften en die schreeuwen om bevrijding. Dat is de verklaring van het onbehagen in de cultuur. Laat patiënt op de divan vrij associëren en de schil van de cultuur barst open; de oerpersoonlijkheid straalt je in volle glorie tegemoet. Toon mij uw verborgen wensen, en ik zal zeggen wie u bent.

 

Het therapeutisch instrumentarium van Freud is gedemocratiseerd. Het freudianisme-voor-iedereen beperkt zich niet meer tot de spreekkamer. Iedereen is zijn eigen psychiater, iedereen onderzoekt z’n eigen privé-drifthuishouding. Zocht Freud bij het bestuderen van excessen van menselijk gedrag nog naar de algemeen menselijke natuur, tegenwoordig zoekt iedereen naar zijn eigen natuur. De doe-het-zelf-psychiater. Om te onderzoeken wie je werkelijk bent, wat je werkelijk wilt, is het zaak om eerst los te komen van al het vreemde, dat wat van buiten kwam en je letterlijk met de paplepel is ingegoten. Bevrijd je van externe invloeden, van oude aangeleerde gewoontes en andermans meningen. Want wat van buiten komt, is vreemd, is niet van jezelf. Luister naar je innerlijke stem, maak contact met je mannelijke en je vrouwelijke kant – en vooral de kant die je het meest onderdrukt. Zoek de onbedorven oermens door naakt door het bos te hollen of door het kind in jezelf te ontdekken. De categorische imperatief is: wees jezelf. Wie dat ook moge zijn. Ik ben mijn eigen schepper, met haar eigen oorsprong en haar eigen doel. Een ‘creatio ex nihilo’, ad nihilo. Als je maar spontaan bent en dat wat in je opkomt ook naar buiten brengt. Zijn zoals je bent, is de meest populaire tautologie van de jaren negentig. Het aantrekkelijke van dit paradigma is dat de bron van alle schoonheid al in ons zit, klaar om geoogst te worden.

 

‘Authentistisch’

Karakter wat is de definitie & betekenis. Het karakter is het geheel van persoonskenmerken, die zowel erfelijk zijn bepaald als aangeleerd. Het betreft een combinatie van vaste innerlijke eigenschappen en de invloed die de omgeving op iemand heeft. Opvoeding speelt hierbij een belangrijke rol.1

De romans van Connie Palmen zijn een kritische spiegel van de tijd. Zowel in De wetten als in De vriendschap is de hoofdpersoon op zoek naar het antwoord op de vraag: wie ben ik? Beide romans draaien om de speurtocht van een jong volwassen vrouw naar ‘persoonlijkheid’. Marie De niet uit De wetten en Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap, willen iemand zijn. Maar hoezeer ze zichzelf ook binnenstebuiten keren, die blanke pit vinden ze maar niet: ‘Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben’, zegt Marie Deniet in De wetten. ‘Ze hebben geen boeken gelezen en toch een mening, een overtuiging over boe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ze zijn overtuigd van hun gelijk en hoeven nergens op te zoeken hoe ze over iets moeten denken. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was. Ik was bang dat ik geen natuur had. In het beste geval had ik er ooit wel een gehad, maar was ik haar kwijtgeraakt, ergens, onderweg.’ Dat puur persoonlijke ‘ik’ waar Marie De niet naar zoekt, is onvindbaar. Waarschijnlijk bestaat het niet, en als het al bestaat kunnen we het niet kennen, en als we het al kunnen kennen, dan kunnen we het er niet over hebben. Daar is de taal volgens Marie Deniet ongeschikt voor. ‘Het is met de kleren als met de woorden, ze zijn al klaar, tweedehands, beladen met massaliteit en geschiedenis, onmogelijke instrumenten voor het puur persoonlijke, zo dat al bestaat.’ Het voortdurende narcistische gegraaf in je eigen ik leidt tot niets, aldus Palmen. Bij nadere inspectie zou dat innerlijk wel eens leeg kunnen zijn. In De vriendschap heeft Kit het uitgemaakt met haar vriend Thomas. Met zwart omrande ogen en totaal apathisch hangt ze op de bank bij haar hartsvriendin Ara. Ze is onaanspreekbaar, onbereikbaar. ‘Authentistisch’ noemt de woordblinde Ara die toestand van Kit. Ara verhaspelt, vervormt en vermengt woorden vaak zo dat daardoor verrassende verbanden totstandkomen. Die tussen ‘autistisch’ en ‘authentiek’ in dit geval. Die hebben blijkbaar iets met elkaar te maken. Palmen gelooft niet in de mogelijkheid van puur individuele ervaringen. Zonder anderen kun je niet eens woorden geven aan je belevingen. Een ervaring moet even herhaalbaar, toetsbaar en controleerbaar zijn als een wetenschappelijk experiment. Het moet in zekere zin een cliché zijn, en door anderen in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier ervaren worden, anders word je totaal onsamenhangend en onbegrijpelijk voor de buitenwereld. Betekenissen bedenk je niet zelf. Een ervaring is daarom per definitie een sociale aangelegenheid. Iemand die volledig in zichzelf opgaat, noemen we autistisch. ‘Pas als de ervaring klopt met het cliché van wat de werkelijke ervaring is en we kunnen huizen in de geborgenheid van de taal, ontstaat er zoiets als een gevoel van waarachtigheid, het idee te kloppen, echt te bestaan, werkelijk te zijn’, schrijft Palmen in De wetten. Van sommige dingen is het zelfs onmogelijk om ze in je eentje op te roepen, aldus Kit Buts: ‘je kunt geen verhouding hebben met jezelf, noch liefde, respect, bewondering, betekenis hebben voor jezelf. Sommige, de meest menselijke, zaken spelen zich alleen maar tussen mensen af, niet in mensen afzonderlijk. Liefde, respect, bewondering, betekenis, hebben alleen maar plaats in een tussenruimte, in dat onzichtbare iets wat door verbintenis geschapen wordt. Ergens anders bestaan ze niet.’

Geheel in lijn met haar scepticisme ten aanzien van een individuele natuur, wantrouwt Palmen het moderne verlangen naar zelfexpressie: ‘Dat hele jargon: “je durven laten gaan, je overgeven, het eruit gooien, je blootgeven.” Als ik doorga, word ik misselijk. Iedereen doet alsof hij intimiteit in huis heeft, maar als je vraagt: in welk kastje zit het, dan is het opeens het meest onvindbare product dat ze hebben’, zegt ze in Opzij.

 

Allemaal uniek

Door de wending naar het innerlijk is er een ideologie van de uniciteit ontstaan. Massaal streven we naar een ‘eigen persoonlijkheid’ en ‘authenticiteit’. Maar, zo kunnen we ons afvragen, waarom lijken al die unieke individuen toch zo verdomd veel op elkaar? Palmen/Deniet: ‘Met schaamte las ik soms beschrijvingen van het gedrag dat ik zelf vertoonde, van gedachten waarvan ik dacht dat ze spontaan in mij opgekomen waren, maar waarvan  Foucault beweerde dat het handelingen en ideeën waren waar je ongemerkt toe gedwongen werd, door de taal en door de wetenschap. De persoonlijkheid was net zo’n grote mythe als de vrijheid van  Sartre en omdat ik niets meer begeerde dan het hebben van een persoonlijkheid, luchtte het me erg op eens te denken dat zoiets helemaal niet bestond en ik mij met andere zaken bezig kon gaan houden.’

 

In plaats van hun blik naar binnen te keren, richten Palmens hoofdpersonen hun aandacht op de buitenwereld en zoeken ze naar de oorsprong van de ideeën die zij voor oorspronkelijk hielden. Kennis, ook zelfkennis, doe je op door om je heen te kijken. Ook in I.M. blijft Palmen zoeken naar de bronnen van oorspronkelijkheid en authenticiteit, die gek genoeg totaal niet persoonlijk en meestal eeuwenoud zijn: ‘Ik ben steeds minder van mijzelf en van anderen voor lief gaan nemen. Zo de studie filosofie mij al ergens in geschoold heeft, dan is het in het herkennen van het verhaal achter iets wat voor oorspronkelijk, nieuw, authentiek of juist voor van God gegeven moet doorgaan, voor het maakwerk erachter, zeg maar. En dat maakwerk noem ik gemakshalve fictie.’ Het streven naar uniciteit en persoonlijkheid is zo’n fictie, maar daarmee is het nog geen leugen. Een leugen is onwaar; dat is zeggen dat het buiten regent terwijl je ziet dat de zon schijnt. Fictie bestaat uit verhalen, oude en nieuwe collectieve legendes die de wereld mee vormgeven. De bijbel, Sinterklaas, de psychoanalyse van Freud, maar ook de evolutietheorie van Darwin en de liberale marktideologie zijn rasters die onze blik kleuren. Ze hebben invloed op hoe we onszelf waarnemen en beschrijven (de psychoanalyse: ‘Dit heb ik verdrongen’) en op onze identiteit (de liberale marktideologie: een calculerende burger bekijkt alles vanuit een instrumentele rationaliteit).

Er zijn allerlei van dit soort verhalen in omloop, meer en minder dominant, maar het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van al deze verhalen is dat je ze niet zelf verzonnen hebt. Per definitie niet. Het is onmogelijk om zelf een betekenis te bedenken en die tegelijkertijd te delen met anderen, meent Palmen in De wetten: ‘Wat ik u vertel is geen wordingsgeschiedenis. Het is eerder een geschiedenis van het ontworden, van het onpersoonlijk worden. Kan dat? Ik geloof dat ik er niet tegen kan een persoonlijk leven te hebben. De gedachte dat ervaringen, belevenissen, gevoelens alleen door mij zo beleefd worden, met die gedachte kan ik niet leven. Als ik iets beleef, zie ik er iets in dat mijzelf te boven gaat. Als ik dat er niet in zie, kan ik het net zo goed niet meemaken, dan is mijn dag zinloos. Ik hou ervan alles groot te zien. De wet is onpersoonlijk. Wetten gelden voor iedereen, meende ik.’

 

Tien verschillen

We zijn allemaal unieke individuen en allemaal zitten we vastgekluisterd aan de buitenwereld, aan andere mensen, aan oeroude verhalen. Voor zover je er al iets aan wilt bijdragen, zul je eerst moeten onderzoeken hoe je zelf tot stand bent gekomen. ‘je eigen leven is doordesemd van thema’s, abstracte ideeën, van verhalen die al eerder verteld zijn, als je het er maar in ziet. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als de mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven, omdat ik die erin kan en wil zien. Hoe abstracter ik mijn leven beschouw, hoe beter ik in staat ben het oude verhaal erin te herkennen, of elementen van bestaande verhalen en thema’s.’ (I.M.) Hoe abstracter de verhalen, hoe meer de overeenkomsten in het oog springen. De subtiele verschillen vallen weg. Maar liever dan gewoon, typeren we ons als anders dan anderen, als bijzonder. Maar plaatjes met de opdracht ‘zoek de tien verschillen’ zijn opgebouwd uit talloze overeenkomsten. En die bepalen het beeld. Als je wilt weten wie je bent, zoek dan niet naar unieke eigenschappen, maar naar het sociale weefsel. Daar leer je meer van. Niet door navelstaarderij, maar juist door een zekere afstand tot jezelf te nemen, kun je enige greep krijgen op je leven. Dat is niet zomaar een leuke vrijetijdsbesteding, volgens Palmen. Het is de enige weg naar inzicht en zelfinzicht en dat zijn de noodzakelijke voorwaarden voor vrijheid. ‘Het is niet eens mijn bescheiden mening dat ik denk dat ik het enige ben dat werkelijk in mijn macht ligt. Wat voor mij geldt, geldt namelijk voor ieder ander. Van de anderen meen ik ook dat zijzelf het enige zijn dat werkelijk in hun macht ligt.’ Palmen heeft een vlijmscherpe cultuurkritiek: ze laat zien dat het privé-domein stelselmatig wordt overgewaardeerd en mensen veel te weinig nadenken over het sociale, het algemene. Wat algemeen is, wordt als minder waardevol gezien, want tja, je moet het met zo velen delen. De gesprekken die Palmen met Ischa in I.M. voert, gaan gewoon over dit en dat, hier en daar. Niks bijzonders op het eerste gezicht en op het tweede eigenlijk ook niet. Ze richten zich niet tot de lezer. Het is alsof je in een restaurant zit en de buren aan het tafeltje verderop praten nét iets te hard, waardoor je woordelijk verstaat wat niet voorjou bestemd was. Of praten ze expres zo hard?

 

 

 

 

 

 

 

GALERIE MARINUS

WEBSITE: MARINUS DE TEKSTEN EN ANDER WERK DAT GEWEEST IS.

gek 03Dit is een link naar deteksten die ik voornamelijk voor Het van Lingen College heb Gemaakt.MW00069Allles.  OOK GOD

« Older entries