PAASEI

GEMAAKYT VOOR HET GELDEKGLOF GELDERS MOZAIEKTOT PONGENOEGENVAN DE DOCENT GODSDIENSTDAAR ROLF HENDRIKS ,DIEEEN LEUKEACT MT EENOPLASTICDODE KIP BEDACHT HAD, MRNRRER HENDRIKS MAAKTE OVERAL EENLEUKE ACT VAN,OK VAN ZIJN LESSEN, ALSDSDE DOOD DAT ZIJNLEERLINGEN HEMNITELEUK ZOUDEN VINDEN ENZIJNLESSENSAAI ZOUDEN VINDEN.MR. LEUK.

IKOOKWEL EEN BEETJE INDIT HAFBAKKEN VRSTELLINKJE.MENEER LEUK WSBOOS OMDAT HIJ NOG MAARWEINIG TIJDHADVOORZIJN IMPROVISATIE MET DODE KIP.

EI

Paasviering gelders college warnsbornlaan 21 april 2000

[Op het podium staan vijf stoelen. Achter de stoelen bevindt zich het scherm voor de projecties vanuit de zaal. Zijdelings staat het gestoelte voor de spreker. De SPREKER is simpel verkleed als paashaas: alleen lange oren. Hij leest van papier. Doet dat ernstig, met een ondertoon alsof het voor kleine kinderen is] .

BEAMER: Op het scherm komt steeds opnieuw een kuiken uit het ei]

0. PROLOOG

SPREKER

Goedemorgen luisteraars, jongens en meisjes. Ik ben de paashaas. Maar wat ben ik echt. De paashaas, die met z’n mand vol gekleurde eieren de tuinen langsgaat om eieren te verstoppen, stond in bepaalde delen van de wereld net als het ei symbool voor vruchtbaarheid. En inderdaad, ik ben vruchtbaar. Maar niet zoals de konijnen. Oei oei, wat zijn die vruchtbaar, daarom is het paashaas, en kerstkonijn, want dat gaat over geboorte. Maar nu is het pasen, en mijn naam is haas.

[Op het scherm verschijnt het beeld van een paashaas.] Dat ben ik, dat wil zeggen, dat is een afbeelding. [De haas begint te bewegen. De SPREKER wordt onrustig]

            Vooral in protestantse streken werd de haas al snel geaccepteerd als eierenbrenger. Er zijn ook andere verklaringen. Zo zou de haas, die met zijn waakzame ogen nooit lijkt te slapen, symbool staan ‘voor de wederopstanding van Jezus. Ook de gewoonte van het dier om her en der te verdwijnen en weer op te duiken, zou de verschijning van Jezus na de wederopstanding verbeelden.

[De haas wordt neergeschoten. Jager verschijnt in beeld.]

            Au.

1. VALS BEGIN

[De ‘SOLISTEN’ komen op: keurig in het pak, als de solisten bij de ‘Mattheus Passie’. MUZIEK. Ze gaan zitten. Ze openen hun map met de tekst. Stilte. 5  is wat opvallend, houdt zich niet aan het patroon]

    1

Een ei

          2

Een ei hoort er bij

    3

Een ei kan van alles worden

          5

Oja?

4

Een ei is een begin

    1

Een ei, daar zit wat in

          5

Salmonella

2

Een ei, daar komt wat uit

    3

Een nieuwe lente

          4

Een nieuw geluid

[De haan kraait]

          1

Zo, die heeft zin.

          3

Een ei, daar zit wat in

          5

[Slaat een ei stuk om te bakken] Je kunt het koken,.je kunt het bakken, of je kunt wachten tot het een kip wordt, dat is ook lekker [Toont geplukte kip, hangt hem op]

          SPREKER

Pasen en eieren horen bij elkaar. Pasen is van oudsher een lentefeest, en het ei staat symbool voor nieuw leven,

    ANDEREN

Hoera

          1

ontwa­kende natuur [Geluid van haan]

    ANDEREN

Hoera

          1

en vruchtbaarheid.

          3

Ik ben vruchtbaar. En jij?

          SPREKER

Ik wel..  Al in het oude Egypte en Perzie, lieve jongens en meisjes, gaven vrien­den elkaar gekleurde eieren om het begin van de nieuwe lente te vieren. Christenen namen de gewoonte over, maar gaven het ei een religieuze betekenis. Zij zagen in de ovale eierschaal de tombe waaruit Christus herrees.

    ANDEREN

Halleluja

          4

            SPREKER   

Een tombe is een graf.

          Op het platteland geloofde men veelal dat het ei in het voorjaar over bijzondere krachten beschikte. Eieren werden wel begraven in de grond en onder de funda­menten van gebouwen om een goede oogst af te roepen of om het kwade te bezweren. Het is heel goed mogelijk dat het verstoppen van paaseieren in de tuin of in huis hiervan is afgeleid.

          2

Mooi gaaf zo’n ei

    3

Zo perfect, zo vol mogelijkheid

          5

Oja?

4

Een ei is een begin.

    1

Een ei, kan van alles worden

          4

Dat is de een leugen van pasen.

Dat ei. Dat begin.

Dat ei is om te eten. Er komt geen kuiken uit.

Het is zo dood als de pest

 [Anderen kijken hem/haar pissig aan]

Is toch zo.

Dat gezeik over nieuw leven leven.

Je kan d’r drie jaar op gaan zitten.

Geen kip te zien.

          1

En is het een chocoladeei

Dan heb je vlekkenin je broek

          4

Je kan het de kop afhakken,

Het zegt geen piep, het zegt geen au.

Het zegt geen tok.

          1

Maar het zegt wel ‘tok’. Luister.

[4 luistert, 1 tikt met het ei tegen zijn voorhoofd] Tok

2. STERFELIJK / EEUWIG

5

Hoe lang is een ei? Ik bedoel:

Hoe lang gaat zo’n eitje mee

          1

Tot het een kuiken is

          5

Hoe lang is een kuiken kuiken?

          2

Tot het een kip is

          5

Hoe lang is een kip kip

          3

Totdat ie dood is

          4

Of kipsaté.

          1

Of chicken tonight

          5

Ik ken kippen die vriezen zich in,

Als de wetenschap ver genoeg is laten ze zich ontdooien

En weer tot leven wekken. Het eeuwige leven,

Sneeuwitje in de diepvrieskist.

NIET BANG V OOR DE TANDARTS

[De solisten rappen op ‘Waarom’]

1

Ik ben niet bang voor de tandarts,
daar ga ik heen op afspraak
ik haat het maar ik weet precies
wat mij te wachten staat
maar ik ben bang voor mijn lichaam,
dat warme zachte apparaat
dat zomaar ongemerkt in mij
de ziekte is gezaaid

Waarom zou ik niet,
waarom zou ik niet bang zijn

2

Ik ben niet bang voor de snelweg,
de vaste plek van altijd haast
waar de massa zich mechanisch
van hot naar haar verplaatst
maar ik ben bang voor die ene
smoorverliefde dwaas
die even weg droomt, en die mij
op volle snelheid raakt.

Waarom zou ik niet,
waarom zou ik niet bang zijn

3

Ik ben niet bang voor examens,
ik heb m’n huiswerk goed gemaakt
ik beantwoord alle vragen
zo goed als het gaat
maar ik ben bang voor het virus
dat zich in mijn schedel plant
alles wat ik wist en was
glipt als water uit m’n hand

Waarom zou ik niet,
waarom zou ik niet bang zijn

          4

Ik ben niet bang voor de oorlog
die verweg door de dorpen raast
ik schrik niet van de beelden,
ben hooguit nog verbaasd
maar ik ben bang, ‘s avonds thuis
of onderweg op straat
dat iemand mij te lijf gaat
en geschonden achterlaat

Waarom zou ik niet,
waarom zou ik niet bang zijn

SAMEN

Waarom zou ik niet
Waarom zou ik niet bang zijn?

Ik ben het bangst
dat ik mijn angsten op een dag
niet meer de baas zal zijn
Waarom zou ik niet?

WHEN I’M SIXTY FOUR

When I get older, losing my hair,
many years from now,
will you still be sending me a valentine,
birthday greetings, bottles of wine.
If I´d been out till quarter to three,
would you lock the door?

Will you still need me,
will you still feed me,
when I´m sixty four?

Every summer we can rent a cottage
in the Isle of Wight if it´s not to dear.

You’ll be older too.
Ah and if you say the word,
I could stay with you.

I could be handdy mending a fuse
when your lights have gone
you can knit a sweater by the fireside,
Sunday mornings, go for a ride.
Doing the garden,
digging the weeds who could ask for more.

Will you…

Every summer…

We shall scrimp and save.
Ah grand-children on you knee:
Vera, Chuck and Dave.

Send me a postcard, drop me a line,
stating point of view,
indicate precisely what you mean
to say yours sincerely wasting away.
Give me your answer, fill in a form.
Mine for everymore.

Will you…

Vertaalde tekst projekteren

Interview ‘ouwe mensen’ er over heen

          A

Ik wil gewoon zo blijven als nu.

Beetje ouder, dat verdient wat meer.

Maar niet oud. Oude mensen in een bus, dat is erg.

Als ik de bus instap en er zitten alleen maar oude mensen.

Van die roze strippers. Dan wil ik er meteen weer uit.

Dat ruik je. Die koppen. Dat barst allemaal.

Dat rimpelt dat het kraakt. Achter dat vel

zie je de schedel zitten. Of ze smeren d’r zo’n dikke laag

camouflageklei op, alsof ze ontsnapt zijn

aan een goedkope horrorfilm.

Ik hoef niet oud te worden.

Als je zien kunt dat ik oud word, zal ik meteen alles liften,

en straktrekken, en vullen en weg laten halen.

          INTERVIEWER

En je oma

          A

Ja. Mijn oma. Hoezo.

          INTERVIEWER

Je oma is oud, neem ik aan.

          A

Ne hoor mijn oma is … 53. Nee 55.

Is dat oud.

          INTERVIEWER

Rimpelt ze al

          A

Of ze al rimpelt?

Weet ik niet. Let ik nooit op.

Mijn oma is gewoon een lief mens.

          5

Vanmorgen nog een kat,
hoelang al dood, op
de weg. Nog lang niet
plat, dat lijf van de
schuiver, de schieter,
de snelklauwige
aanhalige majesteit
die z’n zachtharige warmte
zo graag langs je lieve
dijen vlijt,

MUZIEK: Erbarme dich

maar dood, zo vreselijk
dood, in net voldoende licht
om te zien hoe z’n kop
weerbarstig maar toch
in alle haast kapot
gereden wordt.

Ik ernaast op weg
naar school. Zien
doet pijn, zo’n dier
dat ding is, weg is,
stof is, adem geweest
als jij. De kleine
jager, buikschuiver,
lekkerbek. Vanmorgen nog

Muziek gaat door.

          A

Nee, he geen ouwe mensenmuziek.

Dit is voor jongeren. Ik heb een bloedhekel

Aan ouwe-mensen muziek. Bach en Beatles,

gatverdamme

Commentaar Rolf & Henk

  • VAST IN HET EI

Animatie mens in ei

          4

Stel je voor, je zit in een ei.

Klaar om ter wereld te komen.

Hi, wereld, hier ben ik, kom maar op met alles wat je hebt.

Maar de schaal die zou moeten breken, breekt niet.

Je doet je best.

Je ramt je snaveltje tot bloedens toe.

De schaal wil niet barsten,

De schaal rekt uit, wordt groter en groter,

Net als jij. Nooit kom je er uit..

Zo voelt dat soms.

Bij mij.

Video dood en verrijzenis

          B

[Monoloog over de beelden heen]

Ik wil dat het me lukt.

Maar het lukt me niet.

Niet zoals ik wil. Ik doe m’n best.

Dat klinkt vaag. Dat is vaag.

School bijvoorbeeld.

Ik moet het kunnen.

Zeggen mijn ouders.

Zeggen m’n vrienden.

Zeggen m’n leraren.

Maar het lukt niet.

Haal ik een 4, dan zeggen ze: haal een 8,

Dan heb je een 6.

Cijfers. Toetsen. Tentamens.

Ik kan het. Ik kan het. Ik kan het.

Ok? Dat moet ik toch zeggen?

Die vrienden hebben zessen. Kijken tv,

Verlullen elke les die ze hebben,

Zijn overal. Ik heb geen tijd.

Mijn kop zit vol.

Er komt geen gedachte uit voort.

Alles rommelt door elkaar.

Ik ben druk maar ik doe niks. Ik verknal m’n tijd

Met denken wat ik doen moet.

Maar ik doe niks. Ga uit met vrienden,

Denk ondertussen ik moet iets.

Altijd de kop vol. Ik lach als ze lachen.

Vaag. Ik ben vaag.

Iemand moet me een schop geven.

Iemand moet me zoenen.

Op en morgen wil ik wakker worden

Met het idee: Ik zie wel wat het wordt,

Wat ik ook doe, het is goed.

Dit ben ik: leeg, vrij, open,

Laat maar komen wat er komt.

4. BEGIN 2

          1

Je wordt geboren om iets te worden

          4

Iemand

          1

En dan word je dat niet

          4

Of het lukt je niet

          2

Fout lichaam

          3

Foute ouders

          1

Fout karakter

          4

Foute genen

          2

[Tegen 4] Foute tekst

Je zei de foute tekst

          4

Sorry

          Anderen

Hoezo sorry. Jij moet gewoon doen wat in je tekst staat.

En niet doen wat in onze tekst staat. Jij hebt een bescheiden rolletje.

En dat moet zo blijven.

          4

Waarom?

          Anderen

Waarom? Omdat jij minder goed bent dan wij.

Eitje. Eitje! Als je wilt kun je worden wat je wilt,

Maar jij bent een zeikerdje. Zie je wel. ‘Het zit in mijn genen… kan ik het helpen?’

          4

Dat zei ik niet.

          1

Maar zo kijk je wel

1

Als ik kip was

          2

Ja

          1

En jij was de haan

          2

Ik

          1

En wij hadden het gedaan

          2

[Kijkt gegeneerd rond]

          1

Dan zou het wat kunnen worden, zo’n ei

          2

Jij en ik?

          1

In een ander leven

          2

Okee, in een heel ander leven

          1

Dan zou het een kuikentje worden.

Een schattig klein kuikentje.

Dan leek het misschien wel op jou.

          2

dan was het een haantje

          1

Ja

          2

En dan moest het werken. Ja

In de bio-industrie. Ja.

Eieren leggen. Ja.

Voor eiersalades. En broodjes ei. En Mayonaise. En toeristen ‘s morgenvroegs in het hotel bij hun ontbijt.

En dan kon het geen eieren leggen. Ja.

Want het was een haantje

En dat heeft geen eierstokken,  ja.

En dan werd het de kop omgedraaid.

          1

Ach dat valt wel mee

          2

Dat valt niet mee

          1

Je moet het niet zo ernstig nemen.

Het is pasen.

[Er kukelt een haan, luidruchtig, drie keer]

E M B R Y O

Embryo embryo,
er wordt een kind geboren
en dan zie je zo:
de ene die krijgt yes
en de ander no

Embryo embryo,
omstandigheden
erfelijk of socio
die krijg je bij geboorte
als vanzelf cadeau

Embryo embryo,
de een die is de ster
in de geboorteshow
de ander gaat te gronde
aan een overdo-
sis

Embryo embryo,
de ene die wordt
miljonair in Tokyo
de ander wordt
asielzoeker in Almelo

Almelo almelo,
De een die wordt geboren
in een lits-jumeaux
de ander in een koude stal
met enkel stro

En niet iedereen die krijgt
het zelfde ei cadeau

[De medewerkers krijgen grote chocolade eieren uitgereikt. Alleen 5 krijgt een heel klein eitje]

Commentaar Rolf en Henk

ER IS LEVEN NA HET EI

Als je moeder je gelegd heeft

In een – leg – batterij

Er is leven er is leven na het ei

Je wordt gekookt of omelet

Met blokjes ham en reepjes prei

Er is leven er is leven na het ei

Na het ei

Na het ei

Er is leven er is leven na het ei

Je kunt het heel ver schoppen

In de consumptiemaatschappij

Er is leven er is leven na het ei

Bij Mac Donalds wordt genoten

Van zo’n lekkere chick als jij

Er is leven er is leven na het ei

Na het ei Na het ei

Er is leven er is leven na het ei

Als je ergens uiitgebroed bent

Leer te vliegen en wordt vrij

En kijk uit voor kleffe haantjes

Van eigen macho makelij

Na het ei Na het ei

Er is leven er is leven na het ei

Heel je familie is verdwenen

In de kippenslachterij

Er is leven er is leven na het ei

Maar jijzelf wordt doodgeknuffeld

Op een kinderboerderij

Er is leven er is leven na ei

Na het ei

Na het ei

Er is leven er is leven na het ei

Zit je hallefzacht gebakken

Aan de bio-slavernij

Laat bij god de moed niet zakken

Barst vandaag nog uit het ei

Na het ei

Na het ei

Er is leven er is leven na het ei

MULTIVERSUM

IK Ik probeer dagelijks een teken van leven te geven.

viacolums en poezie

Ieman d

schrijft eenliefdesgedicht

.Mmag ik het lezen vraagt Niemand.

Inderdaad, dat iseen liefdesgedicht,nu jij.

Ze lezen samen tot de punt.

Dewindsteekt op, het gedicht waait weg.

Ze houdenzich vast aan elkaar.Dan wordt het nacht.

hij lest

Niemandwilhet lezen.

Hij woont usen deregels, daar war niemand komen wlomdat dareen televie ontbreekt,eb dus zo ongezelligis.Les mijaar ,zegt hij.

Vrgeefs

inderdaa.